Naar de inhoud

Dichters van het Noorden

Poëzie voor mensen met een hart .... en met ballen.
akke.beakke.be

Poëzie en van alles



Maan

Ik zit alleen, in mijn bureel,
't Is nog geen nacht, maar 't scheelt niet veel.
Buiten is 't koud, en zwaar bewolkt.
De hele stad, lijkt wel ontvolkt.

     'k Kijk door mijn raam, de zon is weg.
     Er is geen maan, dat noem ik pech.
     Ik zie zo graag, die witte ster.
     Al zie 'k ze maar, zo van heel ver.

          'k Zal morgen zien, diep in de nacht.
          Dan zie 'k ze wel, in al haar pracht.
          Dan schrijf ik weer, in haar wit licht,
          Zo'n klein, onnozel, dom gedicht.



Iedereen zag het  ...............................   toen ik dronk,
Iedereen sprak er over  .....................   toen ik dronk,
Iedereen spotte met mij  ...................   toen ik dronk,

Maar Niémand die mij ooit eens vroeg  .... 

                                                   ....  waarom ik dronk.



Mei

                                                               Iedereen kent dat van mei,
                                                             van die vogels  -  en hun ei.

                                                            Liefde komt er ook weer bij,
                                                          met die bloemen  -  in de wei.

                                                        Met die bijtjes  -  speels en vrij,
                                                          zoals kind'ren  -  jong en blij.

                                                              Ieder jaar  -  geloof me vrij,
                                                                    is 't tzelfde  -  rij op rij.

                                                             Zo zei zij toch  -  tegen mij.
                                                      Alhoewel  -  en 't maakt me blij,

                                                        die twee dwergen  -  zij aan zij,
                                                           lekker knusjes  -  op een kei,

                                                          zo in 't midden  -  van de wei,
                                                         zegden lachend  -  tegen mij :

                                                          "Zet je neer  -  en kom erbij."

                                                       'k Lei me dan maar op mijn zij,
                                                                   en bekeek ze  -  allebei.

                                                               En tesamen  -  zegden zij :
                                                        "Luister eens  -  en voel je blij.

                                                                  Ieder jaar  -  en rij op rij,
                                                            komt de lente  -  er weer bij.

                                                     Een zee van warmte  -  een getij,
                                                  dat komt in jou  -  dat komt in mij.

                                              De mens bloeit open  -  kijk naar mij,
                                                        al ben ik wel  -  kleiner dan jij.

                                                    De donk're dagen  -  zijn voorbij.
                                                  De liefde komt  -  wat het ook zij."

                                           En daarvoor dient ze  -  de maand mei.



          Ezeltje, ezeltje, kom bij mij,

          Kom eens hier en maak me blij,

Hef jouw staartje in de lucht,

En laat vallen maar, die bucht.

          Véle euro's, één na één,

          Tegen geld zeg ik niet 'neen".

Doe maar gans mijn mandje vol,

En geef nu maar flink petrol.

          Genoeg voor een BMW,

          En een rijhuisje of twee.

Want mijn lief telt toch niet mee,

En mijn wijf zwijgt heel gedwee.

          Domme ezel, doe jouw werk,

          En maak mij maar groot en sterk.

En ge kunt er van op aan,

Daarna kunt gij hier vandaan !

Gedaan.



                    Pistoolschilder

                    Ik had ooit een vriend die zo graag
                    pistoolschilder wou worden,
                    maar helaas,
                    hij kreeg geen wapenvergunning.

Cactus

De cactus is een plant
met héél veel stekels aan.
Zelf vindt hij 't niet plezant,
Ge kunt ervan op aan.

     Maar toch blijven ze'r op.
     Kom er maar eens op af !
     Ze zeggen bijtijds "Stop !
     Blijf van de cactus af !"

          Want cactussen zijn broos,
          dat weten mensen niet !
          Gevoelig als een roos,
          veel zwakker dan je ziet.

Cactussen zijn ook bang,
want mensen doen hen kwaad.
Dan voelen ze de drang
te prikken waar je staat.

     Ze hebben ook gevoel,
     meer dan de doorsnee mens.
     Stil leven is hun doel.
     't Is hun innigste wens.

          De cactus is mijn plant !
          'k Ben jaloers op zijn ras.
          Daarop krijg je mijn hand :
          'k Wou dat ik cactus was.

Fransen, fransen, oú êtes-vous ?

                    Kom eens van achter die koe !
                    Sansculotten zonder eer,
                    Maar veel praat, achter 't geweer.

                    Fransen, fransen, oú êtes-vous ? 
                    Wij zijn jullie stilaan moe.
                    Verdwijn en kom nooit meer weer.
                    Ga maar huiswaarts, en krepeer.

Antwoord op een welgewaardeerde uitnodiging

 

Geachten,

 

Met deze laat ik u dus wete,

En 't zal u niet hebbe gespete,

Dat wij dus zondag zulle kome.

Ge weet, ik ben al zo ne vrome.

 

Ik ga die dag niet naar de kerk.

Ge weet, ik vind zoiets geen werk.

Ik kom bij jou dus toastjes ete.

Ge zult het wel hebbe gewete.

 

Een drankje mag er ook wel zijn,

Enen trappist, of een fles wijn.

En hapjes met gerookte zalm !

Dat lust ik graag, dan blijf ik kalm.

 

Zijn er teveel ?  Zelfs met paté ?

't Is geen probleem, 'k neem ze wel mee.

En den trappist ?  Raakt hij nie op ?

Ook geen probleem, mijn vrouw is Bob.

 

Het is dus om u mee te dele,

En 'k hoop dat u da wel kan schele,

Ik zal dus kome, mijn vrouw komt mee,

Getekend :  R. Bartolomé

 

 

 't Klokje en het Sneeuwvlokje. 

 

Ergens luidt een heel klein klokje.

Zachtjes klinkt het in de nacht.

Langzaam dwarrelt een sneeuwvlokje

Naar het klokje, dat stil wacht.

 

En dat ene kleine vlokje

Dat stilletjes nederdaalt,

Kijkt verlangend naar dat klokje,

Oplettend dat het niet faalt.  

 

Want veel lichtjaren tevoren

Zijn zij reeds tesaam geweest.

Nu zijn z' eindelijk herboren,

Elk komende uit een geest.  

 

't Klokje kijkt op, vol verlangen

Naar 't vlokje dat schuchter lacht,

Klaar om 't zachtjes op te vangen

Van de geest die 't vlokje bracht.  

 

Eind'lijk is de tijd gekomen.

Nooit gaan ze nu nog uiteen,

Want het vlokje van zijn dromen

Gaat nimmer nog van hem heen.  

 

Teder raken ze elkander,

Liefdesgloed gaat door hen heen.

De één streelt intens de ander.

Zachtjes klinkt een stil geween. 

 

Het sprookje is hiermee ten eind,

Voor hen duurt het eeuwig voort.

Het is misschien niet heel verfijnd,

Maar dat heeft hen nooit gestoord. 

  

     Kruisraket

                                 Een amerikaanse kruisraket

     is een precisieprojektiel dat máximum twee

     meter naast het doel kan terechtkomen  ....

     gemeten op de stadsplannen van Belgrado

     en Bagdad.

 

Agressie

               is een onverantwoorde en gewelddadige

reaktie van iemand in een bepaalde situatie.

Ze kan zowel verbaal als fysisch tot uiting komen.

Agressie vloeit voort uit een sterk gevoel van

teleurstelling omdat men zich verhinderd voelt

om een bepaald voorgenomen meestal

onbereikbaar doel te bereiken, omdat men zijn

eigen tekortkomingen ervaart als een

onrechtvaardige belemmering in een poging tot

realisatie van een behoefte of een wens.

Het is het gevolg van een overmogen tot het

verdragen van een frustratie zonder dat

destruktieve impulsen het sociale gedrag in

ernstige mate verstoren.

Het is een ziekelijke stoornis, gekenmerkt door

een tekort op sociaal vlak, een miskenning van

de waarden van anderen, waarbij een utopische

erkenning van het eigen bestaan wordt gevonden.

Het is een gebrek aan volwassenheid,

                               aan verstandelijk vermogen.

Deze psychische stoornis wordt gekenmerkt door

angst voor het onbekende, door lafheid,

overdreven onderdanigheid tegenover diegenen

die men sterker waant, door neerslachtigheid,

hypokrisie, machtsmisbruik tegenover zwakkeren

die ze zonder enige aanleiding of geldige reden

met een bepaald sadistisch plezier zullen

provoceren, en stressgevoelens.

Het komt bijna alleen voor bij personen die

zichzelf overtuigen dat hun fouten, gebreken

en tekortkomingen geheel en uitsluitend aan

anderen te wijten zijn, en zelf nooit of nooit

enige verantwoordelijkheid durven te nemen.

Ze beleven hun eigen tekortschieten en hebben

besef van machteloosheid tegenover hun eigen

onbekwaamheden, waarbij de negatieve

beoordeling van hun eigen persoon en van hun

eigen lichamelijke en/of geestelijke prestaties

resulteren in de vergelijking met en afgunst

tegenover de prestaties van anderen.

De abnormale opbouw van hun persoonlijkheid

is de oorzaak van hun gestoord gedrag en hun

aanpassingsstoornissen, die binnen de normen

van een normaal funktionerende maatschappij

onaanvaardbaar zijn.

Agressie wordt door de overheid vaak getolereerd

en zelfs aangemoedigd.

 

 

        Aan de oevers van de Schelde

 

        'k Zit aan de Schelde, op een bank,

        mijn neusgaten gevuld met stank.

        Dode vissen drijven boven.

        Het is amper te geloven.

 

        Een stuk textiel, een houten bak.

        Wat vuil in een plastieken zak.

        Aan de kant een verroeste fiets.

        't Ligt niet in 't water. 't Is al iets.

 

        Olie bedekt het watervlak.

        Diverse kleuren. Net als lak.

        Eronder is 't een zwarte brij.

        Een vieze, stinkende gelei.

 

        Laat u verleiden. Kom eens af.

        En zie wat politiek, ons gaf.

        Maar 't komt in orde. Wees niet bang.

        Alleen duurt het wel heel erg lang.

 

                     Manneke Maan

 

                    Waar komt gij vandaan ?

                    Waar gaat gij naartoe ?

                    Och, 't doet er niet toe.

 

                    Manneke Maan,

                    Het gaat mij niet aan,

                    Maar zijt gij nooit moe ?

                    Met al dat gedoe ?

 

                    Manneke Maan,

                    Kijk mij even aan,

                    En zeg eens oprecht  :

                    Is jouw glimlach echt ?

 

                    Manneke Maan,

                    Blijf toch even staan.

                    Ik heb nog één vraag :

                    Blijf je niet vandaag ?

 

                    Manneke Maan,

                    Ik laat je wel gaan,

                    Maar beloof één ding  :

                    Blijf altijd bestaan.

 

     Salut    

           Ik weet niet wat ik schrijven moet,

           maar als ik schrijf voel ik me goed.

           Ik neem dus maar pen en papier

           en schrijf zo maar een zin of vier.

           De inhoud is van geen belang,

           dit gedicht wordt dan ook niet lang.

           Het wordt toch nooit gepubliceerd,

           want het wordt iets dat niet verteert.

           Ik stop met mijn gedicht dus hier,

           Want het wordt toch een dooie pier.

  

Het wordt duister,

Het wordt nacht.

De maan komt op,

In al haar pracht.

 

Met veel luister,

Wit van vacht,

Rijst ze ten top.

Ze staat op wacht.

....  ....  ....  ....

 

          Ik wou dat ik mooi dichten kon,

          Zo van de maan, en van de zon.

          Van alle dieren hier op aard'.

          Maar niet de mens. Die is 't niet waard.

 

Zo elk gedicht, nedergepend,

Toont aan de goden wie je bent.

Wie ik ben weten ze al wel.

Misschien moet ik wel naar de hel.

 

          Want ideologisch ben 'k verkeerd.

          'k Ben dus zelfs 't vagevuur niet weerd.

          Maar 't is niet erg.  Ik kom er wel.

          't Is toch niet ver, van hier naar d'hel.


Maar weet, de dag dat ik moet gaan,

Zal ik er niet alleen voorstaan.

Veel zullen sterven, heel gedwee,

Want 'k neem extra veel zielen mee.

 

          Die dag geef ik een zwarte mis,

          Met héél veel doden.  't Wordt niet mis.

          Dus als ge ook naar d'hel wilt gaan,

          Wacht nog een beetje.  'k Kom eraan.

 

Hyppokritis in Polen

 

               Het was in een Pools hospitaal.

               Het kind lag in een grote zaal.

               De moeder stond er wenend bij

               toen de professor ernstig zei :

 

     " Ze moet worden geopereerd,

     en het is dringend , z'is het weerd.

     Ze moet vandaag nog onder 't mes,

     want 't is nu reeds tien over zes. "

 

                         " Heb dank professor, dank u wel !

                         Met u als dokter redt ze 't wel.

                         'k Zal voor u bidden, als ik mag,

                         'k Zal bidden tot 't Hoogste Gezag. "

 

     " Ja maar, mevrouw, wacht nog een keer.

     Alvorens ik haar opereer.

     Vijfduizend dollar is mijn prijs,

     zoniet gaat ze onder de zeis. "

 

                                   De arme moeder werd heel bleek

                                   en zei : " Laat ons niet in de steek !

                                   Wij zijn zo arm, ik heb geen geld.

                                   Dat heb ik u toch al verteld ! "

 

     " Ga naar een bank, en leen maar wat.

     Bij de banken is er geld zat. "

     Zei de dokter meedogenloos,

     en keek de vrouw aan, ietwat boos.

 

               Op haar knieën, trillend en bang,

               smeekte ze hem, minuten lang.

               Maar de dokter draaide zich om

               en zei alleen nog maar : " Shalom ! "

 

     In Polen is 't een 'déja-vu'.

    Wist ge dat niet ? Dan weet ge 't nu.  

Hoe vind je dit bericht? 174 stemmen
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Poëzie en van alles ( 2 )

 

 

Kunnen

jullie

eens iets laten weten,

zonder dat ge daarvoor moet beginnen zweten,

want ik kom niet om te eten,

dat wil ik eerst laten weten,

ik zal reeds hebben ontbeten,

zonder de worst te hebben gemeten,

want anders is 't geen vreten,

zelfs al heb ik erbij gezeten,

en mijn teljoor weer wat versleten,

of hoe zo'n plaat ook moge heten.

 

Een borrel mag natuurlijk wel,

zo lekker langzaam, en niks snel,

d'hoeveelheid ijs is van geen tel,

de whisky, die natuurlijk wél !

Das ook gezond voor mijn teer vel.

Misschien rinkelt er al een bel ?

Natuurlijk ! Gij verstaat mij wel !

 

 Vertaling naar het Marsiaans :

Kunnen

jullie

eens iets laten weten,

zonder dat ge daarvoor moet beginnen zweten,

want ik kom niet om te eten,

dat wil ik eerst laten weten,

ik zal reeds hebben ontbeten,

zonder de worst te hebben gemeten,

want anders is 't geen vreten,

zelfs al heb ik erbij gezeten,

en mijn teljoor weer wat versleten,

of hoe zo'n plaat ook moge heten.

 

Een borrel mag natuurlijk wel,

zo lekker langzaam, en niks snel,

d'hoeveelheid ijs is van geen tel,

de whisky, die natuurlijk wél !

Das ook gezond voor mijn teer vel.

Misschien rinkelt er al een bel ?

Natuurlijk ! Gij verstaat mij wel !

 

     Wie drinkt er bier met vaten ?

      Wie kan 't zuipen niet laten ?

                Wie drinkt wodka met kuipen ?

                Kan niet stoppen met zuipen ?

                          Wie is er konstant dronken ?

                          Kijkt met ogen die lonken ?

                                    Van Warschau tot in Olen ?

                                    ....  De politie van Polen.

 

                         De mens.

 

                         Hoe ouder ik word, hoe vaker ik eens over mijn schouder terugblik.

     Logisch toch ?

     Want hoe ouder je wordt, hoe meer je hebt om op terug te kijken.

                         En ík heb héél wat achter de rug.

                         Goede herinneringen, en, slechte herinneringen.

     Veel goede, maar, helaas, ook veel slechte.

     Ik denk dat, op de klassieke uitzonderingen na,

     de wereld zónder de mens beter geweest ware.

     Alles op deze wereld, planten, mineralen, alle soorten

     dieren van klein tot groot, heeft zijn nut.

     Maar de mens  ....  ?

               Tja, de goden moesten met hun afval toch ergens naartoe.

               En zo werd de grootste smeerlapperij op aarde uitgestrooid.

     Of ze er fier op zijn weet ik niet.

     Want sinds de schepping heeft er nóóit één mens ook

     maar één god gezien.

 

     Place Madou.

 

                         Het was er ene van Sabam.

                         Hij zat in Brussel op de tram.

                         Hij reed natuurlijk eerste klas,

                         Net alsof hij eigenaar was.

                          

               Achter hem klonk een licht geluid.

               Was 't een gitaar ?  Was het een fluit ?

               Al was het 't bidden van een non.

               Als hij maar inkasseren kon.

 

               Genoegzaam keek hij achteruit,

               Hopend op een weerloze buit,

               Maar keek recht in donk're ogen,

               Die er precies niet om logen  ....

 

                    Zijn lippen prevelden iets zacht,

                   Want dat had hij wel niet verwacht.

                   De billen dicht, de anus toe,

                   Stapte hij af aan Place Madou.

 

Achter ieder groot man staat een vrouw ....

Achter ieder mislukkeling ook ....

Alleen is de vrouw die achter een groot man staat zelden of nooit zijn eigen echtgenote .... maar zijn minnares.

En de vrouw die achter een mislukkeling staat is zelden of nooit zijn minnares .... maar zijn eigen echtgenote.

 

Hoe vind je dit bericht? 161 stemmen
Reageer op dit bericht

Poëzie en dieren



Rechtvaardigheid

                    Ginds in het veld zit een konijn,
                    Het is zo mooi, het is zo klein.
                    Het is zo weerloos, 't is zo teer,
                    Er zo naar kijken doet al zeer.

          De onschuld zelf, het kijkt zo lief,
          Echt iets voor in een liefdesbrief.
          Van niets bewust, weet van geen kwaad,
          Onwetend van wat komen gaat.

Het drinkt wat water van een plas,
't Zit op wat aarde, naast het gras.
Want regens, na een week of wat,
Maken de velden wel erg glad.

          Stil sluipend, zonder één geluid,
          Komt daar de jager, tuk op buit,
          En snel, zoals een echte held,
          Loopt hij geruisloos door het veld.

                    Hij nadert het onwetend dier,
                    En lacht al van nakend plezier.
                    De Dood komt langzaam dichterbij,
                    De dap're jager voelt zich blij.

          Nog een paar stappen, en dan 'pang',
          De Dood lacht. Hij weet het al lang.
          Er klinkt een schot, iets sterft in 't slijk,
          De Dood gaat traagjes naar het lijk.

De aarde wordt gekleurd met bloed,
De Dood kijkt toe, en vindt het goed.
De jager had, verblind door pret,
Niet op het gladde gras gelet.

  De Ooivaar

 

  Daarginds boven op die paal

  zat mevrouw met haar gemaal.

  In een mooi zelfgemaakt nest.

  Daar woon je nog altijd ‘t best.

 

  Stil genietend van de zon

  vleide zij zich waar ze kon.

  Want hun woning was niet breed,

  en ge ligt er vóór ge ’t weet.

 

  Hij keek lui over de rand,

  liggend op zijn ene kant.

  Dromend van een kabeljauw

  die hij eten wou, en gauw.

 

  Maar in jacht had hij geen zin.

  Inspanning was hem te min,
  En zo kreeg hij, met wat hort,
 
apenoten  op zijn bord.


Holst van de nacht.

            Was het op een avond ? Of was het al nacht ?
           Het heeft geen belang, ik vond het een pracht.
                        Zo dicht bij mekaar, zo teder en zacht.
                     Zo zaten ze daar, zo dicht bij die gracht.
                    Ik hoor een geluid, net iemand die lacht.
                          Ze kijkt even om, ik zie wat ze dacht,
                Maar ik was het niet, die dat geluid bracht.
        Dus kijkt ze naar hem, want 'k zie dat hij wacht.
          Hij wordt ongeduldig, maar uit niet één klacht.
              Ik ben hier teveel, 't gaat buiten mijn macht.
                Ik ga dan maar weg. Wat had je verwacht ?
            Lach maar niet met mij. Wat had je gedacht ?

 

     Het waren twee katten .... in 't holst van de nacht.

 

Kerstman

 

Kerstmis, Christmas, Navidad  ....

't Zijn maar woorden, weet ge da ?

Een tijd van hoop, een tijd van wensen !?

Is het niet waar, mijn beste mensen ?

 

Als Kerstman kom ik overal.

Zelfs tot in mijne paardestal !

Ik heb er daar een stuk of tien.

Maar die hebt gij nog nooit gezien !

 

Ik heb een hengst, helemaal wit.

En das een paard, met heel veel pit.

'k Heb er een ander, en das bruin.

En op Kerstdag, loopt het wat schuin.

 

'k Heb er nog een, met zó veel vlekken !

En 't wil konstant aan mijn baard trekken.

En die twee zwarte, die zijn groot !

Die eten ook, heel veel bruin brood !

 

En dan die kleine, zo wat ros.

Met zóó ne staart, helemaal los.

'k Heb zelfs ne groene, zó een beest.

'k Ben er nog mee op reis geweest.

 

Maar weten jullie, al die dieren,

Hebben tenminste, goeie manieren.

Want in hun stal, is 't altijd vrede.

't Zijn dan ook dieren, van goede zede.

 

Zij zijn soms slimmer dan de mensen,

En liegen niet, als z'u iets wensen.

Dus, brave kinderen, eerbied voor dieren,

En ge zult er de Kerstman mee plezieren.

 

Hoe vind je dit bericht? 183 stemmen
Reageer op dit bericht

Brieven aan George Bush en aan Karol Wojtyla

 

 

Ow shit ! Ik was jou glad vergeten Ramuntxo !

 

Aan de heer George W. Bush, mijn verre Amerikaanse vriend.

Beste George,

Met deze veroorloof ik mij jou een open brief te schrijven.

Ik besef dat ook deze, samen met de andere brieven dewelke ik jou

onder gesloten omslag toestuurde, onbeantwoord in mijn dossier bij

de CIA  zal belanden.

Ik weet wel dat zulks niet uit onbeleefdheid is.

Jij hebt het immers te druk met het verdedigen van de Mensenrechten.

Onze vrienden van de CIA trouwens ook.

Eigenlijk een hele geruststelling te weten dat jullie bestaan.

In feite toch fijn dat jullie er zijn !

Zoals in '44.

Hadden jullie nóg iets langer gewacht, dan hadden we hier in

Vlaanderen allemaal Russisch gesproken.

En in Wallonië ook.

Dan hadden we tenminste geen taalstrijd gehad.

Maar Russisch is zo een moeilijke taal, man !

Dan maar liever Amerikaans.

Een hete aardappel in onze mond en wij spreken jouw taal als een

echte, shits en fucks incluis.

Want wij zijn fier dat wij deze woorden regelmatig kunnen gebruiken.

Niet iedereen kan dat.

Zoals Terri Schiavo bijvoorbeeld.  Die kon dat niet.

Men heeft haar dan ook maar laten kreperen.

Geen eten, geen drinken, geen geneesmiddelen.  Niets.

Veroordeeld om een gruwelijke dood te sterven.

Zoals in Buchenwald.  En in Dachau.  In Treblinka.  Bergen-Belsen.

Wél de laatste heilige olie.  Van een bekend merk waarschijnlijk.

Het krijgen van deze zegen zal wel een mensenrecht zijn zeker.

Als bij ons een dier aan het kreveren is, dan krijgt het een spuitje, George.

Wij doen het inslapen.

Zonder olie.

Wat zijn wij een volk van barbaren zeg !

 

 

 

 

Ach Ramuntxo ! Had ik maar naar jou geluisterd !

 

Open brief aan de heer Karol Wojtyla, mijn vriend in het verre Rome.

Beste Karel,

Ik hoor dat je uiteindelijk beslist hebt om naar de hemel te gaan wonen.

Vandaar posthuum dit briefje.

Het is met pijn in het hart dat ik jou enige tijd geleden op de televisie zag.

Het ging echt niet goed met jou.

Waarom zijt ge verdorie toch naar een hospitaal geweest ?

Waarom hebt ge nu toch door aardse geneesheren aan jouw lijf laten prutsen ?

Fout, Karel !  Duizend maal fout !

Je had naar Lourdes moeten gaan, en niet naar een kliniek.

Dan ware je nu genezen geweest.

Het was triestig om jou aan het raam te zien zitten.

De blik op een bepaald moment ten hemel gericht,

als ware je door een stem van tussen de donkere wolken geroepen.

Ik zag jouw bleke lippen ietwat mompelen.

Het leek me dat je zoiets als  'Fuck you!'  zei.  Kan dat ?

Tja, als hoofd van de grootste multi-national aller tijden zou ik ook

niet graag de bons krijgen.

Zelfs niet voor alle dagen rijst met zilveren lepeltjes.

Maar jouw tijd was gekomen.

Ik wens jou een goede reis, mijn vriend !

En doe ze ginder de groeten !

 

Hoe vind je dit bericht? 222 stemmen
Reageer op dit bericht

De 7 G's

                               

 

 

 

 

 

 

 

 

                                        Wat de mens ook doet,

hij doet het altijd voor minstens één der 7 G's :


         geloof

                   geluk

                             gruwel

                                       gemak

                                                 geld

                                                           glorie

                                                                     genot


en al de rest is grandioos groot gelul.


Ramuntxo



Hoe vind je dit bericht? 240 stemmen
Reageer op dit bericht

Tristesse

 

 

 

 

               Tristesse.

 

 

             Ik ken een mooie jonge vrouw.

            Ze is al jaren in de rouw.

            Het leven was voor haar niet mild.

           Haar hart is dus helaas verkild.

 

           Veeleisend is ze nochtans niet.

           Alleen iets tegen haar verdriet.

           Ietwat begrip, genegenheid,

           Een beetje liefde, eerlijkheid.

 

           Maar ik weet zeker, en ’t staat vast,

           Ze vindt iemand, die bij haar past.

           Die haar beschermt, met tederheid,

           Haar liefde geeft, ver in de tijd.

 

           Ik wens het haar, met heel mijn hart.

           Dan is ’t gedaan, met alle smart.

           Heeft ze nooit of nimmer nog pijn.

           Zo wil ik het ! Zo zal het zijn. 

 

Hoe vind je dit bericht? 176 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Dichters van het Noorden

↑ Terug naar de berichten