Dinsdag 15 augustus 2006
De verlopen jongeling
1.
Een jongeling van 21 jaren
Een enig kind van eenen rijken heer
Bracht zijn ouders in droevige bezwaren
Hij wierd d'oorzaak van lijden en hartzeer
Tot hun droefheid wierd hij verleid
Ja, door slechte kameraden
Geene klachten konden baten
Hij bleef in hunne boosheid.
2.
Zijne moeder sprak met tranen in de oogen
Gij wordt verleid door al het duivels kwaad
Ziet hier de borst waaraan gij hebt gezogen
Luister toch eens al naar mijnen goeden raad.
In haar getraan sprak hij haar aan
Nu zult gij mij mijn erfdeel geven
Of ik beneem er u het leven
En het is met u gedaan.
3.
Zijne moeder kreeg van hem nog vele slagen
Hij nam veel geld en ging al op den zwier
Hij heeft den weg naar Frankrijk ingeslagen
Met groot getier in d'huizen van plezier
Zijn ouders liet hij in 't verdriet
En zoo werd er maar geschonken
Alles wierd er opgedronken
Zoodat hij kwam terug
4.
Alles was verkwist, en zijne kameraden
Keerden hem den rug en lieten hem in nood
Nu gansch alleen van iedereen verlaten
Zo moest hij daar nu gaan vragen een stuk brood
Ten einde raad wierd hij soldaat
Voor zes jaar bij de keizeren
Geen geld kwam hij te sparen
Hij smeet het schier op straat
5.
Voor zijne overheid kwam hij zich niet generen
Niemand was over zijn gedrag tevree
Op zekeren keer kwam hij te deserteren
Hij nam zijn goed en ook zijn wapens mee.
Maar langs zijne baan bleef hij daar staan
Voor eene kapel en hij zag in 't midden
Eene vrouw die was er aan 't bidden
Hij sprak haar vloekend aan
6.
Vertrekt hier uit of gij sterft door mijne handen
Dit houten beeld kan u niets vergoen
Deze sieraden en ood de offeranden
Het zijn de mijne want ik heb het geld vandoen
Hij riep met kracht : toont hier uw macht
En ik zal ook de mijne tonen
En wilt u niet verschoonen
Gij wordt van mij veracht
7.
De vrouw had nu de vlucht naar huis genomen
Maar den soldaat die volgde haar achterna
Met eene wreedheid heeft hij haar genomen
Hij riep voor u is er geen gena
Gij sterft hier nu tot mijn plezier
En zo heeft hij haar dood gestoken
Zij kon geen woord meer spreken
en zonk ter aarde neer.
8.
Op het geroep is haren man gekomen
Vanop zijn bed waarop hij ziekelijk lag
Zo stond hij daar te kermen en te schromen
Bij het bezien hoe dat zijne vrouw daar lag
Maar den soldaat razende kwaad
Heeft hem ook eenen kap gegeven
Hij benam er ook zijn leven
Dan vlucht hij weer op straat
9.
Dan wilde hij weer in die kapelle dringen
Hij sprak het beeld weerom al vloekend aan
Een aardig dier kwam op hem te springen
Verscheurde zijn lichaam dat hij was gansch doorwond
Hij viel terstond al op den grond
En hij slaakte bittere klachten
Het dier uit al zijn krachten
Heeft hem nog eens doorwond.
10.
Den soldaat kon daar geen hulp verwerven
Hij werd gestraft en door het dier verscheurd
Zoo kwam hij daar in zoo nen staat te sterven
't Is een mirakel hier door God gebeurd
Geburen lieden kwamen zien
Elkeen stond erbij te schromen
Eenen priester is gekomen
Die bad voor zijne ziel
11.
Des s'anderdaags als zij naar 't kerkhof gingen
Dacht al het volk aan deze groote straf
Hetzelfde dier kwam op de baar te springen
't Achtervolgde het lijk ja tot aan het duister graf
En eene stem die riep met klank
En wilt toch nooit mijn beeld verachten
Bidt daar met goe gedachten
Dan zal ik u bijstaan.
* * * * * * * * * *
Een jongeling van 21 jaren
Een enig kind van eenen rijken heer
Bracht zijn ouders in droevige bezwaren
Hij wierd d'oorzaak van lijden en hartzeer
Tot hun droefheid wierd hij verleid
Ja, door slechte kameraden
Geene klachten konden baten
Hij bleef in hunne boosheid.
2.
Zijne moeder sprak met tranen in de oogen
Gij wordt verleid door al het duivels kwaad
Ziet hier de borst waaraan gij hebt gezogen
Luister toch eens al naar mijnen goeden raad.
In haar getraan sprak hij haar aan
Nu zult gij mij mijn erfdeel geven
Of ik beneem er u het leven
En het is met u gedaan.
3.
Zijne moeder kreeg van hem nog vele slagen
Hij nam veel geld en ging al op den zwier
Hij heeft den weg naar Frankrijk ingeslagen
Met groot getier in d'huizen van plezier
Zijn ouders liet hij in 't verdriet
En zoo werd er maar geschonken
Alles wierd er opgedronken
Zoodat hij kwam terug
4.
Alles was verkwist, en zijne kameraden
Keerden hem den rug en lieten hem in nood
Nu gansch alleen van iedereen verlaten
Zo moest hij daar nu gaan vragen een stuk brood
Ten einde raad wierd hij soldaat
Voor zes jaar bij de keizeren
Geen geld kwam hij te sparen
Hij smeet het schier op straat
5.
Voor zijne overheid kwam hij zich niet generen
Niemand was over zijn gedrag tevree
Op zekeren keer kwam hij te deserteren
Hij nam zijn goed en ook zijn wapens mee.
Maar langs zijne baan bleef hij daar staan
Voor eene kapel en hij zag in 't midden
Eene vrouw die was er aan 't bidden
Hij sprak haar vloekend aan
6.
Vertrekt hier uit of gij sterft door mijne handen
Dit houten beeld kan u niets vergoen
Deze sieraden en ood de offeranden
Het zijn de mijne want ik heb het geld vandoen
Hij riep met kracht : toont hier uw macht
En ik zal ook de mijne tonen
En wilt u niet verschoonen
Gij wordt van mij veracht
7.
De vrouw had nu de vlucht naar huis genomen
Maar den soldaat die volgde haar achterna
Met eene wreedheid heeft hij haar genomen
Hij riep voor u is er geen gena
Gij sterft hier nu tot mijn plezier
En zo heeft hij haar dood gestoken
Zij kon geen woord meer spreken
en zonk ter aarde neer.
8.
Op het geroep is haren man gekomen
Vanop zijn bed waarop hij ziekelijk lag
Zo stond hij daar te kermen en te schromen
Bij het bezien hoe dat zijne vrouw daar lag
Maar den soldaat razende kwaad
Heeft hem ook eenen kap gegeven
Hij benam er ook zijn leven
Dan vlucht hij weer op straat
9.
Dan wilde hij weer in die kapelle dringen
Hij sprak het beeld weerom al vloekend aan
Een aardig dier kwam op hem te springen
Verscheurde zijn lichaam dat hij was gansch doorwond
Hij viel terstond al op den grond
En hij slaakte bittere klachten
Het dier uit al zijn krachten
Heeft hem nog eens doorwond.
10.
Den soldaat kon daar geen hulp verwerven
Hij werd gestraft en door het dier verscheurd
Zoo kwam hij daar in zoo nen staat te sterven
't Is een mirakel hier door God gebeurd
Geburen lieden kwamen zien
Elkeen stond erbij te schromen
Eenen priester is gekomen
Die bad voor zijne ziel
11.
Des s'anderdaags als zij naar 't kerkhof gingen
Dacht al het volk aan deze groote straf
Hetzelfde dier kwam op de baar te springen
't Achtervolgde het lijk ja tot aan het duister graf
En eene stem die riep met klank
En wilt toch nooit mijn beeld verachten
Bidt daar met goe gedachten
Dan zal ik u bijstaan.
* * * * * * * * * *
Geschreven door blimunda om 00:00
Reageer op dit bericht



