Bewust verantwoordelijk zijn
Bewust verantwoordelijk zijn, is méér mens zijn.
En die verantwoordelijkheid waardig zijn, is gans mens zijn.
Reninca
Wie niet dient, dient tot niets
Bewust verantwoordelijk zijnBewust verantwoordelijk zijn, is méér mens zijn.
En die verantwoordelijkheid waardig zijn, is gans mens zijn.
Reninca
Nieuwe werelddelen ontdekkenMen ontdekt geen nieuwe werelddelen als men niet de moed heeft om alle kusten uit het oog te verliezen.
Gide
Eucharistieviering met diakenDe diaken in de viering van de eucharistie
De dienst van de diaken in de eucharistie
De Algemene Inleiding (Institutio Generalis Missalis Romani = IGMR) van de eerste editie [1]- tot of vandaag nog altijd van kracht in de Belgische bisdommen – brengt de aan de diaken toevertrouwde handelingen tijdens de viering van de eucharistie samen in n° 61
Onder de dienaars neemt de diaken de eerste plaats in; zijn rang werd vanaf het begin van de Kerk in eer
gehouden. In de mis immers heeft de diaken zijn persoonlijk aandeel door het voorlezen van het evangelie en
soms door het verkondigen van Gods woord, door het leiden van de voorbede, het dienen van de priester, het
uitdelen eucharistie aan de gelovigen, bijzonder onder de gedaante van wijn, en soms ook door het aangeven
van de gebaren en lichaamshoudingen van heel de gemeenschap.
Daarna worden in de nummers van 127 tot 141 de dienst van de diaken in detail beschreven. De derde editie handelt over de rol van de diaken in deel B van het vierde hoofdstuk (van af het nummer 171 tot 186) onder de titel “De mis met de diaken”.[2] De handelingen die aan de diaken werden toevertrouwd zijn gemakkelijk te vinden en zijn in de loop van de geschiedenis nauwelijks veranderd. Zij kunnen duidelijk worden gegroepeerd in drie categorieën in een orde van dalende waarde:
- de handelingen ‘intern’ aan de viering: de verkondiging van het Evangelie, de dienst van de kelk, de lezing van de voorbeden;
- de aanmaningen en aanwijzingen die aan de gemeenschap worden gegeven;
- de dienst van de priester, de dienst aan het altaar, en – indien nodig - de andere functies van dienaars die afwezig zijn.
Voorafgaande bemerking
Alvorens deze handelingen te bestuderen en van commentaar te voorzien, moet een belangrijke opmerking worden gemaakt: in het Romeins ritueel komt er geen enkel liturgische handeling voor die de diaken persoonlijk eigen is. In deze betekenis: indien de diaken afwezig is zal deze handeling niet zal ontbreken, maar door iemand anders gesteld worden, hetzij door de priester ( lezing van het Evangelie, aanwijzingen aan de gemeenschap, dienst van de kelk), hetzij door een acoliet ( dienst van de priester en het altaar), hetzij door een gelovige ( de voorbeden). Bij dit feit kunnen twee verschillende verklaringen worden gegeven. Deze hoeven elkaar niet tegen te spreken.
Van uit een spiritueel en liturgisch standpunt kan men op de eerste plaats gevoelig zijn voor het feit dat het normaal is dat het er zo aan toe gaat met degene die gewijd werd voor de dienst, en dat men volgens het Evangelie de ware dienaar daar aan kan herkennen dat hij niet onvervangbaar is en dat hij zelfs een ‘onnutte dienstknecht’[3] (Lc 17, 10) is, zoals Jezus heeft gezegd. In deze betekenis maakt de fragiele liturgische rol van de diaken in zeker zin de kracht uit van de christelijke fituur van de dienaar. Maar juist daarom zal men, van uit een meer kerkelijk en liturgisch standpunt, opmerken, dat indien de figuur van de diaken moet gelezen (geduid) worden als het ‘in beeld brengen van Christus de Dienaar’[4], de aanwezigheid van de diaken in de eucharistische handeling onvervangbaar is. Niet opdat de diaken zich meer belang zou aanmeten (bekoring die altijd op de loer ligt). Niet om de uitstraling van de viering te vergroten. Maar opdat bij degenen die voorgaat (presideert) en zodoende Christus de Herder manifesteert, in de gemeenschap zou herinnerd worden aan de ambtelijke aanwezigheid van degene die de grootste onder ons is omdat hij is als degene die dient (Lc 22, 27). De discretie en de nederigheid van de diaken in zijn eucharistische dienst zijn niet enkel liturgisch waardevolle vereisten, maar een mystiek imperatief, in de betekenis dat hij voortkomt uit de diepte van het mysterie van Christus de Dienaar. Veel diakens weten dat een waarachtige spiritualiteit van het hun liturgisch ambt zijn bron vindt in dit mysterie.
[1] I.C.L.Z., Guimardstraat 1, B – 1040 Brussel, Uitgeverij: Licap C.V., Brussel 1987 – D/1987/0279/002
[2] Deze derde editie van IGMR bevindt zich in het Latijn in de Missale romanum, editio typica. Typis Vaticanis, 2002. Er is mij geen vertaling in het Nederlands bekend. ‘De mis met de diaken’ = ‘Eucharistia cum diacono’(?).
[3] Volgens de Willibrord vertaling van 1975.
[4] Directorium voor de dienst en het leven van permpanente diakens, 1998, n° 32. Vertaling ‘een twee een’, jaargang 28 n° 1, januari 2000
Als wij nu eens een lottoformulier kochten!Als wij nu eens een lottoformulier invulden!
Misschien ken je het verhaal van de arme man. Hij had veel tegenslag te verwerken gekregen en daarom richtte hij zich tot God met de vraag: "Heer, ik bid je, laat me ten minste de lotto winnen!". De levensomstandigheden gingen echter van kwaad tot erger. Toch bleef de arme man bidden: "Heer, kom mij te hulp, laat mij de lotto winnen!". Elke dag steeg zijn gebed naar de hemel: "Heer, help mij, laat mij de hoofdprijs van de lotto winnen..." Tijdens de nacht maakte God hem wakker: "Ik wil wel je helpen, maar het is wel nodig dat je me een beetje helpt: vul tenminste een lottoformulier in!"
Stem dat onze tegenslagen daar aan te wijten zijn?
Elke dag lezen wij in de krant grote titels onder de rubriek: 'Gebeurtnissen van de dag": "Het geweld in de scholen neemt toe!"; "Spanningen en pesterijen op het werk"; " In de ondernemingen verharden de betrekkingen tussen de werknemers"; "De kleine agressies in de woonwijken nemen toe": " De mensen sleuren om een nimmendal elkaar voor de rechter": "Grootouders lijden onder het feit dat zij hun kleinkinderen niet mogen zien"; enz., enz.
Stel dat het komt door het feit dat wij onze spiritualiteit onder de korenmaat hebben verscholen! Toen de ouders van kleine Agnes Bojaxhiu hun pasgeborene hadden meegenomen naar de kerk om gedoopt te worden, verlangden zij voor haar de bron van opborrelend nieuw leven dat Jezus belooft aan hen die in hem geloven. Maar zij waren zich er helemaal niet van bewust dat deze bron in de loop der jaren zou uitgroeien tot een stroom die niet alleen miljoenen katholieken de dorst zou lessen, maar ook nog miljoenen mensen van andere godsdiensten, van andere overtuigingen, van staatshoofden en paria's, van hoogwaardigheidsbekleders en van melaatsen, van volwassenen en van kinderen. Vandaag kent iedereen Agnes Bojaxhiu, want zij in niemand minder dan moeder Teresa van Kalkutta. Haar uitstraling heeft zij geput uit haar doopsel, uit de eucharistie en uit de andere sacramenten en door het gebed.
Indien wij nu eens een lottoformulier invulden?
Over sociale huisvesting| COLLOQUIUM 'BETLEHEM - OVER SOCIALE HUISVESTING' | |
| BRUSSEL (KerkNet) - De Brusselse werkgroep Betlehem organiseert op vrijdag 9 november a.s. van 14 tot 18 uur in het auditorium 'Dom Helder Camara', Pletinckxstraat 19 in 1000 Brussel het colloquium 'Betlehem - Sociale Huisvesting'. De doelstelling van het colloquium is dubbel: enerzijds de Brusselse kerkelijke instanties - en de christenen in het algemeen - aansporen om gebouwen ter beschikking te stellen van de Sociale Huisvesting, en anderzijds ruimere bekendheid geven aan de sociale verhuurkantoren en de voordelen die zij kunnen bieden voor de eigenaars. De werkgroep Betlehem is opgericht na de oproep tijdens het 'Brussel Allerheiligen 2006'-congres van kardinaal Godfried Danneels voor een concreet initiatief in verband met sociale huisvesting. Deze werkgroep heeft als doel de bestemming van kerkelijke goederen voor sociale huisvesting aan te moedigen, in samenwerking met sociale verhuurkantoren. Op het colloquium worden de resulta ten van de werkgroep Betlehem voorgesteld. Meer info over het colloquium via de website van het vicariaat Brussel: www.kerknet.be/vicariaatbrussel/ (klikken op 'Kalender). | |

Men ontdekt geen nieuwe werelddelen als men niet de moed heeft om alle kusten uit het oog te verliezen.
Gide
Nieuwe werelddelen ontdekken
Het is beter...Het is beter te verslijten dan weg te roesten.
Sheelan
God spreekt tot ons door onze kinderen!Parabeltje van een plattelandsdiaken
God spreekt tot ons door de kinderen
Dokter Megglé vertelt: “Soms zijn het de kinderen zelf die aan hun ouders de rangorde van de prioriteiten in herinnering brengen. Toen onze tweede dochter twee jaar was, moest ik een examen in een grote kliniek afleggen. Wij woonden toen in een klein appartement. Wij waren in dat appartement als het ware met zessen opgestapeld. De eetplaats was dan ook mijn bureau. Door een auto-ongeluk was mijn rechterhand beschadigd en tot overmaat van ramp kon ik geen enkele aantekening of geen samenvatting maken. Het was zes uur ’s avonds en het moment om een bad te nemen. Ik beulde mij af met het doorploeteren van een groot handboek over psychiatrie, terwijl de kinderen kibbelden en lachten. Op de duur kon ik het niet meer aan. Niet meer wetend van welk hout pijlen maken en niet meer wetend tot welke heilige ik mij kon richten, liet ik het handboek voor wat het was en ging gedeprimeerd in de zetel liggen. Ik sloot mijn ogen zorgvuldig opdat de kinderen zouden denken dat ik sliep en mij zodoende met rust zouden laten. Ik moest eens stamel werk klaren, dat bovendien heel belangrijk was voor onze toekomst. Konden zij, al was het maar een beetje, rekening mee houden? Nauwelijks vijf minuten kon ik mij aan mijn stormachtige gedachten overlaten. Mieke schudde mij dooreen opdat ik naar haar schat zou kijken: het was eens stuk papier dat zij uit een tijdschrift had gescheurd. Zij wilde dat ik las wat op het blad was geschreven. Ik forceerde mij om naar haar te lachen en las toen tot mijn grote verbazing een citaat van paus Johannes-Paulus II: “ Geloof niet dat je in je leven iets belangrijker kunt doen dan een goede christelijke vader of moeder te worden.” Was dat verschieten! Marieke kan nog niet lezen en had dat vergeten stuk papier onderaan in een schuif gevonden. De engel Gods had tot mij gesproken. Ik had een directe communicatie met de hemel. En ik vond de rust in mezelf terug! Sedertdien heb ik de rangorde in de prioriteiten meer vergeten. Dank je wel, Marieke.”
Diaken Maurice Temmerman
Groeiende kloof tussen arm en rijk!
Startdag pastoraal werkjaar te Aalter

Over Baziel Maes: onze professor logica
Door 'biobrandstoffen' eten wij de derde wereld op!
"Mijn man wordt gewijd"
UTRECHT (RKnieuws.net) - Afgelopen zaterdag heeft Lex Janssen de diakenwijding ontvangen. Aan het eind van de wijdingsplechtigheid overhandigde de nieuwe permanente diaken aan mgr de Korte een boek dat de titel draagt: ’Mijn man wordt gewijd’. Het boek bevat dagboekaantekingen van zijn echtgenote, Renilde van Wieringen.
“Mijn man wordt gewijd” vertelt het verhaal van een jong gezin waarvan de vader een deeltijdopleiding - de diakenopleiding Utrecht - volgt om onbetaald diaken te worden in de rooms-katholieke kerk. Vijf jaar gezinsleven in dagboekfragmenten, afgewisseld met teksten van Augustinus tot en met de krant anno nu.
De auteur, Renilde van Wieringen is theologe en kunstenares, en echtgenote van Lex Janssen. Zij publiceerde tekeningen en wetenschappelijke artikelen alsmede –in 2004– een theologisch proefschrift.
De bisschoppelijk gedelegeerde voor de diakens, professor dr. Henk Schoot schrijft op de website van de diakenopleiding van het aartsbisdom Utrecht:
’Dit boek is op de eerste plaats een getuigenis van liefde. Een getuigenis van de liefde tussen vrouw en man, die ook en juist gestalte krijgt in de liefdevolle omgang met hun kinderen én hun leven in de kerk, en leeft van aandacht, meeleven, samenspraak, respect, steun, begrip, correctie en richting. Daarin en daardoor getuigt het tevens van de liefde van God voor zijn mensen, van mensen voor de kerk, van broer en zus, van vrienden voor elkaar. Het is ook en op de tweede plaats een getuigenis van de andere kant van de opleiding. Als docent en gedelegeerde ben je altijd bezig te kijken naar hoe wat je zegt en doet verwerkt wordt, in vragen en andere reacties, in werkstukken, in gedrag, in integratie; je let op, je spreekt, ook met echtgenotes. Maar nu komt de andere kant echt in beeld. Wat de opleiding voor de echtgenote, en daarmee toch indirect ook weer voor de student betekent. Het is een mooi beeld dat oprijst, om trots op te zijn óók als opleiding. Op de derde plaats is het boek een getuigenis van intelligentie en prudentie. De stukken geestelijke lezing zijn goed gekozen, en niemand wordt door het dagboek nadelig belicht of zal er hinder van ondervinden. Geen personen, maar ook niet het beleid, of de inhoud van de cursussen: sociale leer, theologie van het diaconaat, spiritualiteit, theologie van het huwelijk, vrouw en wijding, allen komen op een evenwichtige en rustige, aandachtige manier aan bod. En ten slotte vind ik het boek een getuigenis van katholieke evenwichtigheid. Wat belangrijk is, is dat altijd geweest en zal dat ook altijd blijven: de liefde en het respect voor ouders en familie, het kerkelijk leven, de eucharistie, de Schrift, de heiligen, zorg, gerechtigheid, trouw. En dat alles met de nodige nuchterheid beschreven, zonder sentimentaliteit of dweepzucht.
Eén van de mooiste zinnen vond ik nog dat Lex katechese heeft leren zien als een vorm van diakonaat: "Want wie woorden geeft aan waar het nu werkelijk om gaat in het leven, verlaat de weg van de geestelijke armoede." (blz. 176). Het maakte mij duidelijk waarom de stola van Lex getooid wordt met het Boek."
Het boek kan direct besteld worden bij www.skandalon.nl voor de prijs van € 15,-.
Renilde van Wieringen, Mijn man wordt gewijd, Vught: Uitgeverij Het Zuiden, 2007. ISBN 978-90-76564-661
God is onze schrijnwerker - beeldhouwerParabeltje van een plattelandsdiaken
God is onze schrijnwerker – beeldhouwer!
Welke bedoeling had God toen hij het heelal schiep? Het was voor hem geen speeltje, geen tijdverdrijf en zeker niet een manier om zich te laten gelden. Hij wil(de) zijn leven mee-delen, zijn volheid van liefde! Hij wil(de) vrije zonen en dochters die hem liefde om liefde geven. Daarom stuurt de Vader zijn Zoon, God uit God, Licht uit Licht. De Zoon wordt de stielman die gedurende dertig jaar druk in de weer is om uit te zeggen hoe zijn Vader zich inspant opdat wij zijn kinderen zouden worden.
Hij kende de kwaliteiten van het hout. Er stonden bomen op de heuvels van zijn omgeving: eiken, esdoornen, cypressen, …. Deze bomen leverden goed hout voor de verschillende behoeften van de schrijnwerker. Een schrijnwerker is er goed van op de hoogte dat hij geen groen hout mag bewerken, zeker niet alvorens alle vocht is uitgezweet. Het groene hout moet bewaard worden tot dat het gedroogd is. Pas dan kan hij het bewerken zonder het risico te lopen dat het achteraf gaat vervormen. Hout bewerken eist geduld en een zekere sympathie voor het hout. Een schrijnwerker kent het hout zoals een vriend zijn vriend kent, zoals een echtgenoot zijn echtgenote kent. Hij kent de mogelijkheden van het hout, de knopen, de zwakke plekken en de verschillende kwaliteiten naargelang de soort. Het hout is levend materiaal dat enige verwantschap (gelijkenis) vertoont met het menselijk lichaam, een zekere levensduur, een beperkte weerstand, een eigen soepelheid en hardheid, een eigen waardigheid en schoonheid. Men zegt van het hout dat het aders heeft. Als men groen hout kapt, weent of bloedt het hout.
Ik koester de gedachte dat God ons als een goede schrijnwerker uitkiest, bewerkt, ons met precisie ineenvoegt, om er een werk van te maken dat ons ver te boven gaat.
Beschikken wij over voldoende inschikkelijkheid en geduld om hem toe te laten zijn werk aan ons tot een goed einde te brengen?
Een oude diaken hield er aan te vertellen over een gebed dat hem geweldig had ontroerd. Tijdens zijn ziekenbezoek kwam hij regelmatig bij een hoogbejaarde dame. Op zekere dag vertelde deze totaal afhankelijke vrouw hem het volgende: “Mijnheer de diaken, U weet waarschijnlijk niet wat tot God zeg? Ik zeg hem het volgende: U zijt een goede metser, neem dan de steen die ik ben, kap hem naar behoren en plaats hem naar je goeddunken.”
Het komt er op aan zich door de goddelijk Bouwer te laten kappen, zich te laten beitelen, opdat wij de goede plaats zouden innemen in de Kerk die hij sedert twintig eeuwen aan het bouwen is op zijn apostelen…
Misschien ken je de volgende parabel: van zodra een kind uit het huis van zijn ouders kon ontsnappen, ging het bij hun buur: een kunstenaar beeldhouwer. Het bracht in het atelier van zijn vriend uren achtereen door, zonder een woord te zeggen. Het was gefascineerd door het marmer, de beitels, de geuren, het ritme, de nauwkeurige en delicate handelingen, de oogopslag van de kunstenaar…Op zekere dag had de kunstenaar eindelijk zijn kunstwerk af. Er bleef geen grote vormeloze blok marmer over, maar een schitterend werk, echter dan in de natuur. En het kind, in verrukking voor dat wonder kunstwerk, vroeg aan zijn vriend: “Hoe wist je dat er een paard verborgen zat in het marmer?”
De Heer, onze schrijnwerker-beeldhouwer, weet heel goed wat welke schat verborgen zit onder onze buitenste korst
Diaken Maurice Temmerman
Baziel Maes overleden
Het geschenkParabeltje van een plattelandsdiaken
Het geschenk of…den Ahthayet
‘Met open handen’ is een prachtig boekje over bidden. Het heeft een tijd geduurd voor ik de betekenis er van begreep.
Wij, mensen, willen alles zelf in de hand houden.
Wie eet nu graag uit iemands anders hand. Neen, wij geven liever als dat wij krijgen. Als wij krijgen ‘moeten’ wij ‘dank je wel’ zeggen. Dan voelen wij ons klein, kleiner dan de ‘milde’ gever.
Afhankelijk zijn van anderen is ons een gruwel.
Wij willen geven als een ‘grand seigneur’. Dan zijn wij groter, de anderen kleiner; zij zijn dan van ons afhankelijk.
Wij merken dat reeds als wij bezoek ontvangen. Altijd horen wij de gastvrouw, gastheer, onszelf zeggen: “Dat hadden jullie niet moeten doen!”. En echt, wij voelen ons ‘verveeld en verlegen’: wij moeten ons hand uitsteken. En krijgen. Terwijl wij liever geven.
Bij het eerst volgende tegenbezoek geven wij iets navenant: dan staan wij effen. Wij geven zelfs meer: dan liggen wij boven!
Daarom zijn onze ‘feesten’ dikwijls zo duur! “Zij moeten niet denken dat wij dat niet kunnen!” En wij gaan lenen om nog groter receptie, nog grotere menu, nog betere wijn te kunnen schenken. De afbetaling nemen wij er graag bij. Wij hebben immers gewonnen in het spel: ‘de grootste zijn’.
Het vraagt veel wijsheid om te leren dat leven ‘met open handen’ een van onze belangrijkste houdingen is; een van onze belangrijkste verworvenheden.
Waarom?
Het belangrijkste in het leven krijgen wij immers. Namelijk het leven en dat wat ons leven de moeite waard maakt, de liefde, krijgen wij eveneens.
Onze Nederlandse taal heeft daar een mooi woord voor: ‘onze om – geving’: dat wat rondom ons ge-geven is.
Mij bekruipt de bekoring om nu te beginnen opsommen.
Beste lezer, ga even zitten met open handen. Bekijk je ‘open handen’ en zie wat allemaal in je handen werd gelegd als een grote ‘ahthayet’, ‘een groot geschenk’. Alles hebben wij gekregen van de grote Gever, langs de vele, vele kleine gevers!
Als je euro valt, ga je misschien eindelijk ‘dank je wel’ zeggen.
En je voelt: ik moet mij voor die ‘ahthayet’* niet schamen: het belangrijkste leven krijgen wij!
* ‘Den Ahthayet’ is een ideaal oord indien je op zoek bent naar rust, stilte, ontspanning, onthaasting. Je kan het vinden in het stiltegebied van Vlaanderen, ‘omgeving’ Geraardsbergen.
Diaken Maurice Temmerman
Twintig jaar verzet tegen armoede
BenedicereParabeltjes van een plattelandsdiaken
Hij nodigt ons uit om van het heden te genieten
of om de maaltijd te zegenen!
Bij het lezen van het evangelie valt het op dat Jezus aan vele maaltijden heeft deelgenomen. Bij Zacheüs, Martha en Lazarus, bij Simon de Farizeeër, bij de schoonmoeder van Simon Petrus, enz. Na de verrijzenis zien wij hem weer aan tafel schuiven: in de herberg van Emmaüs, smullend van de gegrilde vis aan het meer van Tiberias,… Het is een teken: Jezus wilde ons ontmoeten in Eucharistie. Maar niet alleen daarom. Het is een knipoogje van God. Jezus wilde ons uitnodigen om van onze maaltijden een plaats van broederlijke en zusterlijke ontmoeting te maken. Wij zijn daar samen in een geest die mijlen ver verwijderd is van die in een fast-food en van deze triestige definitie van het gezin: “Een verzameling van personen die dezelfde ijskast gebruiken.” Waarbij wordt verondersteld dat moeder die ijskast vult zodanig dat ieder zich naar zijn goesting kan bedienen, wanneer men wil, van hetgeen men wil.
Christenen laten de maaltijd vooraf gaan door een zegen. Sommigen zingen in het Nederlands een of ander lied of een canon op de tonen van Broeder Jakob. Anderen lezen een gebed uit een boek(je). Nog anderen lezen een pericope (tekstgedeelte) uit het evangelie of beelden een lied uit.
Het kortste gebed is zeker en vast het Latijnse gebed: Benedictus Benedicat: “Dat de Gezegende ons zegene.”
Het meest solidaire gebed dat ik ken is dat van de voddenrapers van Emmaüs van abbé Pierre: “ Heer geef brood aan degenen die honger hebben … en geef honger aan degenen die brood hebben.” Uit Guadelupe komt het meest wijze gebed: “Het brood van gisteren is oudbakken. Het brood van morgen is nog niet gebakken. Dank U Heer voor het brood van vandaag!” Het nodigt ons uit om van het heden te genieten.
Op zekere dag werd een kind van zes jaar uitgenodigd in de katholieke familie van haar beste vriendin. Bij het begin van de maaltijd hoort zij de hele familie het gebed voor de maaltijd bidden: “ Zegen ons Heer. Zegen ook deze maaltijd, en al degenen die de bereiding er van hebben mogelijk gemaakt en bezorg brood aan al degenen die er geen hebben.”
Bij het gaan zitten, zegt de zesjarige: “Bij ons bidt men niet voor de maaltijd omdat mijn moeder goed kan koken.”
Er wordt een verhaal uit de missie in Afrika verteld. Een missionaris trekt er alleen op uit naar de woonplaats van een afgelegen stam, aan de andere kant van savanne. Als enige bagage neemt hij wat eten mee, een drinkbus en een wandelstok. Plots staat hij oog in oog met een enorme grote leeuw. Die leeuw heeft duidelijk geeuwhonger! “Wat nu gedaan, denkt de missionaris. Met mijn wandelstok kan ik mij niet verdedigen. Alleen mijn geloof kan mij redden.” Hij valt op zijn knieën en bidt: “Heer, heb medelijden met mij. Inspireer deze leeuw met christelijke gevoelens.” Plots ziet hij de leeuw op zijn knieën zakken en een kruisteken maken. Dan hoort hij hem zeggen: “Heer, zegen dit voedsel dat wij tot ons gaan nemen.”
Diaken Maurice Temmerman
Rechten van vluchtelingen