m
Moos zit in de trein. Tegenover hem zit een man voortdurend met zijn vingers te tikken. Het begint Moos op zijn zenuwen te werken en hij vraagt de man: "Kunt u daar niet mee ophouden?"
"Sorry," zegt de man, "Dat kan ik niet. Ik heb dat uit de oorlog overgehouden."
Moos staat op en verhuist naar een andere coup...
Daar zit een man voortdurend met zijn duim over zijn wijsvinger te wrijven.
Vraagt Moos: "Dat heeft u zeker uit de oorlog overgehouden?" "Nee," zegt de man, "uit m'n neus."












