Naar de inhoud

Bindingsangst en Verlatingsangst

Bindingsangst, verlatingsangst, borderline, persoonlijkheidsstoornis, hechtingsprobleem, hechtingsstoornis, hechtingsproblematiek, gehechtheid
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Hoe je kunt groeien in een extraverte wereld

Marti Laney

Introvert door het leven

Hoe je kunt groeien in een extraverte wereld


Als je in spiritualiteit, religie of filosofie bent geïnteresseerd, is de kans groot dat je jezelf als introvert zult bestempelen. Dit heeft te maken met je oriëntatie op het leven. De waan van de dag is minder belangrijk. Maar hoe houd je je staande in de snelheid van het bestaan?Als je introvert bent, heeft dat zo z?n voordelen. Je gaat niet over één nacht ijs bij het nemen van beslissingen, je kunt je inleven en luisteren als geen ander en je bent uitstekend in staat jezelf te vermaken. Toch heeft het ook een keerzijde: je hebt een gebrek aan assertiviteit, treuzelt als snelheid geboden is en bent vaag als er juist een duidelijk standpunt van je wordt verlangd. Dit boek geeft tips waarmee introverte mensen hun voordeel kunnen doen: beroepskeuze, communicatie, relaties, omgaan met gedachten, angsten en frustraties en spirituele ontwikkeling passeren de revue. Omdat het nogal eens botst tussen introverte en extraverte mensen is dit boek ook nuttig voor ouders, opvoeders, werkgevers, vrienden en partners van introverte mensen. Zo kunnen onbegrip en te weinig inlevingsvermogen tot een minimum worden beperkt. Het boek is op een luchtige, humoristische toon geschreven en staat boordevol herkenbare voorbeelden. Zelden is introvertie zo aanschouwelijk gemaakt


ISBN 9789025959319
http://www.uitgeverijtenhave.nl/index.php?option=com_books&task=book&id=2071&Itemid=39

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door webmaster om 15:53 Reageer op dit bericht

Wat is bindingsangst?

Wat is bindingsangst?

De angst om een relatie aan te gaan

Omschrijving :

Bindingsangst is de angst om zich te hechten aan iemand uit angst om gekwetst te worden, verlaten of afgewezen te worden. Vaak is het vertrouwen in belangrijke personen reeds vroeg in het leven gebroken door negatieve ervaringen. Iemand met bindingsangst kan daardoor niet echt psychisch en/of lichamelijk intiem zijn.
Bindingsangst komt vooral voor in intieme relaties, omdat mensen daarin het kwetsbaarst zijn.

Mogelijke aanwijzingen :

· Blijven twijfelen of je partner wel ‘de ware’ is.
· Je vindt dat je geliefde te veel aandacht vraagt.
· Je brengt meer tijd met je vrienden door dan met je geliefde.
· Veel korte relaties hebben.
· Als je een relatie hebt, wil je niet lang samen zijn. Een vakantie samen zien je vaak niet zitten.
· Plannen maken voor de toekomst, zoals praten over samenwonen of kinderen krijgen, ga je uit de weg.
· Angst om in de steek te worden gelaten nadat je een relatie bent aangegaan.
· Het gevoel dat je vrijheid verdwijnt als je een relatie aangaat.
· Angst voor intimiteit, tederheid
· Zelden of nooit over je gevoelens, je zorgen praten
· Verlegenheid
· Geslotenheid, introvertie
· Arrogantie
· Angst om gekwetst te worden door je partner
· Altijd een grote mond hebben en/of grapjes te maken
· Liegen, uitvluchten maken
· Hulpverlener zijn, waarbij je wel open bent om naar anderen te luisteren, maar niet over eigen gevoelens kan praten.
· Eenzaamheid
· Depressie
· Er blijft een afstand bestaan tussen jullie
· Eeuwig vrijgezel blijven
· Het gevoel alleen te zijn op de wereld

Ga voor meer informatie naar:
http://www.geocities.com/lucasvo/bindingsangst.html
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door webmaster om 22:35 Reageer op dit bericht

Congres Hechting

De hypothese dat vroege sociale ervaringen een kritieke rol spelen in de ontwikkeling van een kind is al heel oud. Deze eerste sociale ervaringen van een kind zijn over het algemeen gekoppeld aan de ouders/verzorgers. De sensitiviteit van de ouder en de hierop gebaseerde kwaliteit van de relatie ouder-kind kan dus van invloed zijn op zowel de emotionele als sociale ontwikkeling.

Vanaf het moment dat John Bowlby en Mary Ainsworth de gehechtheidsrelatie beschreven hebben, is er veel onderzoek gedaan naar het belang hiervan. Inmiddels is veel bekend  over het effect op het sociaal-emotioneel functioneren van een kind, maar ook over hoe we de kwaliteit van deze relatie kunnen verbeteren door middel van interventie.

Dit symposium biedt de deelnemers een goed overzicht van de effecten van gehechtheid en sensitiviteit. Niet alleen de relatie van (pleeg)ouders met het kind, maar ook het effect van dagopvang op het sociaal-emotioneel functioneren worden besproken. Tevens worden interventies besproken die de gehechtheidsrelatie kunnen verbeteren en zo de ontwikkeling van een kind positief beïnvloeden.

Om u zo goed mogelijk te informeren, zijn sprekers uitgenodigd die een grote bekendheid genieten in het vakgebied en wier expertise elkaar aanvult. Door na elke voordracht ruim tijd in te plannen voor discussie, zal er hopelijk een levendige en vruchtbare uitwisseling ontstaan tussen sprekers en deelnemers.

http://www.scem.nl/nl/p_agenda_file.lp?name=Hechting_08.pdf

 

http://www.scem.nl/nl/p_agenda_detail.lp?ID=1281&doelgroep=&trefwoord=&select=&expand=

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door webmaster om 23:15 Reageer op dit bericht

Gen zorgt voor bindingsangst bij mannen

Gen zorgt voor bindingsangst bij mannen

Het bindingsvermogen van mannen wordt deels bepaald door hun gentype. Onderzoekers ontdekten een gen dat invloed heeft op het bindingsvermogen van mannen en de kwaliteit van hun relaties en huwelijken.

Binden
Mannen met deze bepaalde variant van het gen zijn over het algemeen minder in staat zich te binden en zijn vaker niet getrouwd. Ook de tevredenheid van vrouwen over hun huwelijk hangt samen met het gentype van de mannen.

Monogamie
Het gen in kwestie is een ontvanger van het hormoon arginine-vasopressine (AVP). Uit vroegere onderzoeken bleken dat het monogamie bij woelmuizen bevordert. De Zweedse professor Paul Lichtenstein en zijn medewerkers onderzochten nu of hetzelfde gen ook bij mensen een invloed heeft op het vermogen tot emotioneel binden. Daarbij probeerden ze te achterhalen in welke variant het gen bij in totaal 2.186 Zweedse mannen voorkomt.

Tests
Vooral voor de zogenaamde '334'-variant bleek er een opvallende samenhang met het bindingsvermogen van mannen. In een standaardtest bleken mannen met die variant zich slechter emotioneel te kunnen verbinden. Ze hadden vaak ook relaties zonder getrouwd te zijn. Mannen die de variant zowel van hun moeder als van hun vader geërfd hadden, hadden dubbel zoveel kans dat ze het laatste jaar een huwelijkscrisis doorgemaakt hadden. Vrouwen bleken ook het minst tevreden over hun huwelijk, als hun partner twee kopieën van dit gen had.

Autisme
De wetenschappers onderstrepen wel dat de invloed van het gen maar gering is. Het past dan ook niet op basis daarvan voorspellingen te doen over het bindingsvermogen van mannen, luidt het. Uit de studie blijkt weliswaar dat het gen niet alleen het sociale leven van woelmuizen beïnvloedt, maar ook van betekenis is voor de mensen. Opmerkelijk is ook dat het gen in vroegere onderzoeken al met het optreden van autisme in verband is gebracht. (belga/ep)

01/09/08 23u01

·                                
Bron:                                 

http://www.hln.be/hln/nl/35/Seks-Relaties/article/detail/401455/2008/09/01/Gen-zorgt-voor-bindingsangst-bij-mannen.dhtml

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door webmaster om 20:07 1 reactie Reageer op dit bericht

Gehechtheid als basis voor groei

Opvoeden van kinderen met een hechtingsstoornis


Gehechtheid als basis voor groei
Een goede gehechtheid tussen ouders en kinderen vormt de basis voor een kind om te groeien in zijn ontwikkeling. Een kind ervaart door een goede gehechtheid aan ouders een veilige basis in zijn leven. Het voelt zich over het algemeen veilig en geborgen bij de ouders. Die veilige basis zorgt ervoor dat een kind zich waardevol voelt en zich kan en durft te ontwikkelen. Als het een situatie niet aankan, vormt de relatie met ouders de basis om naar terug te keren en kan het kind met hun hulp verder. Wanneer die veilige basis ontbreekt, heeft dat verschillende gevolgen. Een kind voelt zich angstig en onzeker. Het laat op allerlei manieren merken dat het zich niet happy voelt, bijvoorbeeld met onrustig en druk gedrag, of door agressie of teruggetrokkenheid. De relatie tussen ouder en kind is dan zo verstoord dat er heel wat voor nodig is om het contact tussen ouder en kind te herstellen.

Gehechtheid betekent dat je kind zich verbonden, gehecht voelt aan jou als ouder. Het voelt zich veilig bij je en weet dat het bij jou terecht kan voor zorg en aandacht. Als er sprake is van een goede gehechtheid, merk je dat je contact hebt met je kind. Je merkt in het contact met je baby dat je baby het prettig vindt om geknuffeld te worden en om de borst of de fles te krijgen. Jouw verzorging en koestering zorgen voor een versterking van de relatie. Je merkt dat je je peuter kan troosten als het zich pijn heeft gedaan en het laat bij jou gevoelens van boosheid en verdriet zien. Je merkt dat je kind naar je luistert als je iets verbiedt (ook al moet je het soms wel drie keer zeggen) en dat het ook rekening gaat houden met jouw wensen.

Dat gevoel van zich gehecht voelen, zich verbonden voelen, heeft zijn basis in de baby- en peuterjaren. In die jaren is het belangrijk dat ouders een kind een veilige plek bieden door aan te sluiten bij waar een kind behoefte aan heeft, namelijk warmte, verzorging en aandacht. In de eerste maanden staan daarbij verzorging en koestering centraal. Doordat de baby verzorgd en gekoesterd wordt, ervaart het dat het blijkbaar belangrijk is. Als het een kik geeft, is er iemand die zorgt dat de vieze luier wordt verschoond en dat zijn maag weer wordt gevuld. Er is sprake van aansluiting: de ouders en het kind geven elkaar over en weer wat ze nodig hebben. Het kind geeft aan wat het nodig heeft en de ouders kunnen deze signalen opvangen en beantwoorden. De ouders merken dat het kind over het algemeen tevreden is en voelen zich dan ook weer tevreden over zichzelf; ze doen het als ouders blijkbaar goed.

De ouders geven hierbij hun kind niet grenzeloos alles waar het om vraagt. Ze bekijken wat goed is, zoveel drinken, zoveel slapen, en stellen zo al de eerste grenzen voor het kind vast. Die grenzen betekenen ook veiligheid! Stel je voor dat je als kind van een paar dagen of maanden al moet beslissen wat goed voor je is. Bij het kind ontstaat door deze verzorging en koestering de overtuiging ‘Ik mag er zijn! Er is voor mij een plek op deze wereld; ik ben hier thuis.’

In de volgende maanden en jaren is het belangrijk dat een kind, naast verzorging en koestering, ervaart dat het wordt gewaardeerd voor wie het is. Er is aandacht voor de ontwikkeling van het kind, het leren lopen en praten, het ontdekken van de wereld, maar ook het leren ontdekken van eigen wensen en gevoelens. In deze jaren ontdekt een kind dat het zelf iemand is, los van de moeder en de vader. Het ontdekt dat het zelf een wil heeft en laat die wil ook gelden. Het kind heeft dan zowel de ruimte nodig om de eigen wil te laten zien en zich tegen de ouder af te kunnen zetten, als grenzen waardoor die ruimte wordt beperkt. Als dit goed verloopt, zal het kind na verloop van tijd zijn eigen wensen kunnen beheersen doordat het weet dat het niet alles mag wat het zelf wil. Het kind gaat kiezen voor bepaald gedrag.

Wat is een hechtingsstoornis of fundamentele relatiestoornis?

Definitie
Een hechtingsstoornis wordt ook wel ´fundamentele relatiestoornis´ genoemd. Er is iets mis met het fundament van het contact tussen ouders en kind. Het begrip ‘fundamenteel’ in het begrip ‘fundamentele relatiestoornis’ heeft een existentiële betekenis: het kind kent geen menselijke betrokkenheid met de wereld. Het kind kent de wereld niet als zijn thuis. Het duidt op een fundamenteel geen deel hebben aan de wereld. Velen van fundamenteel relatiegestoorde kinderen dragen daarvan de gevolgen uit in hun gedrag en dagen daarmee de wereld uit hen een thuis in deze wereld te geven. Ze dagen de wereld uit te zorgen voor groeirelaties, relaties waarin ze kunnen groeien. Ook al maken ze het zichzelf en de wereld moeilijk vanwege hun ontwikkelde wantrouwen en haat. Wantrouwen en afwijzing vinden we niet alleen bij de kinderen maar soms ook bij de ouders en de wereld. Ouders die het kind achter het behang willen plakken, zich mateloos irriteren aan het gedrag.

Geen aansluiting
In de verschillende leeftijdsfasen heeft een kind behoefte aan antwoord. Dat antwoord wordt gegeven door de opvoeders om het kind heen, door middel van liefdevolle aanraking, aandacht voor wensen en gevoelens van het kind en begrenzing van gedrag. Wanneer er in de eerste levensmaanden onvoldoende antwoord wordt gegeven door de omringende wereld, door de moeder, vindt er geen aansluiting plaats. Het kind ervaart geen veiligheid waardoor er geen basis-veiligheid ontstaat. Die basisveiligheid vormt echter de bodem, het fundament van de ontwikkeling van een kind. Op dat fundament kan een kind zich ontwikkelen in onder andere emotioneel of affectief opzicht (bijvoorbeeld het ontwikkelen van zelfvertrouwen), in sociaal opzicht (kunnen aangaan van contacten met anderen) en verstandelijk / intellectueel opzicht (kennis en ervaringen op willen doen).

Wanneer er iets aan het fundament schort, kan een kind bijvoorbeeld uitdagend en agressief gedrag gaan vertonen of moeite hebben zich te concentreren op zijn werk en spel. Dat komt omdat er geen zogenaamde gezonde beheersingspatronen zijn gegroeid.
Beheersingspatronen groeien wanneer een kleuter op basis van de ervaren veiligheid in het contact met vader en moeder, graag de relatie met de ouders goed wil houden. Daarom wil het zich beheersen en zo zal het kind zich patronen van positief gedrag eigen maken.
Een kind bij wie geen gezonde beheersingspatronen zijn gegroeid, maakt gebruik van negatieve zelfhandhavingspatronen, wat zich vaak uit in een chaotisch zoeken zich staande te houden. Hierbij is het kind geneigd om zich vanuit het gevoel van onveiligheid afwijzend en agressief te gedragen. Het leeft met een groot wantrouwen naar de wereld, oftewel naar de volwassenen om zich heen.

Hierboven werd een primaire fundamentele hechtingsstoornis beschreven, die meestal zijn oorsprong vindt in een onvoldoende aansluiting in het lichamelijke aspect van het mens-zijn. Sommige kinderen ervaren echter wel de lichamelijke aansluiting met de ouders en voelen zich bij de ouders veilig, maar ze voelen zich ongeborgen doordat ze geen aansluiting ervaren in het affectieve / emotionele. Het kind ervaart geen emotionele warmte van de ouders uit. Ook dan kan er gesproken worden van een primaire fundamentele hechtingsstoornis, omdat een kind ook deze aansluiting nodig heeft om te kunnen groeien.

Secundaire fundamentele relatiestoornis
Het kan zijn dat een baby, peuter en ouder kind in alle veiligheid en geborgenheid is gekomen tot gezond gedrag. Er is sprake van wederkerige betrokkenheden met ouders en verdere bekenden. Dat betekent beheersing, een evenwicht tussen geven en nemen. Een dergelijke situatie kan door een of andere oorzaak, om een of ander reden worden doorbroken, bijvoorbeeld wanneer een kind geen aansluiting ervaart in andere aspecten van het mens-zijn, zoals het verstandelijke of het sociale. Geen aansluiting in het verstandelijke aspect vindt plaats als een kind geen uitdaging ervaart in het leren op school of wanneer er juist teveel eisen worden gesteld. Hierdoor voelt een kind zich niet op zijn plek. Ook als een kind geen sociale aansluiting vindt, geen contact heeft met leeftijdsgenootjes, voelt een kind zich verloren. Gevoelens van angst en wantrouwen zorgen voor ‘ontwortelingsverschijnselen´. Als hier geen adequate aandacht voor is, kan het leiden tot een fundamentele verstoring van de aanvankelijke veiligheid en geborgenheid en kan het kind alle tekenen gaan vertonen van een primair fundamenteel relatiegestoord kind.

Het kind wordt ontworteld omdat het de veiligheid en geborgenheid kwijtraakt. Het komt terecht in een proces van desintegratie: het mist zijn verbondenheid en moet zich gaan handhaven. De gezonde beheersingspatronen, de Ik-ken voldoen niet meer en zakken weg. Kinderen die aanvankelijk goed in hun vel zaten, maar in een dergelijke existentiële crisis terecht zijn gekomen, noem ik secundair fundamenteel relatiegestoord. Het verschil tussen primaire en secundaire fundamentele relatiestoornis is zinnig omdat de weg terug anders verloopt. Secundaire fundamentele relatiestoornissen kunnen ook ontstaan omdat moeders in de tijd dat de lichamelijke en affectieve aansluiting van het kind aan de moeder levensvoorwaarde is, plotseling niet meer of minder beschikbaar zijn. Als niet vader of een ander al in de aansluiting deelde, kan het kind zijn aansluiting voor altijd verliezen.

Factoren bij het ontstaan van een fundamentele relatiestoornis

Kind
Moeders kunnen na een normale bevalling signaleren dat er ‘met dit kind iets mis is’. Het kind lijkt aan het leven geen plezier te beleven, het kind lijkt moeder niet te accepteren, laat het er gewoon bij zitten of keert zich van de moeder af. Moeders, die iets vreemds aan het gedrag van de baby opmerken, zullen zich daarom melden bij de huis- of consultatiearts. Terecht, omdat het van belang is te laten nagaan of er iets lichamelijks is dat het kind hindert. Eerder is opgemerkt dat er nog te weinig op wordt gelet of het kind pijn heeft, waardoor het kind zich niet laat knuffelen en het drinken aan de borst een probleem is. Deze pijn kan veroorzaakt zijn door een lichamelijke moeilijke bevalling, waarbij er een verwringing van de nekwervels is ontstaan.

De genen bepalen in sterke mate de wijze waarop baby’s de wereld in komen. Er zijn baby’s in wier aard het ligt om zich geworpen te voelen, zich niet thuis te voelen in de wereld; in tegen stelling tot de baby’s die zich, in de meest beroerde omstandigheden, thuis en samen blijven voelen. Als ouders een baby in hun armen krijgen die angstig en afwerend is of veel huilt en niet reageert op de aandacht die het krijgt, is het heel moeilijk om met zo’n kind een band op te bouwen. Wat de ouders aan liefde en aandacht geven, lijkt door het kind niet te worden ontvangen.

De meeste kinderen zullen ergens tussen twee uitersten hun leven beginnen en ook later mogelijk tot dat grondstructurele terug blijven neigen. Zo zijn er kinderen voor wie aansluiting min of meer vanzelf, anderen voor wie deze aansluiting moeizamer, tot stand komt. Als volwassenen zullen ze zich overal en altijd wel thuis voelen en zich kunnen aansluiten of steeds moeite hebben met hun omgeving en moeilijk contact kunnen maken met anderen.

Zwangerschap
In toenemende mate weten we dat de genen van de foetus en de lichamelijke en emotionele betrokkenheid van de moeder op de foetus invloed hebben op het zich wel bevinden van de foetus. Het is invoelbaar dat, wanneer moeder emotionele spanningen beleeft, fysiek en verbaal geweld pleegt of ondergaat, het welbevinden van de foetus wordt ondermijnd en er angst groeit. Omdat het ervaren van veiligheid voorwaarde is voor de ontwikkeling van hersentjes en beheersingspatronen zal het zich niet welbevinden negatieve invloed hebben op deze ontwikkeling.

Ouders
Er zijn ook ouders die door omstandigheden in henzelf of daarbuiten het moeilijk vinden de benodigde aandacht en begrip voor hun kind op te brengen. Als je bijvoorbeeld zelf weinig contact en intimiteit, weinig begrip en liefde hebt ervaren in het contact met je eigen ouders, kan het heel moeilijk zijn om zo’n intieme band aan te gaan met je kindje. Zo kan je als moeder direct na de geboorte weerstand voelen om je baby in je armen te sluiten. Maar ook een (postnatale) depressie, lichamelijk verzwakt zijn, ziekte of relatieproblemen kunnen een ouder verhinderen om in voldoende mate er voor de baby te zijn.

Omgeving
Tenslotte kunnen ziekenhuisopnames van het kind, een tijdelijke scheiding van de ouders doordat de ouder een periode in een ziekenhuis is opgenomen, een schokkende gebeurtenis in het gezin, etc. de veiligheid voor een kind en daarmee de gehechtheid verstoren.
Voor veel kinderen (en volwassenen) geldt dat ze in een bepaalde mate gehecht zijn aan (een van) hun ouders. Geen enkele ouder is perfect en elk kind heeft zijn eigenaardigheden waardoor het basale hechtingsproces nooit helemaal perfect verloopt. Dat betekent dat veel mensen moeten leren leven met een bepaalde mate van onzekerheid en angst.

Pleeg- en adoptiekinderen
Voor pleeg- en adoptieouders is het weer heel anders om een band met hun kind aan te gaan. Het is begrijpelijk dat er een zekere terughoudendheid of onzekerheid bij de ouders is, omdat de relatie van hen met het kind verschilt van het hebben van een biologisch eigen kind. Het eerste heeft iets kunstmatigs; het laatste heeft een min of meer vanzelfsprekende betrokkenheid. Een pleeg- en adoptiebaby is niet in eigen buik gegroeid, het is niet zomaar vanzelf ‘eigen’. Ook al ontvangt de pleegmoeder het kind direct vanuit de kraamkamer in haar armen, het is van een ander (geweest).

Ook voor het pleeg- en adoptiekind kan het heel moeilijk zijn zich (opnieuw) te hechten. Als pleegkinderen in een pleeggezin geplaatst worden, vindt er scheiding plaats van de (nog aanwezige) ouders. Plaatsende instanties nemen dan nogal eens een dubbele houding aan. Ze menen dat hechting aan pleegouders niet gewenst is, omdat plaatsing in een pleeggezin naar hun oordeel een tijdelijke zaak moet zijn. Als na geruime tijd wordt besloten tot een blijvende plaatsing in het pleeggezin is er al veel tijd verloren gegaan en is er bij het kind een grotere weerstand om dan nog tot hechting te komen. Pleegkinderen hebben ook vaak een moeilijke tijd in het gezin van herkomst gehad, waardoor het vertrouwen in de wereld en in zichzelf is geschaad. Dan is het moeilijk om je pleegouders te gaan vertrouwen.

Wanneer adoptiekinderen uit hun land van herkomst worden gehaald, worden ze geconfronteerd met een verandering van klimaat, van sfeer, van reuk, van personen. Je zult maar uit de armen van een zeer lichamelijk ruikende moeder worden gelegd in de geparfumeerde armen van een adoptiemoeder. Toch je hechten aan die nieuwe moeder, je veilig voelen bij die nieuwe geur, is niet vanzelfsprekend.

Stiefkinderen
Voor stief-ouders rijzen weer andere problemen. Zij kunnen geconfronteerd worden met een kind dat moeite heeft om hen als nieuwe partner van vader of moeder te accepteren. Soms ziet het kind in hem of haar een rivaal in de relatie met vader of moeder en ziet de nieuwe partner op de plaats komen van de biologische ouder. Een stiefouder kan zo in de situatie terecht komen dat zijn/haar liefde en aandacht niet wordt ontvangen door het stiefkind, maar wordt afgewezen. Wanneer de gevoelens van rivaliteit en onvrede niet worden overwonnen en er geen volledige acceptatie groeit en dus geen hechting, zal de nieuwe partner altijd op een afstand worden gehouden of met het kind in een mate van strijd gewikkeld zijn.

Welk gedrag zie je bij kinderen met een fundamentele relatiestoornis?

Babyleeftijd
Kinderen voor wie de aansluiting niet goed verloopt, kunnen de volgende gedragingen laten zien: onrustig gedrag, ontevreden indruk maken, veel huilen, niet geknuffeld willen worden, moeder niet willen aankijken, niet aan moeders borst willen drinken of verstijven als het wordt opgepakt.

Peuters
Peuters die zich in hun babytijd onveilig hebben gevoeld, blijken in de peutertijd de geborgenheid in de relatie met de ouders niet te kunnen ervaren. Maar ook ouders die te nonchalant met hun peuter omgaan, het te weinig continu omsluiten en denken dat een kind vanzelf wel groeit, bevorderen een relatiestoornis. Er is te weinig aansluiting om beheersing uit te lokken.

De ‘actieve’ peuter
De zichzelfhandhavende peuter is irritant vasthoudend, vertoont doorzettend gedrag. ‘Het kind doet maar, luistert niet. We kunnen honderd keer hetzelfde zeggen, het houdt helemaal geen rekening met ons, het lijkt alsof we helemaal niet voor hem bestaan, het doet of we gek zijn, het is eigenlijk helemaal niet een van ons. Of we nu lief tegen hem zijn of streng, het maakt niets uit.’

De ‘passieve’ peuter
Niet alle ‘relatieloze’ peuters keren zich actief af, er zijn er die zich passief teweerstellen tegen de wereld. Zij gedragen zich alsof ze tevreden zijn met aan zichzelf te worden overgelaten. Ze laten met zich doen zonder enig blijk te geven dat er contact is. De ouders vinden het kind ontzettend lief; het doet nooit iets wat verkeerd is, vraagt nooit aandacht, kan urenlang zitten of liggen zonder lastig te worden, maar kijkt altijd wel naar hen. Als het op schoot genomen wordt laat het alles met zich doen. Soms lijkt het of het kind er niets bij voelt. Ook als het wel iets terugdoet lijkt het alsof het kind na-aapt zonder dat er gevoel bij zit; eigenlijk geeft het kind helemaal niets terug.

De zich vastklampende peuter
Wanneer een baby zich vastklampt aan de moeder en niet alleen gelaten wil worden getuigt dat van angst, van onveiligheid. Datzelfde kan gelden voor een peuter die hoe dan ook zich voortdurend wil nestelen, door moeder wil worden gedragen of bij moeder op schoot wil zitten.
Het kan ook zo zijn dat het vastklampgedrag manipulerend is. Pasgeboren baby’s en ook peuters zijn bijzonder slim. Ze proberen op soms heel slimme wijze hun zin te krijgen en moeder om hun vingertje te winden.

Kleuter en schoolkind
Wanneer een fundamentele relatiestoornis wordt geconstateerd bij een kleuter of schoolkind, dan is het kind de vorige fasen niet gezond doorgroeid. Er is geen aansluiting geweest in de lichamelijke en/of emotionele fase. Daardoor heeft deze kleuter en later schoolkind geen basis en zo ook geen energie voor een gezonde aansluiting in de verstandelijke fase. Ontwikkeling op school verloopt daardoor vaak moeizaam. Het kind heeft alle energie nodig om zich te handhaven.

De fundamenteel relatiegestoorde basisschoolkinderen kunnen zich op verschillende manieren ‘in leven’ proberen te houden. Deze zelfhandhavingspatronen staan niet duidelijk los van elkaar, ze kunnen verweven met elkaar voorkomen.

Het drukke, ongedurige, chaotische kind
Het drukke, chaotische kind kan het niet laten om te doen wat aan wensen in hem opkomt en kan geen verleiding van buitenaf weerstaan. Heeft hij trek in iets, dan zal hij het zoeken, ziet hij iets dat hij wenst, hij zal het nemen. Voortdurend klinkt het ‘ik wil, ik wil’. Afspraken zijn niet te maken, hij zal zich er niet aan kunnen houden, tot wanhoop en ergernis van de ouders. Het kind staat hulpeloos en kan zich hoogstens beroerd voelen bij het zien hoe de omgeving op zijn gedrag reageert. Een jongen die hoopte dat medicijnen hem zouden helpen om rustiger te worden, maar tot de ontdekking kwam dat hij daardoor toch zichzelf niet in de hand kon houden, reageerde verdrietig en teleurgesteld: ‘Niets helpt me.’ Dit betekent dat op deze leeftijd het kind zich nog min of meer bewust is van zijn ellende. Hij heeft er weet van dat hij niet in staat is het door hem gewenste evenwicht tussen zijn behoeften in de wereld waar te maken. (Als jong volwassene is het zich beroerd of schuldig voelen meestal achter zijn zelfhandhaving verdwenen en komen deze begrippen niet mee in zijn woordenboek voor.)

Het agressieve kind
Het agressieve kind is te vergelijken met het chaotische kind, maar het is in aanleg vitaler, sterker. Ook dit kind heeft angst ervaren vanwege onveiligheid en ongeborgenheid. Het kind liet zichzelf niet gaan in chaotisch gedrag maar daagde de wereld uit tot antwoord. Het niet krijgen van een antwoord leidde tot de ontwikkeling van wantrouwen en vormen van zelfhandhaving, een zichzelf uitdagend staande houden. Langzamerhand ging het over naar agressiever zelfhandhaving. Hoe ouder het kind werd des te heviger, harder en agressiever de zelfhandhaving. Terecht werden deze kinderen door Redl en Winemann getypeerd als kinderen die haten. Dat doen ze ook en daarom is het moeilijk om deze kinderen te zien als angstige, zich onveilig voelende peuters. Een kind dat de vroegere behoefte aan veiligheid en geborgenheid niet meer bij zichzelf (h)erkent: ‘Ik heb niemand nodig!’ het verdriet en de daar achter liggende angst van onveiligheid en geborgenheid lijken volkomen afwezig.

Het in schijn aangepaste kind
Vanaf heel vroeg heeft het in schijn aangepaste kind geen ruimte gekregen om eigen behoeften te laten blijken en als het kind die liet blijken werd daarop niet adequaat gereageerd. Het kind gedraagt zich als en lief, volgzaam en soms ook aanhankelijk kind. Helaas, het is een kind dat zich uitslooft door de omgeving geaccepteerd te worden en afgestoten te worden. Het kind is volledig afhankelijk van die omgeving en heeft niets eigens.
Soms gedraagt het zich als een lief straathondje. Het maakt met allerlei mensen contact en komt op deze manier aan zijn trekken, zonder dat er sprake is van een echte relatie, van een wezenlijk contact.

Het kind met twee gezichten
Het kind met twee gezichten leeft in twee werelden. Op zichzelf hoeft dit niet op een fundamentele relatiestoornis te wijzen. Immers ieder mens gedraagt zich in verschillende omgeving en situatie enigermate anders. Kinderen kunnen evenwel tonen binnenshuis of buitenshuis geen gezonde lichamelijke en emotionele beheersing te kennen. Een kind kan zich buitenshuis misdragen en negatieve gevoelens uiten, terwijl het kind zich binnenshuis aangepast, lief en aardig gedraagt.
Het kind voelt zich in de relatie met de ouders blijkbaar onvoldoende erkend en voelt zich beklemd. Dat verschijnsel wijst op een fundamentele relatiestoornis wanneer het kind hevig verbaal agressief is, vecht en niet met gevoelens van angst en boosheid kan omgaan. Dat is ook het geval als school en politie problemen krijgen met het kind.
Het kind lijkt op het vorige type kind, maar het in de klem zitten thuis heeft bij dit kind geleid tot hevig protest en agressiviteit buitenshuis. Wel probeert het kind voor zichzelf de schijn van veiligheid op te houden in een ‘plezierig’ thuis.
Het omgekeerde komt ook voor: buitenshuis lief en aardig en binnenshuis een onhanteerbare agressieve ‘vlo’. Het zijn fundamenteel relatiegestoorde kinderen die zich wreken op hun biologisch eigen, pleeg- of adoptiefouders. Ze zijn behendig in het uitspelen ven de ene wereld tegen de andere. De thuis wereld wordt zwart gemaakt in de buitenwereld. Ze vertellen te worden mishandeld, beschadigen soms zichzelf en zeggen dat de ouders dat hebben gedaan. Ze komen te laat op school, vergeten dingen en zeggen dat ze niet eerder van huis mochten of hun spullen niet gewassen zijn.
Het kind ervaart thuis geen fundamentele veiligheid en probeert daarom, koste wat het kost, buitenshuis een soort veiligheid te ervaren. Het is als een kasteelheer of –vrouwe die zich binnen het kasteel als een agressieveling gedraagt, de poort voor iedereen gesloten houdt, maar zich buiten al een lieftallige jonkheer of jonkvrouw laat adoreren.

Het kind met een dubbele bodem
Sommige fundamentele hechtingsgestoorde kinderen vertonen een dubbele bodem. Ze kunnen zich in huis en buiten actief en positief gedragen en beheersen. Maar ze gedragen zich in de omgang ‘kleverig’. Ze hebben steeds behoefte de ouders en anderen lichamelijk en gevoelsmatig ‘aan te raken’ door steeds door steeds een hand te willen geven bij het ergens naartoe lopen, door opmerkingen te maken over het contact met elkaar. ‘fijn, he mam, wij samen!’ Enerzijds getuigen ze te beschikken over een gezond patroon van beheersing: er is sprake van positieve betrokkenheid met en deelname aan de wereld. Anderzijds is er de heel primaire kleinkinderlijke behoefte aan lichamelijke emotionele omsluiting die steeds mee speelt in de relaties. Dit werkt verstorend maar soms ook afstotend. Het kind zit steeds aan een ander te friemelen, wil heel close zijn met een ander. Het eist de ander voor honderd procent op en er mag geen ander tussen komen. Wanneer de ouder of een ander ingaat op deze primaire behoefte blijkt het kind onverzadigbaar te zijn. Met leeftijdsgenootjes komt het soms tot seksuele activiteiten; of het laat zich door ouderen daartoe verleiden.

Het kind dat het laat afweten
Een kind dat het laat afweten trekt zich in zichzelf terug en zou het liefst dood willen zijn. Het kind voelt zich dermate alleen en waardeloos, dat het de eigen behoeften en de uitnodigingen van de omgeving ontkent. De mogelijk toch al geringe energie om te leven wordt gebruikt voor deze ontkenning: het zich terug trekken is een daad. Het kind onderneemt de stap naar het isolement, gaat naar het eigen kamertje; het kind wil niet horen en zien. Op school lopen deze kinderen er als zombies bij, slordig en ongeïnteresseerd.

Het schijnbaar normale kind
Het schijnbaar normale kind is zijn fundamentele relatiestoornis ‘vergeten’. Op basis van ruime intellectuele mogelijkheden heeft het zich een plaats in de wereld veroverd. Dit is het ‘droge’ intellectueeltje dat geen ander leven kent dan het verstand. Met z’n verstand heeft het greep op het leven, is het verbonden met de wereld. Soms combineert het zich met sociale vaardigheden en heeft het kind bij bepaalde leeftijdsgenoten een goede aansluiting. Voor schaken en computeren is het altijd te vinden. Problemen en verschil van mening moeten wel met verstand worden opgelost. Emotionele toestanden zijn niet ‘verstandig’ en worden ontweken.

Hulpverlening bij fundamentele relatiestoornissen
Als er bij een kind een hechtingsstoornis is geconstateerd, worden er vanuit de reguliere hulpverlening een aantal alternatieven aangedragen. Veel alternatieven zijn niet effectief. Men biedt bijvoorbeeld gedragstherapeutische hulp aan: door middel van belonen en straffen of negeren het probleemgedrag van het kind verminderen. Of er wordt psychotherapeutische hulp, bijvoorbeeld speltherapie, aangeraden. Beide alternatieven richten zich echter niet op het fundament van het probleem. Het gedrag van een kind wordt immers bepaald door de eenzaamheid en de angst van het kind om in de steek gelaten te worden / te zijn. Bij gedragstherapie blijft een kind in de kou staan met gevoelens van angst en eenzaamheid. Bij de psychotherapeutische hulp wordt er wel aandacht besteed aan gevoelens van de kinderen. Wat echter niet lukt is om het kind te helpen zich veilig te gaan voelen in de relatie met de ouders, vertrouwen te krijgen in zichzelf en in de ouders. Dat laatste is nodig om van binnen uit beheersingspatronen voor gezond gedrag te laten groeien. Dat lukt vaak wel met de opvoedingswijze van Terug naar het begin, zoals beschreven in het boek ´Relatiegestoorde kinderen´ van dhr. de Lange. Bij deze opvoedingswijze begin je eigenlijk opnieuw met het kind. Het kind wordt voortdurend door de ouder naar zich toegehaald, waardoor er omsluiting wordt geboden. Door de angst van het kind om verlaten en in de steek gelaten te worden, zal het zich waarschijnlijk verzetten. Wanneer een kind merkt dat de ouder letterlijk en figuurlijk het kind niet loslaat, kan het gevoel van veiligheid langzaam groeien en krijgt het kind meer vertrouwen in zichzelf en de mensen om zich heen.

Deze opvoedingswijze is geschikt voor kinderen tot 9 jaar. Vanaf die leeftijd is het nauwelijks meer mogelijk om kinderen terug te brengen in de peuterachtige betrokkenheid, die bepalend is voor de opvoedingswijze. Deze kinderen kunnen wel baat hebben bij de sociogroepsopvoedingswijze (SGS). Hierbij wordt door begeleiders een groep gecreëerd om jongeren door middel van allerlei activiteiten een positieve betrokkenheid te laten ervaren in de omgang met elkaar. Vanuit die veilige situatie, vanuit dat wij-gevoel, gaan de jongeren zich gedragen volgens de positieve groepsnormen. Deze opvoedingswijze wordt momenteel, met succes, gebruikt bij criminele jongeren.

Terug naar het begin met kinderen tot 9 jaar

Bedoeling van deze opvoedingswijze
De bedoeling is allereerst het kind er toe brengen zich in relatie met de ouders te begeven en het zich (uiteindelijk) lichamelijk over te geven. Het kind ervaart dan dat het veilig is bij de ouders, dat het bij de ouders hoort, dat het van de ouders betrokkenheid en liefde kan verwachten. Als een kind aan de ouders gevoelens en behoeften durft te tonen is dat een teken van een beginnende aansluiting. Het kind heeft er wel (enigszins) vertrouwen in dat het van de ouders antwoord zal krijgen op de uitgesproken behoefte.
Het door het kind ervaren van veiligheid en betrokkenheid moet uitgroeien tot een wederkerige betrokkenheid, waarbij het kind rekening wil en kan houden met de ander. Er is dan sprake van zelf antwoord krijgen van de ander, maar ook de ander antwoord geven.

Het proces van ouder en kind

A. De baby
Als een kind niet geneigd is zich te nestelen bij moeder, is het belangrijk dat de moeder het kind juist veel bij zich neemt. De moeder biedt lichamelijke nabijheid en draagt en knuffelt het kind totdat het zich overgeeft aan moeders nabijheid. Als een kind zich in hoge mate onveilig voelt en dit bijvoorbeeld uit met veel huilen en onrustig gedrag, wordt het kind gedragen. Ook kunnen hulpmiddelen als het gebruik van muziek en ´moederbuik-geluiden´ worden ingezet om de baby rust te geven.

B. De peuter

I. De actieve peuter
Bij irritant, afstotend, uitdagend gedrag van het kind wordt de ouders gevraagd dit gedrag niet te negeren of te straffen, maar het gedrag te zien als een signaal van zich niet veilig voelen. Vaak zien de ouders in de ogen van het kind de onrust opkomen of ze herkennen een gevoel van irritatie bij zichzelf. De moeder (zo mogelijk) wordt gevraagd het kind in die situaties bij zich te nemen, wat met het kind te stoeien en te knuffelen. Wanneer het kind dit niet accepteert is het belangrijk het kind nadrukkelijker vast te houden en zo te omsluiten. De moeder praat met vriendelijke woorden tegen het kind om het ook zo te verzekeren van haar liefde. Als het kind zich hieraan gewonnen geeft, is er de mogelijkheid tot lichamelijk en affectief samen-zijn. Ook moeders irritatie ebt dan weg. Het kind ervaart door de lichamelijke nabijheid de veiligheid bij moeder en ervaart door de lieve woorden van moeder haar liefde, haar affectie.

Als zo aansluiting is gevonden kan de moeder duidelijk maken dat ze het gedrag akelig vindt en dat ze er verdrietig van wordt. Vanuit de basis van aansluiting kan een kind ervoor kiezen dat gedrag niet te vertonen om de warme relatie met moeder in stand te houden.
Het zich gewonnen geven gaat echter niet zomaar. Het kan zijn dat het kind zich niet durft over te geven en de angstgevoelens uit door schoppen, slaan, etc. Vasthouden is dan noodzakelijk, ook al kan dit heel wat tijd en energie kosten. Soms is dit voor ouders (bijna) niet op te brengen. Omdat ouders meestal weinig herkenning en steun vanuit de omgeving ontvangen is begeleiding van een deskundige noodzakelijk om het vol te kunnen houden.

II. De passieve peuter
De passieve peuter zoekt geen aandacht. De moeder zal die aandacht toch moeten bieden door het kind bij zich te nemen, te knuffelen, ´gymnastiek´ te doen en zo tot aansluiting te verleiden of te dwingen. Als een kind zich tot aansluiting laat verleiden en zich nestelt bij de moeder, kan moeder het contact uitbouwen. Andere kinderen laten zich niet tot het positieve contact verleiden en gaan zich op een gegeven moment verzetten. Op dat moment wordt de opvoedingswijze gevolgd zoals die is beschreven bij de actieve peuter.

C. Basisschoolkinderen tot ongeveer 9 jaar
Bij deze kinderen geldt dezelfde opvoedingswijze als beschreven bij de peuters. In de praktijk blijkt het proces echter vaak moeizamer te zijn en meer tijd te vergen, omdat de kinderen al zo lang met angst en wantrouwen hebben geleefd. Zich overgeven aan de ouders is beangstigend. Het kind vertrouwt eerder de eigen zelfhandhavingsmechanismen, zoals niemand vertrouwen, je eigen weg gaan, etc. Bij deze kinderen is het nodig om continu te blijven investeren.
Door middel van het vertellen van verhaaltjes kan inzicht in eigen gedrag en gevoelens worden bevorderd. Verhaaltjes met thema´s als ´de vulkaan´, die iedere keer uitbarst, ´het kasteeltje´, het kind dat zich eenzaam heeft verschanst, kunnen door de ouders worden verteld.
Voor de verschillende type kinderen zijn specifieke aanwijzingen beschreven
in het boek ´Relatiegestoorde kinderen´ van dr. G. de Lange.

(C) Dr G.de Lange, drs. C. Penninga-de Lange   http://klimop.penninga.com/hechting.php
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door webmaster om 00:10 Reageer op dit bericht

Problemen met bindingsangst (Intimiteit)

Wat is haptotherapie

Het woord haptonomie is afgeleid van het grieks. Hapsis= aanraking, tas, gevoel Nomos=leer

Haptotherapie is een therapie die gebaseerd is op de principes van de haptonomie.

Aanraken is van levensbelang, als we als kind niet of niet goed worden aangeraakt brengt dit een verstoorde ontwikkeling met zich mee op emotioneel en lichamelijk vlak. Via aanraking maken we contact met de ander en door een aanraking worden we bevestigd in ons eigen bestaan. Voor kinderen is het van belang voor hun ontwikkeling, ook voor volwassenen geld dat we behoefte hebben om goed aangeraakt te worden.

Door veel uitlopende redenen (overbelasting, pijn, burnout, trauma’s) kun je ver verwijderd zijn van je gevoel. Het lichaam moet zich verharden en pantseren om het gevoel buiten te houden. Dit proces kan langzaam en onbewust plaats vinden. Het gevolg kan zijn dat je letterlijk je eigen lijf niet meer kan voelen, geen grenzen kan waarnemen en niet in staat bent om je eigen wil te volgen. Contacten met je naaste lopen stroef en moeizaam en dit kan een mens eenzaam en depressief maken.

Tijdens de behandeling wordt je via directe aanraking van de therapeut en lichaamsoefeningen weer in contact gebracht met je eigen lichaam. We gaan samen na hoe spanning en blokkades zich vastzetten in het lichaam. Wat zijn de signalen van je lichaam en hoe leer je daar weer na te luisteren. Het geeft je de mogelijkheid om weer spontaniteit, vitaliteit en eigenheid te gaan voelen.

De kracht van haptotherapie is dat we geen lange gesprekken voeren, maar dat we vooral via voelen en beleving signalen gaan waarnemen, erkennen, en herkennen zodat we in ons dagelijks leven deze signalen kunnen gaan integreren en ons eigen gaan maken.

Kinderhaptotherapie

In de wereld van een kind kunnen grote en kleinere veranderingen van invloed zijn op hun ontwikkeling. Veranderingen die ze wel meemaken en beleven, maar waar van ze weinig of niets kunnen begrijpen, laat staan er woorden aan te geven. Voor ouders is het niet altijd mogelijk om je kind hierin te begeleiden. De pijn, verdriet, en machteloosheid kan moeilijk worden geuit en dit laat zich dan zien in teruggetrokken of agressief gedrag en onzekerheid. In de haptotherapie voor kinderen wordt op een speelse en uitnodigende manier geoefend om kinderen te laten ervaren wat ze werkelijk voelen. In het eerste gesprek zijn de ouders aanwezig, tijdens de volgende sessies kan het van belang zijn dat de ouders er een paar keer bijkomen en mee doen aan de oefeningen. Dit om zowel de ouders als het kind te helpen naar een beter contact tussen kind en ouder.

De behandeling

In het eerste gesprek maken we duidelijk wat de hulpvraag is, door middel van een behandelingsplan geven we de richtingen aan voor de therapie. Elke behandeling duurt 45 tot 60 minuten. De frequentie kan wisselend zijn van 1 keer in de week of 1 keer per twee weken. Na 5 sessies wordt d.m.v. een evaluatie besproken of haptotherapie de juiste vorm van therapie is, hoe de samenwerking is tussen haptotherapeut en cliënt en met welke richtlijnen we verder gaan werken.

Voor wie is haptotherapie?

Haptotherapie kan zinvol zijn voor mensen die last hebben van:
  • chronische pijn
  • overbelasting/overspannenheid
  • burn-out
  • depressieve klachten
  • problemen op het gebied van intimiteit
  • lichamelijke klachten met een psychosomatische achtergrond
  • onverwerkte trauma’s
  • faalangst en onzekerheid
Haptotherapie voor kinderen kan zinvol zijn bij problemen met
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door webmaster om 23:43 Reageer op dit bericht

Hechtingsproblemen doen zich voor in die relaties, waar mensen zich niet kunnen binden

Omgaan met hechtingsproblemen
Hechtingsproblemen doen zich voor in die relaties, waar mensen zich niet kunnen binden, weerstand hebben tegen intimiteit of verstrikt zitten in jaloezie. Partners kunnen in een negatieve spiraal komen van ruzie en getouwtrek. Je gaat liever geen relatie aan om niet gekwetst te worden. Alleen is dus veiliger dan met een partner. Ieder heeft een innerlijke drijfveer en behoefte zich te hechten. Het is een bestaansvoorwaarde voor veiligheid en vertrouwen. Door problemen in de opvoeding kunnen hechtingsproblemen ontstaan. Er ontstaat een angstig-vermijdende hechtingsstijl. Wanneer je attent, lief en begripvol bent grootgebracht, dan ontwikkel je een eigen positieve hechtingsstijl. Aangeleerde patronen worden meegenomen in de volwassenheid en vooral de negatieve veroorzaken de nodige ellende. Doch het kan ook van oorsprong in de familie zitten wegens de genen. Dit helder geschreven boekje geeft informatie over deze problematiek; het is een deel uit een serie waarin over veel soorten angst- en gedragsproblemen goede informatie wordt gegeven. Een praktisch boekje voor zelfonderzoek en zelfhulp; de informatie over verdere therapie en literatuur had wel uitgebreider gekund. Aanbevolen voor een vrij breed publiek.

Bohn Stafleu van Loghum   ISBN: 9789031346226


Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door webmaster om 11:48 Reageer op dit bericht

Wegwijs in de psychiatrie

Wegwijs in de psychiatrie

H.J.C. Ras

Wegwijs in de psychiatrie behandelt alle vragen die samenhangen met psychische problemen en de behandeling ervan. Hoe gaat het in zijn werk als je verwezen wordt? Wie betaalt het? Helpt het eigenlijk wel? Hoe reageert de omgeving? Wat is een neurose of psychose precies? Hoe zit het met hulpverlening aan vrouwen, kinderen en migranten? Wat zijn de voor- en nadelen van psychofarmaca? Wat is psychotherapie eigenlijk?  
 
Ook de achtergronden komen aan bod: hoe is de geestelijke gezondheidszorg in Nederland ingericht? Wie stelt de grenzen van geestelijk gezond en niet gezond vast? Kan iemand zo maar worden opgenomen? Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan onderwerpen als: overspanning, alcohol en drugs, de psychologie van het kind, m.n. ADHD, oorzaken van psychische aandoeningen, psychische problemen bij lichamelijk zieken, depressie en angststoornissen bij ouderen, dementie en evidence bases psychiatry.  
 
Het boek wordt gebruikt in de praktijk van huisartsen, maatschappelijk werkers, mederwerkers in ggz-instellingen.
over de auteur:
H.J.C. Ras werd opgeleid tot psychiater en psychotherapeut. Thans is hij zelfstandig gevestigd.
isbn 9789053526330
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door webmaster om 19:34 Reageer op dit bericht

In Nederland
In Belgie
  • Groep Magda Baukeland en Johan Maertens: zie www.cprt.be
  • Wekelijkse groep in Sint Niklaas op dinsdagavond van 19:15 tot 22:15. Informatie en aanmelding bij Janneke Coolen.
Losse Workshops
  • Parijs (FR): Martien Kooyman en Jilll Bourdais
    Informatie: Martien Kooyman
    Vr 18, za 19 en zo 20 april 2008. 

  • Nijmegen: Monique Peeters
    Informatie: Monique Peeters
    Vrijdagavond 28 en zaterdag 29 maart 2008.

  • Damme: Magda Baukeland en Johan Maertens
    Informatie: Magda Baukeland

Zaterdag 8 en zondag 9 maart 2008.

Zaterdag 31 mei  en zondag 1 juni 2008.
Zaterdag 20 en zondag 21 september 2008.

Zaterdag 29 en zondag 30 november 2008.
Op zaterdagen van 9:30 tot 18:30 en op zondagen van 9:30 tot 16:00

  • Belluno (IT): Martien Kooyman en Ingemar Arn
    Informatie: Martien Kooyman
    Vrijdagavond 16, zaterdag 17 en zondag 18 mei 2008

  • Belluno (IT): Martien Kooyman en Roman Vega
    Informatie: Martien Kooyman
    Vrijdag 6, zaterdag 7 en zondag 8 juni 2008 

Kosten therapie
In Nederland kunnen deelnemers aanspraak maken op de Ziektekostenverzekering. Er is een eigen bijdrage per zitting. Voorwaarde is dat de groep geleid wordt door een psychiater of psycholoog.

Verdere tarieven zijn op te vragen bij de therapeuten.

Lees verder>>>>  http://www.bondingpsychotherapie.nl/huidige-groepen.htm
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door webmaster om 00:59 Reageer op dit bericht

De aantrekkingskracht van foute mannen

Carolien Roodvoets: Het Monsterverbond 

De aantrekkingskracht van foute mannen 
Samenvatting

Hoewel de schrijfster de nadruk legt op mannen, bestaan er wel degelijk ook foute vrouwen die dezelfde persoonlijke kenmerken hebben. Deze mensen zijn niet geschikt voor het hebben van een relatie, hoe hard dit ook klinkt. Het is een illusie dat op elk potje een dekseltje past: sommige zijn zo onherstelbaar beschadigd dat niets zal passen.

Basis uitgangspunt

Elk mens wil graag op zijn levenspad een partner: het is niet sex of voortplanting die ons een ander laat zoeken, maar onze eenzaamheid. We willen iemand die op ons pad bij ons blijft en ons steunt in barre tijden, in ons gelooft en naast ons staat.
Helaas maken sommigen foute keuze en kiezen een foute reisgenoot. Hoe weet je of je een goede betrouwbare reisgenoot kiest? Stel de volgende vragen:

  • Stel je eisen, of ben je tevreden met wie maar met je mee wil?
  • Houdt hij/zij woord?
  • Haakt hij/zij halverwege af?
  • Wil hij/zij ook jullie gezamenlijke zak dragen?
Op blz. 218 geeft CR een signalement van een foute reisgenoot die meer dan twee kantjes beslaat. Het gaat te ver die hier over te nemen, bovendien is het zoals met alles: iedereen vertoont op zijn tijd wel eens dergelijk gedrag bijv. het niet willen uitpraten, of een afspraak niet nakomen. Het wordt ernstig als dat soort dingen structureel blijken te zijn In grote lijnen zijn foute reisgenoten personen die:
  • Niet in staat zijn tot langdurige liefde
  • Regelmatig gedrag vertonen dat de relatie ondermijnt
  • de touwtjes koste wat kost in handen willen houden, jij wordt op afstand gehouden
  • onderweg naar andere reisgenoten kijken om eventueel te switchen
  • Gebrek aan zelfinzicht hebben, niet gemotiveerd om daadwerkelijk te veranderen
  • Geen gesprek over de relatie aangaan
De andere partij lijdt onder de relatie. Dat lijden kenmerkt zich door nachten lang wakker liggen en piekeren, bang zijn voor ontrouw, voor de verwijten, in jezelf eindeloze redevoeringen tegen de ander houden in de hoop dat hij/zij je eindelijk zal begrijpen, dagboeken volschrijven over hem/haar, zelfhulpboeken lezen, controleren op ontrouw.
Lijdzame positie is gevolg van
  • te veel begrip
  • teveel verantwoordelijkheidsgevoel
Degene die het lijden veroorzaakt kun je niet verbeteren omdat die persoon zelf niet onder zijn/haar gedrag lijdt.

Complexe voorgeschiedenis
Het is niet gezegd dat iemand met moeilijkere ervaringen niet in staat zal zijn om een relatie aan te gaan. De ervaringen worden al in de vroege jeugd gevormd. Wanneer opvoedingssituatie vroeger onveilig was, kun je in je latere liefdesleven problemen hebben je emotionele leven toe te laten.
Iemand is bang

  • samen te smelten met een ander: eigen identiteit is niet sterk genoeg en kan verloren raken.
  • zich bloot te geven, ook zijn/haar zwakke kanten laat zien
  • verwaarloosd te worden
  • zijn eigen identiteit te verliezen

Welke foute relaties mogelijk?

  • Bindingsprobleem (CR gebruikt die term liever dan bindingsangst): kan verschillende kenmerken hebben:
    • Vrijblijvendheid: er worden geen vaste afspraken gemaakt
    • Knipperlichtrelatie: er zijn voortdurend conflicten waardoor afstand ontstaat, maar na tijdje komen partners weer bij elkaar vanwege het vertrouwde gevoel
    • Don Juan(ina): charmante persoon die jou wil totdat je je hebt gegeven en daarna nieuwe prooi zoekt
    • ladyhopper: er kan geen keuze gemaakt worden tussen kandidaten
    • perfectionisme: je bent nooit goed genoeg. Maar de perfecte partner bestaat helaas niet.
    • oude vrijster/eeuwige vrijgezel:verzorgend type die geen eigen leven hebben opgebouwd
  • Relatie verslaafd: CR verwijst naar boek van Susan Forward, Als liefde een obsessie wordt
  • Redder- Slachtoffer. Werkt niet omdat niemand in slachtoffer rol wil worden geduwd.
  • Met een "stille": in feite reis je dan alleen

Hoe dan wel?
Een relatie kan alleen vruchtbaar zijn als je je naast de ander geplaatst weet. Dus niet dat een partner een rol als alwetende of almachtige boven de ander speelt, waardoor iemand wordt gekleineerd. Accepteer de ander zoals die is, niet zoals die zou moeten zijn.
Naar elkaar luisteren: niet de ander voorschrijven hoe iets moet worden opgelost. Er is warmte tussen de partners.

Overzicht: De rest van het boek is steeds een nadere uitwerking van de thematiek: er zijn mannen die verslaafd zijn (dat kan van alles zijn: alcohol, drugs, sex maar ook werk of gewoon het andere geslacht). Of jaloers en bezitterig (je als bezit zien). Of gewelddadig. Of narcistische psychopaat.

Na het lezen van dit boek had ik wel de indruk dat ik rationeel het allemaal wel denk te weten, maar dat je het emotioneel niet altijd zo ervaart. Het is een schrale troost dat een algemeen gevoel is bij foute relaties.

Leuk: oproep op blz 173: Mannen die wel sterk en zwak kunnen zijn, lief en teder maar ook viriel en potent, en hun verantwoordelijkheid kennen en nemen, mogen zich melden (bij CR neem ik aan).

Gelezen januari 2004

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door webmaster om 19:55 Reageer op dit bericht

Meer van Bindingsangst en Verlatingsangst

↑ Terug naar de berichten