
Lot en zijn dochters
Pieter-Jozef Verhaghen (1728 - 1811) werd geboren te Aarschot in een chirurgijnsgeslacht. In 1741volgde hij les bij Jean-Baptiste Van den Kerchoven, een kleine meester gespecialiseerd in portretten en restauraties. Deze ontdekte het talent van Verhaghen en kon de ouders van de jongen overtuigen om hem een schildersopleiding te laten volgen. Na 3 jaar ging Verhaghen zijn opleiding vervolmaken in Antwerpen. Enerzijds in het altelier van Balthasar Beschey (1708 - 1776) en anderzijds aan de Antwerpse Academie.
Reeds tijdens zijn leven was Verhaghen erg succesvol als schilder. In 1770 kreeg hij van Maria Theresia van Oostenrijk een jaarlijkse toelage van 1400 gulden, waarmee hij een reis naar Italië kon maken om de oude meesters daar te bestuderen. Zijn vrouw ontving tijdens zijn afwezigheid jaarlijks 1000 patacons (kroondaalders) voor het huishouden en de verzorging van de kinderen. Verhaghen begon zijn reis in 1771, samen met zijn oudste zoon, bestudeerde de belangrijkste collecties in Parijs, en bracht daarna twee jaar door in Italië, waar hij vele werken kopieerde. Op zijn terugreis werd hij in Wenen door Maria-Theresa ontvangen, voor wie hij een schilderij van de Heilige Theresia maakte. In oktober 1773 keerde hij naar Leuven terug, en werd er hartelijk ontvangen, zelfs met een banket ter zijner ere op het stadhuis.

De kleine en de grote Moriaan
Verhaghen was een erg productief schilder. Op 6 mei 1784 bezochten de gouverneurs Maria Christina van Oostenrijk en Albert Casimir van Saksen-Teschen zijn atelier.
Er hangen werken van hem in verschillende musea binnen en buiten België. In de Sint Kwintenskerk in Leuven hangt het werk 'Jezus op de Olijfberg', ook in de Abdij van Averbode hangen werken van hem.
Zijn oudere broer Jan-Jozef was ook kunstschilder.
Het graf van Pieter Jozef Verhaghen bevindt zich op het kerkhof van de Sint Martinuskerk van Wilsele.
Tentoonstellingen Museum M Leuven en Abdij van Perk tot 25.09.11

Mozes is gevonden
Pieter-Jozef Verhaghen, geboren in Aarschot, is een 18de-eeuws schilder die op een bepaalde manier de laatste schilder uit de school van Rubens kan genoemd worden. Hij schilderde grote historiestukken met religieuze en mythologische thema’s. Zijn voornaamste opdrachtgevers waren kerken en abdijen. Dit alles plaatst hem naadloos in de traditie van de grote Vlaamse meesters en de contrareformatie.
Maar hij markeert ook, ongewild, het einde van die traditie. De afschaffing van de reguliere geestelijken in 1783, de onrust van de Brabantse omwenteling en uiteindelijk de komst van de Fransen zullen ervoor zorgen dat het marktsegment waarvoor Verhaghen voornamelijk werkte drastisch verkleinde en hem geen werk meer opleverde. De grote religieuze historiestukken waren niet meer zo gewild in de 19de eeuw.
Pieter-Jozef Verhaghen wordt meestal beschouwd als een lokale volger van de Vlaamse school uit de 17de eeuw, meer bepaald Rubens en Gaspard de Crayer. De 18de eeuw, bij uitbreiding, wordt gezien als periode van decadentie van de Vlaamse school. Een periode waarin het “genie” van Vlaanderen wordt veronachtzaamd en in deze periode is Verhaghen een van de weinige Vlaamse schilders die internationaal op bijval kan rekenen. Hij wordt eerste schilder van Keizerin Maria-Thérésia en krijgt zo de mogelijkheid om naar Italië en Wenen te reizen. Dit geeft hem ook in Brabant een groot prestige waardoor hij veel opdrachten krijgt van burgerlijke en kerkelijke overheden. Veel kerken zijn dan ook in bezit van een of meer grote altaarstukken van zijn hand.
http://www.mleuven.be/oude-kunst/pieter-jozef-verhaghen/
1 reactie op dit bericht
Armoe troef