Dialecten.
Paltoo : vrouwenmantel.
Pedot doen : verstoppertje spelen.
Pennestok : penhouder.
Pertang : nochtans, toch.
Plansier : betegeld pad aan een huis.
Poembak : gootsteen.
Poetrel : ijzeren balk.
Porsjoenkele : aflaten verdienen ( in en uit de kerk gaande)
Pul : jong kieken.
Punnekesdraad : prikkeldraad.
Uit: Puur Puus Louis Callaert & Ward Vanachter

































