Naar de inhoud

dammabrands

akke.beakke.be

vliegen

Het is een mooie zomeravond, ik kom naar je toegevlogen, over wolkjes, en juist als de zon ondergaat, vlieg ik door het raam dat open staat naar binnen,
je bent wel enigszins verbaasd, dat ik zomaar bij je binnenvlieg, maar je bent ook heel blij, je ogen lichten op, je neus krult, je mond opent zich in een lach..............
je bent echt heel verheugd, dat ik zo maar aangevlogen kom
je zet heerlijke hapjes op tafel, verrukkelijke drank erbij, muziek op de achtergrond, mooie muziek, die past bij een zwoele zomernacht.........
je steekt de kaarsen aan
het licht weerspiegelt in je ogen
we eten van de hapjes, proeven van de drank
kijken elkaar aan, je staat op en vraagt me ten dans
heel plechtig en heel lief
natuurlijk wil ik met je dansen ,graag zelfs
je streelt mijn haren
kust me teder op mijn voorhoofd, mijn ogen, mijn neus, mijn oren
en dan, heel zacht ,beroeren jouw lippen de mijne
we versmelten, voelen hoezeer we bij elkaar horen
we zijn één, voor nu en voor altijd
damma

vakantie in Marokko

 

In het jaar 1999 ging ik voor het eerst op vakantie naar een Arabisch land.

Heel eng vond ik dat toen, er deden van die vervelende verhalen de ronde, dat je daar niet als vrouw alleen naartoe kon, omdat je dan op iedere straathoek aangerand zou worden, dat je bestolen werd, je paspoort en portemonnee zouden er gerold worden en als je de kunst van het afdingen niet verstond, betaalde je een vijfvoud van wat het voorwerp dat je kocht, waard was.

Voor alle zekerheid had ik in een Arabische reisgids een paar woorden Arabisch aangestreept, die ik heel beslist wilde kennen. Het Arabisch vond ik een ingewikkelde taal, niet alleen vanwege de heel andere schrijftekens, maar ook omdat niet onmiddellijk duidelijk was wélke taalgids ik nodig had, want er was het Egyptisch Arabisch, het Irakees Arabisch, het Marokkaans Arabisch, het Tunesisch Arabisch, kortom zoveel Arabisch als er landen waren in Noord Afrika en het Midden Oosten. Ik koos voor Engels Arabisch met cassettebandje van Berlitz, er was geen Nederlands Arabisch, in ieder geval niet in 1999. Bij de inleiding werd al verteld dat het ging om Egyptisch Arabisch, maar dat ik me er in de andere Arabische landen ook verstaanbaar mee kon maken. Ik oefende een paar keer en toen ik eenmaal goede morgen en goede avond kon zeggen ,ja en nee,, a.u.b. en dan u wel en I am sorry, hield ik ermee op, oh ja, het tellen, dat leerde ik ook nog en de Arabische tekens voor de cijfers.

Op een mooie Nederlandse winterdag in februari vloog ik naar Agadir. Op het vliegveld aangekomen was er even een teleurstelling. Ik maakte gebruik van het toilet en daar werd meteen een gulden voor gevraagd, die ik natuurlijk niet betaalde. Bakshisch lè. Dat stond ook boven de toiletten geschreven, in diverse talen, dat je geen bakshisch hoefde te geven. Het mocht natuurlijk wel, maar als het zo afgedwongen wordt, heb je daar helemaal geen zin meer in.

De rit met de bus door de stad naar het hotel was adembenemend. De terracottakleur van de aarde, de pastelkleuren van de huizen en ja, natuurlijk ook de minder mooie buurten, maar al met al vond ik het een sprookje, vooral ook toen ik de eerste dromedarissen zag, want ik was vastbesloten om een ritje op zo’n dier te maken.

Het was een voordeel dat ik goed Frans sprak, zo kon ik in het hotel mineraalwater bestellen, met gas, de l’eau gaseuse, toeristen die alleen maar Engels spraken hadden daar meteen al moeite mee, want wat is Spa Rood in het Engels? En de ober was beslist vriendelijker tegen mensen die Frans spraken dan tegen degeen die dat niet konden.

De volgende morgen ging ik, na een heerlijk ontbijt met vers geperst sinaasappelsap, naar het strand en daar liepen meerdere mannen met kamelen. Ik koos de vriendelijkste man uit, een al wat oudere man die zijn dromedaris heel lief behandelde. De man heette Mohammed en de dromedaris Saïd. Ik vroeg hem hoeveel het kostte om op de kameel te mogen rijden en hij noemde een bedrag in dirham, dat ik zo snel niet om kon rekenen naar guldens, dus zei ik, de afdinggedachte in mijn hoofd: ik wil er alleen op rijden, ik wil hem niet kopen. Mohammed moest lachen en verlaagde de prijs met de helft en dat vond ik prima, het ging mij er niet om de man financieel uit te kleden, meer om proberen of afdingen zou lukken. De rit op Saïd was heel prettig, ik torende hoog boven het zand en de zee en dat gaf mij een prettig gevoel, alsof ik een koningin was. De volgende dag was Mohammed er weer met Saïd en maakte ik ,voor hetzelfde bedrag, opnieuw een ritje, na een paar dagen mocht ik een stukje draven, Mohammed hard lopend naast Saïd en ik staande op de pedalen. Marokkaanse dromedarissen hebben een zadel met koperen pedalen aan de zijkanten, dat is heel comfortabel onder het rijden. De vierde dag zag ik Mohammed niet, wel kwam er een andere man met dromedaris naar mij toe en toen ik nee zei, vroeg hij: “Waarom niet?’ Ik antwoordde dat ik op Mohammed en Saïd wachtte. De man zei: ‘Ik ben Mohammed en dit is Saïd.” Ik lachte hem toe en zei: “U denkt dat ik de ene Arabier niet van de andere kan onderscheiden?”

Een uurtje later kwam de “echte” Mohammed met de “echte” Saïd. Mijn vakantie duurde maar een week en dat was natuurlijk veel te kort. In Marokko heb ik alleen maar vriendelijke mensen ontmoet, ik ben er niet bestolen en ook niet “afgezet” noch fysiek lastig gevallen. De mensen die ik ontmoette waren vriendelijk, het eten was verrukkelijk en vanaf dat moment ben ik nooit meer bang geweest om naar een Arabisch land te reizen.

Damma

het monster

het monster is er!

ik voel het..........

het monster belaagt me,

staat achter me

en tegelijkertijd vóór me,

naast me,

onder me en boven me;

het omringt me,

niet als een goede fee.

maar als een kwade geest,

angst genaamd.........

ik ben verstijfd van angst!

vluchten kan dus niet......

ik kijk angst aan

en angst kijkt terug,

even bang als ik angst aankijk

kijkt angst mij aan.........

angst is bang voor mij?

ik ontspan me en vraag aan angst:

"wat maakt jou zo bang?"

angst begint te vertellen

eerst angstig, maar allengs rustiger,

vertelt angst dat hij mij te naïef vindt,

te goed van vertrouwen;

hij maakt zich daar grote zorgen om,

want hij ziet al aankomen, dat ik beduveld zal worden,

ik vráág daar gewoon om, zegt angst, doordat ik te goed van vertrouwen ben, vraag ik erom, dat ik bedonderd zal worden..........

angst maakt zich grote zorgen om mij.

als angst helemaal uitgesproken is,

bedank ik hem voor zijn bezorgdheid

en zeg ik hem dat ik vertrouwen aan het kweken ben.

dat ik dat nooit eerder kon, in mijn leven, vertrouwen hebben in iets of iemand,

dat ik altijd juist zo bang geweest ben

als hij is,

maar dat ik dat niet meer wil, bang zijn

en dat ik daarom Vertrouwen uitgenodigd heb in mijn leven,

omdat ik gelukkig wil zijn i.p.v. bang.

ik bedank angst nogmaals voor zijn bezorgdheid

en vraag hem vriendelijk te vertrekken

omdat Vertrouwen klaar staat om mij te steunen

dat zij achter mij staat,

en ook voor mij,

maar ook naast mij

en boven mij en onder mij

en terwijl angst zich terugtrekt

voel ik hoe Vertrouwen mij helemaal omringt

damma

ik mis je

ik mis je,
ik mis het dat ik niet meer van je hou......
ik mis het samen vliegen,
en in de wolken wiegen,
de hoge toppen, de diepe dalen,
waaruit je me kwam halen,
zodat ik dan weer pijlsnel stijgen zou,
om hoog in de lucht te zijn bij jou,
ik mis het fladderen van de vlinders,
het gelukkig zijn, als waren we nog kinders,
ik mis het, dat ik niet meer van je hou.......

Damma

kom laten we nog eenmaal

Kom, laten we nog eenmaal vliegen.
Ga je met me mee?
We stijgen op, hoog boven het dal,
vliegen over de rivier,
voelen de kracht van onze vleugels,
maken een duikvlucht
en landen in de kruin van onze lievelingsboom.
We genieten nog eenmaal van het uitzicht
en vliegen dan terug, langzaam en verdrietig,
want we weten:
morgen worden we opgehokt.

damma

feniks

ik heb één talent
en dat is het talent om heel hoog te vliegen, om gelukkig te zijn, hoe hoger ik vlieg, hoe gelukkiger ik ben

en dan, onvermijdelijk, stort ik naar beneden
en dat is vandaag gebeurd
het doet zeer
het is donker en koud
nergens brandt een lichtje
ik ben het contact met De Bron verloren
ik heb dit vaker meegemaakt
ik weet dat het over gaat
dat ik als een feniks uit mijn as zal herrijzen
maar dat is slechts rationele wetenschap
nú is het koud en donker
damma

uitgewist

Hoe ik weet, dat ik over je heen ben?
Je telefoonnummer is niet alleen uit mijn gsm gewist,
maar ook uit mijn hoofd en uit mij hart..........
Ik word 's nachts niet meer wakker, huilend om jou........
Ik kan weer lachen.........
Er is vrede in mijn hoofd en in mijn hart........
Ik gun jou, zonder een zelfs maar een zweem van jaloezie,
je geluk met die ander......
Damma

middagdutje

het is een frisse herfstdag

je bent bezig in het huis

eindeloos de ladder op en af

eindeloos stenen in cement leggen

je houdt niet van cement, je houdt niet van metselen

je verveelt je rot bij het eentonige werk en je droomt van leuker werk,

maar je weet ,dat je gewoon door moet gaan met de stenen, totdat ze op zijn, dag in ,dag uit, je zet je verstand op nul en gaat door met het metsen........

dan hoor je een licht geruis en voel je een windje, zomaar, binnen in huis,

je ruikt een heerlijke etensgeur.............

je draait je om en je ziet dat ik er ben, op bezempje

ik kijk je stralend aan, knip en mijn vingers, zeg: tafeltje dek je

en er staat een prachtig gedekte tafel

ik schep het eten op de borden en schenk er heerlijke wijn bij

je komt de ladder af, naar beneden, wast je handen en neemt plaats aan tafel........

ik vind het heerlijk om bij je te zijn, ik straal helemaal van geluk, dat ik hier zo met je aan tafel zit

het eten smaakt je goed en dat maakt me gelukkig

als we klaar zijn met eten, knip ik wederom in mijn vingers, zeg een toverspreuk  en er staat een heerlijk, groot, zacht en warm bed

we gaan een middagdutje doen

we kleden ons uit en kruipen heerlijk dicht tegen elkaar aan

vergeten zijn de stenen, vergeten is het cement

er is alleen maar dit zachte bed en mijn zachte warme lichaam tegen het jouwe

teder verkennen we elkaars lichaam

ik streel je lieve haren, geef je vlinderkusjes op je ogen,voorhoofd, neus en oren,

mijn lippen beroeren de jouwe, onze tongen dansen met elkaar..........

we vergeten de saaiheid van het dagelijks bestaan

we doen een heerlijk middagdutje, waaruit we ontwaken als herboren,

als je wakker wordt, zie je me nog juist wegvliegen op bezempje

je zwaait me na

ik zwaai terug en roep........tot volgende keer!

 damma

veranderend perspectief

Vandaag is de dag, waarop ik jou zal ontmoeten.

Al jarenlang chatten we met elkaar.

Ik heb je stem al gehoord, en je gezicht gezien via de webcam,

maar een ontmoeting in het echte leven is er nog niet geweest.

Ik ben heel zenuwachtig, heb angst dat je me helemaal niet leuk meer zult vinden, dra je me in het echt ziet.

Het wordt een ontmoeting tussen vier personen.

Jij en je vrouw ontvangen mij en mijn man.

Ik heb mijn mooiste kleedje aangetrokken en een prachtig boeket bloemen voor je vrouw uitgezocht.

Dankzij routeplanner vind ik je huis, dat verscholen ligt tegen een beboste heuvel, moeiteloos.

Je komt naar buiten, samen met je vrouw, we geven elkaar een hand.

Ik vind het heel leuk je te ontmoeten.

We drinken koffie met een Mattetaart, heerlijk smaakt die.

Je hebt een hartstikke leuke vrouw, heel sympathiek.

Al gauw merk ik, dat ik het veel gezelliger vind om met haar te praten, dan met jou.

Mijn man voelt zich, zoals altijd en overal, direct op zijn gemak.

Ik zie dat je vrouw regelmatig naar mijn man kijkt, om zijn grapjes lacht,

ik denk dat zij het misschien leuker vindt om met hem te praten, dan met mij,

dus geef ik haar de ruimte en richt me tot jou.

Je bent heel anders, dan ik had verwacht, niet zo sprankelend als op messenger.

Ik zie mijn man praten met jouw vrouw en het valt me op hoe leuk hij is, charmant, onderhoudend, belangstellend.

Mijn gesprek met jou kabbelt voort, maar ik heb meer oog voor mijn eigen man.

Als we aan het eind van de middag terugrijden naar huis, weet ik dat mijn sprookje met jou voorbij is.

Mijn sprookje gaat verder, maar nu met mijn eigen man in de hoofdrol.

damma

de prins op het witte paard

Op een mooie zomerdag wandel  ik in het bos. Ik kies de kleine, smalle paadjes, waar het heerlijk rustig is. Zo af en toe zie ik een eekhoorntje. Regelmatig hoor ik een vogel fluiten. Het is een heerlijke dag. Ik besluit even te gaan liggen op het zachte mos ………en val in slaap……… Als ik wakker word, hoor ik een lieve mannenstem zeggen: “Ik ben maar even naast je komen zitten om over je te waken."
Ik open mijn ogen en zie twee lieve ogen in een vriendelijk lachend gezicht .........
De man opent zijn rugzak en haalt er een thermoskan uit; hij schroeft de dop eraf en ik ruik de heerlijke geur van koffie, hij heeft ook nog verse broodjes bij zich.........
We picknicken op het mos en stellen ons aan elkaar voor........
Hij noemt mij de schone slaapster en ik noem hem de prins op het witte paard. We hebben een gezellige middag en na afloop vraagt hij me of ik met hem mee wil, achterop zijn paard, de wijde wereld in en natuurlijk zeg ik ja, dit is immers waar ik altijd van gedroomd heb!..........of droom ik nog steeds?……….

damma

geboorte

Op de plek, waar zielen wachten tot het hun tijd is om geboren te worden, in een mensenleven, op aarde, was er een zieltje, dat heel bang was, om naar de aarde te gaan, want op aarde, zo had ze gehoord, zou ze  iemand ontmoeten van wie ze zou gaan houden en die ander zou dan zómaar bij haar weg kunnen gaan.
Ze wist zeker, dat ze dat niet zou overleven.
Ze had op voorhand al heel grote angst, paniek zelfs, als ze er alleen maar aan dacht, dat die ander, van wie ze zóveel zou houden, weg zo gaan...........

Ze was zo bang, dat ze maar liever niet naar de aarde wilde gaan.

Er was daar nog iemand, die bang was, maar hij was juist bang voor mensen die in paniek raakten.

Hij had gehoord, dat hij op aarde van iemand zou gaan houden én dat er op aarde heel veel mensen waren, die in paniek raakten.

Hij was bang dat hij juist van iemand zou gaan houden, die heel vaak in paniek raakte.
Hij wilde dat niet; hij had een grote hekel aan paniek.

God, in al zijn wijsheid, stuurde hen op hetzelfde moment naar de aarde, en in het ene zieltje plaatste Hij een magneetje met Angst + en in de andere ziel een magneet met Angst -

zodat Hij zeker wist, dat ze elkaar aan zouden trekken,

om samen hun angst te overwinnen.

Ze konden zich aan elkaar slijpen.

damma

kom ,laten we nog eenmaal dansen

Kom, laten we nog eenmaal dansen...
Ga je met me mee?
Samen naar de haven,
Slenteren over de boulevard,
Genieten van het uitzicht,
We drinken zoete wijn,
Dansen tot diep in de nacht.
Tegen het ochtendgloren lopen we langzaam we terug naar je hotel, bedroefd en stil.
Jouw vakantie is voorbij, zo dadelijk vlieg je terug naar huis, naar je leven in Europa en ik blijf hier achter, verdrietig en alleen.......
damma

hartje voor mariposa

Het is een koude winteravond. In het donker haalt hij houtblokken vanonder de overkapping in de tuin, waar hij ze sinds jaar en dag mooi opgestapeld heeft liggen.

Eenmaal binnen, werpt hij de eerste houtklos in de open haard, daarna pakt hij de tweede en juist voordat hij die in de open haart wil gooien, ziet hij dat er een hart in gegraveerd staat.

Hij zakt ineen op het kleed voor de haard en denkt aan haar voor wie hij, jaren geleden, dit hart heeft gezaagd, met de punt van zijn kettingzaag, in een klos van een van de vele bomen, die hij die dag in stukken aan het zagen was.

Tijdens het zagen had hij steeds aan háár gedacht, aan zijn Mariposa, zijn lieve vlinder.

Heel de zomer had zij hem gezelschap gehouden, tijdens het werken in de tuin. Zij was zijn vlinder en hij was van haar gaan houden.

Toen de herfst aanbrak, zei hij, dat ze weg moest gaan, maar ze wilde niet bij hem vandaan, dus bleef ze tot de winter aanbrak; pas toen het vroor was ze bij hem weggegaan, naar warmer streken, vlinders kunnen immers niet tegen koude. Ze had hem bij het afscheid teder gekust en beloofd, dat ze terug zou komen.

In het voorjaar had hij vol verwachting naar haar uitgekeken, tot ver in de zomer had hij gehoopt op haar terugkeer, toen het herfst werd, had hij alle hoop verloren en in de winter die volgde was zijn hart bevroren. Nooit dacht hij meer aan Mariposa.

Ze had haar belofte niet gehouden, ze was niet teruggekomen en zijn hart was bevroren.

Nu zat hij daar, met "haar" boomstronk in zijn handen.

Hij herinnerde zich die ene mooie zomer; zag haar weer door de tuin fladderen, voelde weer haar "butterflykisses". Langzaam smolt het ijs rond zijn hart. Hoe had hij, destijds, kunnen denken, dat zij de vorst had kunnen overleven? Natuurlijk was ze gestorven op haar tocht naar het zuiden. Geen vlinder kan zo ver vliegen in zulke koude, eigenlijk had hij dat destijds al beseft, maar niet wíllen weten.

Hij had haar zo graag willen geloven, toen ze zei, dat ze terug zou komen en hij was zó teleurgesteld geweest, toen ze almaar niet terugkwam.

Maar nu, met de houtklos in zijn hand, besefte hij, dat ze wel degelijk teruggekomen was........

Hij schonk een glas sangria in, nam er een bord spaghetti piripiri bij, precies zoals hij dat zo vaak gedaan had in de zomer dat ze bij hem was. Hij at en dronk met smaak en daarna plaatste hij het blok hout met het hart van zijn Mariposa, in het houtvuur..............

Hij keek naar de vlammen en herinnerde zich die heerlijke zomer, tot in het kleinste détail........

De warmte, het eten en de wijn maakten hem een beetje slaperig..........

Ineens was ze daar, zijn Mariposa..........het houtblok was vergaan en Mariposa was tot leven gekomen..........Ze gaf hem vlinderkusjes, gelijk weleer............en ze zei: "Zie je wel dat ik teruggekomen ben.................."

Damma

Meer van dammabrands

↑ Terug naar de berichten