Als vrouwen wijs waren…
‘Als vrouwen wijs waren…’
Dit is de titel ven een boekje van Marianne Frederiksson dat mijn aandacht trekt in de bibliotheek.
Ik wil het vervolg kennen van deze zin.
In gedachten hoor ik vele gesprekken tussen vrouwen en ik begin zelf al invullingen te doen.
Als vrouwen wijs waren…dan zouden ze stoppen met chauffeur te spelen voor hun kinderen van de ene activiteit naar de andere.
Ze zouden stoppen met zich schuldig te voelen voor de ramen die al mee dan een maand niet meer gewassen zijn.
Ze zouden zich minder verantwoordelijk voelen voor hun dementerende vader.
Ze zouden het opgeven om hun tiener voor de zoveelste keer terecht te wijzen.
Ze zouden zich minder laten opeisen door hun werk buitenshuis.
Allemaal dingen die vrouwen niet zo wijs vinden als je ze in groep beluistert.
“Als vrouwen wijs waren” zegt de schrijfster…”zou de wereld niet meer draaien!”
Niet om een ongewassen raam of opvliegend stof valt de wereld stil.
De schrijfster doet dan drie waardevolle uitspraken;
“Het leven bestaat uit relaties en relaties vragen zorg, aandacht en tijd die we niet voldoende reserveren.”
Wijze vrouwen noteren ook deze waardevolle tijd in hun planning: wandelen samen met tienerdochter – bezoek aan zieke moeder – graf kuisen van opa.
“Zorgen hebben is de keerzijde van zorgen geven. Degene die werkelijk om een ander geeft, naar hem luistert en met hem meevoelt, moet erin berusten bezorgd te zijn.”
Wijze vrouwen hebben een groot inlevingsgevoel maar durven dit ook verwachten en toevertrouwen aan hun man, broer of zoon zodat bezorgd zijn niet alleen op vrouwenschouders rust.
“Je beseft pas hoe alleen je bent, als er niemand meer is die echt bezorgd om je is.”
Ik durf hopen dat wijze vrouwe altijd bezorgde vrouwen blijven die met een warm hart troost bieden en ook troost krijgen in dagen van verdriet en afscheid.
Aan alle mensen die rouwen om een verlies, wens ik wamre nabijheid van wijze vrouwen en mannen in deze koude novembermaand.
Carla Durlet in ‘Eigen Aard. KVLV, n°11, november 2005, 91ste jaargang, p. 5.




