Naar de inhoud

einstein

akke.beakke.be

Archief

DE CAMARQUE

De Camargue is een moerasgebied in de Zuid-Franse Rhônedelta (departement Bouches-du-Rhône). Het ligt aan deMiddellandse Zee en beslaat de hele Rhônedelta. Toeristisch gezien is het gebied vooral bekend vanwege de in het wild levende grijswitte Camargue paarden, de zwarte stieren, en de roze flamingo's. Het is een vlak en zeer waterrijk gebied met veel meren enlagunen, moeras- en grasland, duin- en bosgebieden. Het is tevens belangrijk voor de winning van zout, de rijstteelt en dewijnbouw.

In 1970 verkreeg het gebied de status van regionaal natuurpark.

De Grande (grote) Camargue is 750 km². Het wordt ook wel beschreven als een eiland, omdat het van het vasteland is gescheiden door de twee vertakkingen van de Rhône die vanuit Arles naar de zee lopen. De oostelijke vertakking (Grand Rhône) mondt uit in de zee bij Salin-de-Giraud en de westelijke vertakking (Petit Rhône) bij Saintes-Maries-de-la-Mer. Deze twee plaatsjes zijn de enige nederzettingen in de Grande Camargue, met in totaal 7.436 (2003) inwoners.

De Petite (kleine) Camargue, ofwel Camargue Gardoise, ligt ten westen van de Petit Rhône.

Het aanzien van de Camargue is door de tijd heen voortdurend veranderd. Eeuwenlange sedimentatie en de invloed van zowel zoet water van de rivier als zout water van de zee door de eb- en vloedwerking gaven het gebied geleidelijk aan zijn eigen geofysisch karakter. Mensen die gedeelten van het land bebouwden en bewerkten zagen hun oogsten vaak door overstroming verdrinken. Voor de bevolking was het niet eenvoudig zich van voldoende voedsel te voorzien.

Pas tegen het eind van de 19e eeuw was de strijd tegen het water omgebogen in het voordeel van de mens, zodat er meer land bebouwd kon worden. In 1859 werd de eerste zeedijk aangelegd, die de invloed van de getijdenwerking inperkte. In 1869 werden de Rhône-oevers ingedamd, waardoor het aantal overstromingen sterk terugliep. Nu konden de bewoners van de Camargue wijngaarden aanleggen, geïrrigeerd met zoet water. Na de Tweede Wereldoorlog begon men met intensieve rijstteelt. Aangemoedigd door het succes van hun inspanningen legde men meer irrigatiekanalen aan om meer land te kunnen ontzilten. Maar voor het goed functioneren van deze kanalen moest men de loop van het water beter in de hand kunnen houden, dus verbeterde men geleidelijk aan de waterbeheersing. Hierdoor kon men ook de gevolgen van droogte en smeltwatervloeden beter in de hand houden en de oogsten op de intussen 20.500 ha bebouwd land veilig stellen.

Met deze successen kwamen ook nieuwe problemen: de Camargue werd door dit netwerk van dammen en dijken min of meer afgesneden van de natuurlijke, periodieke instroming van zoet en zout water. Dit dreigde zowel de landschappelijke eigenheid als de flora en fauna van het gebied aan te tasten. Daarom werd een strikter reguleringssysteem ontworpen en aangelegd, met pompgemalen, irrigatienetwerken, een afwateringssysteem en een fijnmazig netwerk van kanalen en sloten. Gevolg was wel dat de Camargue een deel van de vermaarde 'wildheid' inleverde. Dat geldt trouwens ook voor de eens zo wilde paarden. De meeste hebben nu een eigenaar. 's Nachts leven ze inderdaad nog in het wild, maar 's morgens worden ze opgehaald, zodat de toeristen een ritje kunnen maken en de folklore van de streek in stand kan worden gehouden.

Omdat een gebied als de Camargue met zijn fragiele ecosysteem in Europa zeer zeldzaam is wordt het zorgvuldig beschermd. De biologische diversiteit is enorm, een gevolg van de combinatie en werking van zowel zoet als zout water in drassig land, doorspekt met meren en ondiepe moerassen (20-80 cm). Het aanzien van de Camargue wordt mede bepaald door de invloed van het mediterrane klimaat. In de zomer valt een gedeelte van het land droog; de meren worden aanzienlijk kleiner.

Het embleem van de Camargue is de (gewone) flamingo (Phoenicopterus roseus). Het gebied is de enige plek in Frankrijk en een van de weinige plaatsen rond de Middellandse Zee waar ze te vinden zijn. Het aantal wordt geschat op maximaal 20.000 paartjes; ze leven verspreid in groepen en staan onder bescherming. Plankton, dat ze met hun bek uit het water kunnen zeven, is hun voornaamste voedselbron. De flamingo's gebruiken modder om nesten te bouwen.

Behalve de flamingo's huizen in het drassige merengebied vele vogelsoorten, zowel trekvogels als overwinteraars. Zilverreigers, de blauwe reiger, de wilde eend, de blauwe kiekendief en kwikstaarten komen er veel voor.

Op de zoutige vlakten, salinas, tiert de zeekraal welig, een belangrijke voedingsbron voor de wilde stieren en paarden. In de winter overstroomt de vlakte, in de zomer droogt het uit tot de grond barst, maar in de lente is het een ideaal waterland voor moeras- en watervogels als de grutto, deoeverloper en de (zwarte) steltloper. Ook flamingo's doen zich tegoed aan het beschikbare voedsel. In vroegere tijden werden de zeekraal en de zoutkristallen verast voor het maken van zeep en glas, maar tegen het eind van de 19e eeuw werd plantaardige soda vervangen door industriële soda (ook gewonnen uit zout). Sinds de opkomst van de chemische industrie is zoutwinning (natrium- en chloorzouten) een van de belangrijkste commerciële activiteiten in de Camargue. Zoutwingebieden zijn onder meer de moerassen en kunstmatige lagunes van Salin-de-Giraud. De totale oppervlakte van zoutwingebieden in de Camargue was in 2003 ruim 14.000 ha, door het jaar heen gemiddeld 11.000 ha. Eén miljoen kubieke meter zout wordt jaarlijks na concentratie en droging uit de bassins gewonnen; daarmee is het het grootste zoutwingebied van Europa. Door de grote hoeveelheid zout krijgt het water in deze zoutvlakten mooie kleuren zoals roze of soms rood.

In het ecosysteem van de Camargue spelen de kleine bosachtige gebiedjes langs de Rhône en bij de voormalige duinen ten zuiden van Vaccarès een belangrijke rol. Dit geldt met name voor de talrijke zoogdieren, zoals diverse knaagdiersoorten, vossen en bevers, en ook voor insecten, die een belangrijke voedingsbron vormen voor nestelende vogels.

De zeedijk langs de kust is ongeveer twintig kilometer lang en niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Langs de hele kust leven grote aantallen van de stern, de kluut, verschillende soorten zeemeeuwen en plevieren. In het westen bevindt zich de Gacholle vuurtoren. Het zand van de duinen wordt op zijn plaats gehouden door genivelles, kastanjehouten palissaden.

In 1927 werd een watergebied ter grootte van 13.117 ha van Étang de Vaccarès tot aan de zee officieel bestempeld tot beschermd natuurgebied. Het reservoir Étang de Vaccarès bevat ruim zesduizend hectare zoet en brak water en is zeer belangrijk voor het totale waterbeheersysteem van de Camargue. Het water is minder dan twee meter diep, waardoor de reinigende werking van zonlicht en wind veel effect hebben. Het reservoir verwerkt jaarlijks vijftig miljoen kubieke meter water van de omliggende rijstvelden, waardoor een deel van het verlies aan zoet water uit de Rhône (sinds de aanleg van dijken) wordt gecompenseerd. Er leven behalve de roze flamingo's meerkoeten, eenden, futen, sternen, zeemeeuwen en vele andere watervogels.

Toeristen kunnen in de Camargue onder meer paardrijden, winkelen en niet-bloedige stierengevechten, de zogenaamde Course Camarguaise, zien in de arena's van Saintes-Maries-de-la-Mer en Mauguio, rondvaarten maken, wandelen, vogelen, de stranden en strandjes bezoeken of het antieke theater van Arles bezichtigen. Ook Nîmes met zijn vele monumenten uit de Romeinse tijd ligt binnen bereik. Een goede manier om de Camargue te bezoeken is fietsend, waarbij men wel rekening moet houden met grote zwermen muggen.



1918900-e11341ff837f9dcd1b4aa07bb962d8f4.jpg

1918900-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1918900-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1918900-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1918900-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1918900-c56d5e78ee765fea6681dfac05f031bd.jpg

1918900-82ba4df70006f319462dca0a033e018e.jpg

1918900-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg
Geschreven door carlo om 09:23 Reageer op dit bericht

DER BLAUE REITER

Der Blaue Reiter (de blauwe ruiter) was een kleine groep gelijkgestemde kunstenaars in Duitsland, die van ongeveer 1911 tot 1914 bestond. De vernieuwingsbeweging ontstond in München ongeveer gelijktijdig met Die Brücke in Dresden. Deze beweging (voluit "Künstlergemeinschaft Der Blaue Reiter") werd in 1911 opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. De stroming wordt tot het expressionismegerekend. Er was niet echt sprake van een georganiseerde beweging. Het ging de deelnemers meer om het onderhouden van een vriendschapsband.

De nieuwe kunstideeën kwamen aan het licht bij de uitgave van een almanak "Der Blaue Reiter", door uitgeverij R. Piper in 1912 te München. De naam van de schildersgroep is afkomstig van de omslag van deze almanak, waarop het schilderij Der Blaue Reiter van Kandinsky uit 1903 te zien is.

Binnen der Blaue Reiter waren de kunstenaars van mening dat elk academisme in strijd was met de ware kunst. Men zag de emotie als voornaamste element van het creatieve vermogen en trachtte men deze tot expressie te brengen.

Uit de scheuring met de Neue Künstlervereinigung in 1911 groeide een rondreizende tentoonstelling Die erste Ausstellung der Redaktion des Blauen Reiters. Vanuit Galerie Tannhaüser te München werd de Galerie Der Sturm te Berlijn aangedaan en te Hagen het Folkwang Museum. Keulen enFrankfurt kwamen hierna.

Een aantal kunstenaars onderhielden connecties met "Der Blaue Reiter": Paul Klee, Alexej von Jawlensky, David Boerljoek, Gabriele Münter, Marianne von Werefkin, Lyonel Feininger, Hans Arp, Louis Moillet, Alfred Kubin, Robert Delaunay, Arnold Schönberg, Heinrich Campendonk.

Een van de laatste activiteiten van Der Blaue Reiter was de deelname aan het "Herbstsalon" van 1913, in de Galerie Der Sturm te Berlijn, op uitnodiging van H. Walden, de uitgever van het gelijknamige blad, maar de Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan de beweging. Marc en Macke sneuvelden en Klee, Kandinsky en anderen verlieten het land.

In 1920 keerden Klee en Kandinsky terug naar Duitsland. Ze werden aangesteld als leraren aan het inmiddels ontstane Bauhaus.

 



1918218-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1918218-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1918218-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1918218-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1918218-22b6a3cf3d25b59895f9179e4402896e.jpg

1918218-c56d5e78ee765fea6681dfac05f031bd.jpg

1918218-82ba4df70006f319462dca0a033e018e.jpg

1918218-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg

1918218-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg

1918218-f9a8d07a27e7ef85a7fe5cf699189f12.jpg

1918218-f1174b6edeb41f3cac48b6e7954e99e7.jpg

1918218-c915a8200ad6921a33fde350f00200e1.jpg
Geschreven door carlo om 10:41 Reageer op dit bericht

ALBERT SERVAES

Albert Servaes (Gent, 4 april 1883 – Luzern, 19 april 1966) was een kunstschilder en tekenaar en wordt beschouwd als Belgiës eersteexpressionist.

In 1905 trok hij naar Sint-Martens-Latem waar hij zich in een houten keet vestigde. Hij was een diep religieus mens die in zijn kunst graag de reeds verkende paden verliet. Een van zijn geliefkoosde thema's was het lijden van Jezus Christus. Hij behoorde tot de eerste groep van deLatemse Scholen.

De dramatiek en de wrangheid die uit zijn werken spreekt worden ondersteund door zijn donker coloriet en de dikke lijnen waarmee hij zijn figuren gestalte gaf. De Rooms-katholieke Kerk en veel van zijn tijdgenoten ergerden zich aan de rauwe werkelijkheid die hij schilderde. De kruisweg die hij schilderde (nu bewaard in de Abdij Koningshoeven van Berkel-Enschot) is hiervan een voorbeeld. Opmerkelijk in zijn werk zijn ook zijn landschappen en portretten.

Vanwege sympathieën die hij koesterde voor de Duitse cultuurpolitiek tijdens het nationaalsocialisme moest hij na de Tweede Wereldoorlog de wijk naar Zwitserland nemen.

In 2005 was hij ook één van de kansmakers op de titel De Grootste Belg, maar haalde de uiteindelijke nominatielijst niet en strandde op nr. 71 van diegenen die net buiten de nominatielijst vielen.



1918213-2a09053c17bf3d72cf0d066d022a33ef.jpg

1918213-745bcfcdfae97a151fbce2ad4e6c07ba.jpg

1918213-42fcf3e9590bb7633063393d5faae212.jpg

1918213-a683dd34c54128962bf14e5ba6e18fa6.jpg

1918213-257276d04f658fe9b626c020064263c3.jpg

1918213-7db012ddf5f63bff23730b38464094c6.jpg

1918213-d29c7bcb1923c9d548f0cfa46759ca9a.jpg

1918213-bdb8dbfed2867173769f635cf88690ff.jpg

1918213-dc5e4dea48fa125085a24e10c5fc7ede.jpg
Geschreven door carlo om 10:39 Reageer op dit bericht

MARINES

Een marine, ook zeegezicht of zeestuk genoemd, is iedere vorm van figuratieve kunst (schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerk ...) met de zee als onderwerp. Een marine haalt zijn inspiratie voornamelijk uit alles rond de zee en schepen. Het is een genre dat vooral tussen de 17e en 19e eeuw werd beoefend. In de praktijk omvat de marine ook scheepvaart op rivieren, havens en boten op het strand.

Schepen op water zijn al heel vroeg een thema geweest op schilderijen. Op petrogliefen van 12.000 v.Chr. zijn er papyrusboten te zien. Tussen de Late oudheid en de middeleeuwen werd de marine als genre in het Westen niet beoefend. Uitzonderingen hierop zijn onder meer het 11e-eeuwse Tapijt van Bayeux dat de Normandische verovering van Engeland en de invasievloot toont.

Het genre duikt opnieuw op bij de Vlaamse Primitieven in een getijdenboek versierd door Jan van Eyck rond 1420. De strandscènes van Jacob van Ruisdael, met onder meer de Reis van de H. Juliaan en Martha kunnen bij marines worden gerekend. Ze werden vernield bij een brand in 1904 en er bestaan enkel zwart-witfoto's van. Zijn doeken zijn poëtischer, imposanter en dramatischer dan de werkelijkheid. Tijdens de gotiek verschenen kraken op tafel van de rijkere lieden. Ze waren vervaardigd door goudsmeden en ze dienden om couverts en allerleispecerijen op tafel te zetten. Ze werden versierd met masten, zeilen en soms de bemanning.

Schilderijen uit de renaissance in Italië tonen zeegezichten als dat nodig is maar met uitzondering van de Venetiaanse Vittore Carpaccio waren er weinige kunstenaars die vaak de zee als thema gebruikten. Carpaccio's doeken tonen kanalen en dokken in Venetië. In de Duitssprekende landen is het Konrad Witz met zijn Miraculeuze visvangst (1544) die voor het eerst een gezicht op het meer van Genève toont.

De traditie van de Lage Landen met een panoramisch gezicht vanaf een hoog standpunt werd ontwikkeld door Joachim Patinir in de jaren rond 1420 waarin hij grote waterpartijen toont. Deze schilderijen waren in essentie landschapschilderijen vermomd als historiestuk met kleine religieuze voorwerpen. Een sterk marine-element was reeds aanwezig toen de landschapschilderkunst als apart genre ontstond. Het Protestantisme verbood het gebruik van religieuze kunst in grote mate. Zo ontwikkelden zich andere vormen van schilderkunst zoals de seculiere historiekunst en landschapkunst die beide onderdeel kunnen zijn van het marinegenre. Een belangrijk werk door een Vlaamse volgeling van Patinir is de schilderij Portugese kraken voor een rotskust(1540), bewaard in het National Maritime Museum te Greenwich bij Londen. Het kreeg het label het eerste pure marineschilderij te zijn. Het stelt waarschijnlijk twee kleine vloten voor die een Portugese prinses begeleiden naar haar huwelijk. Het is een voorbeeld van een typisch marine-onderwerp dat heel gewoon bleef voor hofschilders tot laat in de 17e eeuw.

Pieter Bruegel de Oude is bekend om zijn ontwikkeling van de genrestukken, scènes uit het boerenleven, maar hij schilderde ook marines waaronder Landschap met de val van Icarus. Het origineel wordt nu erkend als verloren. De schilderij in het Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel is een goede, vroege kopie van het originele werk. Bruegel schilderde ook een groot Zeeslag in de golf van Napels, uit 1560, Galleria Doria Pamphilj, Rome. Een grote stormscène in Wenen is nu toegekend aan Joos de Momper. Marines werden ook door Bruegels volgelingen geschilderd en door zijn zonen.

Maniëristen in zowel Italië als het Noorden begonnen met fantastische stormen te schilderen met gigantische golven en bliksemschichten die de lucht vullen. Dat was nog nooit gezien en het zou af en toe in later eeuwen opnieuw opduiken als modegril. Zeeslagen waren prominenter aanwezig in de 16e-eeuwse schilderkunst omdat er vraag naar ontstond. Ze bleven gevraagd tot in de 20e eeuw, met het verzoek van de opdrachtgevers om ieder detail historisch accuraat weer te geven. Andere trends bogen alles weer om naar een illusionistische weergave zoals dat ook gebeurde in de landschapschilderkunst.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vertrouwde op visvangst en handel over zee voor haar uitzonderlijke welvaart. Ze kreeg te maken met oorlogen tegen Groot-Brittannië en andere naties tijdens deze periode. Rivieren en kanalen doorkruisten het land. Rond 1650 waren vijfennegentig procent van alle schepen die van de Noordzee naar de Oostzee voeren Nederlands. Schilderijen met zeeslagen als onderwerp vertelden de verhalen van de Nederlandse marine op het toppunt van haar macht, alhoewel tegenwoordig eerder rustige taferelen in de smaak vallen. Het wekt daarom geen verbazing dat marines in Nederland enorm populair waren tijdens de Gouden Eeuw en de kwaliteit van de doeken van de Nederlandse schilders steeg. Zoals in de landschapschilderkunst was de wijziging van het kunstmatig verhoogd gezichtspunt van de schilder naar een laag standpunt een cruciale stap die voor het eerst werd gezet door de grote Nederlandse marinespecialist Hendrik Cornelisz. Vroom. Dikwijls voerden zelfs kleine schepen de Nederlandse driekleur. Het waren koopvaardijschepen of voeren in dienst van de Nederlandse overheid. Sommige kunstenaars specialiseerden zich in rivierscènes, van de kleine schilderijen van Salomon van Ruysdael met boten en rietoevers tot de grote landschappen van Albert Cuyp die Italiaans aandoen en waar de zon ondergaat boven een grote rivier.

Het genre heeft veel raakpunten met de landschapschilderkunst en bij de ontwikkeling van het afbeelden van lucht en wolken liep bijna alles parallel. Veel landschapschilders schilderden stranden en rivieren. Schilders bezaten vaak modellen van schepen om hen te helpen bij het accuraat weergeven ervan. Het gaat hier om Jan Porcellis, Simon de Vlieger, Jan van de Cappelle en Hendrick Dubbels. Het atelier van Willem van de Velde de Oude en zijn zoon was de leider van de latere decennia. Zij probeerden, zoals aan het begin van de eeuw, het schip als hoofdthema weer te geven met daarin de vooruitgang van de belangrijke werken van eerdere decennia verwerkt, waar de nadruk meer op de zee en het weer had gelegen. Ze verlieten hun land en trokken in het rampjaar 1672 naar Londen. De uit Emden afkomstige Ludolf Bakhuizen bleef als de meest vooraanstaande meester van de hoge zeeën in Amsterdam achter. Reinier Nooms, die zelf had gevaren, signeerde zijn werken met Zeeman en blonk uit door zijn zeer accuraat weergegeven zeeslagen en afbeeldingen van schepen. Hij was niet geïnteresseerd in het schilderen van lichteffecten en weer, en het was die stijl die later door specialisten van hetzelfde genre zou worden gevolgd. Abraham Storck en Jan Abrahamsz. van Beerstraten waren andere specialisten van zeeslagen. Nooms schilderde ook scènes van onderhoudswerken aan dokken en herstellingswerken die ongebruikelijk zijn maar historisch belangrijk.

De traditie van het schilderen van marines zette zich voort in de Zuidelijke Nederlanden maar was daar veel minder prominent aanwezig. Het duurde veel langer vooraleer de Vlamingen demaniëristische stijl van zich afschudden die scheepswrakken en enorme golven produceerden. De meeste schilderijen waren kleine zeekens terwijl hun noordelijke buren zowel grote als kleine werken schilderden. De belangrijksten onder de Vlamingen waren Bonaventura Peeters en Andries van Eertvelt, kunstenaars die een rol speelden in de Vlaamse barokschilderkunst. De Nederlandse stijl vindt veel weerklank bij andere kunstenaars in het buitenland door kunstenaars die emigreerden of via nabootsing door buitenlandse kunstenaars. De Vandeveldes emigreerden toen de kunstmarkt in elkaar stortte na het rampjaar en schilderden de oorlog vanaf de overkant. Volgers van hun stijl waren onder meer Isaac Zeilmaker die veel eerder emigreerde, Peter Monamy en anderen.

De marines waren intussen werk van specialisten geworden met zeldzame uitzonderingen zoals Rembrandts krachtige De storm op de zee van Galilea, zijn enige echte marine. Anthony van Dyck maakte enkele uitstekende tekeningen van de Engelse kust van boten voor Rye, waarschijnlijk omdat hij daar wachtte om over te schepen naar het vasteland maar schilderijen zijn niet gevonden. Sommige van de schilderijen van Peter Paul Rubens tonen schepen en de zee (De wonderbare visvangst in de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk) maar zijn zo gefocust op andere thema's dat men ze bezwaarlijk als marine kan catalogeren. In Vlaanderen waren het Bonaventura Peeters en Hendrik van Minderhout, een emigrant uit Rotterdam, die de leidende figuren waren voor marines beïnvloed door Italiaanse kunstenaars. Bij de noorderburen was dat Jan Baptist Weenix.

Deze eeuw voorzag de schilders met een overvloed aan zee-activiteit en vóór 1759 hadden de Engelsen en de Fransen ongeveer een gelijk aantal overwinningen als nederlagen te vieren. Er waren heel wat talentvolle schilders in het buitenland die de Nederlandse stijl van de vorige eeuw verder ontwikkelden, soms op een wat formele manier, met nauwgezette afbeeldingen van schepen. Vaak waren ze het gevolg van opdrachten van kapiteins, scheepseigenaars en anderen met nautische kennis. Ook bij de schilders trof men mensen aan die hadden gevaren.Nicholas Pocock bijvoorbeeld, een kapitein van een koopvaardijschip, had leren tekenen terwijl hij op zee was en als officieel marineschilder van de Engelse koning aanwezig bij een belangrijke zeeslag op 1 juni 1794, aan boord van het fregat HMS Pegasus. De Fransman Ambroise Louis Garneray, hoofdzakelijk actief in de 19e eeuw, was een schilder met veel ervaring als zeeman en de accuratesse waarmee hij de walvisvaart schilderde werd geprezen door de verteller in Moby Dick, het boek van Herman Melville die de schilderijen kende van afdrukken ervan. In het onderste segment van de kunstmarkt bevonden zich de "schilders op de pier" in de havens van veel Europese steden.

De Venetiaanse kunstenaars zoals Canaletto en Francesco Guardi schilderden veduta waarin de kanalen, gondels, kleine vaartuigen en de lagune van Venetië prominent aanwezig zijn. Hun beste schilderijen tonen het licht en het water op een briljante manier, zij het in verschillende stemmingen omdat Canaletto's wereld altijd opgeklaard en zonnig is en die van Guardi dikwijls betrokken mistig en dreigend.

Kunstenaars werden toen vaak meegestuurd op ontdekkingsreizen zoals William Hodges op tweede reis naar de Stille Oceaan van James Cook. Exotische scènes waren populair en afdrukken van de schilderijen waren een belangrijke bron van inkomsten voor sommige onder hen zoals voor de Franse schilder Claude Joseph Vernet (1714–1789) die in zijn stijl het maniërisme nieuw leven in blies en tegelijkertijd vooruit keek naar de romantiek in zijn grote, dramatische tableaus met stormen en scheepswrakken.

Tijdens de Romantiek maakte de marine weer deel uit van de hoofdstroom van de kunst alhoewel een groot aantal specialisten verder werkten aan het ontwikkelen van het genre van het scheepsportret. Voor velen is het schilderij van Théodore Géricault Het vlot van de Medusa het icon van de Romantiek en voor William Turner was de zee een levenslange inspiratiebron voor zijn doeken. De Medusa is een typisch voorbeeld van een historiestuk terwijl Turner eerder wordt gezien als een landschapschilder. Zijn De slag van Trafalgar (1824) kreeg kritiek omwille van historische onnauwkeurigheden. Zijn latere werken bekommeren zich niet meer om accurate details. De kunst in Denemarken was de nieuwe kracht die kustscènes zeer krachtig in beeld bracht met kalme waters en rustig, gouden licht. Ze had invloed op de Duitser Caspar David Friedrich die een mystieke toets uit de romantiek toevoegde, zoals in zijn ‘’De levensfasen’’ (1835).

Ivan Aivazovski borduurde verder op de oude thema's zoals zeeslagen, scheepswrakken en stormen, gedreven door volbloed Russische romantiek, zoals in De negende golf (1850). Rivier-, haven- en kustscènes met enkel kleine boten waren populair bij Jean-Baptiste Corot en de school van Barbizon en zeker bij Charles-François Daubigny. De belangrijkste Russische landschapschilder Isaak Levitan schilderde rustige meren en de immens brede rivieren van Rusland die door hem en vele andere kunstenaars werden beschouwd als de bron van nationale trots. Gustave Courbet schilderde een aantal doeken van stranden met rotsen en zeegezichten met branding, meestal zonder menselijke figuren. Tijdens de jaren rond 1860 schilderdeÉdouard Manet doeken die met de toenmalige actualiteit te maken hadden zoals zijn marine uit 1864 De slag tussen de USS Kearsarge en de CSS Alabama die een zeeslag uit 1864 tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog afbeeldt.

Het schipportretgenre werd naar Noord-Amerika gebracht door een aantal emigranten, vooral Engelsen zoals James E. Buttersworth en Robert Salmon. De luminist Fitz Henry Lane was de eerste die een Amerikaanse stijl ontwikkelde, gebaseerd op landschapkunst; hij schilderde kleine boten aangemeerd in rustige, kleine baaien.

Later in de eeuw, toen de kust steeds meer een plaats voor plezier dan voor werk werd, waren strandscènes en kustlandschappen zonder schepen erg in de mode. Er verschenen steeds meer mensen op de strandscènes toen vakantiegangers steeds meer naar de kust trokken. Eugène Boudin schilderde Noord-Franse stranden die voor de kijker van vandaag als modern worden ervaren, ondanks de zware kledij van de dames op de strandstoelen. De impressionisten schilderden veel stranden, krijtrotsen en rivieren, vooral Claude Monet in zijn Stormachtige zee in Étretat. Het was zijn Impression, soleil levant die de naam aan deze kunststroming gaf. Rivierscènes kwamen veel voor bij impressionisten en zeker bij Monet en Alfred Sisley. De Spaanse schilder Joaquín Sorolla schilderde er een aantal waarbij hij zich concentreerde op enkele figuren in close-up, in tegenstelling tot de kleine figuren op de meeste andere strandschilderijen. De Fauvisten en pointillisten schilderen meestal verstilde waters, zoals Edvard Munch in zijn beginperiode. In Engeland was het Alfred Wallis die indruk maakte.

De eerder traditionele Britse marineschilder Sir Norman Wilkinson was de uitvinder van de dazzle-camouflage waarbij schepen met patronen werden beschilderd waardoor een resultaat ontstaat dat niet ver afwijkt van het Vorticisme. Toen de United States Navy het idee overnam in 1918 kreeg Frederick Judd Waugh de opdracht om dit voor de Navy uit te werken.

Er zijn nog steeds kunstenaars die zich bezighouden met het afbeelden van schepen, zoals Montague Dawson, wiens werken vaak worden gereproduceerd. Zijn ervaring was dat de traditionele zeilschepen meer in trek zijn bij het publiek dan die van moderne vaartuigen. Het schilderij The fighting Temeraire uit 1838 van William Turner, een van Turners bekendste werken, getuigt van nostalgie naar de eeuw van de zeilschepen.

 

 



1917866-ed5a6799916ca02eda971a3098a4ac0c.jpg

1917866-30960f2089620737bdd3318bbb945b31.jpg

1917866-745bcfcdfae97a151fbce2ad4e6c07ba.jpg

1917866-42fcf3e9590bb7633063393d5faae212.jpg

1917866-a683dd34c54128962bf14e5ba6e18fa6.jpg

1917866-257276d04f658fe9b626c020064263c3.jpg

1917866-7db012ddf5f63bff23730b38464094c6.jpg

1917866-c58d308f9c86b32e35da86ca3ccee1f1.jpg

1917866-d29c7bcb1923c9d548f0cfa46759ca9a.jpg

1917866-bdb8dbfed2867173769f635cf88690ff.jpg

1917866-6694f8a7c8190999a3851c851b7f01dd.jpg

1917866-5fe6f53d2af02948c2648de18f27f360.jpg
Geschreven door carlo om 10:08 Reageer op dit bericht

CARAVAGGIO

Caravaggio voluit Michelangelo Merisi da Caravaggio (Amerighi da Caravaggio, gelegen in de provincie Bergamo, 29 september 1571 - Porto Ercole, tegenwoordige gemeente Monte Argentario, 18 juli 1610), was een Italiaans kunstschilder die leefde in de periode van de Barok. Zijn werk is echter relatief uniek voor die tijd.

Michelangelo Merisi werd geboren in het Noord-Italiaanse plaatsje Caravaggio dicht bij Bergamo. Op 30 september 1571, daags na zijn geboorte, is zijn naam in het doopboek van de Milanese parochie van Santo Stefano in Brolo bijgeschreven. Zijn vader ‘Fermo Merixio’ en moeder ‘Lutia de Oratoribus’ laten daar hun zoontje ‘Michelangelo’ dopen. Op elfjarige leeftijd werd hij wees en ging hij in Milaan in de leer bij de kunstschilderSimone Peterzano.

In 1593 vertrok Caravaggio naar Rome waar hij de maniëristische kunstschilder Giuseppe Cesari ging assisteren. Caravaggio mocht als leerling van Cesari voornamelijk fruit en bloemen tekenen en begon zijn carrière als schilder van stillevens.

Hij trok echter vrij snel de aandacht van belangrijke opdrachtgevers, zoals kardinaal Francesco Maria Del Monte voor wie hij niet alleen religieuze werken maakte, maar ook zeer sensueleBacchusfiguren. De kracht en de emotionaliteit van zijn werk, waarin hij afstand nam van het al te verfijnde en gezochte maniërisme, maakten hem tot een van de meest invloedrijke kunstenaars van zijn tijd.

Caravaggio maakte furore in Rome. Zijn voornaamste opdrachten waren de decoratie van de Contarelli-kapel in de San Luigi dei Francesi, waarvoor hij in 1599-1600 Het martelaarschap van Matteüs en De roeping van Matteüs schilderde, en de decoratie van de Cerasi-kapel in de Santa Maria del Popolo, waarvoor hij in 1601 De bekering van Paulus en De kruisiging van Petrusschilderde. Deze werken zijn nog op hun oorspronkelijke plaats te bewonderen.

Caravaggio's korte leven was een aaneenschakeling van schandalen. Caravaggio was een heethoofd met neiging tot zelfdestructie en hij kwam in Rome voortdurend in aanvaring met justitie. Uiteindelijk vluchtte hij in 1606 Rome uit, nadat hij zijn tegenstander in een zwaardgevecht had gedood ter verdediging van een vrouw.

Na een verblijf in Napels kwam hij in Malta terecht, waar hij hospitaalridder bij de Maltezer orde werd. Hij schilderde er een monumentaal werk over de moord op Johannes de Doper. Maar ook in Malta belandde hij in de gevangenis, omdat hij een hospitaalridder had uitgescholden en vernederd. Hij ontsnapte en vluchtte naar Sicilië, waar hij een jaar doorbracht.

Ten slotte stierf hij op weg naar Rome, waarschijnlijk aan malaria of een griepvirus, totaal berooid op het ogenblik dat de kwijtschelding van zijn straf voor doodslag hem nog moest bereiken.Carel van Mander schreef over deze excentrieke figuur:

"Hij bewoog zich met veel tamtam, zijn degen op de heup en een knecht achter zich, van de ene kaatsbaan naar de andere, altijd klaar voor een gevecht of een ruzie, waardoor het bijzonder lastig was om met hem om te gaan".

In juni 2010 werd bekend dat het graf van Caravaggio was ontdekt door Italiaanse archeologen in de Toscaanse badplaats Porto Ercole.

Italiaanse kunstdeskundigen, Maurizio Bernardelli Curuz en Adriana Conconi Fedrigolli maakten in juli 2012 bekend, dat zij in Milaan ongeveer honderd tekeningen en schilderijen van de kunstenaar Caravaggio hebben ontdekt, waarschijnlijk tussen 1584 en 1588 gemaakt toen Caravaggio leerling was bij Simone Peterzano.

Hij is de geschiedenis ingegaan als kunstschilder van het clair-obscur, het dramatische licht-donker contrast, dat zijn figuren in theatrale lichtbundels laat opdoemen tegen een duistere achtergrond. Wie echter zijn werk vergelijkt met dat van sommige van zijn tijdgenoten, zoals Annibale Carracci (1560-1609), merkt dat Caravaggio duidelijk de meerdere is. Bij hem wordt de pathetiek geloofwaardig gemaakt door een hoge graad aan realisme.

Caravaggio had een enorme invloed op de kunstenaarsgeneratie na hem in heel Europa. Men spreekt in dit verband dan ook van het caravaggisme. Zijn eerste navolgelingen in Italië warenOrazio Gentileschi en Bartolommeo Manfredi. Zij hielpen mee de nieuwe schilderstijl te verbreiden.

Rembrandt van Rijn is in de techniek van clair-obscur een bijzonder succesvol navolgeling geweest. Rembrandt kwam met de werken van Caravaggio in aanraking door de Utrechtse Caravaggisten: Gerard van Honthorst, Hendrik ter Brugghen, Jan van Bijlert en Dirck van Baburen, die in Rome de kunst van Caravaggio hadden leren kennen. Caravaggio was een man met manieren en eigenschappen en (soms onbewust) invloedrijke technieken. Veel schilders gebruiken het caravaggisme nog altijd.

 



1917864-2b18ce4955a75b95978439f7c2dfd25a.jpg

1917864-05e08f3081ec92eebd2e3a4ed73f8e6c.jpg

1917864-72aa705313a2088d38267a1127f48295.jpg

1917864-948870c9f5336e0f48631bc2f3a641c7.jpg

1917864-c56d5e78ee765fea6681dfac05f031bd.jpg

1917864-82ba4df70006f319462dca0a033e018e.jpg

1917864-a96af401fc07418d44909a6ca0ebab27.jpg

1917864-11262d536d0ab922e71bb62400e89e8c.jpg

1917864-f9a8d07a27e7ef85a7fe5cf699189f12.jpg

1917864-f1174b6edeb41f3cac48b6e7954e99e7.jpg

1917864-c915a8200ad6921a33fde350f00200e1.jpg

1917864-4655d98f8d48394e228ee2ad1de6be92.jpg
Geschreven door carlo om 10:05 Reageer op dit bericht

Meer van einstein

↑ Terug naar de berichten