Maandag 24 april 2006
Berlijn ...
Jeroen, mijn 15-jarige zoon is vanmorgen vroeg (24 april 2006) op weg gegaan naar Berlijn.
Met school, niet alleen dus.
Hij is slim en verantwoordelijk zat, loopt niet in zeven sloten tegelijk.
Sinds een paar maanden is hij bezig de baard in z'n keel te krijgen.
De leraren die meegaan maken een verantwoordelijke indruk.
De bus waarin hij zojuist wegreed is geen oud wrak en de chauffeur ziet er niet uit als een beginneling.
Hij heeft geen tassen, maar een rugzak, als het moet kan hij alles op een redelijk gemakkelijke manier meesjouwen.
Telefoon bij zich, geld, bankpas, spreekt weliswaar maar weinig duits, maar kan zich redelijk verstaanbaar maken in het engels.
Het is zevenhonderd-en-nog-wat kilometer, ik kan er -als ik me kwaad maak- binnen acht uur zijn.
Over vijf dagen issie weer terug.
Helemaal niks om me zorgen over te maken dus.
Waarom heb ik opgezocht waar precies het gastgezin zich bevind op de kaart?
Waarom heb ik een route uitgezet met de routeplanner?
Waarom heb ik snel kontakt gemaakt via internet met iemand in Berlijn?
Vertrouw ik de begeleiders niet?
Vertrouw ik hem niet?
Het zit me gewoon niet lekker, en ik weet niet waarom.
Met scouting het halve land door, met scouting in een legertruck door België (zwaar verboden!).
Dat maakte me niets uit, ik had er lol om, de leiding was mischien af en toe een beetje makkelijk, maar ik had alle vertrouwen in zowel de leiding als in de groep als geheel.
Maar dit zit me niet lekker.
Is het de afstand?
Is het de onbekendheid met de bestemming of de begeleiders?
Ben ik dan toch gewoon een bange schijtert ?
Waar is mijn branie, mijn bravoure?
Ik heb trek in een lekker ontbijtje, maar voel me misselijk.
Ik voel me onbehagelijk, onzeker en machteloos.
Mijn gedachten zijn niet helder, mijn hoofd is volgepropt met watten.
Ik voel me beroerd.
Litanie tegen angst
(Frank Herbert: Kronieken van Duin)
Angst is de moordenaar van het verstand.
Angst is een halve dood, die volledige vernietiging brengt.
Ik zal mijn angst onder ogen zien.
Ik zal mijn angst over en door me heen laten vloeien.
En als hij voorbij is, draai ik me om, om zijn pad te zien.
Waar de angst is gegaan, is niets meer.
Alleen ik zelf blijf.
Met school, niet alleen dus.
Hij is slim en verantwoordelijk zat, loopt niet in zeven sloten tegelijk.
Sinds een paar maanden is hij bezig de baard in z'n keel te krijgen.
De leraren die meegaan maken een verantwoordelijke indruk.
De bus waarin hij zojuist wegreed is geen oud wrak en de chauffeur ziet er niet uit als een beginneling.
Hij heeft geen tassen, maar een rugzak, als het moet kan hij alles op een redelijk gemakkelijke manier meesjouwen.
Telefoon bij zich, geld, bankpas, spreekt weliswaar maar weinig duits, maar kan zich redelijk verstaanbaar maken in het engels.
Het is zevenhonderd-en-nog-wat kilometer, ik kan er -als ik me kwaad maak- binnen acht uur zijn.
Over vijf dagen issie weer terug.
Helemaal niks om me zorgen over te maken dus.
Waarom heb ik opgezocht waar precies het gastgezin zich bevind op de kaart?
Waarom heb ik een route uitgezet met de routeplanner?
Waarom heb ik snel kontakt gemaakt via internet met iemand in Berlijn?
Vertrouw ik de begeleiders niet?
Vertrouw ik hem niet?
Het zit me gewoon niet lekker, en ik weet niet waarom.
Met scouting het halve land door, met scouting in een legertruck door België (zwaar verboden!).
Dat maakte me niets uit, ik had er lol om, de leiding was mischien af en toe een beetje makkelijk, maar ik had alle vertrouwen in zowel de leiding als in de groep als geheel.
Maar dit zit me niet lekker.
Is het de afstand?
Is het de onbekendheid met de bestemming of de begeleiders?
Ben ik dan toch gewoon een bange schijtert ?
Waar is mijn branie, mijn bravoure?
Ik heb trek in een lekker ontbijtje, maar voel me misselijk.
Ik voel me onbehagelijk, onzeker en machteloos.
Mijn gedachten zijn niet helder, mijn hoofd is volgepropt met watten.
Ik voel me beroerd.
Litanie tegen angst
(Frank Herbert: Kronieken van Duin)
Angst is de moordenaar van het verstand.
Angst is een halve dood, die volledige vernietiging brengt.
Ik zal mijn angst onder ogen zien.
Ik zal mijn angst over en door me heen laten vloeien.
En als hij voorbij is, draai ik me om, om zijn pad te zien.
Waar de angst is gegaan, is niets meer.
Alleen ik zelf blijf.

