Naar de inhoud

Wie niet dient, dient tot niets

Een diaken senior over diaconie en o.a. stambomen
seniorennet.beseniorennet.be

Wanneer word ik overbodig in onze maatschappij?

“Zelfs in rijke samenlevingen kan morgen ieder van ons overbodig worden. Waarheen met haar? hem?”
: elk van ons kan overkomen dat wij op een bepaald ogenblik in ons leven behoren tot de ‘overbodigen’ en dat wij daarmee in een selectieproces terecht komen.


Zo’n selectie door overbodigheid kan op drie manieren gebeuren.

 

Als sociale selectie: wie niet werkt en op die manier zichzelf onderhoudt (werk als broodwinning), wie  geen koopkracht bezit, wie aan de samenleving niet deelneemt en wie niet genoeg weet.

 

Als genetische selectie: wie slechte genen heeft – en daarmee nu of in de toekomst te duur wordt voor een financieel overvraagde maatschappij.

 

Als antropologische selectie: zij vormt de uiteindelijke achtergrond en spitst zich tot op de vraag: wie heeft een levenswaardig leven (een leven dat de moeite van het financieren waard is!? Wiens waardigheid in onaantastbaar?

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 15:54 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Ga nu heen in vrede en maak het waar!

Ga nu heen in vrede en maak het waar!

Enkele weken terug volgde ik een eucharistieviering op tv. Waarschijnlijk vanuit Diksmuide of Nieuwpoort. Het slotlied had als refrein: "Ga nu heen in vrede en maak het waar!". Ik zou graag tekst en muziek van dat lied krijgen.
Anders uitgedrukt: "Moge de vrede van Christus je niet met rust laten!".
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 09:41 1 reactie Reageer op dit bericht

Wee de eenzame mens die zijn eenzaamheid koestert. Zou dit de hel zijn?

 

Geroepen worden is niet één keer heel duidelijk en klaar ja zeggen, maar telkens weer, dag in dat uit, het ‘ja’ op de lippen nemen en het beleven.

Veel geroepenen (welke inhoud of vorm die roeping moge hebben!) zien met weemoed terug naar hun eerste enthousiast ‘ja, X jaren geleden. Wanneer ze constateren met hoeveel pijn en moeite ze er nu nog een ja uit krijgen, blikken ze met gemende gevoelen terug op de fase van hun eerste, soms ietwat naïeve liefde. Hun actueel ‘ja’ wordt ontluisterd door dubbelzinnigheid, lusteloosheid en ernstige terugval. Hun ‘ja’ is een ‘ja maar ‘ geworden of … een grote stilte.

Maar je vindt daarnaast ook mensen die doorheen het leven doorheen het leven sereen en rustig in hun jawoord geworteld staan, zonder fanatisme, zonder hardheid of stugheid, met een grote zin voor de werkelijkheid en een fascinerende mildheid.

Jezus’ was ‘ja’.

 

‘Begrijpt ge wat ge leest?’ Dit zou ook anders kunnen klinken: ‘Besef je eigenlijk wat je doet? Zie je in water met jou aan het gebeuren is? Realiseer je je goed waar je uitkomt als je zo door holt?’

Durven mensen elkaar voldoende de persoonsgerichte, grondige levensvragen stellen? Mogen mensen die samenleven elkaar bevragen? Of bestaat er een modern taboe dienaangaande. Mogen en kunnen wij in familie elkaar nog corrigeren, elkaar door wederzijdse bevraging tot klaarheid brengen?

Soms zwijgen we elkaar dood.

(…) Natuurlijk heb ik nooit het recht, aan de ander persoonlijke vragen te stellen als ik niet vooraf mensennabij en luisterend met die andere mens omgegaan heb;

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 15:46 Reageer op dit bericht

Wee de eenzame mens die zijn eenzaamheid koestert. Zou dit de hel zijn?

 

Geroepen worden is niet één keer heel duidelijk en klaar ja zeggen, maar telkens weer, dag in dat uit, het ‘ja’ op de lippen nemen en het beleven.

Veel geroepenen (welke inhoud of vorm die roeping moge hebben!) zien met weemoed terug naar hun eerste enthousiast ‘ja, X jaren geleden. Wanneer ze constateren met hoeveel pijn en moeite ze er nu nog een ja uit krijgen, blikken ze met gemende gevoelen terug op de fase van hun eerste, soms ietwat naïeve liefde. Hun actueel ‘ja’ wordt ontluisterd door dubbelzinnigheid, lusteloosheid en ernstige terugval. Hun ‘ja’ is een ‘ja maar ‘ geworden of … een grote stilte.

Maar je vindt daarnaast ook mensen die doorheen het leven doorheen het leven sereen en rustig in hun jawoord geworteld staan, zonder fanatisme, zonder hardheid of stugheid, met een grote zin voor de werkelijkheid en een fascinerende mildheid.

Jezus’ was ‘ja’.

 

‘Begrijpt ge wat ge leest?’ Dit zou ook anders kunnen klinken: ‘Besef je eigenlijk wat je doet? Zie je in water met jou aan het gebeuren is? Realiseer je je goed waar je uitkomt als je zo door holt?’

Durven mensen elkaar voldoende de persoonsgerichte, grondige levensvragen stellen? Mogen mensen die samenleven elkaar bevragen? Of bestaat er een modern taboe dienaangaande. Mogen en kunnen wij in familie elkaar nog corrigeren, elkaar door wederzijdse bevraging tot klaarheid brengen?

Soms zwijgen we elkaar dood.

(…) Natuurlijk heb ik nooit het recht, aan de ander persoonlijke vragen te stellen als ik niet vooraf mensennabij en luisterend met die andere mens omgegaan heb;

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Temmermannen om 15:44 Reageer op dit bericht

Een parochie die ‘beweegt’ of een parochie die ‘leeft’

 

Een kegelbal beweegt ook, krachtens de gerichte worp. Een voetbal eveneens, krachtens het doeltreffende schot. Zelfs een lijk beweegt, wanneer men er in een snelle wagen mee door het land rijdt. Maar zij ‘leven’ niet. Want leven is niet slechts ‘bewegen’, maar heel bepaald “zichzelf bewegen” vanuit een eigen innerlijk actie-centrum en beginpunt.

Elk pastoraal werk, elke godsdienstige opvoeding zal er heel bewust op gericht moeten zijn, precies dit moment naderbij de brengen waarop het godsdienstig ‘voort-bewogen-worden’ omslaat in ‘zichzelf-voortbewegen’. Wie dat niet beoogt maakt zichzelf als pastor met zijn parochianen of als ouder met zijn kinderen tot permanente ‘sleep’. Hij dispenseert daarmee iedereen van elk persoonlijk initiatief en sanctioneert in feit de godsdienstige passiviteit.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 16:46 Reageer op dit bericht

1 citaat van

Bernardus van Clairvaux

Met Bernardus van Clairvaux (1090-1153) en zijn tijdgenoot en vriend Willem van St.-Thierry begint de geschiedenis van de Westerse christelijke mystieke literatuur. In het bijbels Hooglied vonden beiden de geschikte taal om hun mystieke beleving uit te drukken. Voor het eerst sinds Origenes werd het liefdesspel van bruid en bruidegom niet langer toegepast op de relatie tussen God en de Kerk, maar op de verhouding tussen de individuele ziel en Christus. De innerlijke beleving had een taal gevonden. De geschriften van Bernardus en Willem zouden op nagenoeg alle mystieke schrijvers van de komende eeuwen een grote invloed uitoefenen.

De preken op het Hooglied vormen een hoogtepunt in het oeuvre van Bernardus. Begonnen in 1135, zal hij eraan werken tot aan zijn dood.

In deze 18de preek raakt Bernardus aan een vraagstuk dat in de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit steeds opnieuw ter sprake wordt gebracht, namelijk wat de liefde tot God en de liefde tot de naaste met elkaar te maken hebben. Zowat elke geestelijke schrijver heeft zich gebogen over de verhouding tussen het eerste en het tweede gebod en over de vraag wie nu de voorkeur verdient: Martha of Maria? Waarbij onmiddellijk opvalt dat de ervaring van alle (mystieke) auteurs gelijklopend is: God is liefde, Hij is de bron van liefde. Alleen wie van deze bron drinkt (de contemplatie) kan werkelijk liefhebben. Alleen de liefde die haar oorsprong vindt in God is vruchtbaar.

Bernardus gebruikt het beeld van een waterbekken en een kanaaltje. Het waterbekken moet eerst gevuld zijn voordat het kan overstromen en van zijn volheid kan meedelen. Pas als men vervuld is van Gods liefde is men in staat anderen lief te hebben en te helpen. Hij reageert scherp tegen de ‘kanaaltjes’ in de Kerk: ze geven door wat ze gekregen hebben zonder ervan vervuld te zijn. Daardoor berokkenen ze niet alleen anderen nadeel, maar ook zichzelf. “Help me met uw teveel,” zegt hij, “niet met uw tekort.” Vooral degenen die pastorale verantwoordelijkheid dragen in de Kerk moeten spreken en handelen vanuit deze overstromende liefde. Anders zijn hun woorden en daden niet vruchtbaar. Tussen de regels door lees je een pleidooi voor nederigheid, wijsheid en geduld. Zijn woorden klinken verrassend actueel in een Kerk waarin zovelen menen iets te zeggen te hebben en tal van pastorale projecten in de steigers worden gezet.

[De Schriftcitaten zijn cursief gedrukt.]

(…)

“De wijsheid bestaat erin dat men zich gedraagt als een waterbekken en niet als een kanaaltje. Want een kanaaltje ontvangt en geeft door op praktisch hetzelfde ogenblik. Maar een waterbekken wacht tot het gevuld is en wanneer het overstroomt deelt het mee zonder enig nadeel voor zichzelf, in de wetenschap dat wie zijn deel verkwist, vervloekt wordt. Misprijs mijn raad niet, maar luister naar iemand die wijzer is dan ik: De dwaas, zegt Salomo, brengt al wat hij in de geest heeft meteen naar buiten, terwijl de wijze het bewaart voor later. Werkelijk, in de Kerk van vandaag hebben we veel kanaaltjes maar heel weinig bekkens. De mensen langs wie ons hemelse rivieren toestromen hebben zo’n grote liefde dat ze zich willen uitstorten voordat ze vervuld zijn. Ze zijn eerder bereid tot spreken dan tot luisteren, en klaar om te onderwijzen wat ze niet geleerd hebben. Ze zijn erop uit anderen te leiden terwijl ze zichzelf geen leiding kunnen geven. (…)

David zegt: Moge mijn ziel verzadigd worden als van vet en olie. En mijn mond zal met jubelende lippen lofzingen. Hij wilde immers eerst een instorting ontvangen om zo tot uitstorting over te gaan. En hij wilde niet alleen éérst de instorting ontvangen, maar er ook door vervuld worden. Zo kon hij van zijn volheid meedelen in plaats van te geeuwen met een lege maag. Maar met voorzichtigheid, om niet, door anderen verlichting te brengen, zelf in moeilijkheden te komen. En toch ook onbaatzuchtig, in navolging van Hem van wiens volheid wij allen ontvangen hebben.

Ook gij moet leren niet uit te storten tenzij vanuit een volheid, en wil niet royaler zijn dan God. Het bekken moet de bron navolgen: deze vormt geen beek en maakt geen meer voordat ze zelf van water verzadigd is. Het bekken moet er niet beschaamd over zijn dat het geen grotere overvloed heeft dan de bron. (…)

Zo’n liefde (tot God) is hartstochtelijk en past bij de vriend van de Bruidegom. Het is de liefde waarvan de trouwe en bedachtzame dienaar moet branden, de man die de Heer boven al zijn andere dienaars heeft aangesteld. Deze liefde vervult, verwarmt, kookt en stort zich dan onweerstaanbaar naar buiten: ze stroomt over en ze breekt uit. Ze zegt: Wie is er zwak zonder dat ik het ook ben? Wie wordt er ten val gebracht zonder dat het ook mij kwelt?

Laat zo iemand preken, vrucht dragen, de tekenen vernieuwen en de wonderen herhalen! De ijdelheid kan niet meer binnendringen waar de liefde de hele plaats inneemt. Want de volheid van de wet en van het hart is de liefde, als deze tenminste vol is. Trouwens, God is liefde en niets ter wereld kan vervulling zijn voor een schepsel gemaakt naar het beeld van God, tenzij die liefde-God: alleen Hij is groter dan dat schepsel.

Het is zeer gevaarlijk een hoger ambt toe te vertrouwen aan iemand die nog niet tot die liefde gekomen is, hoe deugdzaam hij ook moge schijnen op andere domeinen. Al had hij alle wetenschap, al deelde hij al zijn bezit uit aan de armen, al gaf hij zijn lichaam prijs om te worden verbrand, als hij de liefde niet heeft, is hij leeg. Ziedaar hoeveel ons moet ingestort worden voordat we het mogen aandurven uit te stromen. Dan zullen we rijkelijk geven van onze volheid, niet van ons tekort.”

Citaat overgenomen uit archief Oude Abdij Drongen.

..

..

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 18:47 Reageer op dit bericht

“Waarom brengt de Heer ons naar dat land?” (Num 14, 3)

 

Spiritualiteit

 

Marianne Gronemeyer noemde het dominante concept van het leven het “leven als laatste kans”. Daarmee wordt bedoeld, dat wij al lang geen vertroosting meer zoeken in het hiernamaals, maar in het aardse leven. In dat aardse leven, maar nauwkeurig gezegd in liefde, werk en amusement, zoeken we optimaal geluk zonder lijden. Deze basisoptie vormt het gelaat van ons leven. Het wordt snel, overbevragend, angstig, desolidariserend.

 

Het aantal mensen die zo’n leven niet meer goed vinden, neemt toe. Ergens klop iets niet, zo voelen ze. Dikwijls gaat het zover als weglopen, wat velen ook doen (escapisme): in het gespeelde leven van de televisie, in drugs en alcohol, psychomatische ziektes, in sektoïde groepen, in zelfmoord.

 

Er bestaat echter een alternatief voor weglopen: het protesteren, de rebellie.

Begripsmatig uitgedrukt, zijn de alternatieven dus: de enen zoeken het verre, anderen de verte. Voor het protest staat in onze cultuur de megatrend van de herspiritualisering (Matthias Horx). Haar zoekdimensies worden ondertussen reeds goed onderzocht (Martin A.: Hunkering – het begin van alles. Dimensies van hedendaagse spiritualiteit, Ostfildern 2005).

 

Lied van de Kerken

 

Het is niet moeilijk om het lied te herkennen dat de Kerk in de handen van de liefhebbende muzikant van God – Christus – ten voordele van de hedendaagse Eurydice-mensdom moet aanheffen.

 

Diaconisering

 

Er is aan de ene kant de handvaste naastenliefde in de praktische vorm van de zorg voor de slachtoffers van het onrecht, tegelijk ook als politiek werk met het doel om slachtoffers van het onrecht te voorkomen, en aan meer rechtvaardige verhoudingen in de wereld vorm te geven. Dit diaconaat neemt de maat aan van God zelf (Ex. 3, 7 – 10): kijk toe waar anderen wegkijken, kom op voor in plaats van enkel op te treden, heb niet alleen medelijden maar pas zelf com-passie toe, lijdt mede, blijf niet aan de rand van de kruisweg van de mensen staan zoals de vrouwen langs Jezus’kruisweg, maar ga – soms helemaal niet vrijwillig – onder het levenskruis van anderen staan om het werkelijk mee te torsen, zoals Simon van Cyrene. Een diaconaaal sterke Kerk is het overeenkomstige antwoord van de Kerk op de hunkering van de mensen naar meer gerechtigheid en daarin ook naar vrede.

 

Spiritualisering

 

Tegelijk is er nood aan een spiritueel sterke, of beter gezegd: aansterkende Kerk: want lijdt onze Kerk niet aan een notoire spirituele incompetentie (Karl Rahner, 1972)?

Terwijl de hunkering ‘boomt’, krimpen de Kerken – zo zegt een Oostenrijkse journalist (Günther Nenning). Spiritueel sterkt de Kerk aan door spirituele plaatsen (centra, gemeenschappen, bedevaartsgroepen), spirituele personen (vrouwen en mannen van God, goeroes – bij wie we dappere leerlingen zijn), en niet in de laatste plaats door spirituele gebeurtenissen (scholen van het bidden en meditatie, mystagogische gebeurtenissen, eucharistievieringen die God-vol zijn en met een sterke beleving.

 

Kernzaak: “en”

 

In vergelijking met andere groepen, die ofwel vroom of politiek zijn, zal het lied van de Kerk zich onderscheiden doordat het beide bijeen houdt, de spiritualiteit met de diaconie, de mystiek met de politiek, de contemplatie met de actie. Of zelfs zoals bij Jezus: de liefde voor God met de naastenliefde. De vuistregel is: “Wie in God duikt duikt naast de arm(gemaakte)en weer op. En omgekeerd.” (vgl. Mt 25 en daarmee verbonden het pastoraal plan van Passau van 2000).

 

Een citaat uit de voordracht van Paul M. Zulehner gehouden aan de UCSIA. Visie en structuur, Oude Abdij Drongen – Antwerpen, 4 november 2005. De tekst telt 10 bladzijden.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 18:17 Reageer op dit bericht

Alicia en Victor spelend met de jonge Amos

Een jaar geleden: Victor en Alicia spelen in de tuin met hondje Amos. Zij lokken hem mee aan de koord. Zij hebben toen genoten van hun verblijf in België. Zij vonden het hier super 'cool', aldus Victor. Ondertussen spreken zij vlot Frans. Helaas hebben zij veel van hun eerste taal, het Italiaans vergeten. Af en toe een taalbad in Italië zal hen deugd doen.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Temmermannen om 20:08 Reageer op dit bericht

Het stamhuis van de familie Temmerman te Erondegem

Het stamhuis van de familie Temmerman te Erondegem. In 1661 woonde Pieter Timmerman zoon van Mattheüs reeds vis à vis de Kruis-Lieven-Heer van de kerk van Erondegem. Dat is juist op de plaats waar dit stamhuis staat. Het droeg de naam 'Het Schaek'. Op zolder was 'de muite' van Erondegem ondergebracht, d.w.z. de gevangenis van de heerlijkheid van Erondegem en Ottergem.  Het werd tot 1995 bewoond door tante Fine Temmerman. Helaas is het nu in vreemde handen. Aan dit huis is een zeer rijke geschiedenis verbonden.
Op de foto zien wij tante Fine en nicht Pauline.
Er stond een prachtige notelaar voor het huis.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Temmermannen om 20:01 Reageer op dit bericht

Trainen

(bij Mt 5, 48)

 

Weinig hebben we van nature,

veel moeten we aanleren,

met moeite verwerven en vasthouden.

 

Een lichamelijke behendigheid eist uren training,

armen en benen en andere spieren soepel maken,

door steeds dezelfde oefenstof,

eindeloos saai, maar noodzakelijk,

om conditie te krijgen en te houden,

om mee te kunnen en de eindstreep te halen.

 

Maar ons trainingsveld is veel groter;

wat vroeger schijnbaar van nature kon,

omgaan met elkaar,

lijkt tegenwoordig een probleem.

Waarom anders woorden als: eenzaamheid,

communicatiestoornis, polarisatie?

Daarom trainen in omgaan met elkaar,

oefenen in luisteren en spreken,

van mens tot mens, in grote groepen,

oefenen in democratisch denken,

in breken en delen…

 

Ook zullen we moeten trainen in bidden,

in luisteren naar God, in spreken met God,

we zullen bij Jezus in de leer moeten

om te ontdekken, wie de Vader is,

wat Hij van ons vraagt,

om te kunnen zijn zoals Hij,

want dat is toch de opdracht:

wees volmaakt, zoals uw Vader in de hemel.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 18:58 Reageer op dit bericht

Oma zeventig jaar jong!

Oma zeventig jaar jong!

Op zaterdag 5 november mochten opa, de kinderen en schoonkinderen en de kleinkinderen oma van Grimminge haar zeventigste verjaardag vieren. Er werd haar gezegd dat de eerste honderd jaar de moeilijkste zijn. Ad multos annos!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Temmermannen om 18:48 Reageer op dit bericht

Op, bezoek bij de lieve dames Noëlla en Anaïs

Op bezoek bij de lieve dames Noëlla en Anaïs. Samen met Genade en Stijn, Johannes, Maria-Clara, Elisabeth, Oma en Opa en deken Roger. Het was zondag 13 november een prachtige namiddag ten huize van juffrouw Anaïs, de lieve en toegewijde schooljuf van onze kleinkinderen.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Temmermannen om 14:48 Reageer op dit bericht

Wij brengen de natuur om zeep!

“Er zijn de voorbije halve eeuw veel ontwikkelingen ten goede gebeurd. We zijn vrijer en geëmancipeerder, er zijn veel meer mogelijkheden om te studeren en de wetenschap heeft unieke zaken tot stand gebracht. Maar we zijn overmoedig bezig. Ik kan me vreselijk kwaad maken over de drammerigheid van de reclame en het feit dat we louter als consument worden beschouwd. We kopen en verbruiken veel waar we totaal geen behoefte aan hebben en lijken niet meer in staat om het essentiële te onderscheiden van het bijkomstie. Op die manier zijn we ook de natuur naar de vaantjes aan het helpen voor alwie na ons komt. Natuurromantiek is aan mij niet besteed. De natuur is gruwelijk. Het is eten en gegeten worden en de mens is daarin een schakel. Maar ifk heb wel een groot ontzag voor de natuur en vind dat we er met respect moeten mee omspringen. We zijn zer zo van vervreemd dat we menen ongestraft lucht, water en bodem te kunnen vervuilen. We bouwen liever nog een verbrandingsoven dan het immense afvalprobleem aan de bron aan te pakken en komaf te maken met al die wegwerpverpakkingen. Vroeg of laat zal er een generatie opstaan die dat niet meer neemt. Zo hoopvol ben ik wel. Nu al zijn er heel wat mensen die de druk om te consumeren en de wegwerpcultuur beu zijn. Als ze zich verenigen zal de politiek wel moeten volgen. Er wordt veel over milieu gepraat, maar het blijft meestal nog één grote schijnheilige vertoning.”

 

Jozef Deleu in Aktief, 4 november 2005, p. 1 - 2

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 10:04 Reageer op dit bericht

De Grootste Belg: Pater Damiaan

“De Damiaanactie was het begin van mijn sociaal bewustzijn” citaat van Laurette Onkelinckx, vice-premier

 

“Hoe hebt u pater Damiaan leren kennen?

Pater Damiaan en de Damiaanactie liggen zeker aan de grondslag van mijn sociaal bewustzijn. (…)µ

 

Een revolutionair

Sinds mijn kindertijd volg ik dan ook het nieuws op pater Daminaan want hij is echt een buitengewoon persoon, ik zekere zin zelf s een revolutionair. Hij is niet enkel een man van de Kerk, hij is iemand die zich gewoon voor anderen inzette. Hij is ook een man die gewoontes doorbrak, die furfde in te gaane tegen de plaatselijke autoriteiten, zowel de politieke als de religieuze. Een man die bijzonder moedig was. Gans zijn leven, tot aan zijn dood toe, is hij tot het uiterste gegaan. Hij heeft duidelijk gemaakt dat zuld verregaand engagement de gangbare opvattingen aan het wankelen bracht, ook al moest hij daartoe zijn eigen leven in gevaar brengen. Deze man is echt boeiend. Zulke mensen zijn, jammer genoeg zeldzaam.

En wat ik natuurlijk interessant vind, is dat deze solidariteit die hij op gang bracht, werd verder gezet. Om die redenen vind ik Damiaanactie een boeiende vereniging, want zij zet Damiaans werk verder en doet diet echt samen met de lokale bevolking. Zulde acties organiseren is geen liefdadigheid maar duurzame hulp, het is echt een uitbouw op medisch vlak. Het is een heel zinvolle politiek, die misschien te weinig wordt toegepast.

(...)

 

Damiaan is genomineerd in ‘De grootste Belg’

Ik vraag me zelfs af of veel mensen waten dat hij een Belg was. Ik denk dat het een persoon of een organisatie is. Ik denk dat je aan de meeste mensen vraagt wat ze van de leprabestrijding vinden, van het werk van Damiaan of van Damiaanactie, dat ze allen uitzonderlijk psoitief zullen antwoorden…maar ik denk niet dat veel mensen wete dat Damiaan een Belg was. Maar hij heeft zijn plaats binnen de finalisten, dat is zeker”.

 

Interview door Stephane Steyt in ‘Actie Damiaan Krant 4, oktober 2005, p. 6 – 7 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Temmermannen om 10:35 Reageer op dit bericht

Meer van Wie niet dient, dient tot niets

↑ Terug naar de berichten