Spreekt God latijn?
Spreekt God Latijn?
Spreekt God latijn?Spreekt God Latijn?
De liefde komt van de vrouwenParabeltje van een plattelandsdiaken
Waarom houden wij van de liefde? Omdat we erin zijn gevallen toen we klein waren, een beetje zoals Obelix in de pot met toverdrank.
De liefde komt van de vrouwen
In Tertio (een volwassen degelijk christelijk weekblad!) lazen wij onlangs de volgende uitspraak van de filosoof André Comte-Sponville. Op de vraag van de journalist:
“Als de liefde niet van God komt, vanwaar komt ze dan?”, antwoordde de filosoof:
- “Van de vrouwen.
Soms zeg ik met een boutade dat de liefde de uitvinding is van de vrouwen. Eerst en vooral van de moeders natuurlijk.
Waarom heb je lief? Omdat iemand eerst van jou heeft gehouden. Alle psychologen weten dat.
De genade bemind te zijn, gaat de genade om te beminnen vooraf. De ene genade brengt de andere voort.
Waarom houden wij van de liefde? Omdat we erin zijn gevallen toen we klein waren, een beetje zoals Obelix in de pot met toverdrank.
We werden het eerst bemind, gewoonlijk door onze moeder, maar genoeg om te begrijpen dat de liefde de hoogste waarde is, dat zonder liefde, we niets zijn.
Juist genoeg om ook te begrijpen dat we voortaan voortdurend gefrustreerd zullen zijn, voortdurend van die liefde verstoken zullen zijn, omdat we nooit meer bemind zullen worden zoals we door die vrouw werden bemind.
Ze kende ons niet, ze was ons niets verschuldigd, maar hield onvoorwaardelijk van ons – voor de eerste en de laatste keer van ons leven.
De liefde komt van de moeders, of van de ouders als je dat verkiest.
(…)
Moeders ontroeren me ten zeerste. Ook mijn moeder, hoe onvolmaakt en ongelukkig ze ook was, was voldoende liefdevol opdat ik het niet nodig heb in iets anders te geloven.”
Het citaat eindigt met volgende uitspraak . Zie (…):
“God is maar een soort sublimatie die de mensen uitvinden – ‘een vader die van gedaante is verwisseld’, zegt Freud – in een poging jezelf gerust te stellen, jezelf te troosten en onder controle te houden. “
Met de recente tragisch dramatische gebeurtenissen in mijn hoofd dacht ik aan de uitspraak van de profeet Jesaja (Jesaja 49, 15 – 16a): “Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet je nooit. Ik heb je in mijn handpalm gegrift.”
Een van de diepste vragen van het mensenhart is de vraag naar waardering. Ieder mens wil gewaardeerd worden. Dit betekent niet dat iedereen van anderen wil horen, hoe goed hij wel is. Ongetwijfeld is dat verlangen er ook, maar dat is niet het diepste. We zouden kunnen zeggen, dat iedere mens verlangt bemind te worden. Maar dat is ook dubbelzinnig. Voor sommige mensen is liefde iets hartstochtelijks; voor anderen iets romantisch; voor weer anderen is liefde is louter sekueels. Er is echter ook een diepere liefde, die liefde van de aanvaarding. Iedere mens hunkert er naar aanvaard te worden, aanvaard zoals hij is. Niets in een mensenleven is van zulke langdurige en noodlottige uitwerking als de ervaring niet volledig aanvaard te zijn.
Welnu, ik word aanvaard door God zoals ik ben: zoals ik ben en niet zoals ik zou moeten zijn. Dat laatste zou een lege boodschap betekenen omdat ik nooit ben zoals ik zou moeten zijn. Ik weet dat mijn levenspad in werkelijkheid niet recht is. Er zijn vele bochten, vele verkeerde beslissingen waarlangs mijn levensloop mij gebracht heeft tot waar ik nu ben; en de Schrift vertelt me dat de plaats waar ik sta heilige grond is. (Ex. 3, 5). God kent mijn naam: “IK HEB JE IN MIJN HANDPALM GEGRIFT. God kan nooit naar zijn hand kijken zonder mijn naam te zien. En mijn naam: dat ben IK! Hij staat garant voor mijn identiteit. Sint Augustinus zegt: “Een vriend is iemand die alles van je weet en toch van je houdt.”
· André Comte – Sponville in Frédéric Lenoir en Karine Papillaud; ‘Atheïst hoeft joods-christelijke wortels niet te verloochenen’, Tertio van 28 februari 2007, p. 8 – 9.
M25Elke geloofsgemeenschap dient een M25 groep te zijn!
Het kan minder
Son of Man
Deus caritas est
Door Ondersteuning Mee Opvoeden
Abbé Pierre
Victor en Alicia met vriendinnetje
Een ellips met twee brandpuntenLiturgie én Diaconie gaan samen. Zij zijn als een ellips met twee brandpunten
1. Internationaal Eucharistisch Congres – Lourdes 1981: ‘Jezus Christus, Brood gebroken voor een nieuwe wereld’. Enkele belangrijke toespraken, Uitgave I.E. 81 – Gent, p.138 – 140:
“…Consecratie en Communie. Twee sleutelwoorden van de Eucharistie. Maar zijn wij soms niet eenzijdig geweest?
Er is een dubbele consecratie. Dezelfde waarheid kunnen wij uitdrukken met een ander woord: er is een dubbele ‘identificatie’.
De Heer zegt: Dit is mijn Lichaam. Dit is mijn bloed. Brood en wijn worden geconsacreerd. Het is de Heer in persoon. Hij is het zelf, wezenlijk en waarachtig.
Maar de Heer zegt ook: “Ik had honger… Ik was ziek… Ik was naakt…” Zwakke mensen, ‘arme’ zondaars worden ‘geconsacreerd’ tot het Lichaam van Christus dat de Kerk is. Wonderbare ‘conversio’, omvorming. Het is Jezus zelf die Zijn gemeenschap opbouwt, die mensen opneemt en omvormt tot Zijn lichaam.
Dubbele consecratie; dubbele identificatie. Jezus is niet alleen tochtgenoot die ‘met’ ons gaat: door de eucharistische communie komt Hij ‘in’ ons, in een allerinnigste eenheid.
Waarom? Omdat hij ‘door’ ons naar de mensen wil gaan. – Om wat te doen? Om te doen wat Hij gedaan heeft: - om brood te breken voor hen die honger hebben; - om wijn van vreugde te schenken aan hen die het niet meer zien zitten; - om vertrapten en vernederden op te richten en hen een waardigheid van mensen en kinderen van God te geven; - om eenzamen op te nemen in een vriendenkring; - om God te leren ontdekken als een lieve Vader; - om mensen te leren ontdekken niet als rivalen en concurrenten maar als broeders; - om een wereld op te bouwen waar plaats is voor iedereen, waar geen oorlog en haat meer zijn maar enkel vrede in Jezus’naam.
Dezelfde gedachte kunnen wij nog anders uitdrukken. De oude wereld is vol communicatiestoornissen. De zonde is immers communicatiestorend. De nieuwe wereld van de ‘open Communicatie’ in twee richtingen of een dubbele Communicatie als vrucht van een dubbele Consecratie en Communie.
Open communicatie met God. Deze wordt uit-gedrukt in de orante-houding (Waarom alleen de celebrant? Waarom niet alle ‘circumstantes’, alle gelovigen?).
Open communicatie met de mensen: die wordt uitgedrukt in het gebaar van de vredewens (Waarom komt deze expressie zo weinig tot uiting in onze streken?).
Hoe zinvol zijn deze twee gebaren: in eerste beweging de handen (en harten) verheffen tot God: vertikaal. Maar dit is eenzijdig wanneer wij onze handen ook niet gebruiken om elkaar de hand te reiken en de hand te geven.
Misschien zeggen sommigen laatdunkend: “Dat zijn maar gebaren. Dat kunnen formaliteiten worden”. Zij vergeten dat Thomas van Aquino leerde dat elk sacrament is ‘in genere signi’: het Sacrament heeft een teken-waarde en nog wel drievoudig om te verwijzen naar het verleden als een memoriaal, een gedachtenis, een herinnering, om een teken te geven in het heden waarin God werkzaam is en om een profetisch teken te zijn van een wereld waarin God alles in allen zal zijn en alle mensen de gemeenschap der heiligen vormen als een levende kroon op het levenswerk van Jezus.
In elke Eucharistie werkt een geweldig dynamisme, een dubbele beweging. ‘Door’ Christus en ‘met’ Hem en ‘in’ Hem gaan wij naar de Vader om hem te aanbidden, te loven en te prijzen. Dat is de jubel en de vreugde die het geheim moet zijn van elke christen. Bij de Vader aangekomen draait de beweging om. “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u”. Door ons en met ons en in ons wil Christus ‘nu’ naar de mensen gaan om nu te doen voor onze tijd en onze mensen wat Hij eens gedaan heeft: mensen naar God brengen en naar elkaar. Mensen samenroepen en vergaderen, maken tot het volk van God en tot Zijn lichaam.
De Eucharistie schenkt ons vertrouwen in God als de warme golfstroom in ons leven en maakt ons verantwoordelijk voor de opbouw van een nieuwe wereld.
Het arme woordje ‘mis’, het woord van ‘le catholicisme populaire’, van de volkskatholieken, krijgt een nieuwe glans: ‘missio’, zending. De mis is niet gedaan als de priester de zegen geeft. De mis voor de wereld en in de wereld kan nu beginnen als een zuurdesem in een logge massa, als een licht in een donkere nacht, als moed om er te zijn voor anderen en als geneesmiddel van de kwalijke zuchten, de hebzucht, de eerzucht en de heerszucht. “Gaat nu allen heen in vrede” om te werken aan een wereld van rechtvaardigheid en vrede.”
2. Liturgie und Diakonie. Das Beispiel des Leipziger Oratoriums, Andras Poschmann, Trier, in Benedikt Kranemann e.a. (red.), Die diakonale Dimension der Liturgie, Herder, Freiburg – Basel – Wien, 2006, p. 145 – 160.
“ Die Liturgispastoral der Oratorianer, die nicht isoliert den Gottesdienst in den Vordergrund stellte, sondern liturgisches Tun und soziales Handeln als unbedingt zusammengehörig – als zwei Brennpunkt
einer Ellipse – verstand, prägte die bis heute beeindruckende und Geltung beanspruchende liturgische Erneuerung der Gemeinde.145”, p.
Over “Die Gemeindetheologie der Ellipse”, p. 152 – 153.
“ Die Verbindung von Liturgie und Diakonie ist ein entscheidendes Kriterium für eine glaubwürdige Feier der Liturgie. Die Diakonie bezeugt die in der Liturgie gefeierte Heilszuwendung Gottes. Der Gottesdienst wird in seiner Relevanz für das alltägliche Leben erfahrbar.”, p. 155
Paul Michal Zulehner, Wien, Ritendiakonie in B. Kranemann id.,p. 271 – 283.
“Vielmehr führt das Eintauchen in Gott eben zum Auftauchen bein den Armen. Wer diesen Weg Gottes nicht mitgeht, wird Gott-los. Dat Typische für chritliches Leben is daher letzlich eine Spiritualität des “Und”, welche Gottes- und Nächstenlieb zusammenhält.”,p.277
Over de Eucharistie, p. 282 – 283
3. Johan Van Der Vloet (red.), Het permanent diaconaat op zoek naar zichzelf. 35 jaar diakens in Vlaanderen, Halewijn, 2006.
Daar in Alphonse Borros, Gezonden tot authenticiteit. Diakens als “garanten” van een doorleefd geloof, p. 79 – 98.
p. 86 – 87: “ Op het domein van de liturgie, zullen zij niet de kerkelijke vergadering voorzitten maar zullen zij er toe bijdragen dat de verzamelde christenen zo goed mogelijk aan de eucharistie kunnen deelnemen om zo hun leven tot offer te maken dat God behaagt. Het mag ons niet verwonderen dat zij hier een zekere rol vervullen in het oproepen tot gebed van de gelovigen. In het aanbrengen van wat nodig is voor de eucharistie: brood en wijn, de vrucht van de aarde het werk van de mensen (lat. Fructum terrae et operis manuum hominum), herinneren de diakens er door deze gaven aan dat de Kerk de anderen nodig heeft. God aanvaardt inderdaad onze mensheid; meer nog hij deelt in ons mens-zijn om ons in zijn goddelijk leven op te nemen. Heel concreet nog herinneren de diakens in de eucharistie de gemeenschap er aan dat er geen eucharistie is zonder voetwassing. ( Hier verwijst naar E. Van Waelderen, in Wakers en voortrekkers in een dioconale Kerk, in Collationes 22 (1992), p. 344.). Zo is dit in de diaconie van de liturgie hun wijze van waken, met de bisschop, over de evangelische authenticiteit van de christelijke eredienst.”
p. 88: “Wat de diaconie van de inzet (voor onze broeders en zutsters) betreft: deze komt in eerste instantie aan de bisschop toe. De bisschop wordt volgens de traditie de vader der armen genoemd. De diakens zullen op zulke wijze dit werk doen dat dit in al zijn waarde verwijst naar Christus. Zij hebben niet enkel te maken met werken van liefdadigheid: de solidariteit met de armen is niet het eigene van christenen. Het is een morele plicht die aan elke mens wordt gesteld. Diakens hebben de taak om te getuigen dat de christelijke liefde voortkomt uit de gave van Christus aan de mensen die Hij liefheeft. Deze liefde van Christus voor ons vanwege de Vader verruimt onze liefde, onze solidariteit met de anderen, onze bezorgdheid voor mensen die in nood zijn. Elke mens wordt een broeder of een zuster, bemind door God. Waken over de apostoliciteit van de diaconie in de liefdewerken betekent getuigen van de Christus Dienaar die zijn leven geeft voor zijn vrienden (vgl. Jo 15, 13 – 15).”
p. 89: “Hun bijdrage tot het apostolische ambt bestaat hierin dat de eucharistie waar Christus zijn Kerk laat delen in zijn paasmysterie, in waarheid wordt gevierd. Dit is zeker een plicht van alle gelovigen maar de diakens – en op de eerste plaats de bisschop en bijgevolg geheel het presbyterium – hebben de opdracht om hierover te waken.”
In id. Kristiaan Depoortere, Typologie van het permanente diaconaat: een kleurenpalet, p. 129 – 147.
p. 133: “…de gewijde diaken is de garant, de waarborg voor de dienstbaarheid van de Kerk. Hij wordt als het ware een scrupule, een steentje in de schoenen van de Kerk, dat bij iedere stap prikt en zegt: “en de armsten?”. Ietwat gewaagd: een diaken handelt –sterker: “leeft” – in persona Christi cordis: Hij be-har-tigt in Christus’naam en met zijn kracht de zaak van de armen en roept ieder “systeem” in de Kerk telkens weer tot de orde, tot de orde van het verloren schaap. …”
4. Twee foto’s genomen in Cité St. Pierre te Lourdes, gesticht door Jean Rodhain, een van de eerste promotors van het diaconaat in Frankrijk. Opnieuw de “und’, de “en”, de “ellips met twee brandpunt” van liturgie en diaconie.
Diaken over kernenergie
Abbé Pierre
Slaaf nog bedelaar mag de arbeider zijn!
Een monument van barmhartigheid
Het evangelie in werkwoordenEvangelische werkwoorden
Indien wij het evangelie opnieuw ter hand nemen en gaan bedenken vanuit de vraag wat ons te doen staat lijkt het dat wij het evangelische handwerk opnieuw zullen moeten leren.
Nieuwe omstandigheden, een nieuwe situatie, nieuwe uitdagingen nodigen ons uit om – althans in ons leven – het evangelie meer een zaak te laten zijn van hand-werk dan van hoofd-werk, meer van praktijk ( het ten volle ‘pratikeren’) dan van theorie, meer van vaardigheid dan van bespiegeling, meer van beleven dan van belijden.
Om een idee te krijgen van wat dit evangelisch handwerk inhoudt zouden wij de evangelische werkwoorden bij elkaar kunnen lezen.
In deze lijst van evangelische werkwoorden komen dan ongetwijfeld de volgende werkwoorden voor:
Bevrijden – genezen - biddende mens worden – menselijkheid herstellen – gemeenschap stichten – geven – vergeven – je zelf onteigenen – minste worden – dienaar zijn – ter beschikking stellen – kinderen opnemen – het hart van de arme binnengaan – God beminnen – mens beminnen – geven waarvan je zelf moet leven – doen wat je kunt – ten bate staan – vrede stichten – gerechtigheid nastreven – van destructieve krachten bevrijden – enz.
De variëteit, die h
et evangelie aanbiedt, is wel zo groot dat ieder wel een werkwoord vindt dat bij hem past en dat hij of zij in zijn of haar situatie kan proberen te verwerkelijken.
Dat betekent dan ook dat allen samen een heel stuk evangelie gestalte kunnen geven in onderlinge samenwerking en aanvulling.
Deze evangelische werkwoorden zouden opnieuw het christen-bestaan kunnen programmeren voor het dagelijkse leven en voor het dagelijkse samen-leven in de situatie waarin wij bestaan.
Ieder zou naar eigen geaardheid en mogelijkheid een keuze kunnen maken uit deze evangelische grond-woorden en samen met anderen één of meer van deze evangelische werkwoorden kunnen uitwerken tot praktische programma’s, tot modellen of projecten, waarin denken en werken, sturen en bijsturen, inspanning en ontspanning, situatie-verkenning en stratiegie-ontwikkeling hun plaats hebben.
Vermoedelijk zullen wij wel niet in staat zijn om al deze evangelische werkwoorden in ons leven gestalte te geven. Dat hoeft waarschijnlijk ook niet.
Want indien iemand één evangelisch werkwoord tot richtsnoer neemt, wordt zijn leven en zijn levenshouding waarschijnlijk zodaning, dat alle andere werkwoorden op de een of andere wijze toch medeverwerkelijkt worden.
Zo kunnen wederom christen-gemeenten ontstaan waarin het evangelische handwerk ter plaatse en direct verwerkelijkt wordt.
Hoe de praktische verwerkelijking dient te gebeuren kan alleen ter plaatse en met allen die betrokken zijn bij het plaatselijk gebeuren overlegd en uitgewerkt worden. Vanuit dit proberen kunnen opnieuw modellen groeien en nieuwe gemeenten zich vormen als pluisjes op de wind, als zaadjes in de akker.
Het einde of in ieder geval het verbleken van bepaalde verleden modellen van christen-zijn kan de mogelijkheid openen tot een ongekend open bloeien en verwerkelijken van de boodschap van Jezus van Nazareth ten bate van mensen.
Is het 'één uur op zondag' model alleen zaligmakend???Het één ‘uur-op-zondag’ model
De aandacht die besteed wordt aan het teruglopende kerkbezoek op zondag en de angstige bezorgdheid die geuit wordt bij het constateren van het voortdurende achteruitgaan van het zondagsmisbezoek en daar boven op is het zo “dat van het opdragen van een zondagsmis door een man die zeven missen moet doen, weinig intensiteit uitgaat” (zie De Standaard van vrijdag 19 januari ll.) wijzen in ieder geval op het feit dat het ‘uur-op-zondag’ model van christen-zijn en kerkelijk meeleven nog steeds hoog genoteerd staat en voor velen hét model van christen-zijn is.
Het feit dat aan dit ‘uur-op-zondag’ model praktisch alle bestaanvoorwaarden en activiteiten van de kerken verbonden zijn – het bij elkaar brengen van mensen en gezinnen, de vorming, bezieling en bemoediging van de gelovigen, de financiële ondersteuning van de kerken – wijst er op dat dit ‘uur-op-zondag’ model een basismodel van christen-zijn is.
Wij zouden ons echter af kunnen vragen of dit ‘uur-op-zondag’ model wel hét model van christen-zijn en van het kerkelijke meeleven en betrokken voelen, moet zijn.
Wordt in de aandacht en de bezorgdheid voor de feitelijke ontwikkeling niet al te zeer uitgegaan van de keuze en de vooronderstelling dat dit rituele en liturgische uur hét model van christen-zijn en hét model van evangelie-beleven moet zijn?
We zijn zo gewend om het christen-zijn en het evangelie-beleven te bedenken binnen een ritueel kader en binnen een liturgisch model dat het ons ternauwernood mogelijk is om andere modellen waar te nemen en serieus te bedenken en als – voor onze tijd tenminste – gelijkwaardige gestalten van christen-zijn te zien en te waarderen.
Een grote inspanning wordt geleverd om de ritueel-liturgische gestalte van christen-zijn aan te passen, te vernieuwen, te herbouwen en aantrekkelijk te maken. Grote inspanningen worden gedaan om daarvoor nog celibataire priesterkandidaten voor te vinden.
Maar afgezien van het feit dat al deze inspanningen maar zeer ten dele het ‘uur-op-zondag’ in zijn functie en betekenis herstellen, is het zeer de vraag of deze inspanning de problemen oplost.
Misschien moeten wij zelfs zeggen dat deze inspanningen de problemen eerder bedekt.
Het immers de vraag of inderdaad een ritueel-liturgisch model van christen-zijn in onze tijd hét model van christen-zijn moet en kan zijn.
Het is ook de vraag of dit liturgische-ritueel model al deze aandacht en energie opeisende inspanning om bij de tijd te geraken waard is.
Het lijkt ook mogelijk dat het verdampen van het ‘uur-op-zondag’ model veel eer en veel meer een uitnodiging is om nieuwe varianten van christen-zijn te zoeken, te vinden en te verwerkelijken, varianten die, getoetst aan de boodschap van Jezus van Nazaret, als minstens gelijkwaardig aan dit liturgisch-ritueel model gewaardeerd kunnen worden.
Van geloofsbelijdenis naar geloofsbelevenis!
Met de hulp van de sterren en Boedddha
Statistieken diaconaatStatistieken over het diaconaat van december 2005
- In Afrika : in 27 landen 385 diakens
- In Amerika: in 36 landen 22 584 diakens (in USA 15.763
- In Azië: in 20 landen 148 diakens
- In Australië en Oceanië: in 15 landen 215 diakens
- In Europa: in 35 landen 10.701 diakens
Bijgevolg zijn er in 132 landen (Aziatische Rusland en Europees Rusland als één land geteld) 34.033 diakens.
450 diakens in 21 landen zijn lid van een orde of congregatie.
Diakens die de leiding van een christelijke gemeenschap verzorgen ( CIC Can.517 § 2)
- In Afrika: in 4 landen 22 diakens
- In Amerika: in 16 landen 249 diakens
- In Azië: in 5 landen 18 diakens
- In Australië en Oceanië: in 3 landen 14 diakens
- In Europa: in 14 landen 296 diakens (in België 8)
Bijgevolg zijn 599 diakens in 42 landen met de ‘gemeenteleiding’, volgens CIC 517§ 2, belast.
Deze statistieken werden overgenomen uit de Wereldstatistiek van Vaticaanstad van december 2005! Bron: Diaconia Christi.
Parabeltje van het ongetrouwde echtpaarParabeltje van een plattelandsdiaken
De parabel van het ongetrouwde echtpaar!
Stel je voor, een koppel had reeds vijf jaar ruzie gemaakt , en voor hun vijfde huwelijksverjaardag besloten ze dat er iets moest veranderen in hun relatie. Daarom gingen ze naar een oude wijze man, en vroegen hem om raad.
- “Kom op jullie huwelijksverjaardag bij mij op bezoek”, zei de wijze man, “en ik zal jullie een fijn etentje voorzetten.”
Op hun huwelijksverjaardag kwam het jonge koppel uiterlijk welgezind bij de oude man. Ze hadden hun twee kinderen ook meegebracht, een jongen van vier en een half jaar en een meisje van drie.
Als geschenk gaven ze de oude man mooie bloemen.
Groot was hun verbazing toen hij ze aannam en ze zonder verpinken met de steel omhoog in een vaas zette.
De oude man excuseerde zich niet en bovendien vroeg hij zijn gasten om eerst in de keuken de afwas te willen doen. Het etentje begon met een kop koffie en taart. Vervolgens diende de gastheer een chocolademousse als voorgerecht op. Na het hoofdgerecht volgde een bord soep waarop een visschoteltje de maaltijd afrondde. In twee grote waterglazen goot de man rode en witte wijn, en in het wijnglas water.
Toen de jong man bruisend water vroeg kreeg hij water uit de kraan, en de vrouw die normaal plat water dronk schonk hij borrelend bronwater in.
Met stijgende woede had de jonge vrouw dit eigenaardige schouwspel gevolgd, tot ze beledigd rechtsprong.
- “Nu is het genoeg”, riep ze uit, “wij komen hier om wijze raad, niet om een maal waar alles op zijn kop staat” .
Rustig keek de wijze man haar aan en deed haar weer zitten.
- “Kijk”, zei hij, “zoals ik jullie nu behandeld heb, zo doen jullie al sinds je verlovingstijd met elkaar. Je kende elkaar nog maar pas en je at al van het zoet dessert der intimiteit. Je had thuis geleerd om wijs te zijn en je was niet eens voorzichtig – en hij knipoogde even naar het oudste kind, dat onverwachts vroeg geboren was. Je had je zelf nog niet gevonden en je wou de ander al bezitten. En toen je – veel te vlug – getrouwd was, heb je niet opgehouden de ander te bewijzen dat jij als vrouw of jij als man baas in huis bent. Als de ander plat water vroeg, dan gaf je bruisend water om te laten zien dat jij de sterkste was. Als je verwachtte dat de ander de afwas of een bepaald werk voor jullie gezin ging doen, dan werd je gevraagd om je eigen boontjes te doppen. Denk je dat je op die manier van het huwelijk een feest kunt maken?”
Er viel een lange stilte.
En toen de man de tranen in twee paar ogen zag en twee handen die voor het eerst mekaar echt zochten, dan wist hij dat een sinds lang gescheiden koppel, nu pas voorgoed aan ‘trouwen’ was begonnen.
Naar een verhaal van jan Van Raemdonck)