Naar de inhoud

CHEERY

akke.beakke.be
Image and video hosting by TinyPic

Archief

CHEERY , met een gedicht van Hans Dorrestijn.

Jagerslied

Ik ging een dag uit jagen
al met mijn schietgeweer.
Ik ging een dag uit jagen
met mijn hoedje en een veer.

Aldus zou ik gaan jagen,
gaan jagen op het land.
Maar toen kwamen er twee haasjes aan
die beten in mijn hand.

Toen kwam er nog een eekhoorn
die trok me aan mijn haar.
Van overal, van overal
loerde het gevaar.

Het leven van een jagersman
is beslist geen grap.
Vanuit het dichte struikgewas
gaf een hertje me een trap.

Ik zit vol met blauwe plekken
en hier en daar een bult.
Met wilde woeste dieren
is de natuur gevuld.

Ik ging een dag uit jagen,
maar ik doe het nooit weer.
In een stil en donker hoekje
hangt het hoedje met de veer.




Hans Dorrestijn
uit: ik moest een schaap een tongzoen geven.

30 reacties Reageer op dit bericht

CHEERY , met een gedicht van Chris van Geel.

Spanrups

 

Een oog, een lus, een hoge rug,
dat onaanzienlijk takje vlees
dat lopend op zijn tenen stokt.

Een reuzenrad in miniatuur,
een viadukt, een ereboog,
zo vordert hij op weg naar groen.

Als iemand uit het midden leeft
dan hij, hij heft zijn lichaam op,
zijn houten huid kan op zijn kop

en op zijn achterbenen staan,
hij boogt op stilstand en hij hoopt
voor lijnrecht door te kunnen gaan.


uit: 'Dierenalfabet, Het omliggend vee', 1978.

30 reacties Reageer op dit bericht

CHEERY , met een gedicht van de auteur Cornelius Buddingh.

Kooitje

mooi is een kooitje
met een kanarie erin

heel mooi ook een kooitje
met een parkiet erin

met een merel erin, met een kolibri erin,
een slavink erin, een bos wortelen erin
blokjes marmer erin, een glas water erin

maar het mooiste is eigenlijk
een kooitje met niets erin


uit: 'Plint'.

 

19 reacties Reageer op dit bericht

CHEERY , met een gedicht van de auteur : Patty Scholten.

Bizons

 

Ze buffelen bedachtzaam in het rond.
Hun wollen truitjes zijn te heet gewassen
zodat ze maar tot aan hun middel passen.
Daarachter volgt een strakke blote kont.

De staart gerafeld touw, een kruitvatlont.
Geen goeiig loeien, maar een dreigend bassen.
Je hoort het scheuren van de taaie grassen
en als ze verder lopen beeft de grond.

De stieren zijn het mooist, met saterkop
en blauwe tong, waarmee ze bronstig kwijlen
terwijl ze ruiken aan een bizonmeid.

Een kalf kijkt vragend naar zijn moeder op
- met hertenogen, oren groot als zeilen -
of die zijn truitje al heeft afgebreid.


uit: 'Bizonvoeten', 2004.

 

21 reacties Reageer op dit bericht

CHEERY , met een gedicht van de auteur : Miriam Van Hee.

Everzwijnen in januari

 

je zocht een pad in het ongewisse
bij elke bocht keek je om, waar
je was, je gooide een steen
en het stoof in de struiken:
vijf kleine gestreepte coureurs
en hun moeder renden als gekken
je blikveld uit

je stelde je voor hoe je 's avonds
zou bellen om hun te vragen
hoe het ze verder die dag was vergaan
om hen gerust te stellen, de jacht
was voorbij, het nageslacht veilig,
de wereld had weer
aan zichzelf genoeg


uit: 'Het liegend konijn', 2003.

 

20 reacties Reageer op dit bericht

Meer van CHEERY

↑ Terug naar de berichten