Internationale vredesdag

Internationale vredesdag
Stilte is luisteren naar het geluid van je keuzeStilte is luisteren naar het geluid van je keuze
Deze uitspraak van pater Joris Vertongen heb ik onthouden.
Ik had hem uitgenodigd om de bezinningsdagen van de zesdejaars te begeleiden.
Hij vertelde hoe hij een uitnodiging had gekregen om in de BRT (toen) een uitvoering van een muziekprogramma van Van Beethoven bij te wonen.
Door allerlei omstandigheden kwam hij een paar minuten te laat.
De zaalwachter liet hem toch binnen in de concertzaal.
Het viel hem op hoe geconcentreerd stil de mensen zaten te luisteren naar de uitvoering van de vijfde symfonie van Van Beethoven. Stil waren zij inderdaad en heel intens, maar heel de zaal werd gevuld met de heerlijke muziek van Van Beethoven.
Stilte, zegde hij toen, is luisteren naar het geluid van je keuze.
Valt je euro? Lees dan verder!
Bij ons thuis werd er tijdens de wintermaanden veel met de kaarten gespeeld. De leuvense stoof stond rood te gloeien. Mijn moeder zat aan de ene kant van de stoof te breien. Ik zat aan de andere van de stoof een boek van Karl May te lezen. Aan tafel zaten mijn vader, mijn oudste broer en twee geburen te kaarten. Het ging er erg lawaaierig aan toe. Ik heb lang gedacht dat kaarten iets voor ruziemakers was. Onze jongste zus, onze Godelieve, had moeder naar boven gedragen en zij had daarbij gevoeld dat zij het nogal warm had, té warm. Zou zij geen koorts hebben? Zo was zij met haar gedachten bij haar jongste dochter boven. Opeens vroeg zij de luidruchtige kaarters het even stil te maken: “Ik denk dat onze jongste hoor wenen!” De vier mannen uit één mond: “Wij horen niets!” Moeder opnieuw: “Wees eens stil!” Toen zij de kaarten neerlegden en hun hoofden omhoog hieven, de horen gespietst om beter te kunnen luisteren, zegden ze: “Inderdaad, zij weent, je zal eens moeten gaan kijken wat er scheelt!”
Waarom had moeder midden al dat lawaai van de kaarters onze Lieve horen wenen?
Omdat zij met haar gedachten boven was, bij haar dochter, van wie zij vermoedde dat zij koorts had.
Waarom hoorden de mannen eerst niets?
Omdat zij met hun gedachten bij het kaartspel waren en midden al het lawaai dat zij maakten, hoorden zij niet het schreien dat van boven kwam.
Is het niet zo, dat als wij onze ‘kaarten’, onze bezigheden, even laten rusten en onze gedachten richten, dat wij dan ook gaan zeggen: “Ik geloof dat ik Hem hoor!!!?”
Diamautem
Diaken emeritusBij het emeritaat ofte pensioen van diaken Maurice
Vorige week werd in dit blad meegedeeld dat diaken Maurice Temmerman het emeritaat (pensioen) als diaken heeft aangevraagd. Vandaag willen wij daarop even terugkomen en vooral door de het ‘cv’ van het diaconaat van diaken Maurice in telegramstijl te schetsen.
Wat een pastoor doet is meestal duidelijk zichtbaar, zeker wat de liturgische opdracht van een priester betreft. Voor een diaken is dat niet altijd zo duidelijk, want een diaken blijft sterk verbonden met zijn gezin en zijn beroepsleven en is meestal niet zo sterk verbonden met één bepaalde parochie. Wij vertellen hier iets over het beroepsleven van onze diaken op ‘emiritaat’ en over enkele van zijn andere diaconale opdrachten.
Beroepsleven en vormingswerk
Diaken Maurice gaf drie jaar les, algemene vakken, aan het Technisch Instituut Glorieux te Oostakker en wel van het schooljaar 1958-59 tot 61-62 (één jaar militaire dienst inbegrepen). Vanaf het schooljaar 1962-63 tot het schooljaar 1992 – 93 was hij godsdienstleraar aan het Technisch Instituut St.-Jozef te Geraardsbergen. Tweederden van zijn loopbaan gaf hij godsdienstles van het eerste tot het vijfde jaar technisch en beroep en één derde hoger technisch en beroep en zevende specialisatie jaar. Vanaf het academiejaar 1985 – 86 gaf hij godsdienstdidactiek aan het Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut te Gent (tot 1995). Verbonden met zijn beroep als godsdienstleraar werkte hij mee aan het schrijven van godsdiensthandboeken in de werkgroep AGGI en in de werkgroep didactische werkvormen voor het beroepsonderwijs. Dat wat zijn beroepsleven betreft.
Hoe beleefde hij daarin zijn diaken-zijn (gewijd op 30 november 1975)?
Reeds in Oostakker leidde hij de Kruistochters en gaf hij bezinningsdagen voor de studenten. Ook ijverde hij onder de studenten voor het ABN ( algemeen Nederlands taalgebruik). Dat werk zette hij voort te Geraardsbergen. Eerst opnieuw met kruistochters, daarna met kajotterswerking en over de middag, elke week, een bijbelstudiekring en vorming van de lectoren. Later werd dat de kajottersbeweging.
Voor de zesde en zevende jaren werden jarenlang driedaagse bezinningsdagen georganiseerd. Samen met collega’s godsdienstleraars en andere werkt hij mee aan de schoolpastoraal. Daarnaast en vooral was er zijn ‘ingebouwde’ pastoraal. Dat wil zeggen: in het dagelijkse reilen en zeilen van de school, al was het op kromme lijnen, kansen scheppen opdat God zijn verhaal met mensen recht zou kunnen schrijven.
In het vormingswerk bij KVLV, KAV, CMBV en Landelijke Gilden was hij medewerker in het vormingswerk van die volwassenbewegingen, de laatste jaren vooral in het godsdienstig vormingswerk
.
Hij mocht ook meewerken aan de werking van de gezinsbond en dan vooral de animatie van het ‘Jeugdatielier’, het Davidfonds en de ‘Christenen voor het socialisme’ , de decanale werkgroep Welzijnszorg en Broederlijk Delen.
Jarenlang was hij lid van de werkgroep huwelijksvoorbereiding.
Ander diaconaal werk.
In het wijdingsjaar 1975 werd diaken Maurice Temmerman aangesproken om mederedacteur te worden van het interdiocesaan tijdschrift ‘Diakens voor de Wereld’. Als mederedacteur werd hij tevens lid van de interdiocesane commissie voor het permanent diaconaat voor de Vlaamse bisdommen. De vergaderingen van die commissie gingen achtereenvolgens door te Mechelen, Antwerpen en Brugge. Dat gaf hem ook de kans op deelnemen aan internationale congressen te (o.a.)Pianezza/Italië en in Madrid/Spanje.
Eén congres heeft enorm veel tijd en energie van hem gevraagd en dat was het Internationaal Congres te Kortrijk in 1979. Op vraag van het IDZ ( Internationaal Centrum voor het diaconaat te Freiburg/Duitsland, waar hij bestuurslid van was), werd dat congres te Kortrijk georganiseerd van 31 augustus tot 2 september. Twee honderd deelnemers uit 14 landen werkten gedurende drie dagen rond het thema: “Het permanent diaconaat ná tien jaar”. In de voorbereiding, het verloop en de nawerking heeft hij toen zo wat de draaischijf geweest. “Ik heb mij toen uit de naad gewerkt”, zegde hii!”
Jarenlang verzorgde hij maandelijks de homilie te Nederboelare (eerst, dank zij de vraag en de stimulans van pastoor Jef Limpens), later te Goeferdinge en nog later Zarlandinge (bij pastoor Hubert Stautemas), te Aspelare en en Nederhasselt (bij pastoor Wim Houtman en René Baetens) en later in het GOS, de parochies Grimminge, Onkerzele, Schendelbeke en later Idegem (achtereenvolgens bij de pastoors Geysels Jules, Beeckaert Michel en last but not least pastoor Alain Babylon).
Om niet te vergeten jaarlijkse begeleidde hij de Lourdesbedevaart met cars De Turck, maar ook met KAV en KWB.
Na zijn aanvraag, op vijfenvijftig jarige leeftijd, van TBS (ter beschikkingstelling als voorbereiding op pensioen) werd diaken Maurice in 1993 verantwoordelijk voor gezinspastoraal van het bisdom Gent. De belangrijkste werkterreinen waren huwelijksvoorbereiding, rouwbegeleiding en werking voor echtgescheiden mannen en vrouwen. Na een termijn van vijf jaar plooide hij zijn inzet terug tot het decanaat Geraardsbergen en het GOS en zette zich in als secretaris en later als moderator van de decanale conferentie.
De laatste twee jaar werkte hij mee in wat wij het samenwerkingsverband van het oosten noemen: de parochies Grimmingen, Nieuwenhove, Waarbeke en Zandbergen. Hij was gedurende die tijd ook lid van het ‘decanaal team’.
In februari e.k. wordt diaken Maurice zeventig jaar. Het werk tijd om te zeggen: “Het is goed dat ik heen ga!”
Maar niet om zijn lauweren te rusten: diaken Maurice blijft ter beschikking van de vier parochies van het oosten.
Zes nieuwe diaken gewijd voor het het bisdom Gent
| ZES NIEUWE DIAKENS GEWIJD EN BENOEMD VOOR HET BISDOM GENT | |
|
GENT (Kerknet) - Afgelopen zondag 17 september heeft de Gentse bisschop Luc Van Looy in de Sint-Baafskathedraal van Gent zes nieuwe diakens voor zijn bisdom gewijd. Het zijn André De Sloover uit Kruibeke, Henri Hemelsoet uit Sint-Amandsberg, Jan Nuytinck uit Eeklo, Erik Peeters uit Gent, Geert Schelfhout uit Sint-Gillis-Waas en Johan Van Heirzeele uit Landegem. Echtgenotes, kinderen, kleinkinderen, ouders, andere familieleden, vrienden, collega's van het werk, de vele gelovigen van de parochies waarvan de nieuwe diakens afkomstig zijn en talloze andere gelovigen uit het bisdom, maakten in de overvolle Sint-Baafskathedraal een indrukwekkende wijdingplechtigheid mee. Het een voor een door de bisschop naar voren roepen van de kandidaat-diakens, de toestemming die de bisschop vroeg aan de echtgenotes van de diakens om hun mannen te mogen wijden, de eigenlijke wijdingsplechtigheid, de opname in de grote groep van diakens en het samen met de bisschop vieren van de eucharis tie aan het altaar van de kathedraal . het waren even zovele aangrijpende momenten in de viering.
De wijdelingen liggen plat ter aarde voor het altaar terwijl de litanie van alle heiligen wordt gezongen. Voor hen geknield de Gentse bisschop (centraal) met links en rechts van hem de verantwoordelijken voor de diakenopleiding in het bisdom Gent (foto P. Van Wolvelaer). Enkele cijfers Infoavond | |
God kan maar tot één tellen!“Je bent in mijn ogen meer dan goud waard en ik bemin je”, zegt God
“God kan maar tot één tellen!”
Wat ons getroffen heeft in de tragedie van de tsunami in Azië is de aankondiging van het aantal doden. Eerst werd er gesproken over acht duizend doden, daarna over vijfentwintig duizend, daarna sprak men van veertig duizend, tachtig duizend, twee honderd duizend. Maar heeft men voldoende gesproken over de strijd van elk van die slachtoffers om te leven en te overleven, over het belang van het leven, met zijn licht- en schaduwzijden, voor elk van hen, over hun verlangen om te leven en het toch te moeten prijsgeven, over de uniekheid van elk van hen?
De Franse humorist, Henri Tisot, die zijn grootste triomfen heeft gevierd door zijn imitaties van generaal De Gaule, heeft zicht bekeerd bij het overlijden van zijn vader. Sedertdien stelt hij zijn talenten van toneelspeler-komediant in dienst van het weergevonden geloof.
Hij zegt: “God kan maar tot één tellen.”
Het is niet helemaal waar omdat hij ons redt door ons op te nemen in een familie, in een volk; maar afgezien van dit alles, is het een puntige verwoording van het scherpe bewustzijn dat God mij persoonlijk bemint, dat ik de ongelooflijke waardigheid bezit door God bemind te worden.
Een meisje vertelde mij dat zij zoveel zware vergrijpen had begaan dat wanneer zij de Heer zou ontmoeten, zij er zeker van was dat God zijn ogen zou bedekken bij het zien van de gruwelijkheden in haar leven. Het was met haar gedaan! God kon niet meer in haar leven binnen komen, want hij had zijn ogen bedekt. Op zekere dag las iemand haar een passage voor uit het boek Jesaja: “Ik heb je naam in de palm van mijn hand gegrift.” Toen heeft zij bij zichzelf gezegd: “Zelfs als God zijn ogen heeft willen bedekken voor de gruwel in mijn leven, toch ziet hij voortdurend mijn naam.” En puttend uit de hoop haar naam gegrift te weten in de palm van Gods handen, kon zij herboren worden tot het ware leven in Jezus.
Op zekere dag heeft een jonge leraar een reusachtige herrie in zijn klas veroorzaakt door aan zijn leerlingen een piksplinter nieuw biljet van honderd euro te tonen. “Wie wil dit biljet?” Natuurlijk was iedereen geïnteresseerd… Hij plooide het in twee. “En wie wil nu nog het biljet hebben?”… Allemaal, natuurlijk. Hij plooide het in acht. “Wie wil nu nog het biljet?”…Allen. Hij ontplooit het en verfrommelt het. “En wie is nu nog geïnteresseerd in het biljet?” Alle vingers worden opgestoken…Dan werpt hij het op de grond, vertrappelt het biljet en wentelt het in het stof. “Wie wil het nu nog hebben?” Alle leerlingen zegden dat zij nog geïnteresseerd waren. “Waarom willen jullie dit biljet nog hebben niettegenstaande het verfrommeld en geplooid is,…? – Omdat het zijn waarde behouden heeft!” En de leraar besloot: “ Blijf dit altijd onthouden: zelfs als je jezelf verfrommeld voelt, beschadigd, gekneusd, toch blijf je altijd je waarde behouden.”
Ieder van ons heeft een persoonlijke, onvervangbare relatie met God, een absoluut unieke en geprivilegieerde band met de Heer.
Diamautem
De drang om onszelf au sérieux te nemen
Uit de biecht gesproken!UIT DE BIECHT GESPROKEN
Moeke, ons Veerle zie je toch liever!
Ooit hoorde ik de volgende biecht. Wees maar gerust, ik mag daarover vertellen, want die biecht gebeurde in het openbaar.
De dame begon met te zeggen: “Ik zou eens willen mijn biecht spreken!”
Het was reeds stil in de zaal, maar nu werd het de stilte zo intens, dat je een man hoorde fluisteren: “Wie gaat er nu nog te biechten en die gaat dat hier nu doen in het openbaar!?”
“Jullie weten dat wij thuis twee kinderen hebben”, vervolgde de dame, “Veerle en Luk. Jullie weten waarschijnlijk ook wel dat onze Veerle super begaafd is. Altijd opnieuw, haast zonder moeite, haalt zij de allergrootste onderscheiding. Maar onze Luk stond bij de verdeling van de gaven op de laatste rij. Veerle heeft bijna alles gekregen en Luk de overschot.
Vorige week was ik grieperig. Na de middag lag ik op de zetel verder te herstellen. Onze Luk was ook thuis. Hij was ‘schoolziek’, als je begrijpt wat ik bedoel?
Plots vroeg hij mij: “Moeke, is dat niet te fris als je daar zo op zetel ligt?”
Hij naar boven en… hij legde een deken over mij.
Vijf minuten later: “Moeke, dat is zeker niet confortabel met je hoofd op de rand van de zetel. Ik ga je een kussen halen.”
Mijn hart werd er warm van.
Toen hij vroeg: “Moeke, ik ga je wat drinken halen!”, wilde ik hem laten horen dat ik dat alles geweldig waardeerde en ik zegde: “Wel Luk, jongen, wat ben ik blij dat ik je heb”.
Ik gaf Luk een pluim en patat, ik kreeg een klop op mijn hoofd.
Luk reageerde spontaan: “Ja moeke, maar onze Veerle zie je toch liever!”
Ik protesteerde en ik meende het als ik zegde: “Maar Luk, dat kan je niet menen. Noch je vader, noch ik willen geen verschil maken tussen jou en Veerle.”
“Toch wel”, antwoordde onze Luk.
Ik bleef maar vragen hoe hij zo iets durfde te beweren.
Zijn uitleg: “Wel, als het rapportentijd is sta je altijd te zwaaien met het rapport van onze Veerle. Het lijkt wel een vlag waarmee je aan het zwaaien bent! Aan iedereen wil je verkondigen hoe knap zij wel is en dat zij het nog heel ver zou brengen. En tegen mij zegde je: “Luk, als die nieuwsgierige nonkel vraagt, hoe het was op school, moet jaar niet op antwoorden. Hij heeft daar geen zaken mee. Wel, moeke, je bent beschaamd over mij!”
Dat was de biecht van deze vrouw. Tot voor haar bekering maakte zij – ongewild – verschil tussen haar bloedeigen kinderen. En wat kunnen zij er aan doen dat de ene begaafd is en de andere niet? ‘Aangestoken’ door een maatschappij waarin je pas telt als je presteert, je waar maakt,je…
Wij zouden ook kunnen zeggen dat deze moeder haar Luk niet kon vergeven dat hij niet zo begaafd was als zijn zus.
Daarover zouden wij nog eens verder moeten praten!
Diamautem
Het grappige van de ernst
Wereldsolidariteit
| AL 20 JAAR SOLIDARITEIT DANKZIJ WERELD-MISSIEHULP | |
|
Ook minister-president Leterme te gast op dankfeest op 23 september BRUSSEL (KerkNet) - Het nieuwe werkjaar van Wereld-Missiehulp staat in het teken van het thema '20 jaar solidariteit gebundeld'. "Het is een mooie uitdrukking van de inzet door velen voor de minderbedeelden. Ter gelegenheid van het feestjaar wordt de ingebundelde en ingepakte kledij gesymboliseerd in kunstwerken die een eerbetoon brengen aan de solidariteit van alle mensen die langs Wereld-Missiehulp hun steun bijdragen ten dienste van de armsten", zegt Rozemarijn Vanwijnsberghe van Wereld-Missiehulp. Ontstaan Dankfeest | |
Volwassen worden...in geloven!| 'VOLWASSEN WORDEN IN GELOOF' | |
|
Brochure van de bisschoppen in het kader van het meerjarenproject volwassenencatechese BRUSSEL (KerkNet) - De voorbije jaren heeft de katholieke kerk, op initiatief van de Belgische bisschoppen, grondig nagedacht over haar roeping en zending. Daarbij was er achtereenvolgens aandacht voor de essentiële opdrachten van de Kerk - dienen, verkondigen en vieren - en voor het gebed. Het zijn even zovele pastorale werkjaren geworden van ernstige bezinning en herbronning. Volwassenencatechese | |
De Heer loven en prijzen in alle omstandigheden...“Het is juist en goed om U lof toe te zingen op alle plaatsen, op elk moment en…in alle omstandigheden.”
Er wordt vertelt dat op zeker dag Franciscus van Assisië op evangelisatietocht ging. Hij werd daarbij vergezeld door broeder Rufinus. Deze broeder vereerde de heilige Franciscus, maar had nog niet de graad van heiligheid van Franciscus bereikt. Heel de lange weg zegde Franciscus: “Gezegend zijt gij, O Heer, voor het platteland dat u zo mooi hebt gemaakt! Gezegend zijt gij voor het gefluit van de vogels! Gezegend zijt gij voor gedruis van de bergstroom!” En broeder Rufinus, in navolging van zijn model, antwoordde daarop, maar zonder veel overtuiging: “O ja, geprezen zijt gij!”
“Gezegend zijt gij voor de boeren die hun landerijen inzaaien, belofte van de oogst”.
- O ja, geprezen zijt gij!” Enz.
Maar broeder Rufinus had er meer dan genoeg van die litanie. Ten slotte, bij het verlaten van het bos, liet een tortelduif die op een tak zat juist boven de twee broeders op zending, iets vallen wat jullie wel kunnen raden, en dat juist op het hoofd van de heilige Franciscus. Het is niet aangenaam om zo’n shampoing te ontvangen! En broeder Rufinus denkt bij zichzelf: “Nu zullen wij eens zien of hij verder gaat met God te loven.” Op hetzelfde ogenblik hoorde hij de heilige Franciscus zeggen: “Gezegend zijt gij, o Heer, dat u aan de koeien geen vleugels hebt gegeven!”
Het is geen kwestie van al of niet een optimistisch temperament te hebben. De lofprijzing is een beslissing. Het zijn het onze oudste broers en zusters de Joden die ons dat hebben geleerd. “Gelukkig het volk dat van uw roem getuigt” (Psalm 89, 16, De Nieuwe Bijbelvertaling).
Een christen is op de allereerste plaats iemand die de dankbaarheid, de erkentelijkheid cultiveert.
Elke week schenkt God mij honderd achtenzestig uren. Is het niet meer dan normaal dat wij er hem één van schenken om hem te danken?
Diaken M.T.
Elke mens moet ergens 'voeten in de aarde hebben'Elke mens moet ergens “voeten in de aarde hebben"
“Wortels vragen eerbied en vertrouwen.
Mensen kunnen elkaars diepste wortels in tederheid raken maar ook onherroepelijk kwetsen. Elk mens moet zijn eigen wortels beschermen op straffe van identiteitsverlies.
Hij moet ergens “voeten in de aarde hebben”.
En dit houdt heel wat in: verbondenheid met zijn familie, met zijn afkomst, met zijn cultuur, met de natuur (ecologie is een reactie van eerbied voor de wortels, zoals ook een terugkeer nar gezonde seksualiteit).
Wij kennen allen ontwortelden: mensen opgegroeid tussen twee culturen, die dikwijls nergens thuis zijn en een oppervlakkige indruk maken als missen ze een echte humus.
De kosmopoliet is daarom dikwijls de moderne Ahasverus; zijn vermeend universaliteit openbaart zwaar wortelverlies door overijld en vroegtijdig overplanten.
Zei Chesterton niet dat hij van de hele wereld hield, maar wel vanuit zijn eigen kleine tuin.
Ook het collectieve geheugen is een voedende wortel. Het verminderen van geschiedenislessen is daarom pedagogisch kortzichtig. Hier past de bekende uitdrukking: “Ware traditie is vooruitgang die geslaagd is”. “
Over een grote filosoof. Hij was namelijk twee meter grootOver een grote filosoof. Hij was namelijk twee meter groot.
Veertig jaar geleden huurden wij in Grimminge, gelegen in het stiltegebied van Oost-Vlaanderen, een huis. Wij zouden er zeker niet lang blijven wonen, hoogstens tot wij een beter aangepaste woning zouden vinden.
Op zekere dag, bij het opstaan, zagen wij vanuit de keuken dat er plakkaat stond op de grond naast ons huurhuis. ‘Bouwgrond te koop’ lazen wij. Wij kochten de grond en bouwden er een huis op. Als je eenmaal met de voeten in de grond zit, ga je niet meer zo makkelijk weg. Daarom wonen wij hier al meer dan veertig jaar.
Dit is slechts inleiding bij mijn verhaal over de grote filosoof.
Volgens de ‘overlevering’ zou er in dit dorp vroeger een grote filosoof gewoond hebben. Waarom was hij een filosoof?
Omwillen van zijn wijze uitspraken.
Zijn lijfspreuk was: “Wij leven niet om te werken, maar wij werken op leven”.
Een andere uitspraak van onze filosoof: “ Het zou spijtig zijn dat ik later moet terugkeren. Dat zou betekenen dat ik vergat om te leven!”.
Inderdaad een filosoof. En een grote filosoof. Hij was bijna twee meter groot.
Je kon hem regelmatig vinden in de enige herberg die dit dorp toen kend en nu nog kent, namelijk ‘Den Engel’. ‘ Den Engel’ ligt vlak naast de kerk én het kerkhof van dit dorp.
“Waar kan je beter je tijd doorbrengen dan in ‘Den Engel”, was een van zijn filosofische uitspraken. Hij speelde graag met de kaarten. Hij dronk graag een frissen pint bier en genoot van praten aan de toog.
Op het dorp leeft toen ook een klein, maar grote boer.
Klein: de boer was nauwelijks één meter vijfenzestig groot.
Groot: hij bezat zeer veel hectaren grond, een grote stal koeien, veel geld op de bank en nog zoveel meer. Wij mogen zeggen: hij boerde groot.
Die boer werkte van ’s morgens tot ’s avonds en op de duur van ’s avonds tot ’s morgens.
De grote filosoof zegde van hem: “ Dat ventje wroet zo hard in de grond tot hij er in zal zitten”.
Daarom was hij ook een filosoof.
Het klopt dat die boer nooit te zien was in ‘Den Engel’.
Dat was zonde van zijn tijd en van zijn geld. Twee zaken waar een mens altijd tekort van heeft.
En toch, op zekere dag, het moet toch lukken, staan de grote filosoof en de kleine-maar-grote boer aan de toog én elk met een pint bier in de hand.
De filosoof kan het plagen niet laten. Hij klopte op de schouder van de boer en: “Hoe komt het boer dat gij nu een pint bier drinkt? Dat is zeker omdat het voor niets is!?”.
Jullie begrijpen dat de boer zo maar niet zijn tijd en geld in ‘Den Engel’ kwam verdoen.
Er werd grond verkocht en die grond wilde de boer kopen.
En jullie kennen het ritueel: het behoort tot de gebruiken dat de notaris de aanwezige kooplustigen een pint trakteert.
De boer was natuurlijk in zijn gat gebeten.
“Gij, gij”, zegde hij, “gij hebt nog een nagel om uw gat te krabben”.
De grote filosoof legde doodkalm zijn hand op de schouder van de klein-grote boer.
“Manneke”, zegde hij, “als wij hiernaast zullen liggen, op het kerkhof, dan zal ik méér grond hebben dan gij!”
Opnieuw bewees de filosoof dat hij een grote filosoof was.
Mag ik jullie vragen: Zijn jullie ook grote filosofen?
Diaken M.T.
Sociale en/of plannen voor evangelisatie?
Elke mens moet ergens 'voeten in de aarde hebben'!Elke mens moet ergens “voeten in de aarde hebben
“Wortels vragen eerbied en vertrouwen.
Mensen kunnen elkaars diepste wortels in tederheid raken maar ook onherroepelijk kwetsen. Elk mens moet zijn eigen wortels beschermen op straffe van identiteitsverlies.
Hij moet ergens “voeten in de aarde hebben”.
En dit houdt heel wat in: verbondenheid met zijn familie, met zijn afkomst, met zijn cultuur, met de natuur (ecologie is een reactie van eerbied voor de wortels, zoals ook een terugkeer nar gezonde seksualiteit).
Wij kennen allen ontwortelden: mensen opgegroeid tussen twee culturen, die dikwijls nergens thuis zijn en een oppervlakkige indruk maken als missen ze een echte humus.
De kosmopoliet is daarom dikwijls de moderne Ahasverus; zijn vermeend universaliteit openbaart zwaar wortelverlies door overijld en vroegtijdig overplanten.
Zei Chesterton niet dat hij van de hele wereld hield, maar wel vanuit zijn eigen kleine tuin.
Ook het collectieve geheugen is een voedende wortel.
Het verminderen van geschiedenislessen is daarom pedagogisch kortzichtig.
Hier past de bekende uitdrukking: “Ware traditie is vooruitgang die geslaagd is”. “
Spreek liever van 'stamwortel' dan van 'een stamboom'Je zou eigenlijk beter spreken van een stamwortel dan van een stamboom.
“En ieder heeft wel ooit momenten in zijn leven gekend waarop hij die stamwortel ondervraagt, wil weten of men in liefde ontstaan is en met liefde aanvaard door moeder én vader.
De wortels van ieder mens liggen in vele voorbije generaties, geboren uit grote en kleine liefdes en soms geheel wildweg als in de grillige natuur, meer door toeval dan door ontmoeting.
Maar zoals bij de bomen, waarvan je de wortels veelal niet ziet, blijven ook de wortels van een mens voor de anderen en tevens voor hemzelf grotendeels verborgen.
Ouders en grootouders herkennen hier en daar iets, maar ook zij weten dat elk kind vanuit gisteren meer geheimen bergt dan wie ook kan ontraadselen.”
De tijd van de diakens opnieuw! Omdat het hoogtijd is!Ik druk de onderstaande tekst van bisschop Luysterman A. opnieuw af. Het diaconaat is in gevaar door de priesterschaarste!
Daarom dus deze tekst opnieuw als s.o.s.!
De tijd van de diakens
Het herstel van het permanent diaconaat door Vaticanum II (1962 – 1965) kwam op tijd. Velen zagen het toen vooral als een aanloop naar een priesterschap van gehuwden of als een oplossing voor plaatsen waar priesters schaars waren. Op die manier liep men het gevaar het diaconaat af te leiden van zijn oorspronkelijke bedoeling en van wat het in de kerk van vandaag moet zijn. Een permanent diaken mag zijn roeping niet beleven vanuit een sterke verwijzing naar het priesterschap. Hij wordt ook niet allereerst gewijd voor de dienst aan het altaar.
Als ik stel dat dit de tijd van de diakens is, bedoel ik dus wat anders. Natuurlijk kunnen diakens taken van verkondiging en liturgie opnemen. Maar de kern van het diaconaat ligt in de diaconie, het dienstwerk. Welnu, in onze tijd wordt het voor velen duidelijk dat de toekomst van het christendom vooral in dat dienstwerk ligt. Ik lees en herlees graag de Jacobusbrief. Misschien mag ik de lezers uitnodigen regelmatig die korte krachtige brief ook eens opnieuw te lezen? “Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, en iemand van u zou zeggen: geluk ermee. Houd u warm eet maar goed en hij zou niets doen om in zijn stoffelijke nood te voorzien – wat heeft dat voor zin? Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in daden te uiten, dood”.
Hier houdt de schrift ons voor, dat wat geloven, verkondigen en in onze samenkomsten vieren ook in ons leven gestalte moet krijgen. Daar komt het uiteindelijk op aan. Dat moet gebeuren door wat we voor medemensen in Gods naam willen betekenen. Laten we daarvan goed doordrongen zijn. Verkondiging noch viering zullen echt aanslaan als ze niet gedragen zijn door onze inzet voor mensen. Onze houding tegenover de medemensen wordt uiteindelijk de beste verkondiging en het echte waarmerk van onze vieringen.
Het zou een goede zaak zijn als we aan vele diakens de opdracht van de animatie van het dienstwerk zouden kunnen toevertrouwen. Zoals de priesters de waarborg zijn voor de geloofsschat, voor de dienst van leiding en de vieringen, zo zouden de diakens vooral de krachten kunnen mobiliseren op het stuk van de naastenliefde. Vrijgestelde priesters zijn altijd een zegen geweest voor het goed functioneren van de kerk. Vrijgestelde diakens kunnen een prachtige rol spelen op het vlak van de dienst aan de mensen. Daarom moeten ze de eigenheid van hun ambt vrijwaren tegenover dat van de priesters.
Bisschop Arthur Luysterman in een tekst voor de decanale conferentie van april 1996: (Be)dienaars in onze kerk, p. 4 – 5. De volledige tekst werd oorspronkelijk gepubliceerd in Kerkplein van 1995. Ter gelegenheid van roepingenzondag werd de tekst ter bespreking aan de decanale conferentie voorgelegd.
‘Vetjes’ door mezelf aangebracht!
…Zwischen Ersatz Priester und Diakonia
Permanent diaken
Tijdens het Landelijk Pastoraal overleg (in Nederland!) over diaconie is ook de diaken niet of nauwelijks in beeld gebracht. (Is dat wél gebeurd in het IPB?). Niet zo verwonderlijk: als de spirituele wortels niet aan de orde komen, als Christus’ opdracht voor diaconaal handelen, de voetwassing, niet in beeld gebracht wordt, dan is er nauwelijks ruimte voor de zichtbaarstelling van Christus binnen het drievoudig ambt van bisschop, priester en permanent diaken als de zorgende, kwetsbare, strijdende Dienstknecht.
Kijken we daarom eerst naar de bijbelse wortels van de diaken.
Terecht of ten onrechte wordt door alle eeuwen heen verbinding gelegd met Handelingen 6. Aanleiding: mopperende Hellenistische weduwen die zich achter gesteld voelen in de ondersteuning, van diaconie.
Kennelijk hoorde dat tot de taak van de ‘twaalf’.
De Twaalf van Jezus Christus roepen de leerlingen bijeen om te overleggen over de klacht van de hellenisten: pastoraal, diaconaal overleg.
“Het is onverantwoord”, zo zeiden zij, “dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning” (KBS 1995).
De NBS Vertaling van 1969, die wat dichter bij de grondtekst zou staan zegt hier: “Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen”.
(In de Nieuwe Bijbel Vertaling staat: “ Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord.” – diamautem)
Hoe de klacht van zowel de weduwen, als de Twaalf oplossen?
Als iemand er niet meer is, dood, onbereikbaar, dan wordt vaak over fundamentele zaken beslist in de geest van de afwezige.
Hoofdletters misschien voor de geest en afwezige?
Liet de Afwezige ons niet zijn Geest na?
De Twaalf besluiten, onder oplegging van de handen, zeven hellenistische medewerkers aan te stellen die met deze taak, de dienst van zorg-hebben-voor, worden belast. Mogen we diezelfde Geest van de Afwezige het verdere verhaal van Stefanus en Filippus, twee van de zeven, verstaan?
We zien immers dat hun taak op z’n minst méér inhoudt dan alleen ‘dienst van de tafel (let op: hier niet het altaar), de dienst van ondersteuning’. Ze preken, roepen op tot bekering, klagen aan, genezen, missioneren, vragen God te vergeven.
Duidelijk blijkt dat vanaf het eerste begin het diakenambt méér omvatte dan penningmeester zijn, dan materiële zorg te verlenen alléén. In de verdere ontwikkeling van het ambt, stonden diakens de bisschop terzijde, verrichtten in de plaatselijke gemeenschappen materieel én geestelijk dienstwerk, incl. preek en doop, waren betrokken bij het bestuur van de kerk.
Uit hun rijen werden niet zelden bisschoppen en pausen gekozen.
Gaandeweg verdwijnt het diaconaat als zelfstandig ambt.
Waarom?
Teveel van het het-priesterlijke-zelfde?
Eén van de opvolgers van Petrus, Johannes XXIII, roept vele eeuwen later ‘de Twaalf’ uit de gehele wereld bijeen: Vaticanum II.
Het ambt van permanent diaken wordt hersteld.
In z’n uitwerking nu duidelijker gedefinieerd dan in de Handelingen? Lumen Gentium zegt in nr. 29 over diakens: “niet voor het priesterschap, maar voor het dienstbetoon”. Om even later te vervolgen met: “staan zij in dienst van het volk van God door de diaconie van de liturgie, het woord en de liefdewerken, in gemeenschap met de bisschop en de priesterschaar”.
In de Handelingen werden de zeven gekoppeld aan de ‘Twaalf’, bestemd voor de dienst van ondersteuning, van bediening. Maar dan wel met een praktijk die afwijkt van datgene waarvoor de handen feitelijk zijn opgelegd: zie Stefanus, zie Filippus.
Een door de Twaalf gesanctioneerde afwijking.
Filippus missioneerde in Samaria. De Twaalf zonder Petrus en Johannes naar Samaria nadat ‘Samaria het woord van God had aanvaard’.
Vaticanum II spreekt én over liefdewerken, én over liturgie, én over het woord. De zendingsopdracht lijkt breder dan in de Handelingen, praktisch gezien lijkt er weinig verschil.
Ersats-Priester Ersatz-Pfarrer:
Wanneer mag je in parochie, in ziekenhuizen, in verzorgingshuizen, e.d. van Ersatz spreken?
Als hij in een parochie feitelijk als ‘diaken-pastoor’ in het centrum van de parochiegemeenschap staat?
Daarvoor eerstverantwoordelijke is? Doopt, huwt, begraaft, zorgt voor de eredienst en catechese? Onderpastoor dus, maar dan wél – zoals Eddy Van Waelderen dat in 1992 op het IDZ congres in Hoeve noemde, een gemankeerde onderpastoor!
Is er sprake van Ersatz als door die centrum-functie Christus geen ruimte meer vindt Zichzélf in die permanent-diaken zichtbaar te stellen als dienstknecht, als profeet, als de Goede herder op zoek naar verloren schapen, geen hongerigen meer kan voeden, geen naakten kan kleden?
Een voorbeeld waart Ersatz kan leiden. Uitgenodigd voor een 25-jarig huwelijksfeest ging ik enige jaren geleden naar de Viering van Dankbaarheid.
Er was mij verteld dat er een Eucharistieviering zou zijn. Een pastoraal werker zou voorgaan. Bij de aanvang van de Viering kwam in mijn waarneming een priester het altaar op.
‘Pastoraal werker zeker ziek’ dacht ik nog.
De Mis begon, keurig volgens de regeltjes, aardig preekje, kinderen deden voorbeden.
En plots, ondanks kazuifel: ‘toch een pastoraal werker, het is gewoon een communieviering’. Nieuwsgierig vroeg ik later de naam van de voorganger.” X!, X??” zou dat…”, ging het door m’n hoofd.
Thuisgekomen, naamlijst ingezien.
Inderdaad een beroepsmatig permanent diaken! Zozeer opgedaan in z’n rol van minipriester die ie zichzelf nauwelijks nog ziet als diaken.
Mag je eigenlijk wel iets anders verwachten als beroepsdiakens,en dat geldt ook voor de Ersatz-rol van pastoraal werkers m/v, nagenoeg op dezelfde wijze worden opgeleid als priesters én in het centrum van een parochie worden benoemd?
Ook de zorginstellingen zien we permanent diakens.
Alléén, of samen met andere geestelijke verzorgers m/v, zijn ze verantwoordelijk voor het geestelijk welzijn van cliënten, zoals we tegenwoordig bewoners/patiënten, mensen die zorg behoeven, moeten noemen.
Wanneer ben je hier Ersatz, wanneer diaken?
Wordt de handicap waar Eddy Van Waelderen over spreekt hier alleen zichtbaar in vooral de bediening van het sacrament der zieken? Of speelt ook solidarisering “met mensen in nood en of werken aan het oplossen van maatschappelijke problemen?” en zo ja , hoe? Profetisch spreken tégen bezuinigingen, toeneming van werkdruk, met als gevolg marginalisering van ménsen, beeld van God?
Diaconale profielen
In de praktijk is voor één, zo niet in theorie,dan toch wel in praktijk, de permanent diaken het minst slechte suggoraat voor ‘oplossing’ van het priestertekort, voor de ander is hij de kerkelijke ambtsdrager die zorgend en profetisch in de wereld moet staan en moet trachten medechristenen tot diaconie te inspireren.
Daartussen ligt een verscheidenheid in theorie én praktijk.
We zagen dat Handelingen 6 onvoldoende antwoord biedt op de vraag ‘wat is diaconie’ en wat is de plaats daarin van de diaken?
Misschien komen we eruit als we meer aandacht hebben voor de intentie van Handelingen 6: splitsing én spreiding van verantwoordelijkheden omdat ‘het onverantwoord is, dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor het uitdelen van de dagelijks maaltijd, voor de ondersteuning’.
Voeg bij die zorg het ‘wegbereider’ , zendeling, missionaris zijn à la Filippus én het ‘profetisch’ spreken van Stefanus. Heb je dan in Bijbelse zin het diaconale profiel?
Of kan het simpeler?
In de voetsporen treden van de Heer zelf?
Leo van Berkel in IDZ NEDERLAND / VLAANDEREN. Informatie bulletin voor het permanente diaconaat, Jrg 1.1, december 1997, p. 13 – 17. De titel van het artikel: …Swischen Ersatz Priester und Diaconia. De inleiding en het tweede deel: Stoeien rond begrippen. Diaconia, liet ik weg (p.13 – 14). Het artikel is een verslag van het congres gehouden in oktober 1996 te Brixen, Italië, door het IDZ.
Kerken en economische rechtvaardigheid
Armoede: ons een zorg?| ARMOEDE: ONS EEN ZORG? | |
| BRUSSEL (KerkNet) - Armoede in België is een grotendeels verborgen probleem. Wie zelf in armoede leeft, komt er niet graag mee naar buiten. Wie niet in armoede leeft, is zich nauwelijks van het probleem bewust of kijkt er liever omheen. Via een studiedag wil vzw Motief ingaan op de vraag of armoede onze zorg vraagt. Is het de zorg van de maatschappij of eerder van liefdadigheidsinstellingen zoals de kerk? Met welk type zorg zijn mensen in armoede het meest gebaat? De studiedag vindt plaats op zaterdag 21 oktober 2006 van 10 tot 17uur in de protestantse kerk, Stationsstraat 86 in Menen. Er komen laten mensen aan het woord die dagelijks met deze problematiek geconfronteerd worden, onder meer pastores in achterstandsbuurten, die werken vanuit de presentiemethode. Deze methode, ontstaan vanuit het pastorale werk, wijkt af van en verhoudt zich kritisch tot de klassieke hulpverlening. Toch wordt ze binnen de seculiere hulpverlening steeds meer ontdek t. Meer info bij Motief vzw, Marsveldstraat 5 in 1050 Brussel, tel: 02 510 61 62, e-mail: info.motief@synet.be en website: www.motief.org. | |
De horror van de honger
| CARITAS INTERNATIONAL CAMPAGNE 2006: DE HORROR VAN DE HONGER | |
|
Elke dag sterven 17.000 kinderen van de honger BRUSSEL (Kerknet) - Morgen zaterdag 9 september start de jaarlijkse fondsenwervingscampagne van Caritas International met als thema de strijd tegen honger en ondervoeding. Honger Mediacampagne | |