27, 28 en 29 januari
Dinsdag 27 en woensdag 28 januari en donderdag 29 januari.
Dinsdag hebben we aan het strand gezeten en woensdag hadden we weer een excursie. Eerst het bird park bezocht. Zie de foto’s; prachtige vogels; een prachtig park. Maar oh wat was het heet; we hadden letterlijk geen droge draad meer aan ons lijf. In het gouddorp Celuk gekeken hoe de zilversmid aan het werk is: een uiterst precies werkje.Hier wordt volgens traditionele methoden overwegend fijn filligreinwerk gemaakt. Mas is het dorp van de houtsnijders. Zij toveren uit grote houtblokken edele heldengestalten en sierlijke hemelse nimfen, lachende kikkers en grootogige apen, kleurige bloemen en vruchten.Terloops nog de waterval bij Penggubugang bekeken en door het platteland naar een plantage in Kintanmani bij Batur .Helaas begon het daar te stortregenen hetgeen ook duidelijk op de foto’s is te zien. Een echte tropische bui. We zaten dan ook in de bergen waar het veel meer regent dan aan de kust (daar was geen drup gevallen). Het proces van de Balinese Luwak coffee werd ons uitgelegd. Hoe het beest heet waarvan uit de uitwerpselen de koffieplant groeit weet ik niet meer. Zoeken we thuis op op internet. Kost hier te veel tijd (en geld; kan ik zo veel leukere dingen van kopen). Verder de bergen in door allerhande kleine gehuchtjes naar de vulkaan bij het Baturmeer. Ca. 30 km. Ten N.O. van Ubud naar Penelokan. Dit wordt als een van de mooiste vulkaanlandschappen van Indonesie beschouwd. Enkele miljoenen jaren geleden heeft zich hier na een gigantische vulkaanuitbarsting een caldera gevormd, die met een doorsnede van 12 km een van de grootste ingestorte kraters ter wereld is. In het midden van de reusachtige oude Baturkrater ontstond een nieuwe vulkaan: de 1717m hoge, nog steeds actieve Gunung Batur, die in 1994 voor de laatste keer uitbarstte. Op zijn hellingen liggen gestolde lavastromen tot aan de oevers van het Baturmeer. Dit meer, met de vorm van een halve maan, vult ongeveer 1/3 van de caldera. Langs de terrassen rijstvelden door Ubud (Vicki Baum schreef hier vele hoofdstukken van haar boek “Liefde en dood op Bali” ) terug naar huis. Ubud is het op een na belangrijkste toeristencentrum van Bali. De hoofdstraten van de stad zijn omzoomd met hotels, pensions, restaurants, bars, galeries en winkels. Dat moet je niet Europees voorstellen. Voor ons komt dat allemaal zeer chaotisch (en vies) over. En bij thuiskomst stond er een mandje met fruit. Een fantastische verzorging heb je hier. Ook de zieken (2 in ziekenhuis voor de darmen en 1 met knokkelkoorts) worden geweldig begeleid.
Donderdag 29 januari.
Weer een stranddag maar om een uur of 2 weer een tropische regenbui. Een kwartiertje later lagen we weer in de zon. Ja, we zitten in het regenseizoen en dat zullen we weten ook. Maar dat valt toch heel erg mee.
Veel genoegen met het bekijken van de foto’s.





