weerspreuken
Weerspreuken juli.
- Is de eerste juli regenachtig, geheel de maand zal wezen twijfelachtig.
- In de Hooimaand moet gebraden wat in september moet geladen. (Voor een overvloedige oogst is een hete maand juli nodig)
- Wat juli en augustus aan de wijn niet koken, dat zal er september niet aan braden. (als de maanden juli en augustus niet heet zijn, mislukt de wijnoogst)
- In juli zonnebrand, wenst ieder op het land.
- Juli met de warmste dagen, broedt de grootste donderslagen.
- Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.
- Juli bakt ons vaak in het zweet, augustus is ook wel eens heet.
- Nog nooit was een boer arm, was juli vochtig en warm.
- Mistsluiers in de vroege nacht geven julidagen in volle pracht.
- Wil het in juli niet heten, zal men in augustus zweten.
- Wanneer juli verkeert in gloed, dan worden vrucht en wijnen goed.
- Is in juli de ochtend rood, ‘s avonds verkeert het weer in nood
Hondsdagen
De maand juli staat ook in het teken van de zogenoemde hondsdagen. Deze periode, die loopt van ongeveer 20 juli tot 20 augustus, geldt traditioneel als de warmste tijd van het jaar. De naam verwijst naar de ster Sirius, de hoofdster van het sterrenbeeld Grote Hond. Al in de oudheid werden de hondsdagen geassocieerd met grote hitte en tal van weerspreuken en volkswijsheden.















1 reactie op dit bericht
Hondsdagen