Zaterdag 27 mei 2006
Pier en Lijn
1
'k Wil u verhalen in mijn lied
Hoe Pier met Lijn ging trouwen
Het huwelijk was pas geschied
of 't moest hun al berouwen
Den eertsen dag, 't was al gelach
Men zag daar niets dan slempen
En Pier en Lijn hel vrolijk zijn
bij bassen en bij trompen
Tra la la la la la la la
Tra la la la la la la la
Tra la la la la la
2.
Jan oom gaf kiekens in het kot
Dries oom gaf hun een verken
Matthijs gaf eenen koffiepot
Een schup om mee te werken
En Jannemoei gaf hun een koei
Arjaan gaf hun een tange
En Pier de Wal gaf hun een val
Om muiskens mee te vangen
3
Pier zoo de bruiloft was gedaan
Begon te commandeeren
Waar dat de meubels zouden staan
En ging het huis uitkeeren
Maar Lijn die zei Wat braadt gij mij
Dat zijn geen mansaffeeren
Laat mij dus doen naar mijn fatsoen
Gelijk ik zal begeren
4
Pier hing het zoutvat in de schouw
En Lijn begon te kyven
En zei dat zij dat niet en wou
En het daar niet zou blijven
Lijn nam het af en Pier die gaf
Haar twee goede souffletten
En zei gij prij wat zult gij mij
Hier wetten komen zetten
5
Lijn als een duivelin zoo kwaad
riep uit moet ik dat lijden
Indien gij mij nog eens zo slaat
Zal ik u ook niet mijden
Pier zei "zwijg stil;Gij zult den wil
Van mijn gebod ontvangen
Ik draag de broek in dezen hoek
Daar zal het zoutvat hangen"
6
Lijn trok haar man dan voor 't gerecht
En deed terstond hem dagen
Dat hij moest komen voor 't gerecht
Om hem daar af te vragen
Of eenen man gebieden kan
Of hij kan kommandeeren
Waar hangen moet het keukengoed
Ze raakten aan 't procedeeren
7
Ze procedeerden langen tijd
Daar wierd zoveel gelopen
Totdat zij waren alles kwijt
Men alles moest verkoopen
Den helen bras al wat er was
Het zoutvat potten pannen
Daarbij de koei van Jannemoei
En 't vat met kopren banden
(genoteerd in November 1913)
'k Wil u verhalen in mijn lied
Hoe Pier met Lijn ging trouwen
Het huwelijk was pas geschied
of 't moest hun al berouwen
Den eertsen dag, 't was al gelach
Men zag daar niets dan slempen
En Pier en Lijn hel vrolijk zijn
bij bassen en bij trompen
Tra la la la la la la la
Tra la la la la la la la
Tra la la la la la
2.
Jan oom gaf kiekens in het kot
Dries oom gaf hun een verken
Matthijs gaf eenen koffiepot
Een schup om mee te werken
En Jannemoei gaf hun een koei
Arjaan gaf hun een tange
En Pier de Wal gaf hun een val
Om muiskens mee te vangen
3
Pier zoo de bruiloft was gedaan
Begon te commandeeren
Waar dat de meubels zouden staan
En ging het huis uitkeeren
Maar Lijn die zei Wat braadt gij mij
Dat zijn geen mansaffeeren
Laat mij dus doen naar mijn fatsoen
Gelijk ik zal begeren
4
Pier hing het zoutvat in de schouw
En Lijn begon te kyven
En zei dat zij dat niet en wou
En het daar niet zou blijven
Lijn nam het af en Pier die gaf
Haar twee goede souffletten
En zei gij prij wat zult gij mij
Hier wetten komen zetten
5
Lijn als een duivelin zoo kwaad
riep uit moet ik dat lijden
Indien gij mij nog eens zo slaat
Zal ik u ook niet mijden
Pier zei "zwijg stil;Gij zult den wil
Van mijn gebod ontvangen
Ik draag de broek in dezen hoek
Daar zal het zoutvat hangen"
6
Lijn trok haar man dan voor 't gerecht
En deed terstond hem dagen
Dat hij moest komen voor 't gerecht
Om hem daar af te vragen
Of eenen man gebieden kan
Of hij kan kommandeeren
Waar hangen moet het keukengoed
Ze raakten aan 't procedeeren
7
Ze procedeerden langen tijd
Daar wierd zoveel gelopen
Totdat zij waren alles kwijt
Men alles moest verkoopen
Den helen bras al wat er was
Het zoutvat potten pannen
Daarbij de koei van Jannemoei
En 't vat met kopren banden
(genoteerd in November 1913)
Geschreven door blimunda om 16:37
Reageer op dit bericht



