CHEERY met een sepia foto .

.
CHEERY met een sepia foto .
.
CHEERY met een gedicht van auteur Jaap Fischer. Het ei.Het ei
Ik kocht een ei, de melkboer zei:
't Komt zo onder de kip vandaan,
Ik ben nog te laat van huis gegaan
Om het mee te kunnen nemen.
Hier heeft U een jong leven
Voor zestien cent of meer,
En namens de ouders: smakelijk eten, meneer.
Het lag nog warm te leven in mijn hand.
Ik mikte reeds zorgvuldig op de harde hete rand
Van de pan en ik kon de geur al ruiken
Van dit al te vroeg geremde kuiken.
Toen het ei zei, toen het ei zei:
Denk 'ns dat het een jongetje is
Dat je je gaat staan bakken.
Denk 'ns dat het je broertje is
Dat zacht sist in de pan
Denk 'ns dat ie verkrampt uit angst
De rand probeert te pakken ...
En dat 'ie dan terug in de boter glijdt
Wat dan, wat dan ... ?
Ik rolde het zorgvuldig in een deken,
En heb toen zelf
Twee weken liggen wachten op iets moois,
Slechts verwarmd door een hoop,
Slechts verwarmd door een laken,
Tot het ei begon te kraken ...
En 't kuiken zei, 't kuiken zei:
Haha, 't was geen jongetje,
Dat je had willen bakken.
Haha, 't was je broertje niet
Dat in de pan was gegaan.
En ik had me weer voor de zoveelste keer
Door een kuiken laten verlakken
Maar de volgende dag at ik rijst ...
met hele jonge kip of haan.
CHEERY met een foto uit het Verenigd Koninkrijk van uit Engeland The Cotwolds.
.
CHEERY , met een gedicht van de auteur Herman Pieter de Boer . Het Restaurant.Het Restaurant
Wat leuk en Frans! Dineren buiten!
Dehors, zoals dat hier dus heet.
Eens kijken wat men zoal eet,
is er ook iets voor onze spruiten?
Nou, zullen we dan maar besluiten:
die crudités, en dan ... Het kleed!
Pas op! Wie deed! Wie smeet?
Niet neuzen in servetten snuiten!
Je lust het niet? Ga dan maar ballen,
maar niet de gasten lastig vallen,
en zeur niet aan mijn kop om drop!
Ik word hier gek! Garçon? Betalen!
Quoi? Duizend francs? Alors, finale.
We moeten terug. Ons geld is op.
CHEERY en de natuur, even wat bijpraten....
.
CHEERY met een gedicht van auteur Roger M.J. De Neef Met mes en vork..
Met mes en vork
Aanbraden op hard vuur;
Boter, ui, boompje peterselie
En graag dat teentje knoflook
Want die moeten erbij.
Schrik nu en kleur
Sudder. Geur.
Zeker, ik bestrooi je
Met peper en zout,
Ik prik je waar is voorgeschreven
En niettemin draai ik je teder om.
Ik blus je grote bek en even hap je
In een wolkje droge witte wijn.
Eigenlijk had ik je nog willen kietelen
Met citroensap of met mierikswortel,
Maar bij dit gerecht moet recht geschieden
En daarom garneer ik je
Met de gramschap van tomaat.
Zo, nu ik klaar ben
En jij helemaal gaar
Leg ik je neer
Op een bedje van sla.
Ja, met mes en vork
Bewijs ik je alle eer.
CHEERY vindt dit zelf een mooie foto, de foto is genomen te Hampstead in het Verenigd Koninkrijk..
.
CHEERY, met een gedicht van auteur Hugo Claus. Asperges zijn meestal heren...
Asperges zijn meestal heren,
Asperges zijn meestal heren,
meerderjarig en gaarne samen.
Zeker, er zijn ook dames bij,
die dragen bessen in de late zomer
en anderen groeien wild en vrij
in Venetië, de eerste dagen van mei
Soms waan ik mij zo'n heer,
(weerbarstig en met een onzeker geweten.
Men kan niet alles van mij eten,
mijn vel moet men eerst terdege pellen,)
een heer, neef van de hoppescheut
en van de schorseneer,
in de bittere aarde geteeld
en éénmaal in het licht, gegrepen
en graag geknepen.
En ook als ik reïncarneer,
dan niet Oosters in een kever
of in een jonge loopse hond
maar als in de tijd van mijn leven
door een prinses vastgebonden,
oprecht rechtop klaargestoomd
en dan glijdend in haar mond.
Een winteravond lang
geurt haar stil water
naar mijn diepe grond.
CHEERY en de natuur.
.
CHEERY met een gedicht van Daan Zonderland . Zenuwsoep..Zenuwsoep
Ik werkte naarstig bij 't fornuis
En kookte consommé
Daar had ik knikkers in gedaan
En zeven lepels thee.
Daar dreven stukjes lever in
En een bouquet garni,
Een veter en een vijgeblad
En schijfjes zoute knie.
Ik deed er zinkzalf in en was
En zeewier en azijn,
Twee lepels lijm, drie staafjes lak,
Vier maatjes terpentijn,
Een handvol hooi, een half ons klei
En drie pond zoute vis,
Twee rollen bloemetjesbehang,
Een halve fles vernis.
Ik roerde er een briefkaart door,
Een fietsbel en een bril,
Het staartstuk van een zondebok
En een kininepil.
Maar toen ik Mientje proeven liet,
En naar haar oordeel vroeg,
Riep zij: 'Jij aap! Je leert het nooit.
Het is niet zout genoeg.