De Gentse kulders ( wezenjongens)
Gent in de tweede helft van de zestiger jaren.
donkergroene VW busjes met geel zwaailicht, de rijkswacht droeg nog superhoge kepi's en reed met de legendarische peugeot's 404 personenwagens.
Verkeersvrije straten of pleinen waren nog niet aan de orde, ook de Veldstraat niet. In de Minard speelde Romain De Coninck en zijn beren voor volle zalen.
Het was de tijd dat Lucien Ghellinck, Eric Delmulle, Gilbert De Groot, Richard De Nayer deel uitmaakten van de Gantoise, Dries Mariman, De Sutter en Floréal waren de helden van Racing Gent (nu Gent Zeehaven). De trams waren geel geschilderd en het type tram dateerde uit de jaren dertig. De Kuiperskaai was de uitgangsbuurt en het chàlet aan het einde van het Zuidpark was als dancing the place to be (chalet du sud). De Rond Point en de Martino, beiden in de vlaanderenstraat waren zowat de eerste snack-bars in Gent. Van de ringvaart was nog geen sprake en alle scheepvaart diende langs de Gentse binnenwateren te gebeuren en alle doorgaand autoverkeer diende eveneens door de stad te laveren. Waar nu Flanders Expo staat, was in die tijd een vliegveldje voor sportvliegtuigjes en de Blaarmeersen waren toen nog echte meersen. Het Smak van Jan Hoet bestond nog niet, maar er was wel het Casino en de achtergelegen expohallen. Het Casino was wel geen echt casino, maar werd wel veelvuldig gebruikt voor bals en feestelijkheden. In de expohallen organiseerde men jaarlijks de Jaarbeurs (nog geen Lentebeurs). Ook was er nog geen sprake van het congrescentrum (i.c.c.). Het o.c.m.w. ziekenhuis nu Jan Palfijn, was nog in de Kluyskenstraat, waar zich nu de campus de Bijloke sedert jaren gevestigd heeft. Het Patershol was nog een verloederde buurt die door velen gemeden werd in grote tegenstelling tot de populariteit van nu. Burgemeester was mr. Clays (C.V.P). De randgemeenten waren toen nog zefstandig tot 1976 en hadden elk een eigen schepencollege, gemeenteraad en politiekorps. Ziezo beste lezer, dit was een poging om een beeld te schetsen van het Gent van ruim veertig jaar geleden. Dit overzicht is verre van volledig, later volgt er wellicht nog een vervolg.
Universitair Ziekenhuis DE BIJLOKE.
Gentse Feesten.
wegwijzer Gent, 1903
Ik beschik over een originele WEGWIJZER DER STAD GENT EN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN VOOR HET JAAR 1903.Uitgegeven door drukkerij Eug. Vanderhaegen, Veldstraat 60 (waar zich nu het museum Maurice Maeterlinck bevind.) Deze wegwijzer omvat alle openbare instellingen,samenstelling van het gemeentebestuur,militair bestuur,culturele verenigingen, vrije beroepen, fabrieken, ambachtslui, winkeliers, kunstenaars enz... Indien u vragen hebt over personen of instellingen die in 1903 bedrijvig waren in Gent of in andere steden of gemeenten in Oost-Vlaanderen kunt u mij e-mailen op de knop e-mail mij of laat een berichtje in het gastenboek (beide rechts op dit blog) De gegevens met betrekking tot ambachtslui winkeliers en verenigingen beperken zich enkel tot Gent.
Openbare terechtstellingen.
In Gent waren verschillende locaties waar openbare terechtstellingen plaatsvonden. Op de onthoofdingbrug, vlakbij het Gravensteen werden edellieden en mensen van aanzien onthoofd met het zwaard. De onthoofding met het zwaard werd destijds als eervol aanzien (denk aan de graven Egmond en Hoorn op de Brusselse Grote markt en de vrouwen van Hendrik de achtste in de Londense Tower.) Op het Veerleplein grepen de verbranding van een vijftal reformanten plaats in de zestiende eeuw. De koornmarkt was eveneens het toneel van executies die vaak vooraf werden gegaan door martelingen. De Vrijdagsmarkt, het grootste plein in gent, werd ook voor die doeleinden gebruikt (zie in mijn blog het artikel over Mast en Danneels.) Waarschijlijk werd de Vrijgdagsmarkt gekozen omdat daar het meeste publiek kon verzamelen. Tot slot nog dit: De stadsgalg bevond zich aan het einde van de Meulestedesteenweg en was dus een eind van het centrum gelegen.
Gent, textielstad.
tot de katoenopstand van de arbeiders, een staking toen er nog geen vakbonden bestonden. Katoen werd ingevoerd, voornamelijk uit de Zuidelijke Staten van de U.S.A. Toen in de zestiger jaren van de negentiende eeuw de seccessieoorlog uitbrak tussen de noordelijke en de zuidelijke staten werd de aanvoer plots stilgelegd door de blokkades van Zuidelijke havens. Opnieuw stak de gesel van werkloosheid en armoede de kop op.Vlas is lange tijd een huisnijverheid geweest voornamelijk voor landbouwgezinnen en voornamelijk in het Kortrijkse. .Nochthans zou Gent zich op industriéle wijze met de vlasbewerking gaan bezighouden in de negentiende eeuw.Daar waar zich nu de Groene vallei bevindt stond ooit één van de meest imposantste fabrieken van Gent: La Lys was een vlasspinnerij waar duizenden mensen werk vonden. Van dit eeuwenoud textielverleden blijft er in Gent nog weinig over, maar de sporen ervan zijn nog in gans de stad te bespeuren.
octrooirecht en de gevolgen van de afschaffing.


Op 18 juli 1860 werd in België, bij wet de stedelijke octrooirechten afgeschaft. Deze rechten waren een soort belastingen, geheven door het stadsbestuur. Om deze belastingen enigzins correct te kunnen innen, was de stad slechts te bereiken via de verschillende poorten (Dampoort, Overpoort,Kortrijkse poort enz...). Deze poorten gingen 's avonds dicht. De stadspoorten hadden dus een dubbele functie, enerzijds ter verdediging van de stad en anderzijds voor controle en het innen van belastingen op alle soorten goederen die aangevoerd werden. Voor wat de scheepvaart betrof was er onder meer het Tolhuis op de Graslei (dat nog bestaat). Door de industriéle revolutie kwamen talloze arbeiders en arbeidsters zich binnen de muren van onze stad vestigen, wat aanleiding gaf tot het bouwen van talrijke beluiken (citeetjes zeggen de Gentenaren). Een beluik was een verzameling van armoedige huisjes, met veelal een gemeenschappelijke waterput en een gemeenschappelijk toilet. Meestal waren deze beluiken doodlopende steegjes. Bij de afschaffing van de stedelijke octrooirechten werden de poorten en de verdedegingsgordel rond de stad gesloopt, zodat plots Gent zijn woonbestand kon uitbreiden in alle richtingen. Op de Martelaarslaan was de bouw van het immense weeshuis voor jongens (kulders genoemd.) één van de eerste gebouwen die daar verschenen. In 1947 zou het gebouw bijna volledig afbranden op één vleugel na die daar nog staat, schuin over het Radio 2 gebouw, de rest is nieuwbouw waar het Gito instituut een onderkomen heeft (technische school). Een ander gebouw was de schietstand van de Burgerwacht, waar de Duitsers in de eerste wereldoorlog een vijftigtal burgers fusileerden. De schietstand veranderde van naam in executieoord en het stuk laan tussen de Groot Brittannie en de Triestlaan werd omgedoopt in de Martelaarslaan dat voorheen ook Godshuizenlaan noemde.
Gentse dekenijen.
In 1903 werden de dekenijen hersticht, in modernere vorm, waarbij het nu in hoofdzaak handelaars waren die allerhande initiatieven namen, zoals het organiseren van dekenijfeesten, braderieen en dies meer. Toch bleef en blijft de samenwerking met het stadsbestuur optimaal en zorgt de stad voor subsidies en logistieke steun bij feeselijkheden.Een van de hoogtepunten is de jaarlijkse kersttverlichting die de stad een uniek uitzicht geeft voor wat de voornaamste handelsstraten betreft. Tot slot : In de middeleeuwen zou de stad ongeveer 200 dekenijen gekend hebben. Medio de jaren tachtig van de twintigste eeuw telden wij rond de 65 dekenijen.Boven de lokale dekenijbesturen, staat de Opperdekenij met Opperdeken en Opperdekenin met bestuur.

