Naar de inhoud

Moeders volksliedjes

zoals zij ze als kind opschreef
akke.beakke.be
samen met enkele lekkere recepten die men niet gemakkelijk vindt

De Kwakzalver

                    1.
Stroomt allen rond mij henen
Ik ben veearts en dentist
Ik kom direkt van Weenen
'k Ben ook doctor en chimist.
                                                          Refrein
                                                 Hebt gij jicht of hartepijn
                                                 Klauwzeer pips of flerecijn
                                                 Koopt en neemt mijn medicijn
                                                 En weg zal 't zijn
                   2.
Ik zal u eens verhalen
Wat mijn zooal overkwam
'k Mocht den eersten prijs behalen
Te Parijs en te Amsterdam
                    3.
Op  't eiland van Manille
Slikte een krijgsman zijn trompet
Ik gaf hem van mijn pillen
En de kerel was gered
                    4.
De koning der Bulgaren
Had het klauwzeer aan den mond
Hij kocht van mijne waren
En vandaag is hij gezond
                     5.
'k Heb eens nen tand getrokken
't Was in eene groote stad
Ja, gansch en zonder brokken
Schoon in 't hart de wortel zat
                     6.
Daar was nen man te Londen
In de maag een muis gedaald
'k Heb hem een kat gezonden
Die er 't beest heeft uitgehaald
                     7.
Dit is voor kwade wijven
Iets wat ik overal verkocht
't Is zonder overdrijven
't Krachtigste antigrommelvocht
                     8.
Hier heb ik jonge heren
Haarmest voor moustache en baard
Al die het mocht probeeren
Heeft thans kin en lip behaard
                     9.
Kunt gij niet achteruit gaan
Drinkt dan van dit apenbloed
Dan zal het lijk een spuit gaan
't Biedt geen weerstand meer,het moet
                     10.
Zoo u de vlooien storen
Strijk hun dit dan op den snuit
Van achteren en van voren
En der vlooien rijk is uit.
                      11.
Wie wil er profiteeren
Alles is bijna voor niet
Vergeet het niet mijnheeren
Dat gij mij nooit wederziet
                      12.
'k Moet nu even gaan dineeren
'k Ben vermoeid ik kan niet meer
Tot straks geachte heeren
Binnen 't uur ben ik hier weer.


Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door blimunda om 23:16 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

ons dorpsplein


het zal er volgend jaar helemaal anders uitzien
ik hoop het u dan te kunnen tonen


dsc000309ar.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door blimunda om 00:00 Reageer op dit bericht

Vader Adam

                              1
Als onze vader Adam nog een jongman was,
Dan leefd'hij op zijn goed gelijk op Vaders kas
't Geluk dat liep hem na,en zonder iets te doen
Sliep hijn tot halverelf en somtijds tot de noen

refr: sur l'air du traderidera, tralala
                              2
Na zijnen déjeuné trok hij zijn botten aan
En ging een straatje rond, me dunkt ik zie hem gaan
Hij rookte een goe sigaar en dronk een pintje bier
En speelde op de biljard wel een partij of vier
                              3
Dan in den achternoen reed hij te peerd, cadés!
Of, was het weer te slecht ging hij naar zijn staminé
En bleef hij ook eens  thuis voor een enklen keer
Dan speelde hij piket met onze lieven Heer
                              4
Dit leven was te schoon, te veel op zijn gemak
En Adam kreeg in 't hoofd dat hem nog iets ontbrak
Och Heer, zo zeide hij, het is hier toch zo flauw
'k Ben jong en heel alleen, och geef me toch een vrouw
                              5
Maar Adam,jongen lief,zoo sprak de goede God
Waar gij nu toch aan denkt, zijt gij nu zat of zot?
Neen, neen, geef mij een vrouw zooals ik zeg
Of 'k laat mij overrijden op den ijzeren weg!
                              6
Daar was niet aan te doen, de man was niet kontent
En God gaf hem een wijf zo groot als haren vent.
En Adam trouwt ermee, hij danst en lacht en springt
Terwijl dat Eva hem haar schoonste liedje zingt.
                              7
Maar korten tijd daarna, gij zult mij wel verstaan
Hoort wat verdriet de vrouw haar man heeft aangedaan
Men vond hem meer dan eens te zuchten voor de deur
Och was ik maar gaan liggen onder den avapeur.
                              8
Eens kwam de goede God daar stillekens voorbij
Terwijl ze aan 't vechten waren voor een vodderij
De vent die sloeg er op en kreeg er even van
Want 't wijf was gewapend met een oliekan!
                              9
Het was curieus om zien maar 't hooren geen plezier
Want anders was het niets dan huilen en getier
De Heer keerde zich om : wel Adam mijne maat
Nu zijt ge wel geleverd,  maar het is te laat

                         ********

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door blimunda om 23:43 Reageer op dit bericht

De Platbroek

1
In de tijd der patriotten,
Toen er oorlog was ontstaan,
Moest het mansvolk zonder loten,
Meestendeels ten strijde gaan  .......(lai tsoelala,lai tsoelalala-na iedere strofe)
2
Zeker Tist moest ook vertrekken,
Schoon hij nooit in 't oorlogsvuur,
Eenen sabel had zien trekken
Dus scheen hem dit bliksems zuur.
3
Hij kon er niet afgeraken,
Na een lang en veel beraad,
Liet zich Tist zeer spoedig maken
Eene groote kopren plaat.
4
Jan de snijder werd geroepen,
Tist zei,meester 't gaat er wreed,
'k Moet vertrekken naar de troepen,
Maak mij gauw een pak gereed
5
Op het hart of wat er neven,
Moet die plaat gevestigd zijn.
Jan zag algauw aan Tist zijn beven
Waar hij moest geharnast zijn.
6
Jan voorziende Tist zijn daden,
Naait hem volgens zijn verzoek
Deze plaat met sterke draden
Juist van achter op zijn broek.
; 7
Tist vertrekt, na korte dagen
komt de vijand op hem af.
Tist kroop achter struik en hagen,
Als hij hoorde pif,poef,paf
8
Bang op 't laatste als een vogel,
Koos hij ras het hazenpad.
Ziet,in 't lopen treft een kogel
Hem vlak achter op zijn gat
9
Hemel,roept hij, wondre stukken,
Tastende naar zijne plaat,
Dat wil nu precies toch lukken
Dat mijn harnas daar nu staat.
10
Waarlijk, sprak hij op het leste,
Toen hij wat bedaarder werd,
Jan de snijder wist het beste,
Waar de plaats is van mijn hert !!


Hoe vind je dit bericht? 23 stemmen
Geschreven door blimunda om 00:00 Reageer op dit bericht

De pastoor zijn koe

Een oud pastoor die had een koe
Doch zuij wierd krank ik weet niet hoe,  de pastoor zijn koe

Zij had zo 't schijnt de pips aan 't hart
Ze kermde dag en nacht van smart  de pastoor zijn koe

En Betje kwezeld de oude meid
Heeft immer toe met haar geschreid ... met haar geschreid

Ja,Betje stortte menige traan
En riep Sinte Brigitta aan ...  voor de pastoor zijn koe

Daar wierd eindelijk met veel rouw
beslist dat men ze slachten zou ....  de pastoor zijn koe

Des morgens stond ze in de stal
Des avonds hing ze al aan de hal ....  de pastoor zijn koe

Mijnheer Pastoor at niet van 't beest,
Ze was hem steeds te lief geweest .... de pastoor zijn koe

De burgemeester kreeg de kop
Hij at hem met zijn Eva op ...van de pastoor zijn koe

De secretaris kreeg een long
en zijn madam die kreeg de tong...van de pastoor zijn koe

De schepen wilde ze ook eens smaken,
Hij kreeg het bloed om worst te maken...van de pastoor zijn koe

De koster die kwam ook algauw,
Hij kreeg een voorpoot met de klauw...van de pastoor zijn koe

Eeen boerke van kort bij de kerk,
Die kreeg een stuk van 't achterwerk...van de pastoor zijn koe

En Jan de smid die kreeg ook wat
Het binnenste van een schouderblad...van de pastoor zijn koe

Het vel, de ribben en de staart
Had men voor nonkel Crispijn bewaard ....van de pastoor zijn koe

En wat er toen nog overbleef,
Kreeg ik, Mijnheer Pastoor zijn neef

Ik heb mijn buiksken goed gevuld
Ik heb drie dagen lang gesmuld... van de pastoor zijn koe

Dat smullen heeft mij toch berouwd
het had het effect van engels zout !

Zoo gij nog wat weet mijnheer,
dan zing maar voort, ik weet niets meer
Hoe vind je dit bericht? 31 stemmen
Geschreven door blimunda om 00:00 Reageer op dit bericht

een kleine inleiding

                                          Toen er nog geen radio was.

          Mijn moeder (zie foto uit 1951  hiernaast) werd geboren in 1891 en overleed in 1981.
Het spreekt vanzelf dat er in haar jonge jaren nog geen sprake was van muziek, tenzij wanneer de fanfare eens uitging met de kermis of met de processie

          Muziek maakte men zelf, en wel met zijn eigen stem : tijdens het werk, of s'avonds rond de stoof werden allerlei liedjes gezongen.

          In 1913 heeft mijn moeder een notaboekje aangelegd, en de toen meest populaire liedjes opgeschreven. In 1960 heeft ze enkele ervan nog gezongen : die staan op mijn bandopnemer, maar ik kan ze hier spijtig genoeg niet laten horen.

          Ik kan ze echter wel overschrijven, en dat is wat ik een voor een ga doen. Ik hoop dat de bezoekers er veel genoegen aan beleven en iets meer over die tijd te weten komen, want sommige van die liedjes leggen toch enkele minder fraaie sociale toestanden uit (zie bvb. de dobbelaer).

          Veel leesplezier!

Hoe vind je dit bericht? 92 stemmen
Geschreven door blimunda om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Moeders volksliedjes

↑ Terug naar de berichten