In België wordt alleen nog aan pruttelpolitiek gedaan. De potten staan te pruttelen in de keuken, maar er worden geen nieuwe gerechten meer bereid.
Laat ons misschien met een positieve noot beginnen: wij zijn omzeggens het meest democratische land ter wereld. In theorie althans. Per capita heeft de Belg zowat het grootste aantal politieke vertegenwoordigers, in een waterval van raden, parlementen en regeringen.
Bovendien beschikken wij over een inspraakmodel om u tegen te zeggen. De vele spanningen die er zijn in dit land, tussen Vlamingen en Walen, werkgevers en werknemers, katholieken en vrijzinnigen, zijn in de loop van de decennia gekanaliseerd in een waaier van overlegstructuren. De zuilen, de onderwijskoepels, de vakbonden, de artsensyndicaten, de sociale partners,. allemaal krijgen ze hun stem in het beleid. Overal werden blokkeringsmechanismen en veto's ingebouwd, om toch maar geen gevoeligheden met voeten te treden. We zijn een land van overleg en historische pacten, van staten-generaals, hoogmissen en rondetafels. We overleggen onszelf kapot.
Soms wordt het grotesk. VIA en het pact 2020 werden niet alleen ondertekend door de sociaal-economische partners, maar ook door de 'Verenigde Verenigingen'. 'De spreekbuis van het middenveld' noemen ze zich. Ze vertegenwoordigen meer dan honderd organisaties, van 11.11.11 en het Forum voor Amateurkunsten tot de Gezinsbond, de Belgische Alpenclub en De Wakkere burger. We zijn een land waar het middenveld regeert.
Voeg daarbij het versnipperde politieke landschap. Op federaal niveau mogen we van geluk spreken als we 'maar' door vier partijen geregeerd worden. Doorgaans zijn het er zes. Om de verschillen tussen Vlamingen en Walen te managen, werd een gedrocht van een federale staat gecreëerd, met een complexiteit die aan geen buitenstaander uit te leggen valt. Wie durft - als hij er al iets van begrijpt - het geval-Brussel uitleggen zonder schaamrood op de wangen te krijgen?
In dit land gaan politici constant op zoek naar het fameuze 'draagvlak'. De 'Belgische ziekte', noemde de voluntarist Guy Verhofstadt (Open VLD) het in de jaren negentig al in zijn burgermanifesten. In onze betrachting überdemocratisch te zijn, gleden we af van het democratische ideaal uit de 19de eeuw. Dat heeft te maken met de complexiteit van ons land, maar ook met onze cultuur, zegt Marc De Vos, de directeur van de denktank Itinera. 'Wij zijn meesters in het ontkennen van problemen. En als ze toch acuut worden: in het formuleren van compromissen en nepoplossingen.'
Pruttelpolitiek
Een democratie veronderstelt dat de meerderheid beslist. Maar daar voelen we ons bijzonder ongemakkelijk bij, voegt de Gentse politicoloog Carl Devos eraan toe. 'De manier waarop de Amerikaanse president Barack Obama zijn revolutionaire gezondheidswet doordrukte met een nipte meerderheid, is totaal ondenkbaar in België. Hier kan een kleine groep een beslissing blokkeren.'
In Verhofstadts burgermanifesten klonk al de oproep aan politici om weer te besturen, om het primaat van de politiek te herstellen. Maar sindsdien slibden de besluitvormingskanalen alleen maar verder dicht. Wat rest is een log en obees overheidsapparaat. De conclusie is simpel: als je te dik bent, word je immobiel.
Moeten we dan verwonderd zijn dat we in een land leven dat schijnbaar stilstaat? We hebben tien jaar overlegd over de Oosterweelverbinding. Helaas, zonder resultaat. Gaan we nu ook tien jaar bakkeleien over de verbreding van de Brusselse ring? En hoe zit het nu met die pensioenen? We weten allemaal dat we langer aan de slag moeten blijven. Wie heeft de moed om die noodzakelijke beslissing te nemen? Hoe lang gaan we nog blijven zeggen dat de fiscus en justitie dringend hervormd moeten worden? Dat een staatshervorming onvermijdelijk is? Dat de sociale zekerheid onbetaalbaar wordt? Hoeveel witboeken en groenboeken moeten daar nog over gaan?
'Pruttelpolitiek', noemt Carl Devos het. De potten staan te pruttelen in de keuken, de kost wordt warm gehouden, maar er worden geen nieuwe gerechten meer bereid. 'Dat immobilisme is stuitend, want het gaat telkens over dossiers uit de corebusiness van de politiek. En laten we ons niet langer verstoppen achter het 'probleem België'. Ook in Vlaanderen sputtert de motor. Oosterweel is een Vlaams dossier, dat hebben we volledig zelf in de hand.'
Temperatuur
Een vraag dringt zich op. Was het vroeger dan zoveel beter? Hadden politici toen wel gezag? Met Jean-Luc Dehaene als premier en Herman Van Rompuy op de stoel van Begroting werden wel pijnlijke beslissingen genomen. Met die nuance, zegt Carl Devos, dat zij een externe vijand hadden: Europa en de Maastrichtnormen, die ons in het keurslijf van de saneringen duwden.
Bovendien zaten de meerderheidspartijen toen op dezelfde golflengte. Vandaag is het wantrouwen tussen de coalitiepartners bijzonder groot. Men zit elkaar voortdurend vliegen af te vangen. Het is een ziekte van deze tijd, meent Marc De Vos. Politici slagen er niet meer in deftige regeerakkoorden te smeden, waardoor ze nadien almaar met elkaar in discussie moeten treden.
En toch. Laten we die 'gezagvolle' jaren negentig niet te veel ophemelen. Ook toen werd geklaagd. Over de kloof tussen de burger en de politiek bijvoorbeeld, het mantra van het einde van de vorige eeuw. Ook toen was het wantrouwen tussen de burger en zijn afgevaardigden levensgroot.
Vandaag is die kloof schijnbaar verkleind. Er is de nimmer aflatende stroom van enquêtes, fora, blogs en opinies. De temperatuur van de publieke opinie wordt voortdurend opgemeten. Politici mogen dan wel beweren zich daar weinig van aan te trekken, ze worden er toch nerveus van, zegt Carl Devos. 'Er moet maar een schrijnend geval opduiken in het nieuws, een neveneffect van een beslissing, en ze trekken hun staart weer in. Weinig politici durven te zeggen: jammer voor die mensen die onder die Lange Wapper komen te wonen, maar we gaan er toch mee door. Want dat is wat we, na uitgebreid overleg en beraad, beslist hebben in functie van het algemeen belang.'
Koepelvisie
Topmanager Karel Vinck, als voorzitter van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel van nabij betrokken bij het Oosterweeldebacle, heeft het in de voorbije twaalf jaar allemaal zien veranderen, zegt hij. 'We zijn geëvolueerd van een representatieve naar een participatieve democratie. Vroeger lieten we het parlement en de regering hun werk doen. Ze hadden het mandaat van de kiezer, en werden op het einde van de rit afgerekend. Zoals het hoort in een democratie.'
'Tegenwoordig wordt voor alles teruggekoppeld naar de burger. Die evalueert de zaak vanuit zijn eigen noden. Als hij daarop geen antwoord krijgt, blokkeert hij het systeem. Met stakingen, actiegroepen, door zijn onrecht uit te schreeuwen in de media. Terwijl je bij diepgaande veranderingsprocessen juist een koepelvisie moet bewaren. In het bedrijfsleven is dat net hetzelfde. Ook daar merk je dat de individuele medewerkers niet meer kunnen aanvaarden dat er beslissingen genomen worden die het geheel ten goede komen.'
Het Oosterweeldossier heeft die veranderingsperiode doorgemaakt, zegt Vinck. Telkens een beslissing nakende was, kwam een groep met alweer een nieuw voorstel. Het referendum eind vorig jaar was het orgelpunt van die neiging steeds rekening te houden met de stem van de burger. 'Men heeft buiten proportie veel aandacht besteed aan de grieven van bepaalde groepen. Daardoor is men het brede gamma van financiële, economische en technische argumenten uit het oog verloren. Een kleine groep nee-stemmers is daardoor in staat de welvaart van een hele regio te blokkeren.'
Waren de jaren negentig die van de kloof tussen burger en politiek, dan zijn de jaren 2000 die van de terreur van de vox populi geweest. Politici werken in een omgeving waarin ze bij elk dossier(tje) de mening van de burger moeten vrezen. 'Natuurlijk werkt dat niet, want je kunt nooit voor iedereen goed doen', geeft minister-president Kris Peeters (CD&V) nu toe. 'Er is altijd wel een groep in de samenleving die zich benadeeld voelt.'
Dus kan je niet meer beslissen. Beloven kan je wel. Het ene na het andere ballonnetje laten politici op. Dan is er ten minste toch de illusie van een krachtdadig bestuur. 'De gaten in de weg zullen snel worden opgevuld, elk kind kan op 1 september naar school,. Men wil tegemoet komen aan alle grieven van het volk, ongeacht de bedenking of die beloftes realistisch zijn', vindt Carl Devos. 'Niemand heeft het lef om te zeggen: dit is een moeilijk dossier, we zullen dat niet op een-twee-drie kunnen oplossen.'
Behaagzucht
Om de politici te verschonen: wij media zitten natuurlijk overal met een vergrootglas op. De Belgische Wetstraatpers maakt zich niet zelden schuldig aan navelstaarderij. We vinden alles belangrijk. Didier Reynders (MR) doet uitspraken over BHV? Voorpaginanieuws, ook al zegt hij exact hetzelfde als vier jaar geleden. Zo laveren we van het ene stormpje in een glas water naar het andere. Zoals Vlaams Parlementslid Eric Van Rompuy (CD&V) vorig weekend op zijn blog fulmineerde: 'Op naar het volgende incident. Ik word daar zo moe van.'
Maar de nieuwscarrousel draait maar door. Politici zijn zodanig bezig met de pers - zichzelf in de spotlights werken, aanvallen pareren, reageren op interpellaties van journalisten - dat ze amper nog aan beleid toe zijn. Ze zijn de slaaf van de media geworden. En van hun eigen mediageilheid.
Minister-president Kris Peeters die, versuft van de medicatie, van op zijn ziekbed de goegemeente toespreekt. Zitten we daar echt op te wachten? Carl Devos vraagt het zich hardop af. 'Waarom zakken politici zo diep? Kunnen ze niet koudweg zeggen: dit zijn jullie zaken niet? Of: we stellen die beslissing over de Lange Wapper een week uit - het komt er nu toch niet meer op aan. Maar neen, de boodschap is: 'Wij zijn supermannen.' Noem het gerust behaagzucht. De drang om allemansvrienden te zijn.'
Je kunt het de huidige politieke klasse ook moeilijk kwalijk nemen. Ze worden in politieke blitzcarrières geduwd, met de race in de populariteitspolls als graadmeter. Van een duurzame electorale sokkel is amper nog sprake. Vroeger was men loyaal aan een politieke leider, ook al nam die beslissingen die men persoonlijk niet zo fijn vond, legt Carl Devos uit. Vandaag heb je geen electoraat meer dat toelaat beslissingen te nemen in functie van een hoger doel.
We krijgen uiteindelijk de politici die we verdienen. Wij, verwende kiezers, die zappen van de ene partij naar de andere. Die, zoals Karel Vinck het formuleert, reageren vanuit de buik ('3 miljard euro voor Oosterweel? Kan dat geld niet ergens anders voor dienen?') of met oogkleppen aan ('Oosterweel? Goed plan! Zolang het maar niet in mijn achtertuin is.').
Overgedemocratiseerd
Probeer in dat mijnenveld dus maar te scoren, met de volgende verkiezing als deadline. Want ook die onmogelijke opeenvolging van verkiezingen is een Belgische ziekte. 'Als verkiezingen een feest zijn van de democratie, zijn wij een land van feestvierders', zegt Carl Devos laconiek.
We zijn - hoeft het nog gezegd? - een overgedemocratiseerd land. En toch voelen de Belgen zich niet vertegenwoordigd door de politiek. Want dat is de grote paradox van het verhaal: in hun ijver de kiezer op zijn wenken te bedienen, blijven de politici uiteindelijk met lege handen achter. Het vertrouwen van de Belgen in de politiek is historisch laag. Dat bleek vorige week nog uit een Europese peiling.
De mensen voelen het tenslotte ook. Dat politici besturen met de handrem op. Dat ze maar blijven rond de pot draaien. Groenboeken, witboeken, hoogmissen en conferenties. Carl Devos: 'De democratie is niet gediend met politici die zich als hyperdemocraten gedragen, maar met leiders. Daar is weer een markt voor vandaag.'
In dit schijnbaar machtsvacuüm klinkt die roep steeds luider om leiders die gezag uitstralen en durven te beslissen. De slinger keert terug. Van ergernis over de kloof tussen de burger en de politiek, is er nu weer nood aan een zekere afstand. Dat evenwicht tussen inspraak en efficiëntie is een constant zoeken in een democratie. Het is balanceren op een slappe koord, zegt Kris Peeters. Maar er is geen alternatief. Zoals de Britse staatsman Winston Churchill al zei: de democratie is het slechtste politieke systeem, op alle andere na.
De vraag is dan hoe je de democratie beschermt tegen zichzelf. Door terug te keren naar de representatieve democratie, vindt Karel Vinck. 'Het is goed dat de burger wordt gehoord. Net zoals bedrijfsleiders moeten ook politici voortdurend de polsslag nemen van wat aan de basis leeft. Maar beschouw dat als input, waarop je eventueel je beslissing kunt baseren. Meer niet. Eenmaal de consultatieronde voorbij, moeten wij de politiek het vertrouwen geven om met die info aan de slag te gaan.'
Ook Kris Peeters beseft dat de burgerdemocratie haar limieten heeft bereikt. Hij gaf twee commissies de opdracht zich te buigen over de inspraakprocedures bij grote infrastructuurprojecten. 'Vanaf nu gaan we de burger uitgebreid consulteren, maar eenmaal die consultatieronde is afgelopen, beslissen we en gaan we door. Het kan niet zijn dat, zoals bij Oosterweel, eerst een hoop geld in de studiefase van het project wordt gestoken om dan net voor de eindstreep van koers te veranderen.'
Schrijnend
Die beslissing komt geen dag te vroeg. Het onvermogen van de politiek, stelt Marc De Vos, zit op een absoluut dieptepunt. Er zijn de putten in de weg, de gevangenen die we moeten outsourcen naar Nederland, er zijn de problemen met justitie en veiligheid. De Belg maakt zich zorgen over langere loopbanen en magere pensioenen. Hij stelt zich vragen over de vergrijzing, naarmate hij zelf grijzer wordt.
Dat alles, meent Karel Vinck, doet stilaan de alarmbel rinkelen. 'We zullen het merken, dat we afglijden. Het gaat schrijnend worden. Kijk maar naar de ontstellende berichten over de armoede in dit land. De problemen worden stilaan acuut.'
Als de besluiteloosheid blijft duren, barst de bom. Het geleidelijke verval van onze samenleving gaat versnellen en verdiepen onder druk van de economische crisis. De druk op het systeem wordt dan zo groot, voorspelt Marc De Vos, dat we een schok krijgen die dwars door de samenleving gaat. 'In het verleden is het ook zo gegaan. De torenhoge werkloosheid in de jaren tachtig, de Maastrichtnorm in de jaren negentig: telkens werd de externe druk zo groot, dat er wel moest gehandeld worden.'
Misschien leidt dat ontwaken van de samenleving ook tot een golf van protest in de stembus. Een nieuwe Zwarte Zondag. Of een extreem hoge score voor nichepartijen als Lijst Dedecker of de N-VA. 'Het is waarschijnlijk de enige manier om de politieke kaste wakker te schudden', oppert Carl Devos. Een antidemocratische schok om de democratie te redden. We zijn goed bezig, hier in dit land van feestvierders.
Groeten uit het land dat stilstaat.
Ine Renson @

4 reacties op dit bericht
Staking bij de OOOO????
Hoelang...
Bij de BRT rommelt het....
Clint Eastwood zou zeggen: Make My Day.
zo is dat !