Een zondag
Zoetermeer, zomer 1998 of 1999
Bij ons in de buurt
Het is zondagmorgen, even voor 12 als ik me de tijd goed herinner.
Ik sta met veel animo een vogelhuisje te timmeren, en de randjes van het dakje moeten schuin afgeschaafd worden.
Ik besteed weinig aandacht aan de sirenes die ik hoor, tot mijn vrouw opmerkt dat ze erg dichtbij zijn.
Plotseling stoppen de sirenes, en hoor ik portieren slaan.
Nu ben ik enigzins verontrust, en ik loop naar de straat.
Er ligt een man van nog geen 40 op de stoep van zijn buurman.
Politie is er bij, en een agent vraagt me een beademingsmondstuk uit het dashboardkastje van zijn auto te halen, en wel vlug.
Ik sprint naar de aangewezen wagen toe, en vind het ding, ook al heb ik er nog nooit van m'n leven een gezien.
Teruggekomen open ik het doosje met trillende handen, en leg het naast de agent neer.
De flink overstuur zijnde vrouw van de getroffen man wordt uit de weg gehaald.
Een ziekenbroeder zegt dat de man's hoofd achterover moet, en aangezien er verder niemand voorhanden is kniel ik, steek mijn handen onder zijn nek, en til hem op tot de aangegeven hoogte.
"Verder de stoep op" zegt de ziekenbroeder, en samen met de agenten verplaatsen we hem een meter.
Er ligt er binnen nog een, beiden een hartaanval.
De agenten zijn al een poosje bezig, en een wordt duidelijk moe.
Hij roept vertwijfelt of er iemand kan reanimeren.
Niemand reageert.
Ik hou de man nog steeds vast, terwijl één agent en een broeder hartmassage en zuurstof toedienen.
Een ander meent dat de man ademt, en even wordt de beademing stopgezet.
Iemand schijnt met een fel lampje in zijn ogen.
De pupillen geven geen enkele reaktie.
Meer materieel rukt aan, en weer lijkt de man even te ademen.
Het zijn een paar ongeregelde ademstoten, en zijn mond beweegt.
Ik ben hoopvol, maar de ziekenbroeder kijkt niet blij, "dat is ????" merkt hij teleurgesteld op, en meteen worden de pogingen hervat.
Er zijn nu meer ambulances gekomen, en iemand neemt het omhooghouden van me over.
Mijn knieën zijn een beetje ontveld, en hier en daar hangt er een los velletje aan mij handen.
Mijn polsen doen lelijk zeer, die zijn niet erg sterk, en de man is niet echt mager.
Net als de andere omstanders trek ik me terug achter de rood-witte politielinten die inmiddels opgehangen zijn.
Een heli wordt opgeroepen, en inmiddels is ook de brandweer gearriveerd.
Er zou sprake zijn van een gaslek, maar dat wordt al snel weersproken.
Hartaanval, wel twee.
Naar verluid leefden de twee (buur)mannen in onmin met elkaar, over een stel herrie makende vogeltjes, en kwam de één verhaal halen bij de ander.
Beiden waren hartpatient, en blijkbaar hebben ze zich vandaag net iets te veel opgewonden.
De man die ik vastgehouden heb ik een stuk jonger dan ik.
Hij is getrouwd, en heeft kinderen, jonge kinderen.
Ik zie zijn vrouw wel eens bij de school waar mijn kinderen op zitten.
De opgeroepen traumahelicopter circelt rond, op zoekt naar een landingsplaats.
Een omstander merkt op dat ze altijd ruzie hadden, en dat ze elkaar aangevlogen zijn.
Dat is niet zo.
de één lag buiten en de ander binnen, helemaal in de woonkamer.
Pissig merk ik op dat dat niet zo is, en dat het op dit moment ook niet echt veel uitmaakt, er liggen hier twee mensen dood te gaan.
Ménsen weet je wel......mijn haren gaan overeind staan en mijn onderlip trilt.
Een portable defibrillator wordt gebruikt om de man buiten weer op gang te krijgen, en na enige tijd wordt hij in één van de ambulances afgevoerd.
Terwijl hij naar de ambulance gebracht wordt krijgt hij nog steeds hartmassage.
Één twee drie vier vijf, pause, één twee drie vier vijf, pause.
Ik denk niet dat dat een goed teken is, als hij stabiel was geweest had dat niet gehoeven.
Even later worden er busjes de straat ingereden, en meer lint opgehangen.
De brancard wordt terug gelegd in de ambulance.
Iemand is met dekzeilen in de weer.
De man binnen heeft het dus zeker niet gehaald.
Iemand van het rode kruis hoort dat ik er even bij geholpen heb, en zegt dat ik hulp kan krijgen.
Ik heb geen hulp nodig, bewaar die maar voor hun familie.
Ook de helicopter vertrekt weer, de piloot en zijn twee begeleiders rennen in hun rode overalls weg, een scanner verteld dat ze naar de binnenhaven in Scheveningen moeten.
Mijn vrouw roept de kinderen, ze moeten eten.
Ik schaaf nog even lusteloos iets van een stukje triplex af, maar ga dan naar boven, naar zolder, waar mijn computer geduldig en gevoelloos mijn verhaal aanhoord.
De vogeltjes fluiten, de zon schijnt, en kinderen lachen alweer in de straat.
"Koffie" roept mijn vrouw, en ik ga naar beneden.
Ik ruik aan mijn handen.
Ik herken de lichaamsgeur van de man die zojuist afgevoerd is.
Voor ik mijn handen was ruik ik nog een paar keer goed aan mijn handen, wellicht ben ik de laatste die dat ruiken kan.
Ik ga even buiten zitten, maar pak dan mijn koffie op, en ga weer naar boven.
Ik ben nog niet klaar.
Niet met de man op de stoep, niet met zijn opponent, niet met zijn of hun kinderen, niet met zijn of hun nabestaanden.
Er prikt iets in mijn ogen en even moet ik stoppen met typen.
Wat een verdomde klotereden om dood te gaan.
Een paar rotvogeltjes.
Was dat het nou waard ?
Één, waarschijnlijk twee doden, en zeer zeker twee gezinnen waar van het ene op het andere moment de bordjes drastisch verhangen zijn, nooit meer iets hetzelfde zal wezen.
Kan ik mezelf dwingen om het te vergeten ? Ik kan het me in elk geval veroorloven.
Zij kunnen dat niet, en moeten er de rest van hun leven mee verder.
Ik heb geen hulp nodig, maar ja, ik heb dan ook goede buren.
Naschrift:
Beiden waren
inderdaad overleden.
De aanleiding was geen
ruzie, maar gewoon iemand die een hartaanval krijgt, en iemand die te
hulp schiet, en er zelf ook een krijgt, ondanks de ruzie die er wel
degelijk tussen hen was, maar niet de aanleiding van hartaanvallen
was.
Het blijft
hoe dan ook oneerlijk.
Ik heb geen hulp gezocht,
er zijn af en toe momenten dat ik dat betreur.







7 reacties op dit bericht
even stil
!!
Aangrijpend
Nog een kleine opmerking, nooit of te nimmer bij een epilepsieaanval houtje tussen de tanden steken, beter niks dan ofwel je vingeren kwijt of gebroken tanden (Ben ambulancier geweest) Ik hoop dat dit totaal verkeert gebaar ooit eens stopt. Epilepsieaanval patient gewoon veilig leggen en met rust laten, na aanval patient kalmeren en terug tot zichzelf komen. Ambulance is slechts nodig bij langdurigeaanval of steeds terugkerende aanvallen.
Sorry voor dit lesje maar het kan ooit levensbelangrijk zijn.
Dus Myette vat het niet als een terechtwijzing op maar als goede raad van iemand die het vele malen heeft ondervonden (Zoon) en uit hoofde van mijn vroegere werk.
Toeval of ....
Groetjes
Hulp
Hulp
Zelf heb ik zoiets nog niet meegemaakt, maar ben wel in
situaties verzeild geraakt waar mij hulp/nazorg werd aangeboden.
Ik ben echter het type dat door de jaren heen altijd gevonden heeft
dat ze het wel alleen afkan. Dat is echt niet altijd zo,
maar daar kom je pas later achter.
Als ik dit dan weer lees, komen die \'gevoelens\' weer naar boven.
Dikke knuffel van mij!
Lezen, beleven en herbeleven.