Brief aan Henri ten Cate van Gabriel

Oom Constan Dus ook voor vrienden Gabriel. Maar hij is wel Oom Constan voor zijn favoriete neef Henri, de zoon van zijn zuster Célestine, die in de familie van de schilder H.G. ten Cate (1803 - 1856) is ingetrouwd. De kinderloze Gabriel en zijn vrouw richtten hun affectie op hun oudste neefje Henri Gérard. In een brief uit 1895 betreurt Constan Gabriel dat zijn inmiddels zeer bejaarde zuster niet zo'n gelukkig huwelijk heeft gehad met de handelsreiziger, zijn zwager. En hij steekt aan het eind van de brief weer eens een van zijn boutades af over het bestaan van de kunstschilder. Dat deed hij ook in zijn brief aan Geesje "Wat zou het schilderen een mooi iets kunnen zijn, indien veele dingen anders waren ... ik heb er twee nachten op geslapen maar het wil er nog niet in, die turfschuit wil niet aan de kant en ik weet niet hoe die aquarelle nog teregt komt." En even verder: "Wat mij aangaat ben gezond, maar ik heb het spleen. Weet gij wat dat is? Dat is zoo iets, dat men wel in den grond zou willen kruipen." De brief van zes kantjes van Gabriel aan zijn neef Henri eindigt in de marge met hartelijke "groeten indien ik te A. kom zoek ik U op. Oom Constan." Constan, geschreven zonder een t. Dat is in lijn met de fonetische schrijftrant van Gabriel. Maar je ziet het ook in de voornaamverkorting Stan, die eveneens bij de grondvorm Constantinus hoort. Dit lijkt de enige brief, ondertekend met zijn roepnaam, want het blijkt dezelfde brief te zijn die via een veiling en een royale kunsthandel bij het Rijksprentenkabinet is terecht gekomen. Waarna R.J.A. te Rijdt er ook uit concludeert in het Bulletin van het Rijksmuseum van 2007 dat Paul eigenlijk Constan moet zijn. Te Rijdt is de eerste die dit wereldkundig maakt. Over het ontbreken van een trema op de achternaam zegt hij ten onrechte niets. Bron: Leestafel
mesdag van calcar






