Naar de inhoud

einstein

akke.beakke.be

Archief

DE VELO

Een fiets is een voertuig dat door spierkracht wordt aangedreven. De snelheid kan variëren aangezien de gebruiker zelf kan bepalen hoeveel energie hij/zij in het aandrijven steekt. De hedendaagse fiets bestaat uit ten minste twee wielen, een frame, een zadel, een stuur en een trapasmet pedalen. Sommige fietsen hebben een (hulp)motor. Fietsen met een elektrische motor als aandrijving worden ook wel "e-bikes" genoemd. Tot 1966 was de wettelijke term in Nederland rijwiel. In Vlaanderen wordt ook het Franse vélo gebruikt.

Het grootste deel van de fietsen heeft een kettingaandrijving, hoewel een asaandrijving of riemaandrijving ook mogelijk zijn.

Van de fiets zijn andere vervoermiddelen afgeleid, zoals de vooral in Azië populaire riksja en becak, en enkele gemotoriseerde varianten die als uitvindingen een "eigen" leven zijn gaan leiden: de bromfiets, snorfiets, scooter en motorfiets.

De herkomst van het Nederlandse woord 'fiets' is onduidelijk. Het artikel in het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT), geschreven in 1919, geeft twee etymologieën. Ten eerste zou het woord afgeleid zijn van de naam van een volgens deze bron Wageningse wagenmaker, E.C. Viets, die rond 1880 rijwielen maakte. Deze voor de hand liggende verklaring werd in eerste instantie van de hand gewezen, toen bleek dat het woord sinds 1870-1879 in Nederland voorkwam (hoewel het toen niet gebruikelijk was). Het Etymologisch woordenboek van Van Dale zei hierover: "Het is in geen geval afgeleid van de Apeldoornse rijwielhandelaar E.C. Viets (1847-1921), zoals vaak is gesuggereerd: onder kostschooljongens in de buurt werd fiets als gebruikt voordat Viets zijn handel begon." Aan de eerdere verklaring werd toch weer wat meer geloof gehecht toen Brouwer in 2012 aantoonde dat Viets in 1870 weliswaar nog geen rijwielen produceerde, maar wel leverde, onder meer naar Leeuwarden.

Een tweede verklaring van het WNT is dat het een verbastering is van het wat lange en lastig uit te spreken Franse 'vélocipède'. Tussenvormen als 'fielsepee' kwamen bijvoorbeeld in Twente voor.

Van Dale noemt als mogelijke herkomst "het oudere dialectwoord vietsen [zich snel verplaatsen]".

Volgens een hypothese uit 2012 van onder anderen Gunnar de Boel, hoogleraar vergelijkende taalkunde aan de universiteit van Gent, is het woord fiets ontstaan uit het Duitse woord Vize-Pferd. Dat was destijds de Duitse naam voor dit nieuwe tweewielige vervoermiddel en betekent letterlijk vicepaard ofwel "vervangpaard". Vize-Pferd werd meestal tot 'viez' verkort, wat uitgesproken wordt als 'fiets'.[3] Later werd in Duitsland dit woord officieel door 'Fahrrad' verdrongen.

Andere verklaringen zijn gezocht, zoals een verbastering van het Franse 'vitesse' (met betekenis 'snel' of 'snelheid'), maar voor deze geldt watEwoud Sanders indertijd schreef: "De herkomst van het woord fiets laat zich in twee woorden samenvatten: 'etymologie onbekend'."

In bijna alle andere talen gebruikt men afleidingen van het Franse 'vélocipède' of het Engelse 'bicycle'. In het Frans zijn zowel 'vélo' als 'bicyclette' bekend. Het Nederlandse 'fiets' is ook bekend in het Afrikaans en (informeel) in het noorden van Duitsland; in het Fries is het 'fyts'. In de Poolse taal wordt 'Rower' gebruikt naar de door John Kemp Stanley in 1885 gebouwde 'Rover' met kettingaandrijving. In Nederland was 'rijwiel' aanvankelijk de officiële term, waarschijnlijk een rechtstreekse vertaling van het Duitse 'Fahrrad'. Het IJslands kent 'reiðhjól', wat ook letterlijk rijwiel betekent.

In de 19e eeuw gold het woord 'fiets' als enigszins onfatsoenlijk, vergelijkbaar met hedendaagse woorden als 'maffen' en 'bikken'. In de wetgeving werd 'rijwiel' gebruikt, maar 'fiets' was in het begin van de 20e eeuw het normale woord in de volksmond. In 1966 werd in Nederland het woord 'rijwiel' in de wetgeving vervangen door 'fiets'. Niemand zal tegenwoordig nog het woord 'rijwiel' gebruiken, maar in combinaties als 'rijwielpad' en 'rijwielstalling' komt het oude woord nog vaak voor. Een rijwiel is echter niet precies hetzelfde als een fiets: de wetgeving kende tot 1966 rijwielen met en zonder hulpmotor, bromfietsen en fietsen dus, terwijl een fiets nooit een motor heeft, behalve dan de elektrische fiets.

In de Belgische wegcode (Algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg) is nog wel sprake van het woord 'rijwiel' en wordt het onderscheid gemaakt tussen een rijwiel en een fiets, waarbij de fiets een tweewielige vorm van het rijwiel betreft. Rijwiel wordt in deze wegcode omschreven als: "elk voertuig met twee of meer wielen, dat wordt voortbewogen door middel van pedalen of van handgrepen door één of meer van de gebruikers en niet met een motor is uitgerust, zoals een fiets, een driewieler of een vierwieler. De bevestiging van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, brengt geen wijziging in de classificatie als rijwiel."

Baron Karl von Drais bedacht een zogeheten loopfiets. Deze bestond uit een houten frame, houten wielen met een smeedijzeren velg, een zeer eenvoudig zadel, een nog niet goed ontwikkeld stuur en een soort rem op het achterwiel. De loopfiets had geen trappers; de berijder bewoog zich voort door zich af te zetten tegen de grond. Het eerste exemplaar ontstond in 1817. Von Drais noemde zijn toestel velocipede[6]. Later (ca 1830) ontwikkelde hij ook een handkar die op het spoor gebruikt kan worden. Men noemde zo'n wagentje een draisine naar Von Drais. 

Hoewel de berijder van de draisine de voeten op de grond hield, was toch heel wat balanceerkunst nodig. Dit werd vervelend gevonden, en decennialang werden daarom driewielers en vierwielers gebouwd. Ze werden aangedreven op de manier waarop een spinnewiel of scharensliepwordt aangedreven, met een trapplank en een stangenstelsel.

Pas in 1865 ontstond een toestel dat op onze fiets leek. Het was een tweewieler, gebouwd door de Fransman Pierre Michaux en zijn zoonErnest. Hun vélocipède (snelle voet, van Latijn: velox, snel en pes, voet) had een ijzeren frame en ijzeren wielen. Aan de voorwielen waren trappers gemonteerd; deze voorloper van onze fiets kende nog geen kettingaandrijving.

Door het ontbreken van een kettingaandrijving was er ook geen overbrengingsverhouding. De snelheid van de fiets kon alleen maar worden opgevoerd door het wiel waarop de trappers waren gemonteerd steeds groter te maken. Zo ontstond rond 1870 de hoge bi (bi van bicyclette, tweewieler), een fiets met een zeer groot voorwiel en een klein achterwiel. Het balanceren op zo'n hoge fiets was niet gemakkelijk en bij obstakels op de weg schoot de berijder over zijn voorwiel. De Hoge Bi die gezien wordt als de start van het Hoge Bi tijdperk was de Ariel, gebouwd door James Starley in 1871. Het was een stalen fiets (geen houten wielen) met radiaal geplaatste spaken, die op spanning gebracht werden door een ingenieus mechanisme dat de spaken in een keer allemaal aanspande.

In 1868 werd de eerste fiets met een kettingaandrijving gebouwd. De trappers zaten nu niet meer aan het wiel, maar aan het frame. Aanvankelijk werd deze aandrijving op driewielers toegepast. In 1885bouwde John Kemp Starley de Rover, een fiets met een kettingaandrijving, en een frame uit stalen buizen. De beide wielen waren vrijwel even groot. Dit type fiets werd safety genoemd, omdat het fietsen erop veel veiliger was dan op de hoge bi.

In 1888 vroeg John Dunlop patent aan op luchtgevulde fietsbanden, die de banden van massief rubber vervingen. Daarmee was de ontwikkeling van de fiets vrijwel voltooid. Het patent moest hij later weer intrekken, omdat Thomson hem in 1845 al voor was geweest. Hij behield het patent op het ventiel.

Sindsdien is er aan het ontwerp van de fiets niet zoveel meer veranderd. Wel worden tegenwoordig andere materialen toegepast. De frames worden thans vooral gemaakt van aluminium ofstaal, maar voor duurdere sportfietsen worden ook wel (lichtgewicht) metalen als magnesium en titanium gebruikt. Ook kunnen (delen van) frames gemaakt worden van glas- of koolstofvezel. Ook voor de wielen en banden worden soms andere materialen gebruikt en er bestaan fietsen met asaandrijving in plaats van kettingaandrijving. Maar de meeste fietsen lijken nog sterk op de Rover uit 1885. Grote uitzondering daarop zijn de ligfietsen.

Het werelduurrecord fietsen (de afgelegde afstand na 1 uur fietsen) op een UCI-goedgekeurde fiets is 54,526 km, sinds juni 2015 en staat op naam van Bradley Wiggins uit het Verenigd Koninkrijk. Op een gestroomlijnde ligfiets kan het nog harder: op 2 augustus 2011 bereikte de Zwitser Francesco Russo een afstand van 91,556 km.[9] Het uurrecord op een ligfiets zonder stroomlijn is in mei 2012 door Aurelien Bonneteau op een M5 carbon high racer gesteld op 56,597 km.

Op 14 september 2013 bereikte de Nederlander Sebastiaan Bowier over tweehonderd meter, met vliegende start, een snelheid van 133,78 kilometer per uur. Dit deed hij in de VeloX 3, een aerodynamische ligfiets ontwikkeld door het Human Power Team Delft & Amsterdam.[11] De hoogste snelheid ooit op een fiets achter een auto steekt daar nog met kop en schouders bovenuit, 268,8 km/h door Fred Rompelberg op 3 oktober 1995 op de zoutvlaktes van Bonville vlak bij Salt Lake City in de Amerikaanse staat Utah.

 



1919636-c58d308f9c86b32e35da86ca3ccee1f1.jpg

1919636-dc5e4dea48fa125085a24e10c5fc7ede.jpg

1919636-6694f8a7c8190999a3851c851b7f01dd.jpg

1919636-5fe6f53d2af02948c2648de18f27f360.jpg

1919636-051d78283794f609ea7ac2de9c13bf9a.jpg

1919636-050389653ef5d36eb3495987cf9dff9d.jpg

1919636-31309c953ab54f352088f3603a147287.jpg

1919636-2214a7afbdc06108bcbc2abae3b39a41.jpg

1919636-82c4488b1d176d20e5121b31414c2d40.jpg

1919636-7c498ac833684a2c5bcdca3569cd8889.jpg

1919636-584f864c62332ca8b9fbf2bd57951900.jpg

1919636-4a839723b7873c3663653ada0cbce5cc.jpg
Geschreven door carlo om 09:42 Reageer op dit bericht

ZIGEUNERS

De Roma (meervoud van Rom), in het dagelijks taalgebruik ook vaak zigeuners genoemd, zijn een van oorsprong nomadisch volk.

De bekendste groep in Europa zijn de Sinti. De term Roma kan zowel op het gehele volk als op een van de groepen slaan. Vooral op de Balkanen in westelijk Anatolië trekken nog Romavolkeren rond. In andere delen van de wereld is hun nomadische levenswijze al geruime tijd verboden, en leven zij vaak in woonwagenkampen of in achterstandswijken. De taal van de Roma is het Romani, alhoewel dit eigenlijk niet één taal is maar een verzamelnaam voor meerdere talen. Met name in Spanje wordt ook Caló gesproken.

Wereldwijd leven er naar schatting ongeveer 8 tot 10 miljoen Roma (het kunnen er enkele miljoenen meer zijn want geen enkel land heeft een correcte telling). Verreweg de meeste wonen op de Balkan. Ook in de rest van de wereld zijn Roma te vinden, vooral in Amerika, de voormaligeSovjet-Unie, West-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Roma dienen te worden onderscheiden van woonwagenbewoners of zogenoemde reizigers.

Het Romavolk is opgedeeld in verschillende groepen, vooral gebaseerd op hun woonplaats, hun gewoontes en hun dialect. De belangrijkste vijf groepen zijn:Erlides (of ook Arlije), een groep die zich vooral in Zuidoost-Europa (onder meer Macedonië, voornamelijk in Shutka in Skopje (het grootste Romagetto van de wereld) en in Kosovo) en Turkije bevindt.Kale (letterlijk "zwart", verwant aan het Hindi-woord kala met dezelfde betekenis, zie ook Ashkalije, de Zwarten) of Gitanos, een groep die vooral op het Iberisch Schiereiland, in Zuid-Frankrijk en in Noord-Afrika leeft. Net als de Sinti, waren de Kale traditioneel werkzaam in de vermaaksindustrie.Kalderari (ook Kalderash), veruit de grootste groep, die vooral op de Balkan leeft. Velen van hen vertrokken naar Centraal-Europa en Noord-Amerika.Romnichal, een groep die vooral in Groot-Brittannië en Noord-Amerika leeft.Sinti. Alhoewel de meeste Sinti zich als aparte etnische groep zien, zijn ze Roma. Het onderscheid is er eerder gekomen doordat de Roma in verschillende fasen in West-Europa terechtkwamen. De Sinti onderscheiden zich van andere Roma doordat ze zich bij wijze van spreken 'beter' voelen, gezien ze langer in het Westen zitten en het materieel beter hebben. De meeste Sinti wonen in Frankrijk, Duitsland en deBenelux. Het beeld dat velen in West-Europa vroeger en nog steeds van de Roma hebben, komt waarschijnlijk van deze groep. De Sinti hadden vroeger de gewoonte veel rond te reizen en met circussen en kermissen op te treden. In België en Frankrijk noemen de Sinti zichManush, dat in het Frans Manouche geworden is. In Nederland en België wonen er enkele duizenden. In Nederland wonen ze vooral verspreid over Noord-Brabant en Limburg. Ook in Nieuwegein leeft een grote gemeenschap.

Het woord zigeuner heeft voor velen een negatieve bijklank en wordt door veel Roma als discriminerend ervaren. Een etymologisch gedateerde bron is syngainder (1575) en zigeyner (1595), sinds 1840 als zigeuner geschreven.[1] Sommigen denken dat het woord afkomstig is van het Hongaarse cigány of het Latijnse secanus.[1] Een andere uitleg is dat zigeuner via tsiganafgeleid is van atsinganoi of athiganoi, Georgisch of Grieks voor "tovenaar". Dit zou verband houden met een oude sekte in Klein-Azië. De term Tsigan werd al in de 14e eeuw in het Roemeens gebruikt, terwijl de eerste Roma pas in de 15e eeuw in Duitsland aankwamen.

Overigens denkt men in Roemenië anders over het woord Roma: in Roemenië moeten Roma als het aan de regering ligt net als vroeger weer zigeuners worden genoemd. De Servische krantPolitika meldde begin december 2010 dat er vanuit de Roemeense hoofdstad Boekarest een wetsvoorstel bij het parlement was ingediend. De Roemeense president Traian Bsescu zei dat er jaren eerder een grote fout was gemaakt door zigeuners Roma te noemen. Daar Roemenen vaak worden verward met de naam Roma geeft dat elders in Europa veel spraakverwarring.

Interessant is de herkomst van de Engelse naam gypsy en de Spaanse naam gitano, die elk van "Egyptisch" zijn afgeleid. Veel Roma verklaarden dat ze uit Egypte kwamen. Dit kan heel goed zijn oorsprong hebben in de verhalen van de Roma die ze elkaar vertelden. Hierin zitten veel raakvlakken met het joodse slavenvolk dat na zijn vlucht uit Egypte in de woestijn ronddoolde. Ook wordt verondersteld dat ze tot de mammelukken behoorden die van 1250 tot 1811 in Egypte regeerden, alhoewel dit meer dan twijfelachtig te noemen is (zo niet onwaar).

Een andere benaming voor de Roma is het Franse bohémiens. Kennelijk hebben door Frankrijk trekkende Roma de Fransen verteld dat ze uit Bohemen kwamen, wat ook deels klopte.

De geschreven bronnen over oorsprong en verspreiding van de Roma zijn schaars. Hoewel de schriftelijk overgeleverde kennis inmiddels is aangevuld met kennis uit taalkundig en genetisch onderzoek, staan de feiten nog steeds niet helemaal vast.

Wel is men het erover eens dat het oervolk van de Roma leefde in Noordwest-India, bij de grens met het huidige Pakistan. Voorheen gingen historici ervan uit dat het zwervende bestaan van de Roma onvrijwillig werd ingezet door aanvallen van de Afghaanse heerser Mahmoud van Ghazna rond het jaar 1000. Hij drong vaak Noord-India binnen en nam dan jongens en mannen als slaven mee en jonge meisjes als dienaressen. Van Ghazna komt het woord gaucho, een vreemdeling voor wie je moet opletten. Recent genetisch onderzoek komt daarentegen tot de conclusie dat de migratie van de Roma richting Europa al vijf eeuwen eerder, dus rond het jaar 500, moet zijn begonnen. Toen deze slavenvolken hun vrijheid verwierven, hadden ze geen territorium waar ze zich konden vestigen. De groepen trokken naar het westen en verdienden hun geld met handel, diverse ambachten en vermaak met muziek en dans. Het waren vaak kundige vaklieden, stammend uit de laagste kasten, de onaanraakbaren, met specialisaties zoals metaalbewerking of paardentemmerij. Het is bekend dat zij niet onbemiddeld waren. In Europa aangekomen, vestigden de Roma zich eerst in de Balkan, waarna zij zich verder over Europa verspreidden.

Hun gemeenschappelijke taal is verwant aan het Sanskriet en het Hindi. De aanwezigheid van veel Griekse elementen in de Roma-taal is te verklaren uit het feit dat de Roma later enkele eeuwen in het Byzantijnse Rijk hebben verbleven, waar Grieks de overheersende taal was.

Rond 1400 begon de stigmatisering van deze groepen, die door de Kerk en overheid als heidenen werden beschouwd. Recent onderzoek heeft aangetoond dat pas na deze periode hun welvaart enorm afnam. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de neerwaartse spiraal van armoede waarin dit volk is terechtgekomen.

Tijdens het Romacongres van 1971 in Londen bepaalde deze groep dat zij voortaan Roma zouden heten. Benamingen als zigeuner, gipsy en gitano kwamen hiermee te vervallen. De Roma introduceerden een volkslied, een wapen en een vlag en werden zo één (landloos) volk. De Sinti blijven er desondanks de voorkeur aan geven om van Roma en Sinti te spreken.

De meeste Roma hebben de dominante religie van het land of de regio waar zij verblijven aangenomen. Toch namen zij niet alle gebruiken over en hielden zij ook aan enkele van hun eigen gewoontes en gebruiken vast. In Oost-Europa zijn de meeste Roma Rooms-katholiek, orthodox of islamitisch, in Turkije en Egypte islamitisch en in West-Europa katholiek of protestant.

Kenmerkend voor de religie onder de Roma is het geloof in het bovennatuurlijke. Veel van deze gebruiken kennen hun oorsprong in India en behoren ook tot het geloof van de Hindoes.

In veel landen hebben de Roma hun eigen kerken opgericht, met eigen gebruiken maar vaak wel behorend tot het christendom. Een andere ontwikkeling onder de Roma is dat ze zich niet langer protestant maar evangelicaal noemen en niet graag met het protestantisme worden geassocieerd. Inmiddels zijn er duizenden geloofsgemeenschappen. Er bestaat niet één Romakerk. Vaak hebben ze zich bij bestaande kerken gevoegd. Zo zijn er in Roemenië en Chili groepen die zich bij de zevendedagsadventisten hebben gevoegd.

Het bieden van volksvermaak was voor Roma altijd een acceptabele manier om aan de kost te komen. Een stereotiep voorbeeld is de oude vrouw die op de kermis als waarzegster met eenkristallen bol optreedt. Ook het hand- en kaartlezen wordt veel uitgevoerd. Een ander stereotype is dat van de zigeuner als virtuoos en bevlogen muzikant, viool of gitaar spelend in eenzigeunerorkest. Heel wat Roma-muzikanten hebben via deze weg nationale of internationale roem verworven. Zo wordt Django Reinhardt als een van de beste jazzgitaristen beschouwd.



1919327-d9e84a05d0524e5194d39b8e1abeef91.jpg

1919327-222b4c32cad90eebc22cc3ecb4129b82.jpg

1919327-2a09053c17bf3d72cf0d066d022a33ef.jpg

1919327-355b0fea511a46011910af72fc478ef4.jpg

1919327-ed5a6799916ca02eda971a3098a4ac0c.jpg

1919327-30960f2089620737bdd3318bbb945b31.jpg

1919327-745bcfcdfae97a151fbce2ad4e6c07ba.jpg

1919327-42fcf3e9590bb7633063393d5faae212.jpg

1919327-a683dd34c54128962bf14e5ba6e18fa6.jpg

1919327-257276d04f658fe9b626c020064263c3.jpg
Geschreven door carlo om 09:31 Reageer op dit bericht

FLAMENGO

Flamenco is een muziekgenre en een bijbehorende dans afkomstig uit de zuidelijke provincies van Spanje. Kenmerkend voor deze muziekvorm zijn de soms Arabisch aandoende klanken, de uitbundige muzikale versieringen rondom het thema en het sterke ritme binnen een twaalftels-systeem.

Etymologisch stamt het woord 'flamenco' mogelijk uit het Arabisch en is het een samenstelling van 'falaah' (landbouwer) en 'mankoeb' (rondzwervend).

De basis van de flamenco vormt de cante flamenco, de flamencozang. In de meest basale uitvoering wordt de cante vaak met een ritmisch geklop (al golpe; golpear = kloppen, tikken) begeleid door te kloppen met de knokkels op tafels, te tikken met een stok op de grond (cano roto), door het knippen in de vingers (pitas) of met klappen in de handen (palmas). Tegenwoordig wordt hij meestal begeleid door de Spaanse gitaar en palmas, soms aangevuld met een tinaja (vaas, in Afrika een udu) en sinds de jaren 70 van de twintigste eeuw de cajón. Ofschoon cante en baile uiteindelijk door veel klassieke instrumenten als fluit, piano, viool en cello kunnen worden begeleid, blijft dit in de praktijk meestal de flamencogitaar. Cante flamencokan (ook ritmisch) worden ondersteund door de baile flamenco, de expressief-ingetogen flamenco-dansstijl die zich kenmerkt door krachtige gratie en vaak ingewikkelde handbewegingen en voetenwerk (taconeo).

De flamenco wordt beschouwd als deel van de algemene Spaanse cultuur en is gedurende de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan in het gebied dat ongeveer overeenkomt met de regio Andalusië. Ook andere gebieden, in het bijzonder Extremadura, Murcia en Huelva, hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van verschillende muzikale subvormen (palos). In de loop van de tijd droegen alle Spaanse regio's uiteindelijk wel wat bij aan de ontwikkeling, maar hun aandeel is veel kleiner dan dat van genoemde provincies. Ook zijn veel bekende flamenco-artiesten in andere delen van Spanje geboren. Tegenwoordig is de flamenco Spanjes belangrijkste culturele exportproduct.

De muziek van de flamenco wordt doorgaans niet genoteerd, maar net als veel volksmuziek oraal en via overlevering aan de volgende generatie doorgegeven. Kenmerkend is dat iedere generatie de muziek verrijkt door er nieuwe elementen aan toe te voegen. De (nog jonge) cultuurwetenschappelijke tak die zich met onderzoek naar alles wat met flamenco te maken heeft bezighoudt is de flamencologie.

 



1919325-e11341ff837f9dcd1b4aa07bb962d8f4.jpg

1919325-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1919325-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1919325-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1919325-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1919325-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg

1919325-c56d5e78ee765fea6681dfac05f031bd.jpg

1919325-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg

1919325-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg
Geschreven door carlo om 09:28 Reageer op dit bericht

flamenco

Flamenco is een muziekgenre en een bijbehorende dans afkomstig uit de zuidelijke provincies van Spanje. Kenmerkend voor deze muziekvorm zijn de soms Arabisch aandoende klanken, de uitbundige muzikale versieringen rondom het thema en het sterke ritme binnen een twaalftels-systeem.

Etymologisch stamt het woord 'flamenco' mogelijk uit het Arabisch en is het een samenstelling van 'falaah' (landbouwer) en 'mankoeb' (rondzwervend).

De basis van de flamenco vormt de cante flamenco, de flamencozang. In de meest basale uitvoering wordt de cante vaak met een ritmisch geklop (al golpe; golpear = kloppen, tikken) begeleid door te kloppen met de knokkels op tafels, te tikken met een stok op de grond (cano roto), door het knippen in de vingers (pitas) of met klappen in de handen (palmas). Tegenwoordig wordt hij meestal begeleid door de Spaanse gitaar en palmas, soms aangevuld met een tinaja (vaas, in Afrika een udu) en sinds de jaren 70 van de twintigste eeuw de cajón. Ofschoon cante en baile uiteindelijk door veel klassieke instrumenten als fluit, piano, viool en cello kunnen worden begeleid, blijft dit in de praktijk meestal de flamencogitaar. Cante flamencokan (ook ritmisch) worden ondersteund door de baile flamenco, de expressief-ingetogen flamenco-dansstijl die zich kenmerkt door krachtige gratie en vaak ingewikkelde handbewegingen en voetenwerk (taconeo).

De flamenco wordt beschouwd als deel van de algemene Spaanse cultuur en is gedurende de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan in het gebied dat ongeveer overeenkomt met de regio Andalusië. Ook andere gebieden, in het bijzonder Extremadura, Murcia en Huelva, hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van verschillende muzikale subvormen (palos). In de loop van de tijd droegen alle Spaanse regio's uiteindelijk wel wat bij aan de ontwikkeling, maar hun aandeel is veel kleiner dan dat van genoemde provincies. Ook zijn veel bekende flamenco-artiesten in andere delen van Spanje geboren. Tegenwoordig is de flamenco Spanjes belangrijkste culturele exportproduct.

De muziek van de flamenco wordt doorgaans niet genoteerd, maar net als veel volksmuziek oraal en via overlevering aan de volgende generatie doorgegeven. Kenmerkend is dat iedere generatie de muziek verrijkt door er nieuwe elementen aan toe te voegen. De (nog jonge) cultuurwetenschappelijke tak die zich met onderzoek naar alles wat met flamenco te maken heeft bezighoudt is de flamencologie.

 



1919324-e11341ff837f9dcd1b4aa07bb962d8f4.jpg

1919324-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1919324-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1919324-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1919324-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1919324-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg

1919324-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg

1919324-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg

1919324-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg
Geschreven door carlo om 09:27 Reageer op dit bericht

INDIANEN

Indianen zijn de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Columbus, die in 1492 dacht in Indië beland te zijn (het was zijn bedoeling om in westelijke richting de Atlantische Oceaan over te reizen en zo in Indië te komen), noemde de bewoners indios - indianen.

Omdat de benaming "indiaan" van een westers standpunt uitgaat, zijn er verschillende alternatieve benamingen in zwang geraakt.

In de Verenigde Staten introduceerde de Amerikaanse overheid en academici in de jaren 60 van de 20ste eeuw de term Native American (Nederlands: inheemse Amerikaan) voor de groepen die onder de verantwoordelijkheid van het Bureau of Indian Affairs vielen. Een bijkomende reden was de verwarring met inwoners van Indiase afkomst, die in het Engels ook Indians heten. Deze nieuwe terminologie werd echter niet algemeen gewaardeerd, omdat het werd aangenomen zonder inspraak van de betrokkenen, en omdat met deze term indianen en de oorspronkelijke bewoners van Alaska,Hawaii, Puerto Rico en de eilanden in de Stille Oceaan op een hoop werden gegooid. Uit een in 2005 door het U.S. Census Bureau gehouden enquête bleek dat bijna 50% van de indianen het liefst "American Indians" worden genoemd, terwijl iets meer dan 37% de voorkeur geeft aan "Native American"

Tegenwoordig worden beide termen gebruikt. Het is opmerkelijk dat het Bureau of Indian Affairs nu de term American Indian aanwendt in plaats vanNative American.

De benaming First Nations/Premières Nations wordt gebruikt in Canada. In Latijns-Amerika worden de indianen officieel indígenas (inheemsen) genoemd. In de wetenschappelijke wereld spreekt men ook wel van Amerindiërs of Amerindianen.

De Eskimo's (soms Inuit genoemd, al slaat dat woord strikt genomen niet op de Yupik in Alaska)worden overigens vaak (in de politiek en in de wetenschap) niet als indianen beschouwd, zij het wel als "inheemse Amerikanen".

De emancipatie wat de etnische naamgeving betreft is zowel in Canada als de VS in toenemende mate een zaak van de inheemse gemeenschappen zelf, die in cultureel en politiek opzicht steeds (zelf)bewuster worden. Zo geven inheemse volken die door de Amerikaanse en Canadese overheden officieel zijn erkend en zichzelf als een volwaardige politieke en culturele staat beschouwen, steeds vaker aan niet langer (zoals in de VS) tribes(stammen) of (zoals in Canada) bands genoemd te willen worden, maar Nations (naties of staten). Tevens worden de namen die de Europeanen (of omringende inheemse volken) in het verleden introduceerden, meer en meer vervangen door de namen die volkeren aan zichzelf gaven. In plaats vanIrokezen spreekt men nu bijvoorbeeld vaker van Haudenosaunee. Andere naamsveranderingen zijn onder andere Lakota (Dakota/Nakota) voor Sioux, Mexicah voor Azteken, Ñudzahui voorMixteken en Mapuche voor Araucaniërs.

In het Nederlands wordt "indiaan" niet met een hoofdletter geschreven, omdat het niet een volk maar verscheidene etnische groepen aanduidt (net als bij zigeuners het geval is).

De Nederlandse Koning Willem I benoemde destijds in een aantal van zijn Koninklijke Besluiten zijn onderdanen in Nederlands-Indië als "indianen". De gangbare term werd echter "Inlander".

Bij de komst van Columbus was Noord-Amerika verdeeld in een aantal cultuurregio's. De bekendste zijn die van het uiterste noorden (Arctisch gebied) en die van de prairies in het middenwesten, de Great Plains. Op de Plains woonden de meeste mensen langs de rivieren en waren boer. In het oosten en zuidwesten van Noord-Amerika woonden ook boeren. De belangrijkste gewassen waren maïs, bonen en pompoenen. Deze waren oorspronkelijk afkomstig uit Mexico. Verder werden in het zuidwesten katoen en in het oosten onder anderezonnebloemen verbouwd. Tabak werd in nagenoeg de gehele huidige Verenigde Staten en het zuiden van Canada aangeplant.

Het stereotiepe beeld van "de indiaan" is gebaseerd op de Prairie-volkeren uit de negentiende eeuw. Dit wil niet zeggen dat voor Columbus (zonder paarden!) geen jacht werd gemaakt op de bizon of andere dieren. Vooral in het noordelijke gedeelte van de Great Plains zijn veel zogenaamde "Buffalo Jumps". Hier werden bizons in een ravijn gejaagd, waar ze te pletter vielen. Bij de Buffalo Jump Head-Smashed-In in Alberta, Canada, is een museum gevestigd waar te zien is hoe dit in zijn werk ging.

Centraal-Amerika (Mexico tot en met Panama) in 1492 wordt door archeologen en historici opgedeeld in twee hoofdgebieden, te weten Meso-Amerika (bestaande uit het centrale en zuidelijke deel van Mexico, Belize, Guatemala, El Salvador en delen van Honduras, Nicaragua en Costa Rica) en Centraal-Amerika (bestaande uit de moderne staat Panama en grote delen van Costa Rica, Nicaragua en Honduras).

Meso-Amerika is het gebied van beroemde volkeren als de Azteken en de Maya's. Tevens is dit een van de zes gebieden op de wereld (de andere zijn de centrale Andes, Egypte,Mesopotamië, de Indusvallei en China) waar zeer vroeg technologisch complexe culturen zijn ontstaan. De meeste mensen woonden hier in steden of waren boer. Midden-Amerika werd lange tijd gezien als "overgangsgebied" tussen de "hoge culturen" van Meso-Amerika en de Andes. Om die reden werden Colombia en Ecuador er nogal eens aan toegevoegd. Tegenwoordig staat Centraal-Amerika meer op zichzelf en krijgt het een eigen plaats in de inheemse geschiedenis. Ook hier woonden bij komst van Columbus voornamelijk boeren.

Ook Zuid-Amerika is, evenals de voornoemde gebieden, opgedeeld in cultuurregio's. De Andes en de Amazonebekken zijn het bekendst, maar zowel cultureel als historisch gezien hoort hetCaribisch gebied hierbij. Alleen in het uiterste zuiden (Patagonië) werd er niet aan landbouw gedaan maar ook hier is het beeld van de nomadische indiaan te paard (bekend van degaucho's) afkomstig van de periode na de komst van de Europeanen. Datzelfde geldt voor de grote veestapels van de noordelijker gelegen pampa. Ook runderen werden ingevoerd door de Europeanen. De Andes en Peru zijn bijna synoniem aan de Inca's. Toch zijn zij relatieve laatkomers in dit gebied. Toen de Spanjaarden in 1532 de Incavorst Atahualpa gevangennamen, bestond het Inca-rijk nog geen honderd jaar, terwijl het voortgekomen was uit hoogstaande culturele tradities van diverse volken die leefden in diverse berg- en kustvalleien sinds drieduizend jaar voor Christus of nog eerder.

De vraag waar de Amerikaanse indianen vandaan komen speelt voor de Europeanen al sinds de komst van de Engelsen in Amerika. De paus besloot uiteindelijk dat het zonen en dochters van Adam en Eva waren en dat ze dus, net als alle mensen, ooit vanuit het Paradijs in Amerika gekomen moesten zijn. De indianen hadden (en hebben) zelf uiteraard eigen theorieën over hun oorsprong.

De westerse wetenschap is zich vrij recent bezig gaan houden met het vraagstuk. Tot voor kort werd door bijna iedereen aangenomen dat de eerste Amerikanen over de toen drooggevallenBeringstraat (tussen Siberië en Alaska) vanuit Oost-Azië naar Amerika waren gekomen. Dit zou gebeurd zijn aan het begin van het Holoceen, ongeveer 12.000 jaar geleden.

Tegenwoordig is de vraag weer helemaal open. De belangrijkste concurrerende theorie van de Beringstraat-theorie richt zich op de westkust van het werelddeel. De eerste Amerikanen zouden in bootjes vanuit Azië naar en uiteindelijk langs de westkust van Amerika zijn gevaren. Voordeel van deze theorie is dat men niet afhankelijk is van een ijstijd, een landbrug of een ijsvrije corridor (zoals in de Beringstraat-theorie). De geleidelijke migratie vanuit Azië naar Amerika kan dus op elk willekeurig tijdstip hebben plaatsgehad. Taalkundige, archeologische en genetische aanwijzingen lijken aan te tonen dat dit proces zich ongeveer 40.000 tot 20.000 jaar geleden heeft afgespeeld. Harde en onbetwiste archeologische bewijzen ontbreken vooralsnog echter, net als bij de Beringstraat-theorie.

Andere theorieën met minder wetenschappelijke aanhang zijn de directe oversteek van de Grote Oceaan (vanuit Australië of Zuidoost-Azië), een route via Antarctica (Paul Rivet), vanuit Europa (overeenkomst van de structuur van oude speerpunten) of direct vanuit Afrika (vroege bewoning van Oost-Brazilië door "Afrikaans" aandoende mensen).

Archeologische vondsten in Ecuador en Peru hebben aangetoond dat de eerste Amerikaanse landbouwgewassen in deze regio zijn ontstaan. De oudste gewassen zijn onder andere defleskalebas, pompoenen en arrowroot. De fleskalebas is van Afrikaanse afkomst en hoe deze in Amerika is gekomen is onduidelijk. Recent onderzoek zou er op wijzen dat het via Azië zou zijn meegekomen met de eerste Amerikaanse mensen, dat zou dan ook de vroege cultivatie verklaren. Hoewel even oud als in Mesopotamië (ongeveer 11.000 jaar), bestaat de vroegste Amerikaanse landbouw niet uit een paar basisgewassen of uit granen. Na de fleskalebas en de pompoenen, kwamen onder andere bonen, chilipepers, vruchten en verscheidene knollen. De eerste maïs verscheen pas rond 7.000 v.Chr. in Mexico. Het belangrijkste gewas uit de Amazone (maniok of cassave) is waarschijnlijk ongeveer even oud.

In tegenstelling tot in de "Oude Wereld" waar landbouw waarschijnlijk op een beperkt aantal plaatsen is "uitgevonden", zijn er in het betrekkelijk grote oppervlak van Amerika zeker drie (waarschijnlijk vier) verschillende plaatsen geweest. Dit in de vallei van de Ohio in het oosten van wat nu de Verenigde Staten zijn, centraal Mexico en de noordelijke Andes. HetAmazonegebied is mogelijk nog een vierde gebied. Dit heeft onder andere geleid tot de grote diversiteit van het aantal producten. Die is veel groter dan in de rest van de wereld. Daarom komt de meerderheid van de gecultiveerde gewassen vandaag de dag ook uit de Amerika's.[6] Naast maïs, bonen, pompoenen en maniok zijn dit onder andere:zonnebloem (Noord-Amerika of Mexico)tomaat (waarschijnlijk Mexico)paprika (Andes) katoen (Andes en Mexico)cacao (waarschijnlijk Andes of Mexico)vanille (mogelijk Mexico, anders Amazone)pinda (Amazone)rubber (waarschijnlijk Amazone)kinine (Amazone)aardappel (Andes)zoete aardappel/bataat (waarschijnlijk Amazone)ananas (Amazone)

 



1918927-7db012ddf5f63bff23730b38464094c6.jpg

1918927-d29c7bcb1923c9d548f0cfa46759ca9a.jpg

1918927-5fe6f53d2af02948c2648de18f27f360.jpg

1918927-4bd46f7d571ef05a149a0569138cfc31.jpg

1918927-050389653ef5d36eb3495987cf9dff9d.jpg

1918927-31309c953ab54f352088f3603a147287.jpg

1918927-2214a7afbdc06108bcbc2abae3b39a41.jpg

1918927-82c4488b1d176d20e5121b31414c2d40.jpg

1918927-7b0572192dfd7a4df10202e47919f7e4.jpg

1918927-37a9aa247ff5d5633b5dc7140635de01.jpg

1918927-bf40d34adfcb71c0b47c1368c40a73b8.jpg

1918927-7c498ac833684a2c5bcdca3569cd8889.jpg
Geschreven door carlo om 09:55 Reageer op dit bericht

FAR WEST

Een cowboy is een persoon die vee hoedt in de extensieve veeteelt in Noord-Amerika. Deze taak wordt traditioneel uitgevoerd te paard. Tevens vervult de cowboy andere taken op en rond de ranch (boerderij). De cowboy werkt meestal voor de eigenaar van het vee, in vaste dienst of op een seizoenscontract.

De historische Amerikaanse cowboy ontstond aan het einde van de negentiende eeuw, toen eerst in New Mexico en later ook elders de behoefte ontstond om grote hoeveelheden vee – meestal runderen, soms ook schapen – te hoeden, samen te brengen en te vervoeren naar locaties waar ze gemerkt, geslacht of onderzocht konden worden. De cowboytraditie gaat terug op de vaqueros in Nieuw Mexico, knechten van de landheer die het vee te paard hoedden, en vindt haar oorsprong in de manier waarop de extensieve veeteelt al in Spanje werd bedreven. Deze werkwijze kwam met de eerste immigranten mee naar Noord-Amerika.

In de loop van de tijd zijn door de verschillen in terreingesteldheid, klimaat en veehouderijtradities verschillende stijlen en taken van cowboys ontstaan. Een aantal tradities qua kleding, vaardigheden en werkwijze bestaan tot op de dag van vandaag. Cowboys doen ook mee aanrodeo's, wedstrijden waar zij hun vaardigheden met vee en hun vaardigheden als ruiter kunnen tonen.

Het clichébeeld van de cowboy als revolverheld is ontstaan door de opkomst van het westerngenre, dat vooral door Amerikaanse Hollywood-filmproducties populair werd.

 



1918903-d2bc8d969706c5e5558fe74b8cce6f65.jpg

1918903-fc3ee4d76310cd68893c1488164299ca.jpg

1918903-e7e53628231b2a6b66bac296ed62afc0.jpg

1918903-cd74b13f72cbc99022bcc062df56b69f.jpg

1918903-d9e84a05d0524e5194d39b8e1abeef91.jpg

1918903-222b4c32cad90eebc22cc3ecb4129b82.jpg

1918903-355b0fea511a46011910af72fc478ef4.jpg

1918903-ed5a6799916ca02eda971a3098a4ac0c.jpg

1918903-30960f2089620737bdd3318bbb945b31.jpg

1918903-745bcfcdfae97a151fbce2ad4e6c07ba.jpg
Geschreven door carlo om 09:25 Reageer op dit bericht

Meer van einstein

↑ Terug naar de berichten