Donderdag 4 augustus 2011
Eikenbladrolkever
Geschreven door Cladonia om 17:11
Reageer op dit bericht
Eikenbladrolkever
Sint-jansvlinder
Timoteegras
Het "Timoteegras" (Phleum pratense) heeft ook een speciale aar. Alle bloempjes staan opeengepakt rond een as. De kelkkafjes aan de top zijn plotseling afgeknot en gaan dan verder uit in een naar buiten gebogen naaldvormig groen spitsje. Zo zien we in het midden een wit lijntje en darnaast precies twee groene "hoorntjes" (de spitjes) uitsteken. Er wordt wel eens over "duivelshoorntjes" gesproken om een vergelijking te maken.Verder zien we enkele witte stijlen die een fijne vertakking of beharing hebben. Ook enkele meeldraden hangen buiten de bloempjes. Zeker even klikken op deze foto om te vergroten, de bloempjes zijn niet groot!
Kweek
Dit gras heeft wel een speciale naam "Kweek" (Elitrigia repens)! Hier zien we een gedeelte van de aar met een gedeelte van de aartjes. Deze zijn wel heel bijzonder ingeplant op de as van de aar, nml. met hun brede zijde naar de as toegekeerd. Dit is heel anders dan bij het "Engels raaigras" waarvan een foto en uitleg op 25/07/2011 staat. Zeker daar ook eens gaan kijken en vergelijken! Bij het "Engels raaigras" staan de aartjes met een kelklkafje tegen de aar. Hier dus niet! Dat maakt in het veld ook een onderscheid tussen die twee zeer gemakkelijk. Het "Kweekgras" is ook minder geliefd het werd meer als een onkruid beschouwd door de landbouwers. Kweek zou stoffen afscheiden die de kieming of groei van landbouwgewasen afremt. Het fijne is nog wel niet bekend maar Kweek werd toch zoveel mogelijk verwijderd wat ook moeilijk is. De wortelstokken kunnen in en schrikbarend tempo ondergronds groeien en vertakken. Omploegen was ook niet zo doeltreffend omdat stukjes wortel toch ook nieuwe planten kon geven. Alleen een gewas dat in het groeiseizoen veel schaduw geeft kan het onderdrukken, zoals aardappelen al is ook waargenomen dat de wortels van Kweek de aardappelen kon doorboren! Daarnaast speelde "Kweek" in de volksgeneekunde ook een groete rol. Van de geraspte wortelstok wordt thee gezet, die als middel tegen huidaandoeningen, reumatiek en stoornissen in de de stofwisseling gedronken werd. Zo werd in artsenijtuinen een plekje voor "Kweek" voorzien terwijl de meeste hoveniers het bestreden! Wel een heel ander grasje dan "Engels raaigras" dat integendeel veel wordt gezaaid als diervoeding! (Hier op de foto even klikken om te vergroten).
Gewone boerenwormkruidgalmug
Hier is een mug de dader van galvorming op het Gewoon boerenwormkruid. Ze wordt "Boerenwormkruidgalmug" (Rhopalomya tanaceticola) genoemd. Een mondvol! Tussen normale bloemhoofdjes van het Boerenwormkruid zien we gallen die eivormig en dikwandig zijn. Eerst zijn ze groen (zoals hier) maar later worden ze zwart. Ze zijn dus meer cilindrisch en steken boven de normale bloemen uit. De top van de gal gaat open met enkele achteroverbuigende slippen. De binnenwand is met uitzondering van de bodem witbehaard. De galmuglarve is rood. In "bijlage" nog een opname van enkele van die gallen op verschillende bloemhoofdjes van het Gewoon boerenwormkruid. (Even op klikken).
Elzenwratmijt
Ook bladeren van de Zwarte els worden aangetast hier door de "Elzenwratmijt" (Eriophyes laevis). Deze mijt legt eitjes op de bladeren op een willekeurige wijze. Daar ontstaan halfbolvormige of ovale aan de basis ingesnoerde knobbeltjes, die maar 1-2 mm groot zijn.(Op de foto even klikken om te vergroten)! Het oppervlak is geelbruin tot roodachtig. Aan de onderzijde van het blad is er een opening op de top van een uitsteekdsel en deze is kaal. De binnenwand is echter bekleed met cilindrische haren.Deze gallen van de mijt zijn nogal algemeen te vinden op de bladeren van Zwarte Els.
Veenwortelgalmug
Op alle planten zijn er heel wat belagers. Hier is de Veenwortel aangetast door de "Veenwortelgalmug" (Wachtliella persicariae). Het is een mug die haar eitjes op een blad deponeert, de randen van de bladeren gaan zich oprollen en de wand wordt onregelmatig verdikt en is geelachtig tot roodachtig. De gal is zeer stevig en kan niet ontrold worden zonder te breken. In de langwerpige larvenkamer leven rode galmuglarven. Die later zullen uitkomen...In "bijlage" nog een opname.
Gewone kropaar
Zachte dravik
Gewone glanshaver"Gewone glanshaver" (Arrhenartherum elatus) kan tot 1,5 m groot worden. De ganse pluim wordt wel 20 cm. De bloemen zelf staan met 2 soms met 4 samen en hebben een geknikte naald. Hier maakten we een opname van het bovenste van een pluim en zien de naalden uitsteken en ook hier en daar meeldraden hangen. De gehele pluim heeft een uitzicht dat aan "haver" doet denken en heeft ook een "glanzend" voorkomen. De naam is dus wel goed gekozen!
Engels raaigras
Gewoon reukgras
Blaaszegge
Gele lis
Echt duizendguldenkruid
Het "Echt duizendguldenkruid" (Centaurium erythraea) heeft ook nog een oud-Nederlandse naam van o.a. "Koortsbloem". Bij inwendig gebruik heeft de plant een aansterkende en koortswerende werking. "Duizendgulden" is ook een verwijzing naar de kostbaarheid van de plant. Bij de Galliërs was hij zeer in trek en hij werd ook heel de middeleeuwen door gekweekt. Om zijn bittere smaak werd hij ook verwerkt in vermouth. Zijn wetenschappelijke geslachtsnaam komt dan weer van de centaur ( een paard-mens) Cheiron die er volgens de legende een voetblessure van Herakles mee behandeld zou hebben..Bijzonder is echter ook dat de meeldraden van de bloem bij het loslaten van hun stuifmeel "kurkentrekkervormig" oprollen. Hier ook te zien (even klikken op de foto om te vergroten). In "bijlage" nog de afbeelding van een andere bloem met "getorste" meeldraden!
Graswortelvlinder
De Eekhoorn
Deze "Eekhoorn" (Stauropus fagi) is een in de nacht actieve vlinder en deze vlinders verschijnen gedurende een lange periode zodat men zich afvraagt of het soms om meerdere generaties zou gaan. De voorvleugels zijn grijsbruin met een lichtere vleugelbasis en vaak met een donker, door een lichte zigzaggende lijn begrensd middenvlak. Tijdens de rust (zoals hier) worden de achtervleugels onder de voorvleugels naar voren geschoven zo lopen de kleuren en de tekening wat door. Wel in zijn geheel een ruige verschijning! In "bijlage" nog meer een detailopname van de achterzijde van deze vlinder. (Even op "bijlage" klikken).
Veldsalie
Wilgenroosje
Het "Wilgenroosje" (Chamerion angustifolium) heeft een hele bloemtros. Wij namen er één bloem uit! Deze bloem kan wel 2 à 3 cm zijn in middelijn. De bovenste kroonbladen zijn iets breder dan de onderste en zijn licht purper (soms ook wit). De meeldraden evenals de stijl steken uit en buigen tenslotte naar omlaag. De stijl zien we hier in vier delen gesplitst. Een tamelijk algemene soort bloemen op vochtige tot droge zandgronden. In "bijlage" nog een opname van één bloem uit de ganse tros. (Even op "bijlage" klikken)
Rietlandwimperzwam