Wind tegen

Vol goede moed zo vroeg in ’t jaar op de fiets gestapt,
eerst lekker met de wind mee getrapt,
lekker zonder al te veel kracht,
zo tientallen kilometers gladjes verder gebracht.
Genietend van zon en een frisse bries,
geen regen, spatten en dus niet vies.
Af en toe uit mijn bidon wat water,
niet alles, ‘k bewaar nog wat voor later.
Terugkerend op mijn route naar huis,
krijg ik de wind tegen, recht in mijn kruis.
Ploeterend, stampend en zwetend,
vecht ik tegen een wind, die is ontketend.
Trager dan ooit lijkt het nu te gaan,
soms vechtend, dan weer op de pedalen staan.
Eindelijk, het laatste stuk van deze vroege tocht,
kom ik thuis, doodmoe en val bijna bij de laatste bocht.


















