Woensdag 26 september 2012
Soort Daas of Paardenvlieg
Geschreven door Cladonia om 17:22
Reageer op dit bericht
Soort Daas of Paardenvlieg
Zwarte heidelibel (800 -ste bijdrage)
De familie van de libellen is zeer groot. Hier hebben we de "Zwarte heidelibel" (Sympetrum danae) en allicht een mannetje, omdat het volwassen mannetje matzwart is. Vanop en vooruitstekende top zitten deze libellen op uitkijk om een ander insect te vangen. Het zijn snelle vliegers. Bij warm weer houden zij de vleugels wat omlaag om schaduw te hebben op de thorax. Deze liet zich wel geduldig benaderen! In "bijlage" nog een opname van deze snelle jongen.
Rups van de Zuringuil
Nog een rups van een "uil" of nachtvlinder die er nogal grijs uitziet. De rups van de "Zuringuil" (Acronicta rumicis) daarentegen is ook weer zeer mooi! De grondkleur is roodbruin of grijsbruin met grijze en bruine haarborstels. Op de rugzijde is er een rij rode stippen met daarnaast een een witte vlek en onder de stigmata (ronde vlekjes die voor de ademhaling zorgen )zien we een rood gevlekte lengtestreep. Heel wat kleuren! De waardplanten zijn verschillende houtachtige gewassen zoals boswilg, ridderzuring, braam en nog andere. De vlinders kunnen drie generaties voortbrengen en de soort overwintert als pop op de grond of tussen plantenresten. In "bijlage" nog een opname van het voorste stuk van de rups!
Rups van het Roesje
Het "Roesje" (Scoliopterix libatrix) behoort tot de uilen en zijn dus 's nachts actief. Deze vlinder heeft een lange roltong en kan zo zuigen aan vruchten. Bv. aan de vruchten van bramen kunnen zij zich tegoed doen. Er kunnen twee generaties voorkomen in één seizoen en ze overwinteren als vlinder in kelders en grotten (wat toch wel apart is). Het moeten dus wat vochtige plekken zijn.De rups kan tot 50 mm lang worden en is opvallend langgerekt is lichtgroen van kleur en heeft een gele zijlijn. Een speciale naam voor deze vlinder, een sobere verschijning als rups maar een opvallende leefwijze en overwintering!
Rups van de Rietvink
De "Rietvink" (Eutrix potatoria) vliegt 's nachts. Hij behoort tot de spinners, waarschijnlijk omdat de rups zich verpopt in een perkamentachtige gele cocon die duidelijk zichtbaar kan zijn op de waardplant. Zoals de naam het zegt zijn deze rupsen thuis op het riet en rietgras maar soms ook op pijpenstrootje of op zegges.De rups zelf kan tot 75 mm lang worden en is opvallend bont van kleur. De grondkleur is donkergrijs en naast de ruglijn is er vaak een rij gele tot oranje vlekken en daaronder met een rij dichte witte haarborstels. Vooraan kan nog een oranjerode en op het voorlaatste segment een zwarte haarborstel aanwezig zijn. De rupsen drinken ook vaak dauwdruppels vandaar dat ze vroeger ook wel eens "drinker" werden genoemd! In elk geval zeer kleurrijk. In " bijlage" nog een meer van nabij genomen opname van het middenstuk van deze rups.