

Een bezoek aan het oude vissersstadje Greetsiel mag eigenlijk niet ontbreken.
We verkiezen de korte weg ipv via Emden Knock. Water en boten hebben we nu genoeg gezien.
Via het binnenland bereiken we de grote parking aan de ingang van het stadje.
We plaatsen ons vooraan op de parking en kunnen hier 3 uren blijven staan voor enkele euro’s. De officiële MH-plaats is achteraan op de parking.
Behalve van het toerisme leeft Greetsiel van de garnalenvisserij. Het eerste dat we zien zijn de tweelingmolens die de bekendste zijn hier in de streek. De 1ste herbergt een gezellige Teestube en in de andere kan men Ostfriesische specialiteiten aankopen. We kiezen de weg naar de haven en komen terecht in een historische prent. Stel de bezoekers voor in historische klederdracht, dan stap je zo het verleden binnen. Hier is de tijd blijven stilstaan. De haven en de historische gebouwen in de kernplaats worden nog steeds vaak gebruikt als achtergrond bij films. In de kleine haven liggen de “Krabbenkutters” uit te rusten na hun zware dagelijkse taak op zee. Als we via het bruggetje aan de overkant komen ontdekken we nog een gezellig steegje met eetgelegenheden en diverse kunstenaarswinkeltjes en zelfs een kerkje waarvan, raar maar waar, geen enkele muur of raam van recht staan.
Typisch is ook het platduits, dat hier gesproken wordt : “Well na Greetsiel kummt, sücht al van wieden de twee Windmöhlens, de hör Flögels bi gaude Wind immer noch dreihn”. Vertaald betekent dit het volgende: Wie naar Greetsiel komt, ziet als eerste de twee windmolens, met hun wieken die bij goede wind altijd nog draaien. Al is het heden een echt toeristisch plekje, het is de moeite om een stop in te lassen en een bezoek te brengen aan dit gezellige vissersdorpje.










