Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Pieter Gorus
Pieter Gorus


Pieter Gorus


Pieter Gorus
Hij brak deze studies na twee jaar af en begon toen resoluut aan een kunstopleiding aan de Dendermondse Academie voor Schone Kunsten, waar hij onderricht kreeg van Jacques Rosseels, Isidore Meyers en Ferdinand Willaert. Hij maakte er kennis met Herman Broeckaert met wie hij in die tijd samen het Scheldelandschap exploreerde. Pieter Gorus huwde op 16 mei 1910 te Sint-Joost-ten-Noode met Henriette Charlotte De Wilde en vestigde zich in de Nachtegaalstraat te Dendermonde. Drie van hun acht kinderen (Stephan, Albert en Ernest) maakten later op hun beurt naam als kunstenaar. In 1914 verliet het jonge gezin het door het Duitse leger geteisterde Dendermonde en vestigde zich tijdelijk in het landelijke Overmere-Donk.
Enige tijd later koos Pieter Gorus definitief voor een woning met ruim atelier op Zele-Dijk. Hij zou er zich ontwikkelen tot een kwaliteits- en succesvol landschapschilder, van wie de realistisch en impressionistisch geschilderde werken zowel in binnen- als buitenlandse tentoonstellingen lovende kritieken kregen. Hij illustreerde daarnaast ook diverse boeken, ondermeer die van zijn vriend Karel Van de Woestijne. Pieter Gorus werd in 1908 benoemd tot leraar lijntekening aan de Dendermondse academie. Omwille van een oogkwaal diende hij op 5 januari 1925 zijn ontslag in. In diezelfde periode was hij ook als tekenleraar bedrijvig in de Dendermondse Stadslagere Jongensschool. Op 14 mei 1941 kwam hij tengevolge van een aanrijding om het leven.
Maurits Vander Cruyssen
Maurice Vander Cruyssen
Maurits Vander Cruyssen was een tijdgenoot van Pieter Gorus, Jan Maes, Leo Spanoghe en Herman Broeckaert en schilderde vooral impressionistische landschappen doorheen de seizoenen, met molens, boerderijen, kerken en kapelletjes, de Schelde, de boten en sloepen in het Vlotgras, enz. Hij was zeker sedert 1895 werkend lid van de ‘Kunstgilde van de Stad & het Land van Dendermonde’, later bekend als de ‘Dendermondse Kunstkring’. Hij schilderde doorheen de jaren menig kwaliteitsvol werk, maar streefde er nooit naar een artistieke carrière uit te bouwen ten nadele van zijn professionele collega’s kunstschilders.
Franz Courtens

Franz Courtens

Franz Courtens

Franz Courtens

Franz Courtens

Baron Franz Courtens


Jan Verhas
Jan Verhas: Breakwater
Jan Verhas: Op de golfbreker
Jan Verhas

Jan Verhas
Jan Verhas (Dendermonde, 9 januari 1834 - Schaarbeek, 31 oktober 1896) was een Belgisch kunstschilder. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de Dendermondse School.
Hij was de jongere broer van de schilder Frans Verhas (1832-1894). Hij studeerde aan de academie van Dendermonde en Antwerpen. Hij ontving de Prix de Rome in 1860 waardoor hij van de Belgische Staat een reis naar Venetië aangeboden kreeg.
Hij is bekend omwille van zijn schilderijen van landschappen, portretten, marines. Hij was tevens een genreschilder. Te midden van grote evoluties in de Franse en Belgische schilderkunst bleef hij aandacht geven aan het realisme van het detail.
Hij woonde vier jaar in Binche waar hij in het huwelijk trad en verhuisde dan naar Brussel. Hij werd er bekend voor zijn portretten van kinderen van de Belgische bourgeoisie, in een academisch gevormde stijl gemengd met een natuurlijk gevoel.
Hij was regelmatig te zien in de Salons van zijn tijd. Hij schilderde soms vrij grote composities, zoals "Op de golfbreker" (Stedelijke Musea, Dendermonde). Hij won een medaille tweede klas tijdens het Parijse salon in 1881 en een gouden medaille op de Wereldtentoonstelling in 1889.
Op oudere leeftijd verbleef hij veel in een villa op de zeedijk van Heist. Uit die periode stammen veel schilderijen van het strandleven, scènes in de duinen en verschillende marines.
Hij werd ridder van het Légion d'honneur in 1881.
Werken van hem zijn te zien in het Museum voor Schone Kunsten (Gent), het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (Antwerpen) en het Belfort van Dendermonde, musea in Elsene en Luik, en het Sincfala Museum Knokke-Heist.
Frans Vinck

Frans Vinck
Gaspar Franciscus Hubertus (Frans) Vinck (Antwerpen, 14 september 1827 - Berchem, 17 oktober 1903) was een Belgisch kunstschilder.
Levensloop
Hij studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, onder anderen bij Jozef Dyckmans. In 1846 nam hij voor het eerst deel aan een tentoonstelling, het Driejaarlijks Salon in Antwerpen. In 1850 en 1852 nam hij deel aan de Prix de Rome voor Schilderkunst zonder echter tot de laureaten te behoren. Omstreeks 1866 werd hij nog privé-leerling bij Henri Leys, wiens stijl hij sindsdien nabootste.
Hij was professor aan de Academies van Antwerpen en Dendermonde. In Dendermonde was Franz Courtens één van zijn leerlingen. Hij reisde in Frankrijk, Italië en het Nabije Oosten.
Vinck schilderde bijbelse taferelen, historische taferelen die vaak gesitueerd zijn in de Middeleeuwen of de Renaissance en portretten.
Verzamelingen
- Antwerpen, Kon. Museum voor Schone Kunsten : "De eedgenoten bij Maghareta van Parma" (1872)
- Antwerpen, Kathedraal, de Kruisweg (samen met Lodewijk Hendrix)
- Antwerpen, Stadhuis, één van de plafondschilderingen in de Raadzaal ("De geesten van de Beeldende Kunsten worden gekroond door de Faam") en kleinere decoraties.
- Antwerpen, Atheneum : decoratieve schilderingen die allegorieën voorstellen (ca. 1893)
- Luik, Museum
- Philadelphia, Museum
Baron Franz Courtens
Baron Franz Courtens (echte naam: Franciscus Eduardus Maria Courtens) (Dendermonde, 4 februari 1850 – Sint-Joost-ten-Node, 2 januari 1943) was een Vlaams kunstschilder.
Hij werd geboren in Dendermonde als zoon van een schipper die handel in oliën dreef tussen Antwerpen en Dendermonde. Van zijn vader kreeg hij maar moeilijk de toelating om zich in te schrijven bij de plaatselijke Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, waar hij les kreeg van o.a. Isodore Meyers, Jaques Rosseels en Frans Vinck. Hij studeerde daarna aan de academie van Antwerpen en in het vrije atelier La Patte de Dindon op de Grote Markt van Brussel.
Hij trok op twintigjarige leeftijd naar Brussel. Hij vestigde zich in 1874 in Sint-Joost-ten-Node, maar was later ook vaak in Genk, Ukkel, Laken, langs de Belgische kust en in Haarlem te vinden. Zijn ontmoeting met Hippolyte Boulenger en de School van Tervuren bracht hem ertoe eerder een schilder in de vrije natuur te zijn dan een academisch schilder.
Al van het begin had hij, als realist commercieel succes met zijn tekeningen en schilderijen van landschappen en dieren. Zijn schilderijen geven ons in een eigen stijl, met zware borsteltrekken of met een stralend palet, een beeld van Vlaanderens platteland in het verleden. Zij hebben hierdoor een historische waarde. Hij schilderde ook bloemstukken, genrestukken, marines en vissers op het strand. Hij streefde kleureffecten na en had een voorkeur voor groen en goudkleuren. Hij had een fotografisch zicht op het landschap voor hem, maar evolueerde later naar een bredere en een meer synthetische expressie van deze indrukken. Dit maakt hem in zekere zin een voorloper van de Latemse Scholen.
Hij verwierf een grote internationale faam. Hij won de gouden medaille van de internationale tentoonstelling in Amsterdam in 1883 en de Grote Prijs van de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs. Hij gaf vanaf 1903 les aan het NHISKA te Antwerpen , waar hij o.a. les gaf aan Floris Jespers en de cartoonist George Van Raemdonck. Hij werd in 1904 lid van de Koninklijke Academie. Vanaf 1907 schilderde hij regelmatig in het park van Laken op invitatie van de Koninklijke Famile. In 1922 verkreeg hij de titel van baron, toegekend door koning Albert I.
Hij wordt door kunstcritici en zijn tijdgenoten beschouwd als de voornaamste proponent van het impressionisme en hij werd soms de "Rubens van de landschapschilders" genoemd. Hij wordt beschouwd als de leider van de Dendermondse School, maar zelf had hij grote bewondering voor de School van Tervuren en wilde niet beschouwd worden als leider van een of andere artistieke beweging.
Zijn zoon Alfred Courtens (1889-1967), een beeldhouwer, vervaardigde in 1950 een bronzen buste van zijn vader die nu (2004), na een paar omzwervingen, in Dendermonde in de vroegere Scheldestraat, herdoopt in Franz Courtensstraat, is te zien. Zijn andere zoon Hermann Courtens (1884-1956) werd eveneens kunstschilder. Hij is de grootvader van de kunstschilders Pierre Courtens (1921-2004) en Jacques Courtens (1926-1988).
De kunstschilder Firmin Verhevick (1874-1962) is een van zijn bekenste leerlingen.
Er is veel werk van hem terug te vinden in musea:
- België: Antwerpen, Brussel, Doornik, Gent, Luik, Tienen, koninklijk paleis te Brussel
- Duitsland : Magdeburg, München, Saxen-Anhalt
- Hongarije : Budapest
- Tsjechië: Praag
- Australië: Melbourne

