Naar de inhoud

De Winter in Rozenland

Genealogie en familiegeschiedenis

Berichten van 6 februari 2006 tot 12 februari 2006

Iets meer over Petrus De Winter, zoon van Adriaan De Jonghe

Petrus De Winter (zoon van Adriaan) wordt vermeld in de kerkregisters van Burst op 15 december 1633 wanneer hij samen met zijn broer Henricus (als tweeling) gedoopt wordt. Zijn dooppeter en doopmeter waren respectievelijk Petrus De Vuyst en Catharina Tuybens. 

Hij treedt in het huwelijk rond 1669 met Philippina De Vreese en uit dit huwelijk zouden in totaal 14 kinderen geboren worden waarvan 9 nog in leven waren (4 dochters en 5 zonen) bij zijn overlijden op 2 november 1694 (informatie bevestigd door een SVG opgemaakt bij zijn overlijden).

Petrus (Pieter) moet een niet onbelangrijke rol gespeeld hebben in het lokale leven want hij wordt als griffier vermeld in een akte eedaflegging voor de schepenbank van Burst. Hieruit mogen we wellicht afleiden dat hij enig onderwijs genoten had.

Het onderwijs op het platteland was tijdens het Ancien Régime een zeldzaamheid. Her en der waren er enkele kosters, dagloners of geestelijken die wat instructie gaven aan de dorpskinderen, doch men bleef grotendeels verstoken van enige georganiseerde vorm van onderwijs op de catechismuslessen na, die op zon- en feestdagen werden gegeven.

Het is pas tijdens de eerste synode van Mechelen en het provinciaal concilie van 1607 dat er werd aangedrongen op  de oprichting van parochiescholen. Deze scholen moesten niet alleen de gebeden en de geloofswaardigheden aanleren, maar ook de kinderen leren lezen, schrijven en de Mis dienen. De instelling werd gesuperviseerd door de pastoor en gewoonlijk werd door hem op zaterdag catechismusles gegeven.

Bij het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw ontstonden alzo vele scholen die doorgaans geleid werden door een koster-onderwijzer en die ook meestal in zijn eigen woonst werden gehouden.

In de Heerlijkheid Burst - Bambrugge - Zonnegem - Cottem moest de jeugd zich naar Burst begeven om enig onderwijs te genieten. Het eerste spoor van een koster-onderwijzer te Burst werd gevonden in het dekanaal verslag van 1656. De deken maakt echter geen melding van een naam. Toch moet er eerder een lesgever in Burst hebben gewoond, want de Vlekkemse kinderen volgden reeds in 1599 lessen in de hoofdparochie.

Blijkbaar was de dubbele taak van koster-onderwijzer toch te zwaar, want reeds in 1672 waren beide beroepen ontkoppeld. Het dekanaal verslag van het jaar 1672 maakt gewag van een zekere Henricus Michiels die enkel onderwijzer was.

De taak van koster-onderwijzer werd echter in 1682 weer waargenomen door een zekere Livinus Moreels.

Al de gekende opvolgers waren vanaf dan geen koster meer. Dit was o.a. het geval met Franciscus Rasschaert (dekanale verslagen van 1694, 1714, 1722 en 1730) en Petrus Rasschaert, in Burst benoemd in 1746 en welke ook nog in 1774 les gaf.       

Tenslotte wordt Petrus De Winter eveneens postuum vernoemd in de registers van de stad Geraardsbergen in 1716 wanneer zijn zoon Livinus (Lieven) als buitenpoorter wordt ingeschreven.


Alain De Winter - Luxemburg

Geschreven door Leon De Winter om 00:00 Reageer op dit bericht

Gelezen

Ik heb in de bibliotheek in Wetteren iets gevonden dat u misschien zal interesseren.

Het is nl. een boek met titel “Van Overschelde gesproken”, ISBN-nummer 90-6281-008-X en de verantwoordelijke uitgever is het gemeentebestuur van Wetteren.

Hierin lees ik op blz. 104-105 (een artikel gaande over de Gransveldestraat, item 6 gaat over huisnummer 27).

7. Bij Winters.

Vier huizen verder, aan dezelfde kant van de straat, hielde Achiel De Winter (Siel Winters) en Juliana (Zanne) Bové meer dan een halve eeuw café. Later werd het overgenomen door dochter Rosa en haar man, Herman Heirman. Het café had geen specifieke naam maar “Bij Winters” was een begrip op Gransvelde. Het was zowat het volkscentrum van dat ‘nieuwe’ Gransvelde, dat werkmans-Gransvelde. Ter verduidelijking: voor Gransvelde Gransvelde werd, was Klein Gent Gransvelde. Het was het hart van de wijk, zeker tijdens de kermis op de eerste zondag van augustus. Dab vond de ‘kuipkesteking’ plaats en later de (fiets)ringsteking. Op ’t Brieleken, het pleintje voor het huis van Tineke Cours, waar de Laarnesteenweg en de Gransveldestraat weer samenkomen, lokte de mastklimming veel volk. Tussen ’t Brieleken en Winters stond aan de overzijde van de straat vele jaren lang een kermismolentje ‘autotses en velootses’. Wat verderop aan de Paal stond het andere deel van de kermisattracties. Door toedoen van de gebuurtedekenij en de Katholieke Bond voor Gepensioneerden werd De Lindekens gaandeweg een derde aantrekkingspool tijdens de kermis, met gezellig samenzijn, bollen, kaarten en graaischieten op de liggende wip.

Bij Winters was ook de eerste kermisdanszaal in de bierhalle of de schuur naast het café, waar alles voor de gelegenheid aan de kant werd geschoven? Zoals in de meeste cafés was er een spaarkas ‘Wie spaart, vergaart’ maar dat gespaarde werd wel op tijd en stond opgegeten en gedronken.

Tot zover de letterlijke tekst uit het boek. Er is ook nog een foto bij van het café met boven de deur een bord met daarop “DE WINTER ROSA” en een tweede bord met daarop “FC GRANSVELDE” en op beide de naam van de sponsor, zijnde “LAMOT”.

Antoine Verstuyft
www.verstuyft.tk

Geschreven door Leon De Winter om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van De Winter in Rozenland

↑ Terug naar de berichten