Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
ZELFGEMAAKT KLEEDJE



Geschiedenis
Korte geschiedenis van het ras
De Chihuahua is de kleinste hond van de wereld en stamt uit de periode 400-500 jaar v.Chr. hetgeen is bevestigd door archeologische vondsten. Gedurende de dertiende tot de zestiende eeuw kwam de hond veel voor bij de Tolteken en was het een tempelhond met koninklijke status bij de Azteken. Aan het eind van de negentiende eeuw werden de eerste Chihuahua's naar Amerika en Engeland geimporteerd. In de jaren dertig werd de langharige variant van het ras ontwikkeld. De Chihuahua is ondanks zijn formaat een "grote" hond, die veel zelfvertrouwen heeft en zeer moedig is. Het is een goede waakhond. De Chihuahua komt in de meeste delen van de wereld voor en is een gewaardeerde gezelschaps- en tentoonstellingshond.
Verzorging van de vacht
Variëteiten
Van dit ras bestaat er een kortharige en langharige variant.
De kortharige zijn iets feller van karakter.
Let er wel op dat beide soorten verharen.
De kortharige
heeft een glanzende, glad liggende en zachte vacht.
Een kortharige Chihuahua borstel je regelmatig en met een natte doek afwrijven.
Vacht is kort, dicht aanliggend over het gehele lichaam. Indien er een ondervacht is, is het haar iets langer; dun haar op keel en buik toegestaan; enigszins langer op nek en staart, kort op gezicht en oren. Vacht is glanzend en de structuur is zacht. Honden zonder haar zijn niet toegestaan
De langharige
De rasstandaard voor de langharige variëteit van de Chihuahua is identiek aan die voor de kortharige met als enige uitzondering dat de vacht langer en fijner en zachter is, glad of golvend, dit kan sluik of licht golvend zijn met voorkeur een ondervacht.
Deze variëteit heeft een forse kraag en oorfranjes rond de nek.
De staart is vol en lang als een pluim.
Een grote kraag rond de nek is gewenst en geniet de voorkeur.
De punten van de oren moeten vrij zijn van lange pluimen, en de vacht is kort op het gezicht.
Het haar is langer aan de voeten en vertoont franjes aan de voorpoten en aan zijn poepje is zijn haar lang en voller.
Als ze hun zomervacht hebben is hun vacht minder dik het is meer uitgedund.
Vacht dient fijn en zijdeachtig te zijn, glad of licht golvend. Niet te dikke ondervacht gewenst. Vacht is langer, vormt pluimen op oren, nek, achterkant van voor- en achterbenen op de voeten en de staart. Honden met een lange golvende vacht als bij een Maltezer, worden niet geaccepteerd.
Kleur
Alle kleuren in alle mogelijke schakeringen en combinaties zijn toegestaan.
Enkele voorbeelden van kleuren wit, zand, kastanje, zilver en staalblauw maar om het even welke kleur wordt goedgekeurd, met inbegrip van zwarte & tan en parti-kleur.
Verzorging.
Het best borstel je regelmatig het haar met een zachte borstel. Minstens eenmaal per maand in het bad met een aangepaste shampoo. Let wel dat er geen water in de oortjes komt.
De chihuahua kan erg goed tegen warmte, maar iets minder tegen kou, nattigheid en vocht.
Zij haten koude en kunnen hierdoor beginnen beven.Bij koud weer kun je ze het beste zo veel mogelijk in beweging houden en naderhand afdrogen. Een regenjasje is ook aangeraden, zodat ze lekker warm blijven. Omdat een chihuahua meestal in huis rondloopt, moet je de nagels kort houden. Niet te kort, je moet net nog een klein stukje wit zien. Maar vergeet niet goed ingepakt kan het hem deugd doen een wandeling of in een omheinde omgeving te laten lopen. Het houdt hem in conditie.
Zindelijkheid
Als je van puppy leert om in een kattenbak te gaan zal hij zijn behoefte daar in doen.
Ik leg er steeds een dweil in op de grote van de bak.
Regelmatig verversen en steeds de kaka wegdoen.
Gebruik iets groter dan je hondje anders gebeuren er ongelukjes naast de bak.
RASBESCHRIJVING
Karakteristiek is het grote appelvormige hoofd, de korte snuit, grote uitstaande oren, opmerkelijk uitdrukkingsvolle ogen en stevige lichaamsbouw waaraan elke schijn van breekbaarheid of zwakheid vreemd is.
Een stevige gedrongen, goed uitgebalanceerde, vitale en snelbewegende hond, met een hoog gevoelig temperament.
De Chihuahua toont zich nieuwsgierig, levendig, toegewijd aan de baas of bazin, en is verbazingwekkend moedig voor zo een klein hondje.
De Chihuahua is wel waaks, maar blaft niet voor elk geluidje, maar dat moet je wel al bij de pup inbinden, want Chihuahua's hebben de neiging om blafferig te worden.
De Chihuahua kan niet los, want als hij een grote hond ziet, gaat hij er met een flinke grote bek op af en beseft niet altijd wat de gevolgen zijn.
Ook laat je kinderen hem niet de hele tijd optillen, want het is ten slotte geen speelgoed, wel mogen ze apporteer spelletjes met hem doen dat vindt hij namelijk heerlijk.
Ze kunnen ook heerlijk uren op schoot liggen te slapen dat vinden ze heerlijk lekker bij het baasje op schoot.
De Chihuahua kan s'nachts in een bench slapen, maar je kunt een Chihuahua natuurlijk ook heerlijk mee naar bed nemen of lekker gewoon los in je huis.
Onze Chihuahua is in ieder geval heel makkelijk, ik neem hem overal mee in zijn draagmand maar hij kan ook makkelijk alleen thuis blijven het is maar wat je hem direct als pup aanleert.
LICHAMELIJKE KENMERKEN
Hoofd
Goed gevormd appelhoofd (een kenmerk van het ras) zonder of met een slechts kleine fontanel.
Moet groot zijn, maar toch in overeenstemming met de rest van het lichaam.
Smalle, slanke kaken en wangen zijn daarbij een vereiste.
De schedel moet gewelfd zijn als een appel, flink breed, met meer afstand tussen de oren dan tussen de slapen.
Stop
Zeer uitgesproken, diep en breed, waarbij het voorhoofd over de aanzet van de snuit neigt
Dat is een duidelijke overgang van het voorhoofd naar de snuit.
Neus
Elke kleur toegestaan. Neusbrug middelmatig kort, iets omhoog wijzend.
Moet in overeenstemming zijn met de omvang van de snuit.
Snuit
Kort, gezien van de zijkant, breed van aanzet toelopend naar de punt.
Moet kort en recht zijn.
Lippen
Nauw aansluitend.
De lippen: moeten goed gelijnd en gesloten te zijn.
Wangen
Middelmatig ontwikkelt, zeer vlak.
Kaken en tanden
Schaar- of tanggebit. Overbeet, onderbeet, evenals iedere afwijking in de positie van de boven- of onderkaak dient absoluut bestraft te worden.
Moet gelijkmatig of scharend zijn.
Ogen
Groot, rondachtig van vorm, zeer expressievol, niet uitpuilend, geheel donker.
Lichte ogen toegestaan, maar ongewenst.
De ogen: moeten groot en rond zijn en vol uitdrukking.
Nek
Bovenlijn licht gebogen. Middelmatige lengte. Bij reuen zwaarder dan bij teven.
Geen keelhuid.
Bij de langhaar variëteit is de aanwezigheid van een kraag met langer haar zeer gewenst.
Oren
Groot, staand, zonder vouwen, duidelijk breed aan de aanzet, geleidelijk toelopend naar de enigszins geronde punt. In rust licht opzij gebogen een hoek van 45º vormend.
Moeten groot zijn en opgericht buitenswaard uit te staan.
Lichaam
Is zeer compact, iets langer dan hoog, de rug moet recht zijn en goed gebouwd.
Teven mogen iets langer zijn zodat er meer ruimte is voor de baarmoeder.
Toplijn
Recht
Schoft
Nauwelijks zichtbaar
Rug
Kort en stevig
Lenden
Sterk gespierd
Kruis
Breed en sterk zonder af te lopen.
Borst
Ribbenkast breed en diep, ribben goed gewelfd.
Gezien van de voorzijde, ruim, maar niet overdreven.
Gezien van opzij, reikend tot de ellebogen.
Niet ton-vormig
Onderbelijning
Gevormd door een duidelijk oplopende buikbelijning. Slappe buiklijn toegestaan maar niet gewenst.
Huid
Glad en soepel over het gehele lichaamsoppervlak.
Staart
Hoog aangezet, van middelmatige lengte; breed aan de aanzet, geleidelijk toelopend naar de punt.
Staartdracht is een belangrijk karakteristiek van het ras.
Hoog gedragen of in een boog of in een halve cirkel met de punt naar de lendenen gericht, wat evenwicht aan het lichaam geeft.
Beharing in overeenstemming met de variëteit en overeenkomend met de lichaamsvacht.
In de langhaar- variëteit vormt het haar een pluim. De staart hangt in rust naar beneden en vormt een lichte haak.
Reutjes dienen twee normaal ontwikkelde testikels te bezitten, die geheel in het scrotum zijn ingedaald.
Ledematen
Voorhand
Voorbenen recht en van goede lengte; van voren gezien vormen de voorbenen samen met de ellebogen een rechte lijn. Van opzij gezien is hun houding verticaal. Schouders zijn vlak met kleine spieren. Hoekig tussen schouderblad en bovenarm is evenredig. Ellebogen vast en nauwsluitend aan het lichaam, wat een vrij bewegen verzekert. Middenvoet licht schuin aflopend sterk en flexibel.
Achterhand
Achterbenen goed gespierd met lange botten, verticaal en evenwijdig aan elkaar met goede hoekingen in de heup, knie en hak, in harmonie met de hoeking in de voorhand. Hakken laag met goed ontwikkelde achillespees; gezien van achteren zijn zij recht en verticaal in positie.
Voeten
Erg klein en ovaal met tenen goed apart maar niet wijd uitstaand (geen hazen- of kattenvoeten) Nagels bijzonder goed gebogen en middelmatig lang. Voetkussens goed ontwikkelt en zeer veerkrachtig. Wolfsklauwen dienen verwijderd te zijn.
Gangwerk en beweging
Passen zijn lang, veerkrachtig, energiek en actief met een goede reikwijdte en stuwkracht. Van achteren gezien dienen de achterbenen bijna parallel aan elkaar te bewegen, zodat de voetafdrukken van de achtervoet precies passen in die van de voorvoet. Bij het opvoeren van de snelheid vertonen de benen de neiging zich schuin naar binnen te bewegen in de richting van de centrale lijn van het zwaartepunt (een sporig gaan). Beweging blijft vrij en veerkrachtig.

