
Nieuw Belgicistisch offensief tegen de republikeinse logica
De Vlaamse pers, en speciaal De Standaard, trekken alle registers open om de N-VA-hype te exorciseren en de Belgische constructie een nieuwe legitimiteit te geven. Eerst werd al met groot aplomb benadrukt dat, blijkens een peiling, de N-VA-kiezer helemaal geen separatist is, maar eigenlijk een foertstemmer die vanuit allerlei partijen en gezindheden tijdelijk is afgezakt naar de formatie van De Wever. Wetenschappelijk zal het wel allemaal kloppen, men kan met statistieken werkelijk alles bewijzen. Zopas bewees ene prof. Hans De Witte zelfs dat de Vlamingen luier zijn dan de Walen, echt waar. De boodschap achter de boodschap is echter duidelijk: het partijpolitieke flamingantisme is een labiel verschijnsel dat zich in de driehoek VB/N-VA/CD&V situeert. Nadat het Vlaams Belang deskundig uit het politiek debat en de media werd geëlimineerd, staan we nu voor een ander, veel subtieler cordon wat de N-VA betreft, alleen weten ze het nog niet: het etiket van de simpele protestpartij. Samengehouden weliswaar door een groot politiek talent. De houdbaarheid van een protestpartij is per definitie beperkt: het zal wel overwaaien.
Tweede uitschieter was de aankondiging van het G1000-initiatief, met als trekpaarden schrijver David Van Reybrouck, hoogleraar Dave Sinardet en televisievedette Francesca Vanthielen. Hier verwijzen we naar de uitstekende analyse vanwege ex-journalist Roger Van Houtte: “De zogenaamde impasse van de G1000”. Van Houtte wijst erop dat we hier met een nieuwe vorm van elitair denken te maken hebben, een demoscepticisme dat in feite de omkering van het populisme betreft. Van Reybrouck en C° geloven de facto niet meer in de democratie, toch niet in de democratie die eerst het VB groot maakte en later de N-VA. Voor hem moet een select clubje van intellectuelen als een deus ex machina neerdalen over dit versnipperde land, en orde op zaken stellen. De bedoeling is uiteraard om het Belgische consensusmodel nieuw leven in te blazen. Parallel daarmee zullen minstens twee partijen als “ondemocratisch” bestempeld worden: u mag één keer raden welke twee. Eentje is het al sinds 1989. Het zijn de partijen die het Belgisch compromis ten gronde in vraag stellen, en momenteel samen goed zijn voor zo’n 45% van het Vlaamse electoraat.

Het heilige Brussel
Van het ene intellectueel sofisme naar het andere. Vandaag stelde diezelfde Standaard zijn kolommen breed open voor een opiniestuk van Philippe Van Parijs, professor aan de UCL en woordvoerder van de Belgicistische Paviagroep (waar we ook hogervernoemde Dave Sinardet tegenkomen). Van Parijs ziet België nog niet zo snel uiteenvallen, “omdat Brussel ons Jeruzalem is”, zo luidt de onwaarschijnlijk theatrale titel van zijn vertoog. Geen van beide gemeenschappen wil Brussel loslaten, dus moeten we er maar het beste van maken. Waarbij Van Parijs stilzwijgend voorbij gaat aan de demografische explosie van Marokkaanse allochtonen in de hoofdstad, de opgang van een Arabische subcultuur, en een globale stedelijke verloedering/verarming. Brussel kan zichzelf niet bedruipen, het zit hopeloos inefficiënt in elkaar,- daarom wil het de hoofdstad van België zijn, een natieloos land zoals de professor zelf toegeeft.
België is geen mysterie (tenzij een vals) en Brussel is geen heilige plek. Het zijn gewoon twee aspecten van een uit de hand gelopen -en omkeerbaar- anachronisme.
Dat het gewest een derde van het Belgisch BNP vertegenwoordigt, wil ik nog wel aannemen, maar dat is vrijwel enkel door zijn status van hoofdstad en het feit dat alle mogelijke federale én regionale instellingen er gevestigd zijn. Neem dit waterhoofd weg, en Brussel is een skelet.
Merkwaardig is vervolgens de stelling van Van Parijs dat wij geen recht hebben op een republiek, zijnde een organische eenheid van natie, taal en cultuur. De monarchie treedt dan logischerwijze op als een substituut, een plakmiddel tussen dingen die per definitie toch niet aan elkaar houden. En dat zou dan precies onze “rijkdom” zijn.
De professor ratelt er als een drama queen op los. In wezen bespeelt hij oude, versleten thema’s: de non-identiteit van België is zijn eigenlijke identiteit, het institutioneel-complexe zijn rijkdom. Er is geen organische cohesie, enkel een “solidariteit” die moet worden opgelegd. Dat is een perverse redenering die het blijft doen bij oude Belgicisten: het sympathieke van een kunstnatie. Alleen het surrealisme werd even niet van stal gehaald, om te bewijzen hoe kunstzinnig inefficiënt bestuur kan zijn.
Drie frontale aanvallen in drie dagen op het Vlaams republikanisme, in dé krant die zich het label “kwaliteitskrant” aanmeet. Dat kan geen toeval zijn. En alle drie hebben ze iets van een tragi-komisch gespartel tegen de logica van de geschiedenis in. De van de pot gerukte metafoor van “Brussel als ons Jeruzalem”, voorbestemd om gedeeld te worden door een Vlaamse en een francofone “etnie” (sic), maakt van een simpele boedelscheidingsoperatie een mystiek taboe. Het had uit de koker van die al even gekke Benno Barnard kunnen komen. Maar België is geen mysterie (tenzij een vals) en Brussel is geen heilige plek. Het zijn gewoon twee aspecten van een uit de hand gelopen anachronisme. De geschiedenis is corrigeerbaar, godsdiensten zijn absolutistisch, daarom is die vergelijking mank én gevaarlijk. Landen kunnen zich herenigen (zoals Oost- en West-Duitsland), of kunnen uiteenvallen (zoals Tsjecho-Slowakije), wanneer de tijd rijp is om de geschiedenis te herzien en de volkeren dat willen. Elementaire volksdemocratie dus, nietwaar mijnheer Van Reybrouck, meer moet dat niet zijn.
Johan Sanctorum
http://vlaamserepubliek.wordpress.com/2011/06/14/de-ondeelbaarheid-van-jeruzalem/
2 reacties op dit bericht
en...
Als...
Er is maar één remedie voor dergelijk straattuig want in 99% van de gevallen zullen het wel allahbelievers zijn, die remedie is 'oppakken en het land uit flikkeren'.