Een vraaggesprek met Irshad Manji, Canadese schrijfster, journaliste en activiste van Zuid-Aziatische afkomst. Zij ijvert voor de modernisering van haar geloof, de islam, en is een uitgesproken feministe. Ze werd geboren in Oeganda, maar verhuisde op driejarige leeftijd naar Canada, toen Idi Amin alle Aziaten uit Oeganda verdreef. Ze studeerde geschiedenis aan de universiteit van Brits-Columbia. Ze heeft kritiek geuit op de islam, vooral dan op de behandeling van vrouwen, holebi’s en joden. Zij draagt geen hoofddoek omdat volgens haar interpretatie van de koran slechts de vrouwen en dochters van de profeet Mohammed dit mochten dragen. Zij is kritisch over de historische interpretaties van de koran en is voorstander van het concept van “ijtihad”, waarbij gelovigen zelf de koran mogen interpreteren zonder dat ze daarbij de geestelijke leiding moeten aanvaarden. Vele moslims beschouwen haar als een afvallige en ze mocht dan ook diverse doodsbedreigingen ontvangen.
Gematigd zijn, dat is gewoon wegduiken
Het gaat haar allemaal veel te langzaam, maar in de ideeënstrijd winnen de hervormers zoals zij terrein, ziet Irshad Manji. Als niet-moslims een beetje meehielpen, was het helemaal mooi.
Ze doet het iets rustiger aan. Irshad Manji is 43 en haar leven staat al twintig jaar in het teken van een reformatie binnen de islam. Ze betaalde een hoge persoonlijke prijs. Extremisten zien haar liever dood dan levend, ze wordt ernstig bedreigd.
Omdat ze pleit voor individuele, eigentijdse interpretaties van islamitische schriften. Omdat ze helpt relaties met niet-moslims te sanctioneren, net als bidden op je eigen manier en in je eigen taal. Omdat ze lesbisch is. En omdat ze religieuze autoriteiten uitdaagt en onderuithaalt.
Hoewel Manji bij een ontmoeting áltijd een opgewekte indruk maakt en bruist van de energie: ze heeft roofbouw op zichzelf gepleegd. Haar eerste boek, “The trouble with Islam today”, kwam uit in meer dan dertig landen. Versies in het Arabisch en andere door moslims veel gelezen talen werden massaal gedownload, ook in landen waar het boek verboden is. Ze reisde onafgebroken de wereld rond op zoek naar het debat. Maar ze heeft reuma en haar lichaam heeft haar al een keer fors gewaarschuwd.
Dus ze doet het wat rustiger aan.
Haar haar staat ook niet meer in stekels overeind, jaren lang haar handelsmerk. ‘Ik word volwassener.’
Is in de periode sinds 11 september 2001 sprake van een oorlog der ideeën?
‘Ja. Ik merk dat heel direct. Nadat ik in 2003 mijn eerste boek had gepubliceerd kreeg ik veel vijandigheid en haatmail over me heen. Zo bleef het vijf jaar. Daarna, of het nou in Egypte was of Amerika, vonden steeds meer jonge moslims de moed om naar mijn optredens te komen en zich uit te spreken. Meestal bleven ze hangen en kwamen ze na afloop naar me toe.’
‘Een keerpunt voor mij kwam in 2007 in Berlijn. Een groep jonge vrouwen benaderde me. Ik had enige tijd daarvoor een zegenspreuk van een imam op mijn website gezet voor gemengde koppels. Ook in het Duits, Turks en Arabisch. Ze vertelden me dat hun ouders de tekst serieus namen omdat die van een imam was al waren ze er niet blij mee. Eentje zei: er is dus tenminste een geestelijke, waarschijnlijk zijn er meer, die mij met mijn niet-islamitische vriend zou trouwen. De ideeënoorlog speelt zich dus in mijn leven af.’
Je spreekt als vanzelf over een ideeënstrijd bínnen de islam. Anderen zouden denken aan een strijd tussen islamitische en westerse denkbeelden
‘De polarisatie tussen de islamitische en de niet-islamitische wereld is belangrijk, omdat die gematigde en hervormingsgezinde moslims onder grotere druk zet om geen kritiek te leveren op andere moslims. Maar ik vind vrijheid van geweten en pluralisme universele concepten, geen westerse. Ik zou graag geloven dat we in de voortrekkersrol van seculiere democraten in de Arabische lente daarvan meer bewijs zien.’
‘Bínnen de islam vind ik niet eens het verschil tussen extremisten en gematigden de meeste betekenis hebben, maar het onderscheid tussen gematigden en hervormers. Gematigden zijn behoorlijk conservatief en daardoor meer deel van het probleem dan van de oplossing.’
Het is een van de zeven ‘lessen’ in haar laatste boek, Allah, Liberty and Love: ‘In tijden van morele crisis is gematigd zijn hetzelfde als wegduiken’.
Als je universele waarden propageert, is daar dan nog iets islamitisch aan?
‘In al mijn werk hamer ik op Ijtihad, de traditie om de Koran opnieuw te interpreteren. Dat is een zeer islamitische traditie. Maar de wáárden horen hetzelfde te zijn als die van anderen. Dat is logisch, want alle kernpunten in de islam stammen rechtstreeks uit het jodendom en het christendom. Dit betekent ook dat de bondgenoten van islamitische hervormers vaak geen moslim zijn. Je kunt je gemeenschap definiëren als: de moslims. Maar dan bind je je aan mensen met wie je weinig deelt. Je kunt ook kiezen voor een waardengemeenschap.’
In hoeverre is de ideeënstrijd gevolg van de aanslagen op 11 september?
‘De aanslagen hebben de strijd uit de schaduw getrokken. Ik schreef toen ze gebeurden al tien jaar over de noodzaak voor moslims om te hervormen. Niet-moslims zeiden: dat is mijn zaak niet, waarom zou ik dat lezen? Moslims zeiden: hang onze vuile was niet buiten. Allen deden of het een volstrekt interne zaak betrof. 11 september leerde ons dat wat binnen de islam gebeurt ontelbare levens daarbuiten beïnvloedt. Dit gesprek over ideeën is een gesprek in het algemeen belang.’
‘Het frustreert me nog steeds hoe lang het duurt voordat met name progressieven begrijpen dat zij een rol moeten spelen in het islamdebat. Ze zijn bang dat ze voor xenofoob of islamofoob worden uitgemaakt als ze kritische vragen over de islam stellen. En hervormers zoals ik zijn bang om zich uit te spreken omdat ze door islamitische supremacisten worden gezien als verraders en door islambashers gewoon als terroristen-in-de-kast.’
Wat was de aanleiding voor jou om al zo ver vóór 11 september tot reformatie op te roepen?
‘Er was niet echt één aanleiding. Ik groeide op in een multiculturele samenleving en ik zag hoe individuen werden teruggebracht tot mascottes van een cultuur. En ook nog in naam van de diversiteit.’
‘Toen ik negen was wilde ik klassenvertegenwoordiger worden en ik verloor onder meer omdat één jongen niet wilde dat een ‘Paki’ – zoals hij iedereen met een donkere huid noemde – dat werd. Veel kinderen zouden zich door zoiets misschien het zwijgen laten opleggen. Maar ik besloot dat mijn ras of zijn racisme mij niet het zwijgen zouden opleggen. Ik ging voor het voorzitterschap van de hele schoolbond en won gemakkelijk. Ik kon al heel jong zien dat identiteit iets is wat anderen voor je bedenken.’
‘Hoe ik dat kon, weet ik niet. Ik heb het nooit aan een therapeut gevraagd. Met mijn ouders had ik het er niet over. Die waren van de arbeidersklasse en hadden het te druk. Alleen met sommige vrienden. Misschien is een reden dat we als vluchtelingen naar Canada waren gekomen. Bij binnenkomst hadden ze ons winterjassen gegeven én vrijheid. Ik ben dankbaar en heb altijd de verplichting gevoeld om mijn vrijheden elke dag te benutten.’
Hoe staat het met je veiligheid?
‘Veel beter dan het was. Het gaat met pieken en dalen. Dat heeft niet zo veel te maken met wat ik doe, maar met wat er in de wereld gebeurt. Het wordt altijd meer als ergens spanningen oplopen. De haatmail gaat wel gewoon altijd door.’
Manji heeft wat voorbeelden van haatmail en dreigementen in het boek opgenomen. Het absurdst is een doodsbedreiging op rijm (‘Rozen zijn rood...’). Manji heeft op rijm geantwoord en nog twee keer een gedichtje van de anonieme dreiger teruggekregen.
‘Het is zo belangrijk om je humor erbij te behouden. Dat is een van de manieren waarop ik mezelf energie kan geven. Je moet laten zien dat je je niet door de vijanden van redelijkheid en menselijkheid het zwijgen laat opleggen.’
Ze had ooit een paar maanden lijfwachten maar koos er bewust voor om zonder door het leven te gaan. Ze wil andere hervormingsgezinde moslims, die het toch al eng vinden om zich uit te spreken, niet nog meer afschrikken.
Geen kleine beslissing.
Lacht. ‘Voor mijn moeder niet.’
Voor jou toch ook niet?
‘Het is het leven voor mij. Het is wat het is. Ik denk er niet veel aan. Mijn enige angst is dat mijn moeder mij moet begraven voordat mijn zusters en ik haar begraven.’
Bid je nog zoals je in je boek beschrijft of heb je weer een nieuwe manier?
‘Ik doe het nog zo. Het gebedskleedje uit mijn kindertijd ligt in de richting van mijn boekenkast en elke dag pak ik er boeken uit en lees ik inspirerende passages. Mijn moeder was geschokt: waarom moet je dat aan mensen vertellen? Ze is een gelovige vrouw dus ik leg in haar termen uit: er is geen god buiten God. Hij heeft ons creativiteit geschonken en als we die gebruiken bewijzen we de eer aan zijn schepping.’
Culturen verdienen geen rechten, vind je.
‘We moeten van de misvatting af dat, alleen omdat mensen gelijkwaardig zijn, ook culturen gelijkwaardig zijn. Er is niets heiligs aan culturen. En als je die rechten toekent dan versterk je alleen maar de zelfbenoemde woordvoerders van die culturen die ze gebruiken om anderen zonder stem eronder te houden. ‘
‘In mijn boek staat een verhaal van een verkracht meisje dat te laat thuiskomt. Haar moeder wordt boos op haar omdat anderen kunnen zien dat ze zo laat is en ze zo de familie-eer beschaamt. Een tribale cultuur die dat meisje belemmert om te zeggen wat er met haar is gebeurd, die verdient geen rechten. Dat meisje, als individu, verdient rechten.’
‘Er is een verschil tussen pluralisme en relativisme. Als pluralist besef ik dat al mijn opvattingen tijdelijk kunnen zijn omdat ik me kan laten overtuigen. Maar ik ben geen relativist: ik mag wel degelijk oordelen en dat maakt mij niet intolerant.’
De islam zoals die vanuit Saoedi-Arabië wordt verspreid noem je zelfs kolonialisme.
‘Natuurlijk. Je bent als anti-imperialist pas integer als je erkent dat imperialisme er ook in de islam is. Als je het Arabische culturele imperialisme onderkent. Meer dan tachtig procent van de moslims is geen Arabier. Waarom moet alles dan in die taal? Waarom zouden we pre-islamitische, Arabische stammenkleding aantrekken? Of neem het gegeven dat er veel meer moslims worden vermoord door andere moslims dan door welke vreemde mogendheid ook. Wie dan alleen maar op Amerika of Israël scheldt, is niet integer.’
‘Moslims worden daarin niet genoeg gepusht. Ze worden niet eens gepusht om zich even sterk van de taliban te distantiëren als van George W. Bush. En dat komt omdat het woord ‘respect’ in onze samenleving gecorrumpeerd is. Respect is een eufemisme geworden voor: daag me niet uit. Terwijl je iemand juist gelijkwaardig behandelt als je iets van hem vraagt. En niet-moslims mogen, wat zeg ik, moeten zich ook met de islam bemoeien. In een wereld met zo veel dwarsverbanden als de onze bestaat er niet meer zoiets als other people’s business.’
Bron: depers.nl