Naar de inhoud

Mijn teksten

Van harte welkom !!
akke.beakke.be

Archief

Plezante moppen 4.

Fons komt zijn buurman tegen op straat en zegt:

Ik ken een goeie mop, maar die mop bestaat wel uit vier delen.

En de Fons begint te vertellen.

Mop 1: Jantje ging op een dag eens langs bij zijn oma, om haar een goeiedag te zeggen.

Ze was een sjaal aan het breien en Jantje vraagt:

Oma, waarom brei je één steek rechts en één steek averechts?.

Waarop oma zegt:

Wie is er hier aan het breien, jij of ik?.

Mop 2: Jantje gaat naar een boer die aan het zaaien is en Jantje vraagt:

Boer, waarom zaai je één prei, geen prei, één prei, geen prei?.

Wie is er hier aan het zaaien, jij of ik?, zegt de boer.

Mop 4: Waarop de buurman zegt: Fons, ge slaat mop 3 over.

Waarop de Fons zegt: Wie is er hier aan het vertellen, jij of ik?.

Een Antwerpenaar en een Limburger werken samen voor een kwal van een baas.

Op zekere dag krijgt de Antwerpenaar een telefoon van de lotto, en deze zegt:

Meneer, u hebt 5 miljoen gewonnen.

De Antwerpenaar springt recht, slaat zijn computer stuk, loopt naar de baas en scheld hem uit van rotte vis en zegt:

't Is om u te zeggen dat ik nooit meer voor u werk, want ik heb 5 miljoen gewonnen met de lotto. Voila, dat is mijn afscheid en slaat in het gezicht van de baas.

Enkele weken later krijgt de Limburger ook een telefoon van de lotto, die zegt:

Meneer, u hebt 3 miljoen gewonnen.

De Limburger springt recht, slaat heel zijn bureau aan diggelen, loopt naar de baas, scheld hem ook uit van rotte vis en geef hem een klap in zijn gezicht en zegt:

Ik heb 3 miljoen gewonnen met de lotto en 't is om u te zeggen dat ik hier maar halftime zal komen werken.

Er komt een vertegenwoordiger in stofzuigers langs bij een boerderij.

Hij belt aan, de boerin doet open een de vertegenwoordiger begint te praten:

Dag mevrouw, ik ben vertegenwoordiger van hele goede stofzuigers:

Die zuigen echt alles, maken alles schoon en om het te bewijzen, maak ik nu uw tapijt even vuil.

En de vertegenwoordiger gooit een hele doos met vuiligheid over de vloerbedekking en zegt:

Met mijn stofzuiger maak ik dat weer helemaal brandschoon.

Ik garandeer u:

Elke korrel die blijft liggen, eet ik persoonlijk van de vloer.

Nou begin dan maar vast te eten, want we hebben geen elektriciteit, zegt de boerin.

Een timmerman moest een houten vloer in een huis zetten.

Hij sloeg er een spijkertje in.

En nog één, en nog één.

Daarna pakte hij een spijkertje en gooide het weg.

Zijn aannemer vroeg waarom hij dat deed en de timmerman zegt:

Bij deze spijkertjes zit het kopje boven en het puntje onder en bij deze spijkers zit het puntje boven en het kopje onder.

Nou zegt die aannemer, dan kan je die toch voor het plafond gebruiken.

In een café zit er een man aan de toog en opeens haalt hij zijn glazen oog uit zijn oogkas en smijt ze tegen de ruit.

Het glazen oog kaatst terug en de man steekt ze terug in de oogkas.

Wat doe je nou?, vraagt de man die naast hem zit.

Waarop de man zegt:

Ik kijk of mijn fiets er nog staat.

Piet belt naar de weerman van de tv en na een vijf tal minuten krijgt hij de weerman aan de lijn en zegt:

Hallo, ik wou u alleen maar even melden dat de brandweer net bezig is om uw lichte neerslag uit mijne kelder te pompen.

Louis gaat bij de dokter en zegt:

Dokter, als ik s' avonds koffie drink, dan kan ik niet slapen.

Waarop de dokter zegt:

Bij mij is het juist omgekeerd, want als ik slaap kan ik geen koffie drinken.

Moeder, ik had drie stukken taart in de kelder gelegd en nu ligt er maar één stuk meer.

Hoe kan dat nou vraagt Jantje?, en moeder zegt:

Wel Jantje, het was er zo verschrikkelijk donker in de kelder, dat ik dat één stuk taart niet heb zien liggen.

Den Pier komt bij de dokter voor een onderzoek en de dokter zegt:

Pier, u zult minder moeten drinken, want uw bloed is verdampt en ik kan u niet onderzoeken.

Karel komt zijn beste vriend tegen op straat en zegt:

Louis, ik ben net vader geworden van een tweeling, maar er is een klein probleem.

Waarop Karel zegt: Mijn vrouw weet het nog niet.

Twee studenten zaten te discussiëren over wat nu het snelste fenomeen op aarde is, en de eerste zegt:

Bliksem is het snelste, want het begint 12 km boven ons en slaat binnen één seconde in, waarop de tweede zegt:

Stroom is het snelste, want ik druk hier op een knopje en het gaat 12 km verder aan.

Eén dronken man zit mee te luisteren en zegt:

Diarree is het snelste op aarde, want ik had er laatst last van.

Ik rende als een bliksem naar de wc, drukte op het lichtknopje, maar voordat het licht aan was, zat ik er helemaal onder.

Den Frans heeft met zijn jeep een man omvergereden en de man die er onder lag riep:

Zou je niet beter helpen?, waarop den Frans zegt:

Maar nu dat u daar toch onder ligt, zou je eens willen kijken wat daar altijd hangt te rammelen?.

Mijn schoonmoeder had pijn onder haar linker borst.

Het bleek een gezwollen knie te zijn.

Een bedelaar loopt in een winkelstraat, en ziet een sigarenwinkel.

Hij loopt de winkel binnen, gaat naar de winkelier en vraagt een lege sigarenkistje.

De winkelier kijkt de bedelaar wat raar aan, en vraagt waarom hij dat nodig heeft.

Waarop de bedelaar zegt:

Oh, ik ga morgen verhuizen.

Jan komt bij een woningbureau binnen en zegt:

Ik zoek een woning. Heeft u een verklaring bij?, zegt de ambtenaar.

Nee, zegt Jan.

Komt u dan over twaalf jaar maar terug, zegt de ambtenaar.

's Morgens of 's middags?, vraagt Jan.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Plezante moppen 3.

Twee domme blondjes komen elkaar tegen in de hemel. Hoe ben jij gestorven?, vraagt de éne. Ik ben doodgevroren. Amai, dat is verschrikkelijk, en hoe voelt dat aan hoor, doodvriezen. Eerst heb je geen gevoel in je vingers en tenen, dan begint je slaperig te worden en uiteindelijk verliest je het bewustzijn. En hoe ben jij gestorven?. Ik kreeg een hartaanval, en ik verdacht mijn man ervan dat hij me bedroog. Op een dag kwam ik vroeger thuis, maar hij lag gewoon in bed naar de televisie te kijken. Wantrouwig als ik was, ging ik in de kelder kijken, om te zien of hij daar nergens een vrouw had verstopt. Toen liet ik terug naar boven, maar daar was ook niemand te zien. Maar ik was de zolder nog vergeten, en op de trap daar naartoe kreeg ik een fatale hartaanval. Hoe stom van mij, want als ik in de diepvriezer had gekeken, dan waren we allebei nog in leven.

Stel je eens voor: Je zit in een diepe put op een klein eiland en in de put heb je enkel een bak bier. Op dat eiland is er enkel een ezel en verder niets. Iets verder in de zee is er een ander eiland en daar staat een cola-automaat. Nu komt het probleem: Je hebt ontzettend veel zin in een lekker cola, maar hoe geraak je erbij?. De oplossing is heel simpel: Je drinkt pinten tot je ladderzat bent, dan neem je die ladder en klim je uit de put. Vervolgens geef je die ezel een schop in zijn gat tot hij begint te balken, dan neem je die balken en geraak je tot het ander eiland. Nu ontdekt je dat je geen geld op zak hebt, dus begin je te denken hoe je het probleem kunt oplossen en dan valt plotseling je frank. Je neemt die frank en stopt hem in het cola-automaat en het probleem is opgelost. Santé.

Er was eens een banaan, een appelsien en een sigaret en de banaan zegt: Mijn leven is toch erg hé, eerst pellen ze me en eten ze me op. Dat is nog niks, zei de appelsien: Mij pellen ze ook, maar dan persen ze me samen om op te drinken. Dat is ook nog niks, zei de sigaret: Bij mij steken ze eerst mijn haar in brand en dan zuigen ze aan mijn poepeke.

Een man komt onverwachts thuis en betrapt één van zijn beste vrienden in bed met zijn vrouw. De man haalt zijn pistool en schiet zijn beste vriend dood, waarop zijn vrouw zegt: Als je zo verder doet, heb je binnenkort geen enkele vriend meer.

Midden in de nacht krijgt Jantje ineens zo'n hevige tandpijn, dat hij de tandarts moest bellen. Die vraagt hem of zijn ouders ook s' nachts soms zo'n hevige tandpijn krijgen, want het zou een erfelijke ziekte kunnen zijn. Nee, ik denk het niet, want volgens mij slapen ze niet in dezelfde kamer, als hun tanden.

Wel Maria, hoe is het met je zoon?. Goed, hij is al twee weken eerder uit de gevangenis vrijgekomen, wegens goed gedrag. Toch prettig hé, als je zulke brave kinderen hebt, zegt de buurvrouw.

Er lopen twee ambtenaren over de straat, en plots trapt er éne een slak dood. Waarom doe je dat?, dat is toch nergens voor nodig. Toch wel, want hij liep me al de hele dag voor de voeten.

Een dom blondje wilt een kamer huren in een hotel, en ze gaat naar de receptioniste en vraagt een kamer. De receptioniste vraagt of ze een kamer wilt met stromend water?. Maar nee, natuurlijk niet, want ik ben geen vis hoor.

Twee jongens komen bij een tankstation, en zegt tegen de pompbediende: Vlug, geef ons elk één liter benzine. Na tien minuten zijn ze terug, en zegt: Het was niet genoeg, we moeten nog tien liter hebben en de pompbediende vraagt: Waarom hebben jullie toch al die benzine nodig?. Stel alstublieft geen vragen en schiet op, want onze school staat in brand.

Drie bejaarde vrouwen zitten bij een tas koffie gezellig te kletsen, en zegt de eerste vrouw: Op gebied van communicatie is er toch veel veranderd. Want vroeger was alles schrijven en posten, en nu heb je sms en e-mail. En op gebied van vervoer dan?. Zegt de tweede vrouw: Vroeger waren we dagen, soms weken onderweg om ergens te komen. En nu een paar uurtjes vliegen, en je zit aan de andere kant van de wereld. En op gebied van geneeskunde dan, zegt de derde vrouw: Vroeger moesten we ons altijd volledig uitkleden. En nu hoeven we alleen nog maar onze tong uit te steken.

Twee bananen graven een kuil en na een poosje zegt de éne banaan tegen de andere banaan: Ik stop ermee, want ik krijg al een kromme rug.

De meeste mensen denken dat de hemel ergens hoog in de lucht zit, en de hel diep onder de grond. Maar dat is niet waar hoor. In feite liggen ze naast elkaar, met een groot hek ertussen. Op een goeie dag maakt God een inspectieronde, naar de toestand van het hek. Tot zijn grote verbazing zag Hij dat het hek er allerbelabberdst bijstond. Onmiddellijk riep Hij de duivel bij hem en zei: Zeg duivel, dit kan toch niet hé. Op deze manier ontsnappen er dadelijk nog mensen uit de hel, en dat is niet de bedoeling hé. Het is jouw hek, dus laat het onmiddellijk repareren, maar daar had de duivel geen zin in en zei: Beste God, dat hek staat op uw terrein, en daarom ben U verantwoordelijk voor het onderhoud. Ze kwamen er niet uit, God werd het zat en zei: Ik sleep je voor de rechter, en haal de beste advocaat erbij, waarop de duivel zei: En waar denk je dat alle overleden advocaten te vinden zijn?.

Een slak wandelt een café binnen. De barman kijk de slak woedend aan, en wijst naar het bordje waarop staat te lezen: Verboden voor slakken, en gooit het arme beest ongemeen hard op straat. Twee jaar later komt dezelfde slak opnieuw het café binnen en vraagt: Waarom hebt je me twee jaar geleden buiten gegooid?.

Een man is aan het vissen en er komt een politieagent aan die vraagt: Hebt u het bordje: Verboden te vissen, niet gezien?. Nee, maar ik geef mijn wormen zwemles, zegt de man.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Plezante moppen 2.

Een klein manneke zit in een bar naar zijn glas te staren en een half uur beweegt hij zich totaal niet. Er komt een levensgrote trucker binnen en deze gaat naast het klein manneke zitten. De trucker pakt het glas van het manneke en drinkt die leeg. Het arm manneke barst in tranen uit, waarop de trucker zich omdraait en zegt: Kom op man, het was maar een geintje hoor. Ik bestel wel een nieuwe voor je, waarop het manneke zegt: Nee nee, dat is het niet, vandaag is het de ergste dag uit mijn leven. Ik heb me deze morgen overslapen, en was te laat voor een belangrijke vergadering. Mijn baas werd zo kwaad, dat hij me op staande voet heeft ontslagen. Toen ik naar mijn auto wilde stappen, bleek deze gestolen te zijn. Toen ik aangifte deed, zeiden ze op het politiebureau dat ze niets voor me konden doen. Vervolgens nam ik dus maar een taxi. Nadat ik betaald had en de taxi was weggereden, merkte ik dat ik mijn portefeuille op de achterbank had laten liggen. Toen ik thuiskwam trof ik mijn vrouw in bed aan met mijn beste vriend. Totaal gedeprimeerd ben ik toen naar deze kroeg gegaan. En nu ik eindelijk de knoop heb doorgehakt en zelfmoord wilde plegen, kom jij binnen en drinkt je mijn vergift op.

Twee auto's zijn op een kruispunt tegen elkaar gebotst, en draaien allebei hun raam open. Jij hebt zeker telefonisch leren autorijden?, roept de éne. Ja, en jij zat aan de andere kant van de lijn. Roept de andere.

Er zitten twee onderbroeken in de was. Zullen we naar het strand gaan?, zegt de ene onderbroek. Nee, dank je, want ik ben al bruin genoeg, zegt de ander onderbroek.

In de lucht is er een vliegtuig dat naar beneden stort, de staart is helemaal afgebroken. Alle passagiers hangen aan één vleugel, en als ze loslaten vallen ze te pletter. Dan roept de piloot dat het vliegtuig te zwaar is, waarop de Nederlander zegt: Ik ben sociaal, dus, ik zal me wel laten vallen en hij valt te pletter. Waarop de rest zegt: nou jongens, daar moeten we voor klappen hé.

Jan komt bij de burgenmeester, en die vraagt hem: Jan, zou jij voor mij een zebrapad kunnen verven?. Maar natuurlijk, zegt Jan. Twee weken later komt de burgenmeester een kijkje nemen, maar tot zijn grote verbazing ziet hij nog altijd geen zebrapad. Waarom hebt jij nog altijd geen zebrapad geverfd?, vraagt Jan. Ik kan nergens gestreepte verf vinden, zegt Jan.

Wat zou er gebeuren als ik uw linkeroor afsneed?, vraagt de psychiater aan de patiënt. Dan zou ik niet goed meer kunnen horen, en als ik uw rechteroor afsneed?. Dan zou ik niets meer kunnen zien, hoezo?, omdat mijn bril van mijn neus zou vallen.

De pastoor gaat bij een oud vrouwtje en vraagt: Waarom kom je niet meer naar de kerk. Mijn jas is lelijk en versleten. Onze lieve Heer kijkt alleen naar de binnenkant van de mensen, vrouwke. Ja, maar de voering zit ook vol gaten.

Er komt een man bij de dokter, waarop de dokter zegt: Ik heb je lang je niet meer gezien?. Ja, dat klopt zegt de man, ik ben dan ook nooit lang ziek geweest ook.

Mijn man en ik zijn al 25 jaar getrouwd, en gaan samen op reis naar Amerika. Joepie, roept de vrouw uit van vreugde. Wat doen we dan als wij 50 jaar getrouwd zijn?, dan kom ik je terug halen.

Op een feest van het 25 jarige huwelijk van een koppel zat de man te wenen op een trapje. Zijn vriend kwam erbij zitten en vroeg, waarom huil je?. Weet je als ik mijn vrouw over 25 jaar had doodgeschoten, dan was ik nu een vrije man, zegt de man.

Jan en Piet komen elkaar op straat tegen. Ik heb gehoord dat je een vreselijke brandt hebt gehad, zegt Jan. Stil zegt Piet, dat is pas volgende week.

Een vrouw gaat bij de psychiater en zegt: Dokter, mijn man denkt dat hij een verkeerslicht is. Laat hem maar ééns binnen komen, zegt de psychiater. Even geduld dokter, dokter, hij staat nu op rood licht.
 

Je hebt een mooi kontje en een lekker lichaam, en je hebt volle lippen?, zegt de man. Ja, dat wel, maar het is mijn lichaam niet, zegt het meisje.

Waarom is een vrouw 800.000 frank waard, en man maar 80 frank waard?. Een vrouw die heeft een melkerij, een mosselbedrijf en een zagerij. Een man heeft maar één worst, twee bitterballen en een potje mayonaise.

Voor de rechtbank in Gent wordt er een verkeersongeval uit de doeken gedaan. De politieagent vraagt aan het slachtoffer waar hij was tijdens de aanrijding. Waarop hij zegt, ik lag onder de auto.

Jan wordt beschuldigd van diefstal en staat terecht, het gestolen bedrag was 50.000 frank. Waarom hebt je geen advocaat genomen?, vraagt de rechter. Wel meneer de rechter, omdat ik volledig onschuldig ben en had ik een advocaat moeten nemen, dan schoot er niets meer over van het gestolen bedrag.

Papa, waarom knijpen de jagers altijd één oog dicht, als ze het geweer richten?. Als ze beiden ogen dichtdoen, dan zien ze toch niets meer.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Plezante moppen 1.

Dokter, ik heb last van bellen, en die hangen aan mijn oor. Dokter, alstublieft vertel me, heeft u daar geen middel voor?. Dokter, ik heb verfhanden, zelfs mijn nagels zijn nog groen. Dokter, alstublieft vertel me, kunt u daar ook iets aan doen?. Dokter, ik heb cowboyknieën, o, wat heb ik toch een pijn. Dokter, alstublieft vertel me, weet u echt geen medicijn?. Wil je me geloven mijn kind, dat ik daar geen bal van snap. Maar ik zou een grapjas bellen, die genees je wel met een grap.

Luister beste mensen en metgezellen, en nog alle zo heel lieve vrienden. 'k Ga je nu iets heel raars vertellen, wat je niet zomaar kunt verzinnen. Ik lag vannacht in bed te dromen, en ik zag heel haar lieve lijfje aan. Heerlijk om aan zo'n schat te komen, zoiets kan ik echt niet weerstaan. Ik wilde mij best wel bedwingen, maar zo'n schoonheid trekt je aan. Ik vreesde uit het raam te springen, maar ons raam ging net beslaan. Ik voelde 't vocht al bij mijn benen, ja, wat wil je met zo'n mooie meid. Want ik ben echt niet van steen, en word graag door zo'n lief verleid. Doch je zult 't nauwelijks geloven, dat kan mij echter niets verrekken. Maar 't vocht dat kwam van boven, en bleef door 't dak op mij te lekken.

Een beertje kloeg van de kou en zijn moeder zei: Hoe kan dat nou?. Je hebt dezelfde vacht als ik, wollig en bruin, heel warm en dik. Ach, jammerde de kleine beer, ik weet het niet en hij rilde weer. Moeder beer deed hem een halsdoek om en wanten aan en zei toen: Kom, je gaat mee naar de dokter, want ik vrees dat jij een ijsbeer bent.

Een bruine beer uit Bommelen, zat in zijn stoel te schommelen. Toen sliep hij in en droomde dat hij naar Zommelen stroomde met de trein tureluut en nog een eindje met de tram pam pam. Wat zag hij daar in Zommelen, die bruine beer uit Bommelen?. Hoe zes kanariepieten zich lustig schommelen lieten met de trein tureluut en nog een eindje met de tram pam pam. Van dat voortdurend schommelen, dacht onze beer uit Bommelen: Begin nu ook nog mijn maag te stommelen, ik vertrek maar vlug uit Zommelen met de trein tureluut, maar eerst nog een eindje met de tam pam pam.

Ze stonden in de winkel op een rij. Ze konden nog niet zien en nog niet horen. Want speelgoedbeesten worden pas geboren als er een kindje zegt: Jij wordt van mij. Er was een klein konijntje bij, helemaal grijs, met donkergrijze oren (één stond rechtop en het ander leunde wat naar voren) en 't hield zijn kopje eventjes opzij. En toen kwam Katelijntje. Ze keek langs heel de rij en zei toen: Dag konijntje, kom maar hier, want je wordt van mij. Ze nam het zachtjes in haar arm en streelde het langs zijn oren. Toen werd het konijntje warm en toen was het geboren.

Er was een banaan. Die was helemaal recht en hij werd op een schaaltje met vruchten gelegd. Hij keek al de vruchten heel vriendelijk aan en zei toen: Goeiemiddag. Mijn naam is banaan. Het appeltje zei: Een banaan?. Kom, kom, u maakt ons wat wijs hoor, bananen zijn krom. De kasdruiven riepen: Wij zijn niet zo dom. Vertel ons geen leugens. Bananen zijn krom. De peer snoof: Wat zegt u?. Daar lach ik om. U kunt wel goed raden. Bananen zijn krom. Ach, zei de banaan, ik ben werkelijk echt. Eén van mijn soorten is echt wel recht. Maar niemand geloofde de arme banaan. Zo lag hij daar dagen. Bedroefd en ontdaan. Toen kwam in dat huis een meneer op bezoek, die had een gewéldige scheur in zijn broek. Hij kwam langs de fruitschaal en draaide zich om, dat zag de banaan en die lachte zich krom. Och, riepen de vruchten en keken hem aan, wij waren abuis. U bent toch een banaan. Vergissingen komen veel voor in het leven, misschien wilt u ons deze fout nog vergeven?. Dat wou de banaan. En hij wou ook vergeten. Het slot?. Als je nadenkt dan zal je ‘t wel weten: Toen werden ze allemaal opgegeten.

Er was eens een bijtje dat zei: Mag ik even bij u schuilen, als ‘t niet lastig is voor u. Want het regent pijpenstelen en ik heb geen paraplu. De bloem zei: Wip gerust maar bij mij binnen, want ik heb de tafel net gedekt. Lust u ook een hapje honing?. Bloemenhoning, zelf geweekt. En het bijtje zei: Mmm, wat smaakt die honing heerlijk. Hartelijk bedankt, mevrouw. Kijk, de zon is doorgebroken. Kom, dan ga ik maar weer gauw en de bloem zei: Niets te danken. Wilt u even soms een boodschap doen voor mij?. Verderop wat stuifmeel brengen?. Want daar komt u toch voorbij.

Twee spoken zwerven door een huis en het éne spook zegt: Pas op, want je verliest je zakdoek. Dat is geen zakdoek, dat is mijn zoontje, zegt het ander spook.

Nu zullen we geen last meer hebben van die vervelende mollen, want ik heb hen een half uurtje geleden gevangen, levend nog wel te verstaan. Zegt Jan tegen zijn buurman. En wat heb je ermee gedaan?, vraagt de buurman. Ik heb een put gegraven en hem levend begraven, zegt Jan.

Een man komt bij de dokter met een grote splinter in zijn tong, en de dokter wil weten hoe die splinter in zijn tong is terecht gekomen?. Ik had een druppel Jenever op de ruwe houten tafel gemorst en heb die opgelikt, zegt de man.

Een echtpaar had een tweeling van twee jaar, maar het éne kind kon praten en het andere niet. Alles hadden ze al geprobeerd, en uiteindelijk besloot de vader om met het kind naar Lourdes te gaan. Daar aangekomen dompelde hij het kind onder in gewijd water. Het kind kwam half verzopen boven en schreeuwde opeens: Domme aap. Vader duwde het nog eens onder en het kind schreeuwde weer: Domme aap. Vader was in de zevende hemel, belde moeder thuis op en vertelde dat het kind: Domme aap had geroepen. Dat ben je ook, zei moeder, want je hebt de verkeerde meegenomen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Een herfstwandeling.

Ja mannekes, ik had vandaag niet al te veel goesting om te gaan fietsen, maar ik moest toch iets doen om mijn dag zo aangenaam mogelijk te maken.

Omdat het toch herfst is en de bladeren stilaan beginnen af te vallen, om aan hun winterslaap te beginnen, dacht ik in mijn eigen:

Ik ga er een herfstwandeling van maken.

Dus, trok ik deze morgen mijn wandelschoenen aan.

Met een rugzak op mijn rug en een warme vest aan mijn lijf ben ik vertrokken.

Ik was nog maar juist vertrokken, als er een blad naar beneden kwam vallen.

Ze was toch wel op mijne kop gevallen zeker en mijne fluitketel die ik normaal op mijne kop zet, als ik ga fietsen, had van mij een vrije dag gekregen, om uit te rusten.

Ik heb daar de ganse dag rondgelopen met een putteke in mijne kop en af en toe kreeg ik bezoek van een vogel, die kwam kijken hoe diep dat putteke wel was.

Waarschijnlijk wilde diene vogel er zijn nest in bouwen en hem tezelfvertijd verstoppen tegen de roofvogels, die af en toe nog rondvlogen.

Een ganse dag heeft diene vogel mij gezelschap gehouden, want hij wist toch dat ik maar alleen was.

Normaal neem ik mijn hond mee, maar die was over een paar dagen ziek geworden en moest van de dierenarts een paar dagen platte rust nemen.

Ja mannekes, als ge aan een wandeling in de vrije natuur begint, moet ge af en toe ook eens rusten hé.

Dus, nam ik plaats op een bankske die daar stond, om de vermoeide wandelaars wat rust te geven, als ze moe zijn.

Ik nam mijn rugzak, die ik op mijn rug had gevestigd en haalde mijn brooddoos eruit, om wat te eten.

Potverdikke zeg, diene vogel had toch wel al mijn boterhammekes opgefret zeker.

Waarschijnlijk was diene vogel uit zijn land gevlucht zeker, omdat hij daar toch geen eten kreeg, denk ik.

Omdat ik toch ne dierenliefhebber, heb ik hem nog een briefje van vijf euro gegeven en is hij vliegensvlug naar een warme bakker gevlogen.

Ik was nog niet eens halverwege mijn wandeling, als ik daar in de verte een paar vogelagenten zag staan.

Ik vroeg aan één van die vogelagenten wat er in feite gaande was en hij zei dat ze aan het betogen waren, omdat ze geen papieren kregen om hier rond te vliegen.

Dus, was ik verplicht van nen omweg te maken hé.

Ik zette mij daar tegen ne boom, om wat uit te rusten en wie kwam er daar aangevlogen?.

’t Was toch wel diene vogel zeker, die van de bakker kwam met ne zak pistolees.

Uit beleefdheid vroeg hij aan mij of ik ook ne pistolee wou.

Hij moet dat waarschijnlijk gezien hebben zeker, dat ik honger had en hij had ook nog twee flessen plat water bij.

Zo is er tussen ons een echte vriendschapsband ontstaan en samen zijn we dan verder gewandeld.

Hij vroeg aan mij of hij weer in dat putteke mocht kruipen.

Potverdikke zeg, hij had daar toch wel vier kleine eikes ingelegd zeker, zodat ik daar rond liep met vier kleine vogeltjes op mijne kop.

Als ze groot waren zijn ze weer naar hun moederland gevlogen hoor, waar hun familie zaten te wachten.

Af en toe vliegen ze nog eens boven mijn huis, en maken zodanig veel lawaai dat al mijn dakpannen van ’t verschieten naar beneden vallen.

Mijn twee goudvissen zaten voor de tv, naar een dierenfilm aan ’t kijken en mijn tamme kat was piependuik aan ’t spelen met de hond.

Mijne hond was in de luster gekropen en de kan was in de droogkast gekropen.

Potverdikke zeg, die kat was daar toch wel in slaap gevallen zeker en mijne hond was van ’t schrik uit de luster gevallen.

Terwijl mijn twee goudvissen aan tafel zaten kauwen aan ne varkenspoot, die bedoeld was om in mijne hutsepot te stoppen.

Allé, na veertien is mijn kat toch uit die droogkast gekropen, en ze kwam er nog veel droger uit dan ze erin gekropen was.

Terwijl mijne hond van de zware val naar beneden, al zijn valse verloren heeft en van de hevige pijn stekend blind is geworden.

Nu sta mijne hond opgevuld op de kast, waar mijn twee goudvissen en de kat elke avond twee weesgroetjes en drie onze vaders voor lezen.

Ik moet u wel zeggen dat ze wreed katholiek opgevoed zijn hoor, want ze gaan elke zondag naar de kerk.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Winkelen.

Vandaag ben ik eens gaan winkelen, omdat ik in feite niet al te goed wist hoe ik mijn dag moest afsluiten. Maar ook om eens ne goeie dag te zeggen tegen de mensen, en ik moet u zeggen dat er maar weinig mensen waren die me ne goeie dag terug zeiden hoor?.

 Ja mannekes, voor ik ga winkelen, ben ik eerst naar de kwaffeur (haarkapper) geweest.

Ik had nog sjanc dat het direct aan mij was, dus, zette ik me neer in die kapperstoel die daar stond en diene kwaffeur (haarkapper) vroeg aan mij: Hoe mag het zijn:

Kort, lang, half kort en half lang?. Awel, niet te lang en ook niet te kort, maar tussen de vier. Met of zonder strepen?. Zonder strepen, want mijn strepen liggen thuis. En welke strepen zijn dat dan?.

Platte Strepen.

Amaai zeg, azo ne uitleg. Vanaf nu ga ik nooit meer naar de kwaffeur (haarkapper).

Toen ik thuiskwam zag ik het:

Hij had potverdekke het haar van mijn valse pruik wat ingekort, terwijl ik al ne pletskop heb.

Ik ging verleden jaar naar de winkel, achter een donsdeken.

Potverdekke zeg, 'k heb toch wel de ganse nacht geen oog dichgedaan zeker. Dat schaap heeft daar ne ganse nacht liggen beiten.

’s Anderdaags ben ik met dat donsdeken onder de arm naar de winkel geweest en na een grondig onderzoek bleek dat da schaap nog niet helemaal dood was.

Uit dezelfde winkel kwam er een dame naar buiten gewandeld met een sacoche van krokodillenleer in de hand en opeens viel er daar een bloedende man op de grond.

Potverdekke zeg, die krokodil had daar toch wel in zijn been gebeten zeker.

Waarschijnlijk had ze honger.

Ik ben ook nog naar ne schoenwinkel geweest en boven aan de voordeur hing er een bord met daarop de volgende zin: Hier herstelt men uw schoenen, terwijl u erop staat te wachten.

Ik ging naar binnen en vroeg hoelang ik moest wachten achter nieuwe schoenen en weet ge wat hij zei: Meneer, ’t is te zien welke schoenen ge moet hebben.

Awel mannekes, ik heb deze twee winterschoen met de twee sneeuwkettingen dan oog gekocht, nu doe ik ze ’s avonds aan mijn platvoeten en die twee sneeuwkettingen gebruik ik om met mijn hond te gaan wandelen hé.

Meneer, ik zou graag twee winterschoenen hebben, een rechtse en een linkse.

Ik zou ook nog twee sneeuwkettingen willen, want naar ’t schijnt gaat het deze winter heel hard vriezen.

Hij vroeg aan mij, hoe het komt dat ik dat al weet?, en ik zei hem:

Gisteravond heb ik mijn ijskast moet laten ontdooien, want het ijs had al een behoorlijke dikte hoor.

Tegen de middag ging ik een restaurant binnen, om wat eten en de ober vraagt aan mij: Meneer, met wat kan ik u van dienst zijn?.

Awel, ge moogt mij een bord met slakken brengen. Dat komt in orde, meneer.

Potverdekke zeg, ik kreeg daar toch wel een bord met lege slakkenhuisjes, zeker. Ik roep die ober en weet ge wat hij zei: Geen paniek meneer, ver kunnen ze toch niet zijn.

Als ik gedaan had met eten riep ik terug de ober en zegt: Ik wou dat de soep net zo warm was als de wijn, de wijn net zo oud als de kalkoen en de kalkoen net zo dik als de kok.

Toen ik thuis kwam deed ik mijn brievenbus open, die ik boven op mijn dak gezet heb.

De facteur (postbode) stuur n al mijn brieven op met een postduif, die voor de post werkt.

Want moest het hier per ongeluk overstroming zijn, dan zijn al mijn brieven droog hé.

Potverdekke zeg, er zat daar toch wel weer ne dreigbrief tussen zeker.

Ik vertelde dat aan mijnen gebuur en weet ge wat hij zei:

Waarom ga je niet naar de politie en ik zei:

Daar kunnen ze toch niks aan doen hoor, want het zijn brieven van de belastig.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 15.

Een haan legt een ei in half Nederland en half België, maar de vraag is nu: Waar land het ei?. In Nederland of in België?. Nergens, want een haan legt geen eieren.

Een tachtigjarige vrouw werd gearresteerd voor winkeldiefstal. Toen ze voor de rechter stond, vroeg hij haar: Wat heeft u gestolen?. Een blikje perziken. Toen de rechter haar vroeg waarom ze dat had gedaan, zei ze dat ze honger had. Toen vroeg de rechter aan haar hoeveel perziken er in het blik zaten?. Zes. Dan geef ik u Zes gevangenisstraf, en plots stond de man van de vrouw op en zei: Meneer de rechter, ze heeft ook nog een doos doperwten gestolen. Waarop de rechter zegt: Mevrouw, als ge uw gevangenisstraf hebt uitgezeten, dan moogt ge gaan doppen.

Een jongen komt op zijn werk, en zijn twee oren zijn in een verband gewikkeld. Waarop zijn baas vraagt: Wat is er met jou gebeurd?, waarop de jongen zegt: Gisteren was ik een shirt aan het strijken, en plots ging de telefoon. Per ongeluk antwoordde ik met het strijkijzer, en de baas zegt: Vandaar dat verband rond uw één oor, maar wat is er met uw andere oor gebeurd?. Nou, ik moest de dokter ook nog bellen voor mijn oren.

Twee Belgen zitten te vissen, en ineens krijgt de éne Belg beet. Maar de vis is te sterk en trekt de Belg zo het water in. De andere Belg springt het water in, en gaat de Belg zoeken. Na een tijdje zoeken vind hij de Belg, legde die op het droge en reanimeerde hem. Plots komt er een Nederlander aangelopen, en vraagt aan de Belg wat hij aan het doen is. Waarop de Belg het hele verhaal verteld, en dat hij zijn vriend aan het reanimeren is. Waarop de Nederlander zegt: Dan zou ik maar stoppen, want hij heeft nog zijn schaatsen aan.

Deze morgen stond er in de krant dat er een Belg verdronken was. Hij gooide zijn brandende sigaret in een diepe rivier, en hij sprong erachter om ze uit te trappen.

Ga nooit achter een koe staan als ze moet kalveren, want als ze u moest zien, dan zou ze stoppen met persen en denken dat het kalf al geboren is.

Een kok is een kipfilet aan het maken, hij plukt de veren van de kip en stopt hem in een pan met water. Maar de kok vergeet het vuur aan te steken, en na een kwartiertje komt de kip op de schouder van de kok tikken en zegt: Ofwel doe je het vuur aan, ofwel geeft je al mijn pluimen terug, want ik krijg er kippenvel van.

Er stapt een neushoorn de bus op, en een vrouw zegt tegen de neushoorn: Hoe kan dat nou?. Ik heb nog nooit een neushoorn in de bus gezien en de neushoorn zegt: Het kan wel kloppen, mevrouw, maar morgen is mijn scooter weer gemaakt.

Er was eens een varken en een kip. Ze liepen over een druk terras en de kip stelde voor om omeletten te gaan bakken. Dat vond het varken een goed idee, en de kip zei: Oké, dan zorg ik voor de eieren, en jij voor de ham.

Twee vliegen rijden met een brommer op de baan, en na een tijdje rijden zegt de éne vlieg: Zou je even willen stoppen, want er zit een vlieg in mijn oog.

Oma wordt 's nacht wakker van de hond, die de hele tijd staat te blaffen. De volgende ochtend zegt ze tegen hare man: Ik heb geen oog dichtgedaan vannacht door dat geblaf van diene hond. Waarop opa zegt: Waarom heb je geen schoen naar die hond gegooid?. Waarop oma zegt: Dat heb ik gedaan, maar dan begon hij te janken.

Er is een gorilla ontsnapt uit een dierentuin en ze hebben een oproep gedaan voor een sterke man, iemand met een hond en iemand met een geweer, want het beest zit in een boom. Het plan is om de sterke man in de boom te laten klimmen, en de gorilla naar beneden te gooien. Dan kan de hond hem in zijn kloten bijten, en dan is hij verdoofd. Vraagt iemand waar heb je dan dat geweer voor nodig?. Mocht de aap mij uit de boom gooien, dan moet iemand direct de hond dood schieten.

Op straat danst een man van pijn van zijn ene voet op de andere. Die teckel van u heeft me in mijn teen gebeten, roept hij woedend tegen een dame. Deze haalt de schouders op en zegt: U kunt van zo'n klein beestje toch moeilijk verwachten dat hij in uw neus bijt.

Een blinde man stapt een warenhuis binnen met zijn hond. In het midden van de winkel, pakt hij de hond beet en begint de hond, aan de lijn, boven zijn hoofd rond te slingeren. Een verontruste verkoper stapt op hem af en vraagt schuchter of hij de man kan helpen. Nee, dank u wel, zegt de blinde man, ik kijk even rond.

Twee vrienden tegen elkaar: Ik ga een hond kopen. Een hond kopen?. Waar moet je dat beest dan laten, je woont 10 hoog op een flat. Nou in de zomer dan zet ik dat beest op het balkon. En in de winter dan?. Dan laat ik hem gewoon binnen. En die stank dan?. Oh, daar moet die hond maar aan wennen.

Ik heb een bijzonder goed gedresseerde waakhond. Voor vijfduizend euro mag je hem van me overnemen. Dat is op zich niet gek. Maar ik zou niet weten, wat hij dan nog moet bewaken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 14.

Een man koopt een Duitse herder. De winkelier verwittigt hem: U mag alles behalve Duits tegen hem praten. Waarom niet?, vraagt de man en de winkelier zegt: Dat wilt u niet weten. Dus thuis aangekomen vertelt de man het hele verhaal aan zijn vrouw. Maar wat gebeurt er dan als ik Duits tegen hem praat?, vraagt de vrouw. Weet ik niet, zegt de man. Dus de vrouw zegt: Das de telefoon. De Duitse herder springt meteen op en bijt de telefoon stuk. Zegt de man: Das klote

Een boxer loopt naar de overkant, waar zijn vriend de herdershond woont. Hij roept: Hé, Mike, kom je buiten spelen?. Nee zei Mike, ik mag niet van de baas. Ik moet op het huis passen en ik kan niet naar buiten, want de voor en achterdeur zijn op slot. Nou, zei de boxer, dan spring je toch van het balkon af?. Ja, ik ben niet gek zeg, roept de herdershond. Als ik dat doe, krijg ik net zo'n platte bek als jij.

Er komt een man bij een hondenkennel en hij zegt: Ik zoek een hond. De kennelhouder zegt: Ik heb er genoeg: Zoek er maar één uit. De man loopt rond tussen de hokken en kiest een hond uit. Dan vraagt de man: Is die hond wel trouw?. Trouw?, zegt de ander: Meneer, ik heb die hond al vier keer verkocht, maar elke keer komt hij weer terug.

Een vrouw gaat naar een bijenhouder en zegt: Eén van uw bijen heeft mij weer gestoken, en zegt de bijenhouder: Duid maar aan welke, dan zal ik hem zwaar straffen.

De dierenwinkel verkocht ze voor een dubbeltje per stuk. Ik vond dat eigenaardig, want meestal zijn ze een stuk duurder. Ik besloot mijn kans te grijpen en kocht er meteen 200.

Op een morgen klimt een schildpadje helemaal naar boven in een grote boom, dat duurt de hele dag, en als hij eindelijk boven is springt hij naar beneden en fladdert snel op en neer met zijn pootjes. hij valt op de grond maar is gelukkig ongedeerd. dit schouwspel herhaalt zich enkele keren, en telkens valt het schildpadje met een smak op de grond. Op een tak van de boom zit een koppeltje musjes, zegt het vrouwtje tegen het mannetje. Zouden we niet beter zeggen dat hij geadopteerd is.

Er stonden eens twee koeien in de wei. Zegt de éne koe tegen de andere: Meu. Zegt de andere koe: Ge neemt me de woorden uit de mond.

Wat is het verschil tussen een paard en een ezel?. Er zijn geen paarden die op ezels rijden, maar wel veel ezels die op paarden rijden.

Twee kuikens komen elkaar tegen. Zegt de éne tegen de andere: Hoe noem je?. Zegt de andere: Kat. Waarom?. Omdat ik goed een kat kan na doen. Zegt de andere: Ha ja, doe dat dan eens?. Oké: Kat, kat, kat.

Mijn vrouw heeft voor haar verjaardag een schoothondje gevraagd en ik heb haar een Sint-Bernard gegeven. Maar een Sint-Bernard is toch geen schoothondje?. O nee?. Dan kent u mijn vrouw niet.

Zoals mijn Sint-Bernard bestaat er geen tweede hond, zegt Luc tegen zijn buurman. Wat is er dan voor bijzonders aan hem?, vraagt de buurman. Hij brengt me elke dag de krant, zegt Luc. Nou en?, zegt de buurman. Ik heb helemaal geen abonnement, zegt Luc.

Een inbreker sluipt naar binnen om te stelen. Opeens hoort hij: Jezus zal je krijgen, Jezus zal je krijgen. De inbreker negeert het en probeert de televisie mee te nemen. Dan hoort hij weer: Jezus zal je krijgen, Jezus zal je krijgen. Nou wordt de inbreker toch wel een beetje bang en gaat kijken waar het vandaan komt. Hij ziet een papegaai zitten en vraagt aan hem hoe hij heet. De vogel zegt: Ik heet Mozes. De inbreker: Mozes?. Welke idioot noemt zijn vogel nou Mozes?. Waarop de vogel antwoord: Dezelfde idioot die zijn rottweiler Jezus noemt.

Door de kamer vloog een vlieg, vliegensvlug vloog daar die vlieg. Maar het vliegen van die vlieg was vlug gedaan: Want ze vloog tegen de vliegenvanger aan.

Een varken komt voor het eerst een stopcontact tegen en zegt: Wanneer hebben ze jou hierin gemetseld?.

In de stad waar hij op zakenreis was, ging hij een winkel binnen door een deur waaraan een bordje hing: Pas op voor de hond. Hij ging behoedzaam verder, maar alles wat hij tegenkwam, was een kleine terriër. Is dat de hond waar we moeten voor oppassen? vroeg hij aan de man achter de toonbank. Ja, antwoordde de winkelier. Voordat ik dit bordje had gemaakt, trapten de mensen altijd op hem.

Een man gaat naar de dierentuin en daar is een gorilla in een hok en naast die gorilla is een bord daar staat op geschreven: Op eigen risico aanraken en de man is zo nieuwsgierig dat hij de gorilla aanraakt. De gorilla buigt de tralies van het hok en gaat de man achter na. De man was erg geschrokken dat hij de dieren tuin uit ging naar Schiphol. De gorilla kwam nog steeds achter hem aan tot Schiphol. De man sprong in een vliegtuig die naar Amerika ging. Toen hij daar aan kwam was de gorilla nog steeds achter hem hij ron naar de dichtbij zijnde hotel en viel van moeheid op de bed maar de gorilla was nog steeds achter hem en kwam bij zijn bed en raakte hem aan en zij: Tikkie jij bent em.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 13.

Toen kreeg Woefke niet enkel een werkloosheidsuitkering, maar werd hem ook kindergeld, gratis medische verzorging en een sociale woning aangeboden.

Hij is bruin, hij heeft krulhaar, spreekt geen woord Nederlands en heeft nog nooit een dag gewerkt in zijn leven. Bovendien steelt hij alles waar hij zin in heeft.

Mijn hond gaat ook doppen. Ik ben erin geslaagd om een werkloosheidsuitkering te krijgen, voor mijn Bouvier. Eerst had het OCMW er geen oor naar, maar na wat hevig discussieren kwam er toch schot in de zaak. Maar mijnheer, het is een hond, zei die trut. Toen heb ik haar gezegd: Hij heeft er niet voor gekozen een hond te zijn, en je mag hem niet discrimineren op basis van zijn ras. Daar had ze geen oren naar, maar ze bleef aarzelen. Na nog vijf minuutjes onderhandelen haalde ik mijn beste argument boven:

Het varken is voornamelijk gemaakt van spek, want daar zit meer huid om heen met haar. Dat heet varkenshaar, omdat men er borstels van maakt. Spek dat heel lekker is heet ham, dat is aan de achterkant van het varken gemaakt, zodat het varken er zelf niet bij kan. Van voor zit de kop, omdat het daar vreet. Men kan altijd weten waar de achter kant is bij het varken, omdat het daar niet knort. Met de darmen van het varken is het ook zo vreemd, de darmen zit in het varken zolang het leeft, maar als het varken dood is, zit het varken in de darmen en dan heet het worst. Soep van het varken heet snert, daar doet men de pootjes in, en daarna raakt men in de loperij. Er zit ook nog een staartje aan de varken en die is gemaakt aan de achterkant waar het uitschijt. Het varken staat wel goed op de poten, het heeft 12 poten, 2 aan de voorkant, 2 aan de achterkant, 2 aan de linkerkant, 2 aan de rechterkant. En 4 op elke hoek.

Een man komt , schreeuwend van de pijn, bij de dokter. Astublieft dokter, u moet me helpen, ik ben gestoken door een wesp. Rustig maar zegt de dokter, ik doe er wel wat zalf op. Ja maar die wesp vindt u nooit meer terug, die is al kilometers ver weg. U begrijpt me niet, zegt de dokter, ik doe wat zalf op de plaats waar u bent gestoken. Oh, zegt de man, ik was in de tuin en zat onder de appelboom. De dokter die al wat bozer werd zegt: Nee malloot, ik bedoel: Op welk gedeelte van je lichaam heeft de wesp je gestoken. De man zegt, terwijl hij het nog steeds uitschreeuwt van de pijn: De wesp heeft in mijn vinger gestoken en het doet echt pijn. De dokter slaat met zijn vuist op tafel en zegt: Welke wesp was het?. Hoe weet ik dat nou, zegt die man, alle wespen zien er voor mij het zelfde uit.

Een Belg kocht tegen een lage prijs, een lief hondje. Pas na de koop bleek dat het hondje maar drie poten en één oog had. Na vier moeilijke maanden besloot de Belg, om ermee naar de dierenarts te gaan. Deze vertelde tegen de eigenaar dat hij de hond moest afmaken. De Belg had daar al rekening mee gehouden en treurig verliet hij de praktijk van de arts. Na drie weken ging de Belg weer terug naar de dierenarts en vroeg: Is hij dood?.

Ik heb vijf vliegen doodgeslagen, zegt vader: Drie mannetjes en twee vrouwtjes. Hoe wist je welke vliegen mannetjes of vrouwtjes waren?, vraagt Jantje aan zijn vader. En vader zegt: twee zaten er op de poederdoos voor de spiegel en de andere drie op de fles cognac.

Een eekhorentje komt bij een brug en ziet plots een bord. Met daarop de volgende tekst: De brug kan maar één eekhorentje tegelijk houden. Dus, het eekhorentje loopt de brug op. Halverwege stort de brug in. Het eekhorentje snapt er niets van. Maar toch aan de overkant gekomen via het ravijn en via een bergpad, staat er een bord bij de ingestorte brug: Een gewaarschuwd eekhorentje telt voor twee.

Het gebeurde in de tijd van de kruistochten. Een leeuw zag een ridder, die geharnast onder een boom lag te slapen. Heb jij trek in die vent?, vroeg de leeuw aan zijn leeuwin. Nee, natuurlijk niet. Je weet toch dat ik een hekel heb aan vlees in blik.

Twee vrienden lopen gezellig over straat, tot dat de ene vriend tegen de andere zegt: Ik ga een geit kopen. Een geit kopen?, vraagt de andere. Ja, zegt de ene dan. Waar ga je hem laten lopen, als het zomer is?, vraagt de andere. Nou, dan zet ik hem op het balkon. En als het winter is?. Nou dan laat ik hem binnen, zegt de ene weer. En de stank dan?, vraagt de andere. Oh, daar moet hij dan maar aan wennen.

Ik liep laatst in de stad en zag daar in een dierenwinkel twee tortelduifjes staan. De verkoper zei dat ze zo verliefd op elkaar zijn, dat als je ze uit elkaar haalt dat ze dan dood gaan. Dus vond ik ze zo leuk, en heb ik er meteen eentje gekocht

Op straat danst een man van de pijn, van zijn ene voet op de andere. Die Teckel van u heeft me in mijn teen gebeten, roept hij woedend tegen een dame. Deze haalt haar schouders op en zegt: U kunt van zo'n klein beestje toch moeilijk verwachten dat hij in uw neus bijt.

Twee luizen lopen op straat, en zegt de éne luis tegen de andere luis: Chips, ze hebben mijn portemonnee gestolen en de ander luis zegt: Wat een luizen streek.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 12.

Een ontsnapte zebra loopt door een weiland en ziet een koe. Wat ben jij?. Ik ben een koe en wat doe je?. Ik geef de mensen melk en vlees. De zebra loopt verder en ziet een stier. Wat ben jij?. Ik ben een stier en wat doe je?. Trek je pyjama maar uit, dan zal je het wel merken.

Een man loopt al uren door de woestijn en opeens ziet hij een koopman op een kameel die hem vraagt: Meneer, wilt u een stropdas kopen?. Nee, maar hebt u misschien wat water, wat ik heb zo'n grote dorst. De koopman heeft geen water bij zich en rijdt verder. Even later komt de man weer een koopman tegen, die hem ook een stropdas wil verkopen. Weer weigert de man en vraagt naar water, maar ook deze koopman heeft helaas geen water bij zich en rijdt verder. Na uren verder te hebben gelopen komt de man aan in een klein dorpje waar een café staat. De man is dolblij dat hij eindelijk wat kan drinken, totdat hij het kaartje op de deur leest waarop staat te lezen: Geen toegang zonder stropdas.

Een tip voor de duivenliefhebbers: Kruis uw duiven met papegaaien. Als ze dan onderweg verloren vliegen, kunnen ze dan nog altijd de weg vragen.

Een varken komt door de tuindeur in de woonkamer van een boerderij binnen. Het varken loopt de kamer rond, en na tijdje komt hij een stopcontact tegen. Het varken kijkt ernaar en zegt: Ach, wat ben jij zielig ingemetseld.

Er zaten twee apen in bad, en de éne aap zegt: Oehoe. Zegt de tweede aap: Dan moet je er wat koud water bij doen.

Er ligt al drie dagen een grote kat op de loer, voor een muizenhol. Moeder muis heeft er nu genoeg van en plots begint ze heel hard te blaffen. Van 't verschieten rent de kat weg en zegt moeder muis tegen haar verbaasde kinderen: Zie je hoe belangrijk het is, als je verschillende talen kunt spreken?.

Er komt een konijn bij de bakker en vraagt: Bakker, heeft u ook worteltjestaart?. Nee, het spijt me, zegt de bakker, worteltjestaart heb ik niet. De volgende dag komt het konijn weer langs en vraagt: Bakker, heeft u worteltjestaart?. Nee, zegt de bakker, worteltjestaart heb ik niet. Elke dag komt het konijn om worteltjestaart zeuren, en de bakker wordt het zo zat dat hij een worteltjestaart bakt. Als de volgende dag het konijn weer langskomt, vraagt hij: Bakker, heeft u worteltjestaart?. Ja, zegt de bakker. Zegt het konijn: Vies hé?.

Er zit een kikker trainer bij het gras die een kikker aan het trainen is en hij roept: Spring, en de kikker springt 8 meter. Trainer noteert: Kikker met 4 poten, springt 8 meter. De Trainer rukt een poot uit de kikker, en roept weer: Spring, en de kikker springt 6 meter. Trainer noteert: Kikker met 3 poten springt 6 meter. De trainer rukt weer een poot uit de kikker en roept nogmaals: Spring, en de kikker springt 4 meter. De trainer noteert: Kikker met 2 poten springt 4 meter. Hij rukt weer een poot uit de kikker en roept: Spring, en de kikker springt 1 meter. De trainer noteert: Kikker met 1 poot, springt 1 meter. De trainer rukt weer een poot uit de kikker, en roept: Spring, en de kikker beweegt niet. Spring, roept de trainer en de kikker verroert zich niet. Spring, roept de trainer, maar te vergeefs, de kikker verroert zich niet. De trainer noteert: Kikker met 0 poten, is waarschijnlijk doof.

Is het echt zo vochtig bij jullie thuis?. Ja, het is verschrikkelijk. Vanmorgen zat er een vis in de muizenval.

Roodkapje loopt door het bos en ineens ziet ze de grote boze wolf in de bosjes zitten. Ze loopt naar hem toe en zegt: Maar grote boze Wolf, wat heeft u kleine oogjes? Zegt de grote boze wolf: Rot op joh, ik zit te schijten.

Een grote bruine beer zit in het bos grommend te schijten. Op een gegeven moment komt er een konijntje naast hem zitten, om er ook een paar dropjes neer te leggen. De beer kijkt grommend omlaag naar het konijn en vraagt, Blijft bij jou de stront ook zo aan je vacht plakken?. Nee zegt het konijn, daar heb ik geen last van. Dan is het goed, gromt de beer. en hij pakte het konijntje en veegde er flink zijn reet mee af.

Er komt iemand te laat op zijn werk, en de baas vraagt: Waarom ben je zo laat?. Nou, zegt de man, ik heb een wekker met dierengeluiden. Nou en?, buldert de baas daar wordt je toch wel wakker van, of was hij kapot?. Nee baas, vandaag waren de vissen aan de beurt.

Drie muizen zijn in een kroeg aan het opscheppen, en de eerste muis zegt: Ik drink liters rattengif per dag, waarop muis twee zegt: Ha, ik maak de klem van een muizenval los, haal de kaas eruit en doe hem weer dicht. Muis drie zegt: Sorry, maar ik moet nu snel naar huis, om de kat te voeren.

Een jongen ziet voor het eerst een bij en zegt tegen zijn moeder: Kijk ma, die vlieg heeft een gestreepte truitje aan getrokken.

Er lopen twee sabeltand-tijgers door New York. Zegt de éne tegen de andere: Ze zeiden dat het hier heel druk was, en er is hier niemand te zien.

Twee kamelen lopen door de woestijn, en zegt de éne kameel: Ik krijg nog een bult van al dat lopen.

Ben jij bang voor schildpadden?, want dat zijn toch heel vreedzame dieren. Dat zeggen ze allemaal, maar je weet nooit wat zo´n pad in zijn schild voert.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Mijn teksten

↑ Terug naar de berichten