Nog twijfel


'Lipperhey is de ware ontdekker'
door Emile Calon. dinsdag 02 september 2008 PZC
MIDDELBURG
Wetenschapshistoricus Huib Zuidervaart weet het zeker.
Tot nu toe duiken steeds twee namen op als het gaat om de uitvinding, vierhonderd jaar geleden, van de verrekijker: de Middelburgse brillenmakers Lipperhey en Jansen. Zuidervaart zegt dat duidelijk zal worden dat Jansens naam ten onrechte gekoppeld wordt aan die zeer belangrijke uitvinding.
Vast staat dat Lipperhey in oktober 1608 patent aanvroeg op 'een zeker instrument om verre te zien'. Dat was nadat hij zijn uitvinding eind september in Den Haag had gedemonstreerd aan stadhouder Prins Maurits. In de verslagen van die demonstratie komt nergens de naam van Jansen voor. Diens naam duikt volgens Zuidervaart voor het eerst op in 1665. In dat jaar liet de Franse hofarts Pierre Borel een onderzoek uitvoeren naar de 'ware uitvinder van de verrekijker'. In die publicatie getuigt Johannes Sachariassen, de zoon van Jansen, dat zijn vader al in 1590 een verrekijker had gemaakt. Ook is er een verklaring opgenomen van Willem Boreel, destijds ambassadeur aan het Franse hof. Die oud-Middelburger verklaarde ook dat Jansen eerder was dan Lipperhey. Zuidervaart stelt dat uit niets blijkt dat Jansen voor 1616 zich daadwerkelijk bezighield met het maken van brillen. In dat jaar werd hij voogd over de kinderen van een andere brillenmaker en werd hij zelf ook brillenmaker.
Volgens de wetenschapshistoricus heeft Zeeuwse trots lange tijd een belangrijke rol gespeeld bij het naar voren halen van Jansen als de (mede)ontdekker van de verrekijker.
"Lipperhey was immers van Duitse afkomst terwijl er lang vanuit werd gegaan dat Jansen een rasechte Zeeuw was." Uit zijn studie blijkt dat ook dat niet klopt. "Jansen kwam uit Den Haag."
Wetenschapshistorici uit vijftien landen komen van 25 tot en met 27 september naar Middelburg voor het geschiedkundig congres. Ze herdenken dan dat vierhonderd jaar eerder Lipperhey met een aanbeveling van de Staten van Zeeland naar Den Haag vertrok om zijn octrooi aan te vragen. Die aanvraag documenteert volgens Zuidervaart het begin van het openlijk gebruik van de verrekijker als 'eminent wetenschappelijk, militair en zeevaartkundig instrument'.
Met zijn kijker ontstond volgens hem voor het eerst het besef dat met een optisch instrument kennis kon worden vergaard die met het blote oog niet was te zien. Als voorbeeld wijst hij naar de verschrikte reactie van de Spaanse opperbevelhebber markies Ambroglio de Spinola. Die was aanwezig bij de demonstratie van Lipperhey's vinding in Den Haag en merkte bezorgd tegen Prins Maurits op: "Vanaf nu zal ik niet veilig meer zijn, want jullie kunnen me van veraf zien
















