Vrijdag 10 maart 2006
Mopkes van Baziel!
Een paar mopkes van Baziel, om het week-end al lachend in te zetten. Ik ga eerst nog een dag of twee werken hoor!
Baziel
- Baziel moest naar Brussel bellen. Aan de andere kant zei de telefoniste: 'J'écoute'. 'Ik ook', antwoordde Baziel, ' 'k hen zelfs stief koed '.
- Zei de dokter: ' Baziel, gij hebt gij zeker dikwijls dorst? ' ' Ba neen 'k meneere den dokteur ', antwoordde hij, ' 'k en loaten ik dat nooit zo verre kommen '.
- Toen Baziel thuis kwam vroeg Zulma: ' Hoeveel heb je d'er nu weer gedronken? ' Baziel: ' Zulma, 'k gon ik ip café vor e pientje te drinken en nie vo te leren tellen '.
- Baziel zag een pastoor met een 'col romain'. ' Wa wil da zeggen, zo'n averechtse col? ' vroeg hij. ' Dit wil zeggen dat ik Vader ben ' antwoordde de priester. ' 'k Zien ik ook voder ', zei
Baziel, ' mo'k dragen ik mien kol nie averechts. ' ' Ja maar ', lachte de pastoor, ' ik ben Vader van duizenden '. Zei Baziel: ' Zoe je ton nie beter je broek averechts andoen? '
- Zulma lag op sterven. De verpleegster had een brandende kaars in haar handen gestopt. Zei Baziel: « Zulma, os je wil dood goan, je zoed er beter e gedacht van maken, want anders go je nog je' n pooten verbranden ».
- Baziel liep zo zat als een kanon door de nacht. Hij strompelde van lantaarnpaal tot lantaarnpaal. Aan een late voorbijganger vroeg hij: « Menere, zoe je e ki kunnen tellen hoeveel buulen da'k ip m'n voorhoofd hèn? » « Drie » antwoordde de voorbijganger. « 't Is goed » zei Baziel, « nog twee lanteirens en 'k zien thuus
- Baziel, je kiek zo rare. Wa schilt er? » Baziel: « 'k Hen juuste e boekstje gelezen met e gheel triestig ende ». Zulma: « En waffer boekstjie is da? » Baziel: « Ons spoarboekstjie ».
Geschreven door Bieken om 00:00
Stuur door





