Naar de inhoud

Reisverslagen

akke.beakke.be

Archief

TURKIJE 2001 deel 1

Turkije

Antalya en Cappadocie

10 tot 17 februari 2001

Wat vooraf ging

Het was zowat 25 jaar geleden dat we beroep deden op een reisagentschap om een reis te plannen. In december 2000 stapten we het reisbureau Flash Travel in de Rondehuisjesdreef 1a te Drongen (uitgebaat door Kim Van Den Bos) binnen. We hadden toen reeds onze keuze gemaakt in een brochure van JetAir. Het zou Antalya in Turkije worden. Daarbij lieten we ons vooral leiden door de prijs (goedkoop), de te verwachte temperaturen in de maand februari, de natuurfenomenen en het culturele aspect. De reis zou doorgaan van zaterdag 10 tot zaterdag 17 februari 2001. We kiezen bewust voor een hotel buiten categorie dat gelegen is in het oude stadsgedeelte van Antalya. Daarnaast zullen we een driedaagse rondrit maken doorheen Cappadocië.

Op maandag 5 februari loop ik het reisagentschap binnen en kan ik mijn vliegtuigbiljetten en andere papieren in ontvangst nemen. Het vertrek is voorzien voor zaterdag 10 februari met het vliegtuig van 06.55 u in Zaventem. Op donderdagavond 8 februari krijgen we een telefoontje van Kim dat het vliegtuig pas zal vertrekken om 11.25 u. We moeten ter plaatse zijn om 10.00u. Indien we moesten vertrekken om 06.55 u zouden we reeds om 05.00 u moeten aanwezig zijn op de luchthaven. Een trein konden we dus niet nemen en de afspraak was dat Marijke ons met de wagen naar de luchthaven zou brengen. Godelieve zou met ons meegaan zodat Marijke niet alleen naar Gent moest terugkeren. Doordat het vliegtuig later vertrok konden we wat langer slapen en konden we gebruik maken van de spoorweg om in Zaventem te geraken.

De valiezen waren reeds in de loop van de week klaargemaakt en op onze personenweegschaal gewogen. Per persoon mag 15 kg bagage meegenomen worden. Het grootste valies weegt enkele grammen teveel en het kleinere valies enkele grammen minder dan 15 kg. We zijn dus juist aan de limiet van 30 kg voor ons twee. Naast de valiezen neemt Lea een tas als handbagage mee en ik mijn tas met videocamera.

Zaterdag 10 februari 2001 – 1ste dag

Ik heb mijn wekker om 06.00 u ingesteld maar in het vooruitzicht van de reis ben ik al wakker om 05.15 u en stap ik uiteindelijk uit bed om 05.30 u. We hebben dus nog ruim de tijd om een verfrissende douche te nemen en rustig ons vertrek voor te bereiden.

Even voor 07.00 u brengt Marijke ons met de wagen naar het Sint-Pietersstation en parkeert deze op de kiss-and-ridestrook. Marijke helpt ons om de valiezen naar het perron 11 te brengen nadat we ons treinbiljet hebben gekocht dat we betalen met mister-cash. Daar nemen we afscheid. Wegens de zaterdag is het nog vrij rustig in het station. De trein rijdt een ruime tijd op voorhand het station binnen en we kunnen op ons gemak plaatsnemen. We vertrekken om 07.24 u. We zullen dus ongeveer een uur te vroeg zijn op de luchthaven maar we hebben bewust deze trein genomen omdat die rechtstreeks naar de Nationale Luchthaven gaat zonder overstappen in Brussel. In onze wagon zitten er nog enkele andere personen die duidelijk dezelfde richting uitgaan, wat te zien is aan de labels van JetAir aan hun valiezen. Rond 09.00 u komen we aan in het station van de luchthaven, gelegen onder het luchthavengebouw. In de vertrekhal bekijken we het grote bord waarop de vertrekuren vermeld staan. Daar bemerken we al dat onze vlucht vertraging heeft en pas om 11.45 u aangekondigd is. Enkele weken terug hebben we de luchthaven verkend en kunnen dus probleemloos de balie van JetAir (bij het binnenkomen van de vertrekhal links) terugvinden. Een steward van JetAir verwijst ons naar de incheckbalies zonder echter op ons vliegtuigbiljet telkijken. We gaan maar onmiddellijk aanschuiven om onze valiezen kwijt te raken. Er staat een zeer lange rij voor de twee aangeduide balies en na enkele minuten dringt het tot mij door dat dit toch niet de goede rijen zijn waar wij staan aan te schuiven. Het nummer van de vlucht en de vliegtuigmaatschappij kloppen niet met wat er op mijn ticket staat. In die rij staat een Drongenaar aan te schuiven en ik heb nog een kort gesprek met hem. Plots verschijnt op de borden van de twee nevenliggende balies ons vluchtnummer (LFA304) en de juiste vliegtuigmaatschappij (Air Alfa). Dan maar vlug naar de andere rijen overgestapt. Wij zijn bij de eersten die kunnen inchecken en krijgen als zetelnummers 6 E en 6 F. Ik schat in dat, indien er zes zetels zijn per rij, een van onze zetels zich naast het raam zal bevinden. Onze valiezen zijn we al vlug kwijt (zonder problemen met het gewicht – op enkele grammen kijkt men nu ook weer niet) en hebben we onze instapkaart op zak. Daar we nog ruim tijd hebben lopen we een zelfbediening binnen waar enkel “vertrekkers” binnen mogen, na eerst de pascontrole gepasseerd te hebben. We drinken er elk een koffie en eten enkele broodjes (300 BEF) (we weten niet wanneer we nog iets tussen de tanden zullen krijgen). Daar ik enkel 100 en 50 US dollarbiljetten op zak heb en we in Turkije liefst met gepast geld ons visum moeten betalen (10 dollar per persoon), tracht ik nog aan een wisselloket een biljet van 50 dollar te wisselen in kleinere coupures. Dit lukt mij niet maar ik kan wel twintig dollar kopen of omwisselen met Belgisch geld. Na even naar de vertrekkende vliegtuigen te hebben gekeken passeren we de veiligheidscontrole. Ik herinner mij op dat ogenblik dat ik jaren geleden in Engeland een probleem had bij het voorbijgaan van de detectorpoort van de ferryboten. Ik had toen namelijk twee geldbeugels bij mij waarin een stalen veer zat. Bij het passeren van de poort ging het alarm af en na enig zoeken kwam ik pas tot het besef wat hiervan de oorzaak was. Ik breng dit voorval bij Lea nog eens in herinnering en vergeet daarbij dat ik in mijn broekzak net zo’n ding zitten hebben… resultaat: het alarm ging terug af. Dus jas uitgespeeld, de sleutelbos en de geldbeugel uit de zakken gehaald en ook de videocamera gaat door een speciaal detectortoestel. Uiteindelijk zijn we dan toch door de veiligheidspoort geraakt. Om de instapplaats (de poort of gate) te bereiken moeten we een eindje lopen, wat vlug gaat als men gebruik maakt van het ‘rollend voetpad”. Buiten is het zeer zonnig, geen wolkje aan de lucht en er is een goed zicht. Ganse drommen in het wit geklede mannen en vrouwen, uit een of ander Magreb-land lopen ons voorbij. Op hun kledij dragen zij een rood vlagje met links een witte ster en rechts een halve maan (het omgekeerde van de Turkse vlag). Ik vermoed dat ze op weg zijn voor een bedevaart naar Mekka. Na nog een lange tijd in de zetels te hebben gewacht mogen we het vliegtuig instappen. Ondertussen is het voorziene vertrekuur reeds lang verstreken. Het is dan 12.35 u. Bij het binnenkomen van het vliegtuig bemerken we al vlug dat Alfa Airlines een Turkse chartermaatschappij is. Per rij zijn er twee maal drie zetels. Ik zit, zoals ik vermoed had, aan het raam op de 6de rij. Van een van de laatste passagiers die aan boord komt herken ik het gezicht. Hij draagt een korte grijze baard en halflange grijze haren. Ik moet niet lang nadenken om te weten wie hij is. Ik heb geen goed cijfergeheugen maar kan mij soms jaren later nog gezichten herinneren. Na nog eens goed gekeken te hebben ben ik er zeker van dat het Fons Oerlemans is. Hij was het die jaren geleden de Atlantische Oceaan overstak met een vlot. Hij liet zich daarbij inspireren door de tocht van de Ra, een vlot bestaande uit papyrusstengels, ondernomen door Thor Heyerdahl. Een latere poging met een varende fles mislukte. Wie weet dat Oerlemans niet in hetzelfde hotel logeert van ons.

Het is 12.50 u wanneer het vliegtuig loskomt van de grond. Na ongeveer 45 minuten wordt een bescheiden voorverpakte maaltijd opgediend. Nog maar best dat het geen copieuze bedoening geworden is want de ruimte tussen de zetels is vrij smal. Wanneer ik het uitklaptafeltje naar beneden laat zit ik zowat geklemd tussen het tafeltje en mijn zetel en krijg ik een gevoel van een sardien in een blikje. Maar met enig gewriemel kan ik toch het voedsel naar binnen werken. Naast Lea zit een vrouw van Turkse origine van middelbare leeftijd. Zij zit in de zetel naast de middengang. Haar Turkse echtgenoot zit langs de andere kant van de gang. Zij is blijkbaar afkomstig van het Franssprekende gedeelte van België daar ze geen woord Nederlands kent maar haar wel probeert verstaanbaar te maken in gebrekkig Frans. Zij vertelt aan Lea dat het misschien al de 20ste keer is dat ze vliegt maar dat ze nog steeds vliegangst heeft. Zij zijn op weg naar familie in de buurt van Antalya en zullen daarna doorreizen naar Istamboel. Daar zal zij een geneesheer raadplegen omdat zij problemen heeft met haar linkeroor. Blijkbaar heeft ze, net als wij, meer vertrouwen in de dokters van eigen origine.

Na ongeveer één uur vliegen, we zien nagenoeg altijd de begane grond daar er geen wolken zijn, overvliegen we de Alpen. De aanblik van de besneeuwde bergtoppen is gewoon prachtig. De vlucht duurt 3 uur en 45 minuten. Eens de Alpen voorbij zijn is er nog weinig van de grond te zien wegens een dik wolkendek. Pas wanneer we over Turkije vliegen hebben we terug zicht op het landschap. Ondertussen verzetten we onze uurwerken (in Turkije is het één uur later) en is Lea ijverig bezig de kruiswoordraadsels in haar dik puzzelboek, die voor ze voor deze gelegenheid heeft gekocht om haar lichte vliegangst te vergeten, in het invullen. Na even rond de luchthaven van Antalya te hebben gevlogen landen we veilig en wel om 16.40 u Belgische tijd of 17.40 u Turkse tijd. Tijdens het landen was het reeds aan het deemsteren en eens op de begane grond is het volledig donker. De luchthaven van Antalya geeft een verlaten aanblik op dit uur van de dag en in dit seizoen. Het is een zeer modern gebouw dat er duidelijk op berekend is om in de toekomst veel toeristen te ontvangen. Ook moet het hier tijdens de zomer behoorlijk druk zijn. Het uitchecken verloopt vlot en ons visum (10 dollar/pp) hebben we vlug in handen. Dit laatste heeft weinig met controle op de reizigers te maken maar is eerder een commerciële zaak. Onze valiezen krijgen we zonder problemen in handen (we hadden voor alle zekerheid onze kledij over de twee valiezen verdeeld voor het geval er één valies zou zoek geraken). Aan de uitgang van het luchthavengebouw staan twee hostesses van JetAir die ons de eerste aanwijzingen geven. Het voelt hier aan alsof het een mooie warme lenteavond bij ons thuis is. Wij worden verwezen naar een klein busje (type minibus) even verderop. Eens we in het busje zitten en de bagage is ingeladen komt één van de hostesses ons verwelkomen en stopt ze ons een omslag in de handen waarop staat dat zij ons morgen om 11.15 u zal komen opzoeken in het hotel en met in de omslag het programma en vertrekuur voor de Cappadociërondreis. Ze maakt ons ook duidelijk dat we meteen miljonair geworden zijn want 1 miljoen Turkse Lira of Pond is gelijk aan 70 BEF. Het zal dus even wennen worden wat betreft het omgaan met al die nullen van het Turks geld. Na de korte begroeting vertrekken we richting hotel maar daar het reeds donker is kunnen we geen goed beeld krijgen van het moderne stadsdeel van Antalya. Uiteindelijk komen we, na een 20-tal minuten, in de oude wijk terecht van de stad die de naam draagt van Kaleici. Inzake uitzicht is deze wijk best vergelijkbaar met ons Patershol met zijn nauwe straatjes en oude, soms vervallen, huizen. Het is onmogelijk met een gewone autobus in dit stadsdeel te rijden, de straten zijn nauwelijks iets breder van een gewone wagen. Het afslaan op een van de kleine kruispuntjes vergt enige rijkunst. De smalle en karig verlichte straatjes wekken verwondering en vraagtekens op bij de acht inzittenden van het busje. Velen vragen zich af waar ze zullen terechtkomen.

Om 18.40 u stoppen we voor het hotel Alp Pasa. Het hotel heeft zijn naam niet gestolen. De eerste aanblik is gewoon overweldigend. De feeërieke verlichting en het oude maar prachtig gerestaureerde gebouw roept een romantische en oosterse sfeer op. Het hotel bestaat uit een drietal oude Ottomaanse woningen die samengevoegd werden. De kamers zijn bijna allemaal verschillend van grote en vorm. Ze hebben geen kamernummer maar dragen elk de naam van een sultan (soms moeilijk om te onthouden of wanneer men de naam om een of andere reden aan de receptioniste moet mededelen – onze kamer noemt Sultan Selim Yavuz). Vanaf de straat komt men via een van de twee toegangspoortjes op een gezellige binnenruimte in open lucht. Midden die ruimte is een klein zwembad dat ’s avond verlicht is. Ook daar (in open lucht maar onder een vooruitstekend deel) wordt het buffet klaargezet en maken de twee koks de warme gerechten klaar. Wanneer het niet te koud is kan men op deze binnenkoer eten, anders kan men terecht in het verwarmde restaurant binnen. Het valt ons onmiddellijk op dat de lichtdensiteit veel minder is dan dat wij gewoon zijn. Alle ruimtes en kamers zijn veel schaarser verlicht dan bij ons. Ook in de luchthaven liet men niet alle aanwezige lampen branden.

Aan de receptie vinden we naast een Turkse receptioniste ook nog een Nederlandstalige (Vlaamstalige) jonge dame. Later vraag ik haar van waar ze afkomstig is en blijkt dat ze geboren is in Dendermonde. De uitbater van het hotel is een Turkse Nederlander die regelmatig eens over en weer vliegt naar Amsterdam. Bij het inchecken krijgen we een soort kredietkaart waarmee we onze verbruikte dranken kunnen laten registreren om dan later, bij ons vertrek, te betalen. Blijkt dat we hier niet kunnen betalen met Visakaart maar wel met een Eurocheque. Ik wissel aan de receptie 50 US dollar en krijg er niet minder dan 33,2 miljoen Turkse Lira (TL) voor in de plaats. Onze valiezen worden naar onze kamer gebracht op de tweede verdieping. Het is een kamer van middelmatige grootte waarin nog een derde enkel bed staat dat goed van pas komt om er onze valiezen op kwijt te kunnen. De kamer kijkt uit op de binnenkoer met het klein zwembad en heeft een klein balkon die langs die kant uitgeeft. Na even aan ons verblijf te hebben gewend probeer ik eerst nog, met de telefoon op de kamer, naar Marijke te bellen. Die is echter niet te bereiken, noch thuis, noch op haar GSM. Ik bel dan maar naar Godelieve en Lucien om te zeggen dat we goed zijn aangekomen. Zij zullen dan verder Marijke verwittigen. Reeds op de luchthaven had ik moeten vaststellen dat mijn GSM hier niet werkt (de mijne werkt op 1800 MHz en hier werkt men nog met 900 MHz). Lea is de eerste om een douche te nemen maar komt tot de vaststelling dat er alleen koud water uit de kraan komt (iets wat de dag nadien op mijn vraag in orde gebracht wordt). Na mijn koude douche is het hoog tijd om te gaan eten. We stappen het schaars verlicht restaurant binnen en nemen plaats aan een tafel. De twee kelners komen zich voorstellen en zeggen hoe ze heten (de namen ben ik vergeten). Eén vraagt van waar we afkomstig zijn en wanneer we zeggen Belgen te zijn (van de Vlaams-Waalse problemen heeft men hier blijkbaar nog niet gehoord), zet hij prompt een Belgisch vlaggetje op onze tafel. Dit schijnt hier in dit hotel een traditie te zijn. De kelners zijn zeer los in de omgang en maken af en toe grapjes. We drinken elke een martini (veel keuze van aperitief is er niet – bvb geen porto) en bestellen voor bij het eten elk een halve liter plat water. Het buffet staat klaar op de binnenkoer, we moeten telkens vanuit het restaurant even naar buitenlopen naar de klaarstaande schotels. Eerst is er een ruime keuze uit voorgerechten (waarvan veel rauwe groenten en ook een heerlijke soep). Vervolgens komt het warme hoofdgerecht aan de beurt (keuze uit een vijftal warme gerechten) om dan af te sluiten met de beroemde overheerlijke zoete Turkse gebakjes en nagerechten zoals die ook bij ons in Turkse bakkerijen te vinden zijn.

Na het eten maken we een korte wandeling in de betoverende smalle en schaarverlichte straatjes in de buurt van het hotel tot 21.45 u. Omdat het kraantjeswater niet drinkbaar is koop ik nog twee flessen plat water in een winkeltje in de buurt. De vrouw verstaat geen woord Engels, Frans of Duits maar met de internationale gebarentaal lukt het ook. Ik betaal voor de twee grote flessen water 500.000 TL. Na nog even onze valiezen herschikt te hebben gaan we om 22.00 u slapen.

Zondag 11 februari 2001 – 2de dag

Half slaperig hoor ik om 06.00 u van op de omliggende minaretten (en er zijn er heel wat) de oproep tot het ochtendgebed. Vroeger klom de muezzin nog zelf in de minaret maar nu gebeurd dit doormiddel van een micro onderaan de minaret waarbij dan de oproep tot het gebed doorheen luidsprekers schalt.

Om 06.30 u sta ik op en kruip onder de, nog steeds, koude douche. Pas later merk ik dat uit de kraan van de lavabo wel warm water komt. Nadat ik dit euvel die morgen kenbaar gemaakt heb zal dit ’s avonds verholpen zijn. Terwijl Lea aan de beurt is voor de frisse wasbeurt maak ik een korte wandeling in de nog stille straatjes rond het hotel. Daar de temperatuur goed is, en met een trui aan, kunnen wij buiten ontbijten. Er zijn diverse soorten brood (de soorten die bij ons ook verkrijgbaar zijn in Turkse bakkerijen), allerhande soorten toespijs, confituur, gebakken eieren, pannenkoeken, koffie en thee. Het vers geperst sinaasappelsap moet wel afzonderlijk betaald worden.

Na het ontbijt maken we een wandeling naar de oude haven van Antalya. Bij het buitenkomen van het hotel rechtsaf en amper 300 meter van het hotel verwijderd. In een van de straatjes vind ik een winkeltje met toeristische informatie. Ik vraag er naar een stadsplan van Antalya maar de man zegt mij dat hij er zonder zit. Hij verwijst mij naar een collega een straat verder. Wanneer we daar aankomen staat die reeds klaar in de deuropening met het stadsplan in de hand (ze hadden blijkbaar reeds naar elkaar getelefoneerd). Uiteraard maakt hij van de gelegenheid gebruik om wat publiciteit te maken voor de uitstappen doorheen de streek die men bij hem kan boeken. Het valt op dat iedereen hier zeer vriendelijk is, zelfs wanneer men niets koopt.

Tegen 11.00 u zijn we terug in het hotel en stipt om 11.15 u is de hostess van JetAir aanwezig. We krijgen iets te drinken aangeboden. De nieuwe gasten worden verwelkomt en krijgen wat uitleg over de stad, de bevolking, de gebruiken en voor diegenen die morgen naar Cappadocië vertrekken worden de nodige afspraken gemaakt. Onder de nieuw gasten is ook Fons Oerlemans met zijn Nederlandse echtgenote (waarmee hij de oceaantocht ondernam). Fons vraagt aan de hostess waar hij een stadsplan kan bekomen en aangezien ik de weg weet ga ik met hem op stap om hem de weg te wijzen. Uit het gesprek dat ik onderweg met hem voer blijkt dat zijn (vroegere) bekendheid hem geen parten speelt. Het is een eenvoudig man met een open verdraagzame geest die zich voor de streken die hij bezoekt interesseert. Later op de dag heb ik met hem, wanneer ik hem en zijn echtgenote in een van de straatjes tegenkom, nog een boeiend gesprek.

Het vertrekuur naar Cappadocië is vastgesteld op 07.10 u. De hostess maakt de nodige afspraken met de receptie om voor morgenochtend lunchpakketten klaar te leggen (het ontbijt begint pas vanaf 07.30 u). Ze geeft ons ook haar GSM-nummer waarop zij dag en nacht te bereiken is in geval van problemen.

Tijdens de ontmoeting met de hostess leren we een koppel (Carine en Piet) kennen afkomstig uit Lokeren. Zij gaan mee naar Cappadocië (Oerlemans niet) en we besluiten zoveel als mogelijk samen te blijven.

Ondertussen is het tijd voor het middageten. Dit wordt opgediend (dus geen buffet) en bestaat uit een slaatje, een warm hoofdgerecht (kip, groenten, rijst en enkele frietjes) en een bescheiden dessert.

Een koppel dat hier reeds een week is en de rondrit door Cappadocië meemaakte geeft ons enkele wenken: een paar extra warme sokken meedoen voor in de Houten Moskee – omdat de grond ondanks de tapijten er koud aanvoelt).

Na het middageten maken we (zonder Carine en Piet) een wandeling naar de Hadrianuspoort (genoemd naar de Romeinse keizer Hadrianus), amper 150 meter van het hotel gelegen. Deze poort is gelegen aan de voornaamste laan van Antalya: de Ataturklaan (genoemd naar de stichter van de moderne Turkse staat, in 1923, Mustafa Kemal Ataturk). Deze laan is in het midden beplant met hoge palmbomen. Er loopt een tram via deze laan (enkel spoor – van het ene eindstation tot het andere duurt de rit amper 20 minuten ondanks de lage snelheid van het tuig – tijdens de daluren is er slechts één rijtuig in omloop – tijdens de spitsuren wordt er een tweede wagen aangekoppeld).

Wanneer we de Ataturklaan oversteken bereiken we enkele straten verder de overdekte markt, hier “bazaar” genoemd. Er is daar van alles te koop: kledij, vis, prularia en ook zoete gebakjes en snoep. Iets wat wij, Noord-Europeanen, moeten gewoon worden is het afbieden wanneer we hier iets willen kopen. Het afbieden is hier een nationale sport. Nooit mag men ingaan op het eerste bedrag dat genoemd wordt. In de regel biedt men eerst de helft van het oorspronkelijk bedrag en komt men zo naar mekaar toe. Als de handelaar wat aan de taaie kant is kan het wel eens helpen de indruk te geven verder te lopen zonder te kopen. Soms komt die achter je aan en krijg je de waar voor het bedrag dat je eerst wou geven. Maar we leren snel en na een dag is het zelfs een amusante bezigheid. Daar de batterij van mijn uurwerk niet meer werkt laat ik, na het gebruikelijke bieden, deze vervangen door een handelaar in uurwerken. Na enig gerommel in een kartonnen doosje vindt hij de gepaste batterij. Dit kost mij 1,5 miljoen TL (105 BEF – dus ongeveer de helft goedkoper dan bij ons). Bij een andere handelaar koop ik een geldbeugel (wegens de negatieve ervaring op de luchthaven) en een sleuteletui, samen voor de prijs van 5 miljoen TL (350 BEF).

Bij het terugkeren drinken we aan de Ataturklaan op een terras een fanta en een Turkse koffie. Deze laatste is amper een vingerhoed groot en men moet even het koffiedik laten bezinken. Deze uitspatting kost ons samen 1 miljoen TL (70 BEF!!!). Daarna lopen we nog even door het stadspark dat uitgeeft op de Middellandse zee. De terrasjes zitten er overvol met plaatselijke inwoners en op de tafels wordt de theekan warm gehouden doormiddel van een samowaar. In de buurt van de oude haven met een prachtig uitzicht op de baai van Antalya en het Taurusgebergte genieten we op een terras van de zonsondergang. Een deel van deze drankgelegenheid bevindt zich in de oude stadsversterking. De vier consumpties (o.a. de bekende appelthee) kosten ons 2,25 miljoen TL. Eens de zon achter die bergen zakt is het vlug donker (circa 17.15 u). De temperatuur schommelde vandaag zowat rond de 20 a 21 graden en we konden het ons veroorloven in hemdsmouwen rond te lopen. Er heerst hier een echte vakantiestemming.

Bij aankomst in het hotel is een van de personeelsleden, met een Engelse sleutel in de hand, het warm water aan het herstellen. Die avond kunnen we een warme douche nemen. Aan de receptie, in het vooruitzicht van de rondreis van morgen, wissel ik 100 US dollar om. Voor het eerst krijg ik biljetten te zien van 10 miljoen TL (700 BEF).

Na het avondeten, in gezelschap van Carine en Piet, en wat nakaarten kruipen we omstreeks 22.00 u onder de wol (in feite was het een dekbed).

Maandag 12 februari 2001 – 3de dag

Om 05.10 u staan we op, nemen we een (warme) douche en maken we alles klaar voor ons vertrek naar Cappadocië. Aan de receptie reken ik het verbruik aan drank van de afgelopen dagen af bij de nachtportier. Wij moeten namelijk volledig uitchecken en bij onze terugkomst terug inchecken. Achteraf bemerk ik dat men vergeten heeft een telefoongesprek aan te rekenen. Aan de stand waar normaal het buffet of het ontbijt klaarstaat vinden we onze lunchpakketten en staat de koffie klaar. Ook Carine en Piet zijn op post. Stipt om 07.05 u komt het kleine busje voor het hotel gereden, de bagage ingeladen en vertrekken we om 07.15 u. Dit busje brengt ons even buiten de stad naar de parking van een tankstation in de buurt van het vliegveld alwaar na vijf minuten de gewone tourbus aankomt waarin we overstappen. In de bus zitten reeds diegenen die van de andere hotels komen, gelegen aan de stranden buiten Antalya. Het zijn allemaal Belgen, deels Walen en een iets groter deel Vlamingen.

Om 08.00 u verlaten we de parking en kan onze reis naar Cappadocië beginnen. Aan boord zijn er twee Turkse gidsen, de ene spreekt Nederlands en slechts een weinig Frans, de andere Frans en enkele woorden Nederlands. In de loop van de rondreis zullen we ervaren dat we het met onze gidsen zeer goed getroffen hebben. Ze besparen zich geen moeite om ons te laten kennismaken met alle aspecten van Turkije: de bevolking, de gebruiken, de godsdienst, de economische aspecten van het land en de bezienswaardigheden. Soms praten ze een uur lang. Ze doen dit wanneer we langsheen weinig interessante delen van de reisweg rijden. Uit hun eerste uitleg vernemen we o.a. dat het uitzonderlijk is dat er geen sneeuw ligt in Cappadocië (normaal ca 20 cm), dat het afgelopen zomer (in 2000) een zeer warme zomer was waarbij temperaturen gehaald werden van boven de 50 graden en dat er toen verschillende doden vielen mede door de hoge vochtigheidsgraad (ca 90 a 95 %), dat de hoogste berg van Turkije 5.135 meter hoog is (Arovrad ook Noach genoemd), dat men hier in Turkije moeilijk een betrouwbare weersvoorspelling kan maken, dat er tijdens de zomer in Antalya meestal temperaturen heersen van 40 a 45 graden en een luchtvochtigheid van 75%, Dat er achter het Taurusgebergte tijdens de zomer meestal temperaturen voorkomen van 35 graden – dat het dus ca 10 graden frisser is dan in Antalya, dat men het bevolkingsaantal van Turkije schat op 67 miljoen en dat het land ongeveer 22 keer groter is dan België.

Via het Taurusgebergte, dat Antalya omgeeft, bereiken we Isparta om 09.30 u. Van 10.00 u tot 10.20 u houden we in Egirdir een theestop (1 miljoen TL voor 4 appelthees). Dit plaatsje is gelegen aan het meer van Beysehir.

In de bus tel ik even hoeveel personen deze uitstap meemaken. Het zijn er 30. Dit wil zeggen dat er ruimte genoeg is in de bus. Wij met ons vieren hebben ons gans achteraan genesteld. Ik heb zelfs een klein tafeltje voor mij, wat handig is om er mijn nota’s op te nemen. Onze jassen en truien kunnen we kwijt achter onze zetels.

Om 11.50 u komen we aan te Beysehir en stoppen er aan de Houten Moskee voor een bezoek (van 12.00 u tot 12.30 u). De gidsen leggen uit hoe we te werk moeten gaan. Voor de ingang (in het portaal) ligt er een tapijt. Dit mag men niet met de schoenen betreden. Net voor het tapijt moet men zijn schoenen uitdoen en stapt men rechtstreeks op het tapijt (dus niet eerst op de grond en dan op het tapijt). Dan draait men zich om en neemt men zijn schoenen op die dan, hetzij op een boord in het portaal, hetzij achteraan op houten plankjes in de moskee kwijt kan. Deze regel heeft twee aspecten: 1. uit eerbied, 2. voor de netheid – diegenen die er komen bidden buigen met het voorhoofd tot op het tapijt. De vrouwen moeten ofwel een lange broek dragen of een lange rok die de benen gans bedekt en bedekken ook het hoofd doormiddel van een hoofddoek. Niettegenstaande de helderklare uitleg van de gidsen zijn er toch enkele domme onverlaten die, wanneer ze hun schoenen bij het buitenkomen willen aantrekken, deze op het tapijt zetten. Op het ogenblik dat we in de moskee zijn is het net middaggebed (de vijf dagelijkse gebedstonden duren telkens amper 10 minuten). In het midden van het dak is er een opening waar doorheen men tijdens de winter de sneeuw liet naar binnenvallen die dan in een diepe put terechtkwam. Deze sneeuw volstond doorgaans om het dorp de ganse zomer van ijs te voorzien.

Enkele kilometers van de Houten Moskee vandaan, in Beysehir dus, stappen we een eenvoudig restaurant binnen voor het middagmaal. In het hotel Alp Pasa hadden we vol pension maar op de rondreis is het middagmaal niet inbegrepen. In het restaurant heeft men er een goed systeem op bedacht om ons te laten kiezen uit een 5-tal gerechten. Van het Turks heeft niemand van ons kaas gegeten, laat staan dat we een menukaart kunnen lezen en begrijpen. Men zet een voorbeeld van al de te verkrijgen gerechten op één grote schotel en daarmee komen de kelners langs de tafels. Zo kunnen we op een eenvoudige wijze aanduiden wat we verkiezen. Waarschijnlijk was dit een idee van de gidsen, die deze rondrit reeds ettelijke keren deden, om alles vlot en snel te laten verlopen. Voor een bedrag van 4 miljoen TL krijgen we soep, een viertal kroketten (waarvan twee met fetakaas), ciskebab met rijst en enkele frietjes, brood naar wens en fruit als dessert. Voor de twee drankjes betalen we 500.000 TL. Dus kost ons de bescheiden (maar voldoende) maaltijd ons 9,5 miljoen TL voor twee personen (ca 600 BEF). De maaltijd duurt van 12.30 u tot 14.00 u. Voor het restaurant kopen we aan een stalletje 3 prentkaarten voor 250.000 TL(17,5 BEF). Tussen het fruit van het dessert ligt een ons onbekend voorkomende fruitsoort. Ik vraag uitleg aan onze gids en het blijkt hier om stukjes doodgewone pompoenen te gaan die in suikerwater waren gedrenkt en een beetje op gekonfijt fruit doen denken. Ik wil nog twee grote flessen plat water kopen voor op de kamer deze avond maar de flessen die op straat klaarstaan zijn van het restaurant. De buschauffeur ziet mijn vergissing, neemt het geld uit mijn hand en loopt naar een winkel in de buurt om er twee flessen water te kopen.

Omstreeks 15.30 u bereiken we de stad Konya alwaar we een sanitaire stop houden van 15 minuten. Ondertussen vertelt de gids een en ander over deze stad. Konya is een conservatieve moslimstad. Alcohol is er in de winkels of restaurants niet te krijgen. Maar in de beslotenheid van de huiselijke kring wordt er heimelijk gedronken…en veel zelfs. Van het totale verbruik in Turkije van Raki (alcoholische anijsdrank) neemt Konya ongeveer 35% voor haar rekening. Officieel kan de burgerlijke overheid geen drankgelegenheden weigeren. De Islam is hier geen staatsgodsdienst en is sinds Ataturk streng gescheiden van de staat. Wel kan de burgemeester (is hier een conservatieve moslim) drankgelegenheden verbieden in de buurt van scholen en moskeeën. Maar als men weet dat er in iedere straat bijna een school of een moskee staat ligt het voor de hand dat men hier praktisch geen drankgelegenheden vindt waar men alcohol kan verbruiken. Daar de staat geen geld ter beschikking stelt van de eredienst en ook het religieus personeel niet betaalt moeten de gelovigen zelf het geld ter beschikking stellen. En dat doen ze dan ook, wat goed te zien is aan de vele nagelnieuwe minaretten en moskeeën.

Het laatste stuk van de reis verloopt over een desolaat, verlaten en vlak steppegebied. De kleinere dorpen geven een verarmde indruk en toch zijn de daken van bijna ieder huis uitgerust met zonnepanelen en een reservoir voor warm water.

Onderweg vertellen de gidsen heel wat over de bevolking, de economie en de volksgebruiken. Zo vernemen we dat een doorsnee ambtenaar (politieagenten e.d.m.) ca 10.000 a 12.000 BEF per maand verdient. Het minimumloon in Turkije is vastgesteld op 9.000 BEF per maand. Om in een stad zoals Antalya te kunnen overleven moet men zowat 40.000 a 45.000 BEF per maand verdienen (om de huishuur en de andere kosten te kunnen betalen). Men is dus nagenoeg verplicht met twee te werken en samen te wonen of gehuwd te zijn. En dan kan men nog niets sparen. Eens men een universitair diploma of een diploma van de hoge school op zak heeft behoort men tot de toplaag van de bevolking en kan men een leefbaar inkomen verkrijgen. Anders is het gesteld op het platte land. Daar kan men, wegens de lagere levensstandaard, met een inkomen van 9000 a 10.000 BEF ruimschoots volstaan en kan men er zelfs nog behoorlijk van sparen. De soms armoedig uitziende huizen op het platte land zijn meestal voorzien van een koelkast, een televisietoestel, een elektrische wasautomaat e.d. De ogenschijnlijke weelde in de steden en de even ogenschijnlijke armoede op het platte land moeten dus gerelativeerd worden. Schijn bedriegt hier.

Het onderwijs is hier gratis. De scholieren en hogeschoolstudenten lopen allen in een soort uniform gekleed (lagere scholen in een helderblauw uniform).

Wat het bezoek aan de moskeeën betreft is het net zoals hier. Er is een duidelijk merkbare terugloop van gelovigen in de moskeeën, vooral in de steden, net zoals het kerkbezoek bij ons. Wel wordt er nog een beroep gedaan op de eredienst bij de voornaamste fasen in het leven zoals de besnijdenis, het huwelijk en het overlijden. Veel Turken noemen zich gelovig maar zijn niet meer praktiserend. Onze gidsen zijn duidelijk van het modernere type en hebben een open geest. Ze relativeren heel wat zaken i.v.m. de Islam en het geloof. Dat men de regels uit de Koran niet altijd even stipt volgt blijkt uit het volgde voorbeeld. Een jongeling wordt uitgenodigd op een feestje thuis. De gastheer zegt dat er die avond alcoholische dranken zullen verbruikt worden. Dit is voor de uitgenodigde geen probleem. Dan zegt de gastheer dat er een buikdanseres aanwezig zal zijn. Ook geen probleem. Plots zegt de gastheer dat er die avond buiten het gewone voedsel ook varkensvlees zal gegeten worden. Bijna steeds is dit het breekpunt waarop de gast zal afhaken. Niettegenstaande de regels van de Koran even streng zijn inzake het gebruik van alcohol en het eten van varkensvlees worden die regels duidelijk anders geïnterpreteerd (Dit voorbeeld komt van onze gidsen).

Hoe gaat men te werk wanneer een jongen op zoek is naar een meisje om te huwen? Eens men de twee voornaamste stappen van de volwassenheid achter de rug heeft, de besnijdenis en de legerdienst, geeft een jongen aan zijn moeder te kennen dat hij zou willen trouwen. De moeder zoekt een aantal huwelijkskandidaten waarbij ze zich onder andere laat leiden door de eerbaarheid van de kandidaten en of ze al dan niet uit een bemiddelde familie komen. Eens een aantal kandidaten gevonden zijn gaan de ouders samen met de jongen, die zich in zijn beste kostuum heeft gestoken, op familiebezoek. Na wat gegeten en gepraat te hebben wordt er thee gedronken. Dit is de belangrijkste fase van de avond. Hoe weet de jongen nu dat het meisje hem aanvaart? Simpel, de huwelijkskandidate is diegene die de thee klaarmaakt. Wanneer er suiker in de thee van de jongen is wil dit zeggen dat het meisje de jongen aanvaardt.

Ook kan men in de woning zien dat er daar huwbare meisjes wonen. Op de schouw staat dan een lege glazen fles (geen plastiek). Indien er twee huwelijkskandidates zijn staan er twee lege glazen flessen op de schouw, enz.

In Aksaray houden we een laatste stop aan een Shellstation van 17.15 u tot 17.35u. We verbruiken er drie broodjes en 2 cola’s (1,7 miljoen TL) en voor het eerst moeten we hier betalen voor het gebruik van de toiletten (150.000 TL = 10,5 BEF).

De ganse dag was het zonnig en goed weer (in de bus in hemdsmouwen, daarbuiten soms met een trui aan).

Om 18.45 u komen wij aan in het hotel waar we twee nachten zullen doorbrengen: het Hotel Altin Öz in Nevsehir (onder de s moet er nog een staartje zoals bij François hangen). Het is een 4 **** hotel. Het inchecken verloopt vlot dank zij de medewerking van de gidsen. Op onze valiezen wordt het nummer van onze kamer (102) aangebracht en die worden dan door een heuse piccolo in livrei naar de kamer gebracht. De slaapkamer is zeer luxueus en dermate groot dat men er gerust met een fiets in kan rondrijden. Ze bevat naast de ruime badkamer met ligbad en douche nog: een dubbel bed, een tafel met twee stoelen, een brede divan, twee zetels met tafeltje en een grote kaptafel. Een venster geeft uit op de straat (geen lawaai wegens de isolatie) en een kleiner raam op de centrale inkomhal. Het enige probleem is dat de verwarming hier een beetje te hoog staat en we vinden nergens een knop om deze te regelen. Dan maar het venster, op zijn Amerikaans, open gezet. Ik bel nog even naar Marijke en verneem van haar dat alles in orde is thuis.

We hebben die dag circa 650 km afgelegd.

Na de gebruikelijke kamerrituelen gaan we om 20.00u, samen met Carine en Piet, eten in het ruime restaurant. Ook hier is alles in buffetvorm. Het drinken rekenen we meteen na het eten af (twee maal spa = 2 miljoen TL). Aan een andere tafel probeert een oudere dame de kelner ertoe te bewegen de dranken per persoon af te rekenen maar er heerst daar een Babylonische spraakverwarring en het duurt minutenlang vooraleer de rekening betaald geraakt.

Na het eten praten we samen met Carine en Piet nog wat na in de bar onder het drinken van elk een appelthee (1,5 miljoen TL).

Dinsdag 13 februari 2001 – 4de dag

Ik sta op om 05.45 u. Reeds om 05.30 u werd ik gewekt door de oproep tot het morgengebed van op de omliggende minaretten. Na de gebruikelijke badkamerrituelen loop ik even tot buiten het hotel. Het voelt fris aan daar het slechts ca 0 graad is. Om 7.00 u kunnen we reeds aan het ontbijtbuffet en om 8 u zijn we paraat voor de rondrit in de buurt van Nevsehir. We zullen vandaag slechts ongeveer 70 km afleggen.

Om 08.15 u komen we aan te Uchisar. We bekijken er de vallei met de zachte tufstenen kegels waarin grotwoningen werden uitgehouwen. Dit natuurfenomeen werd veroorzaakt door de erosie. Op iedere kegel ligt een hardere basaltsteen. Wanneer de erosie verder schrijdt en de basaltsteen van de kegel valt betekent dit meestal het einde van de tufstenen kegel die dan, na een verloop van honderden jaren volledig wegslijt. Het uitzicht over de vallei, met op de achtergrond de opgaande zon, is gewoon prachtig.

Na dit bezoek stappen we terug in de bus en rijden enkele honderden meters verder om er een bezoek te brengen aan een werkhuis waar men onyxstenen verwerkt. Er wordt aldaar een en ander gedemonstreerd o.a. hoe een ei doormiddel van een draaibank wordt gemaakt en daarna gepolijst. Kleinere stenen worden in gouden hangers of ringen gezet. Er bestaan onyxstenen van verschillende kleuren en hardheden al naar gelang op welke diepte ze in de grond gevonden worden. Telkens er als demonstratie iets wordt gemaakt wordt er een vraag gesteld en diegene van de groep die het juiste antwoord weet krijgt het voorwerp gratis mee naar huis. Ook worden er hier zaken uit het zachte meerschuim gemaakt zoals pijpen. Op het einde van de rondleiding komen we in een toonzaal terecht alwaar de mogelijkheid geboden wordt de er geproduceerde zaken te kopen. Lea is geïnteresseerd in een ring en een hangertje waarin een blauwe onyxsteen werd verwerkt. We vragen de prijs hiervan en de twee zouden ons 15.000 BEF kosten. Ik herinner me opeens dat ik nog niet afgeboden heb en we komen met de verkoper uiteindelijk overeen voor een bedrag van 14.000 BEF. Er wordt ons daarbij een certificaat afgeleverd. Ondertussen, zoals dit gebruikelijk is bij een min of meer belangrijke aankoop, wordt ons een appelthee aangeboden. Ik betaal het verschuldigde bedrag doormiddel van mijn Visakaart. De ring moet echter nog aangepast worden maar dit duurt amper 5 minuten. We verlaten de werkplaats om 10.10 u.

Vervolgens gaat het naar Kaymakli alwaar we een ondergrondse stad gaan bezoeken. Deze ondergrondse stad werd eeuwen geleden uit de zachte tufstenen ondergrond uitgehouwen en bestaat uit verschillende verdiepingen. In tijden van oorlog kon de bevolking hierin schuilen en konden de ingangen afgesloten worden doormiddel van grote ronde steden die gemakkelijk van binnenuit konden verrold worden. Van buitenaf konden de ronde stenen nagenoeg niet geopend worden daar de indringers dit moesten doen in een ongemakkelijke houding en vanuit een zeer smalle gang. Om van de ene verdieping naar de andere te gaan moeten we gebukt doorheen een zeer smalle gang, de een na de andere. Bij een van die verplaatsingen loopt Lea net achter de gids aan en komt als een van de eersten in een grotere ruimte terecht. Daar zegt de gids: “en nu goed kijken naar de televisie”. Hij wijst daarbij naar een vierkante opening in de wand die op een televisie lijkt en waardoor men de achteropkomende bezoekers in een komische gebukte houding doorheen de smalle gang ziet wurmen. Met een luid gelach voor gevolg van diegenen die eerst aangekomen zijn. Het bezoek aan de ondergrondse stad duurt van 10.30 u tot 11.45 u. Aan de uitgang kopen we aan een van de traditioneel aanwezige stalletjes twee prentkaarten voor 200.000 TL.

De verdere reisroute loopt via een verlaten orthodoxe stad op de flank van een heuvel. Daar houden we even halt. Het is dan 12 u. Bij het uitsappen van de bus worden we omringd door een groep kinderen die voor de middagpauze onderweg naar huis zijn. Allen zijn netjes gekleed in hun helderblauwe uniformen. Wanneer Piet en Carine op zoek gaan naar snoep vinden ze nog enkele pakjes kauwgom in hun tassen. De handjes grijpen gretig de kauwgom. Er zijn er blijkbaar bij die over drie handen beschikken.

Het middagmaal gebruiken we in Uchisar, aan de rand van de prachtige Göremevallei. Alles verloopt hier zeer vlot wegens de buffetvorm. Het middageten samen met twee cola’s kost ons 11 miljoen TL (ca 1050 Bef). We verblijven er van 12.30 u tot 13.45 u.

Vervolgens gaat de trip naar de Göremevallei zelf alwaar we een bezoek brengen aan het openluchtmuseum. In de tufsteen werden ganse kloosters uitgehouwen. We bezoeken er enkele kleine Orthodoxe kerken. Binnenin mag men niet fotograferen noch filmen maar het is daar zowat gelijk bij ons: als de bewakers het niet zien mag men alles.

Daarna gaat de rondrit verder in de richting van Zelve. Onderweg stoppen we nog even om enkele grillig gevormde tufsteenkegels te bekijken. Aan een van de stalletjes aldaar kopen we een T-shirt voor Marijke. De verkoper geeft niet gemakkelijk af maar na een rondje hard onderhandelen krijgen we het kledingstuk mee voor de prijs van 2,5 miljoen TL.

Onze laatste stop is het tapijtenpaleis (zo noem ik het wegens de grote luxueuze zalen vol met tapijten) van Zelve. Hierin is een school gevestigd waar de meisjes en vrouwen uit de omgeving de stiel van het tapijtknopen aanleren. Het tapijtknopen door de “afgestudeerden” gebeurt thuis. We krijgen er enkele demonstraties te zien van het tapijtknopen. We leren hieruit dat er drie soorten tapijten bestaan: wol op een ondergrond van wol, wol op een ondergrond van katoen en zijde op een ondergrond van zijde. Volgens de perfect Nederlands sprekende gids van de school bestaat een tapijt van zijde op wol niet. De zijdedraad zou in dit geval de wollen ondergrond doorsnijden. Ook wordt er gedemonstreerd hoe de zijdedraden gesponnen worden. Tenslotte worden we in een grote ruimte gebracht waar men ons tientallen tapijten toont die aldaar kunnen aangekocht worden. Ik bemerk dat deze tapijten gelood zijn en vraag aan de gids waarom. Het antwoord is simpel: wanneer deze tapijten uitgevoerd worden is dit het bewijs voor de douane dat het geen oude tapijten zijn. Het is namelijk ten strengste verboden antiek uit te voeren. Het mooiste tapijt dat we te zien krijgen, onder het drinken van de gebruikelijke appelthee, is er een van een bekende tapijtweverfamilie uit de buurt. Deze familie haalde ooit het Guinesrecordboek met het hoogste aantal knopen per vierkante centimeter. Op het tapijt is een soort boom van Jesse afgebeeld en bovenaan is de naam van deze familie aangebracht. De kostprijs: 1.5 miljoen… maar dan Belgische frank. Er werd aan dit tapijt ongeveer 12 maand gewerkt.

Het bezoek aan deze instelling duurt van 16.30 u tot 17.55 u. Ondertussen is het reeds donker geworden en is het tijd om ons hotel in Nevsehir op te zoeken. We komen aldaar aan om 18.30 u.

Wanneer ik even mijn rekening maak blijkt dat we tot nu toe amper ongeveer 2.225 BEF hebben uitgegeven (buiten de 20 US dollar voor de visums en de 14.000 BEF voor de sierraden). Die avond wissel ik aan de receptie van het hotel een biljet van 50 dollar om in Turkse Lira.

In de namiddag kreeg Lea wat problemen met diarree maar door wat gepaste medicatie is het euvel ’s anderendaags opgelost. Het is niet duidelijk wat hiervan de reden is (wat opgewonden? een lichte besmetting?). Om die reden blijft Lea op de kamer terwijl ik met het koppel Carine en Piet ga tafelen tot omstreeks 21.00 u. Die avond is er mogelijkheid om een Turkse avond bij te wonen. De bus, waarmee we de rondrit maken, zal de geïnteresseerden, een kwartier ver, ter plaatse brengen. Omstreeks middernacht zal er teruggekeerd worden naar het hotel. Gezien de omstandigheden en omdat we stilaan wat vermoeid geraken besluiten we hieraan niet deel te nemen. Om 22.00 u gaan we slapen na eerst nog even de videobeelden, die we tot nu toe gefilmd hebben, bekeken te hebben.

Woensdag 14 februari 2001 – 5de dag

Een wekker heeft men hier niet echt nodig. Het wekken gebeurd meestal door de luide klanken die van de omliggende minaretten komen (rond 05.30 u). Om 05.30 u sta ik op en na een douche loop ik even tot buiten het hotel. Er valt natte sneeuw die wanneer hij op de grond terechtkomt overgaat naar regen. Na het ontbijt, om 07.15 u, worden de koffers naar beneden gebracht door een piccolo. Het is wel even uitkijken geblazen dat onze koffers in de juiste bus terechtkomen. Er is hier namelijk nog een andere groep landgenoten die met een gelijkaardige bus en met dezelfde Turkse reisorganisatie (Tantur) op rondreis zijn. Maar alles verloopt vlot en Lea is ook van haar diarree verlost. Om 08.14 u vertrekken we voor een trip van ongeveer 550 km terug naar Antalya. Even buiten Nevsehir kunnen we genieten van een prachtig besneeuwd landschap. Nog voor ons vertrek is het opgehouden met regenen.

Van 09.45 u tot 10.35 u bezoeken we de karavanserai van Sultanhani. Dit was een overnachtingplaats voor de karavanen. Even voordien zijn we reeds enkele vervallen karavanserai voorbijgereden. Deze van Sultanhani is volledig gerestaureerd. De verkleurde stenen zijn origineel en de witte stenen zijn afkomstig van de restauratie. Terwijl de groep bijna volledig buiten is ontdekken Piet en ik in de hoek van het binnenplein, naast de poort, een ruimte waar niemand naar binnen ging. Het was nochtans een van de voornaamste ruimten van het ganse gebouw. Binnenin zien we een stenen verhoging met er achter een goot die uitgeeft in de buitenmuur. Wij komen tot de slotsom dat dit een gemeenschappelijk toilet geweest is en de afvalstoffen via de goot en de buitenmuur buiten het gebouw werden gevoerd.

Wanneer we buiten de poort van de karavanserai komen staat er een klein meisje dat probeert wollen sokken te verkopen. Ze heeft op haar hoofd een soort hoofddeksel dat aan de smurfen doet denken. Ze is zo schattig dat Lea het niet kan laten haar een bankbiljet toe te stoppen.

Langs de overzijde van de straat stapt de ganse groep een drankgelegenheid binnen en wij bestellen er een appelthee en voor Lea een cola (het is echte Coca-Cola). De coca wordt uit een koelkast gehaald en ik vraag aan de kelner, met tussenkomst van onze gids, een niet gekoelde coca. Wanneer onze gids het antwoord van de kelner hoort begint hij onbedaarlijk te lachen. Hij vertelt ons dat de koelkast in feite niet werkt en dat de blikjes coca die buiten liggen nog kouder zijn wegens de nachtelijke vriestemperaturen. Dan heeft Lea maar de koude, zogezegd niet-gekoelde, drank opgedronken.

Om 11.50 u komen we aan in de stad Konya en we zullen er blijven tot 13.00 u. We bezoeken er het Mevlanamuseum dat ondergebracht is in het gewezen klooster van de draaiende Derwisjen. De orde is gesticht door de Islamfilosoof Mevlana. Daar de orde zeer conservatief was werd ze door Ataturk afgeschaft en verboden. Nu kan men enkel nog de draaiende Derwisjen aan het werk zien tijdens het festival dat ieder jaar in december wordt gehouden. De uitvoerders gaan echter niet meer zo ver dat ze in trance gaan. In het hoofdgebouw van het museum bevind zich de begraafplaats van Mevlana en zijn opvolgers. Alhoewel het geen moskee is worden uit respect ook hier de schoenen uitgedaan. Terug bemerk in enkele onverlaten uit onze groep die plomp met hun schoenen op het voor het gebouw liggend tapijt gaan staan. Het deel waarin Mevlana begraven ligt is bekleed met goud en is indrukwekkend. Het museum bezit tevens een stukje baard van Mohammed. Heel wat bedevaarders naar Mekka komen hier vooraf even bij de relikwie bidden. Recht tegenover het museum ligt de begraafplaats van Konya. Wij lopen er even binnen. Net zoals in andere steden komen we hier enkele bedelende vrouwen tegen.

In een restaurant aan de rand van de stad gebruiken we het middagmaal dat bestaat uit een pangerecht van rundvlees (soort van platte wok). We betalen hiervoor met inbegrip van de drank 9,5 miljoen TL.

Het laatste stuk van onze trip loopt via het hoge Taurusgebergte. De hellingen zijn zo steil dat onze bus het soms moeilijk heeft. Hoe hoger we klimmen des te meer sneeuw er op de hellingen ligt. Op het hoogste punt van onze route stoppen we even en wordt er een heus sneeuwballengevecht gehouden. Onder de sneeuw is de grond nogal modderachtig en zorgt er voor dat sommigen met goed bevuilde schoenen de bus moeten instappen. De grond is hier meestal roodbruin gekleurd wegens het hoog bauxietgehalte. Wij rijden dan ook enkele aluminiumfabrieken voorbij.

Onze laatste stop houden we aan een tankstation tussen 16.10 u en 16.25 u. Daar het gebruikelijk is de gidsen en de chauffeur wat drinkgeld toe te stoppen en ik slechts bankbiljetten bij heb met een hogere waarde, wissel ik wat in kleinere coupures.

De eersten die hun bestemming bereiken worden aan hun hotel afgezet. Het betreft hier het Hotel Dedeman, een viersterrenhotel, buiten Antalya gelegen. Het is daar een ware heksenketel. Blijkbaar is hier een of ander hoogwaardigheidbekleder op bezoek want het krioelt er van de politiemannen en officiële wagens (met een vlagje op).

Omstreeks 20.00 u komen we aan in ons hotel, Alp Pasa, in de wijk Kaleici van Antaya, nadat we onderweg overgestapt zijn in een klein busje. Bij onze aankomst laat de vermoeidheid zich goed voelen. Terug worden onze valiezen naar onze kamer gebracht door een personeelslid. Dit keer logeren we in een kamer (Yasmina) die rechtstreeks uitgeeft op het binnenplein en hoeven we geen trappen te doen. Eens binnen in de kamer vallen we van de ene verbazing in de andere. Het is een zeer klein kamertje en we hebben alle moeite om er onze twee grote valiezen in kwijt te kunnen. Maar met een beetje goed wil lukt het toch en we zullen er wel aan wennen. Maar wat me het meest stoort is dat wanneer ik de badkamer goed bekijk de tegels aan de wand en de vloer nog vol hangen met verse voegcement. Nu gaat er bij mij een licht op. Net voor ons vertrek had ik gezien dat men deze kamertjes aan het opkalfateren was (herschilderen en de badkamers voorzien van nieuwe wandtegels). Ik ga mijn beklag maken aan de receptie en moet alle registers opentrekken om de receptioniste duidelijk te maken wat er aan de hand is. Terwijl we aan het avondmaal bezig zijn toont men toch zijn goede wil en wordt er een poging gedaan het meeste voegcement te verwijderen. Ik neem mij voor om morgen de hostess van JetAir op haar GSM op te bellen en mijn beklag te doen.

Die avond gaan we onmiddellijk na het avondeten slapen.

Donderdag 15 februari 2001 – 6de dag

We staan op om 7.30 u en nemen vooraf een douche. Dit ritueel hadden we gisterenavond overgeslagen wegens de vermoeidheid. Om 08.45 u gaan we samen ontbijten en hierna bel ik, het is dan even na 9.00 u, naar de hostess van JetAir om haar het probleem voor te leggen. Zij verwijst me naar de receptie van het hotel en wanneer het probleem niet opgelost kan worden zal zijzelf tussenkomen. Zij moet toch naar het hotel komen om de nieuwe gasten, die gisteren vanuit België aankwamen, te begroeten. Gisteren had ik nog geprobeerd een andere kamer te krijgen maar alle kamers waren bezet. Aan de receptie heb ik het geluk door een vriendelijke dame te woord gestaan te worden die perfect Duits spreekt. Zij verontschuldigt zich en zegt dat onze kamer pas gisteren in de namiddag kon afgewerkt worden en dat men de voegcement nog niet met een vochtige doek mocht reinigen. Zij belooft ons ten stelligste dat alles in de loop van de dag in orde zal komen (wat dan ook gebeurd). Ook de gebroken spiegel in de badkamer zal vervangen worden.

In de voormiddag maken we een wandeling in de buurt en naar de haven. Daar we met Carine en Piet afgesproken hebben gezamenlijk een of andere bezienswaardigheid te bezoeken maken we van de gelegenheid gebruik een verkenning te doen. We ontdekken een taximaatschappij die uitstappen doet naar de Dûdenwatervallen. Bij onze terugkomst aan het hotel willen Carine en Piet net vertrekken naar de bazaar waar wij reeds eerder deze week waren. We besluiten met hen mee te gaan. Daar gaan we ons terug te buiten aan de nationale sport, namelijk het afbieden. Wij kopen er een pull waarvoor men eerst 11 miljoen TL vroeg doch waarvoor we een prijs kunnen bedingen van 6,5 miljoen TL. Regelmatig vragen de verkopers ons van waar we afkomstig zijn. Wanneer een verkoper hoort dat we van België komen noemt hij prompt de naam Eddy Wally. Blijkbaar is de Ertveldse voice of Europ hier ook bekend.

Tijdens het middagmaal spreken we met Carine en Piet af de uitstap naar de Düdenwatervallen te ondernemen. Het is droog weer en het is licht bewolkt. Voor morgen is er kans dat het gaat regenen. Dus is het nu het moment om de uitstap te doen. Na het middageten nemen we een half uurtje platte rust en vertrekken we aan het hotel om 14.15 u met onze compagnons. Een bord aan de taxistandplaats geeft aan dat het 30 Duitse mark kost voor de uitstap naar de Düdenwatervallen. We vragen hoeveel het kost voor de rit met inbegrip van de Kursunluwatervallen. De chauffeur zegt dat het 18 miljoen TL is. Na enig afbieden komen we overeen dat de rit ons 17 miljoen TL zal kosten (voor de vier personen). Met drie volwassene achteraan in de taxi is het wat eng, maar het gaat. De chauffeur vraagt ons waar we eerst naartoe willen en wij zeggen dat hij eerst het minst mooie van de twee mag aandoen. Het simpele antwoord van de man is dat beiden even mooi zijn. We besluiten dan maar eerst de Düdenwatervallen te bezoeken. Even buiten Antalya bereiken we dan de voornoemde watervallen en wacht de chauffeur op ons geduldig op een parkeerplaats. Hij maakt ons duidelijk dat we ons niet moeten haasten. We genieten uitgebreid van het natuurfenomeen en drinken bij het buitenkomen een thee.

Vervolgens gaat het met de taxi naar de heel wat verder afgelegen Kursunluwatervallen. De chauffeur maakt een omweg via een primitief dorpje waar heel wat serres met tomaten staan. Onderweg zien we hier en daar meer dan mensenhoge cactussen staan langs de weg. Na een uitgebreid bezoek aan de watervallen vinden we de geduldig wachtende chauffeur terug op de parking aan de ingang. Hij vraagt ons welke van de twee watervallen het mooiste is en ook wij moeten het antwoord schuldig blijven. Ik vraag op de terugweg even te willen stoppen om een grote cactus te kunnen filmen maar hij zegt dat hij via een andere weg zal terugkeren. Speciaal voor ons keert hij even terug om aan het gevraagde te kunnen voldoen. Het is al 17.45 u wanneer de man ons aan het hotel laat uitstappen. Ik besluit hem zijn geduld en dienstvaardigheid te belonen en betaal met plezier de eerst gevraagde 18 miljoen TL. Zijn tevredenheid is zo van zijn gezicht af te lezen.

Na een verfrissende douche gebruiken we bij het avondeten een fles rode Turkse wijn. De prijs hiervoor is 5,5 miljoen TL.

Vrijdag 16 februari 2001 – 7de dag

We staan op om 07.00 u en gaan ontbijten om 07.45 u. Vandaag is het wat frisser dan de vorige dagen. We moeten vaststellen dat we tot nu toe nog geen enkele druppel regen gehad hebben. En we zullen Turkije verlaten zonder nog regen te zien. Toen het ’s nachts regende in Nevsehir was het reeds opgehouden wanneer we met de bus op pad gingen. Vandaag is het bewolkt en over het Taurusgebergte hangen wat donkere wolken. Tegen de middag zullen er drie druppels vallen maar die maken niet eens de straten nat. Toen we afgelopen dinsdag op rondreis waren zou het hier in Antalya met bakken uit de lucht gevallen hebben. Dit is dus duidelijk aan ons voorbij gegaan.

Om 9.00 u nemen we de tram in de richting van het Antalyamuseum. Daar is het ene eindstation van de tram. Deze rijdt op een enkel spoor en slechts op een plaats, halfweg, werd een dubbel spoor aangelegd om de tram, die uit de andere richting komt, te laten kruisen. Tijdens de daluren rijdt hier slechts één tram op gans het traject en dan meestal een stel dat slechts uit één wagon bestaat. Tijdens de spitsuren wordt er nog een wagon aangekoppeld en zo nodig kan er nog een tweede stel rijden in tegenover gestelde richting. De kostprijs voor een rit is 150.000 TL (ca 10 BEF). Hoe men dit financieel kan rond krijgen is mij een raadsel. Neem nu bijvoorbeeld een stel dat uit twee wagons bestaat. Dit heeft een bestuurder en bovendien is er in iedere wagon een ontvanger. De tram rijdt zeer langzaam en zelfs dan duurt het volledige traject van het ene eindstation naar het andere slechts een twintigtal minuten.

Voor ons komt een netgeklede heer zitten. Hij begint ronduit te vertellen (in het Engels). Het blijkt een gepensioneerd leraar te zijn van een hogeschool (geen universiteit). Hij heeft een woning in Istamboel en ook een optrekje in Antalya. Tijdens de winter verblijft hij hier en tijdens de zomer in Istamboel. Tijdens de zomer vindt hij het in Antalya te warm (vorige zomer was het hier meer dan 50 graden!) en zouden dan de temperaturen in Istamboel dragelijker zijn. Waarschijnlijk net zoals alle stedelingen vindt hij zijn stad Istamboel de mooiste stad ter wereld. Volgens hem heeft deze stad niet alleen interessante gebouwen maar ook nog een behoorlijke brok natuur. Op mijn vraag welke lessen hij doceerde antwoordt hij o.a. Engels (was duidelijk te horen wegens zijn correcte uitspraak). Aan het eindstation stapt hij samen met ons uit en wijst ons de goede richting aan voor het museum. Hij drukt ons op het hart dat we beslist eens Istamboel moeten bezoeken.

Ter plaatse besluiten we het museum in de namiddag te bezoeken. We lopen wat verder van het stadscentrum vandaan en komen dan aan de eerste grote hotels die zicht hebben op het strand en de Middellandse Zee. Wel moeten de hotelgasten, wanneer ze naar het strand willen een afdaling doen van ongeveer een 50-tal meter.

Daar de tram toch zo goedkoop is rijden we vervolgens het ganse traject af tot aan het andere eindstation. Daar is er niets merkwaardigs te zien. In een drankgelegenheid drinken we elk een citroenthee (de appelthee is blijkbaar uitgeput). Ook hier hebben de kelners dezelfde gewoonte zoals overal in Turkije (ook in onze hotels hebben we dit moeten ervaren). Eens men gedaan heeft met eten, vooral als je bord leeg is, is het blijkbaar een nationale sport om het bord zo vlug als mogelijk af te dienen. Op een keer zat Piet nog met mes en vork in de hand het laatste restje voedsel te kauwen wanneer reeds zijn bord werd weggenomen. We maakten er op de duur een spelletje van om te raden hoeveel seconden het zou duren vooraleer de borden werden afgediend.

Vervolgens nemen we de tram in de andere richting en stappen af aan de Hadrianuspoort op de Ataturklaan. We slenteren wat door de winkelstraatjes en komen terecht aan de geribde of gekartelde minaret. Ik kan het niet laten de grote moskee aan de overzijde even binnen te stappen na eerst de schoenen te hebben uitgetrokken. Het is er net gebedstonde en de imman is bezig een soort donderpreek aan het afsteken (althans dit veronderstel ik want ik begrijp er geen jota van). Eens buiten vertelt mij een handelaar dat het vandaag een “heilige dag” is, een van de tientallen die de Islam kent.

Onderweg naar hier komt er, schijnbaar toevallig, een wandelaar naast ons lopen. Hij vraagt ons vanwaar we afkomst zijn (dit doet men hier steeds of men gist ernaar – ze kennen hier maar twee nationaliteiten: Duitsers en Belgen). De vriendelijke man begint ronduit te vertellen tot hij plots zegt dat hij in de straat, waarin wij lopen, een zaak heeft van lederen kledij. Even verder wijst hij zelfs zijn winkel aan. Hij nodigt ons uit hem een bezoek te brengen en met hem de gebruikelijke appelthee te drinken. Wij wijzen dit beleeft maar beslist af en verzinnen een smoes. Het is namelijk zo dat zolang men nog geen thee drinkt met een handelaar die ook nog geen verwachtingen heeft dat je iets zal kopen. Je kan dan nog altijd gewoon de winkel verlaten of niet ingaan op zijn uitnodigingen. Hij zal je dan ook niets kwalijk nemen. Eens je aan de theeceremonie bent heb je wel al enige verwachtingen uitgelokt nopens een mogelijk aankoop en dan kan het wel eens dat de handelaar iets minder vriendelijk wordt wanneer je zonder kopen of ten minste zonder bieden de winkel verlaat. Het zakeninstinct van de Turken is onnavolgbaar.

Na het middagmaal, om 12.30 u, vertrekken we terug met de tram naar het Antalyamuseum. De ingang kost ons, voor twee personen, 6 miljoen TL. Het museum is hoofdzakelijk gewijd aan archeologische vondsten van Griekse en Romeinse oorsprong. Buiten de gewoonlijke kleine voorwerpen bezit het museum een drietal zalen vol met witstenen reuzengrote beelden en ook een zaal met prachtige witstenen sarcofagen. In een andere zaal zijn een reeks iconen te zien en het laatste deel gaat over de Turkse volkscultuur. Na nog eerst iets gedronken te hebben in de cafetaria van het museum keren we met de tram terug naar het hotel. Het is dan 17.00 u. Carine en Piet zijn er ook reeds en zitten de komst van de hostess van JetAir af te wachten die ons zal mededelen wanneer onze vlucht morgenochtend vertrekt. Een half uurtje later daagt de hostess op en vernemen we dat onze vlucht, zoals oorspronkelijk gepland, om 06.30 u zal vertrekken en te Brussel zal aankomen om 09.15 u. Dit wil zeggen dat we morgen vroeg uit de veren zullen moeten. Het vertrek aan het hotel wordt vastgesteld op 03.40 u. We hadden eigenlijk in stilte gehoopt dat, zoals vorige week, wij ook wat later konden vertrekken. Twee koppels vernemen echter dat ze pas om 12.30 u zullen opstijgen. Eerst dachten we dat ze meer geluk hadden dan wij maar wanneer we vernemen dat hun vlucht eerst nog een tussenlanding zal maken in Istamboel en dat ze dus heel wat langer onderweg zullen zijn, prijzen we ons gelukkig. Zij zullen pas om 17.30 u landen in Brussel.

Vervolg: zie TURKIJE 2001 deel 2

Geschreven door David Maes om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

TURKIJE 2001 deel 2

Vervolg van TURKIJE 2001 deel 1

Eens we op de hoogte zijn van wat er morgen zal gebeuren gaan we naar onze kamer om onze valiezen zo goed als mogelijk klaar te maken. Morgenochtend zullen we daar niet meer de tijd en de goesting voor hebben. Nog voor het avondmaal reken ik af bij de receptie. De rest van hetgeen we nog aan dranken zullen verbruiken zal ik met cash geld betalen. Het is wel even cijferen om juist toe te komen met het Turks geld. Teveel dollars of Belgisch geld omwisselen is uit den boze daar men in principe met het Turks geld het land niet uitmag en ook omdat niemand geneigd is buiten Turkije dit geld om te wisselen. Wel leren we uit de situatie dat we, indien we deze reis nog eens mochten overdoen, we net zo goed Belgisch geld kunnen meenemen (dit bespaart één keer omwisselen) en dat men best enkele biljetten van 1000 BEF achterhoudt tot op het einde van de reis. Wanneer men op het einde nog geld moet omwisselen met biljetten van 2000 BEF en men heeft bijvoorbeeld slechts een tegenwaarde nodig van 1000 BEF krijgt men toch de volle 2000 BEF uitgewisseld. Eens men daar vreemde valuta in de hand heeft lossen ze die niet graag meer. Daar ik mijn rekening niet kan betalen doormiddel van mijn Visakaart betaal ik met een Eurocheque. Eerst dacht ik op de cheque het bedrag (een goeie 1000 BEF) in Turkse Lira te vermelden maar de receptioniste wil het bedrag in Belgische Frank zien.

Samen met Carine en Piet gebruiken we ons “laatste avondmaal”. We stoppen de voornaamste kelner wat in de hand. Het was hij die in de loop van de week zo spitsvondig was, dat wanneer ik het juiste woord in het Engels niet vond voor “spuitwater”, voor de dag kwam met het woord “jaccuzziwasser”. Onder het eten komt de Duits sprekende dame van het hotel afscheid nemen en tracht er ons toe aan te zetten nog maar eens terug te komen naar Antalya (liefst dan in hetzelfde hotel).

Na het avondeten besluiten we maar onmiddellijk te gaan slapen wegens het vroege vertrekuur van morgen.

Zaterdag 17 februari 2001 – 8ste en laatste dag

Wij staan op om 02.45 u, plaatselijke tijd, dit is 01.45 u Belgische tijd. Ik kruip nog vlug even onder de douche en stoppen dan de laatste bagage in onze koffers. Op de binnenkoer staat ons lunchpakket klaar aan de buffetstand en de nachtportier heeft voor verse koffie en thee gezorgd. Het busje komt stipt om 03.40 u voorgereden en na een snelle rit doorheen de verlaten straten van Antalya komen we aan op het vliegveld om 04.15 u. Toen we hier een week geleden aankwamen gaf de luchthaven een verlaten indruk. Nu heerst hier een drukte van jewelste. Buiten ons vertrekken er verschillende andere vliegtuigen onder andere enkele richting Duitsland. Na het inchecken en na de controleposten voor nazicht van onze identiteitskaarten en visums te zijn gepasseerd drink ik nog een koffie. Nog een geluk dat Lea geen drinken moet hebben want met hetgeen mij noch rest aan Turkse Lira’s kan ik amper nog één enkele koffie kopen. Daarna heb ik nog slechts een biljet van 500.000 TL en een muntstukje van 25.000 TL over. Die houd ik bij mij als herinnering aan deze reis. Vervolgens gaan we nog maar eens door een veiligheidscontrole (hier moet men tweemaal door het poortje stappen), dit keer zonder dat bij mij het alarm afgaat. In de wachtzaal zie ik collega Walter De Bundel zitten. Die was 14 dagen in Side. Ik wissel kort enige woorden met hem. Na een korte tijd wachten mogen we de trap af maar moeten we eerst nog in een bus die ons naar het vliegtuig brengt. Dit keer vliegen we met de Turkse chartermaatschappij ONUR. Stipt op tijd, om 06.30 u, komen we los van de grond. De vlucht zal normaal 3 uur en 45 minuten duren. Eens we Turkije verlaten sluit het wolkendek zich en is er van de begane grond niets meer te zien. Ondertussen gebruiken we het bescheiden ontbijt. Wanneer we Brussel naderen, we zijn stipt op tijd, meldt de piloot dat de landing 10 a 15 minuten later zal plaatsgrijpen dan gepland. Circa 20 minuten blijven we boven het gesloten wolkendek van Brussel rondcirkelen. Later zullen we te weten komen dat op datzelfde ogenblijk uitgerekend Prins Filip en Prinses Mathilde moesten landen bij hun terugkomst uit Thailand. Kwestie van enige prioriteiten te leggen. Om 09.35 u zij we terug op de begane grond. Zonder enige problemen vinden we op de transportband onze valiezen terug en passeren we de grenscontrole. Bij de uitgang van de aankomsthal zegt Lea nog dat we hier naar niemand moeten uitkijken daar we met niemand afgesproken hebben. Plots horen we toch naar ons roepen. Godelieve en Lucien zijn op het onverwachts ons komen afhalen. In een van de restaurants van de luchthaven drinken we samen iets, worden de eerste reisverhalen verteld en brengen Godelieve en Lucien ons wat later naar huis. Het is net 12.00 u wanneer we de sleutel in het slot van onze voordeur steken. Om 14.00 u zijn onze valiezen reeds uitgeladen, kunnen we een dutje doen en dromen van de draaiende Derwisjen.

Besluit

Onze 8-daagse reis naar Turkije is voor 100% geslaagd maar was in feite veel te kort. Aan heel wat bezienswaardigheden, vooral deze van Griekse oorsprong, zijn we niet eens toegekomen.

Aan een reis naar dit land begin je best met een open geest en moet je vooral je vooroordelen thuis laten. Dit geldt trouwens niet alleen voor Turkije alleen maar ook voor alle andere landen. De inwoners zijn uitermate vriendelijk. Vriendelijke handelaars moet je echter sceptisch benaderen want achter hun lachend gezicht verschuilen ze een doorgedreven handelszin. Zij moeten trouwens hun waren aan iemand kwijt kunnen. Eens je het afbieden onder de knie hebt wordt het zelfs een leuke bezigheid.

De levensstandaard in Turkije is lager dan bij ons. Dit heeft voor gevolg dat het een relatief goedkoop land is om het als toerist te bezoeken. Op het ogenblik dat wij dit verslag maken vernemen we dat de Turkse Lira met 30% gedevalueerd is. In de toekomst zal het er voor ons nog goedkoper op worden.

Turkije is nagenoeg klaar om de grote toeristenmassa’s te ontvangen. Nu al is het beter de drukte te vermijden en het land buiten het hoogseizoen te bezoeken.

Op 6 maart 2001, amper twintig dagen na onze terugkeer, wordt ik in het ziekenhuis
opgenomen wegens een hartinfarct...

Geschreven door David Maes om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG 2000

GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG

BERDORF

VAN 16 SEPTEMBER TOT 24 SEPTEMBER 2000

Wat vooraf ging...

Oorspronkelijk hadden we een reis gepland naar Bretagne in Frankrijk van 16 september tot 26 september. Een veertiental dagen voor het geplande vertrek breekt in Frankrijk de complete chaos uit. De transporteurs blokkeren de meeste hoofdwegen uit protest tegen de hoge dieselprijzen. De zondag voor ons vertrek beslissen we om deze reis uit te stellen tot latere datum en naar het Groothertogdom Luxemburg te gaan. Vorig jaar hadden we tijdens een kort verblijf in Weilerbach, in de buurt van Echternach, een mooi en rustig gelegen hotel ontdekt dat we op ons verlanglijstje opnamen: Hotel Bisdorff te Berdorf. Ik bel naar het hotel en kan reserveren voor acht overnachtingen vanaf 16 september 2000. Een dag later stoppen de Franse vrachtrijders met hun acties (op maandag) maar breekt dezelfde chaos uit op de Belgische wegen, zelfs de grensovergang te Sterpenich is afgesloten. Even overwegen we, in geval van nood, via Noord-Frankrijk naar Luxemburg te rijden. Dit zou ons echter een dubbele verplaatsingsafstand opleveren. In de nacht van donderdag op vrijdag worden echter alle blokkades opgegeven en kunnen we uitkijken naar ons vertrek op zaterdag 16 september. Voor alle zekerheid vullen we onze benzinetank compleet vol.

Zaterdag 16 september - 1ste dag

We vertrekken om 7.30 u. De kilometerteller staat op 107.821. Het weer is alles behalve goed, het regent soms hevig, gepaard gaande met onweer. Te Brussel bereiken we de afslag naar Namen na 78 km en om 8.30 u. Na 121 km en om 8.50 u houden we een sanitaire stop aan een tankstation op de snelweg E 411. Berdorf bereiken we om 11.15 u en na 324 km. Enkele kilometers voor Berdorf worden we opgebeld op de GSM door Marijke, die informeert hoever we zitten. Rond de middag komt de zon eventjes door de wolken piepen, maar daarna wordt het even slecht weer. We krijgen kamer 8 toegewezen, gelegen langs de voorzijde van het hotel, met zicht op de langs de overzijde van de weg gelegen tuin. Het is een grote kamer, zonder terras (was zo afgesproken), met douche en ligbad, een dubbele lavabo en een toilet. De kamer heeft twee ruime dubbeledeursbergkasten, een tv-toestel (geen aansluiting mogelijk voor de videocamera), een ruim bureau en een dubbelbed. We stellen vast dat de GSM-ontvangst in de kamer niet al te fameus is (we moeten het raam openen om vanuit de kamer te kunnen bellen - we zullen dus meestal buiten het hotel bellen). We informeren ons over de tijdstippen waarop we kunnen eten: ontbijt tussen 8.15 u en 10 u, avondeten tussen 19 u en 20 u. We logeren in half pension. Het hotel bezit een overdekt zwembad waarvan we de volgende dagen gretig zullen gebruik maken. Nadat we de bagage naar de kamer gebracht hebben en ons wat ingericht hebben rijden we naar het in de buurt gelegen Beaufort voor een bezoek aan het kasteel. Het betreft hier een kasteelruïne. We betalen 80 Fr./p.p. voor het bezoek. In de buurt van de ingang kan een aperitief genuttigd worden. Tijdens het bezoek, en ook daarna, krijgen we regelmatig te maken met felle regenvlagen. Op de terugreis tanken we in Bollendorf-Pont de tank vol (21,26 liter aan 34.80 Fr./liter = 738,80 + 10 Fr. (waarschijnlijk voor het gebruik van de Visakaart) = 748, 80 Fr. Ter vergelijking: in België kost dezelfde benzine 44,80 Fr.

Om 16.15 u zijn we terug in het hotel. Samen gaan we een half uur zwemmen.

Om 19 u bezoeken we het restaurant. Menu: roomsoep, meloen met hesp, sorbet, rostbeef en een nagerecht (bol ijs met perzikken en een  sausje), samen met een halve fles wijn en een halve liter spuitwater (Rosport). Aan een tafel naast de onze zit tot mijn verbazing een collega (Willy Van Vlaenderen) met zijn familie. De volgende dag hebben we hem niet meer teruggezien.

We gaan slapen om 21.30 u

Zondag 17 september - 2de dag

Na een goede nachtrust sta ik op om 7 u en zwem ik een 20-tal lengtes van het zwembad, iets wat ik iedere ochtend, voor het ontbijt en voor het avondmaal, zal doen. Om 8.15 u gaan we ontbijten (buffet: sandwichen of donker brood, kaas, salami, een drietal soorten zelfgemaakte confituur, zeer smaakvolle platte kaas, honing, allerlei andere zaken in kleine verpakking, koffie, thee of melk).

Omstreeks 9.30 u bellen we via de GSM het thuisfront op en om 9.45 u vertrekken we richting Esch-sur-Alzette, in het zuiden van Luxemburg. Even hebben we in de buurt van de hoofdstad wat problemen om de juiste weg te vinden, maar het lukt. We hadden reeds gemerkt dat de tegenhanger van Orange in Luxemburg Tango is. Onderweg naar Esch verschijnt er een geschreven boodschap op de GSM. Het betreft hier reclame voor een concert. We komen aan te Esch om 11.15 u en blijven er tot 13.45 u. Esch-sur-Alzette is een kleine industriestad waar onder andere de hoofdvestiging van Arbed resideert. Daar het zondag is lijkt de stad verlaten. We wandelen even door de enige winkelstraat en drinken er in een café een koffie en een thee (115 Fr.). Bij een Turk eten we respectievelijk een doner kebab met friet en een sandwich met kip (340 Fr.). Buiten het Nationaal Verzetsmuseum (en tevens monument) heeft de stad weinig te bieden.

Om 13.45 u vertrekken we naar Rumelange, niet veraf van Esch gelegen. Bij onze aankomst aldaar hebben we 84 km gereden en is het 14.00 u. We bezoeken het mijnmuseum dat bestaat uit een klein museum en een bezoek van minstens een anderhalf uur aan de oude mijngangen. Het betreft hier geen steenkolenmijn, maar wel een ijzerertsmijn. De rondleiding wordt gegeven door een gewezen mijnwerker in het Frans. We hadden gekozen voor een Duitstalige gids doch men overtuigt ons met de Franstalige gids mee te gaan omdat we anders te lang zouden moeten wachten. Een Luxemburgse bezoeker treedt op als gelegenheidstolk voor een koppel Duitsers die geen jota Frans verstaan. De tolk heeft echter wel een spraakgebrek, af en toe staat hij eens voor de brug. De toegangsprijs bedraagt 200 Fr./p.p. (= 400 Fr.). Bij het betalen van het toegangsgeld botsen we op een van de gevoeligheden van de Luxemburgers. Wij betalen met Belgisch geld maar krijgen een biljet van 100 Fr. Luxemburgs geld terug. Wanneer ik om een Belgisch biljet vraag schijnt de man aan de kassa het daar moeilijk mee te hebben. Hij verstaat namelijk niet dat er in Luxemburg Belgisch geld wordt aanvaard maar omgekeerd niet. Ik tracht hem uit te leggen dat dit komt door een wettelijke regeling: Luxemburgs geld is in België niet gangbaar, omgekeerd wel. Hij verwijst nog naar het feit dat men in Arlon wel het Luxemburgs geld aanvaard. Ik tracht nog uit te leggen dat dit een gedoogzaamheid is maar in feite niet wettelijk is. Ik maak een eind aan deze zachte discussie door er op te wijzen dat vanaf volgend jaar dergelijke problemen zullen uitgesloten zijn door de komst van de Euro. We besluiten wel in het vervolg het Luxemburgs geld te aanvaarden om het daarna zo vlug als mogelijk terug uit te geven, kwestie om niet op zere tenen te trappen. Voor het bezoek aan de mijngangen krijgen we een gele veiligheidshelm opgezet en worden we doormiddel van een treintje de mijn binnengevoerd. Om 16.25 u verlaten we de site na nog eerst een koffie en een thee te hebben gedronken in de cafetaria van het museum (110 Fr.).

We zijn terug aan het hotel om 17.45 u en hebben die dag 154 km afgelegd.

Van 19.05 u a 20.45 u genieten we van het avondeten: roomsoep, voorgerecht van mosselen, sorbet, als hoofdgerecht kippeborst en als dessert fijne druiven, samen met een fles Muscadet de Sevre.

We gaan slapen om 21.30 u.

Het weer was in de morgen bewolkt en wat nevelig, het bleef echter droog en na de middag kwam de zon er volop door.

Maandag 18 september - 3de dag

Ik sta op om 7 u en ga zwemmen tot 7.30 u.

Na het ontbijt en de gebruikelijke telefoontjes vertrekken we om 9.15 u. De kilometerteller geeft 108.347 km aan.

We volgen de Sure in noordelijke richting (weg 10 en 19) en slaan even voorbij Bettendorf rechtsaf (weg 17) richting Vianden en vervolgens naar Putscheid. Hier verlaten we even de gewone weg en rijden de St. Nicolasberg op. Op het hoogste punt slaan we rechtsaf, een soort veredelde karreweg (asfalt) in met de bedoeling aan het stuwmeer uit te komen. We komen echter een eind verder uit nl. in Stolzembourg. Zonder het te plannen volgen we een prachtig weggetje dat uitzicht geeft op de omliggende heuvels. Vervolgens gaat het via weg 10 tot Dasburg-Pont alwaar we om 11 u een café binnenstappen en er een koffie en een soep drinken . Tot nu toe was het nogal mistig maar die trekt langzaam op. Van Dasburg gaat het in de richting van Clervaux maar wijken even van de weg af naar Munshausen. We bezoeken er het kerkje met de grafelijke kapel (11.15 u). In de kapel bemerken we een grafzerkje met een afbeelding van een gebunseld kind. Het naast de kerk gelegen landelijk museum bezoeken we niet. Om 12 u zijn we te Clervaux en lopen we eens binnen in de kerk (geen bijzonderheden). We hebben dan 79 km gereden. We eten er in een bescheiden gelegenheid 2 x brochette van kip met friet en salade en 2 cola’s (510 Fr.). Het kasteel van Clervaux is enkel op zondag te bezoeken en we vertrekken aldaar om 13.30 u. Vianden bereiken we om 14.15 u en na 115 km. Eerst stappen we in de stoeltjeslift die ons naar het Belvédère brengt (2 x 160 Fr.). We drinken er elk een koffie. Om 15.30 u zijn we terug beneden. 3 prentkaarten en drie postzegels kosten ons 99 Fr. Met de wagen rijden we de helling op naar het kasteel. We bemerken dat Vianden een prachtig stadje is dat op deze helling gelegen is. Het bezoek aan het kasteel kost ons 360 Fr. (voor 2 personen). Het kasteel is mooi gerestaureerd en bevat heel wat antieke meubels. Om 17 u vertrekken we uit Vianden en komen aan in het hotel om 17.50 u na die dag in totaal 154 km gereden te hebben.

Het avondeten (19 u a 20.30 u) bestaat uit: groentenroomsoep, gevulde tomaat met garnalen, sorbet, wild (ree) met gebakken aardappeltjes en rode kool, een dessert bestaande uit een bol ijs met warme bosbessen en slagroom, een halve fles Mistral en een halve liter spuitwater.

We gaan slapen om 22.00 u

Dinsdag 19 september - 4de dag

Ik sta op om 06.45 u en ga zoals gebruikelijk zwemmen. Er is mist maar de vooruitzichten zijn goed.

De kilometerteller staat op 108.500 en we vetrekken om 9.15 u. Via de E 29 (Berdorf-Condorf tot ca Graulinster) en weg 14 (Breidweiler) bereiken we Grevenmacher, gelegen aan de Luxemburgse-Duitse grens. We tanken er 24,60 liter benzine (=856 Fr.) en kopen er wat snoep (55 Fr.). In Grevenmacher rijden we over de brug van de Moezel en volgen we deze langs de Duitse kant tot Remich. Daar rijden we de brug over en volgen verder de Moezel tot in Schengen. Schengen is een klein dorpje dat vooral bekend werd door het aldaar ondertekende verdrag van Schengen (Europa zonder grenzen - raar maar waar: toen we even daarvoor de brug te Remich overreden was een indrukwekkende politiemacht en douane alles aan het controleren wat over de brug wou rijden - Europa zonder grenzen???). We lopen even langs de kade waar het schip lag waarop het verdrag werd ondertekend (dit moest wel want het dorpje heeft geen enkel gebouw dat groot genoeg is om al die staatshoofden een zitje te garanderen), de Europaplatz (met de gedenksteen in verband met het verdrag en de fontein met drie armen - symbool voor het drielandenpunt). In een plaatselijk café drinken we een koffie en een thee (samen 100 Fr.). We verlaten Schengen om 12.05 u. Remich bereiken we na 84 km. We vinden een parkeerplaats niet ver van de aanlegsteiger van de plezierboten die op de Moezel varen. Recht daartegenover is er een frituur waar men ook ‘sandwiches’ verkoopt. Gewoon zijnde bij reizen in Frankrijk om ‘s middags een belegde sandwich (ter grootte van een half stokbrood) te eten, denken we hier net hetzelfde te kunnen doen. De 120 Fr. per sandwich die aangegeven staat op de prijslijst is niet te duur wanneer het om een half stokbrood gaat, maar groot is mijn verwondering wanneer de uitbater me even later twee pietluttige kleine sandwichen met kip en een blad sla in de handen duwt voor 240 Fr. Nood breekt wet: dus kopen we voor elk nog een bakje friet (om de inhoud te kunnen schatten moest je zeker niet tot 20 kunnen tellen) voor de prijs van 70 Fr. per pakje - het zout en de mayonaise was dan wel gratis).

Na deze copieuze (!) maaltijd proberen we om 13.30u een boottocht te maken op de Moezel maar wegens de te geringe belangstelling (buiten vacantieperiode en weekdag - er moeten minstens 10 belangstellenden zijn) moeten we nog een half uur wachten. De tocht kost ons 2 x 230 Fr., duurt een uur en tijdens de tocht drinken we een kannetje koffie en een ijsthee voor 180 Fr. De zon is volop van de partij. We vertrekken terug uit Remich om 15.10 u en rijden langsheen de Moezel lang de Luxemburgse kant. De hellingen langs weerszijden staan vol met wijnranken. Even stoppen we nog te Wasserbillig waar er een overzetveer is niettegenstaande er even verder een brug ligt.

Omdat we wat te vroeg in het hotel zouden zijn brengen we nog, in de buurt van Berdorf een bezoek aan de waterval (het uithangbord van het Müllerthal en Luxemburg) de zgn. Schiessentumpel.

We bereiken het hotel om 17.45 u en na 163 km gereden te hebben.

Na de gewoonlijke zwempartij bestaat het avondeten uit: tomatenroomsoep, voorgerecht van fijne hesp, sorbet, schnitzel met fijne worteltjes en gestoofde aardappeltjes, als dessert: notenmousse en een fles Muscadet de Sevre. Na de maaltijd vraagt de cheffin (mevr. Bisdorff) wat we vinden van het eten, waarvan we alleen kunnen zeggen dat het overheerlijk is.

We gaan slapen om 21.30 u

Woensdag 20 september - 5de dag

Ik sta op om 7 u. De gebruikelijke rituelen: zwemmen, ontbijten en bellen naar het thuisfront. Om 9 u doen we boodschappen in de kleine zelfbediening in Berdorf. We kopen er 7 sandwichen, een pakje kaas en een pakje gekookte hesp (wegens de ervaring van gisteren), 4 blikjes cola en 2 flessen spuitwater (samen 365 Fr.).

Onze reisroute loop vandaag van Berdorf via het Müllerthal - Larochette - weg 14 - Medernach - Diekirch - net voor deze stad linksaf via weg 7 en verder rechtsaf via weg 27 - Erpeldange en steeds weg 27 blijven volgen. Onderweg slaan we af naar Bourscheid en bezoeken er het kasteel (2 x 80 Fr.). Terug naar weg 27 tot Esch-sur Sure. De gerestaureerde kaarsenfabriek vonden we er niet, wel een kaarsenwinkel. Het betreft hier een klein stadje dat zeer mooi gelegen is. We rijden tot aan het stuwmeer en dan herinneren we ons dat we daar vorig jaar ook reeds waren. Aan het stuwmeer keren we terug naar Esch en vervolgen onze weg naar Wilz. Daar houden we een korte stop voor het gebruiken van 2 x koffie en 2 x taart (255 Fr.). We hebben dan 106 km gereden. Van Wilz gaat het naar Kauterbach en verder naar Consthum, daar nemen we de 7 naar Diekirch. We parkeren er in de ondergrondse garage van de Mach (gratis) en brengen een bezoek aan het winkelcentrum en de oude St. Laurentiuskerk. De ganse dag kregen we te maken met soms hevige regenvlagen. We komen aan in het hotel om 17.20 u en na 169 km gereden te hebben.

Het avondeten bestaat uit: soep, toast met paddestoelen, sorbet, zalm met rijst, ananas in kirsch.

We gaan slapen om 21.20 u

Donderdag 21 september - 6de dag

Ik sta op om 7 u - zwemmen - ontbijt. In de winkel in het dorp koop ik 7 sandwichen en een pakje hesp (115 Fr.). Omdat we moeten wachten op een telefoontje van Marijke blijven we in het hotel (we laten haar bellen op het nummer van het hotel daar we geen al te beste verbinding hebben via de GSM - de verbinding in en om de steden is veel beter).

Om 10.45 u vertrekken we op wandeling via Kaltesbach. Al vlug worden we gewaar dat het summiere kaartje waarover we beschikken onvoldoende is. We vinden het juiste pad niet dat op het kaartje staat aangegeven en volgen verder de gewone weg. Aan het kruispunt met de weg naar Consdorf slaan we rechtsaf richting Berdorf en denken even verder links de goede weg gevonden te hebben. Na ongeveer een km stappen loopt de weg dood op een weide. We trachten nog via de drassige weide aan de hoeve Dostert te geraken, doch moeten wegens de schrikdraad en pinnetjesdraad onze poging staken. We keren op onze stappen terug en volgen dan de grote weg verder richting Berdorf. Even voor het dorp is er een parking waar ook een aantal gemarkeerde wandelingen beginnen. Lea blijft daar op een bank wachten terwijl ik de auto ga ophalen aan het hotel. Samen rijden we dan richting Müllerthal naar de zgn. Preekstoel. Daar eten we onze picnic op en wandelen we wat op de steile paden in de buurt. Daarna rijden we via Berdorf (kopen ondertussen 6 blikjes cola in de zelfbediening - 105 Fr.) naar Grundhof en drinken in een kantine van een aldaar gelegen camping een koffie en een frisdrank ( 90 Fr.). We maken daar een korte wandeling naar de rots de zgn. Ile de Diable. In Bergdorf zelf stappen we het bureau voor toerisme binnen en kopen er een degelijke wandelkaart (80 Fr.). Verder verkennen we nog wat de omgeving van Berdorf met de wagen (Vogelsmuhle en Müllerthal). Om de plots opkomende honger te stillen koopt Lea nog een doos koekjes (52 Fr.) in de zelfbediening (wij zijn er goede klant die dag). We zijn terug in het hotel om 17.00 u en hebben 40 km gereden. Het was de ganse dag mooi weer (18 a 20 graden).

Als avondeten is er: osso bucco, Russisch ei, sorbet, lamscarbonade, als dessert bessentaart, een halve fles Saumur vin de Loire.

We gaan slapen om 21.30 u

Vrijdag 22 september - 7de dag

Ik sta op om 6.45 u - zwemmen enz.

In de zelfbediening koop ik 7 sandwichen en een pakje gekookte hesp (115 Fr.).

Het weer is bewolkt doch droog. Na de gebruikelijke telefoontjes rijden we met de wagen tot aan de parking in de buurt van het hotel aan het begin van de wandeling S 2 (ca 1 km van hotel afgelegen). We beginnen aan de wandeling om 9.30 u en om 11 u hebben we de 5 km naar Müllerthal afgelegd. De wandeling is gewoonweg prachtig. In de buurt van het hotel Les Cascades de Müllerthal rusten we een half uur en eten onze picnic op. Plots komen er een 5-tal voertuigen van het Luxemburgs leger aanreden en houden er ook middagpauze. Uit de voertuigen, met afweergeschut, worden er metalen valiesjes gehaald waarop kan gekookt worden. Blijkbaar is het Luxemburgs leger modern uitgerust want uit een van de voertuigen wordt zelfs een drukpan gehaald om er de aardappelen in te koken. Te voet keren we terug naar onze startplaats via een deel van een andere wandeling (wandeling L -Müllerthal naar Echternach = 11 km) tot aan de weg die naar Berdorf loopt. Daar nemen we de wagen en rijden tot in het dorp van Berdorf en verbruiken er in het café Rupert 2 grote frisco’s en 2 koffies (samen 200 Fr.). Vervolgens rijden we naar het hotel (ca om 14 u), parkeren daar de wagen en doen we wandeling A die begint op amper 200 meter van het hotel. Het pad loopt via een diepe en spectaculaire kloof. Het zogenaamde amfitheater trekt onze aandacht. Onderweg rusten we af en toe zodat het 16.45 u is wanneer we terug aan het hotel zijn.

Na het zwemmen maak ik nog wat voorbereidingen voor de uitsap van morgen.

Als avondeten is er: erwtensoep, qiuche Laureine, sorbet, in wijn gemarineerde kip, chocolademousse, een halve fles Beaujolet Village en een halve fles spuitwater.

We gaan slapen om 21.30 u

Zaterdag 23 september - 8ste dag

Ik sta op om 7 u - zwemmen - ontbijten - bellen naar huis.

Om 9.15 u vertrekken we naar de hoofdstad Luxemburg. Aankomst aldaar om 10.00 u. Vooraf doen we de in het boekje Marco Polo aangegeven wandeling via de zogenaamde Cornisse en het paleis van de Groothertog - bewaakt door 1 soldaat. We brengen een bezoek aan de kathedraal. Vervolgens bezoek ik alleen de Casamatten van de Bock (70 Fr.). Het betreffen hier kilometers lange, in de rotsen uitgehakte gangen. Gezien het zaterdag is, is het hier behoorlijk druk door de met bussen aangevoerde toeristen. Met het Petrussetreintje (2 x 250 Fr. - koptelefoons met Nederlandstalige uitleg) maken we kennis met het lager gelegen deel van de stad (o.a. Ground en de Petrussevallei).

Aan de Place d’Arme eten we in Pizzahut een pizza (580 Fr.). Op het plein is er een demonstratie bezig van de reddingshonden van het Luxemburgse Rode Kruis. Terwijl Lea de winkelstraten doorloopt breng ik een bezoek aan het historisch museum (100 Fr.). Op de Place d’Arme wacht ik onder het drinken van een koffie (60 Fr.) op Lea en samen drinken we een cola op het terras van de Quick. Het is de ganse dag zeer zonnig en er heerst een goede temperatuur, met uitzondering van wat mist in de voormiddag. Wanneer we onze wagen ophalen, die we achtergelaten hebben in een parkeergarage, moeten we 600 Fr. betalen. Na even zoeken vinden we de weg om de stad te verlaten, het is er een zeer druk verkeer. Via Larochette en Beaufort bereiken we omstreeks 17.20 u het hotel. We hebben 85 km gereden. Daar het onze laatste dag is ordenen we wat onze valiezen.

Als avondeten is er: soep, iets in bladerdeeg (verm. bospaddestoelen), sorbet , wild, als dessert flan, een fles Rieslingwijn. Waren we in de loop van de week met slechts 10-tal hotelgasten, sinds gisterenavond (met het aangekondigd goed weer) is het hotel nagenoeg volgeboekt. 80 procent daarvan zijn van Belgische oorsprong en de meeste zijn Vlamingen (waaronder een groep uit Antwerpen die nogal luidruchtig is).

Om 21.40 u gaan we slapen.

Zondag 24 september - 9de dag

Ik sta op om 7 u. Vandaag ga ik niet zwemmen want reeds voor het ontbijt breng ik de bagage naar de wagen. Na het ontbijt betaal ik de rekening: hotel met half pension en de dranken samen: 36.950 Fr. Ik kan niet betalen met Visakaart daar we reeds een vermindering gekregen hebben (normaal 2350 Fr./p.p./dag - bij 7 dagen verblijf of meer 2000 Fr./p.p./dag). Ik betaal dan maar met Eurocheque.

Met tegenzin vatten we onze terugreis aan. Het is 9.15 u. Aan de grens, te Capellen, tanken we 38.80 l voor 1350 Fr. en in de shop koopt Lea een geschenkje voor Marijke (360 Fr.). We hebben dan 58 km gereden. Via de E 411 bereiken we om 11.30 u de abdij van Chevetogne. De abdij van Benedictijnen bezit een Oosterse kerk en iedere zondagmorgen wordt hier een mis opgedragen volgens de Oosterse (Slavische) ritus. De mis begint om 10.15 u en wanneer we de kerk binnenkomen is de eredienst reeds een goed stuk gevorderd. Op de parking van de abdij bemerken we heel wat wagens met Nederlandse nummerplaat (zeker meer dan de helft). De binnenzijde van de kerk is beschilderd volgens de Oosterse traditie. Ze bezit tevens een trap die naar een lager gelegen ruimte loopt waarin ondermeer een toilet is. Dit laatste is geen overbodige luxe daar de dienst twee uur duurt. Het is dan ook geen uitzondering dat de aanwezigen voor een korte tijd de kerk verlaten tijdens de dienst. Eens na het sermoen blijft iedereen tot het einde in de kerk. De monniken zingen de traditionele Oosterse gezangen. Naast de Oosterse kerk bezit de abdij ook nog een moderne Latijnse kerk. Na het einde van de dienst, om 12.15 u, lopen we nog wat rond de abdij en bezoeken we de shop. Vervolgens rijden we tot Rochefort (187 km gereden) alwaar we aankomen om 13 u. In een van de vele restaurants gebruiken we een maaltijd (1300 Fr.). Het is er vrij druk en gezien het goede weer zijn er tientallen motorrijders in het stadje aanwezig. Voor thuis kopen we nog een brood en wat vlees (60 Fr. en 173 Fr.) en vertrekken er om 14.15 u.

Gent bereiken we om 15.55 u en na 363 km gereden te hebben. Ik tank vol: 20,78 liter voor 931 Fr. De kilometerteller staat op 109.334 km.

Enkele conclusies

In totaal hebben we 1513 km afgelegd in 9 dagen. De wagen verbruikte in totaal 3876 Fr. aan benzine, zijnde 105,44 liter. Dit is ca 7 liter per 100 km.

Alle kosten samen bedragen 48.069 Fr.

Het weer was doorgaans goed tot zeer goed met uitzondering van twee regendagen.

Het hotel Bisdorff is uitstekend over de ganse lijn (omgeving, kamers, uitrusting en keuken).

Een verblijf aldaar is voor herhaling vatbaar. Er zijn nog heel wat mooie wandelingen in de onmiddellijke en verre omgeving te doen die nog niet aan bod kwamen.

Luxemburgers zijn beleefd maar iets wat afstandelijk, met hen in contact komen is niet zo voor de hand liggend. Toch voerden we enkele korte gesprekken met een Luxemburgs koppel dat te gast was in het hotel. De man was reeds 12 jaar met pensioen en was vroeger personeelschef van een chemisch bedrijf waar 800 mensen werkzaam waren.

Geschreven door David Maes om 00:00 Reageer op dit bericht

PARIJS 2000

PARIJS

VAN 30 APRIL TOT 7 MEI 2000

1ste dag - Zondag 30 april 2000

We staan op om 5.20 u en kunnen vertrekken om 6.25 u. De kilometerteller van de wagen geeft 100.974 km aan (dagteller op 0). Het weer is bewolkt maar goed gepast van temperatuur. Het is de eerste keer dat we naar een bestemming in Frankrijk vertrekken vanuit Gent. Daar reeds op de E 17 in Gent Parijs is aangegeven moeten we geen bijzondere aandacht besteden aan de wegen die we volgen. Ter hoogte van Kortrijk volgen we de E403. Het is dan 6.55 u en hebben 53 km afgelegd. Tussen Kortrijk en Rijsel krijgen we wat motregen. De weg gaat via Moeskroen. Om 7.40 u en na 127 km bereiken we de peage in de buurt van Arras. We nemen een ticket. Na 260 km en om 8.45 u bereiken we de peage en betalen met Visakaart 75 FF. Op ongeveer 25 km voor Parijs stoppen we aan een baanrestaurant (Vémars West). We blijven er van 9.15 u tot 9.25 u en hebben 274 km afgelegd. We verbruiken er voor 50 FF. Bij onze aankomst aan het hotel hebben we 313 km afgelegd. Het plannetje in het boekje van de Etaphotels, dat aanduidt hoe we het hotel kunnen bereiken, blijkt op het eerste zicht duidelijk maar de werkelijkheid is toch iets anders. Daar men kan ontbijten in het Etaphotel, op zondag tot 10.30 u, trachten wij voor dit uur in het hotel aan te komen. De receptie is dan nog zeker open. Ter plaatse blijkt echter de receptie 24u/24 u bemand te zijn. Wanneer we in de buurt van de Porte de Bagnolet zijn is het al tamelijk druk wat het verkeer betreft. We nemen echter de verkeerde afrit zodat we op de periferique terecht komen (deze loopt langsheen het hotel). Al vlug zie ik mijn vergissing in en neem de volgende afrit om op onze stappen terug te keren. Terug ter hoogte van het hotel, dat we steeds zien staan doch niet kunnen bereiken, verlaten we de periferique. Na de afrit komen we op een zeer groot kruispunt terecht. Ik denk de goede richtring te hebben gevonden maar komen terug op de periferique, nu in de andere richting. Nog maar eens de volgende afrit genomen en teruggekeerd, terwijl het verkeer steeds maar drukker wordt. Ter hoogte van het hotel sla ik nog maar eens de verkeerde richting in en rijden we terug van waar we oorspronkelijk komen, de A3-A1, dus terug richting België. Nog maar eens de volgende afrit genomen en teruggekeerd. Ter hoogte van het hotel verlaat ik terug de snelweg en komen we op hetzelfde groot kruispunt van daarnet. Ik besluit nu maar voor het zekerste de weg te vragen. Een dame die naar de bus staat te wachten kan me niet helpen, zelfs al wijs ik aan de overkant van de periferique het hotel aan. Een man denkt dat hij de goede weg kent maar ik betrouw hem niet al te best. Tenslotte is er een jonge man die mij op het goede pad zet. Via enkele straten, waarvan er ene onder de periferique doorloopt, komen we uiteindelijk aan het Ibis/Etaphotel terecht. Beide hotels vormen één gebouw. Ik laat mijn wagen achter op een parkeerplaats voor autocars voor het hotel. Lea blijft in de wagen achter en ik ga naar de receptie van het Etaphotel (via enkele trappen naar boven). Het is dan 10.30 u. Ik betaal de zeven dagen overnachtingen en de 2 x 7 ontbijten met Visakaart (245 FF per dag + 20 FF per dag voor de tweede persoon en de ontbijten = 2.191 FF). Ik vraag tevens naar de parkeergarage van het hotel . Deze kan ik enkel betalen bij het buitenrijden aan een automaat of aan de receptie van het Ibishotel met Visakaart. Ik stel vast dat het parkeren hier 95 FF per dag kost (24 u) . De receptioniste wijst me de weg naar de ingang van de garage ( 3 x rechts af). Om toegang te krijgen tot de kamer moeten we volgens haar zeggen wachten tot na 12 u maar nadat we onze wagen in de parkeergarage hebben achtergelaten krijg ik omstreeks 11u reeds de badge van de kamer (geen codenummer). We logeren in kamer 323 waarvan de venster op de schaduwzijde uitgeeft, wat voordelig is tijdens de warme dagen. In de garage is het even zoeken hoe het systeem werkt. De voetgangersuitgang naar het Etaphotel vinden we vlug maar zien dat de uitgangsdeuren enkel vanuit de garage te openen zijn (type branddeuren). Voor alle zekerheid nemen we het parkeerticket mee. Maar best want met dit ticket kan ik terug in de garage binnen. Deze garage is goed beveiligd doormiddel van een slagboom gevolgd door een volledig afgesloten deur.

Van zodra dat wij de badge van de kamer in ons bezit hebben beginnen we met de bagage uit te laden. Daarvoor moeten we 3 trappen nemen vanuit de garage en dan via de receptie van het hotel kan het via de lift naar de 3de verdieping. Eens we onze kamer ingericht hebben is het ca 12.15 u en verkennen we de omgeving van het hotel. Het is de bedoeling nu reeds het ticket van de metro aan te kopen om morgen geen tijd te verliezen, maar als we aan het hokje komen waar ze die verkopen is het juist dicht voor de middagpauze. Het hokje ligt op amper 300 meter van het hotel naast de ingang van het metrostation Gallieni.

Daar het zondag is, en ook morgen (1 mei) een feestdag, moeten we omheen het Mister Bedhotel naar de ingang van de metro. Tijdens de werkdagen kan men korter via de brug die van de ingang van het hotel loopt naar de ingang van het winkelcentrum (met een Auchan), doorheen het winkelcentrum, daar de roltrap nemen naar beneden en bij het buitenkomen rechtsaf naar de metroingang. Daar is ook de ingang van het Campanilehotel en -restaurant waar we in de loop van de week, met uitzondering van één dag, iedere avond zullen gaan eten.

Vervolgens lopen we tot aan het stadhuis van Bagnolet, waar het marktdag is, en vinden in de buurt ervan een gelegenheid waar we 2 belegde sandwichen (halve stokbroden) kopen voor 40 FF. Van thuis hebben we 24 blikken cola en 6 flessen spuitwater meegenomen, voor het gemak, om niets steeds op zoek te moeten gaan naar drinken. Op een bank op het pleintje eten we onze sandwichen op. De zon schijnt mild ondertussen. Daarna gaan we terug naar het hotel en nemen een rustpauze. Eerst bellen we nog even naar het thuisfront om te zeggen dat we goed aangekomen zijn.

Na de rustpauze gaan we terug naar het metrostation en trachten we aan 2 zogenaamde carte orange te geraken (hiervoor heeft men een pasfoto nodig - die hebben we bij). De bediende zegt dat de carte orange eigenlijk bedoeld is voor het woon-werkverkeer. Uiteindelijk nemen we een 5-dagenkaart voor toeristen, geldig voor de zones 1, 2 en 3. Dit kost ons 2 x 175 FF= 350 FF. Naderhand zal blijken dat dit spotgoedkoop is als je bedenkt hoeveel keer we in de loop van de week met de metro en de RER gereden hebben. Het 5-dagenticket zit in een plastieketui dat een papiertje bevat met uitleg en met erop een nummer. Daarbij steekt tevens een ticket om in de automaat aan de ingang van ieder metrostation te stoppen zodat de deurtjes opengaan. Men is verplicht het nummer op het papiertje te noteren op het ticket samen met de geldigheidsduur. De tijd begint pas te lopen vanaf men de eerste keer het ticket in de automaat steekt (in ons geval vanaf maandag 1 mei). Het invullen mag men niet vergeten want reeds op 1 mei kregen we onderweg controle en keek men na of alles goed ingevuld was. Het was trouwens de enige controle tijdens de ganse week.

Daar het goed weer is en we nog wat tijd over hebben besluiten we te voet via de Porte de Bagnolet naar het kerkhof Pere Lachaise te wandelen. Op de laan daarheen maken we kennis met de eerste clochards. Een ervan is zich met een krabbertje (Gilette) zonder zeep aan het scheren in de spiegel van een winkelvitrine. Zijn maat zit op de bank en in het terugkeren zitten ze er nog. Blijkbaar was het hun vaste stek, wat bij clochards veel gebeurt.

Het kerkhof Pere Lachaise bezoeken we slechts vluchtig daar dit nog in de loop van de week op ons programma staat.

Bij onze terugkomst in het hotel bellen we naar Marijke. Na een verfrissend bad gaan we eten in het restaurant van het Campanilehotel (2x menu Détente, 46 cl roséwijn, ½ liter Badoit = 241,50 FF.)

We zijn terug op de kamer om 20.45 u. Om 21.30 u houden we het voor bekeken en blazen we de kaarsen uit.

2de dag - Maandag 1 mei 2000

We staan op om 6.45 u en hebben goed geslapen. Het venster lieten we open maar door het aanhoudend verkeer, tot een stuk na middernacht, gebruiken we wel oordopjes.

Om 7.30 u, na het nemen van een bad, gaan we ontbijten.

Het is 8.55 u als we het hotel verlaten. Van de 1ste meistoeten, die er wel waren, hebben we niets gezien.

Via de lijn 3 van de metro rijden we naar het station Pere Lachaise en stappen over op lijn 2 tot aan de Arc de Triomphe. We bereiken deze plaats na amper een goede 35 minuten (samen 21 haltes en 1 overstap).

Lijn 2 loopt voor een groot deel over een metalen bovengrondse viaduct en heeft dus het voordeel dat men toch een deel van Parijs ziet. Na een kort bezoek aan de Arc, enkel te bereiken via een tunnel, drink ik een koffie (5 FF) in een McDonald’s in de buurt. Daar er in Parijs meer McDonaldsvestigingen zijn dan openbare toiletten gebruiken we deze eethuizen niet zozeer om er te eten maar om gebruik te maken van de toiletten (en wij niet alleen blijkbaar). Aan de Arc de Triomphe nemen we de RER (stadstrein) naar La Defense. Rijdt de metro reeds behoorlijk snel, de RER rijdt zowaar nog sneller . De laan tussen de Arc en de Grande Arche (La Defense) wordt zowat beschouwd als het verlengstuk van de Champs Elysee. Aan de Grande Arche wandelen we even rond maar besluiten wegens de mist ons bezoek uit de stellen tot wat later op de dag. Met de lijnen 1 en 3 rijden we even naar Alma Marceau om te kijken of op deze 1ste mei het rioolstelsel open is voor bezoek (de Arc de Triomphe kan die dag niet beklommen worden). We hebben geluk, er is bezoek mogelijk. We keren dus terug naar La Defense en proberen het toilet van de McDonald’s in de buurt van de Grande Arche te gebruiken. Geen geluk, de toegang is afgesloten. Dan maar ergens anders onze toevlucht gezocht. Aan de overzijde van de esplanade vinden we een groot gebouw met daarin een tweetal restaurants en met een gemeenschappelijk toilet. Omdat er hier geen belegde sandwichen te vinden zijn eten we dan maar iets in de McDonald’s. Dit kost ons 2 x 40 FF = 80 FF (Big Mac + hamburger met kaas + pak friet + cola). Ondertussen, het is dan ca 13.45 u geworden, is de mist voldoende weggetrokken om de Grande Arche met de lift te bezoeken. Dit kost ons 2 x 33 FF (op vertoon van het metrobiljet krijgen we 13 FF vermindering - volledige prijs is 46 FF). Boven op de Grande Arche heeft men een prachtig uitzicht over de omgeving. Wegens de nog lichte mist kunnen we echter amper de contouren van de Arc de Triomphe zien. Boven in de Grande Arche staat een vleugelpiano en daarop geeft een Japanse toeriste een stukje Chopin ten beste, wat gesmaakt wordt door de andere toeristen.

Na ons bezoek aan de Grande Arche lopen we de esplanade gans af tot op het einde en nemen daar de metro naar Alma Marceau. Via de omroepinstallatie van de metro horen we dat er een ernstig ongeval is gebeurd met een reiziger op de RER. Daardoor is lijn B deels onderbroken en is het in de metro drukker dan normaal.

Op de Almabrug staat een man verkleed in een goudkleurig pak als farao. Hij stond er reeds bij ons eerste bezoek enkele uren vroeger op de dag. Lea rust wat uit op een bank met zicht op de Seine terwijl ik het rioolstelsel aan de Almabrug bezoek. Dit kost mij 25 FF. Terwijl we terugkeren naar het hotel vragen we ons af hoe het met de drukte gesteld zal zijn in de metro op een gewone werkdag. Maar gans de week zal blijken dat dit zeer goed meevalt wegens de hoge frequentie van de metrostellen op het spitsuur.

We komen in het hotel aan om 17.30 u. Na een verfrissend bad doen we het werk van barmhartigheid “de hongerigen spijzen” in het Campanilerestaurant. Het eetmaal kost ons 157,50 FF (2 x speciaal buffet, 2 x kir, 46 cl rode wijn en ½ liter Badoit).

De ganse namiddag was het zonnig maar de zon werd wat getemperd door de lichte mist waardoor het draaglijk weer was.

En vooral niet te vergeten: vandaag waren we 29 jaar getrouwd.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Reizen met de metro in Parijs

Er kan geen enkele twijfel over bestaan: het rijden met de metro in een stad zoals Parijs is het openbaar vervoermiddel bij uitstek. Het is snel (boven de grond staan de auto’s soms in ellenlange files). Zelden is het te druk in de metrostellen, zelfs niet tijdens het spitsuur. De reden is dat de frequentie van de stellen dan zeer hoog ligt. Om de 2 a 3 minuten passeert er een stel). Doordat iedere metrowagon 4 deuren heeft, is het in en uitstappen, zelfs bij drukke momenten, nooit een probleem. Eens het signaal klinkt is het beter niet meer in- of uit te stappen want dan klappen de deuren snel dicht en het heeft trouwens geen zin want wachten moet men nooit lang op de volgende metro.

Met het toeristisch biljet (1, 3 of 5 dagen) kunnen zowel de metro, de bus (minder interessant wegens het drukke verkeer) en de RER (de stadstrein) gebruikt worden. Eens men in een station door de deurtjes is kan men zonder hindernis overstappen naar believen.

Eens men het gewoon is met de metro te reizen stellen er zich nog weinig problemen. Best heeft men een plannetje bij van de metrolijnen (zowat overal te verkrijgen). Voor het instappen moet men enkele principes huldigen: 1. wat is het nummer van de lijn (of de kleur)?; 2. wat is het eindstation van de lijn die men wil gebruiken (om niet in de verkeerde richting te rijden)?; 3. in welk station wil men afstappen of overstappen? Binnen in de stellen staat duidelijk aangegeven hoe de verschillende stopplaatsen volgen en met de lijnen waarop men kan overstappen.

Het 5-dagenbiljet dat wij aankochten is geldig voor 3 zones: zone 1 alles wat binnen de periferique ligt; zone 2 een smalle zone omheen zone 1 en zone 3 een iets bredere zone omheen zone 2 (La Defense en St. Denis liggen binnen deze zones).

Regelmatig komt men in de metro bedelaars tegen. Deze kopen één biljet en kunnen daarmee alle metrolijnen aandoen, zolang ze maar niet door de poortjes gaan. Ze zijn echter niet agressief, ze steken enkel maar de hand uit en laten je verder met rust. Voor het verkrijgen van het bedelgeld gebruiken ze verschillende technieken. We noemen er enkele op die we gezien hebben. Een meisje van ca 10 jaar oud rammelt een tekst af zeggende dat “haar moeder ziek en werkloos is en haar vader overleden, enz”. Een man verkoopt stadsmagazines en geeft er nog wat uitleg bij. Een man van ca 60 jaar oud vraagt enkele momenten aandacht voor de poëzie en draagt dan met luide stem (om boven het lawaai van de metro uit te komen) een gedicht voor. Een man kruipt op de knieën van voor naar achter van het metrostel al bedelend. Eerst dachten we dat de man verlamd was aan de benen maar bij de volgende halte stapt hij gezwind uit aan een tempo waarbij wij hem niet kunnen volgen. Deze methode moet wel slijtachtig zijn voor de broek. De meest opmerkelijke techniek was een moeder en dochter, moeder speelde op een accordeon en de dochter had een luidspreker gemonteerd op een oud onderstel van een boodschappentas op wieltjes. Hun eerste nummer dat ze brachten was “Marina” van Rocco Granada. Zij waren trouwens de enigen die we geld zagen toegestopt krijgen.

In de verbindingsgangen van de metro krijgt men de indruk dat gans Parijs doorkruist wordt door gangen. Men kan op dat moment zich best inbeelden hoe een mol zich moet voelen. In sommige gevallen moet er een hele resem gangen doorlopen worden om van de ene metrolijn naar de andere over te stappen.

De metro in Parijs is een belevenis op zichzelf; een waar pretpark voor volwassen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

3de dag - Dinsdag 2 mei 2000

We staan op om 6.30 u en na het ontbijt verlaten we het hotel om 8.30 u. Het is bewolkt en fris weer (uitstekend wandelweer).

Daar het weekdag is kunnen we via het winkelcentrum naar het metrostation Gallieni ( is het eindstation van lijn 3). We bezoeken het kerkhof van Pere Lachaise van 9 u tot 11 u en bezoeken er de graven van o.a. Edith Piaff, Sarah Bernard, Simonne Signoret en Yves Montand, Fr. Chopin en in het reusachtig columbarium Achilles Zavatte (de wereldberoemde clown) en Maria Callas. Aan het graf van Chopin komt net een Poolse groep op bezoek en de gids verwijst met enige fierheid naar de Poolse oorsprong van de componist. Aan de ingang kan men een klein plannetje bekomen waarmee men de graven gemakkelijk kan terugvinden.

We stappen in de metrohalte Pere Lachaise en zijn reeds onderweg als Lea zegt dat ze andere schoenen wil aandoen wegens pijnlijke voeten. We stappen bij de volgende halte uit en nemen de metro terug naar het hotel. In het winkelcentrum in de Auchan kopen we 2 belegde sandwichen (16 FF en 17 FF), en enkele kleinigheden. Daar het ondertussen middag is eten we op onze kamer van 12 u tot 13 u. Rond 13 u vertrekken we naar Montmartre via lijn 3 tot Pere Lachaise en met lijn 2 tot Blanche. Aan de uitgang van de metro bevindt zich de bekende Moulin Rouge. We lopen even een eindje de Boulevard de Clichy af. Hier bevindt zich de ene peepshow naast de andere. Terwijl Lea even binnenwipt in een Monoprix-warenhuis wandel ik nog even op de Boulevard de Clichy. Ik word er aangeklampt door een buitenwipper (of moet ik zeggen: een binnenduwer) die me de show aanprijst. Blijkbaar heeft hij door dat ik een Vlaming ben want hij vraagt me in het Nederlands-Vlaams dialect van waar ik ben. Als ik zeg dat ik van Gent kom vraagt hij of ik de Maxims ken en op mijn bevestigend antwoord zegt hij dat hij daar 13 jaar werkte.

Vervolgens wandelen we door de straten van Montmartre en bezoeken er de wijngaard (midden in de stad !), de Place du Tertre, de Sacre Coeur en de Moulin de la Galette (de oudste molen van Parijs). Tenslotte dalen we te voet de trappen van de Square Wilette af (we maken dus geen gebruik van de Funiculaire). Beneden in de winkelstraatjes (smal en blijkbaar was de reinigingsdienst niet langs geweest met 1 mei), koopt Lea een T-shirt voor Marijke.

De rit naar het hotel duurt amper 25 minuten (met 1 overstap). Ondanks het avondspitsuur is het best te doen in de metro.

Gans de dag was het bewolkt maar droog, dus goed weer om in de stad rond te lopen.

Het avondmaal is Campanile kost ons 227 FF.

Op de brug die ons hotel met het winkelcentrum verbindt zit een koppel clochards (man en vrouw) die niet minder dan 5 honden bij zich hebben. Onder een deken zitten nog maar eens een onbekend aantal pubs. Ze zitten hier waarschijnlijk omdat ze bij regenval beschermd zijn door de afrit van de A3 - Porte de Bagnolet - die erboven loopt. Iedere dag van de week zullen we ze hier zien zitten (en bedelen). ‘s Avonds verplaatsen ze zich naar een beschutte hoek aan het hotel.

4de dag - Woensdag 3 mei 2000

We staan op om 6.45 u. Het motregent lichtjes en het is tamelijk fris. Wanneer ik de TV op de kamer openzet hoor ik het nieuws van een bomaanslag (eigenlijk werd er een granaat tot ontploffing gebracht) tijdens de voorbije nacht in de straat waar de Crazy Horse gevestigd is. Er zijn geen gewonden.

Rond 9.15 u vertrekken we naar de Ile de la Cite voor een bezoek aan de Notre Dame. Op het voorplein is het reeds zeer druk van busladingen toeristen die er aangevoerd worden. Tijdens ons bezoek aan de Notre Dame bezoeken we ook de schatkamer (2 x 15 FF). Quasimodo zijn we echter niet tegengekomen.

Vervolgens wandelen we rond de Ile de la Cite waar we op het uiterste punt van het eiland in een kleine gezellige drankgelegenheid een dubbele koffie en een warme chocomelk drinken (de warme melk en de warme chocolade worden afzonderlijk opgediend) voor 49 FF.

Via de Pont St. Louis wandelen we door de enkele straten dat het eilandje telt en kopen er twee belegde sandwichen (2 x 18 FF). Op een bank langsheen de Seine eten we. Het is dan 12.10 u. Na een half uur stappen we verder over de Seine naar het stadhuis met de erachter liggende St. Gervaiskerk. Ik moet even navragen naar de rue Grenier sur l’Eau en verder in die straat vinden we het Joods Nationaal gedenkteken. Vervolgens steken we de rue Rivoli over en via de rue des Ecouffe wandelen we de Joodse wijk binnen. We vinden er het aloude en bekende winkeltje van de familie Finkelsztajn (gebak en vleeswaren samen), maar het café des Psaumes vinden we echter niet (in de rue des Rosiers). Om de hoek drinken we in een café een koffie en een thee citroen (13 FF en 23 FF = 36 FF). Het naar het toilet gaan daar is al een belevenis op zichzelf. Je zit er onder een verlichte sterrenhemel, alle muren zijn bekleed met inox en in de lavaboruimte spelen er drie Tv’s.

Terug in de rue Rivoli bereiken we even verder het stadhuis van Parijs. Niet ver daar vandaan staat het Centre Pompidou. Bij ons eerste bezoek aan Parijs, jaren geleden, kon men nog als toerist met de roltrap naar boven (mooi uitzicht), maar nu moet men over een pasje beschikken. Bij diezelfde gelegenheid had ik een café opgemerkt die de naam Artevelde droeg maar die naam is nu blijkbaar verdwenen.

Op een zitbank voor het stadhuis blijft Lea achter terwijl ik te voet naar de Conciergerie trek om deze te bezoeken. Hierin bracht Marie Antoinette haar laatste dagen door. Niettegenstaande we er deze morgen reeds voorbij gegaan waren kost het me toch enig zoekwerk om de ingang te vinden maar na twee keer vragen lukt het mij. In de Conciergerie lees ik dat er niet minder dan 2780 Parijzenaars onder de guillotine vielen waaronder Blanchard P., Commissaris Generaal van het Leger, en Blanchard Gillis, marin (zeeman). Ik betaal voor het bezoek 35 FF en keer daarna naar het stadhuis terug alwaar ik Lea terugvind.

Met de metrolijnen 1 en 3 keren we terug naar het hotel (amper een half uur rijden) en komen er aan om 16.45 u.

Het avondeten in Campanile kost ons 241 FF. Rond 22 u gaan we slapen.

5de dag - Donderdag 4 mei 2000

We staan op om 7 u. Er valt ook deze morgen wat motregen maar weer niet voor lang.

Om 9.30 u vertrekken we naar St. Germain des Prez. Vlak bij de uitgang van de metro vinden we de kerk van St. Germain des Prez. Na een kort bezoek aan de kerk gaan we te voet naar het Parc du Luxemburg met het paleis van Maria de Medici. We wandelen door het park en op het einde ervan nemen we de RER om een halte verder af te stappen aan Denfer Rochereau. Niet ver van de uitgang van de metro kopen we een belegde sandwich en twee verpakte boterhammen voor 44 FF. Op een bankje langsheen de muur van het kerkhof van Montparnasse eten we en rusten we wat uit. Vervolgens bezoeken we het grootste deel van het kerkhof. Dit wordt in twee gesneden door een weg. Aan de ingang krijgen we op eenvoudige vraag een plannetje en een meerkleurige brochure van het kerkhof (gratis). We vinden er de graven van Serge Gainsburg, Camille Saint Saen (moeilijk te vinden omdat het midden in een groot perk met graven ligt), Jean Paul Belmondo en Jean Paul Sartre samen met Simonne de Beauvoir.

Daarna gaat het met de metro naar Les Invalides. We bezoeken daar de dom waar Napoleon begraven ligt (indrukwekkend). In de toegangsprijs (2 x 38 FF) is tevens het legermuseum begrepen. Hoeveel harnassen het museum bezit is niet te tellen. In de dom mag er niet gefotografeerd worden, maar daar stoort zich blijkbaar niemand aan gelet op de vele flitslampen die afgaan (ook aan de rode voetgangerslichten stoort niemand zich nog in Parijs). Op het einde van de rondgang bezoeken we nog de mooie kapel van de militairen. Een deel van Les Invalides wordt nu nog gebruikt voor gehandicapte militairen, hun echtgenoten of weduwen. In het cafetaria van het complex drinken we een koffie, een frisdrank en een donut voor 47 FF. Wanneer we vertrekken is het 16 u.

Het is slechts 30 minuten rijden met de metro naar het hotel. Die avond wijzig ik lichtjes het programma van morgen. In de Auchan kopen we 4 appels voor 8.90 FF.

Het avondeten in Campanile kost ons 273,50 FF.

6de dag - Vrijdag 5 mei 2000

We staan op om 7 u en vertrekken na het ontbijt om 9 u uit het hotel. Met de metro gaat het via lijn 3 tot Pere Lachaise, overstappen op lijn 2 richting Nation, overstappen in Nation op lijn 6 richting Charles de Gaulle-Etoile tot Bir Hakeim. We hebben voor deze morgen het Louvre van het programma geschrapt. Het museum is te groot voor een bezoek van een halve dag en de vermoeidheid laat zich na 6 dagen voelen. Vanaf Bir Hakeim is het slechts een kleine wandeling tot aan de aanlegplaats van de Batobus, een lijnbootdienst op de Seine. Deze doet hetzelfde parcours af als de andere boten maar is met het metroticket goedkoper. Het biljet is de ganse dag geldig en men kan op een 5-tal plaatsen op- of afstappen. De aanlegplaats ligt net voor de Eiffeltoren. Van het hotel tot hier is het 45 min. rijden met de metro. Het ticket voor de boot kost 2 x 45 FF (normaal 65 FF). Vooraf bekijken we even de prijzen voor een bezoek aan de Eiffeltoren en de openingsuren (tot de 3de verdieping 62 FF/p.p.).

De boottocht, met als verste punt het eilandje St. Louis, duurt zowat 1u en 20 min. Na afloop verbruiken we op een cafeboot 1 koffie en een ijstea voor 20 FF. Vervolgens gaan we terug naar het station Bir Hakeim, nemen de lijn richting Nation, stappen over te La Motte Picqard op lijn 8 richting Creteil tot Richelieu Drouot. Nabij de metrouitgang eten we in een gelegenheid een belegde sandwich en een belegd broodje met twee cola’s en een gebak voor 68 FF.

Een 500 meter hiervandaan bevindt zich de Galerie La Fayette. Lea loopt er even binnen terwijl ik de Opera in de buurt wil filmen. Ik heb geen geluk. Wegens werken ziet het gebouw eruit als een kunstwerk van Monte Cristo, de verpakkingskunstenaar. We keren terug naar de halte van de metro waar we uitgestapt waren. Enkele honderd meter hiervandaan is het veilinghuis Drouot gevestigd in een modern gebouw op de hoek van een straat (ook hier moeten we even de weg vragen). De Veiling Drouot beschikt over 15 verkoopzalen. Die namiddag waren er ca 7 zalen in gebruik. Het is er behoorlijk druk en het is even wachten om een stoel te vinden. We nemen een kijkje in elk van de zalen en in een ervan blijven we de verkoop volgen. Iedere zaal heeft zijn specialiteit: voorwerpen in glas en porselein, wandtapijten, meubelen, tapijten, enz. De zaal waar we zijn gaan zitten is er een voor glazen en porseleinen voorwerpen. Op een boord ziet Lea een klein houten kastje staan met een glazen deurfront. Dit zouden we kunnen gebruiken voor een Lieve Vrouw bij ons thuis waarvan de globe gebroken is. Het kastje blijft echter staan want de afroeping is reeds voorbij (Lea zou anders nog eens bieden - maar het probleem was dan wel dat we het spul die namiddag moesten meezeulen hebben).

Na ons bezoek aan de veiling Drouot keren we terug met de metro Opera - lijn 3 rechtstreeks naar het hotel voor een verfrissend bad. Rond 17 uur stappen we terug in de metro lijn 3 tot Republiek, stappen over op lijn 11 richting Châtelet en stappen af aan het stadhuis van Parijs. Vanavond willen we eten in het Joods kwartier dat we enkele dagen geleden bezochten. We bemerken al vlug dat het vrijdag is (vooravond van de sabbat) want in de eethuizen kunnen we niet meer alle gerechten die op de spijskaart staan bekomen (b.v. geen gerilde spijzen). We bestellen dan maar een Chawarme, een Joods gerecht van gebakken vlees met koude groenten en 2 cola’s (160 FF). Het gerecht smaakt voortreffelijk, en het is koser. De meeste eethuizen stoppen om 19 u (in verband met de sabbat?). In andere restaurants kan men er slechts terecht tussen 19 u en 21 u. Bij een typische Joodse bakkerij “Marianne” (en Marianne mocht gezien worden) kopen we 2 gebakjes gevuld met een soort notenpasta en twee gebakjes in de vorm van worstjes ook al met een notenpastavulling (samen 44 FF). In de rue Rivoli stappen we het metrostation St. Paul in, nemen lijn 1 tot Ch.de Gaulle en stappen over op lijn 6 richting Nation tot Bir Hakeim. Aan de Eiffeltoren is het behoorlijk druk van toeristen. We zien ook massa’s in de richting van de Champ du Mars gaan. Het krioelt er van politiemannen. Later doe ik navraag aan een politieman en die zegt dat er een concert aan de gang is met Andrea Botcelli. Het grote plein van de Champ du Mars staat bomvol met volk. Na op een bankje in het parkje aan de voet van de Eiffeltoren wat gerust te hebben en de Joodse gebakjes te hebben verorberd, beginnen we om 21 u aan ons bezoek van de Eiffeltoren (2 x 62 FF). Vooraf gebruiken we nog eens het toilet (2,5 FF/p.p.). De mist die deze morgen nog tamelijk dik was is nu heel wat minder geworden. Eerst gaat het met de lift in de schuine pilaren tot de 2de verdieping en daar moeten we overstappen in een andere lift tot de hoogste verdieping (3de verdieping). Boven is het wat drummen geblazen voor een plaatsje aan de reling maar met wat geduld lukt dit wel. Beneden flitsen meer en meer de verlichtingen aan, wat een mooi beeld geeft van Parijs. Onder ons is het concert van Andrea Botcelli nog volop aan de gang en af en toe horen we flarden van het applaus. Bij het afdalen kijken we nog wat rond op de 2de verdieping en even voor 22 u staan we terug op de begane grond. Langzaam, de vermoeidheid laat zich al goed voelen, keren we terug naar het metrostation Bir Hakeim. Het is die avond behoorlijk zwoel. De terugreis duurt ca 1 uur. Tijdens deze rit moet er een onweersbui zijn uitgevallen want we zien druipnatte mensen in de metro stappen. Aan het eindstation zien we dat de wegen nat liggen, maar de bui is over.

Om 23.15 u komen we aan in het hotel en vallen doodmoe op bed in slaap.

7de dag - Zaterdag 6 mei 2000

Reeds om 06.50 zijn we wakker. Het is mooi weer en het zal de ganse dag zo blijven. Na het ontbijt vertrekken we met lijn 3 tot Pere Lachaise, stappen over op lijn 2 tot Barbes Rochechouart en stappen terug over op lijn 4 tot aan het eindstation van de lijn aan de Porte de Clignancourt. Te voet moeten we onder de periferique door en even verder staan langs de straat reeds de kraampjes opgesteld. Hier verkoopt men nieuwe waren. We zijn echter op zoek naar de Marché au Pouce, de 2de handsmarkt. Deze vinden we wat verderop en bestaat uit een groep stalletjes doorsneden van kleine smalle straatjes. Hier geven we onze ogen de kost aan de uitgestalde brocanterie en antiek. Elk heeft hier zowat zijn specialiteit: zilverwerk, meubelen, koperwerk, enz. In een stalletje met zilverwerk ziet Lea een zilveren samovar staan die ze nog zou willen hebben. De prijs hiervoor is omgerekend 12.000 BEF (men kan echter nog afbieden). Het probleem van het meenemen stelt zich terug, dus kopen we maar niet (bij sommige handelaars kan men zijn Visakaart gebruiken). Na een uitgebreid bezoek aan de Marché au Pouce, rijden we met de Metro naar het Musee Grevin, het wassenbeeldenmuseum. Het is bijna middag als we daar aankomen en het museum is pas terug open om 14 u. Ik vraag even de weg naar het museum aan een ruitenwasser die bezig is aan een bepaald raam van een grootwarenhuis. Naast het museum verbruiken we 2 belegde sandwichen en 2 cola’s voor 70 FF. Om niet teveel tijd te verliezen stappen we terug de metro in en rijden we naar Les Halles (groot knooppunt van de metro, bus en RER), meer bepaald naar het grote winkelcentrum Forum des Halles. Het is zaterdag en het gelijkt hier op een bijenkorf. Het is er uitermate druk. Lea blijft hier achter om wat in de winkels rond te zien en ik neem de RER naar de Catacomben. Deze zijn pas open om 14 u en ik rust ondertussen wat uit op een bank in het parkje aan de ingang. Op een andere bank zitten een 5-tal clochards zich te goed te doen aan een kratje bier die ze gezamenlijk gekocht hebben. Elk van hen heeft een grote hond bij zich. De toegang tot de Catacomben bedraagt 33 FF. Op dit moment is het reeds behoorlijk warm. De file bezoekers aan de ingang is meters lang maar ik ben bij de eerste binnen. Voor het bezoek moeten er 103 treden (smalle draaitrap) afgedaald worden en op het einde 83 treden geklommen. De lengte van de gangen is in totaal 1 km 700 meter. Het eerste deel zijn honderden meters lange smalle en nietzeggende gangen tot men plots voor een deur komt te staan waarboven het opschrift “Opgelet, hier betreedt men het rijk der doden”. De gangen die dan volgen liggen volgestouwd met menselijke beenderen en schedels, netjes gestapeld zodat ze de muren vormen van de gangen. De skeletten zijn afkomstig van de vroegere kerkhoven, die opgeruimd werden, in de buurt van de vele Parijse kerken (verbod binnen de steden en in de kerken te begraven door Jozef II). Op het einde komt dan de draaitrap met de 83 treden (het klopt want ik heb ze geteld). De bewaker vraagt me of ik mijn fototas wil opendoen, dit om te kijken of ik geen schedel heb meegenomen als souvenir. Eens buiten is het nog een flink stuk lopen tot aan het metrostation waar ik mijn bezoek begon. Met de RER keer ik terug naar Les Halles. Het treinstel zit bomvol omdat heel wat Parijzenaars willen gaan winkelen in het Forum des Halles. Een half uur voor afgesproken tijd (het is dan 15 u) vind ik Lea terug op de Place Carré in het Forum. Het winkelbezoek heeft haar niet te best bevallen, het was veel te druk, het gebouw is reusachtig groot en nergens is er een plaatsje vrij om even uit te rusten. Het is streng verboden op de trappen van het winkelcentrum te gaan zitten. Van zodra men het doen komt er een bewaker je diets maken dat dit niet mag.

Samen rijden we met de metro naar het Musee Grevin. Aan de uitgang van het metrostation staat dezelfde ruitenwasser nog steeds, het is dan zeker drie uur later, dezelfde ruit te wassen. (Later valt mijn frank dat dit misschien een rechercheur was die het een of ander in het oog aan het houden was - cfr de bomaanslag enkele dagen geleden). De ingang van het museum betalen we met Visakaart (2 x 58 FF) . Vooraf gaan we nog iets drinken en een kleinigheid eten in een Quickrestaurant om de hoek (36.50 FF). Terwijl we in de Grevinmuseum zijn horen we een onweersbui op het dak kletteren. Naast de gewone verzameling kan men in het museum twee korte spektakels bijwonen: een klank en lichtspel in een soort van spiegelpaleis (stond reeds op de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs en naar hier overgebracht in 1906), en een soort poppentheater. Na het museum lopen we nog even door een gezellige winkelgalerij en stappen dan de metro in om terug te keren naar het hotel.

Het avondeten in Campanile kost ons 273,50 FF. Terug op de kamer bekijken we nog even de beelden van de videofilm, waarna we gaan slapen.

8ste dag - Zondag 7 mei 2000

Na het ontbijt brengen we de bagage naar de auto en geven de badge van de kamer terug aan de receptioniste. Terwijl Lea wacht in de auto in de garage tracht ik het parkeergeld met Visakaart te betalen aan de automaat. Dit lukt echter niet daar het bedrag te hoog is. Ik kan echter met Visakaart betalen aan de receptie van het Ibishotel. Ik betaal 660 FF voor de ganse week (95 FF/dag).

We rijden de garage buiten om 9.10 u. De kilometerteller staat op 101.289. Al vlug vinden we de weg naar de A3. Rond de vlieghaven van Charles de Gaulle is het behoorlijk druk, niet zozeer door de vlieghaven zelf maar door het even verder gelegen Asterixpark. Er is echter geen filevorming. Op de parking te Peronne stoppen we even van 10.35 u tot 10.55 u. We verbruiken er voor 31,50 FF en tanken daar 33 liter benzine voor 254 FF. We hebben dan 125 km gereden.

De eindpeage bereiken we om 11.15 u na 176 km. en betalen terug 75 FF met Visakaart. Na 302 km zijn we te Gent om 12.25 u (kilometerteller 101.592)

Die avond gaan we samen met Marijke, om niet uit de gewoonte te geraken, in het Campanilerestaurant te Gent eten.

Enkele conclusies

-Het weer viel gans de week best mee. Het was vooral gemakkelijk weer om te wandelen in de stad.

-Om zich te verplaatsen doorheen Parijs is de metro het vervoermiddel bij uitstek. Verplaatsingen in de stad met de auto zijn sterk af te raden.

-Parijs is een stad van alle nationaliteiten en rassen. Mensen die last hebben van een fictief onveiligheidsgevoel blijven er dus best weg. Tijdens de acht dagen hebben we echter geen enkele situatie meegemaakt die als bedreigend kan bestempeld worden. De enige persoon die me spontaan zijn zitplaats wou afstaan in de metro was uitgerekend een neger! De bedelaars en de clochards zijn een fenomeen die je er moet bijnemen. Ze vallen de toeristen echter nooit lastig.

-We hebben het gevoel dat we gerust nog eens acht dagen in Parijs kunnen doorbrengen. Teveel zaken hebben we nog niet aan bod kunnen laten komen.

-Aan deze reis zullen we nog lang goede herinneringen overhouden.

Geschreven door David Maes om 00:00 Reageer op dit bericht

MONSCHAU 1999 deel 1

MONSCHAU

31.11.1999 - 5.12.1999

Dinsdag 31 november 1999

Alhoewel we ons vertrek op woensdag 1 december hadden gepland, vertrekken we op dinsdag 31 november. De vele werken op de E 40 hebben ons hiertoe doen besluiten.

We vertrekken te Gent om 17.45 u. Kilometerstand 94.987.

Er is weinig verkeer op de snelweg tussen Gent en Brussel. Net voorbij Groot-Bijgaarden, op de Brusselse Ring zijn er werken, maar ook hier verloopt alles vlot. Zonder problemen bereiken we de E 40 Brussel - Luik. Van een groot deel van deze snelweg is de rechterrijstrook gesloten wegens de werken aan de TGV-lijn. Alhoewel de snelheid er beperkt is tot 90 km/u is er geen filevorming. Ongeveer 25 km voor Luik moet het verkeer op 1 rijstrook waardoor er wel een file ontstaat tot zelfs stilstaand verkeer. Net ter hoogte van de werken is er een Carestelrestaurant waar we stoppen voor het avondeten. We verbruiken er samen 4 broodjes, 2 cola’s, een koude schotel met hesp en een koude schotel met zalm waarvoor we 817 Fr. betalen.

Om 20 u vertrekken we voor het laatste stukje naar Luik. Daar nemen we de afrit Rocour (afrit 33). Onmiddellijk in de buurt van de afrit is er een hotel Première Classe, dat we na even zoeken vinden. Daar we op het onverwacht vertrokken zijn hebben we niet gereserveerd. Het is ten slotte een weekdag en we rekenen er op dat er wel nog een kamer vrij zou zijn. Bij navraag in Première Classe blijkt tot onze verwondering alles vol te zitten. De dame aan de receptie verwijst ons naar het Etaphotel, een 100-tal meter verder. Ook daar blijkt alles volgeboekt. De receptionist raadpleegt zijn computer en ziet dat er een kamer gereserveerd is en dat men niet is komen opdagen op het gestelde uur. Bijgevolg krijgen we de kamer (nr. 302). Zoals gebruikelijk betalen we met Visakaart: 1290 Fr. voor de kamer en 2 x ontbijt aan 150 Fr./persoon = samen 1590 Fr.

Onze kilometerteller wijst 158 km aan. Het hoogst nodige aan bagage brengen we naar de kamer. Na nog een douche te hebben genomen en nog wat TV gekeken, gaan we omstreeks 22 u slapen. Niettegenstaande het hotel vlak naast de snelweg is gelegen hebben we geen last van het lawaai (de geluidsisolatie is dus perfect).

Woensdag 1 december 1999

Na een uitstekende nachtrust staan we op om 7 u. Na de gebruikelijke ochtendrituelen en het ontbijt laden we de bagage in de auto en vertrekken we even na 9 u. Omdat we anders te vroeg in het hotel te Monschau-Höfen zouden aankomen besluiten we een ommetje te maken via Voeren. We nemen een stukje autosnelweg richting Maastricht en verlaten die ter hoogte van Voeren. Via enkele Voerense deelgemeenten bereiken we het dorpje Bombaye, een onooglijk klein dorpje net voorbij Voeren.  We stoppen er even om wat te filmen, o.a. het kleine kerkje met zijn nogal verwaarloosd aandoend kerkhofje. Vervolgens rijden we richting Kelmis (La Calamine) waar we van plan zijn eens binnen te wippen bij Roger Cloth, een oude bekende die we enkele jaren geleden leerden kennen te Oostduinkerke. Bij gebrek aan richtingsborden zijn we verplicht 3 a 4 keer de weg te vragen. Tenslotte belanden we om 10.30 u in de dorpskern van Kelmis (een tiental jaar geleden waren we er reeds een keer geweest) en vinden we in de Thymstraat het kapperssalon van Roger terug. De verbazing is op het gezicht van Roger te lezen wanneer we zijn klein kapperssalon binnenkomen. Daar hij aan het werk is blijven we slechts een korte tijd maar hij stelt voor nog eens binnen te wippen bij hem thuis en eens een goede dag te zeggen aan zijn vrouw Monica. Daar het al een tijd geleden is dat we bij hem thuis waren, tekent hij ons een even de weg uit en zonder veel moeite vinden we zijn huis.  Wel belt hij vooraf nog eens naar huis maar er wordt niet opgenomen. Mogelijk is Monica aan het stofzuigen en hoort ze de telefoon niet rinkelen, of is ze even een boodschap gaan doen. Wij zouden desnoods wel eventjes wachten. Na zowat drie kwartuur voor de deur in de wagen gewacht en ondertussen enkele keren aangebeld te hebben, vertrekken we uiteindelijk om 11.45 u richting Eupen.

We bereiken Eupen om 12.15 u, parkeren de wagen daar op een parking en eten in een snackbar 2 belegde stokbroden en 2 cola’s voor 305 Fr.

Ons hotel in Monschau-Höfen bereiken we, na wat zoekwerk, om 13.45 u. Tussen Eupen en Monschau reden we door het mooie landschap van de Hoge Venen. In het hotel Aquarium - Heigden 34 - worden we opgewacht door een dienstmeid die ons de kamer (nr. 16) aanwijst daar de patron en zijn vrouw boodschappen aan het doen zijn. Na de bagage naar de kamer gebracht te hebben, rijden we met de wagen naar Monschau-Altstadt - het oude centrum dus. We parkeren onze wagen op de parking aan de Glashutte aan de rand van het centrum en betalen daar 5 DM. Het is nog stil in de Altstadt maar daar het betrokken weer is wordt het al vlug donker en kan men al iets merken van de kerstsfeer. De dienstmeid had ons aangeraden de kerstmarkt van Monschau niet te bezoeken op zaterdag of zondag wegens de te grote drukte in de stad maar bij voorkeur op vrijdagnamiddag. In een conditorei gebruiken we 2 koffies en 1 stuk taart voor 17 DM. Aan een van de standjes in de Glashutte kopen we een hangertje voor Marijke (5 DM).

Vervolgens rijden we naar de deelgemeente Kaltenherberg om naar het hotel Gut Heistert te zoeken. Dit was onze eerste keuze geweest maar we konden daar slechts terecht vanaf 2 december. In de folder hadden we gezien dat dit hotel veraf was gelegen van de dorpskern, midden in de bossen en dus zeer rustig. We vinden de toegangsweg naar het hotel maar daar het reeds donker is en de weg onverlicht keren we halfweg tussen het dorp en het hotel terug.

Wij zijn terug in ons hotel (Aquarium) om 17.15 u. Bij het binnenkomen worden we begroet door de patron van het hotel en met hem spreken we af om het avondeten te gebruiken om 19 u.

Het hotel is volledig ingericht in Biedermeierstijl waaraan we toch even moeten wennen. In de eetzaal van het hotel (geen restaurant) staat een groot aquarium. Midden het plafond hangt een grote glazen luchter samengesteld uit grote glazen stukken die naar mijn schatting tussen de 50 en 75 kg moet wegen. Naast een koppel dat er logeert, alleen kamer met ontbijt, zijn we de enigen in het hotel. De patron vertelt ons dat de nachten daarvoor hier een Gospelkoor uit New-York heeft gelogeerd. Ze waren de ochtend van onze aankomst vertrokken en hadden de nacht voordien nogal wat lawaai gemaakt. Hun optreden in de kerk van Höfen had maar matig succes, er waren een aantal plaatsen onbezet gebleven.

Als avondeten krijgen we: soep, kotelet met bloemkool en frieten, een dessert. Daarbij dronken we een ½ liter rode wijn (van zeer voortreffelijke kwaliteit) en 2 koffies. Om 20.15 u zoeken we onze kamer op en bellen we naar de vader van Lea en naar Marijke. Na nog even TV te hebben gekeken, gaan we slapen om 21.45 u.

De kilometerteller staat op 95.267

Donderdag 2 december 1999

We worden wakker om 7.15 u. Het is waarschijnlijk de eerste keer dat we op hotel zo goed geslapen hebben. De stilte zal daar wel voor iets tussenzitten.

Het ontbijt gebruiken we om 8 u (elk 2 broodjes, 2 sneden volkorenbrood, 2 sneden bruin Duits brood, confituur, honing, kaas, hesp, een gekookt ei en vooraf een glas fruitsap).

Om 9 u vertrekken we richting Aken. Daar is het een ganse maand iedere dag kerstmarkt. Onderweg krijgen we af te rekenen met een wegomlegging zodat we pas om 10.30 u aankomen te Aken. We parkeren er in een parkeergarage (11 DM). Vooraf drinken we op de markt, naast het stadhuis, een koffie (samen 7 DM). De dom van Aken vereren we met een bezoek. Na een eerste verkenning van de kerstmarkt, die de ganse verkeersvrije zone beslaat, weet Lea nog een typisch Duitse eetgelegenheid terug te vinden die ze bij een vorig bezoek had gevonden. We eten er 2 x braadworst met friet en twee cola’s voor 20 DM.

Na de middag bezoekt Lea de kerstmarkt en ik bezoek de schatkamer van de dom (5 DM) en daarna het stadhuis (3 DM) met onder andere de vergaderzaal van de gemeenteraad, de witte zaal en op het eerste verdiep een reusachtige zaal onder booggewelven. Omstreeks 15.30 u vinden mekaar terug op de afgesproken plaats en drinken nog een grote en een kleine koffie (samen 10 DM). Op de kerstmarkt had Lea nog een tafelkleedje gekocht (10 DM), een versiert snijplankje voor Marijke (10 DM) en een zakje typische koeken (4 DM).

Tot aan de middag scheen de zon, na de middag was het betrokken maar bleef het droog. Op de kerstmarkt werd er toezicht gehouden door twee vrouwelijke en een mannelijke Duitse politieman samen met een Duitstalige Belgische Rijkswachter.

Via een andere weg, om de wegomlegging te omzeilen, vertrekken we naar het hotel om 16 u. Onderweg zien we aanduidingsbordjes die de richting van het Vogelsangkamp aangeven (ik was daar met het leger in 1967 voor 1 overnachting en ik herinner me nog de snijdende wind rond de kazerne). Regelmatig zien we ook nog onderweg delen van de oude Siegfriedlinie (antitankhindernissen). Om 17.20 u zijn we terug in het hotel. Daar bellen we naar het thuisfront. Als avondeten is er: als voorgerecht een gegrilde Camenbertkaas, gestoofd wild met rode kool en kroketten, als nagerecht een eigen gemaakte ijscreme en een ½ liter rode wijn.

Om 22.45 u gaan we slapen.

Vrijdag 3 december 1999

We worden wakker om 7.40 u en gaan om 8.15 u ontbijten. Om 9 u vertrekken we naar de historische mosterdmolen. Die is op dit moment niet te bezoeken. In het winkeltje van de molen kopen we een pot mosterd en een pot smout met kaantjes voor samen 15 DM.

We rijden vervolgens naar Kalterherberg (deelgemeente van Monschau) tot aan het Gut Heistert (zie 1ste dag). We zouden daar een koffie drinken maar het restaurant is nog niet open. We keren terug naar het hotel om daar de wagen achter te laten en onze wandelschoenen aan te trekken. Het hotel ligt op precies 1,2 km van de Altstadt Monschau. Te voet dalen we af naar het centrum. Het laatste derde is vrij steil. Onderweg hebben we een mooi uitzicht op de omgeving en de Altstadt in de diepte. Na circa 15 a 20 minuten zijn we ter plaatse. Bij aankomst drinken we er een grote en een kleine cappuccino voor 8 DM. Ondertussen krijgen we te maken met hevige windvlagen. We bezoeken uitgebreid de stad en in een klein achterstraatje besluiten we een snack te eten. Veel plaats in de eetgelegenheid is er niet (amper 3 tafels). We bestellen elk een tas uiensoep en een belegde sandwich. De patron waarschuwt dat het wel heel grote belegde sandwichen zijn. En hij heeft nog gelijk ook. Ze zijn belegd met een snede gewone kaas, een snede gekookte hesp, een spiegelei en een snede Camenbertbaas (samen 39 DM).

Daar het vrijdag is, is het nog zeer kalm op de kerstmarkt. Af en toe komt een hevige windvlaag opsteken. Via dezelfde steile weg en na 30 minuten bereiken we om 15.30 u het hotel. We zijn amper aangekomen of het begint water te gieten en nog heviger te waaien (later vernemen we dat het noorden van Duitsland windsnelheden te verwerken kreeg van 180 km/ u, de storm richtte heel wat schade aan).

Omdat het nog vroeg is besluiten we ergens iets te gaan drinken met de wagen. Niet veraf stoppen we aan het hotel - restaurant Perlenau. We drinken er een portwijn en 3 bitter lemmons (16 DM). Het is een prachtig hotel met een gezellige zithoek (voor de open haard is er een zitbank in een put).

Om 19 u zijn we terug in het hotel en eten er; als voorgerecht een huispizza, gepaneerde vis met salade en aardappelen, als nagerecht een mousse met amaretto en een ½ liter witte wijn van uitstekende kwaliteit (spätlese).

Om 22 u gaan we slapen.

Zaterdag 4 december 1999

We staan op om 07.30 u en ontbijten om 08.30 u . Om 09.30 u vertrekken we met de wagen om de omgeving te verkennen. In een folder had ik een uitgestippelde route gevonden. De abdij van Mariagarten bereiken we om 11 u. De abdij (Cisterciënzers) zelf is niet te bezoeken. In de gastrerie drinken we 2 koffies (5 DM). De verdere route loopt door een prachtig landschap. In bijna ieder dorpje dat we voorbij rijden is er een kerstmarkt. In Heimbach stoppen we en lopen we even de burcht van het stadje binnen waar er ook een kleine kerstmarkt wordt gehouden. Lea proeft een reibekouche (geraspte aardappelen gemengd met geraspte ajuin en in een koek gebakken in de olie). Tot aan de middag was het zonnig, na de middag valt er af en toen wat natte sneeuw. In Woffelsbach, aan de Rur-talsperre, stoppen we aan een patisserie en verbruiken er 2 x koffie en 2 x appeltaart. In de keuken speelt een TV en vangen we een blik op van het prinselijk huwelijk (Filip en Mathilde).

Om 15 u zijn we terug in Monschau - Höfen en rijden we door naar de Altstadt. Vandaag is het er heel wat drukker. Wat opvalt is dat er vandaag weinig landgenoten naar Monschau zijn afgezakt en dit wegens het prinselijk huwelijk. Aan de ijsbar, uitgebaat door de uitbaatster van ons hotel, drinken we elk een glas gluhwein voor 6 DM. Om 17 u is er een voorstelling van een levende kerststal op de burcht van Monschau. We beklimmen de steile helling en bekijken het 40 minuten durend schouwspel. Passend in het kader is wel dat het tijdens de voorstelling lichtjes begint te sneeuwen en lijkt alsof het zo gepland is, want als de voorstelling afgelopen is houdt het op met sneeuwen.

Na afloop zakken we terug naar het centrum af en zijn we getuige van een wat uit de hand gelopen burenruzie. Aan een van de huizen heeft de bewoner drie spandoeken aan de gevel gehangen waarop hij zijn beklacht doet over zijn buur. Waarover het precies gaat is mij niet duidelijk maar in de tekst is er sprake van “mafiabende” en staan er enkele hakenkruisen bij.

‘s Morgens had de patron van het hotel zich verontschuldigd dat hij die avond niet kon zorgen voor het avondeten en stelde hij ons voor ergens in de stad te eten. Reden hiervoor is dat hij zijn zoon moest afhalen op het vliegveld van Aken die in Tenerife een ongeval gehad heeft. Daarnaast moest zijn vrouw tot ‘s avonds in de ijsbar blijven. Bijgevolg eten we die avond in het Burghotel (op aanraden van de patron) in het centrum. We eten er: 2 x soep en 2 x een jagerssnitsel voor samen 53 DM.

Rond 19 u zijn we terug in het hotel

De kilometerteller staat op 95.528.

Zondag 5 december 1999

Rond 7.15 u staan we op en ontbijten we even na 8 u. Wanneer ik het rolluik van de kamer omhoog trek zie ik dat het afgelopen nacht gesneeuwd heeft (ca 5 cm). Na het ontbijt reken ik af. We betalen alles samen 766,20 DM (4 overnachtingen met ontbijt = 520 DM, 3 x avondeten = 168 DM, drinken = 59 DM, telefoons = 19,20 DM).

Na de auto wat sneeuwvrij gemaakt en de bagage ingeladen te hebben, maak ik nog vlug wat filmopnamen van de besneeuwde omgeving.

Rond 09.30 u vertrekken we richting Gent. Van Monschau gaat het naar Eupen waar we de E 40 oprijden. In de buurt van Luik; in het Carestelrestaurant over de snelweg, stoppen we om een koffie te drinken. We besluiten nog een snack te eten in het centrum van Leuven waarvoor we even de snelweg moeten verlaten. Daarna gaat het in één ruk naar Gent alwaar we aankomen om 13.20 u

Eindstand kilometerteller: 95.754 d.w.z. in totaal 767 km gereden gedurende 6 dagen.

Geschreven door David Maes om 00:00 Reageer op dit bericht

BOURGONDIË 1998 deel 1

ACHT DAGEN NAAR BOURGONDIE

VAN 17 TOT EN MET 24 AUGUSTUS 1998

Maandag 17 augustus 1998 - 1ste dag

In de loop van de voormiddag is alles reeds in gereedheid gebracht. De wagen nog eens naar de car-wash gedaan en daarna de bagage ingeladen. Alles is klaar om morgenvroeg te vertrekken. Na het middageten, even na 13.00 u, beslissen we om nog vandaag te vertrekken. Het zou anders toch een lange en vervelende namiddag worden.

Om 14.10 u zijn we startensklaar. De kilometerteller staat op 71.809. Voor deze avond hebben we geen hotel gereserveerd. We moeten dus afwachten waar we iets gaan vinden om te overnachten. Een snelle blik in het boekje van Première Classe leert ons dat er een hotel is te Reims, op de uitvalsweg naar Epernay. Die weg kennen we nog van twee jaar geleden. Bellen of er een kamer vrij is heeft geen zin op dit uur van de dag daar de receptie gesloten is tot 17.00 u.

We rijden de Belgisch-Franse grens over, op de E 40, om 14.25 u en na 19 km. Vanaf daar noemt de snelweg de A16. Vervolgens rijden we voorbij: Duinkerke, na 39 km, om 14.35 u en Lille (Rijsel), na 103 km, om 15.10 u. Een eind na Rijsel nemen we een ticket voor de peage. Het is dan 15.30 u en hebben 147 km afgelegd. Een eerste stop wordt gehouden op een gewone parking langsheen de snelweg van 15.55 u tot 16.15 u en na 186 km gereden te hebben. De peage even voor Reims bereiken we om 17.20 u en na 312 km gereden te hebben. We betalen daar 72 FF. Achtereenvolgens reden we op de E40 (Oostduinkerke - Belgische grens, vanaf de Franse grens de A16, te Duinkerke de N 225 gevolgd door de A25/E42, vanaf Rijsel de A1/E17, vanaf Arras de A26/E17 langsheen St. Quentin en Laon tot Reims. Vanaf daar nemen we een kort stukje A4/E17/E50 richting Troyes tot afrit 25. Daar verlaten we de snelweg en nemen de N 51 richting Epernay. Niet ver van de wijk Maison Blanche (Reims) en La Cheige au Plafont (zie reisverslag Noord-Frankrijk 1996), aan het 2de rond punt ligt het hotel Première Classe (adres: Reims Sud - Murigny). Bij onze aankomst aldaar hebben we 231 km achter de rug en is het 17.59 u. Zonder enige problemen kunnen we een kamer krijgen (kamer 42). Deze is op het gelijkvloers gelegen. We betalen 209 FF (165 FF voor de kamer en 2 x 22 FF voor de ontbijten). Onderweg hebben we nog een Campanilehotel (en restaurant) gezien, meer in de richting van Rijsel, maar dit ligt wat de ver af zodat we het avondmaal gebruiken in het Cote a Cote-restaurant, dat vlak naast het hotel gelegen is. Voor twee aperitieven, twee maal een menu Cote Expres, 1 liter Badoit en 1 koffie betalen we 167 FF. De menu Cote Expres bestaat uit: sla, een varkensstukje met friet en een dessert (chocomouse of flan). Na het eten stippel ik nog een alternatieve route uit voor de volgende dag. Door het feit dat we een halve dag vroeger vertrokken zijn hebben we morgen wat meer tijd en zullen we een ommetje maken. Het weer was uitstekend, volle zon en niet al te warm. Om 21.45 u gaan we slapen

Dinsdag 18 augustus 1998 - 2de dag

Om 6 u sta ik op. In de loop van de nacht was het fris in de kamer, wat voor een goede nachtrust zorgde.

Om 7.45 u vertrekken we richting Dijon. De kilometerteller geeft 72.130 aan. Het is fris en bewolkt. We rijden op dezelfde plaats, waar we gisterenavond de snelweg verlieten, de A4/E17/E54 op. Troyes rijden we na 114 km en om 8.50 u voorbij. Na 134 km doen we een stopplaats langsheen de snelweg A5/E17/E54 aan. Daar tanken we 30 liter benzine voor 199 FF en in het restaurant gebruiken we twee grote koffies en 1 appeltaart voor 34,70 FF. We kopen tevens een prentkaart voor 2,50 FF om op te sturen naar Marijke (‘s avonds maak ik die klaar voor verzending en doe ze de dag nadien op de post te Dijon. Amper een uur later verzend ik nog een prentkaart naar onze bovenburen aan zee - dus hetzelfde adres als de eerste kaart. Deze kaart doe ik op een andere bus, maar ook in Dijon. Raar maar waar: de eerste kaart komt twee dagen later aan dan de tweede)

We verlaten de stopplaats om 9.20 u. Het is de bedoeling om even voorbij Langres afrit 6 te nemen maar door een vergissing rijden we veel te vroeg van de snelweg te Ville sous Laferté. We betalen 73 FF peage. We hebben 181 km gereden en het is 10.20 u. Op de parking buiten de peage bestuderen we de kaart en bemerken we onze vergissing. We hadden al iets vermoed daar de nummers van de afritten niet klopten. Dus rechtsomkeer maken en terug de snelweg op.

Te Langres Sud nemen we de juiste afrit (nr. 6), na 238 km en om 10.50 u. We betalen er 22 FF peage. Vervolgens nemen we de D 428 naar Pierrefontaines en Auberive. Daar stoppen we aan een winkel - tevens bakkerijtje - en kopen er 2 belegde sandwichen met hesp (witte hesp zoals men daar zegt d.i. gekookte hesp) en 3 nectarinen voor 29,35 FF. In Auberive nemen we even de D 20 tot Bay-sur-Aube en vervolgens de D 187 naar Germaines. Op een mooi plekje met uitzicht op de vallei houden we middagpauze. We hebben daar 280 km gereden en we stoppen van 12 u tot 12.35 u. Van Germaines gaat het via de D 428 tot Colmier-le-Haut, via de D 118 naar Grancey-le-Chateau en vervolgens via de D 959 naar Is-s-Tille na 335 km gereden te hebben. We stoppen er van 14 u tot 14.40 u en drinken er een ice-thee en een frisdrank (150 BF). De ice-thee is echter veel te zoet (wordt in het café gemaakt door water toe te voegen aan een concentraat). In de plaatselijke apotheek kopen we een flesje eosine (13 FF) daar Lea even voor de reis in haar vinger gesneden had. Vanaf het verlaten van de snelweg tot in Is-s-Tille reden we door een mooi en heuvelachtig landschap.

Vanaf Is-s-Tille gaat het via de D 6 naar Moloy en van daar via de D 996 naar Messigny-et-Vantoux om dan langs de D 903 en de N 74 op de ring van Dijon terecht te komen. Een zevental kilometer voor deze stad houden we nog een korte stop. We rijden de ring rond Dijon op en nemen de afrit Dijon-Sud. Als vanzelf komen we aan het hotel Première Classe uit. Het is dan 16 u. Daar de receptie van het hotel pas om 17 u opengaat rijden we nog even naar Dijon om de weg te verkennen. We rijden tot aan het oude stadsgedeelte en bemerken tevens waar we morgen de wagen in een parkeergarage kunnen achterlaten. Op dit uur van de dag is het zeer druk in de omgeving van de stad. Bij onze terugkomst aan het hotel is het 16.35 u. Ik ben de eerste om af te rekenen aan de receptie en vraag om een kamer langs de schaduwkant. We betalen voor 3 nachten en 6 ontbijten 418 FF. We krijgen kamer 43 (gelijkvloers). Per vergissing had men ons toch een kamer langs de zonnekant gegeven. Bij het corrigeren moet er iets fout gelopen zijn daar we ‘s anderendaags de code om in onze kamer te geraken niet meer konden gebruiken. Nabij de ingang van de receptie hangt een affiche die aankondigt dat er een nieuwe Première Classe is geopend te Maçon. Op mijn vraag wordt er naar daar gebeld maar blijkt alles volzet te zijn voor de 21ste en de 22ste augustus (ik had echter al gereserveerd in een Etap-hotel).

In totaal hebben we vandaag 404 km afgelegd.

Het avondmaal gebruiken we in Campanile (50 meter verder). Voor 2 menu Buffets, 1 karaf van 46 cl vin du Gard (landwijn), 1 grote fles Badoit en 2 aperitieven betalen we 222,50 FF.

Woensdag 19 augustus 1998 - 3de dag

Om 8.15 u vertrekken we aan het hotel naar Dijon. Kilometerstand 72.535. De afgelopen nacht was het vrij warm maar bij ons vertrek is het goed afgekoeld. We bevinden ons trouwens op de warmste plek van midden-Frankrijk. Nu is er geen wolkje aan de lucht. Gisterenavond kwamen heel wat dreigende wolken opzetten doch het bleef tijdens de nacht droog. Te zien aan het verdorde gras moet het hier weken geleden geregend hebben.

De afstand tussen het hotel en Dijon is slechts 6 km. Daar we gisteren de weg reeds verkend hebben vinden we zonder moeite de goede weg en de parkeergarage in de rue Condorcet. Voor een bezoek aan de St.-Benignekathedraal, in de buurt van de garage, is het nog te vroeg. In het centrum van Dijon vinden we de Place de la Liberation, een plein in halve cirkelvorm met het Palais des Ducs. Even verder stappen we de Sint-Michielskerk binnen. Deze heeft geen noemenswaardige bijzonderheden. Een kerk die er net voor staat wordt nu gebruikt als Kamer van Koophandel. In de achterste helft is het Musee Rude ondergebracht (gratis toegang). Het museum is van bescheiden omvang maar bezit onder andere een merkwaardige reusachtige beeldengroep. Op een terrasje, voor deze voormalige kerk, gebruiken we 2 Perriers (in Frankrijk zijn deze altijd van 33 cl) voor 28 FF. In de rue des Bons-Enfants bezoeken we het musée Magnin, toegang 2 x 24 FF = 48 FF. Het museum bevat heel wat schilderijen van de Vlaamse school en toont een aantal ingerichte kamers uit de 19de eeuw. Achter het Palais des Ducs bevindt zich de Notre-Damekerk, die echter niets bijzonders bevat. Het valt ons op dat het warm is in de kerken. Meestal zoeken we in deze gebouwen de koelte op maar dit is nu niet het geval. Dit doet ons vermoeden dat het hier al een tijdje warm weer is. Eveneens in de buurt van het Palais des Ducs staan de Hallen, een constructie uit ijzer en glas. Daarin zijn standen ingericht. Op het moment dat wij er zijn is echter alles gesloten. Blijkbaar zijn de stalletjes slechts eenmaal in de week, tijdens een marktdag, open. In een sandwichbar gebruiken we 3 belegde sandwichen en 3 cola’s voor 75 FF. In een klein parkje achter het Palais des Ducs nemen we samen met een heleboel Fransen een rustpauze.

Terwijl Lea de winkelstraten gaat bekijken bezoek ik het Museum voor Schone Kunsten dat ondergebracht is in een deel van het Palais des Ducs. Dit bezoek kost mij 28 FF en 3 x 4 FF = 12 FF voor prentkaarten. In het museum loopt op dit ogenblik een tentoonstelling gewijd aan Adam Frans Van Der Meulen (° Brussel 1632 - + Parijs 1690). Van de vaste collectie van het museum maken enkele schilderijen van Gaspar de Craeyer (°Antwerpen 1584 - +Gent 1669) deel uit. Het meest opvallende zijn de praalgraven van Jan zonder Vrees en zijn echtgenote Marguerite Baviere en van Filips de Stoute.

Op de afgesproken plaats vind ik Lea terug op de Place de la Liberation. Het was behoorlijk warm in het museum. Op een terrasje op de hoek van het voornoemde plein gebruiken we 2 Perriers voor 32,40 FF. Vooraleer we stilaan afzakken naar de parkeergarage kopen we nog 2 flessen Perrier en een draagtas (plastiekzak) voor 12,40 FF en in een winkeltje, eerder een stalletje, kopen we 2 potjes mosterd (met noten en een extra straffe - zonder heeft men in Dijon niet geweest). Ten slotte brengen we nog een bezoek aan de kathedraal Saint-Benigne waarin ik alleen even de crypte bezoek (7 FF).

‘s Avonds eten we in Campanile 2 x menu Detente (buffet hors-d’oeuvre + gerecht a la carte + nagerechtenbuffet) + 2 aperitieven + 46 cl vin du Gard + ½ fles Badoit + 1 koffie voor 236 FF.

In totaal hebben we vandaag slechts 12 km gereden.

Donderdag 20 augustus 1998 - 4de dag

Het is 8 u wanneer we vertrekken vanaf het hotel. Het is licht bewolkt. De kilometerteller geeft 72.547 km aan. In de buurt van het hotel tanken we 18,40 liter benzine voor 106 FF. Rond Dijon moeten we even zoeken om de juiste weg te vinden maar al vlug vinden we de N 71 die ons richting St.-Seine brengt. Onmiddellijk zitten we in een mooi sterk heuvelachtig landschap. St.-Seine bereiken we om 9.50 u en na 34 km. Zonder er te stoppen rijden we door naar Villy-en-Auxois via de D 103 d en de D 26. Daar stoppen we aan een primitief cafeetje en kopen er 2 sandwichen voor 15 FF/stuk. Om ons te kunnen bedienen moet de zoon des huizes eerst nog vlug enkele sneden gekookte hesp gaan halen bij de plaatselijke beenhouwer. In afwachting dat de sandwichen klaar zijn drinken we elke een frisdrank (10 FF/stuk). Daar ik een Perrier besteld heb en ze die blijkbaar niet in huis hebben loopt de bazin nog vlug even naar een winkeltje in de buurt om er de gevraagde frisdrank te halen. Het etablissement ziet er weinig fraai uit en blijkbaar hebben ze er slechts het hoogst nodige in huis. In totaal betalen we er 30 FF. We hebben op dit punt 51 km afgelegd en we vertrekken om 10.10 u. In Vitteaux nemen we de D 70 naar Precy s/s Thil en in Jadron gaat het via de D 15 d en de D 36 langs Genouilly-en-Thoste naar Bourbilly. Het kasteel van Boubilly bezoeken we van 10.55 u tot 11.45 u. We hebben dan 93 km achter de rug. Het bezoek kost ons samen 70 FF. Hier vernemen we dat een groot deel van het gebouw uitbrandde in 1952. Er was echter geen brandverzekering (wegens de te hoge premie) zodat de eigenaar zelf voor de kosten van het herstel kon opdraaien.

Om 11.45 u zetten we onze weg verder richting Samur-en-Auxois. Enkele kilometer voor dit stadje houden we middagpauze van 12 u tot 12.30 u en na 102 km gereden te hebben. Via de D 954 bereiken we Semur. In het centrum ter hoogte van de kerk vinden we een vrije parkeerplaats. Het is een prachtig stadje met smalle hellende straatjes en nog voorzien van een aantal vakwerkhuizen. Het bezit bovendien nog zijn stadspoorten. Blijkbaar is het goed bekend bij de toeristen want de terrassen van de restaurants zijn behoorlijk gevuld. In een bakkerij kopen we twee stukken flantaart voor 12 FF. We hebben dan 105 km gereden en ons bezoek duurt tot 13.15 u. Bij het verlaten van het stadje kopen we aan een stalletje 4 nectarinen voor 8,50 FF. Via de D 954 gaat het naar Venerey-les-Laumes en Alise Ste Reine. Daar rijden we de Mont Auxois op. Via smalle straatjes met een sterke helling bereiken we de top. Het laatste stukje heeft een helling van meer dan 11% en moeten we gebruik maken van de 1ste versnelling om boven te geraken. Op de top bevindt zich het reusachtig beeld van Vergingetorix (een collega van de Tongerse Ambiorix). Op de top (407 m) heeft men een prachtig uitzicht op de streek. Ons bezoek duurt van 13.50 u tot 14.05. We hebben dan 121 km gereden. In eerste versnelling gaat het terug naar beneden en rijden we via de D954 naar het even verder gelegen kasteel van Bussy-Rabutin. We besluiten dit niet te bezoeken om voldoende tijd vrij te houden voor de abdij van Fontenay. Via de D 21 b, de D 19 en de D 905 komen we ten slotte aan in de abdij van Fontenay. Een deel van de abdij wordt nog bewoond door de huidige eigenaar en kan slechts onder begeleiding bezocht worden. Ons bezoek duurt van 14.45 u tot 16.55 u en kost ons 110 FF (bezoek aan de abdij + audiovisueel spektakel). We hebben dan 156 km achter de rug. In de gewezen smederij van de abdij is een audiovisueel spektakel ingericht ter gelegenheid van de viering van 900 jaar Citeaux. Daar de gewezen abdij geen drankgelegenheid bezit moeten we noodgedwongen 2 blikjes frisdrank (samen 16 FF) uit een automaat halen die in een daartoe speciaal ingerichte ruimte staat.

Daar de tijd te ver gevorderd is besluiten we de geplande reisweg te laten vallen, een deel liep trouwens over dezelfde weg als die welke we de 2de dag onvoorzien gevolgd hebben (Auberive, enz.). We nemen bijgevolg de kortste weg naar de D 905 die even voor Dijon uitkomt aan de snelweg A38 (gratis). Onderweg rijden we de stuwdam van Grosbois voorbij na 200 km. Daar is het vrij druk omdat het stuwmeer als recreatieplaats gebruikt wordt. Het hotel bereiken we om 18.15 u. In totaal hebben we vandaag 239 km gereden. Het hotel ligt midden in een groot winkelcentrum, overdag druk maar ‘s nachts stil. Lea koopt in een winkel in de buurt voor Marijke een paar schoenen voor 78 FF.

‘s Avonds gebruiken we het avondmaal op het terras van Campanile (2 menu Buffets, 46 cl vin du Gard, ½ fles Badoit, 2 Ricards en 1 koffie voor 228,50 FF)

Vrijdag 21 augustus 1998 - 5de dag

We vertrekken om 7.45 u aan het hotel. Het is bewolkt en de ganse voormiddag valt er een lichte motregen. De kilometerteller geeft 72.787 km aan. In de buurt van het hotel rijden we de A31/E17/E21 op richting Beaune. Deze stad bereiken we na 43 km en om 8.45 u. De peage kost ons 12 FF. Even buiten het centrum parkeren we op een grote parking (vrij parkeren). Samen gebruiken we in een patisserie elke een grote koffie (2 x 14 FF = 28 FF). Terwijl Lea de enkele winkelstraten bezoekt wil ik het Museum voor Schone Kunsten bekijken. Ter plaatse blijkt dat dit slechts in de namiddag opengaat. Ik keer op mijn stappen terug en vind Lea in een van de straatjes. Wegens het ingewikkeld stratenplan van Beaune is het moeilijk om ons de oriënteren. Samen bezoeken we het Hotel Dieu (2 x 32 FF = 64 FF). Het gewezen hospice is een bezoek meer dan waard. Buiten vallen vooral de kleurmotieven van de daken op. De grote ziekenzaal doet soms denken aan de ziekenzaal van de oude Bijloke in Gent maar dan nog volledig ingericht met de originele chambretten. Op het einde van de vrije rondgang bekijken we het in een speciaal beveiligde ruimte ondergebrachte veelluik “Het Laatste Oordeel” van Rogier van der Weyden. Bij het verlaten van het Hotel Dieu kopen we 3 prentkaarten en is het ondertussen middag geworden. In de buurt verbruiken we in een snackbar samen 3 sandwichen en 2 grote cola’s voor 86 FF. Vlak naast de Notre-Damebasiliek, die we eerst even binnenlopen, bevindt zich het Musée du vin de Bourgogne. Dit museum, gewijd aan de wijnproductie, bezoeken we samen (2 x 25 FF = 50 FF). In de toegangsprijs is tevens een bezoek aan het Museum voor Schone Kunsten begrepen. Dit laatste bezoek ik alleen terwijl Lea enkele straten doorloopt. Het museum opent om 14 u maar om 14.30 u sta ik al terug op straat wegens de geringe en weinig interessante inhoud.

Het oude centrum van Beaune kan men gemakkelijk in een 10-tal minuten doorkruisen en heeft een gezellige indruk. We verlaten de stad om 14.30 u en aan de rand kopen we in een Intermarche wat fruit, 3 grote flessen Perrier en 1 fles Perrier met citroensmaak (meer uit nieuwsgierigheid - smaakt helemaal niet zoet) voor 28,50 FF.

We rijden de snelweg A6/E15/E21 op richting Maçon. Onderweg tanken we 26,75 liter benzine voor 175 FF. Aan de peage van Maçon Nord betalen we 28 FF. Het Etaphotel, waar we twee dagen zullen overnachten, ligt amper 50 meter voorbij de peage. We komen er aan om 16.00 u. Gezien we nog wat tijd hebben, omdat we pas om 17 u in het hotel kunnen, rijden we eerst nog even tot aan de grote brug over de Saone, vlak bij het centrum van Maçon. De stad lijkt ons op het eerste zicht vrij groot en druk. Om 16.50 u zijn we terug aan het hotel. We hebben in totaal 140 km gereden. Ik ben de eerste aan de receptie om af te rekenen. In de buurt liggen er nog een 4-tal andere hotels. Uit gesprekken vernemen we dat alles volzet is. De meeste hotelgasten komen vanuit het zuiden en zijn op weg naar huis. Daar Macon zowat halfweg Frankrijk ligt is het begrijpelijk dat er hier heel wat een tussenstop houden. Ook is hier in de buurt een Campanilehotel-restaurant. ‘s Avonds verbruiken we er 2 x een menu formule Detente, ½ fles Badoit, 2 x kir, 1 karaf vin du Gard van 46 cl en 1 karaf van 25 cl en 1 koffie samen voor 246,50 FF.

Wanneer we terug in het hotel zijn horen we plots een hevig lawaai op de weg die van de snelweg komt en voor het hotel loopt. Dit blijkt afkomstig te zijn van een auto die aan hoge snelheid van de snelweg komt en waarvan de benzinetank is losgekomen die op het wegdek sleept, een spoor van vonken achterlatend. Blijkbaar wou de bestuurder nog een garage in de buurt halen.

Zaterdag 22 augustus 1998 - 6de dag

Het is 8.50 u wanneer we het hotel verlaten bij een kilometerstand van 72.927. Tijdens de vorige dagen hebben we moeten ervaren dat er in heuvelachtig gebied minder afstand afgelegd kan worden. Bijgevolg voorzien we nu reeds dat we de vooropgestelde rit zullen moeten inkorten.

Zonder enig probleem vinden we de D 103 en gaat het via St-Martin Belle-Roche, Clessé, Peronne, vervolgens via de D 15 tot Cluny. Op een parkeerplaats buiten het centrum laten we de wagen achter. We hebben dan 28 km gereden. Ons bezoek aan de stad duurt van 9 u tot 10.30 u. Ik alleen bezoek de restanten en het museum van de abdij van Cluny terwijl Lea de plaatselijke markt gaat opzoeken. Het bezoek kost 32 FF. Tijdens mijn rondgang in de ruïnes stel ik vast dat de film in mijn fototoestel blijkbaar niet goed was ingebracht en hij bij het doordraaien was blijven stilstaan. Nochtans was de teller verder doorgedraaid en dacht ik dat het tijd was om de film te vervangen. Bij het terugspoelen van de film stelde ik de fout vast. De ganse tijd had ik dus foto’s genomen op hetzelfde stukje film.

Na het verlaten van Cluny gaat het nog een stukje via de D 980 en vervolgens langs de D 309 naar het kasteel van Berzé-le-Chatel (10.50 u - 41 km). Daar stoppen we niet maar rijden door naar het kasteel van Pierreclos via de D 17. Het is dan 11.30 u en hebben we 52 km gereden. Voor het bezoek betalen we 2 x 33 FF = 66 FF. Buiten een jong Nederlands koppel zijn we de enige bezoekers. Op het einde van de rondgang laat de gids ons een aperitief en wijn proeven. Voor twee flessen aperitief van Pierreclos en een potje honing betalen we 162 FF (70 FF/fles en 32 FF voor de honing). Het kasteel verlaten we om 12.30 u.

Van Pierreclos gaat het over de D 185 en de D 31 en D 23 naar la Grange du Bois. Om 12.45u zien we de Roche Solutre tegenover ons. Bij de wegsplitsing slaan we de verkeerde weg in, het was de bedoeling naar Solutre te rijden, en komen uit op de top van de col de Gerbey terecht (743 m). Het uitzicht wordt wat gehinderd door het nevelig weer maar we kunnen ons toch een goed beeld vormen van wat het zou zijn bij goed weer. Op de top keren we terug op onze stappen. Daar het nu stilaan tijd wordt om wat te eten en we nog geen gelegenheid gevonden hebben waar we belegde sandwichen konden kopen, besluiten we de Auberge la Grange du Bois aan te doen. Deze auberge hadden we reeds bij het oprijden van de berg voorbij gereden. Van de parking naar het restaurant is het nog een flink klimmetje via een trap die in de aarde is uitgegraven en versterkt met boomstammetjes. De muren van het gebouw zijn minstens 1 meter dik. In de gezellige gelagzaal brandt een openhaard die tevens als grill gebruikt wordt. We eten er 1 x gegrilde kip + 1 x gegrilde Faux Fillé van Charolaiskoeien, 25 cl wijn, 1 fles Badoit en 2 koffies voor 176 FF. Het beroemde vlees van de Charolaiskoeien smaakt buitengewoon heerlijk. De patron (?) die ons bediend zorgt niet alleen voor het op en afdienen maar staat bovendien in voor het grillen. Ons bezoek aan de auberge duurt van 13.45 u tot 14.50 u. Voor we de berg opreden hadden we een trouwpartij tegen gekomen die ons enigszins de weg versperde (blijkbaar werden daar de foto’s genomen en werd er in de buurt gegeten). Nu we terug de berg afrijden komen we 20 a 25 wagens, versiert met witte linten, tegen van de trouwpartij. Allen claxonneren en de inzittenden zwaaien naar ons. We hebben dan maar teruggezwaaid.

Via de D 31 gaat het over de col de Grand Vent naar Tramayes, de D 322, de D 22 en de D 52 tot Le Plat waar we de D 43 nemen tot Monsols. het is dan 15.45 u en hebben 99 km afgelegd. Daar breken we de geplande route af. Het wordt stilaan tijd om terug af te zakken naar Maçon. Dat doen we via de D 32 en de D 18e naar Avanas (col du Fut d’Avanas - 762 m), de D 26 naar Thorins Romaneche om vervolgens de N 6 op te rijden. Onderweg is er blijkbaar een tijdrit bezig voor wieleramateurs die de col du Fut d’Avanas beklimmen. Daar zij uit tegenovergestelde richting komen hebben we er weinig last van. Even voor Maçon rijden we de snelweg A6/E15 op in Maçon Sud en rijden er af in de buurt van het hotel aan Maçon Nord. De peage kost ons 4 FF. Bij aankomst aan het hotel hebben we 140 km gereden. De ganse dag hebben we in een prachtige streek gereden. Soms hadden we de indruk in het voorgebergte van de Alpen te zitten.

Die avond verbruiken we in Campanile: 2 Kir, 1 dagschotel, 1 entrecote, 46 cl vin du Gard, een ½ fles Badoit en 1 koffie voor 175 FF.

Zondag 23 augustus 1998 - 7de dag

Om 7.45 u vertrekken we aan het hotel. We rijden de snelweg A6/E15/E21 op en verlaten die via afrit 4 in de buurt van Chalon-sur-Saone. Vervolgens gaat het via de N 80/E 607, de D 125 - Ste Helene, de D 48 - l’Abergement en de Vallée de Vaux naar Theury, de D 48 en de D 978 naar St. Leger Dheune, de D 974 langs Dennevy, St Gilles naar Santenay. Daar dit dorpje ons niets bijzonders lijkt stoppen we niet en rijden we door tot in Nolay. In dit typisch stadje stoppen we rond 10.26 u en kopen er in een snackbar 3 belegde sandwichen (15 FF/stuk). We verbruiken er tevens 1 grote en 1 kleine koffie en betalen alles samen 65 FF. Het stadje heeft een overdekte markt waar er op dit ogenblik een tweedehands boekenmarkt wordt gehouden. Via de D 973 bereiken we het kasteel La Rochepot. Dit prachtig kasteel bezoeken we van 10.45 u tot 12 u (2 x 32 FF = 64 FF) en kopen er 3 prentkaarten voor 9 FF. De daken van het kasteel zijn versiert met gekleurde motieven die zo typisch zijn voor de streek van Bourgondië. Verder gaat het via de D 17 naar Orcles om dan even voor Beaune de D 23 te nemen langs Mavilly-Mandelot. Op een goed plaatsje houden we middagpauze omstreeks 12.30 u. Via de D 111a rijden we onder de Autoroute du Soleil door naar Clavallon, even verder nemen de D 2 naar Builland waar we de vooropgestelde reisweg verlaten om via de D 18 Pont d’Ouche te bereiken. Daar gaat het via de D 33 langsheen het Canal du Bourgogne richting Pont de Pany alwaar we de oprit 30 nemen van de A 38 richting Auxerre. Op de snelweg tanken we om 14 u 194,80 FF benzine. Ter hoogte van La Cerce verlaten we om 14.24 u de snelweg waarvoor we 20 FF peage betalen. Onder het rijden in de richting Avallon zien we het Hotel Première Classe waar we die avond zullen overnachten. Ook in Avallon is er een wielertoeristenwedstrijd (tijdrit?) aan de gang met aankomst in het stadje. We wandelen even tot aan de kerk en over de nog bestaande stadsmuren maar veel bijzonders heeft Avallon niet te bieden. In een herberg eten we een ijsje en drinken we een frisdrank. We verlaten het stadje richting Vezelay en rijden via de zeer mooie vallei van de Cousin. Na een 20-tal kilometer rijden we een parking op waar we onze wagen achterlaten. De straat die naar de basiliek van Vezelay loopt is vrij steil en verkeersvrij. Tot aan de basiliek is het een flinke klim. Van daaruit heeft men een mooi uitzicht over de omgeving. Een prentkaart kost ons 2,40 FF. Wanneer we aan de wagen komen zit er een omslag tussen de ruitenwisser. Nu pas bemerkt ik de parkeerautomaat. Uit de tekst op de omslag blijkt dat het volstaat alsnog 10 FF parkeergeld (voor een ganse dag) te betalen, op het ticket de nummerplaat te schrijven en in de omslag in een bus te gooien aan de parkeermeter.

Via de kortste weg rijden we terug naar Avallon en de wijk La Cerce, waar we het hotel vinden. We komen en aan om 17.30 u In totaal hebben we vandaag 300 km gereden. De ganse dag was het fris maar zonnig weer. In het restaurant van Campanile verbruiken we 2 x formule Detente, 2 x Kir, 46 cl vin de Gard en 1 koffie voor 224 FF. We hebben ook nog ½ fles Badoit gedronken die men ons vergeet aan te rekenen, wat ik pas merk bij het buitengaan. Ik keer terug en betaal in pasmunt de 12 FF voor de Badoit.

Maandag 24 augustus 1998 - 8ste dag

Om 4.30 u wordt ik wakker door de hevige wind die het naambord op het dak van het hotel laat rammelen. Ook is het hard beginnen regenen. Een beetje beducht om de ganse afstand naar huis te moeten afleggen in de gietende regen aan een trage snelheid, laat ons besluiten zo vroeg als mogelijk te vertrekken. Wanneer we om 6.30u kunnen ontbijten is de auto reeds geladen en klaar (onder hevige rukwinden en regen). Om 7 u kunnen we de thuisreis aanvatten. De kilometerteller geeft 73.384 aan. Niet ver van het hotel rijden we de snelweg naar Auxerre op. Het is 7.40 u als we aan de peage 17 FF betalen en 49 km hebben afgelegd. Nog steeds is het hard aan het regenen. Vervolgens nemen we de N 77 (gewone weg) naar Troyes. Om 8.50 u rijden we te Troyes de snelweg op na 137 km. Na 200 km en om 9.25 u rijden we de stopplaats te Somme Gouche op en tanken er 20,5 liter benzine voor 133 FF. Tevens gebruiken we er 2 croissants, een broodje en 2 koffies voor 47 FF. Aan de peage even voor Reims, na 264 km gereden te hebben, is het 10.50 u en betalen we 94 FF. De peage net voor Lille (Rijsel) bereiken we om 12.15 u na 434 km en betalen we 72 FF peage. Na 460 km, ongeveer ter hoogte van Rijsel, stoppen we te Seclin van 12.30 u tot 13.15 u. We betalen er het (veel te duur) bedrag van 93,40 FF voor 2 slaatjes, 2 porties friet, 1 grote en 1 kleine cola. De Frans-Belgische grens overschrijden we om 14.15 u na 586 km en komen aan te Oostduinkerke om 14.30 u na 585 km.

De kilometerteller staat op 73.970. Aan een plaatselijk benzinestation tanken we nog 39 liter benzine voor 1.172 BF.

Besluit

In totaal hebben we gedurende acht dagen een afstand afgelegd van 2.161 km waarvan de hoofdmoot echter naar de heen- en terugreis ging.

De streek tussen Dijon en Macon is bij weinig toeristen bekend en dit beslist ten onrechte. De meeste rijden doorheen Bourgondië op weg naar de Azurenkust en weten niet wat ze missen.

Geschreven door David Maes om 00:00 Reageer op dit bericht

ZEVENDAAGSE NAAR DE KASTELEN VAN DE LOIRE 1997 deel 1

Zevendaagse naar de kastelen van de Loire

2 tot 8 augustus 1997

1ste dag - zaterdag 2 augustus 1997

De vorige avond zijn we vroeg gaan slapen. Omstreeks 04.30 u worden we spontaan wakker. De auto en de meeste bagage is reeds van gisteren klaar. Na het nemen van een bad en een ontbijt verlaten we de ondergrondse garage te Oostduinkerke om 05.15 u. De kilometerteller wijst 50.927 km aan. Het is nog donker en het motregent. Aan het kruispunt Albert-I-laan en Leopold-I-laan bemerken we twee rijkswachtcombi’s op ter hoogte van tearoom Rubens. Pas bij onze terugkomst zullen we vernemen dat enkele uren voordien (omstreeks 3 u) de uitbater overvallen werd, gekneveld en de ontvangsten van de dag (ca. 300.000 Fr.) werden meegenomen.

Het is de eerste uitstap naar Frankrijk sedert het ontbrekend stukje autosnelweg tussen Adinkerke en Ghyvelde is afgewerkt (opening juni 1997). Dit levert een tijdwinst op van 15 a 20 minuten. Vandaag rijden we de autosnelweg op te Oostduinkerke en zullen die pas verlaten op een paar kilometer van onze bestemming: Blois. Ter hoogte van Duinkerke (op de A 16) nemen we de A 25 richting Rijsel. Het is dan 5.37 u en we hebben 38 km gereden. Rijsel rijden we voorbij om 6.15 u en na 108 km. Daar moeten we een eerste ticket voor de “peage” nemen. Een vaste waarde op de weg naar Parijs is de stopplaats te Peronne. Ook wij maken van de gelegenheid gebruik hier te stoppen en een (bijkomend) ontbijt te nemen (menu PDJ: 24,90 FF/pp = een broodje, een croissant, een confituurtje, boter en een grote koffie). Het is dan 7.05 u en hebben 200 km gereden.

Even voor Parijs, na 280 km, betalen we 71 FF peage met de Visakaart. Net voor Parijs, ter hoogte van het vliegveld Charles de Gaulle, tanken we op een stopplaats 145 FF. benzine. We doen dit nu om ons daarna volledig te kunnen concentreren op de weg rond Parijs. Daar het zaterdag is en bovendien 2 augustus verwacht men een zeer druk verkeer rond de Franse hoofdstad (vertrekkers naar vacantiebestemmingen kruisen diegene die terugkeren naar huis). Enkele dagen voor ons vertrek verscheen in De Gentenaar een klein artikeltje dat ons nu goed van pas komt en waarin er gewag gemaakt wordt van de grote ring rond Parijs, de zogenaamde Francilienne. Net voorbij “Charles de Gaulle” nemen we de A 104, vervolgens een stukje A4/E50 (tevens A104), dan de N 104 (geen snelweg, wel een autoweg), een stukje A6 (richting Parijs-centrum) en terug de N 104. Het verkeer verloopt er zeer vlot. Een uitstekend alternatief dus voor de kleine ring van Parijs. Wel moet gezegd worden dat de afstand, ruw geschat, ca 40 km langer is via de Francilienne. Wel is het spijtig dat de benaming “Francilienne” niet gebruikt wordt op de bewegwijzering voor iedere wegwijziging. Pas na de wegverandering leest men op een bord dat “u zich op de Francilienne bevindt”. Na de N 104 nemen we de A10/E05 en zijn dan Parijs voorbij zonder noemenswaardige moeilijkheden. Aan de peage van de A10/E05 nemen we een ticket. Het is dan precies 10 u en hebben we 430 km achter de rug. Het is nog bewolkt maar ondertussen hield het op met regenen. Op de A10/E05 is het een heel stuk drukker dan rond de Franse hoofdstad. Het is duidelijk dat velen op weg zijn naar de Atlantische kust. Soms vertraagt het verkeer zonder echt stil te staan.

In Francheville is het tijd om de inwendige mens te versterken. We stoppen er van 10.20 u tot 11.10 u. De dagteller wijst 456 km aan. Drie belegde sandwichen kosten ons 45,80 FF. Op de stopplaats is het een drukte van jewelste. Men kan er ook gratis de bandenspanning van de wagen laten nakijken. Een service van Cofiroute, de uitbater van deze autosnelweg.

Aan de afrit Blois betalen we 73 FF peage. Het hotel Première Classe ligt vlak in de buurt van de afrit (aan het tweede rond punt naar rechts - Rue Robert Nau). Op de parking van het hotel stellen we vast dat we 552 km gereden hebben. Het is dan 12.20 u. Op de parking rusten we wat uit tot 13.00 u en rijden dan door naar het centrum van Blois. In de buurt van het kasteel kunnen we op een betaalde parkeerplaats onze auto kwijt, waarna we op verkenning vertrekken. De ene kant van het kasteel toornt metershoog boven een gezellig parkje uit. De andere kant, de zijde van de ingang, paalt het aan een vrij groot plein. Naast de ingang van het kasteel drinken we iets op een mooi terrasje onder bomen (32 FF voor 2 Perriers). De kathedraal Saint Louis van Blois (vroeger de Saint Solenne) vereren we met een bezoek. Om deze te bereiken moet echter een flinke klim ondernomen worden. In een kleine crypte liggen enkele bisschoppen van Blois begraven. Naast de kathedraal bevindt zich het stadhuis. Van op een plein ernaast heeft men een prachtig uitzicht over de oude stad en de Loire. Op de weg die loopt van de kathedraal naar het stadhuis is het een aan en aflopen van paartjes die ofwel pas getrouwd zijn, ofwel nog moeten trouwen. Op een marktplein waarop enkele kramen staan kopen we fruit (22 FF).

Omstreeks 16.00 u rijden we terug naar het hotel alwaar we om 16.15 u aankomen. We hebben dan 560 km gereden. Wanneer om 17.00 u de receptie opengaat ben ik de eerste aan de beurt om af te rekenen. Met de reservatiebevestiging, die ik bij heb, is het karwei vlug geklaard. Ik betaal 1254 FF voor zes nachten en twaalf ontbijten.

In de buurt van de meeste Première Classe-hotels is een hotel Campanile gelegen. Van vorige jaren is het ons bekend dat men er lekker (en veel) kan eten voor een betaalbare prijs. Niettegenstaande dat er buiten staat aangegeven dat het restaurant pas opengaat om 19.30 u, mogen we reeds een half uur vroeger binnen. We krijgen een fris plaatsje aangewezen onder een ventilator. Voor een Sweppes, een aperitief, 2 x een salade comparé, 2 x een brochette van gevogelte, 2 x een dessertbuffet en 2 koffie’s betalen we 213 FF. Het tafeltje reserveren we voor de volgende avond. Iets wat we iedere volgende avond doen van ons verblijf in Blois.

In de avond (en ook ‘s namiddags) is het zwoel en plakkerig weer. Omdat het een lange dag was gaan we reeds om 21.15 u slapen.

2de dag - zondag 3 augustus 1997

Na een niet al te frisse nacht worden we om 6.25 u wakker. Na de gewone ochtendrituelen gaan we om 7.30 u ontbijten. Tijdens de week kan men in Pr. Cl. ontbijten vanaf 6.30 u, op zondag vanaf 7.30 u.

Om 8.20 u vertrekken we richting Tours. De kilometerteller duidt 51.490 km aan. We nemen de betaalde autosnelweg A10 in de nabijheid van het hotel. Onderweg rijden we heel wat zonnebloemvelden boorbij. Ook de volgende dagen zullen we langs onze reiswegen duizenden zonnebloemen zien bloeien. Wij vermoeden dat er hier een productiecentrum is waar zonnebloemolie geproduceerd wordt.

Net voor Tours betalen we 27 FF. peage. Even voorbij de peage is er een parking met benzinestation waar we 19,36 liter loodvrije 95 benzine tanken voor 125, 60 FF.

In Tours nemen we de afrit 20 en rijden we via de gewone weg (N152/E60) langsheen de Loire naar Langeais en vervolgens naar Port-Boulet. Daar steken we de Loire over. We besluiten geen tijd te verliezen aan het navragen naar een bezoek aan een champignonkelder in Montsoreaux maar volgen over de Loire de aanduidingen richting Fontevraud. De temperatuur is dan reeds behoorlijk boven de 25 graden gestegen. Om 10.45 u komen we aan in het stadje Fontevraud dat volledig beheerst wordt door de gewezen abdij. We hebben 122 km afgelegd. De toegang tot de abdij, nu cultureel centrum, kost ons 2 x 32 FF. De gebouwen zijn opgetrokken in de spierwitte turfkrijtsteen uit de streek die hoe ouder hoe witter hij wordt (cfr. de Sacre Coeur te Parijs). Tijdens ons bezoek stijgt de temperatuur tot ca 30 graden. Binnen in de gebouwen is het koel daar de zonnestralen weerkaatsen op de witte stenen. Wanneer we echter net voor we de abdij verlaten langsheen een door het zonlicht beschenen en windvrije muur lopen is de hitte bijna ondraaglijk. Het meest typerende van de abdij is wel de keuken die in een bijzonder stijl werd opgetrokken en langs buiten het uitzicht heeft van een kapel.

Na het verlaten van de abdij kopen we in de onmiddellijke buurt een drietal belegde sandwichen (62 FF) en een prentkaart van de abdij (2,5 FF). Om 12.09 u verlaten we Fontevraud en nemen de D 145 die doorheen het bos van Fontevraud loopt. Daar stoppen we tot 12.45 u om onze sandwichen te verorberen. Daarna rijden we verder naar Saumur maar wegens de warmte zien we af van een stadsbezoek.

We verlaten Saumur via de D 751 naar Gennes om een op de kaart in het groen aangeduide weg te volgen. In Gennes volgen we verder de D 751 tot in Coutures om daar de richting Chemellier te volgen. Daar nemen we de D 161 om via Louerre le Vau het dorpje Milly te bereiken. In Milly gaat het via de D 69 terug naar Gennes waar we de Loire overrijden en dan linksaf slaan via de D 952 naar Saumur. In Saumur gaar het terug over de Loire en blijven deze volgen (D947) richting Chinon. Even voorbij Saumur, in Dampierre, stoppen we aan een café-restaurant. Daar betalen we voor een ijsje en drie Perriers 57 FF. In Chinon was het oorspronkelijk de bedoeling er de middeleeuwse markt die tijdens dit weekend gehouden wordt, te bezoeken. Ter plaatse blijkt het er een drukte van jewelste te zijn en moet er toegangsgeld betaald worden om de markt in de smalle hellende straatjes te bezoeken. We parkeren ons op een weide, tijdelijk ingericht als parking, op het hoogste punt van het stadje. We lopen even rond in het vrij toegankelijke deel. De prijs lijkt ons naar de hoge kant voor een kort bezoek en ook de warmte laat ons besluiten onze tocht verder te zetten. Wel hebben we de indruk dat het stadje, buiten het feestgebeuren, een bezoek waard is. We hebben op dit ogenblik 235 km gereden en het is 15.45 u.

Van Chinon gaat het via de D 751 naar Tours alwaar we de A 10 naar Blois nemen. De peage kost ons 27 FF. Wanneer we aan het hotel komen is het 17.10 u en hebben we 342 km afgelegd.

Iets na 19.00 u steken we de straat over naar de Campanile voor het avondmaal. Ons gereserveerd tafeltje onder de ventilator zorgt ervoor dat we, ondanks de warmte, van het eten kunnen genieten. Voor 215 FF krijgen we 2 aperitieven, 2 entree du jour, 1 kippengerecht en 1 ossengebraad, 2 dessertbuffetten en 1 koffie.

Na het eten laat de vermoeidheid zich duidelijk voelen. Reeds om 21.15 u gaan we slapen. In de toekomst zullen we er rekening mee moeten houden dat we na een vermoeiende eerste dag een minder vermoeiende moeten inlassen. Het programma van vandaag was duidelijk te zwaar.

Op de kamer is het behoorlijk warm wat mij ertoe laat besluiten de volgende dag, kost wat kost, een kleine ventilator te kopen.

3de dag - maandag 4 augustus 1997

Om 6.30u staan we op en reeds om 7.10 u zitten we aan het ontbijt. Vandaag staat hoofdzakelijk een stadsbezoek aan Orléans op het programma. De kilometerteller staat op 51.831 wanneer we om 08.15 u het hotel verlaten.

We nemen de autosnelweg A10 richting Orléans waarvoor we 24 FF peage betalen. Na 62 km gereden te hebben staan we midden in Orléans. Het is dan 9 u. Op zoek naar een geschikte parkeerplaats voor een halve dag stop ik toevallig voor een huis, een recente reconstructie van het huis waarin Jeanne d”Arc verbleef. Op die plaats kan ik slechts een goed uur parkeren. In een winkel vraag ik naar de dichtst bijgelegen parkeergarage. Die blijkt slechts twee straten verder te liggen. Zonder veel problemen vinden we de garage. Op de min twee verdieping is het nog behoorlijk warm, iets wat enkele uren later verholpen wordt na het in gang zetten van de ventilatoren.

De zon schijnt volop maar in de schaduw is het best te doen temeer daar een licht briesje voor de nodige verfrissing zorgt. Een schriftelijk aangevraagde folder van Orléans geeft een bewegwijzerde route langsheen de voornaamste gebouwen. Aan ieder van die gebouwen hangt een bordje met het nummer dat verwijst naar het nummer in de folder en de naam van het gebouw. Telkens wordt de goede richting aangegeven naar het volgende gebouw. Orléans kent naast een goede portie historische gebouwen heel wat rechte straten met pompeuze bouwwerken uit de eerste helft van deze eeuw. De voornaamste winkelstraten hebben arcades en bij dit warm weer is het ons duidelijk waarom er zo gebouwd werd. Men kan er heerlijk in de schaduw lopen! Op onze route kijken we uit waar we deze middag sandwichen kunnen eten. In een van de smalle straatjes -ook die zijn er- vinden we enkele eenvoudige snackbars die een terrasje hebben voor hun zaak. Het straatje lijkt wel op de Gentse Mageleinstraat. Op zo’n terrasje drinken we iets (20FF voor 2 grote cola’s). Rond het middaguur krijg ik een Galerie Lafayette in het oog. Daar moeten ze beslist ventilatoren hebben, bedenken we. Wegens de verlofperiode hadden we nog geen enkele elektrozaak open gevonden. Lang moeten we niet zoeken of we vinden de afdeling “klein-elektro” in een annex van de winkel. Onze keuze is vlug gemaakt. We kopen een ventilator voor 99 FF. Net op hetzelfde ogenblik koopt een dame een toestel van hetzelfde type. Blijkt dat we het laatste toestel uit de voorraad van de winkel meekregen. Daar ik nu toch terug naar de parkeergarage moet met de aangekochte ventilator, maken we van de gelegenheid gebruik om frisdrank en fruit te kopen (35 FF). Na alles in de auto achtergelaten te hebben nemen we de kortste weg naar het bewuste straatje alwaar we elk een belegde sandwich doorspoelen met een frisdrank, wat ons 58 FF kost.

Na het eten leggen we het resterende deel van het parcours af. Deze eindigt niet ver van de parkeergarage. Voor de parkeergelegenheid betalen we 29 FF. Niet goedkoop maar de auto stond toch op een fris plaatsje.

Om 14.00 u verlaten we Orléans. De rondrit die we vooropgesteld hadden en die via de bossen ten noorden van Orléans liep moeten we gezien het gevorderd uur wat inkorten. Daarvoor rijden we rechtstreeks via de D 951 naar Jargeau om daar in te pikken op de uitgestippelde route. Ondertussen zien we in de verte wat donkere wolken samenpakken. Van Jargeau gaat het via de D 921 naar Bellefontaine. Daar dwarsen we de N 20, nemen we de 1ste straat links en de 1ste rechts zodat we op de N 61 komen. Deze volgen we tot in Ligny le Ribault. Daar hebben we 118 km afgelegd en stoppen er van 15.35 u tot 15.50 u. Naast de kerk van het dorpje, met een plaquette die eraan herinnert dat Jeanne d’Arc hier voorbij kwam toen ze van Blois naar Orléans reed om de stad te bevrijden, is een café gelegen waar we elk een ijsje eten (10 FF/stuk). De patron bezorgt ons spontaan een karaf water met twee glazen, iets wat we met dit weer zeker niet afslaan. Daarna drink ik nog een grote koffie (12 FF). Terwijl we gebruik maken van het toilet vallen er juist geteld drie regendruppels (het kunnen er ook vier geweest zijn), niet eens genoeg om het stof te blussen. Daar de zon regelmatig achter wolken schuilgaat is het uitstekend en draaglijk weer. Het vervolg van onze route loopt via de D 103 en de D 19 tot la Croix-Blanche, linksaf via de D 951, aan het volgende kruispunt de D 925 naar la Ferté-St. Cyr, rechtdoor naar Dhuizon, rechtsaf de D 22 en deze blijven volgen tot aan de Loire. Tenslotte de Loire via de D 951 volgen naar Blois. Net voor Blois krijgen we een prachtig zicht op de stad die op de tegenoverliggende helling gelegen is. Een oude brug (of was het een aquaduct?), die een heel stuk landinwaarts loopt en waarvan het deel over de Loire niet meer bestaat (vernietigd tijdens een oorlog?), rijden we voorbij. Ik stop eventjes om een foto te nemen van de stad en loop daarvoor een trapje af van de dijk. Dit is gemerkt met een hoog-waterstandmeter die tot 6 meter gaat. Zoals de Loire er nu bij ligt kan men zich moeilijk inbeelden dat de stroom de bovenkant van de dijk kan bereiken in uitzonderlijke omstandigheden.

Via de brug over de Loire en het centrum van Blois komen we aan ons hotel aan om 17.15 u. We hebben die dag 195 km gereden. In de verte lijkt een onweer op komst maar voorlopig valt er geen regen.

Ons avondlijk bezoek aan de Campanile kost ons in totaal 214 FF(aperitief, soep, hors d’oeuvrebuffet, kaasbuffet, sorbet, ½ fles spuitwater per persoon).

4de dag - dinsdag 5 augustus 1997

Om 6 u staan we op om dan om 7.45 u van het hotel te vertrekken naar het centrum van Blois.

Eerst zoeken we naar een benzinestation om te tanken waarvoor we wel eventjes tot buiten de stad moeten rijden, langs de overzijde van de Loire. We tanken 35,5 l (6,33 FF/l) en betalen 224 FF. Niet ver van het kasteel van Blois parkeren we onze auto en steken 11 FF in de parkeermeter. Daar we reeds op de eerste dag de stad wat verkend hebben vinden we gemakkelijk de ingang van het kasteel. Dit is pas toegankelijk vanaf 9 u. We zijn nog iets te vroeg. Van op de versterkingsmuur hebben we een mooi uitzicht op de Loirevallei. De toegangsprijs bedraagt 2 x 35 FF en we kopen tevens een prentkaart (2 FF). In het kasteel valt vooral de centrale trap op die zowat het uithangbord van Blois is geworden. Na het bezoek kopen we aan de voet van het kasteel drie sandwichen voor 56 FF.

Daarna gaat het van Blois richting Chambord. Daarvoor volgen we de D 956 en de D 923 tot Bracieux waar we linksaf slaan via de D 112 naar Chambord. Deze laatste loopt doorheen het Foret de Boulogne. Halfweg in het bos rijden we het domein van Chambord binnen via het hek. De snelheid is er strikt gelimiteerd tot 50 km/u. In de nabijheid van het kasteel rijden we een betaalde parking op (6 FF) en zonder verder zoeken vinden we een vrije plaats. Het is dan 11.05 u. Er is reeds heel wat volk op de been maar het is nog te doen. Als we later het kasteel verlaten staat een lange rij aan te schuiven om binnen te gaan. Aan de ingang wordt ons spontaan gevraagd welke taal we spreken en wordt ons vervolgens een Nederlandse tekst, met uitleg over het kasteel, in de hand geduwd. Nagenoeg elk kasteel dat we tijdens deze zeven dagen zullen bezoeken geeft gratis, naast andere talen, een Nederlandstalige folder aan de bezoekers. De aanblik van Chambord, met zijn ronde torens, is indrukwekkend. Wat we hier vooral onthouden is de centrale trap met dubbele omwenteling, toegeschreven aan Leonardo da Vinci. Eens men een omwenteling volgt kan men diegenen die de andere omwenteling volgen niet meer tegenkomen. Een ander bezienswaardigheid is de metershoge stoof bekleed met porseleintegels. Vanaf het dak heeft men een mooi uitzicht op het park en de omgeving. Bij het buitenkomen kopen we 26 FF frisdrank en het gebruik van het toilet kost 2 x 2 FF.

Na onze auto opgehaald te hebben rijden we doorheen hetzelfde bos van daarnet (richting Bracieux) en buiten het hek van het domein, weten we van de heenreis, dat hier een picknickplaats is. Alle tafels zijn bezet maar geen nood. Ons plooitafeltje wordt uitgezet. De middagpauze duurt van 12.30 u tot 13.15 u. We hebben dan 48 km achter de rug.

Nadat we onze eerder aangekochte sandwichen naar binnengewerkt hebben rijden we naar Bracieux alwaar we de D 102 nemen naar Cheverny. We bezoeken het kasteel van 13.35 u tot 15.05 u en dit kost ons 2 x 32 FF. Onze dagteller duidt 60 km aan. Het opvallendste hier was de kennel met een meute van 70 honden (een kruising van de Engelse Fox hunt en de Franse Poitevin. Op het ogenblik dat wij er passeren genieten de dieren van een middagdutje. Na het bezoek aan het kasteel verbruiken we in de drankgelegenheid aan de ingang twee ijsjes en een frisdrank (35 FF). Op het moment dat we de parking van het kasteel verlaten valt een verfrissende regenvlaag uit de lucht.

Wegens het gevorderde uur kunnen we slechts een deel van de vooropgestelde rit uitvoeren. Van Cheverny gaat het terug naar Bracieux via de D 102, vervolgens de D 923 naar Neuvry, Neung-sur-Beuvron en la Ferté-Beauharnais tot Lamotte-Beuvron. Daar kopen we in een winkeltje twee flessen Perrier (12,5 FF). Vervolgens gaat het via de D 101 naar Vouzon, daar linksaf de D 153, aan de N 20 linksaf een stukje deze weg volgen om terug te komen in Lamotte-Beuvron. Daar gaat het dan via de D 35 naar Chaumont-sur-Tharonne. Hier verlaten we de vooropgestelde route en zullen Romorantin dus niet aandoen. Vanuit Chaumont-sur-Tharonne nemen we de D 922 en in Neung-sur-Beuvron de D 923 richting Loire en Blois.

Omstreeks 17.30 u komen we aan in het hotel. We hebben 193 km gereden. Het avondeten in Campanile kost ons 222 FF. ‘s Nachts zorgt de ventilator voor voldoende luchtcirculatie op de kamer, een meer dan lonende aankoop dus.

5de dag - woensdag 6 augustus 1997

We staan op om 6.10 u. Tijdens de nacht, omstreeks 03.00 u, heeft het fel geregend. ‘s Morgens is het zwaar bewolkt maar geen regen.

Om 8 u vertrekken we via de A 10 richting Tours. De kilometerteller staat op 52.221. Aan de peage van Tours is er enige paniek. We moeten er 27 FF betalen en willen dit als naar gewoonte doen met de Visakaart. Blijkt plots dat mijn Visakaart niet meer op de geëigende plaats in mijn portefeuille zit. We betalen noodgedwongen met baar geld. Na de peage rijden we enkele kilometer verder de stopplaats op om eens na te denken wat er gebeurd is. Het kan niet anders dan dat het meisje dat gisteren in Campanile afrekende de kaart per vergissing niet teruggaf. Om onze dag niet gans te verpesten vragen we ons af hoe we zekerheid hieromtrent kunnen krijgen. Terugkeren? En dan nog twee keer de peage betalen met daarbij nog heel wat tijdverlies. We stappen de winkel van het benzinestation binnen en vragen aan de kassierster of ze ons even een telefoonboek wil lenen. Er blijkt geen telefoonboek aanwezig te zijn. Zelf stelt ze voor dat we naar de inlichtingen bellen van France Telecom om het telefoonnummer van Campanile te achterhalen. Ik vraag haar of zij dit wil doen voor ons mits het betalen van de onkosten. Raar maar waar (of niet waar?) er is geen telefoontoestel in de winkel aanwezig. Het meisje legt uit dat dit opzettelijk gedaan wordt om niet steeds door voorbijtrekkende toeristen lastig gevallen te worden. Ze stelt voor om vanuit de publieke cel de inlichtingen te bellen, het nr. 12 (de 1207 van bij ons). Ik kan bij haar een telefoonkaart kopen (40FF). Vanuit de telefooncel bel in het nr. 12, vraag aan de telefoniste het nummer van Campanile in Blois en krijg een antwoord doormiddel van een computerstem. Daar ik wat tijd nodig heb om de getallen te vertalen om ze op te schrijven(cijfer per cijfer zou handiger geweest zijn) en waarschijnlijk ook een beetje door de opwinding, slaag ik er niet in het nummer te noteren. Op de parking, voor de openbare cel, zie ik een Fransman rond zijn auto lopen. Aan hem vraag ik of hij voor mij de bewerking wil herhalen. De man legt ons uit dat hij het niet begrepen heeft op telefoontoestellen maar als we even geduld hebben zal zijn vrouw ons wel helpen. Enkele ogenblikken later worden we inderdaad door zijn vrouw geholpen. en kunnen we naar Campanile in Blois bellen (02.54.74.44.66). Daar bevestigt men ons onmiddellijk dat mijn Visakaart daar in bewaring wordt gehouden en we ze die avond kunnen gaan ophalen (we zouden daar toch gaan eten zijn zoals iedere avond). Ondertussen valt er een lichte motregen.

Nu dit probleem opgelost is rijden we verder naar Tours en nemen daar de afrit 21. We blijven in Tours zo dicht mogelijk bij de Loire en rijden op een mooi weggetje(de D88) rond een soort schiereilandje tussen de Loire en de Cher. In Savonnierres rijden we de brug over de Cher over, slaan rechts af en komen even verder aan het kasteel Villandry. Gezien het nog vroege uur kunnen we vlakbij het kasteel parkeren onder een rij boompjes langsheen de Cher. Hier kunnen we kiezen: ofwel een bezoek aan de tuin alleen, ofwel het kasteel en de tuin samen. Wij kiezen voor beiden. Vanuit het kasteel heeft men een prachtig overzicht over de tuinen. Er zijn verschillende soorten tuinen: een watertuin met grote vijver, een tuin met bloemen en sierhagen, een kruidentuin met licht medicinale kruiden. De merkwaardigste is wel de moestuin als siertuin aangelegd. In deze tuin worden dagdagelijkse groenten als versiering gebruikt. Dit kasteel, maar vooral de tuinen, is een van de meest merkwaardigste zaken die we tijdens deze zevendaagse onder ogen krijgen. De toegang tot het kasteel en de tuinen kosten ons 2 x 45 FF. Een prentkaart kost 2 FF.

Na het bezoek aan Villandry gaat het langsheen de Loire (D16) tot aan de brug van Langeais. Door het feit dat we wat langer dan verwacht in Villandry gebleven zijn en het kort tijdverlies deze morgen, wijzigen we ons routeplan en rijden over de Loire Langeais binnen om op zoek te gaan naar belegde sandwichen. Het is dan 11.45 u en we hebben 105 km gereden. Een kasteelbezoek staat niet op ons programma en voor wat een geschikte gelegenheid betreft om eten te kopen komen we hier van een kale reis thuis. Het is ons opgevallen dat er rond sommige kastelen een overvloed is aan gelegenheden om eten te kopen en in de buurt van sommige andere is het op dit vlak pover gesteld. Dus terug de Loire over en rechtsaf de D 16 volgen richting Ussé. Enkele kilometer voor dit dorp, wij zijn nog steeds op zoek om iets achter de kiezen te stoppen, stoppen we in een onooglijk gehucht aan de Loire en vragen daar in een bakkerijtje of ze belegde sandwichen verkopen. Weer niets. De bakkerin verwijst ons echter naar een soort dorpscafé, een honderdtal meter in de richting vanwaar we komen. Alhoewel de keuze beperkt is kopen we er drie belegde sandwichen waarvan twee sterk met look gekruide worst (36 FF). Wat verder rijden we een steile weg die naar de Loire loopt af en kunnen we rustig picknicken. We hebben 111 km gereden en we stoppen van 12.05 u tot 12.35 u. Enkele kilometer voorbij onze middagrustplaats komen we aan bij het kasteel van Ussé. We betalen er 2 x 59 FF. Het kasteel is enkel te bezoeken met gids. Wanneer we in deze materie over een prijs/kwaliteitsverhouding mogen spreken dan is het kasteel van Ussé de minste van al de kastelen die we bezocht hebben. De prijs is naar de hoge kant voor het beperkt aantal plaatsen die er kunnen bezocht worden. De vrouwelijke gids is duidelijk van Vlaamse oorsprong, te merken aan de wijze waarop ze “Oudenaarde” uitspreekt (i.v.m. de wandtapijten). Na iedere Franstalige uitleg gaf ze een korte resumé in het Engels, maar het Nederlands kwam er niet aan te pas. Maar ook hier hadden we een Nederlandse tekst meegekregen (die bij de uitgang moest teruggegeven worden). In Ussé staat onze dagteller op 120 km. Tegenover de ingang van het kasteel is er een drank- en eetgelegenheid met een gezellig terras onder de bomen. We verbruiken er elk een ijsje en een frisdrank (60 FF). Terwijl we rustig aan het likken en het drinken zijn schiet plots een kelner naar het midden van het terras en roept (uiteraard in het Frans) iets als “ontruim de tafels”. Aangezien ik niet gezien heb naar wie hij dit roept denk ik dat het de bedoeling is dat de gasten die reeds al te lang een tafeltje bezet houden zonder te consumeren, verzocht worden de tafels vrij te maken. Lea, die mijn verbaasde reactie hoort en ziet, schiet in een onbedaarlijke lach. Pas dan besef ik dat het bevel bestemd is voor de andere kelners daar deze te traag de tafels afruimen zodat nieuwe verbruikers kunnen plaatsnemen.

Van Ussé gaat het terug richting Tours. We volgen hiervoor de D 7 naar Lignière de Touraine, daar linksaf over de brug van Langeais en net over de brug rechtsaf via de N 152/E60.

Even vergissen we ons omdat langs de overzijde van de Loire ter hoogte van de stad Tours niet een deel ligt van Tours maar wel St. Cyr. Wanneer we daar “centre ville” volgen bemerken we als vlug dat we in een voorstad van Tours terecht gekomen zijn. De fout is al vlug hersteld en wanneer we over de Loirebrug Tours centrum binnenrijden via de rue National worden we onmiddellijk geconfronteerd met een heksenketel, een drukte van jewelste. In een zijstraat van de rue National, een winkelstraat, duik ik een parkeergarage in. We hebben den 160 km gereden en het is 15.20 u. Lea besluit enkele winkels te bekijken en ondertussen wat fruit te kopen (10 FF). Onderwijl loop ik een paar straten verder de kathedraal van Tours binnen. Die is zoals de meeste kathedralen, mooi, alhoewel hier niets bijzonders te noteren valt. Buiten is het zonnig maar de temperatuur is best te verdragen. Naast de kathedraal bevindt zich het gewezen bisschoppelijk paleis dat nu als museum voor schone kunsten dienst doet. Een bezoek hieraan zal mogelijk voor een ander keer zijn. Veel vroeger dan voorzien ben ik op de afgesproken plaats. Enkele minuten later is ook Lea er reeds. We zijn het erover eens om zo vlug als mogelijk deze overdrukke stad te verlaten. De parking kost ons 7,5 FF. Het is 16.30 u wanneer we Tours verlaten.

Via de dichtstbijzijnde oprit rijden we de A 10 op richting Blois. Aan de peage te Blois betalen we met contant geld 27 FF. Wanneer we aan ons hotel komen hebben we 224 km afgelegd. Vandaag was het overwegend zwaar bewolkt maar zonder regen en de temperatuur was uitstekend. Nog voor we naar ons hotel gaan recupereren we eerst en vooral onze Visakaart in het restaurant Campanile. We bedanken het meisje van de receptie duizend keer.

Na een verfrissende douche gaat het terug naar Campanile alwaar ons avondmaal 221 FF kost.

Om 21.00 u rijden we naar het centrum van Blois voor een avondwandeling. Bij de avondschemering zijn de smalle straatjes rond het kasteel in een gezellige sfeer ondergedompeld. We vergelijken ze met de Brusselse Beenhouwersstraat. Op het terras naast de ingang van het kasteel verbruiken we nog een drankje (30 FF) en zien we de bezoekers aan het klank- en lichtspel het kasteel binnengaan. Wanneer we opstappen, omstreeks 22.15 u is de vertoning nog steeds niet begonnen. Nog best dat we dit niet voorzien hebben op ons programma want het zou toch iets te laat geworden zijn.

Om 22.45 u gaan we die avond slapen.

6de dag - donderdag 7 augustus 1997

De klok wijst 6.30 u wanneer we opstaan. Om 8.30 u vertrekken we aan het hotel. De kilometerteller staat op 52.458. Het weer is licht nevelig.

In Blois hebben we wat moeite om de juiste weg naar de brug over de Loire te vinden. Net over de brug slaan we rechtsaf en volgen de Loire via de D 175. Onderweg tanken we voor 185 FF benzine. We bereiken Chaumont na 30 km om 9.10 u. We zullen er blijven tot 11.10 u. Het kasteel, dat enkel bereikt kan worden na een stevige klim, is pas open om 9.30 u. De ophaalbrug is nog opgetrokken wanneer we daar aankomen. Op de affiches wordt vermeld dat naast het kasteel ook het Festival des Jardins kan bezocht worden. De toegang tot het kasteel en het festival kost ons gezamenlijk 2 x 60 FF. Vanuit het kasteel heeft men een prachtig panoramisch zicht op de Loirevallei. De manege, die in het park tegenover de ingang van het kasteel gelegen is, is een bezienswaardigheid op zichzelf. De inrichting van de stallen komt zowat overeen met een viersterrenhotel. Iedere box heeft een voederbak en een drinkbak. De tussenbeschotten zijn belegd met kokosmatten. Boven de meeste boxen is nog de naam van de paarden op sierlijke letterplaatjes te lezen. Het bijzonderste is nog de overdekte manege, opgetrokken op de voet van een vroegere windmolen. Deze loopt spits naar boven toe zodat hij van buiten de vorm heeft van een kegel. Op een verdieping is een galerij gemaakt om van daaruit de activiteiten in de manege te kunnen bekijken. In het parkgedeelte bezoeken we vervolgens het Festival des Jardins. Een vijfentwintigtal oppervlakten van enkele vierkante meters groot zijn afgezoomd doormiddel van een haag. Daarin zetten tuinarchitecten hun beste beentje voor. Er zijn tuintjes bij die nietszeggend zijn maar er zijn er enkele onder die getuigen van heel wat fantasie en verbeelding van de ontwerpers. Soms echt verrassend. Zo is er onder andere een doolhofje uit heggen te zien waaruit af en toe theatermist opstijgt, een constructie van een watermuur, enz. Na het bezoek aan het festival verbruiken we in de drank- en eetgelegenheid op de binnenkoer van de gewezen boerderij van het kasteel elk een toch wel vrij dure cola (15 FF/pp = 90 BEF). Maar nood breekt wet en dat spreekwoord kennen ze er blijkbaar ook.

Om 11.30 verlaten we Chaumont en volgen we verder de Loire naar Amboise (D 751). Ongeveer halfweg stoppen we aan een barak ingericht als frietkraam. We eten er twee belegde sandwichen met hesp, een grote en een kleine friet en 3 cola’s voor 84 FF (de grote friet kost de helft meer van de kleine - 15 FF - maar telt nauwelijks enkele frieten meer). Het is dan ca 12.00 u.

Na 48 km gereden te hebben die dag komen we aan in Amboise. Het kasteel is eveneens gelegen aan de Loire en biedt van bovenuit hetzelfde betoverende uitzicht op de vallei en de brug over de stroom. Van beneden af zie je de kasteelkapel op het nippertje van de omwalling staan. Een bezoek aan het kasteel kost ons 2 x 38 FF. In de kasteelkapel werd Leonardo da Vinci begraven, iets wat hier in herinnering wordt gebracht doormiddel van een gedenksteen in de kapel. Een Italiaanse gids, toevallig op dit moment zijn zegje aan het doen, hoor ik met veel gegesticuleer en nadruk de naam van de beroemde kunstenaar-uitvinder uitschallen. Hoe zou je zelf zijn.

Onze wagen hadden we achtergelaten op een parkeerplaatsje naast de brug over de Loire, gelegen aan de voet van het kasteel. Terwijl Lea even de smalle straatjes verkent en er twee gebakjes koopt voor 12 FF, keer ik terug naar de auto. Een plaatselijke sportvisser, die blijkbaar zijn wagen niet reglementair kwijt kan, vraagt me of ik vertrek. Wanneer ik hem antwoord dat ik nog wat blijf hoor ik hem onvriendelijk iets tussen de tanden mompelen in de zin van “die verdomde vreemdelingen”. Een aanhanger van Jean-Marie Le Pen?

We verlaten om 13.30 u Amboise en rijden via de D 31 richting Bleré maar slaan in La Croix linksaf naar Chenonceaux. Bij onze aankomst aldaar is het 13.55 u en hebben we 63 km gereden. We zullen er blijven tot 15.55 u. De vrij grote gratis parking is reeds goed bezet maar we hebben geen enkele moeite om een parkeerplaatsje te vinden. Aan het begin van de lange oprijlaan staat een treintje waarvan de bestuurder de voorbijgangers lokt om mee te rijden voor slechts 1 FF. Gezien we al het een en het ander afgestapt hebben is de keuze niet moeilijk. Het bezoek aan het kasteel kost ons 2 x 45 FF. Chenonceaux is gelegen aan en over de Cher. Eerst werd het kasteel gebouwd en later werd op de brug over de Cher een galerij opgetrokken. Een wetenswaardigheid: tijdens W.O. II vormde de Cher de grens tussen het bezet Frankrijk (door de Duitsers) en het vrije Frankrijk (onder Petain). Heel wat Fransen konden via het kasteel en de galerij ontsnappen aan de bezetter. In de bijgebouwen bezoeken we het wassenbeelden museum(pje) (2 x 10 FF). Dit geeft een overzicht van de personages die het kasteel bevolkten.

De terugweg naar ons logement loopt langs de D 81 en de D 31 naar Amboise. Daar de Loirebrug over. In Pocé-sur-Cisse linksaf de D 70 en de D 1 tot Vernou-sur-Brenne. Daar rechtsaf langs de D 46 tot in Reugny. Daar rechtsaf (D 5) en onmiddellijk linksaf de D 55 volgen tot Dame-Marie-les-Bois. Daar de D 55 blijven volgen en aan de splitsing de D 107 volgen naar Santenay. In dit dorpje de D 155 naar Orchaise nemen om daar rechtsaf te slaan (D 766) naar Blois.

Na 143 km gereden te hebben komen we aan het hotel aan om 17.35 u.

Het “laatste avondmaal” in Campanile kost ons 215 FF.

Die avond schikken we zoveel als mogelijk onze bagage in het vooruitzicht van de terugreis van morgen. Omstreeks 21.30 doven we de lichten.

7de dag - vrijdag 8 augustus 1977

We staan op om 05.40 u. Het is mistig weer en de afgelopen nacht was het fris.

Wanneer we om 6.30 u gaan ontbijten is de bagage reeds in de auto geladen. Om 7.15 u verlaten we het hotel. De kilometerteller staat op 52.603. We rijden even in de richting van Blois centrum maar aan het eerste kruispunt slaan we rechtsaf alwaar Chartres reeds staat aangeduid (D 924). We rijden vervolgens langs Oucques, Ecoman, Moisy, Charray en Chateaudun. In Chartres aangekomen om 8.30 u geeft onze dagteller 101 km aan. In de buurt van de kathedraal, wegens de mist kunnen we deze niet onmiddellijk ontdekken, parkeren we ons en stoppen 12 FF in de parkeermeter. In een café drinken we twee grote koffie’s (34 FF). Wegens de mist moeten we aan de uitbater de juiste richting vragen maar dan blijkt dat we slechts enkele honderd meter van de kathedraal verwijderd zijn. We bezoeken dit beroemd bouwwerk met zijn prachtige glasramen en rijk gesculpteerde koorafsluiting. De vloer van deze kathedraal vertoont, net zoals het Gentse stadhuis, een doolhofpatroon - een strafinstrument waardoor men in vroegere tijden een zwaardere straf kon afkopen. In een winkeltje in de buurt kopen we vier prentkaarten (8FF) en in een andere winkel belegde sandwichen en frisdrank (78 FF).

Na Chartres gaat het via de N 154 naar Dreux (recent in het nieuws wegens het uitgaansverbod voor jongeren onder de 13 jaar tussen middernacht en zes uur ‘s ochtends - het politiereglement werd vernietigd door een hogere rechtbank). In Dreux slaan we te laat af zodat we eventjes moeten terugrijden (nog geen km) om op de juiste weg te zitten. Net buiten Dreux worden we geconfronteerd met een wegomlegging maar belanden ten slotte toch via een kleine omweg in Anet. Vanaf Anet blijven we de Eure volgen langs de D 928 en even verder de D 933. In le Chaussée d’Yvry volgen we de D 16/D 62 (steeds langsheen de Eure) naar Breuilpont. De D 836 brengt ons naar Pacy-sur-Eure. We blijven deze weg volgen tot Autheuil-Authouillet. Onderweg stoppen we om te eten, even voorbij Chambray, waar we in een gang in het bos een rustig plekje vinden. We hebben 199 km achter de rug en stoppen van 11.25 u tot 11.50 u. In Autheuil rijden we richting A 13/E 05 die we oprijden en waar we 15 FF peage moeten betalen net voor Rouen. Op de snelweg tanken we 22,24 liter voor 145 FF. Even voor Rouen verlaten we de A 13/E 05 langs afrit 19 en vervolgen onze weg richting laatstgenoemde stad langs de N 15. Na de Pont d’ Arche blijven we de N 15 volgen.

Rouen rijden we voorbij om 12.40 u en na 250 km te hebben gereden. Hier lost de mist stilaan op maar ondertussen hebben we heel wat mooie landschappen ‘gemist’. Voorbij Rouen begint de autosnelweg A 28/ E 402. In 1995 was deze nog maar gedeeltelijk afgewerkt. Nu kunnen we in een ruk doorrijden tot Abbeville. Op een parking voorbij Saint-Saens stoppen we even om wat te drinken (eigen voorraad) We tellen dan 185 km.

Abbeville rijden we voorbij na 354 km en om 13.55 u. Tussen Abbeville en Boulogne moeten we nog de gewone D 1 volgen, een vrij drukke weg, maar we zien hier en daar reeds de sporen van een nieuwe autosnelweg.

Boulogne bereiken we om 15.05 u en na 436 km. Daar is men volop bezig een reusachtig aansluitingscomplex te bouwen waar verschillende snelwegen samenkomen.

Op de enige stopplaats met uitbating tussen Boulogne en de Belgische grens stoppen we een laatste keer. Het is dan 15.15 u en hebben 443 km gereden. We verbruiken er een ijs, een stuk taart en twee frisdranken (54 FF).

Oostduinkerke bereiken we om 16.20 u. We hebben vandaag 537 km afgelegd. De kilometerteller staat op 53.140.

Na alles te hebben uitgepakt en na een fris bad gaan we eten in de Hoeve in Oostduinkerkedorp. Hoe hoog de culinaire vaardigheden van de Fransen ook staat aangeschreven, onze restaurants moeten er zeker niet voor onderdoen. Ook hier geldt: oost west, thuis best. Maar om dit goed te beseffen moet men eerst eens zijn vaste stek verlaten hebben.

Besluit

Niettegenstaande de vochtige lucht, die het transpireren bevorderde, waren de temperaturen en het weer best te genieten, met als uitzondering de tweede dag die eigenlijk te warm was. De aangekochte ventilator was geen overbodige luxe en zal ons beslist bij volgende reizen vergezellen. Ook nemen we ons voor een volgende zevendaagse te plannen na de 15de augustus. De kans op zeer warme dagen is dan geringer.

Tijdens zeven dagen hebben we in totaal 2.713 km afgelegd waarvan 1.089 km voor de heen- en de terugreis en 1.624 km ter plaatse. Alle wegen, ook de lokale, zijn in uitstekende staat. Nergens hebben een betere bewegwijzering gevonden dan in Frankrijk. Vooral de nummering van de wegen in samenhang met een goede wegenkaart zorgt voor een probleemloos rijplezier.

 

Geschreven door David Maes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Reisverslagen

↑ Terug naar de berichten