Naar de inhoud

Diaconaat: kerk in uitvoering

akke.beakke.be

Archief

Wanneer de wereld een dorp was...

Wanneer de wereld een dorp was…(blog)

Wanneer de wereld een dorp was met 1000 inwoners

zouden er 564 Aziaten wonen,

210 Europeanen, 80 Zuid-Amerikanen

en 60 Noord-Amerikanen, 86 Afrikanen.

Wanneer de wereld een dorpwas met 1000 inwoners

zouden er 700 niet-blanken wonen en 300 blanken.

Wanneer de wereld een dorp was met 1000 inwoners

zouden er 300 christenen wonen,

159 met een gekleurde huid en 141 blanken.

Naast hen zouden er 700 niet-christenen leven.
Wanneer de wereld een dorp was met 1000 inwoners

zouden er 700 niet kunnen lezen of schrijven,

zouden er 600 in sloppenwijken of mensonwaardige hutten leven,

zouden er 500 hongerig of onvoldoende gevoed

naar bed gaan elke dag,

zou de helft van het inkomen bij 60 mensen terecht komen.

De andere helft zou door de 940 overigen mogen gedeeld worden.

Wanneer dit de situatie van ons dorp zou zijn,

zou zij ons te denken geven.

Wat een uitdaging om vanuit zo veel

verschillende radicale, culturele en religieuze

achtergronden elkaar te vinden.

Wat een mogelijkheid tot uitwisseling

en onderlinge verrijking.

Maar ook: wat een noodzaak om een aantal toestanden te veranderen.

Als dit ons dorp zou zijn, dan wisten we het wel.

Maar het is in feite ons dorp,

want het is onze wereld,

en zó groot is die ook niet meer.

Auteur: onbekend.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tembug om 18:13 Reageer op dit bericht

Over econome en geld en kerk en management

BRAAMBOS OVER ECONOMIE EN GELD EN KERK EN MANAGEMENT
BRUSSEL (KerkNet/Braambos) - Frans Crols studeerde economische wetenschappen aan de UFSIA. Na zijn vervangende legerdienst als ontwikkelingshelper in Congo werd hij medewerker aan de Gazet van Antwerpen, waar hij pionierswerk verrichtte op het gebied van de economische journalistiek. Nu is hij directeur van 'Trends Magazine'. In de uitzending van 1 oktober 2006, op Eén om 9 uur en op Canvas omstreeks 23 uur, spreekt hij over economie en geld, kerk en management maar ook over zijn geloof in God, het belang van de liturgie en de figuur van Jezus van Nazaret.
In deze uitzending zit ook de eerste aflevering van de nieuwe reeks 'Sterke Verhalen', waarin 'De Goede Herder' centraal staat.Omdat evangelieverhalen best wat uitleg kunnen gebruiken, pakt Braambos uit met de derde televisiereeks 'Sterke Verhalen'. Daarin snellen Bijbeldeskundigen ter hulp om teksten te situeren, begrippen te verduidelijken en literaire genres te verkennen. Prangende vragen v an verscheidene lezers vormen het uitgangspunt voor verdere exploratie. Uit getuigenissen blijkt dat het een boeiende onderneming is om het evangelie te vertalen naar het concrete leven. Gastvrouw van dienst is Iny Driessen.
'Ik ben de goede herder.' is één van de meest beeldende uitspraken die Jezus over zichzelf doet. Hoewel de schaapherder uit het straatbeeld is verdwenen, kunnen we ons zonder veel moeite de liefdevolle zorg van een herder voor zijn schapen inbeelden. Blijven we stilstaan bij dit ietwat romantische beeld of wil Jezus ons meer vertellen? Zijn er vandaag nog 'goede herders'? Wie zijn de schapen? En er zijn ook huurlingen en wolven .
Klik hier met de rechtermuisknop om afbeeldingen te downloaden. Om uw privacy te beschermen, is het automatisch downloaden van deze afbeelding van internet verhinderd. top
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tembug om 16:57 Reageer op dit bericht

Wist u dat bomen spreken?

“Indianen die in nauw contact staan met de Natuur en haar Meester, leven niet in het duister. Wist u dat bomen spreken? Ja, dat doen ze. Ze spreken tegen elkaar, en ze spreken ook tegen u als u maar luistert. Maar blanken luisteren jammer genoeg niet. Ze hebben nooit naar Indianen leren luisteren, wat zouden ze dan naar de stemmen van de Natuur luisteren? Zelf heb ik van de bomen veel geleerd: soms vertellen ze van het weer, dan van de dieren, dikwijls ook van de Grote Geest.”

“Mijn volk en de blanken weten dat ik er niet aan denk om ook maar het kleinste stuk van mijn grond te verkopen, en ik wil ook niet dat de blanken de bomen omhakken, vooral de eiken niet. Ik houd er veel van de eikenbosjes. Ik kijk er graag naar, omdat ze de stormen van de winter en de hitte van de zomer trotseren. Ze lijken op ons, want hoezeer ze ook bloot staan aan het geweld van weer en wind, ze krijgen daarvan ook kracht.”

“Alles wat beweegt, staat van tijd tot tijd hier en daar stil. Een vogel vliegt rond, maar hiér blijft hij een tijdje zitten om zijn nest te bouwen, en dáár om van het vliegen uit te rusten. Een man die op weg is, blijft staan als hij wil. Zo heeft ook de Schepper gepauzeerd. Een plaats waar hij zijn tocht heeft onderbroken, is de zon, de mooie, stralende zon. Ook bij de maan, bij de sterren en de winden heeft hij gestaan. Waar bomen groeien en dieren leven, heeft hij vertoefd, en een indiaan is die plaatsen indachtig, en stuurt zijn gebeden daarheen, om de plek te bereiken waar de Schepper gerust heeft, en om haar hulp en zegen te verkrijgen.”

Getuigenissen van Noordamerikaanse Indianen, opgetekend door T.C. McLuhan, Canadese antropologe, in: Wie der Hauch einen Büffels im Winter

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tembug om 08:23 Reageer op dit bericht

Jongeren uit het Midden-Oosten willen vrede

JONGEREN UIT HET MIDDEN-OOSTEN WILLEN VREDE

Zohar en Osama getuigen in het raam van de Vlaamse Vredesweek

ANTWERPEN (Kerknet) - Dit jaar stelt de Vlaamse Vredesweek jongeren in conflictgebieden centraal. Vanaf 22 september tot 1 oktober 2006 trekken vier jongeren uit Burundi, Tsjetsjenië en Israël door het land om te getuigen over hoe zij met geweld worden geconfronteerd, als slachtoffer of als dader. "Samen met hen, vragen wij van de politieke overheid meer aandacht én engagement voor jongeren in conflictsituaties", stelt Pax Christi Vlaanderen.

Vriendschap
Zohar Elmakiess en Osama Tanous zijn twee jongeren uit Israël die zich allebei als jongere actief inzetten voor verdraagzaamheid en vrede in Israël en in Palestina. De joodse Zohar streeft naar meer respect en tolerantie tussen joden en Arabieren in Israël. Dit doet ze onder ander als leidster van een jongerengroep van Re'ut-Sadaka ('vriendschap' in het Hebreeuws en het Arabisch). Deze joods-Arabische jongerenorganisatie werd in 1982 opgericht door een groepje jonge Joden en Arabieren. Zij meenden dat de kloof tussen beide bevolkingsgroepen in Israël alleen gedicht kan worden als er banden worden gesmeed. Daarom zet Re'ut-Sadaka workshops, jongerengroepen en samenlevingsprojecten tussen joden en Arabieren op touw. Het doel is de strijd aan te gaan tegen racisme en geweld in Israël, maar ook te streven naar een oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict.

Ons thuisland
Ook Osama, een Arabische jongere uit Israël, is leider van een jeugdgroep aan de universiteit van Tel-Aviv, waar hij studeert. Osama is actief bij de jongerenorganisatie Baladna ('ons thuisland' in het Arabisch). Baladna is een organisatie voor en door Arabische jongeren uit Israël. Arabische of Palestijnse burgers van Israël, die 20% van de bevolking in Israël uitmaken, hebben immers sterk te lijden onder discriminatie. Bij de oprichting van de staat Israël in 1948 vluchtten zij niet naar de Palestijnse gebieden of Arabische landen, maar bleven ze in Israël en kregen ze het staatsburgerschap. Toch worden ze tot op heden als tweederangsburgers in Israël beschouwd. Baladna wil hun capaciteiten versterken en zowel ideeën als instrumenten aanreiken om een evenwichtig activisme bij de Arabische jeugd in Israël te bevorderen. In de jeugdgroepen over heel het land worden zij gestimuleerd om zelf educatieve en sociale actie te ondernemen en via dialoog en debat tot verandering komen.

Verschillende werelden
Vast staat dat Zohar en Osma heel wat gemeen hebben en beiden streven naar een betere toekomst voor jongeren in het Midden-Oosten. Toch leven ze in twee verschillende werelden en hebben ze vaak erg uiteenlopende visies. Zo voelt Osama zich meer Palestijns dan Israëlisch, aangezien Israël zich als een joodse staat omschrijft en zijn identiteit Palestijns is. Bovendien woont een deel van zijn familie in de Palestijnse gebieden. Zohar is nu 18 en zal binnenkort worden opgeroepen om haar dienstplicht in het Israëlische leger te vervullen. Als vredesactiviste kan ze niet gaan, maar weigeren is ook problematisch. De oorlog tegen Libanon vergrootte de kloof tussen beide gemeenschappen: de joodse Israëli's waren veelal voor de oorlog terwijl de Arabische Israëli's zich hevig tegen de oorlog verzetten. Zohar en Osama trekken een week lang door België om te getuigen over de complexiteit van het leven van jongeren in Israël, en ook in de Palestijnse gebieden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tembug om 20:12 Reageer op dit bericht

DE VREDESMUREN VAN BELFAST: WEG VAN OF NAAR VERZOENING?

BRUSSEL (Kerknet/R&V) - Van 22 tot 26 september 2007 vond de jaarlijkse Europese Conferentie van 'Justitia et Pax' plaats in Belfast. De conferentie, die 29 nationale commissies telt, werd voorgezeten door de Duitse Bisschop Leo Schwartz. Naar jaarlijkse gewoonte ging de Algemene Vergadering gepaard met een aantal studiedagen. Het thema 'Verzoening en Vredesopbouw' was een evidente keuze in een stad als Belfast, waar al meer dan 35 jaar een conflict heerst tussen protestanten (Unionisten) en katholieken (Nationalisten). Ook volgend jaar wordt dit thema verder behandeld in Auschwitz.
Het geweld in Noord Ierland is de laatste jaren verminderd. Dit vertaalt zich vooral in een politiek kader, dat niet altijd de werkelijkheid weergeeft van het dagdagelijkse leven. 'Vredesmuren', gebouwd door de regering om het geweld te beperken, houden de twee groepen van elkaar gescheiden.

belfast%202.JPG

Religie en identiteit
Hoewel het conflict in Noord Ierland een sektarisch probleem is dat vooral gaat over territorium, sociale onrechtvaardigheid en ongelijke politieke participatie, is religie zeker ook een deel van het probleem. Het behoren tot een protestante of katholieke groep, gerelateerd aan politieke aspiraties, blijkt namelijk de hoofdfactor te zijn in het opbouwen van een eigen identiteit. De identiteit van de groep wordt voornamelijk bepaald door verschillen: verschillende religies, kerken, symbolen, tradities, liederen, sport, kleuren, geschiedenis. Het straatbeeld alleen al maakt zeer vlug duidelijk of je in een Protestante of Katholieke wijk bent.
De belangrijke rol van religie ligt erin ook deel uit te maken van de oplossing. Zo zijn er, over de jaren heen, tal van initiatieven in gelovige gemeenschappen waar men kansen geeft tot dialoog, trauma verwerking en verzoening. De delegatie van 'Justitia et Pax' voerde de daad bij het woord door te luisteren naar verschillende slachtoffers van beide zijden, verschillende projecten te bezoeken en een Protestantse viering bij te wonen.

belfast%203.JPG

De muren van Belfast zijn minder gekend dan die van Berlijn, Palestina en de 'muren' van segregatie die in ons eigen land bestaan, maar tonen eveneens de gruwelijkheid van de realiteit. Er heerst nog steeds haat in Noord Ierland, al dan niet verborgen. Eveneens is het hoopgevend te zien hoeveel mensen en organisaties zich inzetten voor vrede en verzoening.
Meer info via Netwerk Rechtvaardigheid en Vrede, Tine Ternest, Huidevettersstraat 165 in 1000 Brussel, e-mail : nrv@rechtvaard

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tembug om 17:41 Reageer op dit bericht

Iedereen is de moeite waard!

'IEDEREEN IS DE MOEITE WAARD'

KAJ gaat tijdens nieuwe werkjaar aan de slag rond het thema 'Ik ben Uniek'

BRUSSEL (KerkNet) - "KAJ werkt tijdens het nieuwe werkjaar rond het thema: 'Ik ben Uniek'. Het is een slogan om aan te duiden dat iedereen de moeite waard is.
Kardinaal Cardijn zei in zijn tijd : "Elke jonge arbeider is meer waard dan al het goud van de wereld."
Dit jaarthema is daar de hedendaagse vertaling van. Ik ben uniek. Ik mag er zijn, met mijn kwaliteiten en gebreken.
We hopen een jaar te werken rond zelfbeeld van jongeren, rond hun kwaliteiten en het respect voor elk lid van de groep.
De boodschap: 'Ik ben uniek' wordt uitgedragen door IBU ( let op de afkorting)", zegt Stefan Robbrecht van KAJ.
"Elke groep, wij noemen dat een werking, krijgt in het begin van het werkjaar materiaal om rond IBU te werken. Echt schitterend, flitsend materiaal waar jongeren graag mee aan de slag zullen gaan. Elke werking krijgt een mapje met daarin 48 fiches met vormingsmethodieken. Met deze vormingsmethodieken kunnen de plaatselijke kernleden activiteiten op maat maken voor hun 'u nieke' ledengroep. De fiches zijn opgedeeld naar leeftijd ( -16, +16, +20 en 'over alle leeftijden heen'), maar ook naar inhoudelijke benadering. Er zijn fiches met 'Hoe Ist'-methodieken. 'Hoe Ist?' is de vraag die centraal staat bij KAJ en waarop we ons heel vormingsaanbod op steunen. Deze 'Hoe Ist'-methodieken geven de mogelijkheid aan jongeren om zelf te vertellen en te getuigen hoe ze zichzelf zien en wat zij uniek of minder leuk vinden aan zichzelf.
Een tweede soort zijn de bezinningsmethodieken.
Die worden gebruikt voor stiltemomenten. De evangelische boodschap van respect is in elk tekst of elke verhaal aanwezig.
Een derde reeks behandelt de methode van kardinaal Cardijn en van de hele KAJ: Zien - Oordelen - Handelen.
Via deze fiches kun een plaatselijke werking een traject opzetten om naar een inhoudelijke of symbolische actie te werken.
Het moment waarop we met een aantal acties naar buiten willen komen is Goede Vrijdag, de actiedag van KAJ.
Naast dit mapje me t fiches, zijn er ook nog affiches en stickerblaadjes. Die dienen om de boodschap 'Ik Ben Uniek' verder uit te dragen dan de leden en kernleden van de plaatselijke werkingen. Zo wordt iedereen geprikkeld om eens na te denken rond zichzelf en zijn relatie met de ander."

Acties
"Vorig jaar zijn we afgestapt van één centrale actie die op voorhand is vastgelegd door het nationale bestuur. Sinds vorig jaar werken we met 17 regio's die allemaal zelfstandig onderzoek uitvoeren en acties in elkaar steken. De actiedag waarop al die regio's naar buiten komen is Goede Vrijdag. Deze formule was vorig jaar een succes en daarmee hebben we meer dan duizend jongeren bereikt. Dit jaar bouwen we dus op die formule¬ voort. Het actiethema is 'Ik Ben Uniek' en elke regio zal in de loop van het werkjaar starten met een traject richting Goede Vrijdag."
"Daarnaast doen we mee aan een Europese actie in Passau om aandacht te vragen voor een degelijke werkgelegenheid voor jongeren. Die actie vindt plaats eind november en we hopen met 50 gemotiveerde, jonge militanten ter plaatse te zijn. Om jongeren voor te bereiden op deze actie, zijn we vorig jaar al gestart met het bevragen van jonge werklozen."

Kardinaal Cardijn
"De inspiratie van Cardijn is nog heel actief binnen de beweging. Zijn gedrevenheid en visie zijn nog toonaangevend in de keuze van de doelgroep de manier van werken. Katholieke actie is vervangen door christelijke waarden, die nu als universeler worden gezien. 'Zien - Oordelen - Handelen', de arbeidersmethode waarmee hij duizenden jonge arbeiders heeft gevormd, wordt consequent toegepast in elke publicatie en elk persoonlijk contact ( zoals we onze begeleidende gesprekken met kernleden noemen). Ook voordoen, meedoen, doendoen, het niet-schoolse leren, zit er nog goed in. De keuze voor de unieke capaciteiten van elke jonge mens is bewezen in de keuze van het jaarthema en de recente herdefiniëring van de doelgroep. Het blijft een zoektocht om de visie van Cardijn te vertalen naar de hedendaagse realiteit. Cardijn zou waarschijnlijk resoluut aanwezig zijn in de kerken waar momenteel nog altijd tientallen mensen zonder papieren actievoere n voor een rechtvaardig bestaan. Als beweging durven we misschien te weinig afwijken van de weg die we als jeugd- en jongerenbeweging hebben toegewezen gekregen. Iedere goede 'Kajotter' moet eens in den bak gezeten hebben, daar roepen we om begrijpelijke redenen al helemaal niet meer voor op. Eigenlijk zijn we te braaf geworden als beweging."
Volgens sommigen zitten jeugdbewegingen opnieuw in de lift, maar bij KAJ merkt men weinig verschil. "Het is zo dat we met onze beweging al jaren op een status-quo zitten. Jeugdbewegingen die al op jonge leeftijd beginnen ( 6 jaar of jonger) fungeren dikwijls als kinderopvang en daar is tegenwoordig veel vraag naar. Als jongerenbeweging die begint vanaf 12 jaar, plukken wij daar de vruchten niet van en blijft het actief zoeken naar leden. De nood naar gemeenschap is groot, maar het blijft moeilijk om jongeren over de drempel van je lokaal te krijgen."

Nieuwe uitdagingen
De Vlaamse jeugdbewegingen worden met een aantal nieuwe uitdagingen geconfronteerd, onder meer multiculturaliteit. "Over die nieuwe uitdagingen is veel te doen binnen de Vlaamse Jeugdraad. Het hele jeugdwerk ziet natuurlijk wel wat in het aanpakken van de uitdagingen van de samenleving, maar ze waarschuwen ook voor de hoge verwachtingen die soms aan het jeugdwerk worden gesteld", zegt Stefan Robbrecht.
"Als KAJ, die toch altijd wel de ambitie heeft om maatschappelijk wel wat in beweging te zetten, doen we voort zoals we bezig zijn. We houden ons zo min mogelijk bezig met kantoorvergadering en woordenkramerij. We zetten al onze middelen in om op gemeentelijk vlak te werken aan deze uitdagingen. Jongeren met een laag zelfvertrouwen een hart onder de riem steken, jongeren die uit de boot dreigen te vallen aan huis bezoeken, ingaan tegen de racistische taal die soms wordt gehanteerd, kernleden leren hoe ze ervoor kunnen zorgen da t 'iedereen' zich kan thuis voelen in onze werking. Wij geloven heel sterk in persoonlijk contact tussen mensen en daar investeren we in. Misschien de reden waarom we niet zoveel meer te horen zijn in de plaatsen waar het grote woord wordt gevoerd. Een koepel als het ACW kan onze bekommernissen politiek vertalen. Eigenlijk bouwen wij heel plaatselijk aan menselijk contact en zenden we maar af en toe de grote oplossingen de wijde wereld in."
Meer info via e-mail: stefan.robbrecht@kaj.be, tel: 0486 20 73 70.

Klik hier met de rechtermuisknop om afbeeldingen te downloaden. Om uw privacy te beschermen, is het automatisch downloaden van deze afbeelding van internet verhinderd. top
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Tembug om 18:41 Reageer op dit bericht

Armoede sluit uit

Campagne Welzijnszorg

BRUSSEL (KerkNet) - Welzijnszorg maakt zich zorgen, want armoede groeit op een onderhuidse manier. Het aantal mensen dat een beroep moet doen op voedselpakketten en noodopvang neemt elk jaar toe en ook de kloof tussen arm en rijk neemt steeds verder toe: "14,8 procent van de Belgen leeft met een armoederisico . Concreet wil dat bv. zeggen dat een alleenstaande 777 euro per maand heeft. Het leefloon voor een alleenstaande is zelfs lager: het bedraagt slechts 625 euro . Begin maar te rekenen! (.) Het aantal wachtenden op de wachtlijsten voor sociale woningen stijgt." Ook het aantal leerlingen dat zonder diploma het secundair onderwijs verlaat, is sinds 2001 weer gestegen naar 12,5 procent "Ooit was een job dé garantie om niet in armoede te geraken, maar dat is niet langer zo. 4,3 procent van de werkende mensen leeft onder de armoedegrens omdat hun werk slecht betaalt, omdat ze een deeltijdse en onregelmatige job hebben of omdat ze de enige kostwinner zijn in het gezin (.) Bo vendien staat het systeem van de sociale zekerheid onder druk. De sociale zekerheid beschermt en ondersteunt mensen die niet (meer) werken: bejaarden, werklozen, zieken . Steeds meer mensen verfoeien deze opgelegde solidariteit. Het beleid volgt deze tendens en snoeit in terugbetalingen en uitkeringen. Uiteraard zijn de zwaksten in de samenleving hiervan het eerste slachtoffer. Maar iedereen heeft baat bij een sterke sociale zekerheid. Want indien er geen sociale zekerheid zou bestaan, dan zouden 42 procent van de mensen in armoede leven!" Welzijnszorg is verontwaardigd over deze evolutie, maar legt zich niet erbij neer. "We eisen dat armoede ten gronde wordt aangepakt, want armoede is voor ons een onrecht."

Armoede sluit uit
Armoede is meer dan een gebrek aan geld. Armoede veroorzaakt uitsluiting. Gezinnen in armoede ervaren dagelijks dat ze er niet bij horen. Hun kinderen worden niet uitgenodigd op verjaardagsfeestjes, reclame herhaalt steeds opnieuw wat ze niet kunnen krijgen, ze leven in slechte en ongezonde woningen, ze voelen zich nagestaard en onaangepast. Armoede en uitsluiting maken dat mensen zich soms letterlijk in hun woning opsluiten.
Op eigen kracht uit de armoede raken, is volgens Welzijnszorg een moeilijke opdracht. "Daarom moeten we het samen doen. Mensen samenbrengen is een eerste stap. Ze ervaren soms voor het eerst wat het betekent erbij te horen. Maar daar blijft het niet bij. Met onze armoede-initiatieven - Welzijnsschakels en diverse andere projecten - zetten we ook verdere stappen: samen gepast werk zoeken, vorming op maat aanbieden, voor onderdak zorgen of begeleiding organiseren. Uiteraard zoeken we ook telkens naar de oo rzaken van armoede, want dat geeft de sleutel tot de oplossing."

Armoede eist politiek engagement
Maar armoede uitsluiten mag volgens de welzijnsorganisatie niet alleen een zorg zijn van mensen die in armoede leven. "Met de slogan: 'Samen armoede uitsluiten' roepen we iedereen op niet afzijdig te blijven en het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting ter harte te nemen." Welzijnszorg verwacht dat ook politici de kant van mensen in armoede kiezen. Zij zijn immers in staat met beleidsmaatregelen in te grijpen op de oorzaken van armoede. "Je mag mensen die leven in armoede niet sussen met kleine gunsten en financiële cadeautjes. Mensen in armoede hebben ook recht op een goede huisvesting, een gezinsleven, gezondheidszorg, arbeid, inkomen, onderwijs . Het kunnen uitoefenen van die rechten, moet het uitgangspunt zijn van een beleid dat armoede wil uitsluiten. Zo'n beleid houdt ook herverdelende maatregelen in: wat er is, moet rechtvaardiger verdeeld worden. Het versterken van de sociale zekerheid staat hier voorop. Het kan niet dat het inkomen van mensen in armoede onder de armoedegrens blijft."
Welzijnszorg stelt vast dat in het beleid echte keuzes al te vaak achterwege blijven, middelen en maatregelen versnipperd zijn en dat er onvoldoende geld voorzien wordt voor een grondige aanpak. Daarom eist Welzijnszorg van politici dat ze van armoedebestrijding een topprioriteit maken; duidelijke sporen kiezen die efficiënt en resultaatgericht zijn. En inkomens en uitkeringen minstens optillen tot de armoedegrens.
Welzijnszorg wil iedereen laten weten dat armoede in Vlaanderen en Brussel bestaat en eist dat politici echt werk van maken van de strijd daartegen. "Daarom voeren we jaarlijks een campagne. Een campagne die de Vlaming bewust maakt van armoede, die mensen engageert om er iets aan te doen en die ook rekent op jouw bijdrage. Samen kunnen we de strijd tegen armoede aangaan."

Steunen kan
"Laat je verontwaardiging zien. Laat zien dat armoede een onrecht is. Dat kan door de campagneaffiche op te hangen of de sticker op een zichtbare plaats te plakken. Maar het kan ook door je handtekening te plaatsen op de sticker of affiche en ook andere handtekeningen te verzamelen. Zo spoor je onze politici aan om van armoedebestrijding een prioriteit te maken."
Wie dat wenst kan ook een gift doen op rekening 000-0000003-03 en zo de initiatieven steunen die armoede bestrijden.
Meer info via de website: www.welzijnszorg.be.

Klik hier met de rechtermuisknop om afbeeldingen te downloaden. Om uw privacy te beschermen, is het automatisch downloaden van deze afbeelding van internet verhinderd. top
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Tembug om 19:49 Reageer op dit bericht

Omgang met bomen

Omgang met bomen

Bomen zijn niet alleen natuur.

Ze zijn evenzeer cultuur.

In het oerwoud is de boom naamloos onderdeel van blinde woekering.

De mens heeft de boom apart gezet.
Hij plant een boom bij het huis, bij het water,

Aan weerszijden van de weg.
Ik heb tuinen en parken aangelegd, zegt koning Salomo,

En ze met allerlei fruitbomen volgeplant.

Bomen hebben namen gekregen,

Zoals de dieren, de planten, de sterren.

De mens snoeit bomen, ent en veredelt ze.

Door de boom wordt hij mens:

Verzorger, behoeder.

Iedere boom is levensboom.

Sappen worden omhooggezogen door de schors.

Groei is onzichtbaar, onhoorbaar.

Jaarringen zijn de traagst denkbare zandlopers.

Wie een boom plant,

Gaat een verbond aan met de tijd.

En leer wat geduld is.

Plant een boom,

Als er een kind geboren wordt.

Dan zie je ze samen groeien.

Het kind snel, de boom langzamer.
Maar hij wordt groter dan het kind, de vrouw, de man.

En het duurt langer.

In verzamel de bloesem van linde en vlier;
Ik pluk de vruchten van kerselaar en pruimeboom.

Dan peren, de appelen.

De najaarswind slaat de okkernoten los:

Ik raap de laatste vrucht van het jaar

Uit het vochtige gras.

Nu komt de winter.

Alles heeft zijn tijd.

Zolang je er de kracht toe hebt,

Moet je één keer per jaar in een appelboom klimmen.

Om te voelen hoe de boom gewillig loslaat

Wat hij maanden lang heeft gedragen.

Om dankbaar te zijn en te zeggen dat het goed is.

Het bestaan is gezegend.

En als de oogst schraal is,

Méér genieten van minder.

In de krant van vandaag, Mother Lea Provo,

stichteres van Seevapoor, bij Madras,

een dorpsgemeenschap in de geest van Gandhi:

“De aanleg van een tuin was één van de eerste dingen.

We plantten er fruitbomen in.
Je doet er niets aan

en toch vallen de vruchten, elk seizoen.
Je moet alleen je hand uitsteken.

Fruit is geweldloos voedsel.”

Ik zou, denk ik, niet zoveel houden van boom

die “twaalf maal vrucht draagt, elke maand eens” (Apok. 22, 2).

Het is te veel.

Ik zou minder verwonderd zijn, minder dankbaar.

Eén keer per jaar is voldoende.

Dan ben ik weer diep met de tijd verbonden.

De gestalte van de boom.

Zijn wortels. De donkerte waar alles begint.

Ik heb donkerte nodig, en

grond, diepte, slaap, onbewogenheid.
Zijn kruin. Reiken naar het licht.

Speling van twijgen en bladeren.

Ik heb de hemel nodig.
Hoogte. Licht. Bewogenheid.

De stam is ernst. Is kracht.

De zijtakken: spanning naar alle zijden.

Evenwicht van spanningen.

Met de seizoenen

verandert zijn gestalte.

Voor mij is hij het zuiverst boom in de winter:

naakt skelet,

boom tot zijn pure vorm herleid.

Met de seizoenen

Verandert zijn relatie tot het licht.

Pril en speels het licht van het voorjaar

Door nieuw groen en bloesems.
Hoog en ernstig de zomerzon

Boven de volle kruinen.

Het wijkende, zinkende najaar

Kleurt boom en blad en grond.
Het lage, schaarse winterlicht

Rust op zijn lege takken.

Mensen vragen om je aandacht.

Zie je me? Hoor je me?

Wil je? Kun je?

Mensen wekken en prikkelen je,

dagen je uit.

Bomen dringen zich niet op. Ze zijn er

als alle zwijgende dingen,

water, aarde, steen en plant.

Ze vragen of willen niet s van je.

Ze zijn er, als je oog ze nodig heeft

of je hand.

Daarom zijn bomen herbergzaam.

Vogels wonen erin.

En kinderen soms.

Tussen bomen wandelen.

Opgenomen zijn.

Rust vinden.

Laat de bomen leven.

Maar laat ze ook sterven als hun tijd is gekomen.

Laat dendrologen zieke bomen genezen.

Maar houd stervend bomen niet in leven

Tegen hun wet enwil,

Met injecties en ijzeren hoepels om hun stam.

Oude mensen zeggen: Eens

Stond hier de linde op het plein.

Ook dat is goed.
Ik ben geen meester over leven en dood.

Ook bomen zijn eindig.

Frans Cromphout

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tembug om 09:33 Reageer op dit bericht

Welke zijn de grote keien in ons leven?

Welke zijn de grote keien in ons leven.

Een veel naverteld verhaal

Op zekere dag werd een oude professor van de ENA (in Frankrijk: l’Ecole Nationale d’Administration) gevraagd om een vormingssessie geven over “De efficiënte planning van zijn tijd”. De doelgroep waren een vijftiental topmanagers van de grootste ondernemingen. Deze vormingssessie was een van de vijf ateliers die ze gedurende hun vormingsdag konden volgen. De oude professor had dan ook maar een uur om zijn stof over te dragen.

Rechtstaande voor deze elitegroep (die klaar zat om alles te noteren wat deze expert ging onderwijzen), bekeek de oude professor hen traag een voor een en zegde toen: “Wij gaan een experiment uitproberen”.

Van onder de tafel die hem scheidde van zijn leerlingen, haalde de oude professor en zeer grote vaas te voorschijn. Er konden zeker acht liter water in. Hij zette die vaas voorzichtig voor hem neer. Vervolgens haalde hij een twaalftal keien te voorschijn, elk ongeveer een tennisbal groot, en legde ze voorzichtig een voor een in de grote vaas. Toen de vaas tot aan de boord was gevuld en het onmogelijk was er nog een kei aan toe te voegen, keek hij langzaam ophoog naar zijn leerlingen en vroeg hun: “Is deze vaas vol?” Allen antwoordden: “Ja”.

Hij wachtte enkele ogenblikken en voegde er toen aan toe: “Is dat werkelijk zo?”

Toen bukte hij zich opnieuw en haalde van onder de tafel een bakje gevuld met klein grint. Met grote zorgvuldigheid goot hij het grint op de grote keien en schudde daarna lichtjes de vaas. De kleine grintstukje ritselden tussen de keien… tot aan de rand van de vaas.

De oude professor keek opnieuw omhoog naar zijn publiek en vroeg opnieuw: “Is de vaas vol?”. Deze keer begonnen zijn briljante leerlingen zijn handelwijze te begrijpen. Een van hen antwoordde: “Waarschijnlijk niet!” “Goed!” antwoordde de oude professor.

Hij bukte zich opnieuw en deze keer haalde hij een emmer gevuld met droog fijn wit zand te voorschijn. Heel aandachtig goot hij het zand in de vaas. Het zand stroelde naar beneden en vulde de gaten tussen de keien en het grint. Nogmaals vroeg hij: “Is deze vaas vol?”

Deze keer antwoordde de briljante leerlingen zonder aarzelen in koor: “Neen!” “Goed!” antwoordde de oude professor.

En zoals zijn schitterende leerlingen zich er aan verwachtten nam hij de beker met water voor hem op tafel en vulde daarmee de vaas tot aan de rand. Dan keek de oude professor omhoog naar de groep voor hem en vroeg: “Wat wordt door dit experiment bewezen?”

Niet te onderschatten (niet stom, dwaas, zot?) antwoordde de stoutmoedigste onder de leerlingen, denkend aan het onderwerp van de cursus: “Dat bewijst dat als men het echt wil, zelfs al is onze agenda helemaal vol, dat men er nog altijd agendapunten kan aan toevoegen en dingen die gedaan moeten worden.”

“Neen” antwoordde de oude professor, “dat is het niet. De grote waarheid dat door dit experiment wordt aangetoond is de volgende:

- Als men de grote keien niet eerst in de vaas legt, dan zal men ze er daarna niet allemaal meer inkrijgen.” Daarop vroeg de oude professor hen: “Welke zijn de grote keien in je leven?”

- Uw gezondheid? Uw gezin? Uw vrienden (-innen)? Uw dromen werkelijkheid laten worden? Doen wat je graag doet? Leren? Uw zaak verdedigen? Zich ontspannen? Uw tijd nemen? Of…iets anders?

- Wat wij moeten onthouden is hoe belangrijk het is in ons leven eerst DE GROTE KEIEN te leggen, anders lopen wij het risico van niet te slagen in ons leven.

- Indien wij voorrang geven de details (het grint, het zand), zal men zijn leven met details vullen en wij zullen nooit voldoende kostbare tijd overhebben om hem te wijden aan de belangrijke elementen van zijn leven.

- Dus vergeet niet je zelf de volgende vraag te stellen:

- Welke zijn de grote keien in mijn leven?

- En daarna, leg ze als eerste in je levensvaas.”

Met een vriendelijk gebaar van zijn hand groette de oude professor zijn toehoorders en verliet traag de zaal.

(Jean Destrac in Diaconat Aujourd’hui, n° 92, maart-april 2001, p. 45 – 46. Ondertussen las ik het verhaal reeds in Kerkplein en in…)

Diamautem

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tembug om 19:46 Reageer op dit bericht

Tempel van de heilige Geest

Tijdens een uitzending op tv hoor ik een jong meisje zeggen: “Mijn lichaam is een Tempel van de Heilige Geest.” Dat was verschieten zeg!

Het evangelie leert ons dat God in ieder van ons verblijf wil nemen. In ons is er niet alleen ‘iets’, niet alleen een goddelijke energie, niet alleen de godheid, maar drie Personen: de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Een kind gaat naar de parochiale catechese de woensdagnamiddag. De catechiste legt daar uit wat de heilige Paulus zegt, namelijk dat wij, ieder van ons, een tempel van de heilige Geest zijn (1 Kor. 3, 16), dat wil zeggen dat de heilige Geest, sedert onze doopsel, in elk van ons woont als in een heiligdom. ’s Namiddags krijgt hij van zijn vader een formidabele trap op zijn achterste, omdat hij een grote stommiteit beging op de vaderlijke boerderij. De rakker keert zich daarop doodbedaard om naar zijn vader en zegt tegen hem: “Je begaat daar een grote zonde: je hebt daar een stamp gegeven op de Tempel van de heilige Geest.” Maar zijn vader heeft het laatste woord met een even snedig antwoord: “Misschien heb ik wel een voettrap gegeven op de sacristie van de tempel, maar niet op de tempel…”

Hoe moeten wij deze aanwezigheid van God de Vader, Zoon en heilige Geest in ons begrijpen? Jezus had een adres te Nazareth, te Kafarnaüm of te Jeruzalem. Wilde je hem zien, dan moest je op reis. Dat is nu nog op een of andere manier waar: zelfs verheerlijkt is Jezus altijd ‘ergens’. Waar is God? Men kan daarop antwoorden met: hij is overal…waar hij wordt binnengelaten. Dat wordt zeer mooi uitgedrukt in het boek van de Openbaring: “Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.” (Openbaring, 3, 20, De Nieuwe Bijbelvertaling). Wij hebben de deur opengezet bij ons doopsel. Maar deze deur heeft een zeer bijdehandse portier die de deur onophoudelijk sluit. Soms is die deur zelfs afgesloten met grendels. Als dan de deur afgesloten is met twaalf grendels en als jij er maar elf opent, zal er niet veel gebeuren.

In Nieuwenhove woonde een oude dame die niet veel onderwijs had genoten, maar zij had een knap en vlug verstand. Mijnheer pastoor bracht haar de communie aan huis. “Ik heb goed over iets nagedacht”, zegde zij. “Men heeft ons verteld dat de apostelen het geluk hadden van Jezus te kunnen zien. Zij hadden hem aan hun zijde,

Hij stond voor hen. Maar ik heb nog meer geluk dan zij. Ik heb hem in mij, in het diepste van mezelf.

De ‘boze geesten’ kunnen alleen maar in de omgeving komen om onrust te veroorzaken… alleen de Heer kan in ons verblijven.

Ten tijde van het ijzeren gordijn werd in Hongarije een jonge christen aangesproken door een jonge communist: “Waar ga je naar toe? – Ik ga naar de mis.” De jonge communist zegde daarop spottend: “Het is een van de twee: ofwel bestaat God, of God bestaat niet. Als hij niet bestaat, verlies je je tijd. Maar als hij bestaat hoe kan je dan op het idee komen dat je in een kerk moet gaan om hem te ontmoeten? Hij is overal.” De jonge christen, na een schietgebed tot de heilige Geest, hoorde zichzelf antwoorden: “Ik weet een ding zeker: God is zo groot dat je hem met je verstand niet kunt omvatten. Maar ik weet ook dat hij zich zo klein kan maken dat hij in mijn hart verblijf kan nemen.”

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Tembug om 20:35 Reageer op dit bericht

Meer van Diaconaat: kerk in uitvoering

↑ Terug naar de berichten