Naar de inhoud

Mijn teksten

Van harte welkom !!
akke.beakke.be

Archief

Jeugdherinneringen – deel 3.

Bij ons thuis hing er boven de schouw een kruis, zoals dat bij veel huisgezinnen het geval was.

Vroeger waren de meeste mensen veel meer geloviger dan nu.

Zelfs onze hond was katholiek, elke morgen zat hij op zijn knieën en las hij drie tot vier onze vaders en vijf weesgegroetjes.

't Was dan ook een echte traditie geworden, om een kruis in huis te hebben.

Ik weet het nog heel goed hoor, alsof het gisteren was.

Ik zat aan tafel te genieten van mijn avondeten en Jezus die aan dat kruis hing, keek vol bewondering naar mij en zei:

- Smakelijk eten en geniet ervan.

Awel, ik heb dat altijd onthouden, want als ik nu op restaurant ga eten, kijk ik altijd eerst naar de muur, om te zien waar het kruis hangt.

Maar helaas zijn kruis en schouw verdwenen, en hebben plaats moeten maken voor ne foto van ne persoon die ze nauwelijks kenden.

In onze kerk hing er altijd een groot kruis aan de muur, zo kon Jezus heel goed zien, hoeveel mensen er in de kerk zat. En als er ene ontbrak, zei hij har tegen de pastoor.

Bij mij thuis hang er aan de muur ne grote kader met daarin ne grote foto van het laatste avondmaal.

Die mannekes zitten daar iedere avond te fretten (eten), dat de stukken ervan afvliegen.

De grote baas, die in het midden staat, breek dan een gans brood in twee, en van ne emmer water die daar staat, om zijn vuile voeten te wassen, toverde hij dat dan om in wijn.

Awel, 't is daarom dat ik 's nachts altijd wakker wordt, want ze zingen dan luidop:

- We gaan nog niet naar huis, want ons moeder is niet thuis.

De buren hebben het mij al gevraagd, vanwaar dat geluid komt?.

Ene keer ben ik uitgenodigd geweest, maar ik heb dat geweigerd hoor.

’t Waren toch allemaal vreemde en ik paste niet in hun gezelschap.

PS: ’t Is maar om u te zeggen dat flipper de flip nog altijd een kruiske draag, rond zijne nek.

 

Ik draag mijn kruis in mijn hart,

een kruis van liefde, pijn en smart.

Maar het is ook een kruis van het geluk,

en het is gemaakt uit één stuk.

Ik draag dit kruis op een kleine plek,

en ik draag het dan dagelijks op de stek.

Daar waar mijn beste vrienden wonen,

want daar kan ik mijn kruisje tonen.

Ik draag mijn kruis in mijn hart,

en het is een plekje heel apart.

Kijk in jullie hart naar jullie kruisje,

en je bent zoals ieder kruisje in je eigen huisje.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 11:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Jeugdherinneringen – deel 2.

Wij hadden thuis een appelboom staan, en daar groeiden tocht wel groene bananen aan zeker.

Ik hoor u al zeggen: Flipper de flip, ge zijt weer aan het zwanzen hé?.

Ik ben echt niet aan het zwanzen hoor, want mijne pa stond ’s morgens altijd vroeg op, om die groene bananen in dienen appelboom te hangen.

Binnen de tien minuten stonden er wel honderd man naar dienen boom te kijken, en enkele onder hun moesten ’s anderdaags naar den dokter gaan.

Ze handen een stijve nek gekregen, waarschijnlijk van naar omhoog te kijken.

Ik vroeg aan mijne pa, waarom er groene bananen aan een appelboom hing en geen appelen?.

- Flipper de flip, vannacht is er een toverfee over dienen appelboom gevlogen en met haar toverstokske heeft ze al die appelen in bananen getoverd.

- Pa, het zijn groene bananen die daar hangen.

- Pa, waar zijn die gele dan?.

- Die zijn op het ogenblik nog aan het verven.

Zo deed mijne pa mij geloven dat er aan onze appelboom, bananen hingen.

Af en toe denk ik nog wel eens terug, toen onze buurvrouw zei tegen mij:

- Flipper de flip, pak u een banaan uit de fruitschaal en doe ze mee naar huis.

Potverdikke zeg, 'k ben toch wel thuisgekomen met bananenmoes zeker, in mijn rechter broekzak, in plaats van appelmoes.

Was het bananenmoes of appelmoes, ze zijn alle twee lekker hoor.

PS: Af en toe een smakelijk banaan eten is gezond hoor, zeker als ze rijp zijn en geel uitslaan.

                      De banaan.

Het was tegen etenstijd en daarom plakte ik een banaan,

maar helaas, ik liet hem van de trap vallen.

Gelukkig had hij geen stijve nek, of zere ballen.

In de bus besloot ik hem toch maar op te eten,

want hij toonde wat beurs en een beetje versleten.

De bovenkant was zacht,

maar de rest was goed.

Ik nam er een hap van,

maar het bleek een verkeerde keuze te zijn.

De weke banaan verdween rondom mijn kiezen,

en gelukkig had niemand het daar in de gaten.

De mevrouw naast mij zei:

Wat een akelig weer,

en automatisch schudde mijn hoofd op en neer.

Je had me toen eens moeten zien,

ik slikte dapper een keer of tien.

En eindelijk, eindelijk begon hij te dalen,

want mij zie je voorlopig geen banaan meer halen.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 11:59 Reageer op dit bericht Stuur door

De avond valt.

Terwijl ik hier in mijne zetel naar de tv aan het kijken ben, en mijn twee ogen moeten vechten om wakker te blijven, daalt langzaam de avond neer.

De lichten worden aangestoken en de straten zijn praktisch leeg.

Geen kat die nog buiten komt, want daarboven staan al ne ganse dag de regenluizen open.

De straten staan nat en de eenden zijn kontent dat ze vers regenwater hebben.

De vissen in de rivieren zitten onder een brug aan het schuilen, om niet nat te worden.

Terwijl de ooievaar boven op de tak zit, van een omgewaaide boom.

De reiger met zijn lange, smalle poten staat in het natte water ne tango te dansen.

Twee verdwaalde meeuwen vragen aan een voorbijvliegende mus de weg naar het Zuiden.

Terwijl de schildpad haar schild aan het wassen is, die ze heeft vuilgemaakt bij een hevig moddergevecht.

Mijne hond is met mijn paraplu naar buiten gelopen, om te kijken waar dat waterlek is.

Ik peis dat ginder boven ne schilder is, die af en toe dat wolkendek grijs verft.

Of dat wolkendek nu grijs is, of het regent. Eén ding is alvast zeker en dat is, dat de avond ons den donker gaat steken.

En ik, ik laat het gewoon regenen, tot het lek gedicht is.

 

 's Avonds valt de zon naar beneden,

en steekt Klaasvaak de sterren aan,

laat alle mensen rustig slapen,

om daarna zelf naar bed te gaan.

's Avonds wordt de maan geschoten,

naar het donkere zwarte heelal,

waar hij de hele nacht mag staan,

en hij de planeten verlichten zal.

's Avonds kleurt de wereld zwart,

maar wordt hij nog helder verlicht.

Het is zo mooi, maar zo onbekend,

want iedereen doet zijn ogen dicht.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 20:13 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Jeugdherinneringen – deel 1.

Achter onze hof lag er ne heeeele grote vijver, ne meers noemde we dat.

Daar zwommen grote en kleine vissen in, maar ook zwanen kwamen daar geregeld zwemmen en een bad nemen.

't Is te zeggen: Die zwanen kwamen daar zwemlessen volgen, om later te mogen meedoen aan de Olympische Spelen voor zwemmers.

Want moeder zwaan zwom altijd eerst en de kleintjes volgden, om zeker hun weg niet te verliezen.

Af en toe lag er op de kant een kleinste naar adem te happen, en moeder deed dan mond op mond beademing.

Op ne zekere dag lag moeder zwaan haar te bruine, langs de kant van dienen grote plas water.

Potverdikke zeg, er kwam daar tocht wel ne grote vis uit da water gesprongen zeker.

Waarschijnlijk was hij jaloers en wilde hij ook in de zon liggen zeker, maar hij had zijne zonnebril vergeten mee te nemen.

Een groep zwarte eksters zaten hoog en droog in ne wilgenboom, zich af te vragen van waar al dat water kwam.

Een gepensioneerde pad die van vermoeidheid over haar eigen poten struikelde.

Een oude schildpad die achter zijn schild aan het zoeken was, die door de felle wervelwind was weggewaaid. En de mussen die alles in de gaten hielden.

PS: 't Is maar om u te zeggen dat da water wreed nat was hoor.

 

                                       De zwaan.

 

Er was eens een grote boerderij en deze bezat een hele grote wei.

In de hoek lag een kleine vijver en mama eend zwom er met een grote ijver.

De kleine eendjes werden geboren, maar het laatste eitje liet nog niet van zich horen.

Piep piep, krak krak, het grote ei brak.

Mama eend keek naar haar kind en dacht even: ben ik blind?.

Hij leek niet op zijn broers en zusjes, hij was groot lelijk en kreeg geen kusjes.

Was hij een eend of een kalkoen, maar mama eend wist het nog niet toen.

De mama wou het zeker weten, dit lag nu op haar geweten.

Naar het water ging het hele gezin en alle eendjes sprongen er in.

Mama eend was ten einde raad, was dit haar zoon en kon het kwaad.

De kleine eendjes gingen allen spelen, maar het lelijke eendje deed niets dan zich vervelen.

Hij keek naar de vogels in de lucht, toen slaakte hij een diepe zucht.

Hij ging op stap tot bij de boer, deze was aan het werk in zijn koer.

Het eendje werd niet vriendelijk ontvangen, hij dacht: Ik ga me ophangen.

Hij besloot zijn weg alleen te vinden, zonder enige hulp of vrienden.

Langs de weg vond hij een plas, wat ben ik toch een lelijke das.

Hij was eenzaam en alleen, zonder vrienden om zich heen.

Hij durfde niet naar huis te keren, daar zouden ze zich toch tegen hem verweren.

In de lucht zag hij wat zwanen, deze probeerden zich een weg te banen.

Om dichter bij hem te komen, om hem iets te laten horen.

Ze vroegen hem om mee te  gaan, naar een plek hier ver vandaan.

Hij snapte er niets meer van, dit is iets wat toch niet kan.

Ze zeiden: Jij bent er een van ons, kijk maar naar je mooie dons.

Zijn mooi veranderde veren, leken nu op fluwelen kleren.

Hij keek vlug in het water, nu volgde een luid gesnater.

Hij was nu een echte zwaan, die op weg was naar de maan.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 13:58 Reageer op dit bericht Stuur door

Kerstmis.

In deze periode moet ik vaak terugdenken aan de Kerst van vroeger.

Toen was Kerstmis echt heel fijn en aangenaam, om het te vieren.

Bijna in iedere huis stond er een klein kersboompje, die versierd was met lampjes, sierslingers eromheen, Kerstballen en boven stond de ster.

Ze stond hoog en droog te schitteren, zo fier als een pauw stond ze daar.

Als het kerstmis was, zaten we met zijn allen rond het kerstboompje te genieten van heel wat lekkers.

De kerstkalkoen was dan ook de hoofdschotel en mocht zeker niet ontbreken.

De lekkere koekjes en de heerlijke koffie gingen van hand naar hand, want ze werden toch gratis en voor niks uitgedeeld.

Buiten bij de kerststal stond de ezel luidop van zijne neus te maken, zodat het kindeke Jezus er wakker van werd.

De os trok hem daar weinig van aan, want hij had twee oordopkes in zijn oren gestoken.

Gaspar, Melchior en Balthazar kwamen ook eens kijken, om te zien hoe het kindeke eruit zag.

- Melchior bracht goud mee, dat hij onderweg in de woestijn had gevonden.

- Caspar bracht Mirre mee en gaf het aan Maria, om de ramen te poetsen.

- Balthazar bracht wierrook mee en gaf het aan Jozef, om de koude door te komen.

De mensen die ne goeie dag aan kindeke Jezus kwamen zeggen, kregen geen antwoord, want hij kon nog niet praten.

Drie dagen nadien liepen de os, de ezel en kindeke Jezus op straat, want ze waren drie koningen aan het vieren. Terwijl Maria de grote kuis aan het doen was.

Jozef was in de schrijnwerkerij bezig aan ne nieuwe kerststal ineen te timmeren, voor 't volgend jaar.

De dagen voor Kerstmis zijn donker en koud, maar als je naar buiten kijkt merk je dat niet omdat je haast overal lichtjes ziet in vrolijke kleuren, zilver en goud.

Een lantaarntje dat op de vensterbank staat en een lamp met wat linten en groen en een ster voor het raam die je aan kunt doen.

Het is niet zo donker en koud op straat, als je langs al die lichtjes gaat.

Een witte Kerst als in een droom, met tientallen lichtjes in de boom.

Kerstballen die blinken en Kerstklokken die klinken.

De gezelligste tijd van het jaar, met het hele gezin bij elkaar.

Wij wensen jullie allen veel brieven en kaartjes die op de deurmat vallen en gelach en kussen die naar chocolade smaken.

Wij wensen jullie ook warmte en beschutting, innerlijke rust, vriendschap en liefde.

Kerstmis is een tijd van brandend haardvuur en geuren van dennenappels en wijn.

Van goede gesprekken, mooie herinneringen en hernieuwde vriendschap maar ook van gezellig samenzijn.

PS: Ik wens u allen een Vrolijk Kerst, en een Gelukkig Nieuwjaar (2021).

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 11:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Terug in de tijd - deel 3.

Wij waren vroeger grote boeren en er moest dan ook hard gewerkt worden, om onze boterham te verdienen.

Alhoewel we hard en meerdere uren moesten werken, was het toch ne plezante tijd.

Iedereen hielp mekaar en iedereen kende mekaar, ’t was een echte familieband.

Als ik en mijne pa op het veld aan het werken was, kwam onze ma met hare vélo (fiets) met daarop een grote rieten mand aan vastgebondenaangereden.

Een kanneke karnemelk, omdat het kloek is, en een kanneke caffee (koffie).

Elk drie dikke boterhammen, ingesmeerd met smout en een schelle spek ertussen.

Mijn buik was dan ook voor ne ganse dag gevuld, zodat ik kon werken voor twee.

’ t Is daarom dat mensen van vroeger veel sterker zijn en meer weerstand hebben, dan de mensen van nu.

Als onze koe moest kalveren, moest ik altijd bij haar de wacht houden, tot wanneer het kalfke geboren werd.

’t Was toch wel de koe die moest kalveren zeker, ze had zodanig hard geblazen, dat de stro vuur vatte.

Op ne zekere dag was ik en mijne pa op het veld aan het werken en ineens zag ik daar een geweldige rookwolk in de lucht.

’t Was toch wel de koe die moest kalveren zeker, ze had zodanig hard geblazen, dat de stro vuur vatte.

Ik had dat wel graag hoor, anders moest ik in mijn koude bed slapen, want die stond op de zolder.

Boven mijn bed was er een klein vensterke, die dag en nacht open stond.

’s Morgens als mijn ma mij wakker riep, moest ik eerst de sneeuw verwijdere die op mijn deken lag.

Ja mannekes, vroeger waren er nog geen donsdekens hoor, wat ze moesten nog uitgevonden en genaaid worden.

Als we ’s avonds aan tafel zaten, zei mijn ma altijd:

- Manneke, ge moet eten wat de pot kook, anders vliegt ge zonder eten in uw bed.

- En niet liegen hoor, anders staat er een zwart kruis op uw voorhoofd.

Twee dagen liep ik rond met zeventien puisten in mijn gezicht en mijn acht vinger waren verlamd.

Ik had toch wel ne zwaluwnest uitgetrokken, die in onze schuur tegen een balk geplakt was, zeker.

De dag nadien zat die zwaluw toch wel achter mij zeker, zonder mij iets te zeggen.

Ik was verwittigd hoor, maar ik heb niet willen luiteren. En wie niet wil luisteren, moet er maar de gevolgen van dragen hé.

Toen ik nog jong was.

Vroeger toen ik nog jong was,

wilde ik de wereld veranderen,

en dat lukte me niet.
Toen ik volwassen werd,

wilde ik ons land veranderen,

ook dat lukte me niet.
Toen ik wat ouder werd,

wilde ik de stad veranderen,

maar ook dat ging niet.
Weer een tiental jaren verder,

wilde ik mijn familie veranderen,

en ook dat ging niet.
Nu ben ik oud ben,

kan ik alleen mezelf nog veranderen.
Als ik nu op jonge leeftijd mezelf had verandert,

dan had ik mijn familie kunnen beïnvloeden,

en dan hadden mijn familie en ik,

onze woonplaats kunnen beïnvloeden.
Dan had onze stad,

ons land kunnen beïnvloeden en inderdaad,

dan had ons land wat kunnen betekenen voor deze wereld.

Groetjes van flipper de flip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 12:57 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 50

Een poedel loopt een snackbar binnen en bestelt chocolade-ijs en een vrouw die dit heeft gezien zegt verbaasd tegen de verkoper: Dat is vreemd, een hond die chocolade-ijs bestelt. Ja, heel vreemd, zegt de verkoper, want normaal neemt hij altijd vanille-ijs.

Hebt jij weleens een kat gezien met twee verschillende ogen?. Ik wel, een kat met een linker en een rechter oog.

Weet je dat een vis vier maal moet zwemmen?. Eerst in de zee, dan in de pan, vervolgens in de maag, om te eindigen in de wc-pot.

Marie is haar hond kwijt en plaats een advertentie in de krant met de volgende tekst: Hond kwijt, hondje kan niet lezen.

Kees logeert bij zijn oom op de boerderij en hij mag komen kijken bij de geboorte van een kalfje. Weet je eigenlijk wel hoe dat gaat, Kees?. Eerst komen de voorpoten, dan de kop, vervolgens het lijf en daarna de achterpoten. En wie zet hem dan in elkaar?, vraagt Kees.

Een mannetjes kangoeroe vraagt: Waar is mijn kind?. Zegt de vrouw kangoeroe: Nu weet ik waarom ze zoveel waarschuwen over zakkenrollers.

Een olifant en een kangoeroe overvallen een bank en met zijn slurf grist de olifant al het geld weg en stopt het in de buidel van de kangoeroe. Als later de politie aankomt, wordt aan de loketbediende gevraagd of hij de daders nog zou herkennen. Nee, want ze hadden allebei een nylonkous over hun hoofd getrokken.

Een konijn en een geit zijn in de dakgoot aan het ganzenborden. Komt er opeens een ei langs vliegen en het konijn vraagt of hij wilde meespelen: Nee, zegt het ei, want ik moet nog naar de kapper.

Een pony en een paard staan in de wei met een kudde schapen. Het paard vraagt aan de pony: Heb jij wel eens geteld hoeveel schapen hier rondlopen?. Ik ben er wel eens aan begonnen, maar ik val halverwege mijne tel in slaap, zegt de pony.

Piet vraagt aan Jan: Waarom loopt die stomme kat hier voortdurend rond?. Hij is gisteren gecastreerd, en hij is nu bezig met al zijn afspraakjes af te zeggen.

Op een avond komen er twee vlooien uit een bioscoop en het regent pijpenstelen. Zegt de éne vlo tegen de andere vlo: Wat doen we?. Gaan we te voet of nemen we de hond?.

Een haan en een kip komen elkaar tegen en de haan zegt: Kukeluku. Miauw, antwoordt de kip. Wat krijgen we nu?, vraagt de haan. Ach, zegt de kip, zonder vreemde talen kom je er tegenwoordig niet meer aan de bak hé !!.

Er lopen twee puingins over straat en zegt de éne puingins tegen de andere puingins: Waarom ben jij zwart-wit?. Ik ben acteur geweest en toen was de kleurentelevisie nog niet uitgevonden.

In een nieuw opgezet soort Artis wilde de dierentuinbeheerder een paard met een zebra laten kruisen. Na veel lawaai en gerommel lukte het toch niet. De man vroeg aan het paard: Wat zit je nou te donderjagen, wat is er mis?. Het paard zegt: Zij wil haar pyjama niet uittrekken.

Er rijdt een vrachtwagenchauffeur over de weg met achterin een lading kippen en in de cabine een papegaai. Even later staat er een meisje te liften en vroeg of ze mee mag mee, maar de chauffeur vraagt meteen: Neuken?. Het meisje zegt nee. Niet neuken, eruit. Even later weer een liftster. Neuken?. Niet neuken eruit. Even later weer een liftster en die papagaai meteen: Neuken, niet neuken eruit. Die chauffeur denkt dat moet ik mooi niet hebben en doet die papagaai achterin. Even later moet de wagen stoppen en een agent zegt: Er valt om de tien meter een kip uit u wagen. De chauffeur loopt naar achteren en hoort de papagaai zeggen: Neuken?. Niet neuken eruit.

Een vrouw heeft een hondje dat Zoiets heet. Ze houdt heel veel van het hondje. Al het beestje op een dag wegloopt, zit de vrouw net in het bad. Ze rent helemaal naakt de straat op en vraagt wanhopig aan de postbode: Heeft u Zoiets vandaag gezien. De postbode antwoordt: Om eerlijk te zijn, heb ik zoiets nog nooit gezien.

Er lopen twee muizen door de woestijn. Als er opeens een vleermuis overvliegt, zegt de éne: Kijk, dat is mijn broer, die werkt bij de luchtmacht.

Koentje gaat voor de eerste keer met zijn moeder naar een kinderboerderij en hij ziet daar een pauw lopen met zijn veren uit elkaar. Kijk moeder, een kip die in bloei staat.

Er lopen twee puingins over straat en zegt de éne tegen de andere: Waarom ben jij zwart-wit?, waarop de andere antwoordt: Ik ben acteur geweest, maar toen was de kleurentelevisie nog niet uitgevonden.

Het regent en twee vissen zitten in een kom naar buiten te kijken. Zegt de éne vis tegen de andere vis: Ben ik blij dat we binnen zitten.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 21:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 49

Moeder tomaat en haar zoontje willen de straat oversteken, en moeder tomaat zegt tegen haar zoontje: Vlug tomatteke, want daar komt een vrachtwagen aan. Ze steken de straat over, maar worden toch overreden, en moeder tomaat die niks mankeert zegt: Kom ketchupke, we gaan naar huis.

Een vrome vrouw is heel trots op haar papegaai en kan het niet laten om er in de kerk mee te pronken, en ze zegt tegen de pastoor: Als je aan zijn rechterpoot trekt dan zegt hij het Lievenvrouwengebed op, en als je aan zijn linkerpoot trekt dan zingt hij het Heer Ontferm U. De pastoor is razend enthousiast en vraagt: En wat gebeurt er als ik aan allebei zijn poten trekt?. Waarop de papegaai antwoord: Dan val ik op mijn bek.

Een dame gaat naar de dierenwinkel om een drinkbakje voor de hond te kopen. De winkelier laat haar een mooi beschilderd drinkbakje zien met het opschrift: Voor de hond. Waarop de dame zegt: Dat opschrift is nergens voor nodig, want mijn man drinkt geen water en mijn hond kan niet lezen.

Elk jaar wordt er in september in Artis feest gevierd, en dan wordt er een voetbalwetstrijd gehouden. Elf olifanten tegen elf insecten, en in de loop van de tweede helft staan de insecten met 8-0 achter. Dan zegt de coach tegen de duizendpoot: Alé, gij gaat erin, en vanaf dat moment verloopt de wetstrijd fantastich voor de insecten. Ze winnen met 9-12, en de trainer van de olifanten is met stomheid geslagen. Hij gaat naar de coach van de insecten en vraagt: Waarom heb je die duizendpoot niet veel eerder ingezet?. Dat gaat niet, want weet je wel hoelang het duurt voordat de duizendpoot zijn schoenen aan heeft.

Een dame zegt tegen haar buurvrouw: Ik ben met een wonderbaarlijke man getrouwd. Waarop de buurvrouw vraagt: Hoezo?. Waarop de vrouw zegt: Hij gaat 's avonds met de hond uit, en hij komt 's morgens met een kater terug.

Het is allemaal nog niet zo erg hoor dokter, zegt de man. Ik ben zo sterk als een beer, ik werk als een paard en als ik zo moe ben als een hond dan slaap en snurk ik als een os. En mijn vrouw vind me nog steeds  net zo lief als een poes. Alleen als ik 's morgens naar het toilet moet, dan weet ik al genoeg, zegt de dokter, maar u kunt beter eens naar de veearts gaan?.

Een dame komt in een dierenwinkel binnen en zegt: Ik wil graag drie dieren kopen die me aan mijn overleden man doen denken. Dat is erg sympathiek van u, en welke zou je willen?, vraagt de verkoper. Een hond die de hele dag tegen mij gromt, een papegaai die vloekt en een kater die de hele nacht niet thuiskomt.

Drie muizen zijn in een café aan het opscheppen, en de eerste muis zegt: Ik drink liters rattenvergift per dag. Muis twee zegt: Ik maak de klem van de muizenval los, haal de kaas eruit en doe hem weer dicht. En muis drie zegt: Sorry, maar ik moet nu snel naar huis, om de kat te voeren.

Ik heb vijf vliegen doodgeslagen, zegt vader. Drie mannekes en twee vrouwkes. Hoe wist je welke vliegen mannetjes of vrouwtjes waren, vraagt Jantje?. Twee vliegen zaten op de poederdoos voor de spiegel, en de andere drie zaten op een fles cognac.

Twee vrienden staan te praten en de éne zegt: Ik ga een geit kopen. Een geit kopen?. Waar moet je dat beest dan laten, je woont op een flat. Nou, in de zomer zet ik dat beest op het balkon. En in de winter dan?. Dan laat ik hem gewoon binnen. En die stank dan?. Oh, daar moet die geit maar aan wennen.

Er komt een olifant de apotheek binnen, en vraagt om tien meter pleister. Wat moet je met tien meter pleister doen?, vraagt de apothekersvrouw. Ik ben door een porseleinen afdeling gelopen, en nu moet ik de brokken aan elkaar plakken.

Een hond en een giraf gaan samen zwemmen, en de giraf gaat als eerste het water in, en zegt tegen de hond: Kom, we zijn hier weg, want het is hier niet diep genoeg, ik voel de grond al.

Een kok is bezig met een kip te pluimen en stopt deze daarna in de pan, maar hij vergeet het vuur onder de pan aan te steken. Na een kwartier komt de kip naar de kok gewandeld en zegt heel boos: Zeg, ofwel geef je al mij pluimen terug ofwel steek je het vuur aan, want ik bevries van de kou.

Wat mankeert je hond eigenlijk?, vraagt Jan aan Karel. Niets, hij is alleen maar wat lui. Zit hij daarom altijd zo te janken?. Nee, maar hij zit op een cactus en is te lui om eraf te komen en weg te lopen.

Er zit een paard in een café, en die drinkt een glas melk. Opeens komt er een koe binnen, en het paard vraagt: Sinds wanneer komt de leverancier langs de voordeur naar binnen

Een mier, een worm en een duizendpoot hadden samen afgesproken in het huis van de mier. De worm was op tijd, maar de duizendpoot niet. Na drie uur komt eindelijk de duizendpoot binnen, waarop de mier vraagt: Waarom duurde het zo lang?, zegt de duizendpoot: Voor de deur stond er een bord waarop staat: Voeten vegen aub, en dat heb ik dan ook maar gedaan.

Een muis en een olifant lopen door de woestijn, en plots zegt de muis tegen de olifant: Als je te warm krijgt, dan mag je in mijn schaduw lopen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 21:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 48

Twee muizen hebben een olifant gevangen. Eigenlijk moeten we er nog één hebben, zegt de éne muis. Hij gaat dus weer op pad, op zoek naar nog een olifant. Even later komt hij terug met een andere olifant en hij ziet de andere muis staan huilen. De olifant is ontsnapt, zegt de muis huilend. Waarop de andere zegt: Je liegt, want je staat er nog op te kauwen.

Een haas loopt huilend door het bos en hij komt meneer den uil tegen. Wat is er haas?, vraagt meneer den uil. Ik moet voor militaire dienst gekeurd worden, maar ik wil niet in dienst. Meneer den uil denkt diep na en zegt dan: Weet je wat. We knippen je oren eraf, dan wordt je zeker afgekeurd. En als je dan afgekeurd ben, naaien we ze er weer aan en dan is alles weer normaal. Zo gezegd, zo gedaan. En ja hoor, de haas wordt afgekeurd. De haas loopt verder en hij komt een huilende beer tegen. Wat is er aan de hand?, vraagt de haas. Ik moet gekeurd worden voor militaire dienst, want ik wil niet in dienst, zegt de beer. Kom dan maar mee naar meneer den uil, die weet vast wel raad, zegt de haas. Meneer den uil moet er lang over nadenken en zegt in zijn eigen: Een beer heeft nauwelijks oren, dus, het heeft geen zin om die eraf te halen.

Die hond van mij is ontzettend lui, zegt Henk. Andere honden komen met hun leiband in hun muil naar hun baas, als ze naar buiten willen en die van mij brengt de autosleutels  mee.

Twee bananen zitten in bad en zegt de éne tegen de andere: Geef eens even de champoo aan, terwijl je rechtstaat?.

Een slak wandelt een café binnen. De barman kijk de slak woedend aan en wijst naar het bordje waarop staat te lezen: Verboden voor slakken en gooit het arme beest ongemeen hard op straat. Twee jaar later komt dezelfde slak opnieuw het café binnen en vraagt: Waarom hebt je me twee jaar geleden buiten gegooid?.

Een olifant en een kameel lopen door de woestijn en de olifant zei: Ik vind jou maar een raar beest. Hoezo?, vroeg de kameel. Jij hebt tieten op je rug. Waarop de kameel zegt: Moet jij nodig zeggen met die piemel aan je hoofd.

Hoe schiet je een blauwe kip neer?. Met het blauwe kippen geweer. Hoe schiet je een groene kip neer?. Je laat hem stikken tot hij blauw ziet en dan schiet je hem neer met het blauwe kippen geweer. Hoe schiet je een rode kip neer?. Je laat hem misselijk worden tot hij groen word dan laat je hem stikken tot hij blauw ziet en dan schiet je hem neer met het blauwe kippen geweer. Hoe schiet je een pimpel paarsen kip met witten stippen neer?. Als je ooit zo een kip ziet waarschuw me dan.

Een konijn en een beer moge allebei drie wensen doen, de beer begint en zegt: Ik wou dat alle beren op dit eiland meisjes waren. Dan wenst het konijn dat hij een auto had en het gebeurt. Dan wenst die beer dat alle beren van het land meisjes waren en da gebeurt en dat konijn zegt van: Ik wil de supersnelste auto en dat gebeurt dan wenst den beer da alle beren van de wereld meisjes ware en ja ook deze wens komt uit dan zegt da konijn: Ik wou da die beer homo was.

Er zitten twee kikkers op een randje bij de vijver. Zegt de éne kikker tegen de andere: Moet je daar eens over het randje kijken, daar loopt een klein rupsje. Als de éne kikker gaat kijken, stopt de andere kikker gauw zijn lul in de kont van de kikker en roept: 1 april kikker in je bil.

Vader loopt met zijn zoontje langs een wei met twee grote dekkende ezels. Vraagt het zoontje, wat zijn die aan het doen?. En vader zegt: Die gaan trouwen. Even later komen ze langs een weiland met twee hele kleine, dekkende ezeltjes. Vraagt het zoontje, papa, gaan die ook trouwen?. Nee, zegt vader. Dat doen alleen hele grote ezels.

Een cowboy wil een ongevallenverzekering afsluiten, en de verzekeringsagent vraagt: Hebt je ooit een ongeval gehad?. Nee, zei de cowboy, maar vorige zomer heeft een paard me wel een flinke trap verkocht en er waren twee ribben gebroken en een paar jaar geleden heeft een ratelslang me in mijn enkel gebeten. En noem u dat ongelukken?, vraagt de verzekeringsagent verbaasd. Nee, zei de cowboy, maar ze deden het wel met opzet.

Twee vrienden lopen gezellig op straat, totdat de éne vriend zegt: Ik ga mij een geit kopen. Een geit kopen, en waar ga je hem zetten in de zomer, want je woont toch op een appartement. Ja ja, dat wel, maar ik kan de geit toch op mijn balkon zetten. En als het winter is?. Dan laat ik hem binnen lopen. En die stank dan?. Oh, daar moet hij dan maar aan wennen.

Een man is gebeten door een hond die besmet is met hondsdolheid, en hij word in het ziekenhuis onderzocht. Als de arts heeft geconstateerd dat er inderdaad sprake is van hondsdolheid, vraagt de patiënt om een stuk papier. Wilt u uw testament maken?, vraagt de arts. Nee, ik wil even een lijstje maken met de namen van mensen die ik wil bijten.

Een pasgetrouwde man komt thuis van zijn werk en vindt zijn vrouwtje in tranen. Je weet toch dat ik een respect had om een boterkoek te bakken?, huilt ze. Ik heb de boterkoek gemaakt en daarna buitengezet om hem af te koelen, maar nu heeft de hond hem opgegeten. Och, maak je maar niet zo druk, we vinden heus wel een andere hond.

Een vrouw gaat naar een bijenhouder en zegt: Eén van uw bijen heeft mij weer gestoken, waarop de bijenhouder zegt: Duid mij aan welke bij het was, dan zal ik hem straffen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 21:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Dierenmoppen 47

Een Duits zebra jong vraagt aan zijn moeder: Ben ik un zwarte zebra met witte strepen of een witte zebra met zwarte strepen moeder. Ik zou het niet weten, vraag het aan de leeuw, want hij is de koning van alle dieren en het zebra jong gaat naar de leeuw en vraagt: Ben ik un zwarte zebra met witte strepen of een witte zebra met zwarte strepen en de leeuw zegt: Ik zou het niet weten. Vraag het aan de uil, want hij is de slimste van alle dieren en het zebra jong gaat naar de uil en vraagt: Ben ik un zwarte zebra met witte strepen of een witte zebra met zwarte strepen en de uil zegt: Nou, jij bent een witte zebra met zwarte strepen. Het zebra jong vraagt: Waarom?, en de uil antwoord: Als jij een zwarte zeebra met witte strepen was, dan vroeg je: Jo man, ben ik un zwarte zeeebra mit witte streepu of ben k un wittuh zeebraa mit zartuh streepu Jo.

Een stoere zeebonk loopt in de haven een café binnen. Hij bestelt een pint aan de toog en ziet daar een bokaal vol met geld staan. Waarvoor dient al dat geld in die bokaal hier?, vraagt hij aan de baas. Ge moet daar honderd frank in smijten, zegt de baas. Dan mag je naar achter gaan, daar staat een paard, als je dat paard aan het lachen krijgt moogt ge al het geld uit de bokaal hebben. Ik wil je wel waarschuwen, zoals je aan de goedgevulde bokaal kan zien is het zeer moeilijk om hem aan het lachen te brengen. De zeebonk beslist van het een keer te wagen. Hij legt honderd frank in de bokaal en gaat naar achteren. Hij komt dadelijk terug en je hoort op de achtergrond het paard keihard lachen. De man neemt het geld en gaat weg. Een week later komt de zeebonk terug in de café en hij ziet opnieuw de bokaal staan vol met geld. Moet ik hem nog eens laten lachen?, vraagt hij aan de waard. Neen zegt hij, nu moet je het paard laten wenen. De man gooit honderd frank in de bokaal, gaat naar achter, keert direct terug en je hoort het paard keihard wenen. De waard: Vriend, nu moet je toch een vertellen hoe je dat doet. Awel, vorige week heb ik heb gezegd dat mijne lul groter was dan de zijne en vandaag heb ik hem laten zien, zegt de man.

In een groot bos loopt een magische kikker. De kikker is in heel zijn leven nog nooit een ander dier gezien, totdat er een haas langskomt gevolgd door een hongerige beer. De kikker is zo verast dat hij stop roept, de haas en de beer mochten allebei drie wensen laat doen. De beer en de haas zijn daar wel voor in, dus de beer mag beginnen met wensen. De beer wenst dat alle beren in het bos behalve hijzelf vrouwtjes beren worden. Dan mag de haas een wens doen en hij zei: Ik wil een motorhelm. Stomme haas, je kan toch ook geld wensen om een helm te kopen, zegt de beer. Maar ja de beer mag weer wensen en zei: De beer wenst dat alle beren in het bos ernaast behalve hijzelf ook vrouwtjes beren worden. Dan mag de haas weer een wens doen en zei: Ik wil nu een motor. Dan mag de beer zijn laatste wens doen en hij wenst dat alle beren over de hele wereld behalve hijzelf vrouwtjes beren worden. En tot slot mag de haas zijn laatste wens doen en zei: De haas zette zijn motorhelm op en start zijn motor. Ik wens dat deze beer hiernaast mij homo is, en de haas scheurt weg.

Een man is gebeten door een met hondsdolheid besmette hond. Hij wordt onmiddellijk naar het ziekenhuis gebracht en onderzocht. Als de arts heeft geconstateerd dat er inderdaad sprake is van hondsdolheid, vraagt de patiënt om een stuk papier. Wilt u uw testament maken?, vraagt de arts. Nee, ik wil even een lijstje maken met de namen van mensen die ik wil bijten.

In de bus zit een jonge man tegenover een aardige dame met een hondje op haar schoot. Om een gesprek aan te knopen, zegt de man: Ik wou dat ik dat hondje was. Dat weet ik nog zo net niet, zegt de dame, Ik ben met hem onderweg naar de dierenarts om zijn staart te laten couperen.

Het is allemaal nog niet zo erg, hoor dokter. Ik ben zo sterk als een beer, ik werk als een paard en als ik zo moe ben als een hond dan slaap en snurk ik als een os. En mijn vrouw vindt me nog steeds net zo lief als onze poes. Alleen als ik 's morgens naar het toilet moet,  dan.....Ik weet al genoeg, zegt de dokter. Ik kan helaas niets voor u doen. U kunt beter naar een veearts gaan.

Wat kost die grote hond?, vraagt de klant in de dierenwinkel. 300 €, mevrouw. Lieve hemel. Dat is me te duur. En die kleine?. 500 €, mevrouw. En dat hele kleintje dan?. Dat is een echte kampioen, mevrouw. Die kost 1000 €. Allemachtig, steunt de dame. Wat kost het me eigenlijk als ik helemaal geen hond koop?.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door flipper de flip om 21:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Mijn teksten

↑ Terug naar de berichten