Een nieuw stadion, een nieuwe ambitie…
Voordracht gehouden ter gelegenheid van de persconferentie :
“Project nieuw stadion Club Brugge”
11/01/2007 Dr. M. D’Hooghe
Stadhuis Brugge Voorzitter Club Brugge K.V
Mijnheer de Burgemeester,
Dames en Heren,
Het project om een nieuw voetbalstadion op te richten, is voor Club Brugge geen doel op zich.
Het kadert, integendeel, in de legitieme ambitie van onze vereniging om, op nationaal en
internationaal vlak, een stap voorwaarts te zetten.
In de realisatie van deze ambitie speelt de factor infrastructuur een vooraanstaande rol.
Als we rondom ons kijken, dan zien we dat men zich daar in gans Europa goed van bewust is.
Dat de grote landen hierbij voorop gaan, hoeft ons niet te verwonderen, en wordt treffend
geïllustreerd door de voetbaltempels die in Duitsland werden opgericht ter gelegenheid van de
Wereldbeker 2006.
Ook kleinere landen, vergelijkbaar met ons land, hebben in deze sector belangrijke inspanningen
verricht : kijk maar wat Portugal in 2004 realiseerde bij de Euro, toen 8 gloednieuwe stadions
werden gerealiseerd, en kijk maar naar Zwitserland en Oostenrijk, waar men 6 supermoderne
stadions voorbereidt in het vooruitzicht van Euro 2008.
Dichter bij ons, en zonder enige Europese competitie als motivatie, zien we hoe onze noorderburen
hun infrastructuur spectaculair aanpassen : Heerenveen, Kerkrade, Groningen, Den Haag, en
anderen. Ook de jeugdinfrastructuur werd hierbij niet vergeten.
In Voetbalmagazine van gisteren, 10 januari 2007, las ik : “Dat nieuwe stadions tot meer financiële
armslag leiden, ervaren ze in Nederland.”
2
AZ bijvoorbeeld speelt sinds dit seizoen in een nieuw stadion voor een gemiddelde van 17 000
toeschouwers, dat is een verdubbeling tegenover vorig seizoen.
Eerder zagen, om het bij recente voorbeelden te houden, ook Heerenveen (+35%) en FC Groningen
(+30%) meer toeschouwers naar het stadion stromen vanaf het moment dat ze een betere
accommodatie aanboden.
Maar nergens heeft de bouw van een nieuw stadion voor zo’n boom gezorgd als in Duitsland.
Vorige seizoen kwamen gemiddeld 38 191 toeschouwers naar de Bundesliga wedstrijden, een
absoluut wereldrecord.
Vijf jaar daarvoor bedroeg de moyenne 28 421 toeschouwers. De klim van 35% kwam er in de
periode, dat steeds meer Duitse topvoetballers naar het buitenland uitzwermden en de kwaliteit van
de matchen zienderogen achteruitging. Een vreemde paradox die toont dat mensen die naar een
voetbalwedstrijd gaan andere prioriteiten stellen.
Bij al de aangehaalde initiatieven speelt de publieke overheid een belangrijke rol, omdat men er
zich goed van bewust is dat een adequate, moderne infrastructuur een bepalende factor is bij de
ontwikkeling van de sport.
Dit is, in ons land, niet of veel minder het geval. In ons land moet men andere, creatieve wegen
bewandelen, en men doet dit ook : zie maar naar de constante, pijlsnelle evolutie van het Feniks
stadion in Genk, de gevorderde plannen in Gent, de nieuwe tribune in Mons, de projecten die lopen
in Brussel en in Antwerpen.
U hoorde reeds dat Club Brugge momenteel de 36
ste plaats bekleedt in de UEFA-ranking, doch,economisch gesproken, niet tot de Europese top 250 behoort.
Ook in de voorbije UEFA-poule met 5 ploegen beschikten wij veruit over het kleinste budget.
Wie economisch achterop geraakt, komt uiteindelijk ook sportief in moeilijkheden.
Eén van de antwoorden op deze oranje knipperlichten ligt bij de infrastructuur, meer bepaald bij de
nieuwe economische mogelijkheden, waar we vandaag niet over beschikken, maar die natuurlijk
een belangrijk onderdeel uitmaken van een eventueel project.
Toen de laatste resultaten van de gespecialiseerde studiebureaus ons, zoals beloofd, tijdens de
laatste dagen van 2006 bereikten, heeft de Raad van Bestuur van Club Brugge deze grondig
bestudeerd.
3
Elementen als locatie, financiering en exploitatie kwamen hierbij uitgebreid aan bod.
Aandacht werd besteed aan de steeds strengere nationale wetgeving, aan de nieuwe UEFA-normen
in verband met Europees voetbal vanaf 2012, aan de FIFA-normen in verband met een mogelijke
kandidatuur voor de Wereldbeker in 2018.
Er werd duidelijk gesteld dat de sportieve progressie van Club Brugge niet mag afgeremd worden
door dit project, anders gezegd, dat investeringen, normaal bedoeld om de ploeg te versterken, niet
mogen gedevieerd worden naar de bouw van het stadion.
Er werd met zorg uitgekeken naar het milieu, het leefmilieu der omwonenden, de
parkeerproblemen, het openbaar vervoer en de specifieke verkeerssituatie.
Getuige daarvan de 16 lokalisaties die grondig gescreend werden.
Er dient rekening te worden gehouden met de breedst mogelijke inspraak en de bezorgdheid van
alle betrokken partijen.
Vanuit verschillende hoeken kregen we kritiek, omdat we zogezegd niet of “alleen via de media
zouden communiceren”.
Dit heeft ons verrast, vermits het pas precies vandaag is, dat ons project rijp is om ermee naar buiten
te treden.
We wilden immers eerst op professionele wijze toetsen, of dit project haalbaar was, of we niet
geleid werden door een blinde ambitie, maar veeleer dit project konden uitbouwen tot een
hoeksteen van het toekomstige Club Brugge.
Tot die conclusie kwamen we bij de jaarwisseling, en, amper enkele dagen later bezorgen we de
informatie waarover we momenteel beschikken.
Vanaf heden zal de Heer Filips Dhondt, onze bedrijfsleider, fungeren als de enige spreekbuis van
Club Brugge rond dit project.
Dames en Heren, we zijn er ons goed van bewust, wat sommigen ook mogen zeggen of schrijven,
dat er nog een lange weg voor ons ligt.
Ik ben er niet bevreesd voor : aan het traject van Euro 2000 heb ik zo’n 10 jaar gewerkt.
4
Dit lange traject zal professioneel, stap per stap, worden begeleid, in nauwe samenwerking met
projectontwikkelaar U-Place, in respect voor alle legale regels, met, zoals reeds gesteld, uitgebreide
inspraakmogelijkheden voor alle betrokken partijen.
Gisteren had ik omtrent ons project een diepgaand gesprek met de Minister-president van de
Vlaamse Regering, waarbij wij het initiatief om het dossier, in de volgende dagen, aan de voltallige
Vlaamse Regering voor te leggen, volmondig positief beantwoordden.
Basisvereiste blijft, dat de commerciële inbreng moet instaan voor de bouw van het stadion.
Nu wacht ons de hordeloop langs multipele studies, rapporten, en, hopelijk vergunningen.
Eén ding is zeker : voor Club Brugge doet zich momenteel een unieke opportuniteit voor; hierop
niet inspelen zou getuigen van gebrek aan moed, en deze nalatigheid zou ons zeker door de
volgende generaties terecht worden verweten.
De administratieve, financiële en commerciële hinderpalen wegwuiven of onderschatten, zou
getuigen van domheid.
Geen open oog en oor hebben voor de bezorgdheid van alle betrokken partijen, zou blijk geven van
arrogantie.
Vanaf vandaag gaan we er voluit voor, eenvoudigweg, omdat we geloven in dit project, omdat we
ervan overtuigd zijn dat het een noodzaak is, om, ook morgen, Club Brugge op een hoogstaande
wijze nationaal en internationaal te positioneren.
Indien zou blijken dat onoverkomelijke hinderpalen opdoemen, dan blijft de mogelijkheid bestaan
om het huidige Jan Breydelstadion maximaal aan te passen aan de nieuwe normen. We voerden
daaromtrent constructieve gesprekken met de Burgemeester, doch dit is niet onze eerste optie.
Met dit project “nieuw stadion” wil Club Brugge zijn sportieve ambities, nationaal en
internationaal, vorm geven.
Het nieuw stadion moet de ambassadeursfunctie van Club Brugge, met uitstraling naar stad Brugge, zeehaven en gans de Vlaamse regio versterken.
En nu gaan we aan het werk…
Dr. Michel D’Hooghe





Joos Valgaeren. "Maar verwacht geen mirakels", mildert Ferrera. "Beide verdedigers komen toch van heel ver terug." 



trainer van Club is, zie ik mij niet teruggaan. En als Ferrera daar in juni nog coach is, denk ik niet dat ze mij zullen terughalen. Nee, als G.Beerschot tevreden is, kan ik daar voor 3 jaar tekenen."