Naar de inhoud

Mijn teksten

Van harte welkom !!
akke.beakke.be

Archief

Dierenmoppen 22.

In de jungle stapt een olifant op een mierenhoop.

Die mieren zijn helemaal kwaad en schreeuwen tegen elkaar:

Nu is onze hele stad kapot.

We gaan dat beest vermoorden.

Alle mieren klimmen via de poten op de olifant, maar de olifant schud een keer en alle mieren vallen eraf, behalve één.

En alle mieren roepen:

Kom op Jan. Wurg hem.

Wanneer ik brul, zei de beer, dan davert het halve woud.

Wanneer ik brul, zei de leeuw, dan beeft de hele jungle.

En wanneer ik hoest, zei de kip, dan doet de hele wereld het in zijn broek.

Een politiehond reageert op een advertentie van de FBI en hij gaat ernaar toe.

Je moet eerst aan al onze voorwaarden voldoen, zegt het hoofd personeelszaken.

Ten eerste moet je 60 woorden per minuut kunnen typen.

De hond gaat achter de typemachine zitten en typt 80 woorden per minuut.

Heel goed, zegt het hoofd personeelszaken.

Maar je moet ook een fysieke test doen en daarna een hindernissenparcours foutloos afleggen.

De hond legt beide tests zonder fouten af in een record tijd.

De laatste eis is dat je volledig tweetalig moet zijn, zegt de man van personeelszaken.

Vol zelfvertrouwen kijkt de hond hem aan en zegt: Miauw.
 

Drie muizen zijn aan het opscheppen en de eerste muis zegt:

Ik heb gisteren in een muizenval gezeten, ik heb 5 ribben gebroken en ik ben niet naar de dokter geweest.

De tweede muis zegt:

Ik heb gisteren een hele kom rattenvergif opgegeten en ik ben nog in leven.

En de derde muis staat stoer op en zegt:

Ik moet naar huis, want ik moet de kat vandaag nog verkrachten.

Een ooievaar staat in een park de gebeurtenissen van de dag te overpeinzen.

Dat zie je aan het feit dat hij doodstil op één poot staat en zijn andere poot ingetrokken. Plotseling ziet hij op een bank in het park een vrijend paartje zitten.

En nou mag je drie maal raden, wat dacht de ooievaar toen?.

Hij dacht:

Als ik mijn andere poot nou ook intrek, dan leg ik op mijn platte bek.

Wat krijg je als je een schaap met een stekelvarken kruist?.

Een dier dat zijn eigen trui kan breien
 

Twee vlooien komen elkaar tegen.

O, zegt de éne vlo: Ik heb het zo koud, ik heb het zo koud.

Hoe komt dat dan?, vraagt de andere vlo.

Ik zat laatst in een café, zegt de éne vlo.

Toen zag ik een man met een grote baard.

Ik kruip in die baard, blijkt die vent een motorrijder te zijn.

Zit ik met tachtig kilometer per uur in de wind.

Dat is ook niet zo slim, zegt de andere vlo.

Je moet het doen zoals ik, je moet in een damesslipje kruipen, dan zit je altijd warm.

Een week later komen de twee vlooien elkaar weer tegen.

O, zegt de éne vlo: Ik heb het zo koud, ik heb het zo koud.

Hoe kan dat nou?, vraagt de andere vlo.

Heb je mijn raad niet opgevolgd dan?.

Jawel, zegt de éne vlo: Ik was laatst weer in datzelfde café.

Ik zie een vrouw en ik kruip in haar slipje, het is er lekker warm en ik val in slaap, even later word ik weer wakker en wat denk je.

Zit ik weer in die baard van die motorrijder.

Een handelsreiziger rijdt met een gangetje van 80 km/u over een landweg.

Plotseling ziet hij dat hij ingehaald wordt door een kip.

Verbaasd geeft hij wat extra gas en haalt de kip met 100 km/u langzaam weer in.

Even later komt de kip hem echter weer voorbij.

Nu blijft hij met een snelheid van 120 km/u achter de kip aanrijden, want daar wilde hij het fijne wel eens van weten.

Ineens slaat de kip handig rechtsaf en komt op een boerenerf tot stilstand.

De handelsreiziger brengt met gierende banden zijn auto tot stilstand, rijdt even achteruit en gaat ook het boerenerf op.

Daar treft hij de boer en hij vertelt hem wat hij zojuist heeft gezien.

Ja dat kan kloppen, zegt de boer.

Kijkt u maar eens goed naar die kip.

Krijg nou tieten, roept de handelsreiziger verbaasd, dat beest heeft maar liefst drie poten.

Ja ,dat zit zo, legt de boer uit:

Ik woon hier met mijn vrouw en wij hebben één zoon.

En altijd als we vroeger een kip hadden geslacht, kregen we ruzie, omdat er maar twee poten waren.

Ik werd dat spuugzat, toen heb ik na lang kruisen en selecteren, een kipperas gefokt met drie poten en die blijken heel snel te kunnen lopen.

De handelsreiziger ziet wel handel in deze curiositeit en vraagt aan de boer:

En smaken ze ook een beetje?.

Dat weet ik niet, zegt de boer, want ik heb er nog nooit één te pakken kunnen krijgen.

Een jonge egel raakt verdwaald in de tropische tuin van Artis.

Als het donker wordt slaat de angst toe.

Elke keer als hij zich aan een cactus stoot fluistert hij in paniek:

Ben jij dat mammie?.

Erik komt de dierenwinkel binnen en hij zegt tegen de verkoper:

Ik wil graag 234 kakkerlakken, 3 ratten, 4 muizen en 20 spinnen.

Ik heb helaas alleen muizen, zegt de verkoper.

Waarvoor heb je die andere dieren nodig?.

Nou, ik ga morgen verhuizen en de verhuurder staat erop dat ik mijn huis achterlaat zoals het was toen ik erin kwam, zegt Erik.

Een kraai zit op een tak boven in een boom en koestert zich in de zon.

Een konijn op de grond kijkt naar hem en zegt: Ha kraai, wat zit je lekker te niksen.

Denk je dat ik ook zo kan luieren?.

Natuurlijk kun je dat, zegt de kraai, ga je gang.

En het konijn strekt zich uit in het zand en dut in.

Even later komt er een vos langs, ziet het konijn en vreet het op.

Om ongestraft niets te kunnen doen, moet je heel hoog in de boom zitten.

Een grote, stoere, sterke cowboy stapte de saloon binnen.

Hij pakte een glas cola en dronk die helemaal leeg.

Daarna ging hij terug naar zijn paard, maar hij ontdekte dat zijn paard gestolen was.

Woedend stampte hij terug de saloon binnen en roept:

Wie nu niet zegt wie mijn paard gestolen heeft, dan zal er hetzelfde gebeuren als in 1999.

Het werd ijzig stil in de saloon.

Uiteindelijk durfde iemand te vragen: Wat is er toen gebeurd?.

Nou, zei de cowboy.

Toen ben ik te voet naar huis gegaan.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 21.

Drie mannen willen gaan jagen.

Bij een groot bos waar ze aankomen staat een bord:

Jagen toegestaan, permissie vragen bij boer Jansen.

Ze besluiten toch maar even netjes permissie te vragen bij boer Jansen en rijden naar de erf.

Daar aangekomen gaat een van de drie mannen naar de boer toe die buiten staat.

Hij vraagt hem of ze mogen jagen.

De boer stemt in maar net voordat de de man weg wil gaan vraagt de boer hem om een gunst:

Ik heb hier een paard staan dat moet worden afgemaakt maar ik kan dat niet over mijn hart krijgen.

Zou u misschien met uw geweer het paard willen afschieten?.

De man zegt dat hij dat zal doen en loopt terug naar de auto waar zijn twee maten zitten te wachten.

Hij besluit een geintje uit te halen en zegt tegen zijn vrienden:

Die zak van een boer laat ons niet toe, ik schiet gewoon zijn paard af en dan gaan we toch jagen.

De man legt aan en schiet het paard dood.

Zo, dat zal hem leren, zegt de man, waarna er nog een schot klinkt.

Ik heb ook die boer te pakken genomen, laten we nu gaan jagen, zegt één van zijn vrienden.

Een boer uit Lotenhulle neemt zijn zoon voor het eerst mee naar de grote stad.

Daar bezoeken ze een winkelcentrum.

En kijken hun ogen uit en verbazen zich over bijna alles wat ze zien.

Dan ontdekken ze twee glimmende, zilverkleurige deuren die open en dicht gaan.

Wat is me dat?, vraagt de zoon.

Vader, die ook nog nooit eerder een lift heeft gezien, zegt:

Ik heb geen flauw gedacht van wat dat is, ik dat nog van mijn leven niet gezien.

Terwijl vader en zoon zich met open ogen en mond aan het mirakel vergapen, stapt een oud vrouwtje in de smalle ruimte.

De deuren sluiten en vader en zoon zien hoe de witte lampjes aanspringen boven de muur. Ineens stoppen de lampjes om vervolgens de tegenovergestelde richting in te gaan.

De deuren openen en een bloedmooi meisje van 24 stapt naar buiten.

De vader draait zich in een ruk om en roept naar zijn zoon en zegt:

Ga direct uw moeder halen.

Een 80 jarig boertje gaat voor het eerst vliegen.

Een beetje nerveus stapt hij in en gaat zitten.

Het vliegtuig gaat helemaal naar links en de boer zegt:

Ja, dat had ik wel gedacht.

De piloot kijkt eens achterom en denkt er het zijne van.

Ze vliegen een tijdje verder en op een gegeven moment gaat het vliegtuig helemaal naar rechts.

Ja, zegt de boer, dat had ik ook wel gedacht.

Na weer een tijdje gevlogen te hebben maakt het vliegtuig een looping en de boer zegt:

Nee, dat had ik niet gedacht.

Na een veilige landing loopt de piloot naar de boer toe en vraagt hem wat hij wel gedacht had en wat hij niet gedacht had.

Zuchtend zegt de boer:

Ik had wel gedacht dat ik in mijn broek zou zeiken en in mijn broek zou schijten.

Maar dat het mijn nek in zou lopen, nee dat had ik niet gedacht.

Zijn moeder schrijft terug:

Beste zoon, wij zijn gelukkig met de geboorte van uw kind.

Met de rest moet je niet inzitten, want toen je klein was wilde je ook niet zogen aan mijn borsten, en gezien wij op een boerderij woonden hebben wij je direct aan de koe gelegd, om aan haar spenen te zuigen.

Dat is de reden waarom je nu zo'n KALF geworden bent.

Een Limburgse boer krijgt bezoek van een Amerikaanse boer.

Als de Limburgse boer de Amerikaanse boer van het vliegvel haalt in Beek, Limburg vraagt de Amerikaan: What is this?.

De Limburgse boer zegt daarop: Well, this is an airport.

De Amerikaanse boer barst in lachen uit en zegt dat het bij hun veeeeeeeeel en veeeeeel groter is.

Na een tijdje rijden ze langs de DSM in Sittard (chemische Fabriek) en wederom vraagt de Amerikaan wat dat is...

De Limburgse boer vertelt hem dat DSM een Chemische fabriek is, waarop de Amerikaan weer op zijn beurt keihard begint te lachen en zegt dat het bij hun veeeeeeel en veeeeeeeel groter is.

De Limburgse boer begint zich nu flink te irriteren aan het opschepperige gedrag van de Amerikaan, maar zwijgt er verder over.

Hij denkt: Wacht maar totdat we op mijn boerderij komen, dan weet ie niet wat hij ziet.

Aangekomen op de boerderij van de Limburgse boer vraagt de Amerikaan alweer wat dat is en de Limburgse boer legt uit dat dat zijn boerderij is.

De Amerikaan begint weer keihard te lachen en zegt dat zijn boerderij veeeeeeeeeel en veeeeeeeel groter is.

Op datzelfde moment loopt er een ezel over het erf van de boerderij, de zeer opgefokte Limburgse boer pakt zijn jachtgeweer en schiet die ezel neer.

Waarop de geschrokken Amerikaan vraagt: What are you doing?.

Dan zegt de Limburgse boer:

Yeah, those damn rabbits over here.. they are making me sick.

Er rijd een meneer langs een boerderij.

Plots hoort hij: Plets.

Hij stapt uit de auto en kijkt waarover hij heeft gereden.

Hij ziet een platte kip.

Hij gaaat de boerderij in en zegt tegen de boer:

Ik heb hier een kip van je.

Kan niet, ik heb geen platte kippen, zegt de boer.

Een marsmannetje en een marsvrouwtje landen op aarde bij een boerderij.

Zullen we van vrouw ruilen, zegt de boer?.

Oké, zegt dat mannetje, en kruipt met de boerin in bed.

Wat heb jij een kleine zegt deze, o zegt dat mannetje:

Draai eens aan mijn oren en zijn lul groeit en groeit.

‘s ochtends zegt de boerin tegen de boer:

Ik had de nacht van mijn leven.

Ik niet, zegt de boer, dat vrouwtje draaide de hele tijd aan mijn oren.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Twee aangrijpende Kerstsprookjes.

Ja mannekes, Kerstsprookjes zijn mooi om te lezen, maar ze kunnen ook droevig zijn om ze te horen.

Daarom heb ik er twee uit mijne duim gezogen.

En wie graag van sprookjes houd, kan het nu lezen.

Er was eens een jong meisje dat na de scheiding van haar ouders, heel droevig en eenzaam door het leven ging.

Op ne zekere dag schreef ze ne brief naar de Kerstman, om te vragen of hij haar wens niet in vervulling niet kon doen gaan.

In die brief stond te lezen:

- Lieve Kerstman, ik ben Mieke, een meisje van zeven jaar en na vele ruzies die er elke dag waren, zijn mijn ouders uit elkaar gegaan en hebben ze mij achtergelaten.

- Lieve Kerstman, kan jij mij misschien niet helpen, om mijn ouders weer bij elkaar te brengen?.

- Lieve Kerstman, ik zou dan weer een heel gelukkig meisje zijn, mocht u mijn wens in vervulling doen gaan.

De Kerstman las die brief en deed al het nodige om het meisje te helpen, en na veel zoek- en speurwerk is hij er in geslaagd om vader en moeder weer bij elkaar te brengen en ze te verenigen.

Kerstmis was aangebroken en opeens werd er aan de deur gebeld.

Het meisje deed de deur open en de Kerstman vertelde haar het goede nieuws.

Nu zijn vader, moeder en de dochter terug bij elkaar en kunnen ze samen een gezellige Kerstmis vieren.

Ook de Kerstman was gelukkig, omdat hij de wens van het meisje tot een goed einde heeft gebracht.

                                  Tweede Kerstsprookje.

Het tweede gaat over een jongetje dat te kampen heeft met een ongeneeslijke ziekte.

Jantje was zeven jaar, ongeneeslijk ziek en hij mocht van de juffrouw in de klas een brief schrijven naar de Kerstman, om een wens te vragen.

De jongen begon te schrijven en schreef:

- Lieve Kerstman. Ik ben Jantje en ik ben ziek.

- Ik wil geen geschenk in een pakske met rood papier en een grote strik er rond.

- Ik wil eigenlijk mijn ouders terug zien, want ze zijn omgekomen bij een auto-ongeluk.

- Ik wil enkel een foto van hen, want ik heb daar geen één van, omdat ik maar één jaar oud was toen ze stierven.

De directrice van de school kende alle kinderen.

Ze las dan ook alle brieven voor, zelfs de brief van Jantje las ze voor.

Ze ging met zijn grootouders spreken, om te vragen of zij geen foto hadden van hun dochter en schoonzoon van voor het ongeluk.

Opa ging onmiddellijk op zoek en vond de allerlaatste foto die genomen werd, deze van hun huwelijk.

De grootouders van Jantje zouden dat met de school zo regelen dat de Kerstman hem zelf zou komen afgeven thuis bij Jantje.

De avond voor Kerstmis zit de Jantje bij zijn grootouders onder de kerstboom de pakskes te openen, als er plots gebeld wordt.

De Kerstman komt binnen en geeft aan Jantje een omslag en zegt:

- Jantje, ik heb je brief ontvangen en een foto in de hemel gemaakt van je ouders.

- Jantje doet de omslag open en ziet de foto van zijn overleden ouders.

Op zijn aangezicht verschijnt er een grote glimlach en zegt:

- Lieve Kerstman, ik ben zeer gelukkig.

- Nu weet ik dat ik mijn ouders snel zal vinden, als ik in de hemel kom.

De jongen gaat naar zijn bed met de foto in zijn hand. Die avond overlijd hij aan zijn ongeneeslijke ziekte, met een vredige glimlacht op zijn gezicht en met de foto in zijn hand.

PS. Dit zijn twee aangrijpende Kerstsprookje, maar toch zit er in beiden een beetje waarheid in hoor.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 20.

Twee honden zijn verdwaald in de woestijn.

Dan gromt één van hen en zegt:

Als we nou niet heel een boom tegenkomen, doe ik het in mijn broek.

Een man staat in een dierenwinkel en ziet een papegaai met twee kettinkjes aan zijn poten.

De man vraagt aan de eigenaar van de zaak:

Waar zijn die twee kettinkjes voor?.

Nou, zegt de man.

Als je aan het rechter touwtje trekt, roept hij goedemorgen en als je aan het linker touwtje trekt, roept hij goedenavond.

De man vraagt daarop:

Wat gebeurt er dan wanneer je aan allebei de touwtjes trekt?.

Hierop roept de papegaai:

Dan val ik om, sukkel.

Tip voor duivenliefhebbers:

Kruis uw duiven met papegaaien.

Mochten ze verkeerd vliegen, dan kunnen ze altijd nog de weg vragen.

Drie Amerikaanse mannen zitten te jagen in de Amerikaanse bossen.

Tenslotte zegt er één:

We kunnen wel eens in Afrika gaan jagen op de olifanten enzo, waarop de andere twee zeggen:

Ja, dat lijkt ons leuk idee.

De volgende maand zaten de drie al in het vliegtuig naar Afrika.

Toen ze daar aankwamen gingen ze naar het hotel, en de volgende dag gingen ze jagen in de Afrikaanse bossen.

Ze splitste zich in drieën, om een wedstrijdje te spelen wie het meest had geschoten.

Die avond schepte ze alledrie op over hun buit en de één zegt:

Hé, wat heb jij allemaal geschoten?, waarop hij zei:

Drie olifanten, vijf giraffen en nog wat gnoes en de ander zegt:

Das niks, ik heb zes giraffen, vier olifanten, drie leeuwen en drie gnoes.

De laatste zegt:

Ik heb 28 no no's geschoten.

De andere 2 vragen wat is een no no?.

Dat weet ik ook niet, maar ze riepen allemaal no no please no.

Hoe roep je een hond zonder poten?.

Het maak niet uit, want hij komt toch niet.

Brigadier Jef vindt een loslopende aap in de wandelstraat.

Hij gaat met zijn vondst naar de commissaris en deze zegt:

Ga daar maar vlug mee naar de Zoo.

‘s Anderdaags ziet de commissaris Jef wandelen met dezelfde aap in de Stationstraat.

Hij roept Jef en zegt:

Ik had je gisteren toch gezegd, om met deze aap naar de Zoo te gaan?.

Ja zegt Jef, daar zijn we gisteren geweest, vandaag gaan we naar cinema.

Twee vlooien zijn naar het vlooientheater geweest.

Als ze buiten komen, plenst het pijpenstelen.

Gaan we te voet, of met de hond, zegt de ene vlo tegen de andere vlo.

Er waren eens twee slangen die naast mekaar zaten.

Plots zegt de éne slang tegen de andere:

Ik hoop dat ik niet giftig ben, zegt plots een slang.

Waarom niet?, vraagt de andere slang.

Ik beet daarnet op mijn tong.

Een man heeft een heel speciale hond die op een dag sterft, de man is heel verdrietig.

Zijn vrouw stelt voor een nieuwe hond te kopen, maar de man zegt:

Zo'n speciale hond vind je niet meer.

De vrouw besluit toch om na haar werk naar het dierenasiel te gaan, en een hond te kopen.

Ze vraagt aan de man van de receptie:

Hebt u een speciale hond?, en de man zegt:

Natuurlijk, kom maar mee.

Wat later zijn ze bij de speciale hond en de verkoper zegt:

Deze hond kan karate, kijk maar:

De hond pakte een stoel en maakt de stoel in stukken van één, waarop de vrouw zegt:

Dat kan toeval zijn, probeer het nog eens.

Oké, zegt de man.

De hond pakte een tafel en met een karateslag viel de tafel in stukken van één en de vrouw koopt de hond.

Als ze thuis komt zegt ze het tegen haar man dat de hond karate kan, waarop de man zegt : karate, mijn klote.

Vier schildpadden gingen picknicken.

Ze namen koekjes, bier, en appels mee.

Na een jaartje of twintig waren ze op de plek aangekomen.

Ze wilden eerst bier drinken, maar toen zagen ze dat ze de flesopener vergeten waren.

Dus iemand moest terug gaan en Twarrel (de jongste) bood zich aan:

Ik ga, op één voorwaarde:

Jullie moeten niks eten.

De anderen vonden het goed.

Dus Twarrel ging.

Hij was al een jaar onderweg twee, drie, vier jaar en na een jaartje of vijftien werd één van de oude schilpadden ziek.

De anderen vroegen wat zijn laatste wens was, en hij zei:

Ook al hebben we het beloofd, maar toch wil ik graag een koekje.

En precies op het moment dat hij het koekje in zijn mond stopte, sprong Twarrel uit de struiken en zei:

Zie je wel, ik ga gewoon niet.

Er zitten twee vliegen op een heerlijke paardenvijg, zegt de één tegen de ander:

Zal ik jou eens een leuke mop vertellen?.
Zegt de ander:

Als het maar geen vieze mop is, want ik zit net lekker te eten.

Zegt een vrolijke giraf tegen een droevige:

’t Is toch handig hè, met onze lange nekken in die hoge bomen, zegt een vrolijke giraf.

Nou nee, niet als je je wilt verhangen, zegt een droevig giraf.

Een olifant en een kameel komen elkaar tegen, en de olifant vraagt aan de kameel:

Waarom staan u tetten op uwe rug?.

Dat is toch een rare vraag, zegt de kameel, voor iemand die rondloopt met zijn lul op zijn bakkes.

Waarom mogen konijnen niet met de kaarten spelen?.

Omdat ze anders al de klavers zouden opeten.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 19.

De eerste avond rinkelt de telefoon al op zijn kamer, angstig neemt hij op, het is inderdaad zijn knecht aan de lijn.

Baas, mijn schup is kapot.

Moet ge mij daarvoor opbellen, sukkel.

Ik dacht dat het iets ergs was.

Hoe kwam het?. Wel, ik was de hond aan het begraven en...

Wat, is onzen Blackie dood?.

Hoe dat zo?. Ja, hij zat nog in de schuur toen die afbrandde.

Mijn schuur?.

Hoezo, stond die in brand?.

Ik vermoed dat de vlammen van de boerderij zijn overgeslagen he.

De boerderij?.

En hoe kwam dat die in brand stond?.

Vermoedelijk een omgevallen kaars, zegt den brandweer.

Een kaars?.

Maar manneke, wij hebben al jaren elektriciteit.

Neenee, één van die kaarsen die op de kist van uw vrouw stond.

Ik rij in mijn auto.

Op een boerenlandweg staat er midden op de weg een berg stenen meteen zwaailicht.

Ik vraag aan een boer: Waarom staat dat zwaailicht op die berg stenen?.

Anders rijden de auto's tegen de berg stenen, zegt de boer.

Waarom staat dieberg stenen dan op de weg?, vraagt die boer.

Om het zwaailicht op te zetten.

Een boerin moest elke dag haar man de boer en zijn knecht helpen.

Maar er werd ook verwacht dat ze voor het eten zorgde.

Op een dag zegt de boer:

Gatverdamme, alweer bruine bonen en gooit meteen zijn stoel door het raam naar buiten.

De knecht staat op en gooit ook zijn stoel naar buiten. Waarop de boer vraagt:

Wat ben jij aan het doen?.

Ik dacht dat we buiten gingen eten, zegt de knecht.

Een vrouw koopt van een boer twintig eieren.

De volgende dag is ze weer bij de boer.

Die eieren waren allemaal leeg en woedend zegt ze:

Dan rent de boer net zo woedend naar het kippenhok en schreeuwt:

Wie van jullie gebruikt de pil.

Een jong koppelke liggen in de auto langs een landwegske van hun gat te geven.

Als ze hun werk gedaan hebben willen ze terug vertrekken, maar de wielen van de wagen slippen in de modder.

Ik zal duwen, stuur jij, zegt de jongen.

Geen centimeter geraakten ze vooruit.

Misschien als we onze pull voor de wielen leggen, dat er dan beweging inkomt, zegt het meisje.

Zo gezegd zo gedaan.

Maar de wielen draaien zo hard door dat de kleren in de boom terecht komen.

Dan maar geprobeerd met de rok en de broek maar steeds geen resultaat.

Beiden staan ze nu naakt naast hun wagen. 

Wat nu gedaan?, zegt het meisje.

We zullen wachten tot het donker wordt, en dan zullen we in dat hoevetje hier wat verder hulp gaan vragenn zegt de jongen.

De avond valt en de jongen zegt:

Het is de moment om hulp gaan te vragen, hier neem mijn schoen en hou die voor uw poes, zodat de boer u niet helemaal naakt ziet.

Ik blijf hier in de auto wel wachten.

Het meisje vertrekt richting het hoevetje.

Met de schoen voor haar poes gehouden klopt ze aan bij de boer.

De boer doet open.

Dag meneer den boer, mijn vriend zit vast, zou jij er hem misschien kunnen uittrekken met je tractor, zegt het meisje.

Hij bekijkt het meisje en ziet ook de schoen.

Ja, maar, juffrouw, als uw vriend zo diep steekt, zal ik ook niet veel meer kunnen helpen, zegt de boer.

De eerste avond rinkelt de telefoon al op zijn kamer, angstig neemt hij op, het is inderdaad zijn knecht aan de lijn.

Baas, mijn schup is kapot.

Moet ge mij daarvoor opbellen, sukkel.

Ik dacht dat het iets ergs was.

Hoe kwam het?.

Wel, ik was de hond aan het begraven en...

Wat, is onzen Blackie dood?.

Hoe dat zo?.

Ja, hij zat nog in de schuur toen die afbrandde.

Mijn schuur?.

Hoezo, stond die in brand?.

Ik vermoed dat de vlammen van de boerderij zijn overgeslagen he.

De boerderij?.

En hoe kwam dat die in brand stond?.

Vermoedelijk een omgevallen kaars, zegt den brandweer.

Een kaars?.

Maar manneke, wij hebben al jaren elektriciteit.

Neenee, één van die kaarsen die op de kist van uw vrouw stond.

Twee kameraden maken samen een ritje op de moto.

De man achterop krijgt veel last van de koude en doet zijn kompaan stoppen.

Hij besluit zijn jas achterstevoren aan te trekken om zodoende minder last van de wind te hebben.

Na een tijdje gereden te hebben kijkt de bestuurder achterom en merkt tot zijn verbazing dat zijn vriend verdwenen is.

Hij keert terug tot hij enkele mensen naast de kant van de weg ziet staan.

Het zijn enkele verbaasde boeren die over zijn kameraad staan gebogen.

De motorrijder vraagt al bevend:

Wel, hoe is met hem?.

Hij zag er goed uit, totdat we probeerden zijn hoofd terug op zijn plaats te zetten, zegt de boer.

Een 80 jarig boertje gaat voor het eerst vliegen.

Een beetje nerveus stapt hij in en gaat zitten.

Het vliegtuig gaat helemaal naar links en de boer zegt:

Ja, dat had ik wel gedacht.

De piloot kijkt eens achterom en denkt er het zijne van.

Ze vliegen een tijdje verder en op een gegeven moment gaat het vliegtuig helemaal naar rechts.

Ja, zegt de boer, dat had ik ook wel gedacht.

Na weer een tijdje gevlogen te hebben maakt het vliegtuig een looping en de boer zegt:

Nee, dat had ik niet gedacht.

Na een veilige landing loopt de piloot naar de boer toe en vraagt hem wat hij wel gedacht had en wat hij niet gedacht had.

Zuchtend zegt de boer:

Ik had wel gedacht dat ik in mijn broek zou zeiken en in mijn broek zou schijten.

Maar dat het mijn nek in zou lopen, nee dat had ik niet gedacht.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 18.

Waarom heeft een olifant rode stippen op zijn huid?. Om hem te verstoppen tussen de aardbeistruiken.

Heb je ooit al eens een olifant tussen de aardbeistruiken gezien?. Nee?. Hij kan hem goed verstoppen hé.

Waarom is een schaap blij als hij kan lopen?. Omdat hij vroeger nog lam is geweest.

Waarom heeft een krokodil zo'n grote bek?. Anders passen zijn tanden er niet in.

In mei leggen alle vogeltjes een ei. Dus, moeten ze in april allemaal van bil.

Liesje koopt een kevertje in een potje, en de volgende dag is hij weg. Ze doet het potje met de kever in een koffer en de volgende dag is hij weer weg. Ze koopt een nieuwe en stopt die in een potje, en stopt dat potje in een koffer en in een grote kist. De volgende dag is het kevertje weer weg en Liesje wil haar handen gaan wassen en wat denk je dat er uit de kraan kwam?. Water natuurlijk.

Een piraat zegt tegen zijn papegaai: Je moet alles onthouden wat ik zeg. Oké, zeg de papegaai. Als de piraat aan het kaarten is roept de piraat in eens: Hey, jij speelt vals. De papegaai denk, dat moet ik onthouden. Wat later op de dag roep de piraat: Mooie duik. Dus, de papegaai onthoud dat ook weer. Weer wat later zegt de piraat: Bergen in zicht. Als de piraat dood is, word de papegaai verkocht aan een mevrouw. Als die vrouw klaar staat om te springen, roept de papegaai: Hey, jij speelt vals en dan springt de vrouw in het water. De papegaai zegt dan: Mooie duik. De vrouw komt boven water en hare b.h. valt af en dan zegt de papegaai: Bergen in zicht.

Twee mannen gaan vissen, maar na vijf uur hebben ze nog altijd geen vis gevangen. Er is wel een jongen en hij vangt ieder vijf seconden een vis. Zegt de éne man tegen de andere: Zullen we vragen hoe hij dat doet en de andere zegt: Nee, ’t is te schaamtelijk. Nog vijf uur later, en nog altijd geen vis gevangen. Nu vragen ze het wel aan de jongen en de jongen zegt: Ge moet gewoon in het water gaan staan en de vissen komen vanzelf naar de worm. De twee mannen proberen het en ja hoor, het werkt. De éne man haalt ook om de vijf sec een vis uit het water, maar de andere man niet. De éne man vraagt: Komen er geen vissen naar jou?, en de andere man zegt: Jawel, maar ik laat ze nog efkes doen.

Er loopt een man door de woestijn, zonder water en met vreselijke dorst. Dan komt hij een man op een kameel tegen en zegt: Water, water alsjeblieft. Sorry, maar ik verkoop alleen stropdassen, zegt de man. De dorstige man kruipt voort. Even later komt hij weer een man op een kameel tegen. Water, water, alstublieft. Sorry, meneer ik verkoop alleen stropdassen, zegt de man. Na een tijdje ziet hij opeens een restaurant in de woestijn en zegt: Eindelijk drinken. Denkt hij en kruipt met zijn laatste krachten naar het restaurant. Bij de deur wordt hij tegen gehouden. Zonder stropdas komt u er echt niet in, meneer.

Waarom ligt een konijn eerder in bed dan een hond?. Hij hoeft maar twee tanden te poetsen.

Er zitten twee vliegen op een kaal hoofd. Zegt de éne tegen de andere: Weet je nog, hier speelden wij vroeger verstoppertje.

Tijdens de kruistochten valt een ridder met harnas in slaap. Er komen twee leeuwen langs. Zegt de éne leeuw tegen de andere: Laten we deze keer maar doorlopen. Ik wil ook niet altijd uit blik eten.

Er zaten eens twee koeien in de weide. Eén van de beide koeien zat de ganse tijd met haar uier te schudden. Waarbij de andere vroeg: Waarom doe je dat heel de tijd?, waarop de koe zegt: Morgen is het mijn verjaardag, ik maak alvast de slagroom, voor op de taart.

Drie katten zitten te praten over wat ze zullen doen als ze de lotto winnen en de eerste kat zegt: Als ik de lotto win, dan open ik een melkfabriek. De tweede kat denkt aan een fabriek voor kattenvoer, maar de derde kat zou haar geld eerder in een bierbrouwerij steken. Waarom?, willen de andere katten weten. Waarop de derde kat zegt: Dan heb ik iedere dag een kater.

Twee ijsberen zijn samen in de woestijn. Zegt de éne ijsbeer tegen de andere ijsbeer: Het heeft hier erg gesneeuwd, want ze hebben veel zand moeten strooien.

Je loopt in een bos en je merkt na een tijdje dat er allemaal eekhoorntjes achter je aan komen. Hebt je enig idee, waarom?. Ze hebben nog nooit zo'n grote eikel gezien.

Twee slakken staan op de stoep. Zeg de éne tegen de andere: Kom, we steken over. Nee, want volgende week komt er een bus voorbij.

Er staan twee koeien in de wei, en de éne koe staat te springen. Vraagt de andere koe: Waarom staat je daar zo te springen?. Ik ben bezig met de slagroom te kloppen voor morgen, want ik ben morgen jarig.

Met hoeveel pootjes loopt een duizendpoot over een mesthoop?. Met 999, want hij gebruikt er ééntje om zijn neus dicht te knijpen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 17.

Een kip zei tegen een andere, dat het niet plezant is om oud te worden. Ik krijg er kippenvel van, zei de andere kip.

Waarom durven koeien niet zingen?. Omdat ze schrik hebben dat de andere koeien boe gaan roepen.

Een duizendpoot heeft last van voetschimmel. Hij loopt alle dieren van het bos bij langs voor raad, maar niemand kan hem helpen. Totdat hij bij de uil komt en die zegt: Wordt mier, dan heb je veel minder last. Opgelucht gaat de duizendpoot naar huis, maar onderweg bedenkt hij zich: Hoe word ik een mier?. Hij gaat terug naar de uil en vraagt hem: Hoe word ik mier?, en de uil zegt: Ja hoor eens, ik ben alleen voor beleidszaken.

In een geheel leeg café stapt een Orang-Oetan naar binnen en gaat aan de bar zitten en besteld een biertje. De cafébaas denkt, ik kan wel wat verdienen aan die aap, het café liep toch al slecht. Hij brengt het biertje en zegt: Da's dan 65 gulden. De Orang-Oetan trekt ergens uit zijn vacht 65 gulden. Vervolgens besteld de aap nog een pilsje en de cafébaas zegt: Da's weer 65 gulden. Zo gaat dat een tijdje door tot de Orang-Oetan 5 biertjes heeft gedronken. De cafébaas wil nu toch wel eens een praatje met de aap maken. Hij stapt op hem toe en zegt: Dat gebeurt niet vaak, dat een Orang-Oetan in dit café komt. Nee, zegt de aap en vind je het gek als je 65 gulden voor een biertje moet betalen.

Kijk daar, een fazant, zegt de jager tegen zijn collega en zegt: Die kan zijn testament wel maken. Hij mikt en schiet, maar de fazant vliegt rustig weg, waarop zijn collega zegt: Ik denk dat het beest eerst nog even naar de notaris moet.

Een kok is een kip aan het plukken. Hij stopt de kip in de pan, maar vergeet het vuur aan te steken. Na een kwartier komt de kip naar de kok gewandeld en zegt boos: Zeg, nou geef je of mijn veren terug, of je steekt het vuur aan, want ik sterf van de kou.

Twee olifanten komen elkaar tegen. Eén van hen heeft zijn hoofd in het gips. Hoe krijg je dat nou voor elkaar?, wil de ander weten. Gisteren was ik een dagje op het platteland. Ik ben op bezoek bij een molenaar en ik wil uit het raam kijken.

Er komt een man in een verfwinkel binnen en die wil weten of het mogelijk is om zijn vogel kanariegeel te verven. De winkelier raadt het hem af en waarschuwt dat de vogel hier dood aan kan gaan. Maar de man is eigenwijs en gaat toch met de verf naar huis. Een paar dagen later komt de man terug in de winkel en de winkelier vraagt hoe het gegaan is. De man zegt, de vogel is dood. Dat zei ik toch, zegt de winkelier. Maar ik heb hem niet geverfd. Bij het afbranden ging het al fout.

Een cowboy loopt een bar binnen. Hij biedt 100 € aan die persoon die zijn paard aan het lachen kan brengen. Een vent staat op en fluistert iets in het oor van het paard en het paard begint te schateren van het lachen. Een week later komt de cowboy terug en biedt 200 € voor de persoon die zijn paard aan het huilen kan brengen. Dezelfde kerel van de week daarvoor neemt het paard mee naar het toilet en kort daarna komt het paard terug, huilend als een baby. Verbaasd vraagt de cowboy hoe de kerel dat voor elkaar gekregen heeft. De kerel zegt: Vorige week heb ik het paard verteld dat ik een grotere lul heb dan hem en vandaag heb ik het hem laten zien.

Een man stapt het café binnen en bestelt een pot bier. Hij kijkt wat in het rond en ziet opeens een pot met 5 € muntjes staan. Hij vraagt de barbier waar die pot voor dient. Nou, zegt de barbier, zie je die deur achter in de zaak?. Daarachter staat een paard. Als je het paard aan het lachen krijgt, krijgt u de pot. Op voorwaarde dat je bij elke keer dat je probeert een 5 muntjes in de pot stopt. De man stopt een 5 muntjes in de pot en loopt naar binnen. Als hij terug komt doet het paard niets anders dan lachen, gieren, brullen. De man krijgt de pot en vertrekt. Na een paar maanden komt dezelfde man weer en ziet weer een pot staan met 5 muntjes. Nieuwsgierig vraagt hij of hij het paard nog een keer aan het lachen moet krijgen. Nee, zegt de barbier, sinds u hier laatst was doet het paard niets anders meer dan lachen. Wie het paard stil krijgt, mag de pot mee naar huis nemen. De man doneert een 5 muntjes en loopt naar binnen. Even later komt hij weer naar buiten en het paard is doodstil. De man pakt de pot en wil vertrekken, maar de eigenaar vraagt hem om zijn geheim. Nou, zegt de man, de eerste keer vertelde ik het paard dat mijn lul groter was als de zijne, en de tweede keer heb ik hem laten zien.

Een juffrouw vraagt aan haar leerlingen wat hun huisdier is en Jantje zegt: Ik heb een hond Juffrouw en hij is heel lief en zacht. Leuk Jantje. En Piet, heb jij ook een huisdier?. Ja, ik heb een konijn. Hij is nog liever en nog zachter, juffrouw. En Achmed, heb jij ook een huisdier?. Ja, ik heb schaap op me kamer, waarop de Juffrouw zegt: Stinkt dat niet dan?. Nee, da schaap vind da niet erg.

Erik komt de dierenwinkel binnen. Hij zegt tegen de verkoper: Ik wil graag 234 kakkerlakken, 3 ratten, 4 muizen en 20 spinnen. De verkoper antwoord daarop: Ik heb helaas alleen muizen. Waarvoor heb je die andere dieren nodig?, en Erik zegt: Nou, ik ga morgen verhuizen en de verhuurder staat erop dat ik mijn huis achterlaat zoals het was toen ik erin kwam.

Een kraai zit op een tak boven in een boom en koestert zich in de zon. Een konijn op de grond kijkt naar hem en zegt: Ha kraai, wat zit je lekker te niksen. Denk je dat ik ook zo kan luieren?. De kraai antwoordt: Natuurlijk kun je dat, ga je gang maar en het konijn strekt zich uit in het zand en dut in. Even later komt er een vos langs, ziet het konijn en vreet het op. Om ongestraft niets te kunnen doen, moet je heel hoog in de boom zitten.

De buurman is zijn vissen aan het voeren en Jantje vraagt: Met wat voert u de vissen?. Waarop de buurman zegt: Met watervlooien. Waarop Jantje zegt: Gij dierenbeul, die vissen kunnen toch niet krabben?.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 16..

Een man is gebeten door een met hondsdolheid besmette hond. Hij wordt onmiddellijk naar het ziekenhuis gebracht en onderzocht. Als de arts heeft geconstateerd dat er inderdaad sprake is van hondsdolheid, vraagt de patiënt om een stuk papier. Wilt u uw testament maken?, vraagt de arts. Nee, ik wil even een lijstje maken met de namen van mensen die ik wil bijten.

Met zo'n weer ga ik geen boodschappen doen, moppert de man. Je zou er een hond nog niet doorheen jagen. Ik heb toch ook niet gezegd dat je die arme hond mee naar buiten moet nemen?, zegt zijn vrouw.

Een dame gaat naar de winkel om een drinkbakje voor de hond te kopen. De winkelier laat haar een mooi beschilderd bakje zien met het opschrift: Voor de hond. Het bakje is echter nogal duur. Dat opschrift is nergens voor nodig, zegt de dame tegen de winkelier, mijn man drinkt geen water en de hond kan toch niet lezen.

Ik ben met een wonderbaarlijke man getrouwd, zegt de dame. Hoezo?, vraagt haar vriendin. Nou, hij gaat 's avonds met de hond uit en komt 's morgens met een kater terug, zegt de dame.

Twee honden zijn verdwaald in de woestijn. Dan gromt een van hen: Als we nou niet heel snel en boom tegenkomen, doe ik het in mijn broek.

Waarom trek je zo'n lelijk gezicht tegen die lieve pitbull?, vraagt oma. Henkie: Hij is ermee begonnen.

In de bus zit een jonge man tegenover een aardige dame met een hondje op haar schoot. Om een gesprek aan te knopen, zegt de man: Ik wou dat ik dat hondje was. Dat weet ik nog zo net niet, zegt de dame. Ik ben met hem onderweg naar de dierenarts om zijn staart te laten couperen.

Het is allemaal nog niet zo erg, hoor dokter. Ik ben zo sterk als een beer, ik werk als een paard en als ik zo moe ben als een hond dan slaap en snurk ik als een os. En mijn vrouw vindt me nog steeds net zo lief als onze poes. Alleen als ik 's morgens naar het toilet moet, dan… Ik weet al genoeg , zegt de dokter. Ik kan helaas niets voor u doen. U kunt beter naar een veearts gaan.

Wat kost die grote hond?, vraagt de klant in de dierenwinkel. 300 euro, mevrouw. Lieve hemel. Dat is me te duur. En die kleine?. 500 euro, mevrouw. En dat hele kleintje dan?. Dat is een echte kampioen, mevrouw. Die kost 1000 euro. Allemachtig, steunt de dame. Wat kost het me eigenlijk, als ik helemaal geen hond koop?.

Dokter, wat moet ik doen? De honden likken altijd aan mijn vingers als ze me zien en de arts zegt: Probeert u eens met mes en vork te eten.

De pasgetrouwde man komt thuis van zijn werk en vindt zijn vrouw in tranen. Je weet toch dat ik een recept had om een boterkoek te bakken?, huilt ze. Ik heb de boterkoek gemaakt en daarna buitengezet om hem af te laten koelen. Maar nou heeft de hond hem opgegeten. Ach, maak je maar niet zo druk, zegt haar echtgenoot rustig. We vinden heus wel een andere hond.

Twee apen zitten in een dierentuin, en zegt de éne tegen de andere: Zielig hé, al die mensen achter de tralies.

Ik ga mij een geit kopen, zegt Jan tegen Karel. Een geit kopen?. En waar ga je die geit zetten, want je woont toch op een appartement?. Nou, in de zomer ga ik die geit op mijn balkon zetten. En in de winter?. Dan zet ik die geit gewoon binnen. En die stank dan?. Oh, daar moet die geit maar aan wennen.

Er waren twee vissen aan het zwemmen en plots begon het te regenen. Zegt de éne vis tegen de andere vis: Zullen we onder die brug schuilen, want ik wordt nat.

Twee stieren staan boven op een berg. Beneden in de vallei staat een hele kudde koeien. Zegt de éne stier tegen de andere: Kom, we gaan vlug naar beneden en pakken er één. Waarop de andere stier zegt: Nee, we gaan op ons gemak naar beneden en pakken ze allemaal.

Twee aardappels huilen tranen met tuiten, en de derde aardappel vraagt: Waarom huilen jullie?, waarop de éne zegt: Onze moeder zit in de puree.

Twee koeien staan in de wei, en zegt de éne koe: 't Is toch erg hé, met die gekke koeienziekte?. Zegt een voorbij lopende konijn: Daar hebben we geen last van.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Mijn kerstkalkoen.

Ja mannekes, de feestdagen staan voor de deur en zoals elk jaar ga ik ook een feestmaaltijd klaarmaken.

Maar nu ga ik er wel ietske vroeger aan beginnen, want verleden jaar was mijn eten op één April nog niet klaar.

Ik had potverdikke toch wel mijn vuur vergeten aansteken zeker.

Nu zal het geen waar zijn hoor, want mijn vuurke brand nu al.

Ik eet graag kalkoen, klaargemaakt op moeders wijze.

Maar voor ik diene kalkoen klaar maak, moet ik hem wel eerst vangen hé.

Normaal gezien koop ik alles aan soldenprijzen, omdat ge dan ook weet dat het echte solden zijn.

Verleden jaar heb ik bij ne boer een gans varken gekocht, aan een goedkopen soldenprijs.

Alé, ‘k ga eraan beginnen, want ’t is daar nogal wat werk aan hé en ik begin stilaan honger te krijgen.

De morgen ben ik naar de vismarkt geweest en toen ik daar stond te kijken, zag ik daar ne grote vis met twee slachtanden in zijne bek naar mij kijken.

Ik dacht eerst dat hij mij kende en mij iets wilde zeggen, maar dat vismadammeke zei tegen mij dat ik geen schrik moest hebben.

Ze hadden hem zo tentoongesteld, om de voorbijvliegende meeuwen weg te jagen.

Er lagen daar ook nog een paar krabben naar mij te gapen, precies of ze hadden nog nooit ne mens in levende lijve gezien.

Achteraan zaten vier kreeften aan tafel te kaarten, want dat waren kreeften die in een kaartenclub zaten.

Oesters moest ik niet hebben, want verleden jaar wilde ik ene opeten en hij beet toch wel in mijn tong zeker.

Ik heb daar zeker wel twee maanden rondgelopen met een gehandicapte tong, waardoor ik verplicht was om aan mijn buurman te vragen of ik voor twee maanden zijn tong mocht lenen.

Ik mocht ze niet lenen van zijn vrouw, want hij had ze nodig om haar voeten schoon te likken als ze vuil waren.

Ik ben dan maar naar huis gegaan, mijne gehandicapte tong op een warme plaats gelegd en aan mijn menu begonnen.

‘k Had ook nog ne kalkoen meegekregen van ne mens die ene te veel had gekocht en die hem zeker niet kon opkrijgen, want hij was maar alleen.

‘k Heb diene kalkoen vier slaappillen gegeven, om hem een goeie nachtrust te geven.

Hij is nooit meer opgestaan en de dokter die er bij was heeft hem dan oficieel dood verklaard.

‘k Heb hem dan dagen in een badkuip gelegd om te weken, want dan kunt ge hem veel beter ontmantelen hé.

Ik bedoel dat ge dan ook veel beter al zijn pluimen kunt aftrekken hé.

Op kerstdag ben ik speciaal twee uur vroeger opgestaan, om aan diene dooie kalkoen te kunnen beginnen.

Om zes uur in de morgen ben ik begonnen met die dooie kalkoen te pluimen, want hij had 324 lange en 48 korte pluimen aan zijn lijf hangen, die ik moest uittrekken.

Hoe meer wilde pluimen ik van zijn lijf trok, hoe kaler hij werd.

’t Was precies een gepluimd kieken, die ik aan ’t pluimen was.

Potverdikke zeg, ‘k heb daar toch wel 4 uur aan bezig geweest zeker.

Als al zijn wilde pluimen uitgetrokken waren, heb ik hem in een kookpot gestoken en hem nog wat water gegeven.

Want moest hij per ongeluk dorst krijgen, dan had hij toch iets om te drinken hé.

Terwijl ik die kookpot met diene gepluimde kalkoen erin op dat gasfornuis zette en dat vuur wilde aansteken, werd op beneden aan de deur gebeld.

Ik deed in de keuken dat raamke open, om te zien wie het was.

’t Was toch wel mijn facteur (postbode) zeker.

Ik loop naar beneden, om de deur open te doen en blijf zeker twintig minuten staan babbelen over alles en nog wat.

Toen ik terug in mijn keuken kwam en zag dat het vuur niet brande, wilde ik het aansteken en op hetzelfde moment werd er op mijn schouder geklopt.

’t Was potverdekke toch wel diene gepluimde kalkoen zeker en weet ge wat hij zei:

Ga je dat vuur aansteken of ga je mijn pluimen teruggeven, want ik krijg hier kou hoor.

Alé, ik heb dan maar vlug het vuur aangestoken, want moest hij weglopen van de kou, dan kan ik kerstmis op mijn kin kloppen hé.

Ik had ondetussen mijn moeder al opgebelt en haar gezegd dat ze geen kalkoen moest meebrengen, want dat mijne kalkoen ligt te zonnebaden in zijn eigen nat en dat we hem binnen enkele uren mogen opdienen.

Als iedereen aan tafel zat, hoorde ik een klein piepstemmetje dat zei:

Nu moogt ge me opdienen, maar mijn beentje moogt ge niet opeten hoor.

En met een knipoog deed die kalkoen het deksel weg en blies zijn laatste adem uit.

PS. Ik hoop dan ook dat jullie allen van een heerlijke kerstmaaltijd mogen genieten, en mocht u per ongeluk ne kalkoen zonder pluimen zien lopen of tegenkomen, dan zal het de kalkoen zijn waar ik zo lang op zoek was.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Plezante moppen 5.

Er zaten een Nederlander, een Belg en een Duitser in een luchtballon.

De Nederlander gooide een appel naar beneden en zei:

Die hebben wij niet meer nodig.

De Belg gooide een hamer naar beneden en zei:

Die hebben wij niet meer nodig.

De Duitser gooide een bom naar beneden en zei:

Die hebben wij niet meer nodig.

Even later waren ze geland en kwam er een man aangelopen die zei:

Ik had mijn appel op en had nog steeds honger en toen viel er nog een appel uit de lucht.

Daarna kwam er nog een man aangelopen en die zei:

Ik was mijn hamer kwijt en toen kwam er zomaar een hamer uit de lucht vallen.

Toen kwam er een vrouw lachend aangelopen en zei:

Ik liet een scheetje en toen ontplofte de hele flat.

Er zat een Nederlander, een Belg en een Duitser in de trein en de Belg zegt:

Ik ken een man en die had maar één been en ze hadden er een nieuw been aangenaaid en die was olympisch kampioen geworden met hardlopen.

Zegt de Duitser, Ik ken een vrouw en die had maar één arm en ze hadden er een nieuwe arm aangenaaid en die werd olympische kampioene in het tennissen.

Zegt de Nederlander, Ik ken een man en die had geen hoofd meer en ze hadden er een bloemkool opgenaaid en die is minister van landbouw geworden.

Er was eens een Fransman, een Belg en een Nederlander in een gebouw.

Opeens ruikt de Fransman brand, hij pakte een paraplu en springt naar beneden.

De Nederlander doet dat ook en als hij daar aan 't zweven was, ziet hij plots de Belg voorbij suizen.

Als de Nederlander beneden is, ziet hij de Belg daar liggen en vraagt:

Wat hebt jij nu gedaan?.

De paraplu's waren op en toen heb ik maar een regenjas aangetrokken, zegt de Belg.

De verkoopster vraagt aan een sollicitant:

Beschikt u over verkoopervaring.

Ja hoor, want ik heb mijn huis, mijn auto, de piano en bijna al de juwelen van mijn vrouw verkocht.

Een groep bouwvakkers die vorige week de Mont-Everest wilden beklimmen, zijn in hun poging mislukt.

Want twintig meter voor de top zaten ze zonder stelling.

Een man komt bij een steenhandelaar en besteld 20.000 bakstenen, waarop de verkoper zegt:

Ga je een huis bouwen?.

Nee, 't is voor een barbecue.

Maar je hebt toch geen 20.000 bakstenen nodig voor een barbecue?.

Nee, maar ik woon wel 12 m hoog.

Twee werklozen komen elkaar tegen op straat en slaan aan de praat en zegt de éne werkloze tegen de ander werkloze:

Mijn uitkering is verhoogd, de mijne ook, zegt de andere werkloze.

Het moet toch zijn dat ze tevreden over ons zijn hé.

Ik vraag me af hoe het komt dat mijn baard al grijs is en mijn haar nog niet, zegt een advocaat.

Dat komt omdat je veel meer met je kaken dan met je hersenen gewerkt hebt, zegt een vriend.

Drie zotten zitten achter het stuur.

Ze staan voor een verkeerslicht en het wordt rood.

Zegt de eerste zot:

Wauw, wat een mooi kleurtje.

Het licht springt op oranje en de tweede zot zegt:

O, dat is ook een mooi kleurtje, hé.

Het licht springt op groen en de derde zot zegt:

Maar dat is ook een mooi kleurtje, hé.

Het licht springt terug op rood en de eerste zot zegt:

Kom, we hebben dat kleurtje al gezien, laten we dan maar verder rijden .

Mijn broer is onlangs van de ladder gevallen, van twintig meter hoog.

En, heeft hij de klap overleefd?.

Ja ja, want hij stond pas op de eerste trede.

Er komt een vrouw bij de dokter en klaagt dat zij een grote en een kleine borst heeft.

De dokter onderzoekt haar en inderdaad, de grote borst hangt tot op haar knieën.

Doet uw man er soms iets speciaals mee?, vraagt de dokter.

Ja, hij houdt mijn éne borst vast als we slapen, zegt de vrouw.

Maar dat is toch niets speciaals?, zegt de dokter.

Nee, zegt de vrouw, maar we slapen wel op een stapelbed.

Twee kopspelden lopen samen door de straat en zijn van plan iets te gaan stelen.

Opeens fluistert de éne in de ander zijn oor:

Pas op, want daar hebt je een veiligheidsspeld.

Een dief komt de slaapkamer van een Hollander binnen en zegt:

Ik zoek naar geld en de Hollander springt meteen recht en zegt:

Laten we samen zoeken.

Twee domme blondjes lopen in een groot bos, op zoek naar een Kerstboom.

Ze zijn al twee uur onderweg en het vriest dat het kraakt, en in de verte horen ze de wolven huilen, dus ze zijn behoorlijk bang.

Plotseling zegt het éne dom blondje tegen het ander dom blondje:

De eerste en de beste spar die ik nu zie, hak ik om, of hij nu versierd is of niet.

Een vrouw heeft een kamer gehuurd in een hotel, maar een tijd later klaagt ze bij de hoteleigenaar en zegt:

Het krioelt van de kakkerlakken achter het behang, waarop de hoteleigenaar zegt:

Mevrouw, ik snap niet wat je achter mijn behang doet?.

In een café zit er een man aan de toog, en opeens haalt hij zijn glazen oog uit zijn oogkas en smijt ze tegen de ruit.

Het glazen oog kaatst terug, en de man steekt ze terug in de oogkas.

Wat doe je nou?, vraagt de man die naast hem zit.

Ik kijk of mijn fiets er nog staat, zegt de man.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Mijn teksten

↑ Terug naar de berichten