Zondag 7 mei 2006
Vogeltje
We gaan straks naar de sporthal.
Om de een of andere duistere reden sta ik op de spelerslijst voor een wedstrijdje handballen tegen de meisjes-B.
Ik gooi voor de zekerheid wel gympies in de tas van mn zoon, maar zal niet spelen als er ook maar één wisselspeler is.
Ik heb een conditie als een scheepswrak, en bovendien nog steeds last van mn linker wijsvinger waar ik een paar weken geleden met een Stanley-mes doorheen gegaan ben.
Vrouw en dochter gaan op de fiets, zoon en ik zullen met de auto gaan.
De meiden willen net wegrijden als het vol afgrijzen en tegelijk "Jââân" en "Pâââp" klinkt.
Achter in de tuin ligt een vogeltje.
Kopje onder een erg vreemde hoek, maar de oogjes bewegen en het diertje ademt nog.
Ik er naartoe, wuif de dames weg, en bekijk het beestje op mn gemak.
M'n zoon ook erbij.
Ik pak het vogeltje zo voorzichtig mogelijk op om het nader te bekijken.
Het ligt op z'n rug op mn handen, klaar om opgevreten te worden.
Maar ik vreet alleen diepvriesvogeltjes.
Ik leg het beestje in de schuur, op een kussentje, en pak een bakje water.
Eens zien of ik het gerust kan stellen met wat drinken.
Ik druppel wat water op z'n mondhoek (snavelhoek?).
Het reageert.
Maar bij een poging te bewegen komt het hele lijfje weer in een vreemde verdraaide positie terecht.
Net nekje lijkt niet gebroken, maar vermoedelijk de ruggegraat wel.
Dit kan ik niet aanzien.
Natuurlijk kan ik gewoon weglopen en de natuur z'n werk laten doen, maar dat wil ik niet.
Zelfs een vogeltje heeft recht op een zo snel en pijnloos mogelijk einde.
In elk geval wel als het zich onder mijn hoede bevind.
Ik kijk naar de schep, één tik en afgelopen, maar ik kan misslaan.
Ik denk aan het jachtmes, maar ben niet overtuigd.
Dan laat ik mn zoon een pedaalemmerzak en een butaanbrander halen.
Zo voorzichtig mogelijk leg ik het beestje in de zak en druk er zoveel mogelijk lucht uit.
Kop van de brander er in, en de kraan opendraaien.
De zak bolt op en er is nog een laatste trilling waarneembaar.
Niets meer.
Ik knoop de zak dicht, met gas en al.
Ach, het is maar een vogeltje, beter zo dan wanneer 'ie aan stukken getrokken wordt door een kat.
Dat probeer ik mezelf wijs te maken, maar ik overtuig mezelf niet.
Voor mij is de lol er van af voor vandaag.
Om de een of andere duistere reden sta ik op de spelerslijst voor een wedstrijdje handballen tegen de meisjes-B.
Ik gooi voor de zekerheid wel gympies in de tas van mn zoon, maar zal niet spelen als er ook maar één wisselspeler is.
Ik heb een conditie als een scheepswrak, en bovendien nog steeds last van mn linker wijsvinger waar ik een paar weken geleden met een Stanley-mes doorheen gegaan ben.
Vrouw en dochter gaan op de fiets, zoon en ik zullen met de auto gaan.
De meiden willen net wegrijden als het vol afgrijzen en tegelijk "Jââân" en "Pâââp" klinkt.
Achter in de tuin ligt een vogeltje.
Kopje onder een erg vreemde hoek, maar de oogjes bewegen en het diertje ademt nog.
Ik er naartoe, wuif de dames weg, en bekijk het beestje op mn gemak.
M'n zoon ook erbij.
Ik pak het vogeltje zo voorzichtig mogelijk op om het nader te bekijken.
Het ligt op z'n rug op mn handen, klaar om opgevreten te worden.
Maar ik vreet alleen diepvriesvogeltjes.
Ik leg het beestje in de schuur, op een kussentje, en pak een bakje water.
Eens zien of ik het gerust kan stellen met wat drinken.
Ik druppel wat water op z'n mondhoek (snavelhoek?).
Het reageert.
Maar bij een poging te bewegen komt het hele lijfje weer in een vreemde verdraaide positie terecht.
Net nekje lijkt niet gebroken, maar vermoedelijk de ruggegraat wel.
Dit kan ik niet aanzien.
Natuurlijk kan ik gewoon weglopen en de natuur z'n werk laten doen, maar dat wil ik niet.
Zelfs een vogeltje heeft recht op een zo snel en pijnloos mogelijk einde.
In elk geval wel als het zich onder mijn hoede bevind.
Ik kijk naar de schep, één tik en afgelopen, maar ik kan misslaan.
Ik denk aan het jachtmes, maar ben niet overtuigd.
Dan laat ik mn zoon een pedaalemmerzak en een butaanbrander halen.
Zo voorzichtig mogelijk leg ik het beestje in de zak en druk er zoveel mogelijk lucht uit.
Kop van de brander er in, en de kraan opendraaien.
De zak bolt op en er is nog een laatste trilling waarneembaar.
Niets meer.
Ik knoop de zak dicht, met gas en al.
Ach, het is maar een vogeltje, beter zo dan wanneer 'ie aan stukken getrokken wordt door een kat.
Dat probeer ik mezelf wijs te maken, maar ik overtuig mezelf niet.
Voor mij is de lol er van af voor vandaag.

