Naar de inhoud

Chauffeurkes home

Wees welkom bij de mens achter het woord
akke.beakke.be

Archief

dag 3 les demoiselles coiffée

Hello evrybody

 

Het opstaan op de derde dag verliep niet anders dan de vorige dagen en telkens was het ontwaken met een zonbeschenen berg met in de verte de besneeuwde top.

Maar elke dag ontdekten we wel iets nieuws en zo was het ons ook opgevallen dat hier op 1650m hoogte enorm veel zwaluwen aanwezig waren.

Ja, als we er bij ons nog twee zien kunnen we al van veel spreken maar hier ging het over honderden.

Vooral ’s morgens kwamen ze de jongeren voeden in de nesten en was het een speciaal beeld van ze zien aan en af te vliegen naar het appartement rechtover ons.

Iets verder in het dorp zaten ze soms met honderd of meer op de reling van een appartement of gewoon naast elkaar op de rand van de dakgoot.

Maar we waren niet alleen gekomen om de rondvliegende zwaluwen te zien we wilden ook de rest van de prachtige natuur verkennen en dus trokken we op de derde dag terug onze wandelschoenen aan om daarna op de wandelkaart een route uit te kiezen.

De wandelroutes zijn aangegeven in kleuren zoals de skipistes om de moeilijkheidsgraad aan te duiden met het enige verschil dat je op ski’s altijd naar beneden glijd en dat je al wandelen heel wat te stijgen hebt.

Groen en blauw stonden als makkelijk aangeduid en rood en zwart voor moeilijk tot zeer moeilijk.

We zouden de eerste dagen onze benen nog wat proberen te sparen en dus besloten we maar voor een blauwe wandeling te gaan.

“le sentier des paquiers”, iets verder dan het appartement begon de wandeling via een klein smal pad dat ons iets later door het bos zou gidsen.

Onderweg liepen we ook langs een avonturenpark waar veel jeugdigere snotapen over kabels van boom naar boom kropen en zo een gans parcours aflegden waar ja alvast geen hoogtevrees mocht voor hebben.

Ons pad kronkelde zich een weg tussen de verschillende soorten bomen waar we regelmatig één of ander bergriviertje ontdekten waar het ene al vlugger stroomde dan het andere.

In feite bracht de wandeling ons van St-Francois 1650 naar St-Francois 1450 en ja wat is nu 200 m hoogteverschil hé.

Ter hoogte van het laagst gelegen dorpje klauterden we het bos uit en stonden we oog in oog met “les Demoiselles Coiffées”.

Opgelet het waren geen juffrouwen die juist naar de kapper geweest waren maar in feite de benaming die de montagnards hier aan een zeer speciaal natuurfenomeen gegeven hadden.

Een paar steile rotsen die na erosie als hoge schouwen zijn blijven rechtstaan en waar bovenop een grote steen is blijven in evenwicht liggen.

De hoogste juffrouw was niet minder dan 38m hoog en droeg een hoedje in de vorm van een rotsblok van 6x 3’5m en zo maar 130 ton.

Ja, het kan tellen als ge dat op uwe teen krijgt en vroeg of laat zal door het afslijten ook de steen wel naar beneden komen.

Na onze resem foto’s te hebben genomen en onze boterhammen naar binnen te hebben gespeeld konden we onze wandeling verder zetten en dus van 1450m terug naar 1650m gaan.

Wie had er hier juist gezegd dat 200m niks leek.

Amai mijne frak,hoewel we de terugkeer op een brede weg konden afleggen voelden we stap na stap onze benen opstijven.

Gelukkig hadden we tijd en oog voor alle details en zo stopten we af en toe om de vele vlinders of soorten sprinkhanen te fotograferen en zo even op adem te komen.

Waar we ook naar uitkeken waren de marmotten hoewel we deze in ruiger gebied dienden te zoeken en we waren nu al nieuwsgierig of we er ook dit jaar zouden zien zoals we ze soms met tientallen zagen verleden jaar.

De brandende zon die ons op onze wenken had bediend omdat we toch achter goed weer hadden gevraagd deed de zweetdruppels op ons lichaam parelen en af en toe moesten we wel even stoppen om toe te geven dat onze fysiek niet meer was wat het geweest was.

Och…na een paar dagen zouden onze benen wel terug in vorm zitten en om onze wandeling te zegenen besloten we maar na aankomst om het eerste beste terras uit te kiezen om ons lui in een stoel te laten vallen en ons te laten bedienen met een sangria.

Ja, sangria was nu wel geen specialiteit van de Savoi maar om daar direct een “Génepi” of twee naar binnen te kappen daar was het echt te warm voor.

Moe maar voldaan lieten we ons daarna terug afzakken naar het appartement waar we ons nog op een glas witte wijn trakteerden en waar mijn lief met volle moed aan het eten begon.

Lange avonden zouden het hier alvast niet worden.

In feite konden we het zeer goed stellen zonder tv en computer en was het vooral de vermoeidheid die ons naar bed lokte.

Lang duurde het meestal niet dat de bergen de echo van ons gesnurk weergalmden op weg naar de volgende morgen.

 

Groetjes chauffeurke

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door chauffeurke om 06:47 Reageer op dit bericht

op verkenning

Hello evrybody

 

Na een rustige en volgesnurkte nacht trokken we onze gordijnen van de slaapkamer open en hadden we zicht op een zonovergoten bergdal aan de ene kant en de groene bergweiden aan de andere kant waar de koeien en op de top aan het grazen waren.

Och…in Deftinge hadden we ook wel zicht op de koeien en de weiden maar hier was het totaal anders.

Nadat we ons uitgerokken hadden en de longen gevuld met zuivere lucht op het terras konden we aan het ontbijt beginnen en beslissen hoe we onze dag zouden indelen.

Het leek ons interessant van het dorp eerst te gaan verkennen en zo geschiede het ook nadat we ons aangekleed hadden.

Op 1650m hoogte was een short en een T-shirt zonder mouwen meer als voldoende en zo trokken we de straten van het dorp in.

Leuke winkeltjes allerhande die nog de solden aanprijsden en er was buiten onze verwachtingen ook een apotheker.

De sportwinkels zullen waarschijnlijk in de winter te doen hebben want het skimateriaal was alom zichtbaar.

Maar het dorpje herbergde in de zomer heel wat wandelaars en dus leefden de meeste sportwinkels ook op geoefende of niet geoefende wandelaars.

Waar we vaak halt hielden waren de vitrines waar de lokale specialiteiten te vinden waren.

De verschillende soorten “saucissons” deden ons al watertanden en we waren nog maar goed één winkel ver als ze ons daar al lagen toe te lachen.

Je kan het zo zot niet bedenken of ze maken er hier saucissen van.

Van geiten, runderen,varkens en zelfs ezels en bij deze laatste voelde ik mij plots bedreigd.

En dan waren er nog de verschillende smaken met noten, peper, tartiflette, Genepi en nog zoveel andere aroma’s die men hier voor het smaken krijgt.

En dan waren er nog de kazen zoals een “Tome de Savoi” of de Reblochon” waar men zelfs de Alpen en de koeien in ruikt.

Lang zou het allemaal niet duren voor we met worst en kaas naar het appartement zouden trekken en ons tegoed doen aan de lokale geneugten bij een fles witte wijn uit de streek die ons eerder wat zuurder leek dan andere jaren.

Na ons bezoek aan het dorp en de toeristische dienst besloten we om de wagen te nemen en tot op de Col de la Madeleine te rijden die niet verder lag dan 5 km van waar we logeerden.

We hoorden er vaak over spreken in de Ronde van Frankrijk en dus besloten we maar even te gaan kijken naar dat monument waar menig coureur zijn kuiten op stuk beet.

Maar ook nu reden we verschillende renners voorbij die het blijkbaar plezant vonden om hier komen af te zien.

Onder een drukkende zon en met temperaturen van om en bij de 30 graden gingen ze de strijd aan met de berg.

20km klimmen zonder ook maar één stuk plat, laat staan dat we stukken vals plat zouden ontdekt hebben.

Nee, het ene stuk al steiler dan het andere waar zelfs bij de geoefende renner de zweetparels met stromen op het hete asfalt vielen.

We waren zelfs mee aan het zuchten in de wagen als we ze bezig zagen.

Een paar nog redelijk vlot maar bij de meeste ging bijna het licht uit en zwalpten ze zigzaggend naar boven.

Eens boven op de col viel het ons op hoeveel wagens er geparkeerd waren en ook hier stonden verschillende kraampjes met lokale producten waar de toerist wel oog voor had maar waar de renners aan voorbijreden.

De meeste stopten wel op de top om hun fiets aan het bord van de Col de La Madeleine te plaatsen en er tijdens de rustpauze een foto van te nemen voor ze de afdaling zouden aanvatten en hun leven op het spel zetten tijdens een afdaling tegen hoge snelheid over smalle en kronkelende wegen waar het richting Moutiers zelfs moeilijk is om met twee wagens te kruisen.

Maar wij besloten om op de Col de La Madeleine onze eerste wandeling te beginnen.

Achter een café met terras liep een kronkelend pad naar boven en hoe verder we liepen hoe smaller het werd.

Onze fysiek liet zich al vlug voelen en de kuiten van een chauffeur lieten al vlug weten dat je hier niet teveel gas moest geven om buiten adem te geraken.

Ook mijn lief pufte met kleine longinhoud naar boven terwijl mijne jongste snotter als een berggeit naar boven huppelde.

Och…ver zouden we niet geraken want de hoogtevrees begon mijn lief parten te spelen en ons pad liep van smal naar smaller en van steil naar steiler waar we op zeker moment een schoon zicht hadden op de afgrond maar waar mijn lief liever rechtsomkeer maakte.

Via dezelfde weg trokken we dan voorzichtig naar beneden en belanden zo op het terras van het café waar we ons wat moed zouden indrinken met een lokaal wijntje.

Maar hoewel de Euro voor iedereen gelijk is zagen we toch nog een prijsverschil.

Met de warmte waren niet alleen hun glazen gekrompen maar vonden we de wijn een beetje aan de zure smaak.

We zouden de col later nog wel tegenkomen en dus besloten we maar om terug naar beneden te rijden.

Tussen de top en ons appartement konden we de wagen parkeren en we besloten om daar nog even te gaan wandelen.

Via een breed aarden pad kwamen we aan een splitsing waar we plots op een veel smaller paadje liepen en waar we na enige tijd een kabbelend bergriviertje moesten oversteken.

Om de vijf meter hadden we een ander panorama en dus was het vaak stoppen om op een paar meter tijd tientallen foto’s te trekken.

De sprinkhanen sprongen voor onze voeten in een landschap waar de rust zich liet horen.

Ja, een bloem zag er hier anders uit dan bij ons en vooral de achtergronden waren spectaculair.

Vlinders vergezelden ons van bloem naar bloem en zo liepen we het bergpad af in dalende richting om op zeker moment aan een splitsing te komen waar juist een dame aankwam lopen en waar we in ons beste Frans de weg konden vragen.

-Euh…bonzour madam, par ou va le chemin?

-Si vous aller tout droit vous pouvez rejoindre St-Francois en par l’autre coté il vous faut 2 heures pour rejoindre le lac.

Euh...die twee uren dat boezemde ons wat schrik in voor de eerste dag en dus besloten we maar om verder te stappen naar St-Francois.

Prachtige vergezichten en een overdonderend natuurschoon vergezelden onze moegestapte benen en zo kwamen we na een vermoeiende beklimming terug ons dorp.

Straffer was dat de wagen er nog een heel eind vandaan stond en dat ik daar nog eens achter kon om hem terug naar onze locatie te brengen.

Maar de start was alvast gegeven voor een mooie wandelvakantie hoewel ieder van ons zeker wist dat de fysiek zou moeten bijgewerkt worden.

Terug thuis was het koken en vlug in bed om de nacht aan te vatten naar een volgende dag.

 

Groetjes chauffeurke

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door chauffeurke om 06:46 Reageer op dit bericht

dag 1 Deftinge-St-Francois

 Dag 1 Deftinge – Saint-Francois-Longchamp

 

 

Na een slechte en korte nacht was het om drie uur opstaan geblazen en kon onze jaarlijkse vakantie eindelijk beginnen.

Op vrijdag 24 juli hadden we pak en zak gepakt en ook de wagen geladen.

Het is telkens een zenuwachtige bedoening en toch kijken we er elk jaar naar uit.

Van uit de keuken wordt er naar de badkamer geroepen van “hebt ge dat niet vergeten” en “hebben we de papieren mee” en “moeten we de friteuse niet meenemen” en, en ….

Elk jaar opnieuw gaan we minder meenemen en elk jaar opnieuw stel ik me bij het laden de vraag of ik beter geen grotere wagen zou kopen.

Om 3uur loopt de wekker af en is het startschot gegeven richting Frankrijk en meer bepaald Saint-Francois-Longchamp een bergdorpje gelegen op 1650m hoogte  en volgens de brochure gelegen op de col de la Madeleine die beter bekend is in het wielermilieu.

Normaal gezien trekken we al jaren naar dezelfde plaats maar dit jaar was alles al volgeboekt en boekten we “residence du mont blanc”.

In feite was dat mijn eerste vergissing omdat ik dacht dat alles wat met de Mont Blanc te maken had ook daadwerkelijk in de omgeving lag en dus aan de voet van de Mont Blanc in “Chamonix” maar eens terug thuis zag ik al vlug mijn vergissing in toen mijn lief mij de vraag stelde of ik toch nog iets op de kop had kunnen tikken.

-En bolleke hebt ge nog iets kunnen reserveren?

-Ja ja, we gaan naar de Mont Blanc.

-Ha, naar Chamonix?

-Euh ja zekerst wacht ik zal eens kijken op het papier,ha hier staat het “residence du Mont Blanc”

-Och dat gaat tof zijn zo aan de voet van de hoogste berg van Europa.

-Euh…maar wacht eens ik zie hier nergens Chamonix vermeld staan.

-Hoe?

-Euh…nee, de residentie noemt zo maar…

-Zeg manneken ’t zal toch weer geen waar zijn zekerst want u kennende, laat mij eens kijken.

-Euh…

-Maar kieken…residentie “Mont Blanc” ligt in Saint-Francois-Longchamp!

-Euh…dat zal daar dan dicht tegen liggen zekerst!

Toen we op de kaart van Frankrijk gingen kijken zagen we rond de Mont Blanc geen Saint-Francois liggen en moesten we al 120 km verder kijken om het bergdorpje te vinden.

Ja lap…nu stonden we daar schoon.

Maar bon zoals met al mijn avontuurlijke vergissingen zouden we er ook hier het beste van maken.

Het zou alvast een goedkope vakantie worden want we betaalden 370€ voor twee weken.

Ja, u leest het goed, voor twee weken en dat deed bij mij een beetje de schrik naar boven komen dat we of in de aap zouden gelogeerd zijn of in een boerendorp waar vijf huizen stonden.

De reis verliep vlot en het was pas in de laatste kilometers dat ik me nog van weg vergiste terwijl ik de weg al 20 jaar had afgelegd.

Maar geen probleem want het waren mooie kilometers langs schilderachtige dorpjes.

Na meer dan 930 km zagen we eindelijk het bordje staan naar Saint-Francois-Longchamp en dat was tevens de beklimming van de Col de La Madeleine.

Kronkelende wegen die ons van “La Chambre” (en dan bedoelen ze niet de kamer van volksvertegenwoordigers) van 450m boven de zeespiegel naar 1650m hoogte zouden brengen.

Mijn lief versteef  bij elke bocht en telkens er ons een auto voorbij moest in tegenovergestelde richting sloot ze de ogen om met een ongekende kracht mijn armleuning af te breken.

Ja, als ge u wilt ontspannen moet ge eerst wat gespannen zijn en dus was ze goed bezig.

Na bijna een half uur klimmen zagen we voor ons het vakantieoord opdoemen en het leek op het eerste zicht best mee te vallen.

Maar omdat onze reizen steeds een avontuurlijk en vaak ongewild tintje hebben wou het toch wel lukken zekerst dat ze “residence Mont Blanc” in “residence les 4 vallées” hadden omgedoopt.

Maar bon, wie zoekt die vindt en zo kwamen we eindelijk op het goede adres terecht en begaven we ons naar de balie van het vakantieoord.

-Bonjour monsieur.

-Bonzour madam je viens en vacances avec ma fiancé et mon jongste snotter.

-Ha, vous étes Belge ?

Ongelooflijk hoe die mannen u direct herkennen hé.

We kregen de sleutels en eens we de deur van het appartement openden was het een hele opluchting en viel de stress van mijn schouders.

Veel beter dan ik had verwacht en dus waren we niet verplicht van te kamperen.

Mijn lief begon met alle kasten open te trekken terwijl mijn zoon en ik de wagen begonnen uit te laden.

Na een uurtje was de klus geklaard en daar stonden we op ons terras met uitzicht op een paar bergen waarvan één nog een wit deken van sneeuw droeg en de anderen als een grijs en groen gebit getand boven het dal uittoornden.

Het was tijd om het dorp even te verkennen en het viel ons al vlug op dat onze weinig getrainde spieren het hier zwaar te verduren zouden krijgen in een dorp waar ze geen vlakke wegen kennen.

Naar de bakker was het eerst dalen en dan terug klimmen en ook voor een fles wijn of de krant zou het dalen en klimmen worden.

Om nog maar te zwijgen dat de wandelingen meestal nog andere koek zijn langs paadjes waar Jezus pas de dag ervoor langs geweest is om het gras plat te trappelen.

We ontdekten de winkeltjes en we waren nog geen uur ter plaatse of we vonden toch al een winkel waar ik blijkbaar goedkoop aan een paar ski’s zou geraken voor de volgende vakantie die in de winter zou gepland zijn.

Wat ons opviel waren de vele fietsers die de Col de La Madeleine wilden temmen en vaak leek het andersom.

Bij elke pedaaltrap parelde bij mij het zweet op het voorhoofd, juist van die mannen te zien afzien.

Jawadde, ge moet er veel goesting voor hebben dachten we luidop terwijl sommigen zwalpend over de kronkelende wegen reden met gelaatsuitdrukkingen die alles vertelden.

Op onze verkenning gingen we ook even aankloppen bij de toeristische dienst en die mannen verkochten ons een kaart met alle mogelijke wandelingen in het gebied waarvan sommigen voor zeer geoefende wandelaars zouden blijken.

Ja, in het hooggebergte telt men niet per kilometer maar in uren en dat hangt dan vooral af van hoe snel je stapt want den dienen die de kaart ontworpen had was blijkbaar een goed wandelaar.

Buiten konden we nog even het weerbericht nalezen en ook daar waren we met ons gat in de boter gevallen want de zon zou ons de ganse week vergezellen.

Ons appartement lag volledig bovenaan het dorp en tegen dat we terug thuis waren hing onze tong al tot aan onze knieën en moesten de wandelingen in feite nog beginnen.

Maar bon “l’aventure c’est l’aventure” en dus zouden we na een lange rit vroeg in ons bed kruipen om de volgende morgen echt op verkenning te trekken.

De donkere nacht omhulde de bergen waar een halve maan knipoogde naar drie Belgen met een plattekaasvel en waar de sterren flikkerden om ons te verwelkomen.

Maar ja, eens in een ander bed is het soms moeilijk de slaap te vatten en als ge op 1650m hoogte logeert is het best van er niet uit te vallen hé.

Maar bon, we doken de nacht in op weg naar de volgende morgen.

 

Groetjes chauffeurke

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door chauffeurke om 06:45 Reageer op dit bericht

vergeten poëzie

Vergeten poëzie

 

 

Vergeten

hoe mooi

poëzie kan zijn

 

op wegen

soms gerijmd

soms met hersenkronkels

 

vergeten

door alle hersenspinsels

hoe woorden te schikken

 

in strofen

parkeer ik op regels

vergeten gedachten

 

groetjes chauffeurke

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door chauffeurke om 09:52 1 reactie Reageer op dit bericht

vergeetachtigheid

Hello evrybody

 

Vergeetachtigheid, ik dacht er geen last van te hebben en toch…

Ze hadden mij altijd gezegd dat het vergeten te linken was aan de ouderdom en dus dacht ik maar, ik heb nog tijd.

Maar wanneer ben je nu oud en vooral oud genoeg om te vergeten?

Ik ben nog geen 50 en gisteren vergat ik iets op de werkvloer.

Och…het kan gebeuren.

Maar nu ik er aan denk, verleden week was ik ook al een paar zaken vergeten en zelfs de week ervoor.

Ik herinner me zelfs dat ik verleden jaar verschillende zaken op het programma of in mijn agenda staan had die ik totaal vergeten ben.

En zelfs verder in de tijd vergat ik niet van iets te vergeten.

Naar het schijnt vergat ik zelfs mijn huiswerk te maken in ’t school en vergat ik thuis zelfs te luisteren naar mijne pa.

Ja, als ik zover moet terugkeren in de tijd dan wil dit zeker zeggen dat ik al oud was op jonge leeftijd.

Och…het compenseert dat ik me vandaag zoveel zaken herinner die ik vroeger vergeten ben.

Hoewel, vandaag is het te laat en vergeten is vergeten.

Te laat om nu nog te doen of te hernemen wat al veel vroeger moest gedaan zijn.

Ja, ik moet toegeven dat ik al gans mijn leven wreed vergeetachtig ben.

In feite is het de weekopdracht die mijn vergeetachtigheid in beeld brengt want anders had ik er misschien nooit aan gedacht.

In feite zet het mij aan het denken en stel ik mij de vraag of ik sommige zaken nu echt vergeten ben of dat het bewust gewist was uit mijn geheugen.

Ik hoor het de meester in ’t school nog zeggen “chauffeurke ge moet echt een kieken zijn om voor de vijfde maal uw huiswerk te vergeten deze week”!

Als hij gelijk had was ik inderdaad een kieken wat het huiswerk betreft maar van beesten wist hij dan weer niks af want kiekens kunnen niet vergeten en dus was de vergelijking niet in de juiste context geplaatst.

Misschien was het wel een vergeetachtigheid van de leraar die niet meer op de naam van een dier kon komen dat zodanig veel verstand had dat het kon vergeten.

Nee, ik denk dat ik niet echt vergat!

Integendeel, ik wist zeer goed dat ik een pak straf zou krijgen en er thuis nog eens een pandoering bovenop.

Uren zat ik te denken aan wat ik niet vergeten was maar bewust wou overslagen.

Straffer nog, vandaag zit ik nog steeds te denken aan wat ik vroeger zogezegd vergeten was.

Zo zal ik later misschien denken over wat ik vandaag wil vergeten.

En toch is er geen zekerheid want wie weet vergeet ik straks of later wel echt.

Twijfelen, vergeetachtig, vergeten en totaal niet meer weten, ze hebben er een woord voor uitgevonden…”dementie”!

Mijn grootmoeder was dement en volgens de dokter was dit een ernstige ziekte.

Maar mijn grootmoeder kon het blijkbaar niet schelen dat ze dement was want ze vergat dat ze ziek was.

Ze vergat zelfs dat haar dochter overleden was en soms vergat ze wie ik was als ik naast haar bed stond.

Ja, dat was pas vergeten, niet meer weten van welke planeet je bent.

En soms stel ik me de vraag of ik ook zo zal worden.

Ga ik binnen een paar jaar nog weten naar wie ik schrijf of ga ik gewoon vergeten van te schrijven.

Wie weet binden ze mij wel vast in een bed met op het voeteinde de diagnose van mijn dementie.

De mens rond mij zou mij dan helpen van niks te vergeten.

Ze zouden niet vergeten van mij te wassen en van mijn pilletjes te brengen en van mij eten te geven en met mij te gaan wandelen tot voor het raam.

Ja, in feite zit ik er zo aan te denken….

Vergeetachtig zijn is helemaal niet erg want dan denkt er een ander wel aan in je plaats.

Stel je nu voor dat ik deze tekst zou vergeten te schrijven zijn dan zou er waarschijnlijk wel iemand anders aan gedacht hebben.

Hoe meer ik er zit aan te denken hoe meer ik besef dat vergeten niet bestaat.

Als men iets vergeet is dat men er vroeg of laat terug aan denkt en dus is men het niet helemaal vergeten hé.

En herinnert men zich helemaal niets dan is het er misschien nooit geweest en hoeft men nog geen schrik te hebben van iets vergeten te zijn.

En toch twijfel ik soms….soms denk ik…mijn verstand draait op volle toeren om mij toch iets te herinneren dat ik misschien had moeten doen.

Maar nee er komt niets en blijkbaar ben ik het dan echt vergeten?

Nee…ik noem dit niet vergeten, en zolang ik het niet zeker wet of mij kan herinneren noem ik het “twijfelen” of “onzekerheid”.

Ik kan dus besluiten dat men zeker niet mag twijfelen of onzeker zijn wil men echt vergeetachtig zijn!

 

Groetjes chauffeurke

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door chauffeurke om 09:51 Reageer op dit bericht

Pasen 50 jaar geleden

50 jaar geleden

 

 

Toen ik begin april mijne nonkel Gerard tegen het lijf liep na bijna veertig jaar ben ik in feite wreed beginnen nadenken over het leven en het begrip tijd.

Ik was een week thuis met het Paasverlof en dus had ik in feite tijd genoeg om na te denken.

Volgens wat er op mijn “ziekenboekske” en ook op mijn identiteitskaart staat zou ik geboren zijn in april 1959.

Potverdekke zeg toen ik daar op onze almanak plots 2009 zag staan heb ik rap mijn telraam genomen om alles eens uit te rekenen volgens de universitaire studies die ik in Gemeldorp had gelopen en ik kreeg daar het getal 50 voor ogen.

50 jaar stel u voor!

Hoewel ik nooit mijn eigen verjaardag vier uit principe en nog een paar andere redenen was ik er toch wreed van verschoten.

De mensen spreken altijd iets meer over bepaalde jaartallen en 50 is er zo één.

Ja, onlangs had er mij nog iemand gevraagd van welk jaar ik was en dienen mens had geantwoord dat ik dan in de helft van mijn leven zat.

-Euh…in de helft?

-Ha ja chauffeurke 50 is de helft van 100 hé.

-Euh…jamaar dan moet ik al 100 jaar worden.

-Awel dat is toch geen probleem voor u, ge ziet er nu al 90 uit.

Ja, in feite was ’t meer om te lachen dan dat hij dat serieus vertelde en hij zal ook wel geweten hebben dat er nog niet teveel zijn die 100 kaarsen kunnen uitblazen zonder dood te vallen.

Nee eerlijk gezegd zie ik mij ook geen 100 worden en dus ben ik sinds deze week aan het aftellen.

Elke dag verschuif ik een bolletje van het telraam des levens en ik zie wel hoever ik kom.

In feite was het tijd om aan mijn 50ste een retrospectieve van mijn leven te maken maar dan had ik “De beiaard” moeten vragen om een speciale editie te laten drukken.

Ik was tijdens al mijn nadenken begonnen bij het begin en ik moet zeggen dat ik een wreed goed zwemmer was.

Ja, nadat ik negen maanden gezwommen had in warm water zag ik daar in 1959 het licht van een paar tl lampen in het hospitaal van Opbrakel.

Den doktor had mij daar direct een paar lappen op mijn billen gegeven om mij aan mijn toekomst te laten wennen.

Maar mijn moeke verzorgde mij met de beste zorgen en zo werden we allebei uit het hospitaal ontslagen.

De eerste maanden van mijn leven hadden ze mij op mijne rug in een wieg gelegd om mij niet te moe te maken voor wat er mij te wachten stond en zo groeide ik langzaam tussen het eenvoudige leven van vroeger en de goede zorgen van mijn ouders.

Al vlug kon ik zelf op mijn korte beentjes staan en eens aangekleed met korte broek en klak op mijne kop trok ik op avontuur in de contreien van Deftinge.

Maar de tijd vloog zo snel dat het binnen de kortste keren tijd was om naar ’t school te gaan en daar had ik van de eerste dag een wrang gevoel bij.

Mijn ouders waren ondertussen naar Brussel vertrokken en daar zat ik nu onder oma’s vleugels en bompa zijne blauwe overall die me om beurten naar de universitaire kleuterschool van Gemeldorp brachten.

De liefde en de zandbak van juffrouw Magda maakten veel goed en zo kwam ik daar na enige tijd met grote onderscheiding buiten.

Maar dan werd ik daar op een dag ontvoerd van Deftinge naar Brussel en zou mijn leven een andere wending krijgen.

Van de één op de andere dag moest ik naar de grote school waar broeders in lange zwarte kleren mij stonden op te wachten.

Uren heb ik tijdens de lessen zitten denken aan mijn Deftinge en mijn vrienden terwijl ondertussen de lessen voorbijgingen en de straffen zich opvolgden.

Ik was verplicht om tijdens het eerste schooljaar al een paar weken ongeleerd verlof te nemen en mij een paar weken op de ziekenkas te zetten.

Om nog maar te zwijgen dat ze in Brussel de deftige taal van Deftinge niet kenden en dat ik daar verplicht was om een hete patat in mijne mond te steken om tegen die mannen ginder te kunnen klappen.

Oui oui,’t was er allemaal in ’t Frans te doen en de enige Frans die ik kende was onze buurman op de hoek van de Elleboogstraat in Deftinge.

Och…goede raad kreeg ik genoeg!

-Maar manneke ge moet zelf Frans spreken want anders gaat ge het nooit leren!

Hoe kunt ge nu Frans spreken als ge amper Vlaams kunt klappen en u zelfs daar nog verstuikt over sommige woorden.

We woonden op een laan met bomen maar het landschap zag er totaal anders uit dan de plaats die ik had verlaten.

In Deftinge kon ik mij al eens op straat leggen naast onze kat en dan was het wachten tot een boer met paard kwam aangedraafd om op het laatste moment weg te springen maar dat moest je in Brussel niet proberen.

Af en toe zag ik er zelfs een kat liggen die wat te lang had gewacht met springen.

Auto’s vlogen er voorbij en voor onze deur sprongen mensen gehaast op de tram.

Nee, het rustige Deftinge lag 45km verder en ik zou er nog juist in het weekend de rust vinden.

Zo groeide ik op in de schaduw van de brouwerij “Wielemans” en aan de andere kant het sportpaleis van Vorst waar ik heel wat uren sleet op de ijsbaan om mij wat af te koelen.

Ja, en zo volgden de dagen zich op met ups en downs zoals ze bij velen onder ons te beleven zijn.

De dagen die elkaar opvolgden en waar ik mijn jaren sleet zoals ook anderen ze sleten.

Na 50 jaar zit je dan te denken wat je is bijgebleven en ik moet zeggen dat de dood van bepaalde personen mij steeds in gedachten is gebleven.

Mijn grootouders langs beide kanten maar ook bepaalde tantes en nonkels waar ik mee verbonden was en zeker mijn moeder die me hier op deze wereld heeft gezet.

En dan zijn er nog die vrienden die het zolang niet mochten trekken en waarvan ik van sommigen al op zeer jonge leeftijd moest afscheid nemen.

Natuurlijk waren er ook de leuke momenten waarvan ik ze niet allemaal kan opnoemen.

Maar in feite was mijn leven niet echt anders en liep ik door de jaren om hier nu over mijn 50ste zitten na te denken.

Ik zou bladzijden kunnen schrijven en misschien zouden er zich wel velen in herkennen.

Om een juist beeld te geven van mijn leven ben ik beter van elke week een stuk te schrijven en alles in detail uit te leggen.

De jaren moet ik indelen in maanden en de maanden en weken om zo bijna dag na dag op papier te zetten.

Allé neem nu de periode van Pasen!

Ja, ook bij ons was het vroeger Pasen en misschien kan ik er deze dag al eens uitnemen om een beeld te schetsen van één van die dagen uit mijn 50jaar dat ik hier al rondloop.

Er was eerst witte donderdag en waarschijnlijk noemden ze dat zo omdat mijn overgrootvader die dag de kelder witte terwijl mijn overgrootmoeder de Paaskuis deed.

De dag erna was er goede vrijdag en of die dag nu beter of slechter was dan anderen zou ik echt niet weten.

Meestal kreeg ik op goede vrijdag ook een paar lappen op mijn oor maar ze zullen dan misschien Heiliger geweest zijn.

Och ja…er was ook nog “de vastentijd” in die periode waar men moest afzien en scheel zien van de honger.

Geen karamellen, geen ijsjes, geen chocolat…niks!

Zelfs tijdens de gewone malen zat er verschil op, geen boterhammen met centimeters dik gekapt op of ook geen trippen als ontbijt.

Maar dan kenden ze chauffeurke nog niet want als iedereen zijne rug had gedraaid dan liep ik soms met bolle wangen rond.

Maar mijne pa den dienen zag dat allemaal en dus kreeg ik een paar Heilige lappen op mijne kop en kon ik nog eens naar de kerk om te gaan biechten.

Ppfff…ik was potverdekke verplicht van te liegen in dienen biechtstoel om wat geloofwaardig over te komen.

En dan was er Pasen!

De dag waar we ’s morgens opstonden en dat opa mij meenam naar het raam.

-En chauffeurke…zijt ge braaf geweest?

Dezelfde vragen als deze die ze stellen om Sinterklaas en de kerstman te laten verschijnen.

-Ja ja…gisteren ben ik zeer braaf geweest.

-Kom we zullen eens gaan kijken of de klokken geweest zijn.

Omdat we thuis geen mand hadden zoals alle kinderen er mee afgebeeld staan op foto’s of postskaarten kreeg ik de zinken emmer mee om mijn paaseieren in te leggen.

-Goed zoeken hé chauffeurke!

Daar liep ik dan als een paaskieken zonder kop van struik naar struik van boom naar boom.

Maar de paasklokken in de vorm van mijnen bompa hadden er werk van gemaakt om ze zeker niet snel te vinden.

Ja, bompa wist zelfs hoeveel eieren de klokken hadden gebracht en af en toe nam hij mij bij de hand om me te gidsen tot dicht tegen de plaats waar het ei in één of andere bloempot verstopt lag.

En omdat ik toch nog maar een kleine snotter zonder zoekervaring was mocht ook onzen “Blackie” helpen zoeken.

Onze “Blackie” was onze hond, een echte Duitse scheper, hoewel het een herder moest zijn.

Ja, onze Blackie had een fijnere neus dan ik en dus kwam hij daar binnen de kortste keren met een paasgeschenk af.

Euh…’t was maar toen hij naast ons kwam staan dat we zagen dat hij een paaskuiken in zijn muil had en dat opa zijnen bril eens moest goed zetten en dat ik al bleiten terug naar binnen liep omdat de hond het rapper gevonden had dan ik.

Het enige zwarte kuiken dat ik op de markt had gekozen tussen de honderden gele en ’t was al klaar voor de pan voor het een kieken was.

Maar omdat ge juist op Pasen achter eieren mocht zoeken moest de zoektocht verder gaan.

Ik sleepte de zinken emmer achter mij en af en toe vond ik een ei of een stuk chocolat dat zeer goed leek op de stukken chocolat dat grootmoeder meebracht als ze met bompa eens op café geweest was.

Na wel een half uur zoeken was het zowel voor mij als voor bompa tijd om iets anders te doen en dus kreeg ik wat hulp.

Fier mocht ik de emmer gaan tonen aan ma en pa en ook oma keek even naar mijn vondst maar niemand leek echt verwonderd.

Het was alsof het de normaalste zaak was dat de klokken in onze hof waren geland.

-Pa mag ik nu een ei eten?

-Nee gij, ge gaat eerst een boterham eten!

En toen mijn boterhammen met choco op waren stelde ik de vraag nog eens opnieuw.

-Pa…mag ik nu een ei ete. ….?

-Zeg manneke ge gaat toch niet om de vijf minuten zagen op een paasdag hé, we gaan eerst naar de kerk zoals iedereen.

Zo trokken we in stoet naar de kerk en in plaats van een ei moest ik daar een hostie gaan eten aan het altaar die dan nog een half uur tegen mijn gehemelte bleef plakken.

Toen de mis gedaan was kwam de pastoor van iedereen afscheid nemen en ons een zalige Pasen wensen en toen hij mij over mijn haar wreef met zijn handen vol wierookgeur vroeg hij nog of ook de klokken bij ons gekomen waren.

-Ja ja ze zijn geweest!

Met een snok aan mijne arm wist ik dat mijn antwoordt niet goed was.

-Ja wie…?

-Ja meneer pastoor.

Mijne pa liet mij de eerste vijf minuten niet meer los en met gans de familie moesten we ons ook even laten zien in het café aan de kerk.

De mannen zaten allemaal met een pint voor hunne neus en de vrouwen met een limonade of een stuk chocolat.

De kleine snotters die liepen daar rond met een ei dat er hun kaken bruin van zagen.

-Pa…krijg ik nu een ei?

-Zeg manneken begin niet te zagen hé, we gaan straks naar huis en daar kunt ge eieren eten tot ge zwart ziet!

Na een uur gingen we naar huis en daar stond de emmer.

Mijn hand nam er het grootste ei uit omdat ik al lang moeten wachten had.

-Awel…wat gaat ge doen?

-Euh…awel een ei eten hé pa.

-Leg dat eens rap terug want we gaan eerst eten en als ge nu weer chocolat gaat eten hebt ge weer geen honger mee en heeft bomma haar paasspruiten voor niks gemaakt.

Ppfff…in mijn eigen hoopte ik dat de klokken volgend jaar ergens zouden in panne vallen en dat ze bij ons mochten overvliegen want Pasen beelde ik mij totaal anders in.

’s Avonds voor tv schoot het mij weer te binnen dat ik nog een emmer eieren had en dus moest ik ervan profiteren voor het straks kerstmis zou zijn.

-Pa…mag ik nu een…

-Zeg manneke pak u een ei als ge goesting hebt maar stop ne keer met zagen want het nieuws is juist bezig en straks heb ik er helft van gemist.

Voorzichtig deed ik er het gekleurde papier van rond en daar zat ik braaf in de zetel met het chocolatten ei.

Mijn tanden beten er een gat in en langzaam werkte ik het naar binnen.

Pasen was wel bijna voorbij maar ik had toch een ei kunnen eten en zo had ik er ook nog iets aan hé.

-Zeg manneken wat is dat daar…?

-Euh…waar?

-Potverdekke ’t zal toch geen waar zijn zekerst?

-Euh..

Pa kwam mij een beetje helpen om uit de zetel te geraken en wreef mij met mijne neus op twee bruine plekken.

-Miljaar,miljaar…een plek op uwe pyjama en dan nog een plek op den overtrek die dient om bomma hare zetel niet vuil te maken!

-Maar pa…ik…

-Ge moet gij just niks…naar uw bed moet ge gaan en ge moet niet meer zagen achter eieren want ’t zijn uw laatste geweest.

Ja, meestal liep ik een ganse morgen te zoeken om één ei te eten en de rest zouden de grote mensen wel naar binnen spelen.

Ja nu komen de klokken bij de bakker en brengen ze chocolat in alle vormen.

Een paashaas of een ei in een kartonnen doos met een schone strik rond.

Het is een kost die een mens maar ene keer moet doen want als ge er niet van eet kunt ge elk jaar dezelfde doos buiten zetten.

Ja na een paar jaar begint de chocolat wel wat wit uit te slaan maar ik heb mij laten wijsmaken dat chocolat nooit slecht wordt.

Och…na zeven jaar is het misschien tijd dat we de doos toch eens openen als er volk komt.

Weet ge wat als er eens volk komt geef ik het bij de koffie en kunnen we eens klappen over andere zaken die me tijdens die 50 jaar zijn bijgebleven.

 

Groetjes chauffeurke

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door chauffeurke om 09:48 Reageer op dit bericht

Hello evrybody

 

Ja, de communies komen eraan, april, mei klinken al Heiligen maanden hé

 

Ja, mijn communie heb ik moeten doen met de nadruk op moeten.

Sommige van die kleine snotters stonden te springen om hun communie te doen maar eerlijk gezegd voelde ik mij al heilig genoeg.

Ja, thuis waren we zo katholiek dat ik op zeker moment dacht dat we familie waren van Jezus of dat die twaalf apostels allemaal nonkels waren van mij.

’t Was nog niet genoeg dat ik in mijn kinderjaren mijn slaap of speeltijd moest onderbreken om met oma naar de mis te trekken dat ze mij later nog bij de broeders in ’t school gestoken hebben waar ik bijna drie jaar misdienaar ben geweest (ook van moeten).

Had ik daar op het Belgisch kampioenschap offeranderinkelen of wijn inschenken mijn uiterste best niet gedaan om te mislukken was ik nu waarschijnlijk pastoor geweest of wie weet misschien al kardinaal met een lange…euh…lange arm.

Natuurlijk moest ik ook mijn communie doen ppfff.

Mijn eerste communie om te trainen en daarna mijn plechtige communie om alles plechtig te laten verlopen hé.

Voor de familie bleek het wreed voornaam te zijn en het kwam er op aan van vooral de anderen de ogen uit te steken met schone kostuums en dus liep iedereen maar bij de kleermaker en bij de coiffeur om er op zijn paasbest uit te zien in mei.

Jawadde die mannen hadden nogal wat over voor mij, hoewel ik in feite maar een onderdeel leek te zijn want het leek al vlug dat de samenkomst van de familie veel belangrijker was om de voeten onder tafel te schuiven en dat ik gewoon de reden van hun samenkomst was.

Mijn plechtige communie herinner ik mij nog alsof het gisteren was.

Dat moest allemaal tot in de puntjes geregeld zijn en er mocht zeker niets fout lopen op de weg naar het heiligdom en dus moesten we op retraite.

Een paar weken voor we onze communie gingen doen moesten we met een paar man onze woensdagnamiddag opofferen om daar stijf bij één of ander madam te gaan zitten die ons dan wegwijs maakte in alles wat we nog niet wisten van mens en bijbel.

Potverdekke zeg het kwam er vooral op aan van ons daar wakker te houden.

Eén keer zijn we ook met broeder leo op reis geweest en ook dat maakte deel uit van onze retraite.

Leren omgaan met zijne medemens en onze naaste waar we nog niet goed op den bus zaten en elkaar al in de haren vlogen om te zien wie er nu juist vooraan of achteraan mocht zitten.

En dan is er de dag van de communie.

Voor mijn plechtige communie moest ik dan achter een schoon en spiksplinternieuw kostuum en het schoonste van al was dat we er een lang wit kleed moesten over aan trekken zodat er van dat kostuum niks meer te zien was.

Iedereen had plaats genomen in de kerk en op psalm ik weet niet meer hoeveel moesten we twee aan twee onze intrede doen.

De jongens rechts en de meisjes links.

Strafste was dat er bij ons geen meisjes zaten en we die dus van haar of pluimen kenden.

Een lang wit kleed dat beter aan dat vrouwvolk stond dan aan mezelf want om de vijf voet moest ik opletten van mij niet te verstuiken over den boord van mijn kleed dat extra lang was door mijn korte beentjes.

Op onzen buik droegen we een groot houten kruis aan een koordje en onze handen moesten we in bidhouding gevouwen houden en tevens schoon recht voor ons kijken.

En serieus dat al dat volk daar in de kerk zat.

Wel vier of vijf pastoors en er was ook een hogere in graad die zeker al kolonel of generaal van de pastoors was want dienen had ook een ander kleur van rok aan.

En daar zaten we dan op onze knieën zoals ik vaak als straf al op mijn knieën had gezeten maar dan zonder rok aan.

Op zeker moment moesten we dan allemaal vooraan voor het altaar gaan staan en daar gingen we gezalfd worden.

Jawadde dat had ge moeten zien!

Daar liep daar zo nen heilige met een kommeke zalf en iedereen kreeg op zijn voorhoofd een kruis getekend met die zalf.

Voila nu waren we ingeënt tegen de mazelen en tegen de pokken en ook tegen al het kwaad dat ons heilig lijf ook maar zou proberen te betreden.

Na de zalving mochten we rechtstaan en op ritme van psalm ik weet nog niet hoeveel achter onze communiekaars gaan die we gratis en voor niks kregen omdat onze ouders ze al hadden afbetaald.

Dat had ge daar moeten zien!

Door het zweten liep dat vet van uw voorhoofd en als ge voor het ongeluk geboren waard liep het juist op uw kaars waardoor de vlam groter werd en uw coiffure binnen de kortste keren zwartgebrand was.

Nadat iedereen aandachtig naar de preek had geluisterd over goed en kwaad en dat we onzen buik hadden dik gegeten met het lichaam van Christus mochten we eindelijk naar buiten waar de familie u ronde de nek vloog met felicitaties en waar ge verplicht waard van te lachen tegen elke tante die met u op de foto wou.

Meneer pastoor werd nog eens hartelijk bedankt voor zijn goede zorgen en voor de twee strepen vicks die hij op uw voorhoofd had gezet en dan moesten we ons haasten om rap in de auto te zitten zodat de familie niet te lang moest wachten op de aperitief.

In feite was dat het interessantste moment van de dag want het was dan dat ik de geschenken kreeg.

Miljaar zeg ppffff.

Mijn eerste horloge waar er werd bij gezegd dat ik ze juist op zondag mocht dragen want daarom was het ook een zondagshorloge.

En dan kreeg ik daar twee schone doosjes, één met een vulpen omdat ik niet graag schreef in ’t school en één met een armband met mijn naam in gegrift.

De vulpen heb ik maar twee keer meegedaan want als ge dat niet gewoon zijt van met verse inkt te schrijven en ge daar te lang op zit te zabberen al nadenken die zien uw lippen binnen de kortste keren blauw en de meester dacht dat ik daar met de blauwtong opgescheept zat.

Dienen armband dat was om met mij een beetje te lachen denk ik want op mijn jonge jaren kon ik wel nog mijn naam onthouden hoor.

Ik moet zeggen dat ik daar iedereen hartelijk bedankt heb voor de wreed schone cadeaus omdat mijne pa het mij al zes keer herhaald had maar echt veel had ik er ook niet aan.

Och ja…er waren natuurlijk ook nog de centen die we verstopt in een schone wenskaart kregen.

100Fr van tante Iréne,50 fr van nonkel Frans,75fr van tane Maria en een supplement van 25fr van hare man om het af te ronden naar 100 en zeker niet de 20fr vergeten van tante Amandine die als een klok op haar centen zat te broeden.

Tegen ’s avonds had ik daar een schoon pak centen in mijne zak en het was op dienen moment dat mijne pa ze kwam halen voor op mijn spaarboekske van Foertis te zetten en dus stond ik daar weer platzak.

Maar bon…ze kwamen om aan tafel te zitten en het was al opgevallen dat ze bij ons in de familie niet wilden onderdoen voor elkaar.

Dus was het ook voor mijn communie grote chique.

Een lange tafel waar ik als eregast in het midden moest zitten tussen ma en pa.

Ma was er vooral om mij te zeggen welke lepels en vorken ik moest gebruiken bij de ingewikkelde gerechten en mijne pa zat ernaast om mij een paar lappen te verkopen als ik daar teveel zat te brosselen.

De gerechten droegen allemaal ingewikkelde en moeilijk uitspreekbaren namen maar ’t klonk wel schoon in ’t Frans.

Coquilles saint-Jaques en dat terwijl we helemaal geen jaak in de familie hadden.

Och…voor mij was het niet meer dan een teloor soep en een kleine teloor met wat sla en speciale dinges waar mijne pa mijn vieze lip af en toe rechttrok.

En omdat al die andere kleine snotters waarvan een paar die hun communie nog niet hadden gedaan omdat ze of te klein of te socialist waren hun daar ook wreed zaten te vervelen had nonkel Isidoor gezegd dat zijne kleine buiten mocht gaan spelen waarop de anderen hun ook gingen recht zetten en schampavie waren.

Ik dacht hetzelfde maar een eregast mag zomaar niet de tafel verlaten en ’t was maar na veel zagen dat mijn ma mij het goed vond tegen de zin van mijne pa.

Opgelet voor ik buiten was kreeg ik daar den tweede preek van den dag dat ik moest opletten en mijn kostuum niet vuil maken en zien dat we niet te ver liepen en dat we voorzichtig moesten zijn en dat ik vooral niks verkeerd meer mocht doen omdat ik nu in Gods kringen was opgenomen.

Ja, ik kan nog uren tetteren over mijn communie en binnen een paar weken moeten we terug naar een communiefeest waar het er waarschijnlijk anders zal aan toegaan.

De kinderen hebben wat meer in de pap te brokkelen en of ze hun er later nog iets van zullen herinneren is nog de vraag.

Ik heb op zolder zelfs nog de foto staan waar ik als Heilig chauffeurke opsta met dat kruis op mijnen buik en waar mijn haar zesendertig keren gekamd is dienen dag.

Ja, zoals ik zei…het was van moeten want ik was in blijde verwachting van al mijn heiligkennis.

Ik weet één ding zeker…toen er voor mijn kinderen ook sprake was van hun communie te doen ben ik daar ook met mijn verhaal naar boven gekomen en iedereen buiten de pastoor kon er wreed mee lachen.

Toen mijne kleine naar huis kwam met duizend vragen was er één vraag die ik kon beantwoorden.

-Pa…wat ga ik moeten aandoen want mijn vrienden gaan mij daar toch niet uitlachen met een middeleeuws kostuum hé.

-Nee manneke ik zal u tonen hoe ge er gaat uitzien op uw communie.

Ik ben naar boven getrokken en heb daar het kleed van mijn Tante Amelie zaliger (dat we gehouden hadden voor karnaval) over mijne kop getrokken en met het kruis dat boven ons voordeur hing en met een Heilig en rimpelloos gezicht en met mijne serieuste kant voor hem gaan staan.

-Voil!

-Hoe..?

-Ja manneke…ge moet u dat kleed inbeelden zonder bloemen maar in ’t wit en dat koperen kruis zal in ’t hout zijn en als ge wreed braaf zijt krijgt ge nog een grote kaars in uw pollen voor als het licht uitvalt en nadat ze u daar gezalfd hebben krijgt ge een horloge en een vulpen.

-Euh…pa ik heb al een horloge en een vulpen!

-Ha…ja dan moet ge uw communie niet meer doen hé manneke als ge alles al hebt.

Voila dat spel was daar vlug opgelost.

Ja, de communie is prachtig maar eerlijk gezegd heb ik liever dat het anderen overkomt.

Allé…had ik mijn communie niet gedaan dan had ik het nu ook niet kunnen navertellen héJ

 

Groetjes chauffeurke

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door chauffeurke om 13:22 Reageer op dit bericht

de hemel of de hel

Hello evrybody,

 

Toen ik deze morgen voor het raam stond was de winter langsgekomen.

Het kwik was al zo kwik niet meer dan gisteren en het was terug dicht bij elkaar gekropen in het kleine bolletje met nog een klein streepje achter te laten waar ik kon lezen dat het bijna 0 graden was.

Ik heb in ’t school altijd geleerd dat 0 gelijk stond met niets en dus is er volgens mij ook geen temperatuur als het nul graden is.

In elk geval was het landschap volledig veranderd en was de weide omgetoverd met een wit gras tapijt.

Een spinnenweb hing aan onze druivelaar op het terras en ook de tuinmeubels en het terrashout was prachtig wit.

En iets verder zag ik het kerkhof liggen, ook iets witter dan gisteren.

En zoals meestal ’s morgens zat ik te denken en vragen te stellen voor mezelf waar ik dan meestal tegen mezelf moet klappen om antwoorden te geven.

-Zou een dode ook kou hebben of zouden het juist de nabestaanden zijn die met de kilte van het verlies blijven zitten?

-Zou de hemel en de hel wel bestaan en wat zou er het warmst zijn met zo’n weer?

-En dan is er nog het vagevuur en zouden ze dat wel kunnen brandend houden in deze crisis?

Tientallen vragen schieten dan door mijne kop en met een warme tas koffie in de hand waarvan het aroma in de vorm van een stijgende wasem me voor de ogen stijgt verdwijn ik in mijn fantasie.

Ja chauffeurke, hebt ge er al eens bij stilgestaan waar ge het liefst zou naartoe trekken na uw dood?

Potverdekke ’t was een vraag die ik mij nog niet te dikwijls had gesteld maar met zo’n weer had ze precies meer impact op mij.

Stel dat ze mij toch Heilig zouden verklaren en dat ik als engel zou mogen rondfladderen ginder boven dan zal het waarschijnlijk niet te warm zijn.

Ik heb al vaak horen zeggen door gasten die het vliegtuig nemen dat het ginder wreed kan vriezen en als ge dan juist gekleed zijt met een wit laken en een paar vleugels dan zal ik toch niet zweten denk ik.

Met zo een weer zou een mens de neiging hebben om naar warmere oorden te trekken en dan zat ik plots te denken aan de hel.

Opgelet ’t is ook maar van horen zeggen en van te lezen dat ik weet dat het ginder wreed warm kan zijn want ik heb nog niemand in mijn kenniskring die er mij verslag van komen brengen is.

Mijnen bompa wist mij vroeger te zeggen dat iedereen die iets uitgestoken had of wreed stout geweest was naar de hel zou gaan en dat de duivels u daar een ganse dag zouden het geroosterd vlees van onder uw nagels pesten.

Zijn verhalen over de hel waren soms afschuwelijk, dan weer lachwekkend, soms tegensprekend maar in welke vorm van verhaal dan ook het bleek er steeds wreed heet te zijn.

Ja, te heet moet het nu ook niet zijn en in feite was er nog het vagevuur waar ik zoveel over hoorde vertellen.

Naar het schijnt een plaats tussen hemel en aarde waar ge op de rooster gelegd wordt om de zonden die u nog niet vergeven zijn en waar ge na boetedoening toch nog naar de hemel kunt.

In feite zo dit voor mij de perfecte oplossing zijn.

In de winter naar het vagevuur en in de zomer naar de hemel.

’t Is maar na een slok van de koffie te nemen dat ik mijn lippen verbrande en dat ik daar terug wakker schoot uit al mijn fantasie.

Denkend dat eens ik dood zal zijn niks te kiezen zal hebben.

Ja, begraven in koele aarde of gecremeerd dat kunnen de twee temperatuurverschillen zijn na mijn leven waar ik waarschijnlijk niets meer zal van weten.

Geef mij dan maar het kerkhof waar ik mijn zerk zal dragen zoals vele anderen.

De laatste maanden heb ik er heel wat naar hun laatste rustplaats vergezeld en straks brengen we ze terug een bezoek.

Een bezoek vergezeld met vragen en vooral die ene vraag “waarom”.

Waarom het leven zo plots wordt afgebroken op weg naar….

Naar de warme herinneringen die ik van sommigen in mijn hart hou en die misschien wel het vagevuur zijn dat ik brandend wil houden.

Naar de hemel, omdat ik ieder van ons daar een plaats gun zonder echt te weten wat het is maar omdat hij steeds zo schoon beschreven is.

En de hel…daar zou ik langsgaan om het mensdom te verwarmen door het kwade op te stoken.

Maar ja…ik zal wel met vragen blijven zitten en misschien stap ik straks eens tot aan het kerkhof, ’t is weeral een tijdje geleden dat ik nog een bezoekje bracht aan mijne goeie vriend “Rogéke” die ginder boven waarschijnlijk naar mij zit te lachen.

 

Groetjes chauffeurke

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door chauffeurke om 14:04 Reageer op dit bericht

baasjes opvoeden

Hello evrybody,

 

De betekenis van een dier in een huisgezin is hedendaags totaal anders dan vroeger.

De tijden dat men een hond had om te helpen is vervlogen tijd en vandaag komt het er vaak op aan van een hond of wat dan ook te hebben.

Het kleine salonhondje is ondertussen uitgegroeid tot de volwassen Deense dog die uit de zetel puilt of de Yorkschire die de voeten warmt.

De hond weerspiegelt vaak het imago van het baasje, maar het baasje is vaak in de dierenliefde de betekenis van het woord baasje vergeten.

De laatste weken hebben we ons vaak bedenkingen gemaakt bij het woord baasje en ook bij het woord hond .Soms denk ik dat het baasje de hond is en dat de hond het baasje vervangt.

Toen we onlangs (ik en mijn lief) rustig zaten te genieten van een zomerse dag op een bank aan de gavers keken we ook naar de voorbijgangers en hun huisdier.

Ja, want het maakt nu deel uit van het landschap en dan kan je er niet naastkijken hé.

Vooral wanneer het storend is.

Wat dacht je van de hond die aan de lange leiband liep en tot aan onze bank kwam om gewoon zijn poot op te heffen tegen de bank waar de urine tot op mijn broek en schoenen spuitte.

Toen ik mij wegtrok trok ook het baasje aan de leiband en haalde de hond wat dichter met de sussende woordjes van wat doe je nu, terwijl de rest van het gezin de lach op het gezicht kreeg van het had toch iets leuks en het zou passen in een programma van de verborgen camera.

En ik, ik keek gewoon met boze blik om niet te hervallen in mijn verleden want anders had ik de hond waarschijnlijk een stamp tegen zijn kl..en gegeven het baasje zou waarschijnlijk een duik in de gavers genomen hebben.

Maar nee, ik hield mij koest zoals het een hond ook zou aangeleerd moeten zijn.

Natuurlijk zijn alle honden de braafste en zijn alle baasjes de beste.

Ik stel mij juist de vraag wat koest nog voor betekenis heeft als het baasje gewoon zijn ding doet.

Toen we onlangs op het strand liepen (waar honden verboden zijn of op bepaalde plaatsen aan de leiband moeten gehouden worden) viel het ons op hoeveel honden er vrij liepen.

Het was makkelijk te tellen want er liep geen een aan de leiband.

Eerst dachten we nog dat aan onze Belgische kust de “Bruine dolfijn” zijn intrede had gedaan, maar in feite was het niet meer dan de zoveelste str..t die tussen de schelpen lag en waar de vliegen zich tegoed aan deden.

Och…we kunnen ons ongenoegen eens uiten en de zaken van op afstand bekijken.

In feite is het zoals vele zaken, iedereen betekent voor zijn huisdier wat hij wil en het huisdier is voor velen het perfecte huisdier als men de ogen sluit voor wat niet kan.

Iedereen is dan baas en elke hond blijft hond.

Moet men nu de baasjes gaan opvoeden om de hond uit te laten?

Nee hoor, want ik ken er verschillenden die naar school gaan om te leren.

Ik bedoel dan wel de hondenschool hé, en deze haalt blijkbaar niet veel uit als het over de mentaliteit van de mens aankomt.

Nee, laat de mens zijn ding maar doen en ook de huisdieren passen zich wel aan bij de mentaliteit van zijn baasje.

Ik ben ondertussen naar ’t school geweest om te leren hoe ik met bepaalde zaken moet omgaan.

Heel eenvoudig….ik zwijg en probeer met mijn ogen mijn ongenoegen te uiten.

Ja, stel je voor dat ik iets zou willen zeggen, dan zou ik terug naar ’t school moeten om te weten tegen wie ik iets zou moeten zeggen.

Tegen de hond?

Tegen het baasje?

Tegen de twee?

Och…ik heb geleerd van te relativeren en te filosoferen en onlangs kreeg ik te horen dat het trappen in een hondenstront geluk brengt op financieel gebied.

Wel ik heb deze morgen staan springen in een str..t voor mijn deur voor ik mijn lottoformulier heb binnen gedaan.

Ik hoop maar juist dat hij groot genoeg was, want anders zal ik het baasje eens moeten aanpakken om te vragen of hij zijn hond geen grotere kan laten sch....n want mijn financiele toekomst hangt er toch maar vanaf héJ)).

 

Groetjes chauffeurke

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door chauffeurke om 13:58 Reageer op dit bericht

de keukenrobot

Hello evrybody

 

 

Deze morgen zouden we eens lekker ontbijten.

Niet dat we iets speciaals in huis hadden hoor en meestal is het ontbijt beperkt door wakker te worden aan de keukentafel en elkaar aan te kijken met slaperige ogen terwijl ik in een boterham met hesp of choco bijt en mijn lief haar kommetje ontbijtgranen uitlepelt.

Maar onlangs kregen we zo’n soort keukenrobot cadeau.

Ge kent dat wel, een spel dat iedereen wil maar waar ze na een paar jaar op moe gekeken zijn.

Of teveel werk om het in elkaar te zetten of teveel werk om het af te kuisen of te ingewikkeld.

Mooi op papier en prachtig als ge de verkoper op de markt er mee aan het werk ziet.

Het lijkt wel of de keukenrobot je leven zal veranderen en vereenvoudigen.

Deze morgen deed mijn lief ook die doos eens open en we zouden eens vers appelsiensap persen.

Een plastiek spul met 36 aparte stukken.

Je kon er niet alleen appelsienen mee persen maar ook vlees mee malen en komkommers mee schillen en aardbeien mee ontpitten en puree mee maken en fruit mee pletten en…en…allé teveel om op te noemen.

Met de handleiding te nemen kon ik eraan beginnen en ik moet zeggen dat er na vijf minuten knutselen een appelsienpers voor mijne neus stond.

Nog juist de prise in het stopcontact steken en iets onder de tuit steken om het sap op te vangen.

Omdat er geen opvangbeker bijzat namen we dan maar onze maatbeker maar die was iets te groot en dus moesten we hem er schuin onder steken wat al niet evident was.

Op de zijkant stond een knopje on en eens dat ingedrukt konden we beginnen persen.

Toen dat spel daar aan het draaien was duwde ik de halve appelsien op het toestel en plots begint dat daar te draaien dat de maatbeker er vanonder schuift en dat het toestel rare kronkels maakt.

Het sap vloog niet in de beker maar op het aanrecht, de vloer de muurtegels en het elektrische vuur.

Amai mijne frak!!

-Awel bollie wat steekt gij hier allemaal uit.

-Euh…’t is hier precies wat uit mijn handen geschoten!

-PPfff ja, weer een man in de keuken ja!

-Jamaar da spel draait langs alle kanten en ik…

-Ja ja…kom laat mij maar doen!

Mijn lief plaatste de maatbeker terug en ging op haar beurt ons ontbijt voorzien van vers geperst appelsiensap.

Ook zij duwde op on en eens ze de appelsien op de keukenrobot duwde vloog het sap niet alleen op de grond maar ook op mijne vers gestreken pyjama en in mijn plat geslapen haar.

Potverdekke zeg het sap liep daar van onze benen terwijl we in de maatbeker nog maar twee druppels hadden opgevangen.

Er zat niet anders op dan dat er één persoon de robot vast hield en de andere de maatbeker.

We moesten dan nog wel de kleine gaan wakker maken om op het knopje on te drukken en om de appelsienen op het toestel te duwen.

Ja, nu hebben we het verstaan.

In feite dient zo’n toestel om allemaal samen aan het ontbijt te zitten en met minstens drie man te gebruiken om geen ongelukken te hebben en niet verplicht te zijn na het persen van twee appelsienen om je keuken te herbehangen of te verven.

Allé..we hebben een schoon en lekker ontbijt gehad waar we met drie aan een half glas appelsiensap zitten slurpen hebben.

Morgen ga ik ontbijten op ouderwetse wijze en de appelsienen met de hand persen ver van het modernisme.

Gelukkig dat we het automatische toestel voor onze boterhammen te smeren niet hebben boven gehaald of we hadden nog niet gegeten.

Allé ik wens ieder van u een mooie dag toe en vooral lekker en eenvoudig eten toeJ)

 

Groetjes chauffeurke

 

 

  

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door chauffeurke om 13:56 Reageer op dit bericht

Meer van Chauffeurkes home

↑ Terug naar de berichten