Met mijn ziel onder de arm
De zeldzame keren dat triestheid en melancholie mij overmant (nu veel minder dan in de jaren van overmoed en weinig verstand) heb ik altijd mijn vrienden gehad die me er bovenop hielpen : de heren Korngold en Puccini en soms hadden zij nog enkele andere lawaaiproducenten in de wachtkamer. Vandaag, de dag na het heengaan van Marie-Rose hebben mijn muzikale hulpverleners mij in de steek gelaten. Mijn goede collega, Savat, heeft nog een poging ondernomen in zijn Oranje Theehuis om mijn spleen te helpen verdrijven, maar het baatte niet.
Ik ben gaan dolen in de stad, er waren wat boodschappen te doen en dit zou wellicht de spoken verjagen. Waarom blijf ik halsstarrig volhouden dat Antwerpen mijn stad is ? Om dezelfde reden dat ik per se Vlaanderen als mijn land beschouw en misselijk word van het land B. Zoiets. Maar hoelang ga ik mijzelf nog voor de gek houden ?
Het aantrekkelijkste van Antwerpen is de stroom, zoals in alle steden aan het water. Misschien omdat onze oorsprong in het water ligt, wie weet ? De Schelde blijft altijd dezelfde en toch is het steeds ander water dat voortkabbelt, stroomt, vloeit of raast : voorbij de kaaien, de gerenoveerde peperdure huizen, de slanke hoge toren, de smalle lichtjes hellende straatjes, en het stoere stadhuis met de zwakke bestuurders. Zonder mij bewust te oriënteren sta ik weer eens bij het Steen te kijken naar het kleine verdoken beeldje van Siemenis, boven de toegangspoort. Ik denk aan Jet Jorssen en haar trilogie "Och, Siemeniskinderen" die handelt over enkele generaties sinjoren die hun leven gesleten hebben in deze stad , die door Paul van Ostaijen "Bezette Stad" genoemd werd. Twee Antwerpenaren, Jet en Paul, gescheiden door slechts vijfentwintig jaar, Vlaams-nationalisten (hij wat minder dan zij) en beiden, opnieuw met afstand, veroordeeld door de belgische justitie na de twee wereldoorlogen. De straf voor het Vlaams-nationalisme is de belgische kerker en soms de kogel. Ik wandel voorbij het standbeeld op de Minderbroedersrui van de op 32-jarige leeftijd gestorven dichter, Van Ostaijen en opnieuw doemen de spookgedachten op aan Marie-Rose, die amper 6 jaar meer levenskrediet heeft gekregen.
Ik ga door naar het Conscienceplein dat er kil en eenzaam bij ligt. Plots doemt dat andere beeld op. Twee jaar geleden (was het geen drie ?) stond ik tussen de massa te luisteren naar Marie-Rose die werd toegejuicht door een enthousiaste menigte. Het was een 1-mei viering van Vlaams Belang. Ik heb toen even met haar ouders gesproken. Vader was stilletjes fier zoals vaders dat zijn op hun dochters (vaak de enige vrouwen naar wie zij luisteren, als ze wat ouder worden) en moeder kon haar begeestering met moeite bedwingen. Even later klampte zwierige Marie-Rose een viertal socialisten aan, herkenbaar aan hun rode mutsen, die van hun viering op de Grote Markt kwamen afgezakt. Met haar stralende glimlach ging zij op het groepje af en wist ze het viertal te verschalken om samen op de foto te staan. Met veel hilariteit en gelach werd afscheid genomen : het cordon was even doorbroken.
Ik kom aan de Handelsbeurs langs de Lange Nieuwstraat waar het statige gebouw dat vroeger de Burgerlijke Stand huisvestte, staat te verkommeren. In de Handelsbeurs zou ooit een hotel gevestigd worden, luidden een aantal jaren geleden de juichberichten. In Antwerpen is er veel sprake van "zou" of "zal". De architecten, plannenmakers en politici van deze stad zijn de droommeesters die ons hun nachtmerries aanprijzen als verrijkingen. Het plompe donkere bakstenen MAS, Museum aan de Stroom, verdrukt de oude binnenstad en schendt wanstaltig de Antwerpse skyline. Het overbodige museum staat niet eens aan de stroom maar aan een binnendok. De burgemeester en zijn gesubsidieerde aanhang juichen en de Antwerpenaar, moegesold en suf ingepeperd dat wie alles niet plezant vindt, een verzuurde racist is, loopt rond met een gratis petje of sjaal, "Zot van A".
Het is na elven, ik loop langs de Paardenmarkt, het Sint Jansplein, en kom in de Sint-Gummarusstraat waar mijn stad ingenomen is door heel de wereld. En heel de wereld is op wandel, net als ik. Opvallend veel zwarte mensen, de vrouwen zijn altijd erg verzorgd en de mannen hebben vranke maar onpeilbare blikken. Ook veel Balkanvolk op stap maar overheersend in het straatbeeld, moslima's met hun hoofden ingepakt als paaseieren en de mannen in groepjes pratend over dingen die niet voor mijn oren bestemd zijn. Dit is Antwerpen-Noord, 2060 waar criminaliteit deel uitmaakt van het dagelijkse bestaan. De reclameman die burgemeester speelt in Antwerpen heeft geen benul van de realiteit. Als iemand hem daarover aanspreekt, wordt hij wit van koleire en begint hij te raaskallen. Omdat hij niet luistert, weet hij niets. En zijn politiechef is een meester in het verhullen van de waarheid. Slaapmans en Baalmans, het trieste duo dat deze stad begeleidt naar de definitieve ondergang.
Als ik in de Offerandestraat aanbeland, ga ik een koffie drinken in café de Klamper, een van die oude stadscafés dat stand heeft gehouden. Hier zijn geen vreemden. Iedereen spreek onvervalst echt Antwerps : "'k zet men eigen neer en 'k bestel ne koffe". De mensen hier hebben de bezetting aanvaard, ze maken er zich gelukkig niet te veel zorgen om en stellen geen vragen meer. Ik denk niet dat er in de ganse Offerandestraat nog een winkel van onze eigen mensen overblijft. Bij een textiel en lederzaak praat ik met de eigenaar, die beweert in moeilijk Nederlands, een Afghaan te zijn. Weet hij, dat het belgisch leger in zijn vaderland de orde probeert te handhaven en dat onze soldaten herhaaldelijk beschoten zijn door zijn landgenoten ? Ja, dat weet hij. En het kan hem duidelijk niet schelen.
Ik neem de tram en rijd naar huis. Ik heb kilometers gewandeld in mijn stad die ons voor altijd ontstolen is. Wat mij is opgevalen, is de onverschilligheid in de ogen van al deze nieuwkomers of bezetters. Zij hebben geen affiniteit met het verleden, zij lopen hier rond, zonder kennis hoe dit allemaal tot stand is gekomen. Mochten zij vernemen dat Siemenis, een Romeinse god van de vruchtbaarheid is, zij zijn in staat het beeldje te vernietigen omdat het niet strookt met hun middeleeuwse Winkler Prins.
In de namiddag telefoneert mijn vriend Jos. Hij vertelt me over de video die de clowns van sharia4belgium hebben gepost over de straf die allah gegeven heeft aan Marie-Rose Rebel en die ook anderen te beurt zal vallen : Filip Dewinter, Geert Wilders en godbetert, zelfs Bart de Wever. Ik vraag mij af hoe veel nieuwe Vlamingen die ik vandaag voorbijgelopen heb, akkoord gaan met deze ijselijke bewering. Het is tijd dat Angeltjes morgen terug in gang schiet, zij het voor slechts enkele dagen. Onze gedeeltelijke sluiting veranderen wij niet.
Ray










7 reacties op dit bericht
Heimwee en verlies.
Heimwee en groot verlies zijn de gevoelens die bij me naar boven komen bij het lezen van dit zeer realistisch en waarheidsgetrouw verslag van de heer Ray over zijn wandeling door Antwerpen.
Vroeger spraken mijn grootouders en na hen mijn ouders over de tijd van toen, van vroeger toen alles "anders en beter" was. Als kleine meid zat ik dan met alle aandacht te luisteren naar al die verhalen over hun leven en die verhalen speelden zich meestal af in Antwerpen en omgeving. Ik hing aan hun lippen en in mijn verbeelding liep ik naast hen en beleefde hun leven en ervaringen met hen mee. In mijn verbeelding kwamen die woorden tot leven en het was alsof ik naar een film keek.
Terwijl ik met volle aandacht luisterde zag ik de straten zoals ze toen waren, de gebouwen, de winkels, de mensen die mijn familie hadden gekend en ik voelde ook hun heimwee naar het verleden. Ze vertelden ook over de oorlogsjaren. Mijn grootouders over die van 1914-18 mijn ouders over die van 1940-45.
Dat waren geen goede tijden maar ze hebben zich er doorgeslagen zo goed en zo kwaad mogelijk en de verhalen van hoe en wat men soms moest doen waren een voorbeeld van de vindingrijkheid die mensen hebben wanneer ze met verschrikkingen en tekortkomingen worden geconfronteerd.
Het was voor mij allemaal zo fascinerend want het was allemaal zo anders en het waren de belevenissen van mijn naaste familie, dat maakte het eens zo spannend en speciaal. Ik kreeg er nooit genoeg van en ik vroeg steeds om meer verhalen of om een bepaald verhaal nog eens te horen.
De beste verhalen werden verteld bij familiebijeenkomsten want dan waren er ook de nonkels en tantes die ook uit hun verleden verhalen konden opdissen en dan werd er aan mekaar gevraagd van "weet ge nog..." en de ene herinnering bracht de andere terug en het was voor mij een openbaring, een blik in het verleden van uit een tijd toen ik nog niet bestond.
Niets kon mij doen vermoeden dat ik ooit zelf zou terugdenken aan de tijd van toen, niet enkel met heimwee maar ook met een gevoel van een enorm verlies. Een verlies van eigenheid en cultuur, een verlies van waarden en zeden, het verlies van het "thuis".
De tijd van mijn jeugd toen het leven nog aangenaam was, toen de enkele vreemdelingen in de stad matrozen van verre landen waren, die tijd is voorbijgegaan, beetje bij beetje is hij veranderd, door onze vingers geglipt. Wat in de plaats is gekomen is niet vergelijkbaar met de vernieuwingen en veranderingen die mijn grootouders en mijn ouders hebben meegemaakt.
Ik kan nu tegen mijn kinderen ook vertellen over vroeger maar het verschil tussen heden en verleden is veel groter nu dan het vroeger was. Zo groot zelfs dat ik nu bezorgd ben voor de toekomst van mijn kinderen zoals nog nooit tevoren en dat hadden mijn grootouders en ouders niet.
@Ray
Hier in Brussel ...
@Ray,
maar soms doet het goed de gedachten op hol te laten slaan ! de ene dag een lach, de andere een traan of een droom ; allemaal eigen aan het leven !
ik droom van een stad, waar het goed is om wonen"
waar mensen mekaar nog een knipoogje doen
soms zou ik mijn vrienden een stad willen tonen
met straatjes, met pleintjes en parken vol groen
ik zie in mijn droom ook, al was het maar even
de straten vol mensen met lachend gezicht
waar kinderen spelen en om mekaar geven
waar ouders "gaan werken" aanzagen als plicht
ach, als ik dan weer uit mijn droom zal ontwaken
en zie ik een stad waar geen mens er nog lacht
omdat de meesten het er nooit eens geraken
waar iedereen steeds op de andere eerst wacht
'k heb heimwee naar vroeger, die stad met zijn haven
waarin ik tevoet door de straatjes nog ging
waar menigeen ik, zijn dorst heb zien laven
en soms een zijn vrouw, door een liefje verving
maar steden verand'ren en ghetto's verschijnen
de kerk maakt nu plaats voor moskees hier en daar
de droom die ik had is heel snel aan 't verdwijnen
'k herken niet, mijn stad uit mijn jeugd meer.
't is raar !
SCHUBERT D 956 ...2de beweging
Heb het ooit volgende aan Marie-Roos geschreven
Geachte, buitengewoon moedige Dame,
Denk vooral aan je kinderen en jezelf,
Dáárna pas aan de kinderen van Vlaanderen!
En verder, voor de moeilijke momenten : Schubert geeft troost aan de ontroostbaren…
Jouw volk staat achter je! Nu en altijd.
Houzee !!Aan Ray
Een zelfde diepe ontroering is in mijzelf en ongetwijfeld in vele vlaamse zielen aanwezig.
Oprecht
Als ex zeeman heb ik wel een en ander meegemaakt maar deze tekst ráákt mij.
Recht uit het hart verteld.
Bedankt !