Velen onder ons hebben zeker nog gehoord over de
goudzoekers die indertijd op avontuur trokken om hun
fortuin te gaan zoeken in Amerika. Het schijnt dat er
bij hen een wachtwoord bestond dat als een soort ‘gul-
den regel’ werd overgeleverd van vader op zoon en van
mond tot mond herhaald, iedere morgen: ‘DIG WHERE YOU
STAY’ – ‘Delf op de plaats waar je staat…’
Dat wil zeggen: zoek het niet te vér, loop niet steeds
van de ene plaats naar de andere, en denk vooral niet
voortdurend dat het elders zoveel beter is…Neen:
‘De plaats waar je staat is heilige grond…’ (Exodus
3, 5). Doe dus maar je sandalen uit, Mozes…
Dus wanneer jij al dagenlang vruchteloos aan
het zoeken bent, en met de beste wil van de wereld ner-
gens iets kunt vinden wat op ‘goud’ gelijkt – terwijl
een ander een boogscheut verderop in de rivier precies
op dit moment een ongelofelijke schat ontdekt… Denk
dan voor al niet dat jij op een slechte plek staat, en
dat het zinloos is van daar nog verder te blijven graven.
Neen, je moet blijven geloven dat het goud ligt te wacht-
en vlak onder je voeten, bij de mensen en in de situatie waarin je hier en nu geplaatst bent.
Of met de woorden van Cardijn: ‘Je werkbank is je altaar…’.



