Ontstaan van het dorp Kethel en Spaland.
In een moerassig gebied met kreken en riviertjes, waar eb en vloed vrij spel hadden, ontstond reeds voor het begin van onze jaartelling een nederzetting waarvan de oudst bekende namen Haruc en Hargan later moesten plaatsmaken voor het voor ons vertrouwder in de oren klinkende Kethel.
Een naam die we voor het eerst tegenkomen in 1083 op een lijst van bezittingen van de abdij van Egmond.
Pas vanaf het midden van de dertiende eeuw wordt de naam Kethel steeds vaker in de akten aangetroffen.
Het gebied werd geleidelijk een welvarend landbouw en veeteeltgebied.
Maar omdat het gebied ongeveer gelijk lag met de zeespiegel was het erg kwetsbaar en waren er enorme overstromingen.
Zo werd in de 12e eeuw de Oude Dijk gerealiseerd, langs Vlaardingen, Kethel en Overschie om de vloed van een stijgende zeespiegel te weren.
Rond 1250 is de Schie van Delft naar Delfshaven uitgegraven en om het onvoldoende afwatering naar de Maas nog meer te verbeteren, tevens werd de Poldervaart gegraven van Vrijenban [ bij Delft ] naar Vlaardingen, gereed in 1280.
De afwatering naar de Maas gebeurde met getijdesluizen [ spuisluizen ], dat wil zeggen, dat de afwatering alleen mogelijk was als het water in de Maas lager was dan in de boezemwatering, er waren vijl spuisluizen aan het einde van de Poldervaart, het gebied wordt nog steeds genoemd ''vijfsluizen''.
In de 15e eeuw werden er tientallen windmolens gebouwd, hierdoor verbeterde de situatie aanzienlijk.
Toch kwam het voor dat er teveel water in de boezen bleef, dan werd er het ''maalpeil'' afgekondigd.
Dit betekende stoppen met malen uit de polder totdat het boezemwater voldoende gezakt was.
In 1913 was in Kethel en Spaland het inwonersaantal 1421.
In 1942 wordt het dorp Kethel en Spaland met bijna 2500 inwoners geannexeerd door Schiedam en deels door Rotterdam.
EINDE VAN HET DORP KETHEL EN SPALAND.




