Naar de inhoud

seniorennet.be/eleutheros

HERKENNEN - ERKENNEN
akke.beakke.be

Archief

commentaren van de dagtekst 20 MEI tot en met 24 MEI

woensdag 20 mei

Niet één onder hen was er overgebleven. - Ex. 14:28.

Jehovah's belofte om zijn volk te beschermen lag opgesloten in zijn verzekering dat hij hen uit Egypte zou bevrijden en hen het beloofde land zou laten binnengaan. Bedenk dat de woedende Farao Israël achternazat met zijn machtige leger, uitgerust met honderden strijdwagens. Wat moet die arrogante man zich zeker van zijn zaak gevoeld hebben, vooral toen de Israëlieten in de val leken te zitten tussen de bergen en de zee! Op dat moment greep God in om zijn volk te beschermen door een wolk tussen de twee kampen te plaatsen. Aan de Egyptische kant was er duisternis; aan de Israëlitische kant was er licht. Terwijl de wolk de opmars van de Egyptenaren tegenhield, hief Mozes zijn staf op, en het water van de Rode Zee spleet in tweeën zodat er een ontsnappingsweg voor de Israëlieten ontstond en tegelijk een val voor de Egyptenaren. Jehovah bracht het machtige militaire apparaat van Farao een vernietigende slag toe en behoedde zijn volk voor een stellige nederlaag. - Ex. 14: 19-28.   

De Wachttoren van 2007 1 november 1e studieartikel blz. 22 §7.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  het bijbelse verslag moet met groot geloof worden gelezen omdat die gebeurtenissen zich allemaal op zowat dezelfde dag afspeelden. Vergeten wij niet dat de mensen met zowat drie miljoen waren een evenredig aantal wagens en trek-ossen met hun bezittingen, dan nog al hun klein- en grootvee.

Het blijspel voor de Israëlieten en de tragedie voor de Egyptenaren, allemaal op dezelfde tijd. Heel die geschiedenis is nog steeds een onderwerp van discussie en interpretatie met allerhande interpellaties.

De organisatie en het besturende lichaam gebruiken deze wonderbare ontwikkelingen als parallel voor de bevrijding in deze tijd. Op blz. 24 van De Wachttoren §11, 12 lezen wij dan ook het volgende: §11

11 Wat valt er over onze tijd te zeggen? Op vrijdagmorgen 2 oktober 1914 stapte Charles Taze Russell, die destijds de leiding had over de Bijbelonderzoekers, de eetzaal van Bethel in Brooklyn (New York) binnen. „Goedemorgen allemaal”, zei hij opgewekt. En toen kondigde hij voordat hij naar zijn plaats ging, vreugdevol aan: „De tijden der heidenen zijn geëindigd; hun koningen hebben hun dag gehad.” Opnieuw was voor Jehovah, de Soeverein van het universum, de tijd gekomen om op te treden ten behoeve van zijn volk. En dat deed hij!

Het spijtige van deze weergaven en de opgewektheid van Charles Taze Russell is dat er een verkeerde voorstelling van de feiten wordt gegeven. De aankondiging die Charles Taze Russell op die morgen vreugdevol aankondigde was gebaseerd op het feit dat hijzelf gepubliceerd had dat in 1914 de grote verdrukking zou beginnen en dat dit het begin van het einde zou zijn van de heersende "koningen".

Nu schrijft de organisatie en het besturende lichaam:  opnieuw was voor Jehovah, de Soeverein van het universum, de tijd aangebroken om op te treden ten behoeve van zijn volk. En dat deed hij! Volgens §12 vijf jaar later.

Maar daar ging het in die aankondiging van Charles Taze Russell  niet over, maar wel dat hun verwachtingen om nog diezelfde week nog naar de hemel zouden gaan vervuld zouden worden. Zie het "verkondigersboek" blz. 61, 62.

12 Vijf jaar later bevrijdde Jehovah zijn volk uit „Babylon de Grote”, het machtige wereldrijk van valse religie (Openbaring 18:2). De meesten van ons zijn niet oud genoeg om die opwindende bevrijding persoonlijk te hebben meegemaakt. Maar we zien duidelijk de resultaten. Jehovah heeft de zuivere aanbidding hersteld en degenen die ernaar verlangden hem te aanbidden, samengebracht. Dat was via de profeet Jesaja voorzegd: „Het moet geschieden in het laatst der dagen dat de berg van het huis van Jehovah stevig bevestigd zal worden boven de top der bergen, en hij zal stellig verheven worden boven de heuvels; en daarheen moeten alle natiën stromen.” — Jesaja 2:2.

Dat zij vijf jaar later uit "Babylon de Grote" bevrijd werden is een interpretatie die als een vervolg kan gezien worden van die verkeerde verwachtingen. Zoals de uitdrukking "dat de soep nooit zo heet gegeten wordt als ze opgediend is".

En de paragraaf doet dan een beroep op de emoties door te stellen dat de meesten van ons niet oud genoeg zijn om die opwindende bevrijding persoonlijk mee gemaakt te hebben. Hiermee wordt de aandacht afgeleid van diegene die de organisatie de rug hebben toegekeerd omdat zij zich bedrogen voelden.

De manieren waarop de verkeerde verwachtingen in een positieve richting gedraaid werden is in zo onbijbels dat het mij verwonderd dat, toen ik het jaren geleden gelezen heb, het allemaal als zoete koek heb geslikt.

Nu besef ik, en velen met mij, dat het genootschap echt "de beste" zijn om met bijbelse manipulatie alles recht te trekken wat zij zelf krom hebben gemaakt.

In §18 staat dat wij nu leven in de tijd van het einde, en de ware kennis is inderdaad overvloedig. Wereldwijd heeft de heilige geest waarheidlievende mensen naar nauwkeurige kennis van de ware God en zijn voornemens geleid. (...)

En dan wordt er weer eens afgegeven op de onwetendheid en afvallige christenheid.

§19 doet dan een beroep op wat we met eigen ogen hebben gezien, kunnen we beslist zeggen: "Niet één woord van alle goede woorden die Jehovah, uw God, tot u gesproken heeft, is onvervuld gebleven".

Wat ik met eigen ogen heb waargenomen en gelezen, is dat, wat de organisatie en het besturende lichaam geschreven en voorzegd hebben, herschreven en op terug is moeten komen, mensenwerk is geweest.

Van alle boeken en publicaties is er geen enkele die echt overeind is gebleven. Daarmee bedoel ik dat wat bij de eerdere publicaties bijbels ondersteund en bewezen was niet veranderd kan worden. Wat wel kan en zou moeten, is een rechtzetting met de redenen waarom men een verkeerde toepassing heeft gegeven. Tenzij met het moedwillig heeft gedaan met de bedoeling een bepaalde weg of wegen te volgen of te misleiden.

Daarbij komt dat het afgeven op andere religies eerder een vorm van zelfverheffing blijkt te zijn.

Het aan de kaak stellen van verkeerde leerstellingen of praktijken staat daar uiteraard boven en is eerder een terechtwijzing en soms zelfs een verplichting.

Het kerkelijk recht is juist daarom geen Goddelijk of Schriftuurlijk recht.

Volgens mij zouden de "Universele rechten van de mens" voorrang moeten krijgen op ieder "kerkelijk recht" het misbruik door religie zou daardoor terug gedraaid kunnen worden naar meer menselijkheid, gelijkheid en vrijheid op alle gebied.

DONDERDAG  21  MEI

Hetzij gij daarom eet of drinkt of iets anders doet, doet alle dingen tot Gods heerlijkheid. 1 Kor. 10:31.

Als christenen genieten we van het leven en willen we God in alles wat we doen verheerlijken. Als we ons er getrouw op toeleggen het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken en anderen te leren alles te onderhouden wat Jezus geboden heeft, zullen we merken dat er veel lonende gelegenheden voor dienst voor ons openstaan (Matth. 24:14; 28:19, 20). We kunnen natuurlijk met onze plaatselijke gemeente samenwerken, maar misschien hebben we ook de mogelijkheid om te dienen waar de behoefte groter is, in een ander gebied, een ander land of een anderstalig veld. Welke takken van dienst kun jij je ten doel stellen? Zie als opgedragen aanbidder van Jehovah altijd naar hem en naar zijn organisatie op voor leiding. Zijn "goede geest" zal je helpen de juiste beslissing te nemen (Neh. 9:20). De ene toewijzing leidt vaak tot de andere, en de ervaring en bekwaamheden die je in de ene tak van dienst opdoet, komen vaak weer van pas in een latere toewijzing.
De Wachttoren van 2007 1 oktober 2e studieartikel blz. 21 §11, 12.


BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:
  het studieartikel dat in de dagtekst besproken wordt heeft als thematekst "Leef nu voor het doen van Gods wil" en de leitekst voor dit thema is "Christus is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet langer voor zichzelf zouden leven". – 2 Korinthiërs 5: 15.

Het is prachtig propaganda materiaal en kundig aangepakt. Het laat toe dat je een keuze kunt maken om met succes het doen van Gods Wil op de eerste plaats in je eigen leven te stellen. §5 bijvoorbeeld zegt duidelijk dat 'Om met succes voor het doen van Gods wil te kunnen leven, moeten we bovendien oordeelkundig te werk gaan'. Als we verstandig zijn, vermijden we het ons steeds dieper in de schulden te steken, waardoor we een slaaf van dit stelsel zouden kunnen worden en minder in Gods werk zouden kunnen doen'.

Het is een feit dat iemand die van het leven wil genieten en tezelfdertijd God wil dienen oordeelkundig te werk moet gaan. Dat je er verstandig aan doet om geen schulden te maken is eerder een leefregel die veel mensen navolgen. Daar moet je geen Getuigen van Jehovah voor worden. Het is echter een feit dat 'lenen' door het systeem aangemoedigd wordt om "nu te kopen en later te betalen". Krediet verlenen kan een vorm van gemak betekenen, maar kan tezelfdertijd een strik zijn waardoor men boven zijn budget gaat leven.

§6 toont daarom ook een extreme situatie om de boel op te schroeven, ik citeer: "Als je helemaal bent opgegaan in het nastreven van wereldse doeleinden –financiële of andere – zijn er waarschijnlijk ingrijpende veranderingen nodig om Gods wil op de eerste plaats te gaan stellen".

Deze situaties zijn vooral in de hoogconjuncturele landen schering en inslag. Veel anderen landen hebben niet de mogelijkheden om kredieten te verlenen al komt dit steeds meer in beeld. De economische crisis is gedeeltelijk te wijten aan het feit dat veel mensen kredieten hebben verkregen, later zonder werk kwamen of minder inkomsten en hun aflossingen niet meer konden opbrengen. De levensduurte draagt er eveneens toe bij en dat is eerder een vicieuze cirkel die achter de schermen subtiel gehanteerd kan worden.

Nu staat op blz. 22 onder het onderkopje "leer evenwichtig te zijn" als eerste zin een paradoxale zin, ik citeer §7: 7 Voor het doen van Gods wil leven, vraagt onze volledige inzet. Het mag nooit zo zijn dat we onszelf ontzien of er de kantjes van aflopen (Hebreeën 6:11, 12). Maar Jehovah wil ook niet dat we zo veel van onszelf vergen dat we fysiek, mentaal of emotioneel opbranden. Het verheerlijkt hem als we bescheiden erkennen dat we zijn werk niet in eigen kracht kunnen volbrengen, en er blijkt ook uit dat we evenwichtig zijn (1 Petrus 4:11). Jehovah belooft ons de nodige kracht te geven om zijn wil te doen, maar we moeten niet meer willen doen dan we kunnen en geen dingen proberen te doen die hij nie t van  ons  verwacht (2 Korinthiërs 4:7). Om God te kunnen blijven dienen zonder opgebrand te raken moeten we zuinig omspringen met onze energie.

Het is een feit dat miljoenen vrijwilligers het aangenaam vinden of gevonden hebben om andere mensen te dienen of te helpen. Deze manier van werken is over de hele wereld en in alle organisaties een vorm van geven die tot eer strekt van de mensheid.

Het spijtige van heel de situatie is uiteraard dat het gelijktijdig opgaat met een massa profiteurs die zulke gelegenheden uitbuiten. Ik denk bijvoorbeeld aan "artsen zonder grenzen" die ondanks al hun inspanningen in situaties terechtkomen die levensbedreigend zijn.

Bij een ramp zoals in Italië onlangs, om er maar een te noemen, worden enorme hulpbronnen ingezet.

Dat de organisatie en het besturende lichaam de bijbelse prediking als De Geestelijke Hulp uitoefent is prijzenswaardig, maar dit mag niet gebruikt worden als een reclamebord om de organisatie en het besturende lichaam op de voorgrond te brengen.

Evenmin dat HET een bewijs is dan men een Christen zou zijn.

Een Christelijke levenswijze is geen privilege dat uitsluitend door hen uitgeoefend wordt.

Er is reeds 2000 jaar mee gemoeid en geknoeid en waar mensen hun leven hebben gegeven.

Ik herhaal dan ook dat een Christelijke levenswijze belangrijker is dan de prediking op zichzelf.

Niet dat ik de prediking veroordeel, maar wanneer de prediking als motief gebruikt wordt om de organisatie en het besturende lichaam op de voorgrond te brengen zit er iets verschrikkelijks fout. Zeker de manier waarop de prediking dient te geschieden en die voor de Getuigen van Jehovah tot een leerstelling is verheven.

 

VRIJDAG  22  MEI

Wie zijn roede inhoudt, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, die zoekt hem werkelijk met streng onderricht. - Spr. 13:24.

Kinderen die niet met consequent streng onderricht zijn grootgebracht, lopen de kans egocentrisch en ongelukkig te worden. In tegenstelling daarmee heeft men ontdekt dat kinderen met ouders die begrip voor hen hebben maar toch duidelijke grenzen stellen, het op school beter doen, betere sociale vaardigheden hebben en over het algemeen gelukkig zijn. Het is dus beslist zo dat ouders die hun kinderen op een vriendelijke manier streng onderricht geven, laten zien dat ze echt van hen houden. Wat wil het zeggen een kind op een vriendelijke, liefdevolle manier streng onderricht te geven? Ouders moeten met hun kinderen bespreken wat er precies van hen verwacht wordt. Kinderen van christelijke ouders krijgen bijvoorbeeld van jongs af aan fundamentele Bijbelse beginselen onderwezen, en ook wordt hun geleerd dat het belangrijk is aan de verschillende aspecten van de ware aanbidding deel te nemen (Ex. 20:12-17; Matth. 22:37-40; 28:19; Hebr. 10:24, 25). Kinderen moeten weten dat er over deze vereisten niet te onderhandelen valt.

De Wachttoren van 2007 1 september 1e studieartikel blz. 21 §8, 9.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  er is reeds commentaar op gegeven en het is zeker waar dat streng onderricht een beter resultaat kan geven. Dit strenge onderricht dient gepaard te gaan met rechtvaardigheid en menselijkheid, consequentheid en het bijbrengen van morele waarden. Het is waar dat een doorgevoerde bijbelstudie zeker kan bijdragen tot een algehele verbeterde persoonlijkheid, inzicht en sociale vaardigheden.

In de genoemde Wachttoren is er een onderkopje "Moedig tot eerlijke communicatie aan".  Dit is zeker geen éénrichtingsverkeer, maar zowel met kinderen als met volwassen moet een open  dialoog mogelijk zijn.

Sommigen hebben gezegd dat bijbelkennis beter is dan universitaire kennis. Dat hangt grotendeels af van WIE die bijbelkennis afkomstig zal zijn, wat er beoogd wordt, de motivatie of de doeleinden.

Je kunt de bijbel op oneindig veel manieren interpreteren en iedere organisatie die er een geloofsbelijdenis wilt van maken kan dit op zijn of haar eigen, zelfs persoonlijke manier uit distilleren. Weet je waarom ik dit woord 'distilleren' gebruik?

Omdat het 1) een proces vertegenwoordigt van 'verdamping en condensatie'; sterke drank stoken. 2) in figuurlijk opzicht heeft het de betekenis van 'op een gezochte wijze afleiden'.

Ik weet niet of Karl Marx dat bedoelde waarneer hij 'religie' als 'opium' voor het volk bestempelde. Ik gebruik 'distillatie' om te benadrukken dat bedwelmende drank iemand willoos maakt en uiteindelijk zelfs gewetenloos in de zin dat hij of zij niet meer zichzelf is.

Daarom kan 'religie' gemakkelijk gebruikt worden om mensen te leiden en te misleiden.

Bedenk maar dat er meer dan 37.000 christelijke denominaties vermeld zijn geworden in de publicaties van de Wachttoren organisatie. Die 37.000 denominaties kunnen niet allemaal de gehele waarheid hebben en zij kunnen eveneens niet allemaal leugens vertellen.

Volgens de bijbel, is zelfs Satan n' gast die de bijbel gebruikt op zo'n manier dat hij de "uitverkorenen" kan misleiden.

2 Korinthiërs 11:14-15 "En geen wonder, want Satan zelf blijft zich veranderen in een engel des lichts. 15 Het is daarom niets groots indien ook zijn dienaren zich blijven veranderen in dienaren van rechtvaardigheid".

Mattheüs 24:24. "Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, die grote tekenen en wonderen zullen doen ten einde, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen te misleiden".

Ik heb ondervonden dat een 'rechtvaardige instelling' een enorme hulp is bij een menselijke benadering van mensen. Onvolmaaktheid is geen excuus voor 'onrechtvaardigheid'.

Eens te meer komen wij met de vragen: wat is rechtvaardigheid? Wie bepaalt dat? Waar heeft rechtvaardigheid allemaal mee te maken? Wat zijn raakpunten en overeenkomsten?

Misschien helpt de uitspraak van een groot leraar en waarschijnlijk ken je die uitspraak wel, ik citeer "Wie getrouw is in het geringste, is ook getrouw in veel, en wie onrechtvaardig is in het geringste, is ook onrechtvaardig in veel.

Op het einde van de dagtekst worden de 10 geboden aangehaald Ex. 20: 12-17, de twee voornaamste geboden die uiteindelijk gelijk zijn citeer ik :

Mattheüs 22:37-39."Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.’ 38 Dit is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede, hieraan gelijk, is dit: ’Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf". Daarbij komt de opdracht om discipelen te maken

Mattheüs 28:19 "Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest",

En als laatste in dit lijstje

Hebreeën 10:24-25. "En laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, 25 het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate GIJ de dag ziet naderen".

En de organisatie en het besturende lichaam besluiten hun commentaar met te zeggen: "Kinderen moeten weten dat er over deze vereisten niet te onderhandelen valt".

Tezelfdertijd, maar zonder woorden, leggen zij dit evengoed vast voor alle volwassenen. Alleen vermelden zij niet dat het uitsluitend toepasselijk is volgens hun interpretatie van deze vereisten.

Ik laat de tien geboden voor wat ze zijn.

Volgens Mattheüs 22:37-39  zijn alle mensen onze naasten, maar blijft de naaste liefhebben beperkt tot diegenen die gehoorzamen aan de organisatie en het besturende lichaam.

Mattheüs 28:19 is een opdracht die volgens de organisatie en het besturende lichaam uitsluitend door Jehovah's Getuigen gehoorzaamd wordt in de "van huis tot huis" of "van deur tot deur" prediking. Hierbij inbegrepen zijn de nabezoeken en huisbijbelstudies.

Hebreeën 10:24-25. hier vallen alleen die vergaderingen onder die door Jehovah's Getuigen in hun afzonderlijke gemeenten, kringen en districten worden belegd.

Geen van de bovenvermelde 37.000 denominaties is daarbij inbegrepen.

Zelfs datgene wat Jezus Christus zei is niet van tel, ik citeer: Mattheüs 18:20: "Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben ik in hun midden”.

  

ZATERDAG  23  MEI

Predik het woord. - 2 Tim. 4:2.

Jezus stond in de eerste plaats bekend als leraar en niet als genezer of wonderdoener (Mark. 12:19; 13:1). Bij Jezus genoot de bekendmaking van het goede nieuws van Gods koninkrijk prioriteit, en dat geldt ook voor zijn hedendaagse volgelingen. Christenen hebben de opdracht het maken van discipelen voort te zetten door mensen alles wat Jezus geboden heeft te leren onderhouden (Matth. 28:19, 20). Om ons goed van die opdracht te kwijten, doen we voortdurend ons best om onze onderwijs bekwaamheid te verbeteren. De apostel Paulus beklemtoonde het belang van die vaardigheid in een brief aan Timotheüs. Hij schreef: "Schenk voortdurend aandacht aan uzelf en aan uw onderwijs. Blijf bij deze dingen, want door dit te doen, zult gij zowel uzelf redden als hen die naar u luisteren" (1 Tim. 4:16). Het soort onderwijs dat Paulus bedoelde, is niet louter het bijbrengen van kennis. Doeltreffende christelijke bedienaren bereiken het hart van mensen en motiveren hen om veranderingen in hun leven aan te brengen.

De Wachttoren van 2008 15 januari 2e studieartikel blz. 8 §1, 2.


BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:
  dat is zeker waar en de twee teksten die gebruikt worden van Markus onderstrepen dit door het woord "leraar" te gebruiken.

Uiteindelijk is de leer die Jezus Christus verkondigde eerder een rechtzetting en vervulling van het Judaïsme. Mattheüs 5:17. "Denkt niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten teniet te doen. Ik ben niet gekomen om teniet te doen, maar om te vervullen",

Daarom staar er in Romeinen 10:4 "Want Christus is het einde van de Wet, zodat een ieder die geloof oefent, rechtvaardigheid verkrijgt".

Kolossenzen 2:14. "en het met de hand geschreven document dat tegen ons [getuigde], hetwelk uit verordeningen bestond en tegen ons was, uitgewist; en Hij heeft het uit de weg geruimd door het aan de martelpaal te nagelen.

Je kunt deze en andere teksten gebruiken volgens dat het je past, maar hou altijd rekening met de context al staat die op een geheel andere plaats. Probeer eveneens je eigen motivatie en in zo verre, die van een ander, te kennen of te doorgronden.

 

Ook daarom kom ik terug op de opdracht die Jezus Christus volgens het evangelie van Mattheüs 28:19-20 heeft gegeven "Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, 20 en leert hun onderhouden alles wat ik U geboden heb. En ziet! ik ben met U alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen.

Zoals wij kunnen lezen is het een dubbele opdracht. In de eerste plaats het 'maken van discipelen' en vervolgens die discipelen alles leren onderhouden wat Jezus Christus hen geleerd en voorgedaan had.

Volgens §19 van het voorgaande artikel, maar op dezelfde blz. 8 zegt men dat de prediking van het goede nieuws het belangrijkste werk is dat momenteel op aarde wordt gedaan. En dat werd in voorgaande commentaren belicht.

Wat ik nu wil benadrukken is dat die prediking van het goede nieuws een unieke boodschap zou moeten zijn en blijven.


Als
de organisatie en het besturende lichaam "vandaag" zegt dat de 'grote verdrukking' in 1914 zal komen en "morgen" zeggen zij dat het in 1918 is, maar "overmorgen" moeten zij zeggen dat het in 1925 zal zijn omdat het noch in 1914 noch in 1918 is gekomen. Hoe kunnen waarheid minnende mensen daar dan tegenover staan?
Natuurlijk zullen ze zeggen en dat hebben ze ook gedaan, dat het toegenomen licht is en de bijbeltekst gebruiken van Spreuken 4:18 "Maar het pad van de rechtvaardigen is als het glanzende licht, dat steeds helderder wordt tot de dag stevig bevestigd is".


Het gaat hier echter over het pad van de rechtvaardigen en niet over hen die een datum moeten veranderen en hun beweringen moeten aanpassen omdat het niet  uitgekomen is.

Goed, het is dan niet in 1925 gekomen en daarom werd een opnieuw een andere datum aangewezen in de jaren 1940 en die was dan verbonden met de tweede wereldoorlog.

De ervaring van Henry Dornik in de Wachttoren van 1 september 2007 blz. 11 einde van §1 toont duidelijk de verwachtingen van diegenen die in de kampen opgesloten zaten. Ik citeer: (...) "Dat stemde ons blij en hoopvol, want we hadden gedacht dat de Tweede Wereldoorlog zijn hoogtepunt zou bereiken in Armageddon.


Dat zelfde heeft ook de belijdende gezalfde Gijsbertus van der Bijl,
mij persoonlijk gezegd.

Ook deze jaren passeerde zonder de beoogde verwachtingen. Ondertussen gingen er wel profetieën in vervulling die alle ontgoochelingen overvleugelden.

Een grondige herziene studie van de bijbel en de nodige aanpassingen brachten 1975 in de kijker. Nu kon het niet anders, 6000 jaar menselijk bestaan en de 1000 jarige regering van de vredevorst maakte uiteindelijk duidelijk dat één scheppingsdag, de zevende alias Gods rustdag, geëindigd zou zijn.

Dit was een hoogtepunt in toename en verwachtingen. 

Maar deze periode was er ook eentje waar ongeveer vijf jaar voor nodig was om weer boven het peil van verkondigers te komen die er in 1976 geregistreerd stonden.

Ik durf zeggen en kan het ook aantonen dat er bijna zoveel weggegaan zijn als dat er nu zijn. Natuurlijk zal er altijd, maar dan wereldwijd, een toename blijven om de eenvoudige reden dat mensen zoeken en geloven.

De christenheid heeft een bericht opgebouwd dat hemeltergend is, maar zij zijn numeriek noch steeds zeer sterk. In feite is "Babylon de Grote", het wereldrijk van valse religie, blijft numeriek nog steeds in groei.


Met andere woorden gezegd, het is religie die satans troefkaart is.

Maar een spel wordt niet uitsluitend met 'troefkaarten' gespeeld, noch gewonnen.


Voor dat ik het vergeet, de
w81 15/1 blz. 32 Vragen van lezers "En indien het goddeloze samenstel van deze wereld tot de eeuwwisseling zou blijven bestaan, wat met het oog op de tendensen in de wereld en de vervulling van bijbelse profetieën hoogst onwaarschijnlijk is, zouden er nog steeds overlevenden van het geslacht van de Eerste Wereldoorlog zijn. Dat hun aantal afneemt, vormt echter een bewijs te meer dat „het besluit van het samenstel van dingen” snel zijn einde nadert.


Twee opmerkelijke uitlatingen van
de organisatie en het besturende lichaam.
De eerste is dat het onwaarschijnlijk is dat het goddeloze samenstel tot het jaar 2000 zou blijven bestaan.

De tweede is dat het aantal 'belijdende' gezalfde afneemt, wat een bewijs temeer is.

Ondertussen is het aantal 'belijdende' gezalfden op drie jaar tijd (2005-2008) met 1462 exemplaren verrijkt. Dat betekent zo'n 17% en plus.


Welke conclusie moet je daar uit trekken? Hou er rekening mee dat de uitleg van dit 'geslacht' ondertussen breedvoerig of juister gezegd 'breedsprakerig' is aangepast.

 

zondag 24 mei

Indien wij alleen in dit leven op Christus hebben gehoopt, zijn wij van alle mensen het meest te beklagen. - 1 Kor. 15:19.

Wat treurig als iemand al zijn hoop stelt op het leven in deze wereld! Degenen die geloven dat dit leven alles is wat er is, hebben vaak de instelling: "Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij" (1 Kor. 15:32). Maar er bestaat een toekomst: "nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij overeenkomstig IGods I belofte verwachten, en daarin zal rechtvaardigheid wonen" (2 Petr. 3:13). Dan zullen christenen van "het werkelijke leven" kunnen genieten, dat wil zeggen, eeuwig leven in volmaaktheid, hetzij in de hemel of onder het liefdevolle bestuur van Gods Koninkrijksregering! (1 Tim. 6:12) Alleen Gods koninkrijk zal de problemen van de mensheid helemaal kunnen oplossen. Werken om de belangen van Gods koninkrijk te bevorderen is dus het zinvolste dat iemand kan doen (Joh. 4:34). Terwijl we daarmee bezig zijn, verheugen we ons in een gezegende band met onze hemelse Vader.  De Wachttoren van 2007 1 oktober 1e studieartikel blz. 16 §10, 11.


BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:
  het tegenovergestelde is eveneens waar.

Ik bedoel dat wanneer je uitsluitend gericht bent op het leven in de hemel of het paradijs op aarde dan vervreemd je van de werkelijkheid, nu reeds.

In de eerste plaats zijn wij mensen en gemaakt met het doel de Schepper te eren. Dat wil zeggen dat wij ons als mensen dienen te gedragen en als mensen van het leven dienen te genieten.

De organisatie en het besturende lichaam gebruiken graag de tekst van 1 Kor. 15: 32 en het is duidelijk dat veel  mensen die instelling hebben en van het leven willen genieten terwijl ze nu leven. Ik heb reeds benadrukt dat er miljoenen mensen zijn die over eten en drinken niet moeten nadenken om er van te genieten, maar eerder hoe zij het kunnen bemachtigen.

De miljoenen die door tekorten aan eten en drinken dagelijks sterven zijn een schandvlek voor de mensheid. Het is geen verwijt of een verwijzing naar God, wie of wat Het ook zou zijn, want de aarde heeft het vermogen om veel meer mensen het nodige te verschaffen dan diegenen die er nu zijn.

Het is duidelijk dat in de bijbel verwezen wordt naar een hemelse regering en een nieuwe mensenmaatschappij met o.a. de woorden van 2 Petrus 3: 13 zoals in hun commentaar en de Wachttoren geschreven staat.

Waar ik moeite mee heb, en dat is reeds van in het begin zo geweest, is dat men in de organisatie en het besturende lichaam, maar ook in vele andere organisaties, alle anderen uitsluit voor redding. Ik heb het reeds gezegd en herhaald, Jezus Christus is gestorven voor alle mensen.

Waarom zegt de organisatie en het besturende lichaam dan dat christenen van het 'werkelijke leven', dus eeuwig leven, zullen kunnen genieten?

Herhaaldelijk heb ik verwezen naar teksten die aantonen dat God de rechtvaardige en de onberispelijke kent en zal erkennen en hen eeuwig leven zal toebedelen.

Dat lijkt mij heel wat meer in overeenstemming te zijn met een God van liefde dan alle uitleg die aan de bijbel wordt gegeven en aan alle heilige boeken ter wereld.

En er mogen nog zoveel afschriften opgegraven of aangehaald worden, er zijn momenteel geen originele geschriften, aan ons bekend, van de Griekse Geschriften. Wat wij hebben als erkend en als canon van de bijbel is ons toegekomen via de christenheid en dat blijkt niet de aangewezen bron te zijn om honderd procent op te vertrouwen. Al zeg ik dat zelf.

In het commentaar van de organisatie en het besturende lichaam staat dat "Werken om de belangen van Gods koninkrijk te bevorderen dus het zinvolste is dat iemand kan doen".

Ik zeg, zonder afbreuk aan die 'werken' te willen doen, dat men in de eerste plaats zijn eigen persoonlijkheid en zijn eigen werken tot eer van God op een niveau moet brengen dat je God tot heerlijkheid strekt. Tezelfdertijd moet men ook een goed getuigenis hebben van buiten.

Hoe onvolmaakt men ook is, eerlijkheid is rechtstreeks in verband te brengen met heerlijkheid. En eerlijkheid staat zeker rechtstreeks en evenredig op gelijke voet met rechtvaardigheid.

 

Hoe eerlijk zijn organisaties?

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 13:23 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van de dagtekst 15 MEI tot en met 19 MEI

VRIJDAG  15 MEI

Als pijlen in de hand van een sterke man, zo zijn de zonen der jeugd. -Ps. 127:4.

Ook al is een boogschutter nog zo bekwaam, hij zal het doel waarschijnlijk niet treffen als de pijl die hij afschiet krom of verbogen is. Natuurlijk zullen ouders hun best doen om de kromme pijl als het ware recht te maken door te proberen de verkeerde denkwijze van het kind bij te stellen. Maar uiteindelijk moeten kinderen zelf beslissen of ze zich door de wil van deze wereld laten buigen of toelaten dat Jehovah hun 'paden recht maakt' (Spr. 3:5, 6; Rom. 12:2). Hoewel op de ouders de zware verantwoordelijkheid rust hun kinderen "in het strenge onderricht en de ernstige vermaning van Jehovah" groot te brengen, beslist het kind uiteindelijk zelf tot wat voor volwassene hij zal opgroeien (Ef. 6:4). Vraag je daarom af, kinderen: aanvaard ik de liefdevolle opleiding die mijn ouders me geven? Als je dat doet, kies je de allerbeste levenswijze. En wat nog belangrijker is: je zult Jehovah's hart verheugen. - Spr. 27:11.

De Wachttoren van 2007 1 september 2e studieartikel blz. 26 §17, 18.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  de gebruikte illustratie is uiteraard toepasselijk als de genen van het kind niet van dien aard blijken te zijn dat het onontvankelijk voor het goede onderwijs is. Hoe weet je dat?  Wie of wat moet je dan de schuld geven? Wie kan uiteraard weten of de ouders wel bekwame schutters zijn?
En de zin die dan gebruikt wordt maakt alles voor de organisatie en het besturende lichaam o zo gemakkelijk om hun handen in onschuld te wassen.
Ik herhaal die zin:
"Maar uiteindelijk moeten kinderen zelf beslissen of ze zich door de wil van deze wereld laten buigen of toelaten dat Jehovah hun 'paden recht maakt'".

Dat is weer zo categorisch en laat geen plaats over voor de ouders noch voor het kind. En zijzelf, de organisatie en het besturende lichaam, komen hier dan ogenschijnlijk niet in het beeld.

Verplaatst jezelf dan maar in de plaats van de hier gebruikte ouder, en verschil zal er weinig of niet zijn.

Die ouders worden verondersteld gedoopte Getuigen van Jehovah te zijn en dienovereenkomstig zullen zij de lectuur die zij voor zichzelf gebruiken ook gebruiken om hun kinderen op te leiden.

Zelfs de manier van onderwijzen zal in bijna alle gevallen ook dezelfde zijn t.t.z. "vraag en antwoord" aan de hand van de lectuur van de organisatie en het besturende lichaam.

Zowel de vragen als de antwoorden zijn dus voorgedrukt en eerder stereotiep dan soepel en aangepast.

Toch zal de organisatie en het besturende lichaam aanmoedigen om een studie aan te passen aan de kinderen met het verschil van leeftijd en bekwaamheid in gedachten te houden.

In sommige gevallen zal het kind of de kinderen een daadwerkelijk aandeel hebben aan die gezinsstudie, maar in de meeste gevallen blijft het vraag en antwoord tot het juiste, hun, antwoord uit de bus komt.

Prijzende woorden zijn dan op hun plaats en maken deel uit van het onderwijs en het indoctrinatie proces.

Nu stelt het commentaar via de wachttoren §17 toch duidelijk dat het kind uiteindelijk zelf moet beslissen.
Het enige dat het kind kan beslissen is datgene wat zijn of haar ouders beslissen en het enige wat die ouders kunnen beslissen is datgene wat de organisatie en het besturende lichaam voor hen reeds beslist hebben.

Neemt het kind een andere beslissing dan kan het niet gedoopt worden en wie niet gedoopt is kan dus niet gered worden.

Hoger of universitair onderwijs wordt zeker niet aangemoedigd, integendeel.

Met andere woorden gezegd, wanneer jij je mettertijd niet opdraagt ondanks de jaren studie zul je altijd afstandelijk bejegend worden.

Word je mettertijd wel gedoopt, maar lever je zes maanden geen rapportje in dan wordt je inactief en zul je als een zwakke Getuigen van Jehovah bekend worden.

Van het moment dat jij je negatief over de organisatie en het besturende lichaam uitlaat kom je onder het kerkelijk recht en zul je ter verantwoording worden geroepen.

Met kerkelijk recht wordt niet bedoeld dat het ook Schriftuurlijk moet zijn.

Opmerkelijk is wel dat het kerkelijk recht van de organisatie en het besturende lichaam weinig of niet verschilt met het kerkelijk recht van katholieke kerk.

Wanneer jij je niet onderwerpt aan de autoriteit van 'dit kerkrecht' zul je uiteindelijk uitgesloten worden. Zelfs wanneer je recht in je schoenen staat en gewetensvol hebt gehandeld is het feit dat jij niet op Jehovah hebt gewacht, funest.

Met wachten op Jehovah wordt bedoeld dat je de onrechtvaardigheid of onrechtvaardigheden verduurt.
Het aan de kaak stellen of de vuile was van een of meerdere ouderlingen buiten hangen is eveneens strafbaar.
Hiervoor gebruiken zij graag en veelvuldig de schriftplaats van Hebreeën 13 17 en Judas 8 met voorbijgaan van o.a. Hebreeën 13 7 die duidelijk stelt dat verantwoordelijken het woord van God dienen te spreken.

 

zaterdag 16 mei

Gelukkig is de man die beproeving blijft verduren, want nadat hij is goedgekeurd, zal hij de kroon des levens ontvangen. - Jak. 1:12.

Kan het ondergaan van lijden iets goeds teweegbrengen in degenen die voor eeuwig hopen te leven op een paradijselijke aarde zonder ziekte, verdriet en de dood? De pijn en de angst die door lijden worden veroorzaakt, zijn op zich geen dingen waar we naar verlangen. Maar als we dat lijden verduren, kan het onze goede persoonlijke eigenschappen versterken en ons gelukkig maken. Kijk eens naar wat Gods geïnspireerde Woord hierover zegt: "Ook al zoudt gij lijden ter wille van rechtvaardigheid, gij zijt gelukkig." "Indien gij om de naam van Christus wordt gesmaad, zijt gij gelukkig" (1 Petr. 3:14; 4:14). "Gelukkig zijt gij wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad tegen u spreekt ter wille van mij. Verheugt u en springt op van vreugde, want uw beloning is groot in de hemelen" (Matth. 5:11, 12). Het geluk komt voort uit de wetenschap dat we lijden omdat we Jehovah's wil doen.

De Wachttoren van 2007 15 augustus 2e studieartikel blz. 27 §12-14.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  de eerste zin is beladen en doelgericht op "diegenen die voor eeuwig hopen te leven op een paradijsaarde.

Volgens de nieuwsberichten worden er op de gehele aarde enorme haarden van lijden geregistreerd onder verschillende omstandigheden en met uitersten aan excessen.

Het lijden is niet te overzien en is zo inherent met de mensheid verweven dat het in grote delen zelfs een vorm van leven is geworden.

Het is zeker waar dat mensen dit mekaar aandoen en de bronnen zijn dikwijls zelfs niet te herkennen.

Toch moeten wij erkennen dat er ook vroeger zulke toestanden heersten en zelfs ergere in verhouding met de wereldbevolking.


Het voorstellen dat het NU erger is komt neer op het feit dat het ONS aanbelangt, ONS betreft en ONS pijn doet.
Niet alleen hen die het meemaken, maar door de media als het ware in onze huiskamer wordt binnen gebracht.

De economische recessie is eveneens een vorm van lijden en de vele faillissementen treffen ook diegenen die er onrechtstreeks bij betrokken worden.
Waar vroeger en nog steeds door bepaalde religies verwezen wordt naar het hiernamaals en de hemel met of zonder rijstepap met gouden lepeltjes, is in wezen niets veranderd.

Mensen in het algemeen hebben het niet werkelijk gemakkelijk en gelukkig zijn is een instelling die zelfs onder bar slechte omstandigheden overeind kan blijven.

Velen zeggen dan ook dat je zelf je eigen hemel hier op aarde moet maken.


De organisatie en het besturende lichaam doen 'krak' hetzelfde als al hun voorgangers en concurrenten. Zij moedigen hun leden aan om geduldig uit te kijken naar het door God beloofde paradijs.
Er zijn geen verdiensten, maar er moet wel geloof zijn en bij dit geloof werken die bij geloof passen, want zonder werken is geloof dood.

Volgens hen is het predikingswerk het belangrijkste werk op aarde en je mag zeker niet wachten tot je dood bent om het te doen.
Het prediken "van deur tot deur" is zoals vroeger gezegd en geschreven zelfs een morele verplichting. In zoverre je het fysiek en geestelijk aan kunt.
Het feit dat volgens de Bijbel Jezus Christus de prediking als voorbeeld heeft gesteld geeft hen uiteraard het recht om iedereen niet alleen uit te nodigen dit werk van harte te doen, maar ook te rapporteren en dat geeft je een bijzondere status en verplichting.

Alhoewel er geen enkel bewijs is, noch van de rapportjes, noch van ook maar één getuige dat Jezus Christus van huis tot huis is gegaan, schromen zij niet om het zo voor te stellen dat het een kenteken is van ware Christenen.


Ik heb reeds gezegd dat Jezus Christus zijn leven heeft gegeven voor de gehele mensheid en er kan en moet nog veel gebeuren, wil de mensheid daarvan overtuigd kunnen worden.

Wat de toekomst zal brengen moeten wij afwachten en hoe God dit zal bewerkstelligen eveneens. De manier of manieren zullen niet afhangen van wat mensen zeggen of suggereren, maar van het ingrijpen van HEM en de reactie op ZIJN actie.


Mensen en organisaties hebben de neiging om van de Bijbel of andere Heilige Geschriften hun eigen interpretaties te geven die in de loop van de geschiedenis zoveel veranderd moesten worden en aangepast dat geloof in georganiseerde religie eerder als afgoderij kan bestempeld worden.

Van zodra een georganiseerde religie haar leden beloften moet voorhouden of dreigementen gaat gebruiken gaat zij haar gezag te buiten of erger brengt zij smaad op Diegene die zij beweren te vertegenwoordigen.


Als GOD Liefde is kan alleen Liefde de motivatie zijn en het bindmiddel. Daar zal lijden of niet lijden geen verandering in brengen. God wordt zeker niet verheerlijkt door lijden.


Volgens het commentaar van de organisatie en het besturende lichaam komt geluk echter voort uit de wetenschap dat we lijden omdat we Jehovah's wil doen.


Die "WIL van JEHOVAH" hangt af van welke religie je hebt, van wanneer en waar je geboren bent en geleefd hebt en dat kan gewoonweg niet.


Volgens mij en ik herhaal het voor de zoveelste keer Ps. 37: 29 "De rechtvaardigen die zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven".

En Micha 6: 8 "Hij heeft u verteld, o aardse mens, wat goed is. En wat vraagt Jehovah van u terug dan gerechtigheid te oefenen en goedheid lief te hebben en bescheiden te wandelen met uw God".

 

zondag 17 mei

Blijf erop toezien dat gij de bediening die gij in de Heer hebt aanvaard, ook vervult. - Kol. 4:17.

We hebben een zware verantwoordelijkheid tegenover de mensen rondom ons. De beslissingen die ze nu nemen, zullen tijdens "de grote verdrukking" leven of dood betekenen (Openb. 7:14). Spreuken 24:11 zegt: "Bevrijd hen die worden weggevoerd naar de dood; en zij die wankelen naar de slachting - 0 moogt gij hen tegenhouden." Zouden wij nalaten mensen te waarschuwen dat ze een keuze moeten maken, dan zou dat kunnen betekenen dat er bloedschuld op ons komt te rusten. Dezelfde passage vervolgt namelijk: "Ingeval gij zoudt zeggen: 'Zie! Wij wisten dit niet' - zal juist hij die de harten toetst, het niet onderscheiden, en juist hij die uw ziel gadeslaat, het niet weten en de aardse mens niet stellig naar zijn activiteit vergelden?" Het is duidelijk dat Jehovah's aanbidders niet kunnen zeggen dat ze niet op de hoogte zijn van het gevaar dat mensen wacht. - Spr. 24:12.

De Wachttoren van 2008 15 januari 1e studieartikel blz. 4 §1.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  dit commentaar van de organisatie en het besturende lichaam is weer een van die wachttorenstudies die broeders en zusters en hun kinderen met schuldgevoelens opzadelen.
Daarmee bedoel ik niet dat er niet kan  gepredikt worden. Zelfs de 'waarschuwingsboodschap' heb ik ooit erg serieus genomen en overeenkomstig gesproken.
Toentertijd gebruikte ik gemakkelijk Ezechiël 33 12-20 waarbij ik opmerkte dat het vooral ging over de Israëlieten zelf, alhoewel het in beginsel ook op alle mensen kan worden toegepast.
Dat mensen de beslissingen die ze NU nemen, tijdens "de grote verdrukking" leven of dood kan betekenen, is iets dat men niet zomaar klakkeloos mag aannemen.

Er wordt al meer dan honderd jaar gepredikt door Jehovah's Getuigen en ondertussen zijn miljoenen mensen gestorven, en dan?
Mensen nemen beslissingen en het is niet omdat een prediker aan de deur is geweest dat zijn of haar boodschap zo duidelijk was dat men een weloverwogen beslissing kon nemen. Daar tegenover is de wijze van prediken evenmin bepalend.
Het van huis tot huis werk is voor de organisatie en het besturende lichaam bepaald door drie of  vier teksten uit Handelingen 2: 46,  5: 42 en 20: 20. waar het nog niet eens duidelijk is dat het van huis tot huis is en in het geheel al niet van deur tot deur gebeuren moet.
In Handelingen van de apostelen worden echter op zijn minst nog dertig andere activiteiten genoemd waar een huis of een plaats genoemd wordt.
Alleen het feit dat de prediking "van huis tot huis, van deur tot deur", tot een leerstelling is verheven en een verplichting is geworden, zelfs om gedoopt te kunnen worden en dat is niet schriftuurlijk.

Daarbij komt nog dat wanneer men een geordineerde bedienaar van het evangelie wil zijn men een onbesproken en voorbeeldige Getuige van Jehovah dient te zijn.

In redelijk veel gezinnen en zelfs gemeenten wordt daar weinig of geen rekening mee gehouden.

Waar het werkelijk op aankomt is dat men maandelijks een rapportje ingeeft. Dit is de manier waarop je vrij van bloedschuld verklaard wordt, wat denk jij?


In het studieartikel hierboven vermeld staat in §6 het volgende: "Babylon de Grote", het wereldrijk van valse religie, heeft de mensheid weinig troost verschaft. Integendeel, door "de wijn van haar hoererij" zijn heel veel mensen het spoor bijster geraakt.(...).

Ik zeg dat heel veel broeders en zusters en hun kinderen (miljoenen) het spoor bijster zijn geraakt en weggegaan zijn omwille van de veranderingen, vereenvoudigingen, de lichtflitsen, de onrechtvaardigheden, het niet uitkomen van de door de organisatie en het besturende lichaam opgewekte verwachtingen en de veranderde doopvragen enz..

Dan spreek ik ook van al die mensen die direct of indirect met de boodschap zijn geconfronteerd geweest en nu uiteraard de schouders ophalen wanneer er weer over de tijd van het einde, de verslechterende toestanden en de dringendheid gepredikt wordt.


En nu is het geen vraag meer "maar een refreintje van": wiens schuld is dit, wiens schuld is dat, wiens schuld zou dit wel zijn.


Met dit verschil dat de schuldigen Gods Naam ontheiligen.

 

En nu nog de uitleg van de illustratie van de zaaier.

Mattheüs 13:36-43. „Verklaar ons de illustratie van het onkruid op het veld.” 37 Hij gaf ten antwoord: „De zaaier van het voortreffelijke zaad is de Zoon des mensen; 38 het veld is de wereld; het voortreffelijke zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk; maar het onkruid zijn de zonen van de goddeloze, 39 en de vijand die het zaaide, is de Duivel. De oogst is een besluit van een samenstel van dingen, en de oogsters zijn engelen. 40 Zoals daarom het onkruid wordt verzameld en met vuur wordt verbrand, zo zal het ook gaan in het besluit van het samenstel van dingen. 41 De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk verzamelen, 42 en zij zullen hen in de vuuroven werpen. Daar zullen [zij] wenen en knarsetanden. 43 In die tijd zullen de rechtvaardigen zo helder schijnen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft, hij luistere.


Schriftuurlijker kan het niet zijn nietwaar?

Jezus Christus verklaarde de illustratie persoonlijk aan zijn discipelen en uiteraard aan ons door duidelijk te maken dat de oogsters engelen zijn.


Wie van de predikers kan dan bloedschuld hebben?


Of waarom moet de dringendheid van de tijd dan gebruikt worden precies of het hangt van een menselijke prediker af?

En wat mag dan wel de bedoeling zijn van al die rapportjes?

En als het stille getuigenis van weinig of geen belang is, zijn de veranderende tijdschriften dan beter?

 

maandag 18 mei

Staat op, gaat weg uit het midden van mijn volk, ... en gaat, dient Jehovah. - Ex. 12:31.

Het is het jaar 1513 voor onze jaartelling. Jehovah heeft al negen plagen over de Egyptenaren gebracht. Jehovah onthult nu aan Mozes dat Farao en alle Egyptenaren nog één slag toegebracht zal worden, de laatste. Op de 14de Abib (Nisan) zal de eerstgeborene van elke Egyptenaar en van elk dier sterven. Maar Israëlitische gezinnen kan dat bespaard blijven als ze zorgvuldig de instructies opvolgen die God aan Mozes heeft gegeven. Ze moeten iets van het bloed van een mannetjeslam op de twee deurposten en het bovengedeelte van de deuropening van hun huis spatten en binnen blijven. Wat gebeurt er die nacht? We laten Mozes zelf aan het woord: "Het gebeurde nu dat Jehovah te middernacht iedere eerstgeborene in het land Egypte sloeg." Farao reageert onmiddellijk. Hij roept Mozes en Aäron bij zich en zegt tegen hen wat er in de tekst voor vandaag staat. - Ex. 12:1-7, 29, 37, 38.

De Wachttoren van 2007 15 december 2e studieartikel blz. 16 §7, 8.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  wij nemen aan dat de Bijbel de situatie exact weergeeft. Het verslag over de voorbereidingen en het uiteindelijke vertrek is nog niet zo eenvoudig temeer daar de Israëlieten de Egyptenaren grondig uitschudden.

Diegenen die dan nog vanuit het land Gozen moesten optrekken en de ontmoetingspunten plus de terugkeer om via en door de Rode Zee te trekken is allemaal zo gemakkelijk te lezen, maar is eerder moeilijk te bevatten.

Hoeveel ossenwagens waren er, hoeveel kleinvee en andere dieren moesten er door die droge bedding worden geleid?

De instructies voor de Paschanacht waren niet zo ingewikkeld, maar de voorbereidingen en het klaarmaken van het vervoer kon geen kleinigheid worden genoemd. Toen de bewuste nacht uiteindelijk voorbij was en farao het bevel gaf dat de Israëlieten konden opstappen moet het volgens de Bijbel razend snel, bijna aan internet gelijk zijn geweest om Jan en Alleman te verwittigen en te instrueren om s' morgens klaar te staan om te vertrekken. Ondertussen was er in Egypte geen gezin dat niet met minstens een dode zat. De schrik moet er wel heel diep hebben ingezeten. Drie miljoen mensen met karren en ossen plus nog eens zoveel beesten, op gelukkig nog geen autostrades met files. Waar het op neerkwam is simpel. Mozes zei wat ze moesten doen en wanneer en de rest was bijzaak. Volgens Exodus 13: 18 gebeurde dit alles met militaire stiptheid en gehoorzaamheid en "in slagorde".

De les is dan ook volgens §14 van vermelde wachttoren dat wij troost en hoop kunnen putten uit die opwindende gebeurtenissen. Volgens § 15 leren wij ook nog dat we Jehovah moeten gehoorzamen ongeacht wat hij ons vraagt te doen. In onze tijd is het bijzonder belangrijk dat we de leiding volgen die we via "de getrouwe en beleidvolle slaaf" krijgen.
Deze paragraaf vermeldt eveneens dat het heel goed mogelijk is dat we gedetailleerde instructies zullen ontvangen. Om veilig door die moeilijkheden te komen, zullen we in de pas moeten blijven lopen met andere loyale dienaren van Jehovah.

De organisatie en het besturende lichaam geven reeds meer dan 120 jaar gedetailleerde instructies die altijd dezelfde zijn voor de tijd van het einde. Predik op uw tocht en verspreid zoveel mogelijk lectuur.
Vòòr mij waren het anderen en na mij zullen het weer anderen zijn.

Wat de illustratie van Mattheus 24: 45 betreft en die net aangehaald werd daar staat niet alleen dat wat zij schrijven en op zichzelf van toepassing brengen, maar vervolgens staat er in vers 48: "Maar indien die boze slaaf ooit in zijn hart zou zeggen: Mijn meester blijft uit, en zijn medeslaven zou beginnen te slaan en met de verstokte dronkaard zou eten en drinken, dan zal de meester van die slaaf komen op een dag dat hij niet verwacht en op een uur dat hij niet weet, en hij zal hem met de grootste gestrengheid straffen (...)".


Het gaat over dezelfde illustratie en over diezelfde slaaf, alleen is die slaaf van instelling veranderd door de manier waarop hij de schapen van de Meester behandelt.
Nu zul je zeggen de organisatie en het besturende lichaam doen het toch nog steeds goed!
Dan is mijn antwoord: dat schijnt zo, maar zij hebben het heft zelf in handen genomen en laten alleen maar toe wat zij willen, niet wat Jezus Christus hen heeft voorgedaan.

Analyseer bovenstaand gedeelte maar met de illustratie van Matth. 24 45-51 en vergelijk hun handelwijze maar met de levenswijze van Jezus Christus.

 

dinsdag 19 mei

Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is met betrekking tot God. Luk. 12:21.

De uitdrukking 'rijk met betrekking tot God' wordt ook wel vertaald als "rijk in Gods ogen" (Today's English Version). Mensen die in materieel opzicht rijk zijn, vinden het meestal heel belangrijk hoe anderen hen bezien. Dat blijkt vaak uit hun levenswijze. Ze willen indruk maken door 'opzichtig te geuren met de middelen voor levensonderhoud die ze hebben', zoals de Bijbel zegt (1 Joh. 2:16). In tegenstelling daarmee kunnen degenen die rijk zijn met betrekking tot God zich verheugen in zijn goedkeuring, gunst en overvloedige liefderijke goedheid en hebben ze een innige persoonlijke band met hem. Die bijzondere positie geeft hun beslist een gevoel van welzijn en zekerheid, iets wat materiële rijkdom niet kan bieden. Ze kunnen zich helemaal inzetten voor dingen die in Gods ogen echt waardevol zijn. Jes.40:11.            

De Wachttoren van 2007 1 augustus 2e studieartikel blz. 26 §14, 15.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  om het eens op zijn Amerikaans te zeggen "dat is zeker de honderdste keer dat die illustratie uit Luk. 12 wordt gebruikt. Akkoord het is niet altijd hetzelfde vers, maar de toepassingen liggen praktisch altijd in dezelfde lijn.

Het is waar dat de rijkdommen van de aarde niet altijd of bijna nooit evenwichtig zijn verdeeld en dat is in de praktijk ook niet mogelijk.

De vaststelling dat mensen die in materieel opzicht rijk zijn het meestal heel belangrijk vinden hoe anderen hen bezien zal wel waar zijn. Maar dat gaat meestal voor alle mensen op.

Zeker jonge mensen of liever tieners hechten er over het algemeen veel belang aan hoe anderen hen bezien, vooral in een groep.
Ik kan je met mijn levenservaring van meer dan 70 jaar vertellen dat minstens de helft van de materieel rijken niet in deze categorie vallen.

De verstandigste uit deze menigte zullen zelfs moeite doen om naar buiten toe minder op te vallen. En zij weten maar al te goed dat stoefen met hun middelen alleen maar afgunst zal opwekken. Dat wil uiteraard niets zeggen, maar zo precies schrijven dat ze de indruk willen geven door 'opzichtig te geuren' met hun middelen voor levensonderhoud is niet allen gegeven.

Die zelfde levenservaring heeft mij ook geleerd dat iemand absoluut niet rijk moet zijn om belang te hechten hoe anderen hen bezien.

Evenzo willen gewone mensen en ook Jehovah's Getuigen indruk maken op anderen. Moet ik je vertellen over hun 'auto', meubels, kleding, juwelen, hobby's, diëten, koersfietsen, zelfs hun verspreiding van lectuur, het aantal bijbelstudies, de uren prediken, de aandelen op vergaderingen of/en demonstratie op dag, kring of districtvergaderingen.


Of valt dit allemaal onder de noemer "rijk met betrekking tot God"?


Zijn dat allemaal bewijzen dat God zich over hen verheugt en daarom Zijn Zegen over hen uitstort?
Wie van ons of van de organisatie en het besturende lichaam kan ook maar bewijzen dat ook maar één iemand een "innige persoonlijke band" met Hem heeft?

Zelfs de persoon in kwestie kan dit alleen maar zeggen, bewijzen hoeft hij niet, juist omdat het een persoonlijke verhouding betreft.

Ik kan dit gemakkelijk vergelijken met de persoonlijke band die een 'belijdend gezalfde' heeft.
Hij of zij kan dit zeggen, zij of hij kan dit tonen door tijdens de "gedachtenisviering" van de symbolen te nemen, maar bewijzen kan hij of zij niet, en dat hoeft ook niet, voor niemand. Haar of zijn verantwoordelijkheid kan nooit betwist worden.


Dat ouderlingen daar heden ten dagen voor aangesteld zijn geworden om het eventueel te verifiëren is zelfs niet schriftuurlijk.


De werkelijke reden of zelfs redenen van de dagtekst worden pas duidelijk in de woorden van §14"
Die bijzondere positie geeft hun beslist een gevoel van welzijn en zekerheid, iets wat materiële rijkdom niet kan bieden.  


Daar wil ik aan toe voegen dat "die bijzondere positie" hen ook boven de, zoals zij "wereldse mensen" noemen, verheft.
De nederige levenswijze van
Jezus Christus vervangen door het superieure gevoel van "de-betere-wij-dan-zij-houding".

En de woorden van §15 die in de dagtekst echter rechtstreeks verbonden worden als voortzetting van §14. §15 Ze kunnen zich helemaal inzetten voor dingen die in Gods ogen echt waardevol zijn".

En wat zijn volgens de organisatie en het besturende lichaam die "in Gods ogen echt waardevolle" dingen?

Volgens §15 zijn dat "onze tijd, energie en talenten" die worden gebruikt voor de Koninkrijksprediking en het maken van discipelen, en niet om er zelf beter van te worden (...)

De schriftuurlijke basis die de organisatie en het besturende lichaam in §15 gebruiken is uiteraard een opdracht van Jezus Christus volgens het evangelie van Mattheüs 28: 19.


Deze weergave is echter incompleet, ik herhaal hun weergave "gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën"  Zoals je ziet, sluiten zij de zin af, maar de volledige zin vervolgt met..., hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb.

Deze opdracht is een uitdrukking van zijn 'autoriteit'. Deze opdracht legt bovendien de 'doopprocedure' vast en het onderhouden van een Christelijke levenswijze.

Op blz. 215 van het boek "georganiseerd om Jehovah's wil te doen" staan de doopvragen van de organisatie en ik citeer, maar nummer ze:

  1. Heb je op grond van het slachtoffer van Jezus Christus berouw van je zonden en heb je je aan Jehovah opgedragen om zijn wil te doen?
  2. Begrijp je dat je opdracht en doop je identificeren als een van Jehovah's Getuigen, verbonden met Gods door de geest geleide organisatie?

De eerste vraag kan men nog in verband brengen met de procedure.

De tweede vraag is, volgens hun handelwijze  een 'vrijgeleide' voor de organisatie en het besturende lichaam om dezelfde 'autoriteit' af te dwingen die alleen Jezus Christus heeft ontvangen.

De vraag waarom hebben de organisatie en het besturende lichaam dan een toegevoegde waarde verbonden aan die procedure?

Dat de prediking het belangrijkste werk is volgens de bijbel, dat is buiten kijf, maar het blijft een werk.

Dat een Christelijke persoonlijkheid belangrijker is om dit werk te doen is zelfs een eerste vereiste. Efeziërs 3: 19 "en de liefde van de Christus te kennen, welke de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld moogt worden met alle volheid die God geeft".

En wat zijn volgens God de belangrijkste dingen?  Micha 6: 8 "Hij heeft u verteld, o aardse mens, wat goed is. En wat vraagt Jehovah van u terug dan gerechtigheid te oefenen en goedheid lief te hebben en bescheiden te wandelen met uw God".


Maak eens, als je wilt, een definitie van gerechtigheid, goedheid en bescheidenheid?

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 15:12 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van de dagtekst 11 MEI tot en met 14 MEI

maandag 11 mei

De vreugde van Jehovah is [onzel vesting. - Neh. 8:10.

Jezus vond het heerlijk Jehovah's wil te doen (Ps. 40:8). Als wij dezelfde instelling hebben, zullen we er vreugde uit putten heilige dienst voor God te verrichten. We zullen net als Jezus onzelfzuchtige gevers zijn, en dat zal ons echt gelukkig maken (Hand. 20:35). Vurige gebeden tot God hielpen Jezus zich op geloofsbeproevingen voor te bereiden. Hij bad toen Johannes hem doopte. Voordat hij zijn apostelen uitkoos, bad hij de hele nacht (Luk. 6:12-16). En welke Bijbellezer raakt niet onder de indruk van Jezus' innige gebeden op de laatste avond van zijn aardse leven? (Mark. 14:32-42; Joh. 17:1-26) Ben jij net als Jezus iemand die dikwijls bidt? Nader vaak tot Jehovah, neem de tijd voor je gebeden, zoek de leiding van de heilige geest en aanvaard die leiding zodra ze duidelijk wordt. Een sterke band met onze hemelse Vader is onontbeerlijk in deze kritieke tijd nu Gods grote dag snel dichterbij komt. Nader dus vooral steeds dichter tot Jehovah in gebed. - Jak. 4:8.

De Wachttoren van 2007 15 december 1e studieartikel blz. 11 §7, 8.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  dit is uiteraard de essentie van ons bestaan om God te verheerlijken door onze levenswijze. Daarbij komt, zoals het commentaar hierboven zegt, dat wij vreugde dienen te putten uit het verrichten van heilige dienst. Dat houdt in dat wij in de eerste plaats goed weten en dienen te beseffen wat "heilige dienst" is, niets meer niets minder. Het Inzichtboek it-1 blz. 999  zegt dat HEILIGE DIENST: "Dienst of arbeid die heilig is en rechtstreeks verband houdt met de aanbidding van God".

In de eerste plaats moet de persoon in kwestie zelf heilig of rein zijn om heilige dienst of arbeid voor God te verrichten. In dit opzicht is het alweer een kwestie van wie bepaalt dat?

Waar liggen de grenzen?
Daarom staat in de Wachttoren van
15/11 2000 blz. 14 par. 16 Christenen putten geluk uit het verrichten van dienst  §16 "Het staat niet aan ons te bepalen wat de juiste manier is om God te aanbidden. Nauwkeurige schriftuurlijke kennis, geestelijk inzicht en goddelijke wijsheid zijn uitermate belangrijk. Anders kan er van alles totaal misgaan".

Wanneer het niet aan ons staat, aan wie komt het dan wel toe? De paragraaf geeft aan dat "nauwkeurige kennis, geestelijk inzicht en goddelijke wijsheid" uitermate belangrijk zijn.

Daar kan ik mij gemakkelijk mee vereenzelvigen. En de meer dan veertig jaar dat ik 'christelijke of stichtelijke' lectuur las heeft mij bijzonder gevoelig gemaakt voor goddelijke wijsheid en interventie.

Alleen al het feit dat de organisatie en het besturende lichaam schrijven dat het "niet aan ons toekomt om te bepalen wat de juiste manier is om God te aanbidden" is een verbodsteken voor ons, maar een gebodsteken voor hen. En wij zitten nog steeds in hetzelfde schuitje dat zij als kapiteins sturen, namelijk hun eigen aanstelling om als 'beleidvolle slaaf' het heft in handen te houden. In deze context kun je het woord heft ook gebruiken als 'handvat' van een mes en de waarschuwing gebruiken die in de wachttoren staat van 15/11 blz. 15 par. 18 Christenen putten geluk uit het verrichten van dienst "Jezus waarschuwde ook: „Het uur komt dat een ieder die u doodt, zal menen God een heilige dienst te hebben bewezen".

Niet dat de organisatie en het besturende lichaam in de gevangenis zullen terechtkomen omdat zij geestelijke moordenaars zouden zijn.

Maar voor mij is het duidelijk geworden, dank zij de organisatie en het besturende lichaam, dat wat Jezus Christus uitdrukkelijk zei "Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten” in Mattheüs 4:10.
Het is voor mij en voor jou en voor gelijk wie niet nodig om op je knieën te zitten voor de organisatie en het besturende lichaam of voor gelijk welke organisatie maar ook.

In dit geval gaat de Wachttoren in vervulling, al is het anders dan dat de organisatie en het besturende lichaam bedoelden.
w80 15/11 blz. 26 par. 15 Heilige dienst in deze "tijd van het einde” Veronderstel echter eens dat de autoriteiten van het land ons verbieden onze aanbidding als christelijke getuigen van Jehovah voort te zetten. Hoe staat het er nu mee wanneer wij de woorden van de apostelen van Christus opnemen: "Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen”?

Staat in die publicatie dat wij "de organisatie en het besturende lichaam" meer moeten gehoorzamen dan mensen.

VERGEET A.U.B. NOOIT DAT "EEN organisatie en het besturende lichaam" UIT MENSEN BESTAAT. ik herhaal dat een organisatie niets, maar dan ook niets kan doen, het zijn de mensen in die organisatie die het doen.

Door hun autoritair gedrag, het misbruiken van mensen, het interpreteren van bijbelteksten en leerstellingen, data en tijdsprofetieën die telkens weer verschoven en herinterpreteerd moeten worden enz., brengen zij smaad op Gods naam i.p.v. die naam, waar zij zich achter verschuilen, te verheerlijken.

Een sterke band met God kun je onmogelijk verwerven wanneer je Hem verkeerd voorstelt en eigenschappen toeschrijft die uit een menselijk brein komen.

dinsdag 12 mei

Ik loof u ... omdat gij deze dingen voor de wijzen en intellectuelen hebt verborgen en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard. -Matth. 11:25.

Zelfs als je op school geen uitblinker was, moet je niet denken dat je "de diepe dingen Gods" niet kunt begrijpen (1 Kor. 2:10). Tijdens Jezus' aardse bediening openbaarde Jehovah zijn voornemen niet aan wijzen en intellectuelen, maar aan ongeletterde en gewone mensen die nederig genoeg waren om zich door zijn dienstknecht te laten onderwijzen. Ze leken kleine kinderen vergeleken bij de mensen die op de scholen waren onderwezen (Hand. 4:13). Ook in deze tijd gebruikt Jehovah zijn geest om zijn organisatie te leiden, en die organisatie geeft Gods verenigde volk begrip van de Bijbel (Hand. 20:28; Ef. 4:3-6). Wereldwijd volgen alle gemeenten hetzelfde programma voor Bijbelstudie. In de loop van een aantal jaren wordt het hele scala van Bijbelse leerstellingen behandeld. De heilige geest is via de gemeente werkzaam om mensen te helpen de juiste instelling te ontwikkelen om "de diepe dingen Gods" te begrijpen. - Hand. 5:32.

De Wachttoren van 2007 1 november 2e studieartikel blz. 28 §5, 6.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  wij gaan die bijbeltekst van 1 Kor. 2: 10 er eens bijhalen: 1 Korinthiërs 2:10. "Want aan ons heeft God het geopenbaard door middel van zijn geest, want de geest onderzoekt alle dingen, zelfs de diepe dingen Gods".

Zoals je kunt zien heb ik "aan ons" benadrukt en je weet ondertussen wat dat betekent nietwaar. Voor diegenen die het nog niet weten leg ik het nog eens uit.

De context toont twee klassen van mensen aan, diegene die op menselijke wijsheid vertrouwen of gebruiken (vs5) en diegene die Gods wijsheid zouden prefereren (vs7), daar kun je er zelf nog wel enkele aan toe voegen.
Persoonlijk heb ik mij altijd geconcentreerd op datgene wat
Jezus Christus in de bergrede van Mattheus, als eerste van de 'gelukkig verklaringen' onderwees: hoofdstuk 5: 3 "Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood, want hun behoort het koninkrijk der hemelen toe".

Door omstandigheden bleef dat zo' n 10 jaar lang alleen bij het lezen van de publicaties. Toen deze omstandigheden veranderden maakte ik snelle vorderingen, alhoewel ik een andere  bijbelstudieleraar wilde, iemand die dieper ging dan alleen maar zeggen "de bijbel" zegt het en dan een tekst aanhalen die voor hem ogenschijnlijk voldeed, maar niet altijd voor mij.

Hiermee bedoel ik dat wat studeren betreft, wilde ik onbewust, want ik kende de bijbel niet, van in het begin de 'diepere dingen' Gods leren kennen.

Voor mijzelf ben ik best tevreden en ik blijf mijn 'geestelijke nood' verder en dieper bevredigen.

In het commentaar van de organisatie en het besturende lichaam wordt subtiel gebruik gemaakt van 1 Kor. 2 in combinatie met Hand. 4: 13. Toen zij nu zagen hoe vrijuit Petrus en Johannes spraken en bemerkten dat zij ongeletterde en gewone mensen waren, verwonderden zij zich. En zij gingen hen herkennen als [personen] die met Jezus waren geweest. en dan nog een niet genoemde tekst, deze Mattheüs 11:25. "In die tijd nam Jezus het woord en zei: „Ik loof u in het openbaar, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat gij deze dingen voor de wijzen en intellectuelen hebt verborgen en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard".

Voila, en hiermee is de basis gelegd om de organisatie en het besturende lichaam te introduceren.

Ik gebruik hun eigen woorden: "Ook in deze tijd gebruikt Jehovah zijn geest om zijn organisatie te leiden, en die organisatie geeft Gods verenigde volk begrip van de Bijbel" en nu weet je direct op wie het door mij benadrukte of vet gedrukte 'aan ons' betrekking heeft.

Wanneer je studie hebt of hebt gehad, dan is één van de eerste dingen die men je leert, en de bijbel wordt daarvoor gebruikt, dat is dat je geen deel van de wereld kunt zijn en tezelfdertijd een Getuigen van Jehovah.

De manieren waarop de 'bijbelstudies' opgesteld en gegeven worden,"en ik noem het nú een leerstelling", zijn zo subtiel dat je het meestal maar bemerkt wanneer je er zelf de dupe van wordt.

Deze "vervreemding" is een van de basis behandelingen die het enorm moeilijk maken om jezelf te blijven en daarmee bedoel ik dat anderen voor jou zullen denken, spreken en leven.
Deze manieren schakelen geleidelijk je persoonlijk geweten uit dat vervangen wordt door het collectief geweten van de gemeente, het geweten van het lichaam van ouderlingen en als groep uiteraard door het geweten van de organisatie en het besturende lichaam.

Het ergste van dit alles is dat je zelfs gelukkig zult zijn om een slaaf van de organisatie en het besturende lichaam te worden, omdat je honderd procent overtuigd bent dat je door hen een slaaf van Jezus Christus bent. Maar zoals Jezus Christus zelf zei "twee meesters dienen kan niet".

Alhoewel er geschreven staat dat Jezus Christus zegt dat hij verdeeldheid zal brengen worden deze schriftplaatsen niet in overeenstemming met een Christelijke levenswijze gebruikt en ik haal die teksten aan: Mattheüs 10:32-39. Belijdt daarom iemand voor de mensen dat hij in eendracht met mij is, dan zal ook ik voor mijn Vader, die in de hemelen is, belijden in eendracht met hem te zijn; 33 maar al wie mij verloochent voor de mensen, die zal ook ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is. 34 Denkt niet dat ik gekomen ben om vrede op de aarde te brengen; ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar een zwaard. 35 Want ik ben gekomen om verdeeldheid teweeg te brengen tussen een mens en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een jonge vrouw en haar schoonmoeder. 36 Ja, ’s mensen vijanden zullen zijn eigen huisgenoten zijn. 37 Wie grotere genegenheid voor vader of moeder heeft dan voor mij, is mij niet waardig; en wie grotere genegenheid voor zoon of dochter heeft dan voor mij, is mij niet waardig. 38 En wie zijn martelpaal niet aanvaardt en mij niet navolgt, is mij niet waardig. 39 Wie zijn ziel vindt, zal ze verliezen, en wie zijn ziel verliest ter wille van mij, zal ze vinden.

Hier bedoel ik mee dat er geen enkel origineel evangelie of document is dat Jezus Christus dit zou gezegd hebben en zeker niet dat de organisatie en het besturende lichaam dit op haar eigen interpretaties kan of mag toepassen.

De miljoenen die wegblijven zijn grotendeels geconfronteerd met onrechtvaardige toepassingen van wat Jezus Christus zou gezegd hebben. Even als de vele oorlogen onderling en deze die in de naam van God werden en worden uitgevochten. (zie zeker het volgende).

WOENSDAG  13  MEI

Mijn geweten legt met mij getuigenis af in heilige geest - Rom. 9:1.

§9 De Bijbel maakt duidelijk dat het geweten het innerlijke vermogen is om naar je daden te kijken en ze te beoordelen. Het is alsof een innerlijke stem je zegt of een handelwijze goed is of niet. Die stem kan bijvoorbeeld van tevoren spreken als je overweegt iets te doen wat morele aspecten heeft. Je geweten kan je helpen om iets wat je wilt gaan doen, te beoordelen en je voor te stellen hoe je je zult voelen als je het gedaan hebt. §10 Meestal gaat je geweten spreken nadat je iets gedaan hebt. Toen David op de vlucht was voor koning Saul, was hij een keer in de gelegenheid iets oneerbiedigs tegenover Gods gezalfde koning te doen, en hij deed dat. Naderhand 'bleef Davids hart hem slaan' (1 Sam. 24:1-5; Ps. 32:3, 5). Het woord 'geweten' wordt in dat verslag niet gebruikt; toch is dat nu precies wat David voelde - de reactie van zijn geweten. We hebben allemaal wel eens last gehad van ons geweten. Als iemand naar Zijn geweten handelt, kan dat een gevoel van vrede en voldoening geven.          

De Wachttoren van 2007 15 oktober 1e studieartikel blz. 20 §9, 10.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  Romeinen 9: 1 die hierboven in hun commentaar gebruikt wordt maakt al direct duidelijk dat het om het persoonlijk geweten gaat van Paulus. Zo wordt op blz. 22 van vermelde Wachttoren §14 geschreven dat ook Adam en Eva een geweten meekregen en wij hebben ons geweten van hen geërfd.
Bij dezelfde procedure kregen zij, Adam en Eva ook een vrije wil mee, en die ook hebben wij gelijk meegekregen.
Nu wil ik wel eens stilstaan bij die overdrachten. Vermits Adam en Eva als volmaakte mensen bewust zondigden hebben zij geen recht meer op 'eeuwig leven', dat is mij toch geleerd.
Daar zij door bewust te zondigen onvolmaakt werden en gij en ik en de rest van de mensheid vanaf het begin daardoor "onvolmaakt" op de wereld gezet.

En nu de hamvragen: hebben wij dan een onvolmaakte wil en een onvolmaakt geweten?
Dat zal wel zo zijn zeker? Als dit zo blijkt te zijn in hoeverre zijn wij dan verantwoordelijk voor alles wat wij doen of niet doen?

Het geweten is in de praktijk nog steeds een wisselwerking van het verstand en het denkvermogen van het hart. De morele regels zijn er, maar werken niet automatisch en evenmin accuraat.
Ze werken evenmin synchroon met ander individuen en nog veel minder met andere culturen en weet ik veel. Het zijn ook niet altijd dezelfde regels en verschillen "en gros" evenveel van elkaar als mensen "en gros" van elkaar verschillen.
Neemt o.a. maar de vingerafdrukken en het bloed in het lichaam.

Toch, alhoewel uniek, zijn de hoofdkenmerken algemeen. Wij nemen Romeinen 2: 14 Want telkens wanneer mensen der natiën, die geen wet hebben, van nature de dingen der wet doen, zijn deze mensen, al hebben zij geen wet, zichzelf tot wet. 15 Zij zijn juist degenen die tonen dat de inhoud van de wet in hun hart staat geschreven, terwijl hun geweten met hen getuigenis aflegt en hun eigen gedachten onderling hen beschuldigen of zelfs verontschuldigen. 

Deze tekst toont eveneens aan dat het geweten van een mens ZIJN geweten is. Uiteraard is een geweten gevormd, maar het kan ook misvormd zijn, het kan geoefend worden, bijgestuurd, vervormd en zelfs dichtgeschroeid worden. Je kunt het laten spreken en het ook het zwijgen opleggen, kortom je kunt er alle kanten mee uit, als je wilt en het toelaat.

Zie je als je wilt? Dus willen en geweten zijn doorgaans vrijheden die wij ons kunnen veroorloven zolang wij geen inbreuk maken op de vrijheid van anderen of de wil van een ander niet onderdrukken.
De subtiele manieren in voorgaand commentaar sporadisch besproken zijn voldoende om te beseffen dat het niet de Christus is die ook maar iemand dwingt een bepaalde weg te gaan, maar de organisatie en het besturende lichaam doen dat wel. Zij vertellen ons dat wij de diepe dingen Gods dienen te kennen, maar alleen en uitsluitend door hen.

Wil je nu nog eens de bijbel nemen en dan Openbaring 2: 24 Maar tot de overigen van U die in Thyatira zijn, allen die deze leer niet hebben, degenen namelijk die de „diepe dingen van Satan” — zoals zij zeggen — niet hebben leren kennen, zeg ik: Ik leg U geen andere last op.

Zoals je misschien reeds wist heeft Satan in zijn reservoirs eveneens veel "diepe dingen" om mensen te misleiden.
Daarom moet je de "diepe dingen" van God kennen om de "diepe dingen" van Satan te herkennen en te verwerpen. Het doel van Satan was van in het begin mensen van God af te trekken door ze achter zich te krijgen.

Het commentaar van de organisatie en het besturende lichaam zegt dat het geweten meestal gaat spreken nadat je iets gedaan hebt. Ik veronderstel nadat je iets verkeerd, fout of slechts gedaan hebt.

Ik haal nu even §18 aan van vermelde wachttoren: 18 Wat valt er te zeggen over de invloed van onze omgeving op ons geweten? We hebben misschien de invloed ondervonden van het denken en doen van onze familieleden en van de omgeving waarin we zijn opgegroeid. Dat kan de signalen van ons geweten gesmoord of vervormd hebben. Ons geweten sprak met het ’accent’ van anderen om ons heen.

Het enige wat ik nu ga doen is een bepaald gedeelte vervangen en benadrukken en jij mag uitmaken of het zo is of niet.

18 "Wat valt er te zeggen over de invloed van onze omgeving op ons geweten? We hebben misschien de invloed ondervonden van het denken en doen van de organisatie en het besturende lichaam en dat kan de signalen van ons geweten gesmoord of vervormd hebben. Ons geweten sprak en spreekt nu grotendeels met het ’accent’ van wat in de publicaties staat, met inbegrip van de Nieuwe Wereldvertaling. Daarboven komt nog eens wat ons tijdens alle vergaderingen onderwezen wordt."

Onze vrienden, familie en zelfs gezinsleden spelen praktisch geen rol meer in ons leven, maar de nieuwe vrienden en datgene wat wij nu leren hebben prioriteit zoiets hebben wij vroeger  nooit ervaren.  Wij zijn er zo vol van dat alleen deze belevenis ons nog goed doet, totdat???

Uiteindelijk de vervreemding zo erg  is dat je zelfs je eigen vrienden, familieleden, ouders, je eigen kinderen, wanneer zij niet diezelfde handelwijze van jou volgen, als vreemden gaat behandelen.

De woorden van Jezus Christus gaan zo letterlijk in vervulling dat het voor jezelf een uitgemaakte zaak is die uitsluitend aan je vervreemde vrienden, familieleden, ouders, je eigen kinderen te wijten is, zij zijn de schuldigen, de bijbel bewijst het.

[(Zie Matt. 10: 34-36), maar ik zeg je dat Jezus Christus dit nooit zo bedoeld kan hebben als de organisatie en het besturende lichaam het onderwijst.]

Voorlopig zijt ge daar zo van overtuigd, en de organisatie en het besturende lichaam en al je nieuwe vrienden zullen dit uit eigen ervaring kunnen beamen.

En van de miljoenen die de organisatie en het besturende lichaam hebben verlaten zijn er praktisch evenveel, of zelfs meer, die juist daarom de organisatie en het besturende lichaam hebben verlaten, maar daarom niet goddeloos zijn geworden, maar menselijker.

DONDERDAG  14  MEI

Wordt daarom navolgers van God, als geliefde kinderen. - Ef. 5:1.

Jehovah is "vergevensgezind"; hij schenkt "ware vergiffenis" (Ps. 86:5; 130:4). We geven er blijk van geliefde kinderen van Jehovah te Zijn als we hem navolgen. We zijn allemaal zondaars en hebben Jehovah's vergeving heel hard nodig. We moeten daarom oppassen als we niet geneigd zijn iemand anders te vergeven. We zouden als de slaaf in Jezus' gelijkenis kunnen worden die weigerde zijn medeslaaf een schuld kwijt te schelden die slechts een fractie was van de schuld die Zijn meester hem al kwijtgescholden had. Toen de meester dat hoorde, liet hij de slaaf die niet wilde vergeven in de gevangenis werpen. Jezus besloot de gelijkenis met de woorden: "Zo zal ook mijn hemelse Vader met u handelen indien niet een ieder van u zijn broeder van harte vergeeft" (Matth. 18:21-35). Als we over die gelijkenis mediteren en erover nadenken hoe vaak Jehovah ons vrijelijk vergeven heeft, zal dat ons beslist helpen wanneer we proberen een conflict met een broeder of zuster bij te leggen! -   Ps. 19:14.

De Wachttoren van 2007 1 oktober 3e studieartikel blz. 26 §18.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  dat is weer zo'n situatie die verwarring teweeg brengt mede verdeeldheid in veel gemeenten, maar ook in persoonlijke verhoudingen. Ik heb daar vroeger reeds commentaar over gegeven.

De illustratie die hierboven gebruikt wordt is voortgekomen uit de procedure die Jezus Christus instelde om moedwillige zondaars aan de kaak te stellen. (Mattheus 18: 15-17).

De illustratie waar het omgaat toont duidelijk dat diegene met een enorme schuld voor zijn eigen een dringend beroep op de schuldeiser deed die daardoor de schuld zelfs kwijtschold. Zie vs 32.
Daartegenover kon hij geen enkele empathie opbrengen voor een schuldenaar die hem in vergelijking maar enkele centen schuldig was. Vs 28-30.

Het resultaat van de illustratie was dan ook dat diegene met de grote schuld niets begrepen had of wilde begrijpen dat hem barmhartigheid was bewezen, met alle gevolgen van dien.

In het vers 35 stelt Jezus Christus barmhartigheid gelijk met vergevensgezindheid waardoor Petrus zijn eigen conclusies kon trekken over de door hem gestelde vraag.

Wanneer het over minder belangrijke zaken gaat kan liefde als dekmantel worden gebruikt.    1 Petrus 4: 8 "hebt bovenal intense liefde voor elkaar, want liefde bedekt een menigte van zonden".

Toch zijn er zonden die je niet zo maar kunt of mag vergeven. Lukas 17: 4 "zelfs indien hij zevenmaal per dag zondigt en zevenmaal bij u terugkomt en zegt: 'ik heb berouw', moet gij hem vergeven.  Het is zonder meer duidelijk dat 'berouw' de cruciale factor is wil het vergeven zin hebben. Ik ga zelfs iets verder, het moet oprecht berouw zijn en indien het mogelijk is moet de schuldenaar alles doen naar vermogen om de zaken recht te zetten, wat als bewijs van zijn oprechtheid kan aanvaard worden. Handelingen 26: 20 (...) dat zij berouw moesten hebben en zich tot God moesten keren door werken te doen die bij berouw passen".

Hierbij behoren eveneens zonden die men aan de autoriteiten dient bekend te maken. Alhoewel de organisatie en het besturende lichaam het kerkelijk recht uitoefenen is er een precedent dat tot nadenken stemt:

In verband met de "pedofilie zaken" is de organisatie onder druk van de media tot een verbeterde samenwerking met de autoriteiten gekomen, wat niet wegneemt dat de smaad die ondertussen op Jehovah’s Heilige Naam is geworpen niet te wijten is aan diegenen die de feiten naar buiten hebben gebracht, maar bij diegenen die deze feiten trachten te verbergen.

NEEM NOTA DAT: In verband met de pedofiliekwestie er opmerkelijke veranderingen zijn doorgevoerd op minder dan een jaar tijd, onder druk van o.a. de BBC . Voor België werd dit  programma in “Panorama” vertoond.

De eerste brief hierover die, door de organisatie en het besturende lichaam naar alle gemeenten werd gestuurd, dateert van 15 februari 2002 en zegt dat het inlichten van de autoriteiten een persoonlijke beslissing is en er zeker geen sancties tegen de persoon opgelegd mogen worden.

Kun je navragen bij de secretaris van jouw gemeente.

De tweede brief dateert van SCF 24 oktober 2002 en zegt duidelijk  dat wanneer er een potentieel gevaar bestaat voor kinderen dan dienen de ouderlingen de autoriteiten in te lichten.

Kun je eveneens navragen.

De organisatie publiceerde meermaals het kindermisbruik van andere religies. Deze verplaatste de dader(s) meestal  naar een andere parochie of instelling.
Toch is hun eigen handelwijze laakbaarder dan die van het ‘ontrouwe Jeruzalem’ omdat zij niet alleen de  handelwijze van hetzelfde misbruik  verhulde maar de dader(s) in sommige gevallen handhaafden in de verantwoordelijke posities die zij bekleden.

Erger nog zijn de sancties, maar sommigen die de feiten bloot legden mettertijd of juist voordien werden uitgesloten en daardoor niet meer geloofwaardig konden overkomen.

Eén van de grootste schandalen in de geschiedenis van de wachttoren organisatie is dan ook het publiekelijke programma dat door de BBC vertoond werd op 28 mei 2002.

De video is op te halen via Eleuthera.aggelia.be

Uiteraard kan de organisatie niet verantwoordelijk gesteld worden voor kindermisbruik in plaatselijke gemeenten, maar wel voor de manieren waarop daders en beschuldigers van die daders behandeld werden en worden. Wij zeggen worden, ja omdat zolang iemand die ‘aanklachten’ indient, als een ‘verklikker’ behandeld wordt en niet als een beschermer van de kudde, zullen allerlei mistoestanden verdoken blijven. Dit geldt beslist niet voor alle gemeenten.

Heb je opgemerkt dat de eerste brief gedateerd is op 15 februari 2002.

Het genootschap wist toen reeds dat het programma zou worden uitgezonden, daarom moesten ‘verklikkers’ uitgesloten worden.
Toch staat er in deze brief dat het een persoonlijke keuze zou zijn om de autoriteiten in te lichten en diegenen die de autoriteiten wel op de hoogte brachten mochten geen sancties opgelegd worden.

Wat zei Jezus Christus ook weer in zijn beroemde bergrede volgens Matthéüs 5: het vers 20: "want ik zeg u, dat indien uw rechtvaardigheid niet overvloediger is dan die van schriftgeleerden en Farizeeën, gij het koninkrijk der hemelen geenszins zult binnengaan".

De tweede brief dateert 24 oktober 2002, dus ongeveer acht  maanden later en nu moesten de autoriteiten wel ingelicht worden. Kun je nog volgen?  Ik wel, omdat de druk voordien alleen maar van binnenuit kwam en daar kun je iemand het zwijgen opleggen. Ik zeg ‘iemand’, maar niet iedereen.

En nog iets dat je dient te weten. De basistekst die in de brief van 24 oktober gebruikt wordt is Rom. 13:1 (vermits kindermisbruik een misdaad is en gemeld dient te worden zijn logischerwijs alle misdrijven oorzaak om de autoriteiten op de hoogte te brengen, uitgezonderd de specifieke zonden in verband met het geloof).

.Romeinen 13 (en hiermee is beslist nog niet het laatste woord gezegd) beslaat beslist een terrein of liever terreinen, waarop de organisatie onverantwoordelijk en onbeleidvol is opgetreden door in het burgerlijk  leven van hun leden beslissingen door te voeren.

Daar kun je beslist zelf een lijst van opstellen.

Wat is nu belangrijker het persoonlijk geweten of de reputatie van de organisatie en het besturende lichaam?
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 10:32 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van de dagtekst 6 MEI tot en met 10 MEI

woensdag 6 mei

God weet dat nog op de dag dat gij ervan eet, uw ogen stellig geopend zullen worden en gij stellig als God zult zijn, kennend goed en kwaad. Gen. 3:5.

Satan slaagde erin Adam en Eva ertoe te brengen tegen Jehovah's heerschappij in opstand te komen. Die opstand vormde een aanval op Gods soevereiniteit. In welke zin? Door Eva te vertellen dat ze 'volstrekt niet zou sterven' als ze van de verboden vrucht at, insinueerde Satan dat Jehovah loog en dus onbetrouwbaar was. Satan suggereerde ook dat Adam en Eva beter af waren als ze Gods gebod zouden negeren en onafhankelijk hun eigen weg zouden gaan (Gen. 3:1-6). Dat was een directe aanval op de rechtmatigheid van Gods heerschappij. Wat zou Jehovah doen? Jehovah maakte duidelijk dat hij de situatie volkomen beheerste toen hij onmiddellijk tot actie overging en het oordeel over de opstandelingen uitsprak. Hij verklaarde Adam en Eva de gave van eeuwig leven onwaardig en verdreef hen uit de Hof van Eden. Gen. 3:16-19, 22-24.

De Wachttoren van 2007 1 december 1e studieartikel blz. 21 §7, 8.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  als volmaakte mensen was de keuze die zowel Adam en Eva maakten voor ons onvolmaakte mensen eerder onbegrijpelijk. Zelfs het commentaar dat Paulus over Eva vertelt, volgens de Bijbel onder inspiratie van Gods geest geschreven werpt meer vragen op dan antwoorden.

Paulus schrijft in 1 Timotheüs 2:14. "Ook werd Adam niet bedrogen, maar de vrouw werd grondig bedrogen en geraakte in overtreding".

1)                             Hoe kon Eva bedrogen worden vermits de Bijbel duidelijk maakt dat zij dagelijks contact hadden met God? Genesis 3:8 "Later hoorden zij de stem van Jehovah God, die omstreeks het winderige gedeelte van de dag in de tuin wandelde ", of was zij uiteindelijk minder volmaakt?

2)                              Waarom stelde Eva geloof in de als slang vermomde engel, terwijl God haar alles had gegeven?

3)                             En was Adam zo rap te verleiden om direct de zijde van zijn vrouw te kiezen?

4)                             Was zijn dankbaarheid zo miniem dat hij niet kon wachten tot 'het winderige gedeelte van de dag' om het met God te bespreken?

5)                             Enz, enz enz...

Het feit dat Adam en Eva een vrije wil hadden meegekregen maakte die keuze erg dubieus.

Terwijl de macht van het geestelijk schepsel bleef gehandhaafd, alhoewel onder voorwaarden.

Dat daardoor Gods soevereiniteit in het gedrang werd gebracht is nog niet zo vaststaand als ze ons willen doen geloven. Hij is tenslotte de formeerder van alles en iedereen, dus wat moet er uiteindelijk bewezen worden?

Als volmaakte schepselen zo snel hun eigen gedachten en verlangens willen bevredigen is het niet verwonderlijk dat onvolmaakte mensen bredere wegen willen bewandelen?

ondertussen zijn De Wachttorenorganisatie en het Besturende lichaam er op een lucratieve wijze in geslaagd om hun interpretatie van de Bijbel op een subtiele manier over te brengen aan goed gelovige mensen.

Door hun hoop op het paradijs en eeuwig leven te beloven, zullen zij alles wat de organisatie en het besturende lichaam schrijven en prediken, blindelings aanvaarden. Ik begrijp hen heel goed, want ik spreek uit jarenlange persoonlijke ervaring.

Nergens, maar dan ook nergens, heeft God noch zijn Zoon Jezus Christus aan één organisatie die autoriteit gegeven. De "illustratie" van Mattheus 24: 45,, die de Wachttoren-organisatie en het Besturende lichaam op zichzelf toepassen, heeft enkel tot doel om elkaar te helpen teneinde Jehovah en Zijn zoon beter te leren kennen en na te volgen.

Daarmee bedoel ik niet dat er geen organisatie mag zijn, maar...      De bijbel zegt duidelijk in 1 Timotheüs 2:5-6. "Want er is één God en één middelaar tussen God en mensen, een mens, Christus Jezus, 6die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen [hiervan] dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis te worden afgelegd.

Wanneer de organisatie en het besturende lichaam zichzelf het recht toekennen om via het predikingwerk en dan specifieker "het van huis tot huis – van deur tot deur" werk zich als ''Gods organisatie" uit te geven, is kenmerkend voor gelijk welke religieuze organisatie.

Dat juist dit werk, volgens hun eigen organisatieboekjes vanaf 1972 t.e.m. 2005, uiteindelijk een 'handelsmerk' is geworden, kan in de ogen van hen en hun leden juist zijn, maar daarom nog niet in de ogen van God of Zijn zoon.

Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn dat wanneer God een werktuig, één organisatie gebruikt, dit werktuig of die organisatie(s) zich niet boven diegene verheft of verheffen die het werktuig hanteert.

Jesaja 10:15. "Zal de bijl zich verheffen boven degene die ermee hakt, of de zaag zich grootmaken boven degene die haar heen en weer beweegt, alsof de staf degenen die hem opheffen heen en weer bewoog, alsof de stok hem ophief die geen hout is"?

alleen god bepaald wie eeuwig leven waardig is of niet.

 

DONDERDAG  7  MEI

Wanneer gij echter blijk blijft geven van begunstiging, begaat gij een zonde. -  Jak. 2:9.

Als we rijke of prominente personen bevoordelen, zouden we minder gevoelig kunnen worden voor "het klaaggeschrei van de geringe" Spr. 21:13). Begunstiging werkt belemmerend op een barmhartige houding. We tonen barmhartigheid door anderen onpartijdig te behandelen. Betekent onpartijdigheid dat we nooit speciale achting voor iemand mogen tonen? Beslist niet. De apostel Paulus schreef in verband met zijn medewerker Epafroditus aan de christenen in Filippi: "Blijft dat soort van mannen dierbaar achten." Waarom? "Want ter wille van het werk des Heren is hij de dood zeer nabij geweest, doordat hij zijn ziel aan gevaar heeft blootgesteld ten einde het volledig te vergoeden dat gij niet hier waart om persoonlijke dienst voor mij te verrichten" (Fil. 2:25, 29, 30). De trouwe dienst van Epafroditus verdiende erkenning. Ook goede geestelijke eigenschappen verdienen erkenning (1 Tim. 5:17). Het tonen van die achting is geen begunstiging.

De Wachttoren van 2007 15 september 2e studieartikel blz. 26 §8, 9.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  laat ik eerst maar beginnen met het woord "begunstiging" zoals het in boven vermeld commentaar staat en juist is weergegeven met "bevoordelen". Het kan ook weergegeven worden met "beschermen".

Maar ik wil ook aandacht schenken aan het soort van personen die begunstigd bleken te worden in de gemeente. Jakobus schreef toch "wanneer gij echter blijk blijft geven (...).

De context maakt duidelijk dat het wel degelijk om 'rijk en arm' ging. Dat het commentaar daar ook 'prominente' personen bij betrekt is logisch omdat rijk en prominent zijn meestal een Siamese tweeling blijkt te zijn. Volgens de aanklacht was de 'rijke' een materieel rijke en volgens het woordenboek is een prominent iemand een vooraanstaande persoon.

Nu komen wij in een redelijk smal straatje terecht, want de mens in het algemeen heeft de neiging om zowel rijke of prominente figuren anders te bejegenen.

Soms zelfs naar het extreme toe en wel in twee richtingen, zowel positief als negatief.

Het commentaar brengt een directe toepassing door de tekst van spreuken 21: 13 'de geringe' te situeren en dat begunstiging belemmerend werkt op een  barmhartige houding.

Volgens Jakobus was dat ook zo, want de rijke kreeg een zetel op de eerste rij en de arme mocht plaats nemen onderaan zijn voetbankje om het figuurlijk uit te drukken.

Die handelwijze leidde, zoals hun commentaar zegt, uiteindelijk tot partijdigheid, maar de context zegt in de N.W. "klassenonderscheid". (Zie het vers 4 van Jakobus X2).

Daarom wil ik een verschil van terminologie maken. Partijdigheid heeft in deze context te maken met beoordeling onder beïnvloeding. Wat dus niet verkeerd hoeft te zijn. Klassenonderscheid heeft in dezelfde context echter te maken met "afdelingen" en/of "rangen".

Vermits de Nieuwe Wereldvertaling de vertaling van de Wachttoren organisatie is blijkt het logisch om de denkpiste van de organisatie en het besturende lichaam te volgen. En op de zoekrobot kreeg ik via Corse een antwoord dat mij bijzonder goed van pas kwam, hier komt het bewuste gedeelte in verband met "klassenonderscheid".

De priesters, die het onderwijs controleerden, zorgden ervoor dat het klassenonderscheid in de samenleving een permanent instituut werd en creëerden een systeem van waarden waardoor de bevolking in grote mate onbewust werd gehouden en waarmee ze begeleid werden in hun sociaal gedrag. door Corse » 25 aug 2005 15:37.

Het is mij niet vreemd dat de organisatie en het besturende lichaam redelijk veel overeenkomsten hebben met de door haar verguisde tegenstander 'de christenheid'.

Het is jou waarschijnlijk ook niet vreemd dat de organisatie en het besturende lichaam in serieuze afdelingen en rangen is onderverdeeld o.a. belijdende 'gezalfden', niet 'gezalfden' of de gedoopte en niet gedoopte 'verkondigers' als twee groepen met een verschillende bestemming. Ieder van hen kan streven naar een ambt, maar er zijn uitzonderingen wat de vrouwen betreft.

Dan komen ambtsdragers of opzieners volgens het boek 'georganiseerd om Jehovah's wil te doen' blz.37-58. (Dit boek is niet voor het publiek beschikbaar). Deze opzieners hebben uiteraard nog verschillende verantwoordelijkheden in de respectievelijke gemeenten zoals de presiderend opz., de secretaris ooit de meest verantwoordelijke genoemd, de dienstopziener, de wachttorenstudieopziener, de schoolopziener en de gemeenteboekstudieopziener. Samen vormen zij het 'lichaam van ouderlingen' met een eigen geweten, zoals ook de gemeente zelf een collectief geweten zou hebben. Iedere gemeente heeft dan nog een "dienstcomité" bestaande uit de presiderende opz., de secretaris en de dienstopziener. Daarnaast zijn er nog speciale comités, rechterlijke en beroepscomités, ziekenhuiscontactcomités, patiënten- bezoekgroepen, regionale bouwcomités, congreshalcomités en congrescomités en uiteindelijk, de stadsopziener. Daarboven komen dan de kringopziener, de districtopziener, het bijkantoorcomité dat drie of meer bekwame mannen omvat naargelang de behoeften. Dan hebben we nog de zoneopziener. En die worden geholpen door de dienaren en hun assistenten.

De speciale en gewone pioniers en de hulppioniers, zendelingen en bethelieten vind je op de blz. 112-116.

Al met al zijn dit voorrechten om gelijk welke titel of ambt te mogen vertegenwoordigen.

In de praktijk betekent dit een vruchtbare bodem voor de reden of redenen die Jakobus aan de kaak stelde in zijn tijd en zijn gemeente. En gezien de onvolmaakte mens alsmaar onvolmaakter wordt is de waarschuwing om geen klassenonderscheid te blijven dulden geen ijdel woord.

Het blijkt zelfs één van de voornaamste reden te zijn dat miljoenen de organisatie de rug toekeren, want dienend leiderschap wordt daardoor niet bevorderd, integendeel.

vrijdag 8 mei

Het Lam ... zal hen weiden en hen naar bronnen van wateren des levens leiden. -   Openb. 7:17.

Gods Woord noemt de gezalfde christenen die zorg dragen voor Christus' belangen op aarde "de getrouwe en beleidvolle slaaf". Toen Christus de "slaaf" in 1918 inspecteerde, zag hij dat de gezalfden op aarde getrouw in geestelijk voedsel "te rechter tijd" voorzagen. Jezus, de Meester, stelde hen dan ook graag "over al zijn bezittingen" aan (Matth. 24:45-47). De bezittingen van Jezus Christus, Jehovah's regerende Koning, omvatten alle Koninkrijksbelangen op aarde. Daarbij hoort ook "een grote schare" die de apostel Johannes in een visioen zag. Johannes beschrijft de grote schare als volgt: "Zie! een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natiën en stammen en volken en talen, staande voor de troon en voor het Lam, gehuId in lange witte gewaden, en er waren palmtakken in hun handen." Openb. 7:9.

De Wachttoren van 2008 15 januari 5e studieartikel blz. 24 §1, 2.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  de eerste zin van het artikel is voor de zoveelste keer een zin die zorgvuldig en subtiel is voorbereid. Ik herhaal die zin "Gods Woord noemt de gezalfde christenen die zorg dragen voor Christus' belangen op aarde "de getrouwe en beleidvolle slaaf".

Het feit dat Jezus Christus een illustratie gebruikt en de organisatie en het besturende lichaam daar een vaste toepassing op zichzelf aan geeft is op zijn minst voorbarig en tezelfdertijd aanmatigend. Hoe zit het dan met andere illustraties? En wat zijn de redenen dat Jezus Christus grotendeels in 'illustraties' sprak?

Mattheüs 24:45-47). "Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf, die door zijn meester over diens huisknechten is aangesteld om hen te rechter tijd hun voedsel te geven? 46 Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester hem bij zijn aankomst daarmee bezig vindt! 47 Voorwaar, ik zeg U: Hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen.

Ik heb daarom de schriftplaatsen overgenomen, zodat je nu gemakkelijk kunt volgen. Jezus Christus stelt in de eerste plaats een vraag. Deze vraag maakt duidelijk dat hij, Jezus Christus, die 'getrouwe en beleidvolle slaaf reeds had aangesteld. Dus was hij reeds in dienst van Jezus Christus en moest volop bezig zijn met het uitdelen van 'geestelijk voedsel'.

Jezus Christus  vervolgt dan door melding te maken van zijn aankomst en wanneer zij druk bezig zouden zijn met het uitdelen van voedsel zou hij hem zelfs al zijn bezittingen toevertrouwen.

Er zijn dus enkele voorwaarden waaraan voldaan moest worden. 1) Zijn aanstelling door Jezus Christus, 2) hij moet bezig zijn met geestelijk voedsel uit te delen. 3) Daarbij komt dan dat de slaaf  rekening met Jezus Christus komst moest houden.

Nu weet je dat zowel de Katholieke kerk als de ¨Protestantse kerken vele vertalingen van de bijbel hebben gerealiseerd, maar wereldwijd is de Bijbel ook door bijbelgeleerden gedupliceerd en verbeterd of aangepast, zowel aan de tijd als aan de vermeerderde handschriften. De organisatie en het besturende lichaam hebben hun eigen bijbel pas in de late uurtjes op de markt gebracht.

Wat religieuze geschriften betreft zijn de organisatie en het besturende lichaam beslist niet de enigen die er in voorzien, maar zeker niet de eerste. En de vele aanpassingen, veranderingen, vereenvoudigingen en tegenstrijdigheden van hun eigen lectuur maakt duidelijk dat er weinig of geen verschil is met hun voorgangers wat het eigenlijke doel is van hun lectuur en inspanningen. Zij mogen dan in de ogen van hun eigen aanhangers de beste zijn, dan kan ik alleen maar vaststellen dat zij de beste zijn van de christenheid.

Dan hebben wij de aankomst van Jezus Christus die door de organisatie en het besturende lichaam op 1914 is vastgelegd en waar zij voorlopig nog aan vast houden. Toch is ook die datum gebaseerd op hun "eigen tijdrekening" tegenover de tijdrekening van anderen, alhoewel maar met een verschil van 20 jaar.

De bewijzen daarvoor dragen zij zelf aan alhoewel alles staat of valt met de geschiedenis en de bijbel. Éen voorbeeld is de formatie van Adam die door de organisatie en het besturende lichaam op 4026 vGT is berekend maar de bewijzen zijn nu zo overweldigend dat de mens al veel langer op de aarde zou moeten zijn. Daarbij komt nog dat één scheppingsdag volgens vroegere uitleg van de organisatie en het besturende lichaam 7000 jaar bedroeg maar nu wordt er gesproken van duizenden jaren. Wanneer het ene mis blijkt te zijn hoe kan het andere dan overeind blijven?

 

zaterdag 9 mei

De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraakdie uit Jehovah's mond voortkomt. Matth. 4:4.

God wil dat we goed voor onszelf en ons gezin zorgen, wat onder andere inhoudt in hun en onze lichamelijke en geestelijke behoeften te voorzien. We moeten daarbij echter evenwichtig zijn en oppassen dat wereldse belangen en zorgen niet de belangrijker geestelijke zaken overschaduwen (Matth. 6:33). Helaas draait het leven van veel mensen bijna uitsluitend om het verkrijgen van materiële bezittingen. Het is echter onverstandig te proberen alleen met materiële dingen in al onze behoeften te voorzien. Uit een recent onderzoek onder miljonairs in Azië blijkt dat velen van hen "zich onveilig voelen en zich zorgen maken, ook al genieten ze de sociale status die hun rijkdom met zich meebrengt en hebben ze het gevoel iets bereikt te hebben" (Pred. 5:11). Jezus sprak over "de bedrieglijke kracht van de rijkdom" (Mark. 4:19). Waarom is rijkdom bedrieglijk? Omdat mensen denken dat rijkdom iemand gelukkig maakt, terwijl dat niet zo is.

De Wachttoren van 2007 1 oktober 1e studieartikel blz. 16 §5, 6.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  hier past uiteraard de schriftplaats van        1 Timotheüs 5:8. Ja, indien iemand niet voor de zijnen zorgt, en in het bijzonder voor hen die leden van zijn huisgezin zijn, dan heeft hij het geloof verloochend en is erger dan een ongelovige.

De organisatie en het besturende lichaam waarschuwen terecht dat men evenwichtig moet zijn en oppassen dat wereldse belangen en zorgen niet de belangrijker geestelijke zaken overschaduwen.

In veel gevallen zullen plichtsgetrouwe Getuigen van Jehovah hun uiterste best doen om 'geestelijke belangen' de eerste en grotendeels de enige belangen op de eerste plaats stellen. Nu kun je uiteraard zeggen dat men hiervoor de organisatie en het besturende lichaam niet aansprakelijk kan stellen. Zowel voor de positieve als de negatieve gevolgen. Direct gezien en louter aan de hand van wat iemand leest heb je gelijk, maar er zijn vele 'maren'. Ieder artikel op zich heeft een bepaalde gevoelswaarde en is gericht op "indoctrinatie" en "manipulatie". Deze handelwijze wordt reeds bij de 'bijbelstudie' ingecalculeerd. Prijzende woorden zijn niet uit de lucht en vragen zullen direct of indirect beantwoord worden. Gezien het feit dat vele religies niet in overeenstemming zijn met wat in de bijbel staat, is het niet zo moeilijk, vooral met mensen die de bijbel niet kennen, om een antwoord te verschaffen. Een van de beste wapens van de organisatie en het besturende lichaam worden juist verschaft door wat zij noemen de 'valse religie'. En terwijl je de fouten van anderen blootlegt hoef je niet over de eigen verkeerd voorgestelde en geschreven beginselen en leerstellingen te gaan discussiëren. Gebeurt dit wel, dan zal de bijbelstudie niet doorgaan.

Nu mag je niet vergeten dat alles wat je leest, ziet, hoort, voelt en ruikt je zal beïnvloeden. Daar is absoluut niks verkeerd aan, want dat is de manier waarop je leert en ervaring opdoet. Wanneer dit echter subtiel en met een aan het eigen doel gericht programma en stelselmatig gebeurt noemt men deze manier van doen 'hersenspoeling'.

Onlangs las ik een passende illustratie in verband met "indoctrinatie":

Wanneer je een kikker in heet water gooit, springt hij er onmiddellijk weer uit.

Wanneer je diezelfde kikker echter in een pan met lauw water doet, blijft het beestje zitten.

Stook je het vuurtje eronder geleidelijk op, dan merkt de kikker pas dat het water te heet is, en hij/zij al te versuft is om eruit te springen.

Zo werkt dwingende beïnvloeding, het heeft je in de greep voor je het beseft.

(ik heb persoonlijk ervaren dat je er zelfs van geniet en er volledig mee instemt, omdat wat er geleerd wordt het hart appelleert, maar daarom nog niet juist is).

Manipulatie: komt meestal later aan bod, maar is toch ingebouwd in de publicaties van de organisatie en het besturende lichaam. Er is uitsluitend informatie en leerstof beschikbaar die van de organisatie en het besturende lichaam komen. En alhoewel men aangemoedigd wordt om oudere publicaties te bestuderen en opzoekwerk te doen ontbreekt hier meestal de tijd voor. En wanneer je dan tegenstrijdigheden tegenkomt moet je die zien als toegenomen licht of verbeteringen. Gij die dit leest weet heel goed dat je bepaalde lectuur, vooral van diegenen die "afvalligen worden genoemd" door de organisatie en het besturende lichaam, niet mag lezen op straffe van 'uitsluiting' vooral wanneer je het propageert. Op die manier is er een gebrek aan openheid, transparantie en ervaring.

Aldus zijn de meningen en informatie van andersdenkenden niet beschikbaar door die geconditioneerdheid. In dit opzicht zijn de organisatie en het besturende lichaam de specialisten met niet alleen eigen ervaring, maar vooral de leringen die zij uit de geschiedenis kunnen halen. 

Wanneer zij in hun commentaar de rijkdom etaleren als 'niet gelukkige mensen' gaan zij voorbij aan het feit dat er veel meer ongelukkige armen zijn. Tezelfdertijd vergeten zij, zoals reeds gezegd, dat de organisatie en het besturende lichaam genoemd zijn als één van de rijkste organisaties. zij vermelden in hun jaarverslagen of het jaarboek, wel hun uitgaven aan speciale pioniers, zendelingen enz. maar schrijven nooit hun inkomsten. Vanaf het jaarboek van 1985 zijn de cijfers van de uitgaven vermeld. Tot en met het jaar 2008 hebben zij zomaar eventjes 1.522.886.374 $ uitgegeven. Dat is enorm veel geld en je moet het maar binnenkrijgen vooral via diegenen waar het aan uitgegeven wordt.

 

zondag 10 mei

Allen die de juiste gezindheid voor het eeuwige leven bezaten, werden gelovigen. - Hand. 13:48.

In het Bijbelboek Handelingen is het opwindende verslag bewaard gebleven van de reactie van de vroege christenen op Jezus' profetie dat het goede nieuws van het Koninkrijk op heel de bewoonde aarde gepredikt zou worden (Matth. 24:14). IJverige predikers baanden de weg voor al degenen die nog zouden volgen. Als resultaat van het vurige getuigenis van Jezus' discipelen in Jeruzalem stroomden duizenden mensen, onder wie "een grote schare priesters", de eerste-eeuwse gemeente binnen (Hand. 2:41; 4:4; 6:7). Net als in de eerste eeuw reageren ook nu "allen die de juiste gezindheid voor het eeuwige leven" bezitten gunstig op de waarheidsboodschap. Jehovah trekt zulke mensen naar zijn organisatie (Hag. 2:7). Is het niet hartverwarmend te weten dat Koninkrijksverkondigers in het dienstjaar 2007 ruim zes miljoen Bijbelstudies hebben geleid?

De Wachttoren van 2008 15 januari 3e studieartikel blz. 13 §1,3, 4.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  het verslag in Handelingen kan dan opwindend overkomen en de leitekst hoe schriftuurlijk ook, is per slot van rekening een dooddoener. De omstandigheden waarin iemand zijn leven moet slijten kan het praktisch onmogelijk maken om religie in de werkelijk zin van het woord te onderzoeken. Wanneer zo iemand dan geen 'bijbelstudie' aanvaard, is hij of zij voorlopig afgesneden van het eeuwige leven. Ook later als men met bepaalde zaken die veranderen of aan het licht komen niet gewetensvol akkoord kan gaan is men in de organisatie en met het besturende lichaam verplicht om mee te gaan. Ongehoorzaamheid wordt zonder mankeren met uitsluiting bestraft. Alhoewel ik moet zeggen dat wanneer je alles voor je eigen houdt en dus niemand weet van je ongehoorzaamheid, kun je blijven.

Nogal wiedes, maar God weet het toch, dus gaat het wel degelijk om de organisatie en het besturende lichaam zelf. Of zou het kunnen zijn dat de organisatie en het besturende lichaam zelf niet in hun God geloven?

Wanneer er melding van gemaakt wordt dat er in 2007 ruim 6.000.000 miljoen bijbelstudies werden geleid klinkt dit enorm. Van die 6.561.426 werden er in hetzelfde jaar 298.304 gedoopt.

Wanneer je het jaarboek neemt van 2007 dan zie je dat er gemiddeld 6.691.790 verkondigers bericht hadden ingeleverd. De dopelingen er nu bijgeteld zou dus 6.691.790 + 298.304 = 6.990.094 moeten zijn, akkoord?

In 2008 vertrekken wij echter met 6.829.455 volgens het jaarboek. Dit is een verschil van 6.990.094 - 6.829.455 = 160639. in de plaats van een toename van 298304 dopelingen zijn er maar 160639. dit wil zeggen dat er 298304 –160639 = 137665 personen waren die de organisatie hebben verlaten.

Bijgevolg kan een percentage vergelijking van [(137665x100):298.304]=46,15 % van het aantal gedoopte die zijn weggegaan en [(160.639x100): 298.304]= 53,85 % van het aantal gedoopte die zijn gebleven verhelderend werken of op zijn minst tot nadenken stemmen.

Ten titel van inlichting geef ik nu nog de gemiddelde tijdsduur die nodig blijkt te zijn om één gedoopte Getuige van Jehovah te rekruteren. De tijdspanne is vanaf 1971 t.e.m. 2008 dienstjaar 2007. Het aantal uren staat in de jaarboeken en ook het totaal van het gemiddelde aantal verkondigers. Die cijfers zijn uit de respectievelijke jaarboeken overgenomen en je kunt dit gemakkelijk nagaan, door alle cijfers van en tot die tijd op te tellen.

Het totaal aantal uren over die 37 jaar is 31.020.908 384. En het gemiddelde aantal verkondigers die tot in 2008  bericht hebben ingeleverd is 6.829.455 dus hoeven wij alleen maar het aantal uren te delen door dit aantal verkondigers, dat is 31.020.908.384 : 6829455 = 4.542 uren voor één nieuweling.

Nu mag jij eens schatten wat de kosten zouden kunnen zijn die de zes miljoen achthonderd negen twintig duizend vierhonderd vijf en vijftig verkondigers hebben gemaakt gedurende die éénendertig miljard en twintig miljoen negenhonderd en achtduizend driehonderd vierentachtig uren gedurende die 37 jaren.

Ik vergeet niet dat een mensenleven onbetaalbaar is, maar het stemt tot nadenken hoe die energie, inzet, motivatie, geldelijke, fysieke en geestelijke inspanningen niet beter zouden kunnen besteed worden. Tenzij de enorme drukkerijen, lectuur en de geldelijke bijdragen, de vrijwillige bijdragen, de verschillende manieren waarop leden en zelfs niet leden hun hebben en houwen hebben afgestaan aan de organisatie en het besturende lichaam. Daarbij komt nog het onroerend bezit, het aanzien en de daarmee gepaard gaande grootheid en trots, die zo overweldigend kan zijn dat zij een macht uitmaken die tot nu toe steeds 'corrumpeert'. Vergelijk met Markus 13:22. "Want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan, die tekenen en wonderen zullen doen ten einde, indien mogelijk, de uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen". Ik zeg niet dat het zo is, maar de mogelijkheid is er. De transparantheid is er echter niet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 20:13 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van de dagtekst 1 MEI tot en met 5 MEI

GIJ ZULT DE WAARHEID KENNEN EN DE WAARHEID ZAL U VRIJMAKEN
Johannes 8: 32

VRIJDAG  1 MEI

De zee ... en Hades gaven de doden in hen op, en zij werden ieder afzonderlijk geoordeeld overeenkomstig hun daden. - Openb. 20:13.

§16 Op een bepaald moment tijdens de Oordeelsdag zullen er boekrollen geopend worden. Samen met de Bijbel zullen die de basis vormen om alle levenden te oordelen en te bepalen of ze het waardig zijn eeuwig leven te verwerven (Openb. 20:12). Tegen het einde van de Oordeelsdag zal iedereen voldoende gelegenheid hebben gehad om te laten zien hoe hij als individu staat tegenover de strijdvraag van universele soevereiniteit. Zal hij zich aan de Koninkrijksregeling onderwerpen en het Lam toestaan hem naar "bronnen van wateren des levens" te leiden? Of zal hij weerstand bieden en weigeren zich aan Gods koninkrijk te onderwerpen? (Openb. 7:17; Jes. 65:20) Dan zal iedereen op aarde de kans hebben gehad zelf een beslissing te nemen, zonder beïnvloed te worden door de erfzonde of een goddeloze omgeving. Niemand zal de rechtvaardigheid van Jehovah's laatste oordeel in twijfel kunnen trekken. Alleen de goddelozen zullen voor eeuwig vernietigd worden. - Openb. 20:14, 15.
De Wachttoren van 2008 15 januari 5e studieartikel blz. 24 §16.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: zoals het commentaar zegt "zullen er boekrollen" geopend worden. Het enige wat ik hoop is dat die dan "onveranderlijke" waarheden mogen bevatten.

Waarom ik dat zeg en schrijf? Omdat bijna alles wat Russell, Rutherford, Knorr en consorten in al hun publicaties en traktaten uitgebazuind en als waarheden verkondigd hebben, achterhaald en niet uitgekomen is.

LET OOK NU OP wat De Wachttoren van '97 1/1 schrijft op blz. 12 par. 2 De grotere heerlijkheid van Jehovah’s huis "(...)Dienen wij echter niet blij te zijn dat het einde nog niet is gekomen? In dit decennium van de jaren ’90 zijn in Oost-Europa, delen van Afrika en andere landen beperkingen op de prediking van het goede nieuws naar het lijkt op wonderbaarlijke wijze opgeheven. Door wat zich als uitstel voordoet, zijn nog veel meer „schapen” in de gelegenheid om uit deze onlangs ontsloten gebieden bijeengebracht te worden. — Johannes 10:16".

Het is waar dat het "onlangs ontsloten" gebieden betreft, maar als het om meer "schapen" gaat is het een werk dat nooit hoeft op te houden want er zullen ALTIJD mensen in de organisatie terechtkomen. Met andere woorden: de "Grote Verdrukking en Armageddon" hoeven in het geheel of ten dele nooit te komen als het om redding van mensen gaat.

En wat denkt je van deze aantijging in De Wachttoren van 84 1/9 blz. 13 par. 2 Nu is het de tijd voor ijverige dienst. "Mocht iemand zijn leven in werkelijkheid niet aan God maar aan een datum hebben opgedragen, dan is hij misschien door zifting verwijderd".

Het 'genootschap en het besturende lichaam' geven hier de indruk dat hun leden een datum hebben aangedragen, wat niet anders is dan een misleidende en beschuldigende indoctrinatie voor diegenen die 'in de organisatie blijven'. Tezelfdertijd is het een 'stigma' voor diegenen die niet langer slaven van de organisatie en het besturende lichaam willen zijn en zich dan ook losmaken van hen. Zij noemen het 'misschien door zifting verwijderd', maar...

In werkelijkheid zegt en indoctrineren zij diegenen die blijven, dat diegenen die misschien door zifting zijn verwijderd, geen eeuwig leven waardig zijn. Evenwel zegt de Bijbel dat deze veroordeling op het einde van de 'Oordeelsdag' plaats kan vinden.         Ik concludeer daaruit dat "de organisatie en het besturende lichaam" meer dan duizend jaar vooruitlopen op Gods beslissingen.

Hoe mooi zij het ook voorstellen door te schrijven: " Zal hij zich aan de Koninkrijksregeling onderwerpen en het Lam toestaan hem naar "bronnen van wateren des levens" te leiden? Of zal hij weerstand bieden en weigeren zich aan Gods koninkrijk te onderwerpen?

Dus komt het hierop neer dat wanneer hij of zij zich niet aan "de organisatie en het besturende lichaam" onderwerpt, nu reeds door hen afgesneden worden van het "eeuwige leven".

Nu moet je eens goed nadenken over datgene wat zij schrijven in De Wachttoren van 88 1/1 blz. 26 par. 5 Blijf het Koninkrijk prediken: "Mensen zullen geoordeeld worden naar hun reactie op het goede nieuws. Daarom moet de prediking luid en duidelijk helemaal tot aan het einde toe blijven weerklinken".

Toch zegt de laatste zin van hun commentaar: "Alleen de goddelozen zullen voor eeuwig vernietigd worden".

ZATERDAG  2  MEI

De dingen waarop ik ten zeerste gesteld was, waren bij de zonen der mensen. -Spr. 8:31.

 Gedreven door liefde voor God spreken nieuwelingen die pas de Bijbelse waarheid hebben leren kennen soms zo vol overtuiging over Jehovah en het Koninkrijk, dat ze anderen er heel doeltreffend toe weten te bewegen de Bijbel te onderzoeken (Joh. 1:41). Liefde voor God is de sleutelfactor die ons ertoe beweegt discipelen te maken. Laten we die liefde daarom levend houden door geregeld in zijn Woord te lezen en erover te mediteren (1 Tim. 4:6, 15; Openb. 2:4). Liefde voor Jehovah heeft er zonder meer toe bijgedragen dat Jezus Christus een ijverige leraar werd.
Maar dat was niet de enige reden voor zijn doeltreffendheid als Koninkrijksverkondiger. Jezus bekommerde zich om mensen en gaf van levendige belangstelling voor hen blijk.

Hij weerspiegelde Jehovah's liefde en mededogen en dat trok mensen tot de aanbidding van de enige ware God. Allerlei mensen luisterden naar Jezus omdat hij liefdevolle belangstelling voor hen en hun omstandigheden toonde. - Luk. 7:36-50; 18:15-17; 19:1-10.

De Wachttoren van 2007 15 november 1e studieartikel blz. 21 §5-7.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: ik kan die eerste zin persoonlijk bevestigen, want als beginneling kreeg ik van een vrouw, in toen nog niet toegewezen gebied, te horen dat ik zo "overtuigend" overkwam. Of zij mettertijd de Bijbel is gaan onderzoeken weet ik niet, maar of ik bij mijn 'overtuiging' ook doeltreffend was is iets wat te betwijfelen valt, voor alle nieuwelingen uiteraard.

Waar ik wel zeker van ben is, dat er zelfs na vele jaren prediken er maar weinig Getuigen van Jehovah zijn die echt met de Bijbel kunnen prediken. De meeste van hen bieden 'publicaties' aan en ondanks of juist door de 'theocratische school' en de 'dienstvergadering' waar spreken en aanbiedingen regelmatig aan bod komen zijn er weinigen die zonder die publicaties hun draai in de prediking kunnen vinden.

In de vermelde 'school' en 'vergadering' wordt dan ook altijd een toespraak of aanbieding gedaan met een vooropgestelde publicatie. Niet dat de Bijbel uit het beeld is integendeel, datgene wat in de Bijbel staat wordt door de publicatie ondersteund.

In werkelijkheid is de Bijbel wel de introductie om publicaties aan de man te brengen wat voor de organisatie en het besturende lichaam belangrijker is, volgens mij, dan de boodschap op zich.

Hun commentaar spreekt wel over liefde voor God, maar de nadruk ligt eerder bij het verspreiden van de lectuur die, nadat de verkondiger weg gegaan is, verder kan prediken. Uiteraard is dat logisch en schijnt het verantwoord te zijn, maar de volgende zin in het commentaar spreekt dat tegen.

Je zegt dat het niet zo is?

Ogenschijnlijk heb je gelijk, maar laat mij het toelichten. De zin zegt "Laten we die liefde daarom levend houden door geregeld in zijn Woord te lezen en erover te mediteren". De weergegeven schriftplaatsen zouden die zin moeten ondersteunen en ik schrijf die dan ook uit:

1 Tim. 4:6 Door de broeders deze raadgevingen te verstrekken, zult gij een voortreffelijk dienaar van Christus Jezus zijn, gevoed met de woorden van het geloof en van de voortreffelijke leer, die gij nauwgezet hebt gevolgd. 15 Denk diep over deze dingen na, ga er geheel in op, opdat uw vooruitgang aan allen openbaar moge zijn.

Openbaring 2:4 Niettemin heb ik [dit] tegen u, dat gij de liefde die gij eerst had, hebt verlaten.

Deze twee schriftplaatsen hebben niets te maken met "geregeld in Zijn Woord te lezen en erover te mediteren" en alzo liefde aan te kweken of te verdiepen. Integendeel, vooral Openbaring 2: 4 is een schriftplaats om schuldgevoelens op te wekken zoals je zelf kunt vaststellen.

Het subtiele van de Wachttoren organisatie is dat zij het wel schrijven om Gods Woord te lezen en er over te mediteren, maar niet echt aanmoedigen. Om nog maar eens een 'ouwe koe' uit de gracht te halen.
De Wachttoren van 1 september 1967 blz. 530 zegt iets heel anders: "in Jehovah's organisatie is het echter niet nodig een massa tijd en energie aan speurwerk te besteden, want er zijn broeders in de organisatie die er juist voor aangewezen zijn om dat te doen, ten einde u die niet zoveel tijd hebt, te helpen, en zij bereiden het goede materiaal voor De Wachttoren en andere publicaties van het Genootschap voor".

Met andere woorden gezegd: gij hoeft je niet in te spannen om te willen weten wat de Bijbel of Gods Woord zegt, dat doet de organisatie voor u. Het enige waar jij je moet inzetten is 'prediken en prediken' t.t.z., gehoorzamen aan de organisatie en het besturende lichaam, wij denken voor jullie.

En wat denk jij van Handelingen 17: 11 "De laatsten nu waren edeler van geest dan die in Thessaloníka, want zij namen het woord met de grootste bereidwilligheid des geestes aan en onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren".

ZONDAG  3  MEI

Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op aarde.- Matth. 6:10.

Onder Gods hemelse koninkrijk zullen we een bestuur kennen waar alle oprechte mensen nu naar verlangen. Psalm 145:16 zal dan in de volledigste zin in vervulling gaan:
"Gij I Jehovah God opent uw hand en verzadigt de begeerte van al wat leeft." Bovendien zegt Jesaja 32:1: "Zie! Een koning [Christus Jezus in de hemel] zal regeren voor louter rechtvaardigheid; en wat vorsten betreft [Christus' aardse vertegenwoordigers], zij zullen als vorsten heersen voor louter gerechtigheid." Over de Koning Jezus Christus voorzegt Jesaja 9:7: "Aan de overvloed van de vorstelijke heerschappij en aan vrede zal geen einde zijn, op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het stevig te bevestigen en om het te schragen door middel van gerechtigheid en door middel van rechtvaardigheid, van nu aan en tot onbepaalde tijd." Zie je jezelf al onder dat rechtvaardige bestuur?
De Wachttoren van 2007 15 augustus 1e studieartikel blz. 22 §13, 14.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: want bijna alle mensen hopen dat er ooit een rechtvaardig bestuur zal komen. En evenveel hebben die hoop reeds opgegeven door de schuld van wat er gebeurd is en nog steeds gebeurt. Grotendeels door datgene wat religies onderwezen hebben en onderwijzen, grotendeels omdat er weinig of geen lichtpunten zijn via menselijke wegen.

Die religies die mensen weten te activeren om een boodschap zoals hierboven is voorgesteld, en zelfs bijbels ondersteund kan worden, zullen altijd aandacht krijgen.

De Wachttoren organisatie is in dit opzicht echt in het oogspringend door de enorme manier waarop zij haar leden ertoe heeft kunnen brengen om te prediken.

Eerst en vooral door haar drukkerijen en de morele druk die via hun interpretatie van de bijbel 'van huis tot huis' tot prediken, 'van deur tot deur', tot een leerstelling is verheven.

Anderzijds door de voorstelling van zaken, dat alles wat zij haar leden voorhoudt een interpretatie van de bijbel is voorlegt die weinigen zullen onderscheiden als een manipulatie van schriftplaatsen. Onder de termen 'toenemend licht', 'nieuw licht', 'verbeterd inzicht', 'vereenvoudigingen', 'theocratische leiding', 'Gods geest', 'gezalfde broeders', 'lichtflitsen', 'laveren', zelfs 'rechtzetting' alhoewel zeer sporadisch, zijn er altijd wegen die nog subtiel openliggen om mensen te conditioneren.

Om nog één wapen te noemen is het kwade zelf op zo'n subtiele manier te gebruiken dat er nooit een kritisch woord, opmerking of aanmerking naar de eigen organisatie of het besturende lichaam mag en kan gemaakt worden op straffe van 'uitsluiting'.

Dus wanneer Jesaja 32:1 zegt, "Zie! Een koning [Christus Jezus in de hemel] zal regeren voor louter rechtvaardigheid; en wat vorsten betreft [Christus' aardse vertegenwoordigers], zij zullen als vorsten heersen voor louter gerechtigheid", is dit de zoveelste interpretatie die hun interpretatie is.

Even mijn mening.

In de Nieuwe Wereldvertaling wordt via Jesaja verwezen naar Ps. 2: 6 "[Zeggend:] "ik, ja ik, heb mijn koning geïnstalleerd. Op Sion, mijn heilige berg". Dat het op Jezus Christus slaat is aannemelijk. Dat hij, Jezus Christus, "als koning geïnstalleerd is", dat zegt de organisatie en het besturende lichaam, of dit waar is, moet nog blijken.

Vervolgens verwijst dezelfde schriftplaats naar Ps. 45: 16 "in de plaats van uw voorvaders zullen uw zonen blijken te zijn, die gij tot vorsten zult aanstellen op de gehele aarde". Ook dat kan waar zijn, alleen wanneer zal dit gebeuren?

Één ding is zeker, dat van die vorsten is nog geen feit. In de eerste plaats is een vorst niet hetzelfde als een 'koning'. Beiden zijn 'heersers' en zo kan een 'koning' vorsten aanstellen zoals de schriftplaatsen het klaarblijkelijk bedoelen.

In Openbaring staat dat de werkelijk 'gezalfden' die hun hemelse roeping bereiken, als koningen zullen regeren over de aarde. (Openbaring 5: 10).

Deze schriftplaats maakt eveneens duidelijk dat het toekomst muziek is.

Dat de organisatie en het besturende lichaam nu reeds onvoorwaardelijke loyaliteit en gehoorzaamheid eisen is totaal uit den 'boze' en onverantwoord.

Ik heb duidelijk gezegd eisen omdat bij geuite kritiek, hoe terecht die ook is, uitsluiting het pressiemiddel is om al hun leden tot slaven te degenereren.

Om het nog duidelijker te maken, iemand die een ander dwingt of zijn autoriteit misbruikt om te doen wat hij wilt, al is het in de naam van God, zichzelf als een 'afgod' opwerpt.

De schriftplaats 2 Korinthiërs 3: 17 zegt eveneens duidelijk "Jehovah is de Geest, en waar de geest van Jehovah is, daar is vrijheid".

Een organisatie, gelijk welke, die deze vrijheid aan banden legt en zelfs sanctioneert, is het tegendeel van wat zij beweert.

MAANDAG  4  MEI

"Op die dag", is de uitspraak van Jehovah, "zal ik elk paard met verbijstering slaan en zijn berijder met waanzin; en over het huis van Juda zal ik mijn ogen opendoen." Zach. 12:4.

Jehovah belooft dat hij degenen die tegen zijn moedige Koninkrijksboodschappers strijden, figuurlijk met blindheid en "verbijstering" zal slaan. Hij heeft woord gehouden. Zo slaagden in een bepaald land waar de ware aanbidding verboden was, tegenstanders er niet in het geestelijk voedsel uit de handen van Gods volk te houden. Een krant beweerde zelfs dat Jehovah's Getuigen ballonnen gebruikten om Bijbelse lectuur het land in te krijgen! Gods belofte aan zijn loyale aanbidders werd bewaarheid: "Ik [zal] mijn ogen open doen, en elk paard van de volken zal ik met gezichtsverlies slaan."Blind van woede weten vijanden van het Koninkrijk niet welke weg ze moeten inslaan. Wij zijn er echter van overtuigd dat Jehovah zijn volk als groep zal behoeden en zich om hun welzijn zal bekommeren. - 2 Kon. 6:15-19.
De Wachttoren van 2007 15 december 3e studieartikel blz. 21 §11.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: wij lezen niet alleen die schriftplaats, wij drukken ze hier ook af: Zacharia 12:4. "Op die dag”, is de uitspraak van Jehovah, „zal ik elk paard met verbijstering slaan en zijn berijder met waanzin; en over het huis van Juda zal ik mijn ogen opendoen, en elk paard van de volken zal ik met gezichtsverlies slaan".

In de eerste plaats is Zacharia toepasselijk op de natie Israël, wat niet verkeert hoeft te zijn dat er een hedendaagse parallel kan en mag getrokken worden.

Het risico van parallellen is echter dat je daar praktisch alles mee kunt doen en er alle kanten mee kunt uitgaan die in je kraam te pas komen. Jazeker, omdat je dezelfde parallel zelfs voor tegengestelde doeleinden kan inlassen.

Wanneer alles goed gaat is het uiteraard de zegen van Jehovah of God. Gaat het slecht dan helpt het om volharding aan te kweken.

Het voorbeeld dat aangehaald wordt is er één dat voor gelijk welke organisatie of ideologie onder gelijkaardige omstandigheden opgaat en in gelijk welke tijd maar ook.

Is het spreekwoord niet zo dat 'een kat altijd op zijn poten valt'.

Wat de aantijging aangaat dat de vijanden van het Koninkrijk 'blind van woede' zijn en niet weten welke weg zij moeten inslaan is volgens mij wel sterk overtrokken.

Zichzelf en de gehele groep Getuigen van Jehovah als martelaren opvoeren is een verregaande en doeltreffende manier om tot vervreemding bij te dragen.

En dat Jehovah zijn volk als groep zal behoeden is voor diegene die individueel het slachtoffer geworden is, of zal worden, geen erg grote troost.

Wanneer de woede van een vijand echter opgewekt is geworden of er aanleiding voor gegeven is ligt de zaak wel anders.

Een voorbeeld is o.a. Malawi. De situatie daar had gemakkelijk kunnen vermeden worden als de organisatie en het besturende lichaam gewoon Romeinen 13 hadden toegepast. Of wanneer zij dezelfde handelwijze gebruikt hadden die zij tezelfdertijd in Mexico toegelaten hadden t.a.v. gewetensbezwaarden.

Weinige Getuigen van Jehovah zijn daarvan op de hoogte, alhoewel het niet zo erg veel moeite zou kosten om het te weten, als je het tenslotte wilt weten.

Om een lang verhaal kort te maken verwijs ik naar het geweldig informatief boek GEWETENSCONFLICT van Raymond Franz, voormalig lid van het besturende lichaam van Jehovah's Getuigen? X 6."Meten met twee maten" (gemakkelijk te vinden via een zoekrobot).

Neen dit is geen reclame voor dit boek, maar een aanbeveling voor diegene die evenwichtig de bijbelse waarheid wilt "herkennen en erkennen".

Daarom geef ik twee teksten om over na te denken:

1) Spreuken 15:22. "Plannen zijn tot mislukking gedoemd waar geen vertrouwelijk gesprek is, maar in de veelheid van raadgevers komt iets tot stand".

Persoonlijk heb ik altijd de nadruk gelegd op "vertrouwelijk gesprek" terwijl de organisatie en het besturende lichaam en dan ook mijn mede ouderlingen praktisch altijd de nadruk legden op "de veelheid van raadgevers". Nu blijkt dat de organisatie en het besturende lichaam absoluut geen vertrouwelijk gesprek dulden, 't is te gehoorzamen, amen en uit.

Wat de illustratie betreft waaraan zij hun autoriteit ontlenen, dus Mattheus 24: 45, is voor diegenen die het besturende lichaam vormen, geen reden om de 9.986 andere belijdende gezalfden te betrekken in hun beleid. Dus ook de veelheid van raadgevers is voor hen niet beginselvast.

2) Spreuken 18:17. "De eerste in zijn rechtsgeding is rechtvaardig; zijn naaste komt binnen en doorvorst hem stellig". Dat wil zeggen dat de eerste geloofd wordt alleen al omdat het de eerste versie is en er wordt verondersteld dat men de waarheid spreekt. Dat daarna de volgende die eerste versie weerlegt en doorprikt met de feiten is duidelijk in het vers. Het omgekeerde is klaarblijkelijk eveneens waar. Waar het in werkelijkheid om gaat is dat je de twee kanten moet horen en de feiten vormen het bewijs van de werkelijkheid.

In de praktijk is het de organisatie en het besturende lichaam die zichzelf rechtvaardigen, maar Raymond Franz geeft in zijn boek "Gewetensconflict" ook de feiten weer waardoor de bewijzen geleverd worden dat zij in de eerste plaats zichzelf bedriegen en daarnaast nog om en bij de 7.000.000 Getuigen van Jehovah plus de rest van de mensen waartegen zij prediken.

Neem nu nog nota dat er vanaf 1971 toen er 1.510.245 Getuigen van Jehovah waren er t.e.m.2008 exact 9.150.630 nieuwelingen werden gedoopt en er in 2008 slechts 6.829.455 geboekt stonden. Daarbij tellen wij diegene die in 2008 werden gedoopt niet bij, omdat ik de exacte begincijfers van 2009 nog niet ken. Maar wel diegene die er in 1970 waren of waarmee in 1971 is gestart dus 1.510.245. even op een rijtje:

9.150.630 + 1.510.245 = 10.660.875. dat zou volgens de exacte cijfers het getal moeten zijn van de toename.

Vermits het berekende cijfer 10.660.875 blijkt te zijn en er in 2008 vertrokken is geworden met 6.829.455 verkondigers is de werkelijke toename terug te brengen op 10.660.875 - 6.829.455 = of 3.831.420 personen. Tegenover de 9.150.650 dopelingen die erbij zijn gekomen zijn er 5.319.210 inactieve en gesanctioneerde t.e.m. 2007.

De 189.455 dopelingen van 2008 zijn nog niet mee geteld in de berekening, dat is voor volgend jaar na de bekendmaking met hoeveel men vertrekt in 2009.

Het feit dat ongeveer 2/3 van de toename verdwenen is, maakt de vooruitgang die de jaarboeken weergeven erg dubieus.

Afgestorvenen worden gerecupereerd door de "niet gedoopte verkondigers". (betwistbaar)

En als toetje krijg je van mij nog het aantal uren die er vanaf 1971 nodig waren om er één gedoopte bij te krijgen. Het totaal gepredikte en onderwezen uren vanaf 1971 t.e.m. 2008 bedraagt: 31.020.908.384 uren gedeeld door de 6.829.455 verkondigers = 4.542 uren voor één nieuweling. A.U.B.

De vraag is "wat zijn de redenen" waarom zij zijn weg gebleven?

De getallen komen uit de respectievelijke jaarboeken van Jehovah's Getuigen.

DINSDAG  5  MEI

Die Jehovah liefheeft, wordt door hem streng onderricht, ja, hij geselt een ieder die hij als zoon aanneemt. Hebr. 12:6.

Paulus schreef dat 'de liefde vriendelijk is' (1 Kor. 13:4). Liefdevolle ouders zullen hun kinderen op een vriendelijke, consequente manier streng onderricht geven. Door dat te doen, volgen ze Jehovah na. Merk op dat het strenge onderricht waarover de Bijbel spreekt, niet gewoon straf betekent. Het houdt de gedachte in van opleiding en onderwijs. Wat is het doel van dat strenge onderricht? "Voor hen die erdoor geoefend zijn," zegt Paulus, [werpt het] een vreedzame vrucht af, namelijk rechtvaardigheid" (Hebr. 12:11). Wanneer ouders hun kinderen liefdevol in overeenstemming met Gods wil onderwijzen, geven ze hun de gelegenheid om vreedzame, oprechte volwassenen te worden. Als kinderen "het strenge onderricht van Jehovah" aanvaarden, krijgen ze wijsheid, kennis en onderscheidingsvermogen eigenschappen die meer waarde hebben dan zilver of goud (Spr. 3:11-18). Aan de andere kant getuigt het niet van liefde als ouders hun kinderen geen streng onderricht geven.
De Wachttoren van 2007 1 september 1e studieartikel blz. 21 §7, 8.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: laat ik maar beginnen met de vaststelling dat wij in de ogen van God allemaal kinderen zijn. Daarbij komt nog dat onvolmaaktheid ons allemaal gelijk maakt in zijn ogen en hij die beweert geen zonde te hebben is een grote leugenaar.     1 Johannes 1:8-9. "Indien wij de bewering uiten: „Wij hebben geen zonde”, misleiden wij onszelf, en de waarheid is niet in ons. 9Indien wij onze zonden belijden, dan is hij getrouw en rechtvaardig, zodat hij ons onze zonden vergeeft en ons van alle onrechtvaardigheid reinigt".

Iemand die altijd gelijk heeft komt daar volledig mee overeen. Iemand die zegt dat je naar hem moet luisteren ook als hij verkeerd is, komt onder de zelfde noemer. God haat leugenaars en niet alleen omdat daar al het kwade mee begonnen is, maar ook omdat een leugenaar volstrekt niet te vertrouwen is.

Laat mij opmerken dat een leugenaar daarom nog geen goddeloos mens hoeft te zijn, niet alle leugens zijn van hetzelfde kaliber en onvolmaaktheid speelt ook mee, alhoewel het geen dekmantel mag zijn.

Kinderen opvoeden is geen sinecure vooral in deze tijd en zoals wij vroeger reeds opmerkten is het voorbeeld dat ouders stellen toonaangevend. Kinderen, hoe jong ook, onderscheiden heel vlug wanneer ouders twee maten gebruiken. En doorgaans zijn zij in zo'n geval rechtvaardiger dan hun ouders, alhoewel zij situaties naar hun eigen hand proberen te zetten en elke ouder uitspelen tegen de ander in eigen voordeel.

Zij die mij ondertussen al een beetje doorhebben weten dat wij in Gods ogen, hoe oud of jong wij ook zijn, allemaal Zijn kinderen zijn en ik daarmee dus een bedoeling heb.

Wij gaan Jezus Christus eerst aan het woord laten toen hij volgens het evangelie van Mattheüs 18:3-5. zei: "Voorwaar, ik zeg U: Indien GIJ U niet omkeert en wordt als jonge kinderen, zult GIJ het koninkrijk der hemelen geenszins binnengaan". 4Al wie zich daarom zal vernederen gelijk dit jonge kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen; 5en al wie zulk een jong kind ontvangt op basis van mijn naam, ontvangt [ook] mij.

Zoals je ziet heb ik twee stukjes gemarkeerd en nu zal ik zeggen waarom. Omdat die discipelen volgens de organisatie en het besturende lichaam mettertijd allemaal gezalfden zouden zijn en hun eigen persoonlijk leven eens onder de loupe moesten nemen en zich van het verkeerde afwenden of omkeren. Diegenen die dat vanuit hun hart zouden doen die moesten zich dan ook vernederen door toe te geven dat zij verkeerde dingen deden of en in hun hart koesterden.

Op een ander moment zei Jezus Christus eveneens in Mattheüs 23:2-3 "De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn op de stoel van Mozes gaan zitten. 3Doet en onderhoudt daarom alles wat zij U zeggen, maar doet niet naar hun daden, want zij zeggen het wel, maar volbrengen het niet".

Hier heb ik gemarkeerd dat de religieuze leiders op de stoel van Mozes zijn gaan zitten omdat zij het wetsverbond, samen met hun eigen verordeningen, aan het volk oplegden.

En in de bergrede via het evangelie van Mattheüs 5:20. waarschuwde Jezus Christus "Want ik zeg U, dat indien UW rechtvaardigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, GIJ het koninkrijk der hemelen geenszins zult binnengaan.

Deze teksten moet je zelf in verband brengen met het volgende: de organisatie en het besturende lichaam kunnen uiteraard niet op de stoel van Mozes gaan zitten omdat het wetsverbond "aan de paal is genageld". Maar daar zij zich opwerpen als de organisatie en het besturende lichaam dat door Gods geest geleid wordt en onvoorwaardelijke loyaliteit eisen hebben zij zich als woordvoerder gelijk gemaakt aan niemand minder dan Jezus Christus zelf. Dus ook aan God.

Even duidelijk stellen, maar jij moet zelf de conclusies trekken, akkoord?:

w89 1/1 blz. 12 par. 8 ’De hand van Jehovah was met hen’
(...) De apostel Paulus beet de spits af van de christelijke zendingsactiviteit. Hij legde tevens het fundament voor een werk dat in onze twintigste eeuw voltooid zou worden.

Wij zitten nu in het negende jaar van de 21e eeuw. En is het werk voltooid?

w90 1/11 blz. 26 par. 16 Onze relatieve onderworpenheid aan de superieure autoriteiten  Wij kunnen niet deelnemen aan enigerlei moderne versie van afgoderij — of het nu gaat om het maken van met aanbidding te vergelijken gebaren voor een beeld of symbool of het toeschrijven van redding aan een persoon of een organisatie. (...) (ik benadruk).

Misschien begrijp je nu beter, mede het voorgaande commentaar, steeds beter, waarom mensen die ooit honderd procent vertrouwen hadden in de organisatie en het besturende lichaam weggaan en wegblijven.

hopelijk tot de volgende commentaren en bedankt voor 't lezen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 21:47 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van de dagtekst 26 april tot en met 30 april

zondag 26 april

Wij hebben het zelf gehoord. - Joh. 4: 42.

Bij een bepaalde gelegenheid gaf Jezus bij de Jakobsbron in Sichar getuigenis aan een Samaritaanse vrouw. Tijdens dat gesprek was Jezus niet alleen zelf aan het woord; hij luisterde naar wat zij te zeggen had. Al luisterend merkte Jezus haar belangstelling voor aanbidding op en hij vertelde haar dat God personen zocht die Hem met geest en waarheid zouden aanbidden. Jezus toonde respect en belangstelling voor die vrouw, waarop zij anderen over hem vertelde en 'veel van de Samaritanen uit die stad geloof in hem stelden wegens het woord van de vrouw' (Joh. 4:5-29, 39-41). Als je in deze tijd in de velddienst een gesprek met een huisbewoner begint, zou je kunnen zeggen: "De reden voor mijn bezoek is dat ik graag uw mening zou weten over [een bepaald onderwerp J." Luister naar zijn of haar zienswijze en reageer erop, of stel er een vraag over. Laat vervolgens vriendelijk zien wat de Bijbel over het onderwerp zegt. w07 15/11 2: 7, 8

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: de voorstelling in de twee aangeduide paragrafen van vermelde wachttoren is mooi aangegeven, is voor de hand liggend en zou doeltreffend kunnen zijn. Ware het niet dat hier in onze contreien de mensen reeds voorbereid zijn op de komst van Jehovah's Getuigen.

Velen van hen hebben hun standpunt reeds ingenomen, 't zij omdat zij vroeger hebben ondervonden dat religie één koek van hetzelfde deeg uitmaakt. Maar het kan ook zijn dat zij of een familielid met de Getuigen van Jehovah verbonden is of verbonden is geweest.

In deze gevallen werken de bezoeken van de Getuigen van Jehovah eerder andersom. De negatieve invloed die de leden van de organisatie naar hun familie uitdragen waardoor zij als wereldse mensen een etiket worden opgeplakt zorgt voor een vervreemding die soms zo definitief blijkt te zijn dat de woorden van Jezus Christus letterlijk moeten genomen worden.

Ik haal die woorden aan: Mattheüs 10:35-37. "Want ik ben gekomen om verdeeldheid teweeg te brengen tussen een mens en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een jonge vrouw en haar schoonmoeder. 36Ja, ’smensen vijanden zullen zijn eigen huisgenoten zijn. 37Wie grotere genegenheid voor vader of moeder heeft dan voor mij, is mij niet waardig; en wie grotere genegenheid voor zoon of dochter heeft dan voor mij, is mij niet waardig".

De nadruk die de organisatie en het besturende lichaam legt op mensen die hun waarheid niet aannemen, of weigeren een bijbelstudie te aanvaarden werkt die vervreemding subtiel in de hand. Terwijl de volgende tekst de Getuigen van Jehovah onschuldig verklaart aan die vervreemding: Markus 10:29-30. "Jezus zei: „Voorwaar, ik zeg ulieden: Niemand heeft huis of broers of zusters of moeder of vader of kinderen of velden ter wille van mij en ter wille van het goede nieuws verlaten, 30die niet nu, in deze tijdsperiode, honderdvoudig zal ontvangen, huizen en broers en zusters en moeders en kinderen en velden, mét vervolgingen, en in het komende samenstel van dingen eeuwig leven.

Het kan echter nooit de bedoeling van Jezus Christus zijn geweest om gezinsleden of familieleden als oorzaak voor die vervreemding te bestempelen. En in sommige gevallen zal een gezinslid of gezinsleden of een familielid wel de oorzaak zijn, maar meestal komt die vervreemding door de subtiele manier waarop de organisatie en het besturende lichaam zowel beginnelingen als geroutineerde leden indoctrineert en manipuleert.

Ook de aantijgingen om geen deel van de wereld te zijn of te blijven is funest voor diegenen die dit letterlijk nemen. In werkelijkheid creëert de organisatie en het besturende lichaam twee groepen van mensen, diegenen die hen volgen en diegenen die hen niet volgen. Zonder een onderscheid te maken tussen gelovigen én gelovigen, ongelovigen én ongelovigen. Daarmee bedoel ik dat mensen wel een geloof bezitten, 't zij gelijk welk een en waarom zij dit geloven.

Sommigen geloven niet meer, maar waarom?

Alhoewel de meeste Jehovah's Getuigen oprecht zijn in hun pogingen om mensen op geestelijk vlak te bereiken is het een poging zonder ziel, met weinig meer overtuiging dan het doel om te prediken en zodoende het certificaat voor redding te verkrijgen van de organisatie en het besturende lichaam.

Die laatste poging om vriendelijk de Bijbel te gebruiken om hen te bewijzen dat de boodschap van God zou komen kan alleen maar aanslaan wanneer die mensen de bijbel als bewijs willen zien en dan nog?

Want interpreteerbaar blijft de Bijbel en alle Heilige Boeken.

MAANDAG  27  APRIL

Alle dingen zijn rein voor de reinen. - Tit. 1:15.

Wat bedoelde Paulus toen hij het bovenstaande zei? Paulus had het over christenen die hun denken en hun morele besef in overeenstemming hadden gebracht met Gods maatstaven. Die christenen erkennen dat er in veel dingen die niet rechtstreeks veroordeeld worden, ruimte is voor verschillen onder gelovigen. Ze staan niet snel met een oordeel klaar, maar erkennen dat dingen die God niet veroordeelt "rein" zijn. Ze verwachten niet dat als het om aspecten van het leven gaat waarover de Bijbel geen specifieke instructies geeft, alle anderen precies zo denken als zij. Stel je eens het geval voor van een zuster met een echtgenoot die haar geloof nog niet deelt. Iemand uit Zijn familie gaat trouwen, en de plechtigheid zal in een kerk van de christenheid plaatsvinden. (Of er is een familielid gestorven, misschien een van de ouders, en de rouwdienst zal in een kerk gehouden worden.) Het echtpaar wordt uitgenodigd, en de man wil dat zijn vrouw hem vergezelt. Wat zegt haar geweten over het bijwonen van de plechtigheid? w07 15/10 2: 9, 10

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: nu hebben wij dat reeds dikwijls herhaald, zoals het commentaar begint dat Paulus het had over "christenen die hun denken en hun morele besef in overeenstemming hadden gebracht met Gods maatstaven".

En de maatstaven van de organisatie en het besturende lichaam zijn niet altijd die van God, zeker weten. Ik ga enkele aanhalingen doen, maar daar zijn veel meer voorbeelden van.

1) Die christenen erkennen dat er in veel dingen die niet rechtstreeks veroordeeld worden, ruimte is voor verschillen onder gelovigen.

Nu staat er in niet de bijbel dat men geen 'burgerdienst" mag doen, maar daar hebben duizenden voor in de gevangenis gezeten omdat de organisatie en het besturende lichaam zeiden dat dit gelijk stond met je neutraliteit schenden, of als "soldaat" dienst te doen. Diegenen die toen wel "burgerdienst" verrichten werden uitgesloten. Dit is ondertussen wel veranderd, zonder excuses of schriftuurlijke redenen.

Alleen werd het op een gegeven moment een "gewetenskwestie".

2) Ze staan niet snel met een oordeel klaar, maar erkennen dat dingen die God niet veroordeelt "rein" zijn.

In De Wachttoren, juli 1934, blz. 99 staat dat "Niemand van de tempelklasse zal zo dwaas zijn te beweren, dat een broeder (of broeders) die zich vroeger onder hen bevond, en die gestorven en naar den hemel gegaan is, nu de heiligen op aarde onderricht en hen leidt in betrekking tot hun werk. Zulk een gevolgtrekking doet denken aan de "zonde van Samaria".

Hier oordelen zij hun eigen broeder(s) dat zij dwaas zouden zijn als zij dit wel dachten of zeiden (...)

En vergelijk het nu eens met Openbaring – Haar Grootse Climax is Nabij!, blz. 124-25) .

"En een van de oudere personen nam het woord en zei tot mij: ’Wie zijn dezen die in de lange witte gewaden gehuld zijn, en waar zijn zij vandaan gekomen?’ Daarop zei ik onmiddellijk tot hem: ’Mijn heer, gíj weet het. Openbaring 7:13, 14a ).
Ja, die oudere persoon kon het antwoord te weten komen en het aan Johannes doorgeven. Dit suggereert dat reeds uit de doden opgewekte personen die tot de groep van de 24 oudere personen behoren, betrokken zouden 'kunnen' zijn bij het doorgeven van goddelijke waarheden in deze tijd.

Dit is juist het tegenovergestelde en gij nu?

Nu kun je dit afdoen als toegenomen licht, maar ondertussen heeft de organisatie en het besturende lichaam toch maar de woorden van Jezus Christus, hun leider, genegeerd die gezegd heeft in Mattheüs 7:1-2 "Houdt op met oordelen, opdat GIJ niet wordt geoordeeld; 2want met het oordeel waarmee GIJ oordeelt, zult GIJ geoordeeld worden; en met de maat waarmee GIJ meet, zal men U meten.

Dat is nu precies wat ik en vele anderen Jehovah's Getuigen en ex Jehovah's Getuigen doen, niet oordelen of meten, maar aan de kaak stellen.

3) Ze verwachten niet dat als het om aspecten van het leven gaat waarover de Bijbel geen specifieke instructies geeft, alle anderen precies zo denken als zij.

Nu noemt de bijbel nergens dat er rapportjes of uren moesten ingeleverd worden, soms zijn er aantallen van dopelingen genoemd, maar nooit specifiek, wel bij benadering. (Zo zijn er meer).

Evenwel is het bij de organisatie en het besturende lichaam verheven tot een van de vereisten voor je gedoopt kunt worden. En wanneer je niet 'van deur tot deur' kunt gaan, kun je nog altijd telefoneren of brieven schrijven. Vraag eventueel om mee te gaan bij een studie. Zelfs een kwartiertje mag je inleveren, kwestie van geregeld te blijven en vooral om als een verkondiger gerekend te kunnen worden.

Natuurlijk is het organisatorisch verantwoord, zodoende kan de organisatie en het besturende lichaam weten waar lectuur nodig is en behoefte om te dienen waar de nood het hoogst is. Maar daarom moest het niet tot een vereiste ingecalculeerd worden, of wel?

DINSDAG  28  APRIL

De dagen van onze jaren zijn op zichzelf genomen zeventig jaren, en indien wegens bijzondere kracht, tachtig jaren; toch is dat waarop ze aandringen moeite en schadelijke dingen; want het zal stellig snel voorbijgaan, en wij vliegen heen. -Ps. 90:10.

Of ze nu rijk zijn of arm, alle mensen zijn onvolmaakt en hebben maar één afloop, zoals hierboven wordt opgemerkt (Job 14:1, 2; I Petr. 1:24). Mensen die geen goede band met God hebben opgebouwd, nemen vaak een houding aan van "laat ons dan eten en drinken, want morgen sterven wij", zoals de apostel Paulus het beschreef (1 Kor. 15:32). Bij anderen leidt het besef dat het leven tijdelijk en onzeker is ertoe dat ze proberen zekerheid en duurzaamheid te vinden in materiële bezittingen. Misschien denken ze dat het leven op de een of andere manier zekerder zal worden als ze veel tastbare, materiële dingen hebben. Daarom spannen ze zich voortdurend in om rijkdom en bezittingen te vergaren, waarbij ze de vergissing maken die dingen gelijk te stellen met zekerheid en geluk. - Ps. 49:6, 11, 12. w07 1/8 1: 15

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: arm of rijk het maakt wel degelijk een groot verschil.

Evenals Paulus heb ik beide meegemaakt, en weet dus van beide het geheim, dat armoede mij tot een dief had gemaakt en rijkdom, (het was eerder welstellend), te veel van mijn eigen liet denken. (Dief zijn was tijdens de oorlog en wij hadden niet altijd eten).

Het verschil is echter dat armoede mij er toe dwong en rijkdom mij er toe bracht. Dat mensen die geen goede band met God hebben, heeft meestal niks te maken met rijkdom of armoede, omdat zelfs arme mensen materialist kunnen zijn terwijl rijken omdat zij rijk zijn daarom nog geen materialistische houding of instelling hoeven te hebben.

Er is ongeveer een kwart van de wereldbevolking die het " laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij" zo wie zo mogen vergeten, die van de dag in de dag moeten leven, die zich niet moeten afvragen wat zij gaan eten, maar zich afvragen of zij vandaag wel iets te eten krijgen?

Ken je die uitdrukking: nu breekt mijn klomp? In deze situatie is het datgene wat ons aangaat iets waarover men zijn uiterste verbazing te kennen geeft. Vgl. Leersch.

En nogal wiedes dat het mij verbaast, bij het ene geval zegt de organisatie en het besturende lichaam in hun commentaar, "leidde het tot "eten en drinken" want morgen sterven wij en bij anderen leidt het tot het besef dat het leven tijdelijk en onzeker is en proberen ze zekerheid en duurzaamheid te vinden in "materiële bezittingen".

Ik heb het reeds gezegd dat de organisatie en het besturende lichaam bij de rijkste georganiseerde religies gerekend worden, zeker met hun onroerende goederen wereldwijd.

Jezus Christus zei op een gegeven moment het volgende: Johannes 15:15 "Ik noem U niet langer slaven, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet. Maar ik heb U vrienden genoemd, want alle dingen die ik van mijn Vader heb gehoord, heb ik U bekendgemaakt.

Bij het openbare jaarverslag in de respectievelijke jaarboeken die zowat alle activiteiten in het veld weergeven worden wel de uitgaven vermeld, maar nooit de inkomsten. Hoe transparant is hun vriendschap t.o.v. diegenen die voor het geld en de onroerende goederen of materiele zaken zorgen?

Hoeveel staat erop de rekening van de organisatie en het besturende lichaam?

Maken zij in die gevallen geen vergissingen door die dingen gelijk te stellen met zekerheid en geluk? (Met de nadruk op "zekerheid").

WOENSDAG  29  APRIL

[Blijft] bij elke gelegenheid ... bidden. - Ef. 6:18.

Je kinderen kunnen veel over Jehovah leren door naar je gebeden te luisteren. Als ze horen hoe je God bedankt voor de maaltijd en hoe je een gebed opzendt als het tijd is voor Bijbelstudie, welke conclusies zullen ze dan trekken? Ze zullen waarschijnlijk leren dat Jehovah in onze fysieke behoeften voorziet - waarvoor we hem moeten bedanken - en dat hij ons geestelijke waarheden onderwijst. Dat zijn waardevolle lessen (Jak. 1:17). Maar als je ook op andere momenten dan voor de maaltijd en de gezinsstudie met je gezin bidt, en als je in je gebed specifieke dingen noemt die jou en je kinderen aangaan, zul je nog meer bereiken. Je zult je kinderen het gevoel geven dat Jehovah deel uitmaakt van jullie gezin, dat hij heel veel om ieder van jullie persoonlijk geeft (1 Petr. 5:6, 7). Zou jij elke dag met je kinderen kunnen bidden? Zou je hen kunnen helpen Jehovah als een Vriend te zien, die hun niet alleen in fysiek en geestelijk opzicht het nodige geeft maar ook voor hun emotionele behoeften zorgt? - Fil. 4:6, 7. w07 1/9 2: 5, 6

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: er worden dagelijks miljoenen misschien wel miljarden gebeden opgezonden tot God, wie of wat die God voor velen ook mag zijn.
Het feit dat er voor die velen weinig of geen verbetering in hun situatie komt is klaarblijkelijk zo ontmoedigend dat bidden eerder een sleur is geworden i.p.v. een persoonlijk intiem gesprek met God. Ik spreek niet over één dag, maar over alle dagen, zowel die van deze week als die van vorige week, vorige maand, vorig jaar en alle voorbije eeuwen. Juist omdat gebeden zo persoonlijk en intiem zijn kan geen mens de emotionele waarden ervan kennen, herkennen of erkennen.

Jezus Christus zei in Mattheüs 21:22 En alle dingen die GIJ in gebed en met geloof vraagt, zult GIJ ontvangen. Hebben al die "biddende" dan absoluut geen geloof? Geen volharding? Is hun hart werkelijk zo slecht, hun motivatie volledig zelfzuchtig?

Is toename in discipelen een bewijs van Gods zegen en verhoring van gebeden? Is de eigen gelukkig verklaring, eenheid, broederschap, urenaantallen, numerieke groeid, verspreiding en vrijwillige bijdragen en de liefde die een kenmerk zou zijn, een bewijs dat gebeden verhoord worden?

Jazeker, wanneer je dit als een bewijs wilt zien.

Wanneer er gebrek is aan vernoemde eigenschappen is dit dan een bewijs dat God zegen er niet op rust of gebeden alsnog niet verhoord worden?

Het is volgens mij nooit verkeerd om te bidden en evenmin om het je kinderen te leren.

Leer jij jezelf en je gezin tezelfdertijd dat God geen enkel gebed moet verhoren?

Dat zelfs het tegenovergestelde kan plaats vinden?

Dat diegenen die niet bidden er in wezen geen enkel verschil kunnen in zien?

Leer jij jezelf en je kinderen dat een gebed iets is waar je echt zelf moet achterstaan?

Dat je daadwerkelijk en persoonlijk moet optreden of inspanningen moet doen overeenkomstig je gebed of gebeden?

Dat je een uiterst kritisch zelf onderzoek dient te doen of je gebeden wel kunnen verhoord worden?

De Wachttoren die het artikel behandelt, geeft verschillende praktische suggesties en voorbeelden.

Het schoolmodel dat zij gebruiken zou doeltreffend moeten zijn, maar de realiteit is in ieder gezin anders en men kan daar geen formule voor opstellen.

Daarom wil ik voor de organisatie en het besturende lichaam paragraaf 14 kopiëren en plakken want ook zij vormen een gezin, met, in figuurlijke zin, zo'n 7.000.000 miljoen kinderen: w07 1/9 blz. 29-30 par. 14 Leer jullie kinderen van Jehovah te houden ***

14 Natuurlijk zijn er momenteel op aarde geen volmaakte huwelijken, en dus ook geen volmaakte gezinnen. Soms leggen ouders misschien niet de vrucht van de geest aan de dag in de omgang met hun kinderen (Galaten 5:22,23). Wat moeten ouders doen wanneer dat gebeurt? Als ze een fout toegeven, zullen hun kinderen dan minder respect voor hen hebben? Denk eens aan het voorbeeld van de apostel Paulus. Hij was voor velen een geestelijke vader (1Korinthiërs 4:15). Toch gaf hij openlijk toe dat hij fouten maakte!

(Romeinen 7:21-25). Maar door zijn nederigheid en eerlijkheid wordt ons respect voor hem eerder groter dan kleiner. Ondanks zijn tekortkomingen kon Paulus vol vertrouwen aan de gemeente in Korinthe schrijven: „Wordt navolgers van mij, zoals ik het ben van Christus” (1Korinthiërs 11:1). Als jij je fouten ook toegeeft, zullen je kinderen die waarschijnlijk door de vingers zien.

In de 1e plaats zou de organisatie en het besturende lichaam zelf hun fouten dienen toe te geven. Niet in algemeenheden zoals "wij zijn niet onfeilbaar" en tezelfdertijd eisen dat men hen moet gehoorzamen.

In de 2e plaats wanneer een fout gemaakt is dient die recht gezet te worden waar maar mogelijk.

In de 3e plaats, wanneer veranderingen of vereenvoudigingen gebeuren dienen die duidelijk omschreven te worden waarom. Schriftuurlijk voorschriften, beginselen, geboden, verboden en regels kunnen alleen maar veranderen als duidelijk gemaakt wordt dat men voordien een verkeerde kijk had die meer met interpretatie dan met goddelijke inmenging is gebeurd.
Zelfs organisatorische veranderingen dienen fundamentele redenen te hebben en iedere gemeente dient daar over ingelicht te worden. Het feit dat ouderlingen een apart en niet beschikbare publicatie voor de verkondigers hebben is een reden tot wantrouwen, welke logische redenen daar ook voor gegeven worden .

In de 4e plaats eist de organisatie en het besturende lichaam het volle vertrouwen van de verkondigers, maar de bijbel en het beginsel uit Psalm 146: 3 "Stelt UW vertrouwen niet op edelen, noch op de zoon van de aardse mens, aan wie geen redding toebehoort", maakt duidelijk dat zij dit niet mogen eisen en zelfs niet mogen verwachten en toch wordt die eis meermaals benadrukt.

5e wanneer hun financiële beleid openlijk en openbaar zou gemaakt worden, zouden  zij hiermee te kennen geven dat ook zij op God vertrouwden.

Het heeft uiteindelijk toch allemaal te maken met geloof, herkennen en erkennen.

DONDERDAG  30  APRIL

Laten wij ... het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof. -Gal. 6:10.

Jakobus 2:15, 16 zegt: "Indien een broeder of een zuster zich in een naakte toestand bevindt en het toereikende voedsel voor de dag ontbeert, doch iemand van u tot hen zegt: 'Gaat heen in vrede, houdt u warm en goed gevoed', maar gij geeft hun niet wat zij voor hun lichaam nodig hebben, wat heeft dat voor nut?" Voor anderen zorgen en behoeftigen helpen is een kenmerk van ware religie. Onze aanbidding staat ons niet toe onze zorg voor anderen te beperken tot het uiten van de wens dat het hun goed zal gaan. In plaats daarvan worden we er door gevoelens van teder mededogen toe bewogen iets te doen om hen te helpen (1 Joh. 3:17, 18). Een maaltijd klaarmaken voor een zieke, een oudere helpen met karweitjes, voor vervoer zorgen naar de vergaderingen als dat nodig is en vrijgevig zijn tegenover degenen die het waard zijn: dat zijn allemaal daden van barmhartigheid waarin we overvloedig moeten zijn. - Deut. 15:7-10. w07 15/9 2: 3-5

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR: in de eigen publicaties maar ook in de wereldlijke media komen de organisatie en het besturende lichaam goed uit de bus. In de eerste plaats voor hun eigen mensen en waar mogelijk ook voor anderen. Dit gebeurt vooral bij rampen en in rampgebieden. Juist door hun organisatie en spreiding zijn zij uitermate gedisciplineerd en efficiënt. De publiciteit die daarmee gepaard gaat is daar beslist niet vreemd aan.

In verband met het bovenstaande commentaar rijst toch de vraag: kunnen de organisatie en het besturende lichaam niet méér doen? De Schriftuurlijke verwijzing naar Jakobus zegt wel : "Indien een broeder of een zuster", maar de context, ook in het commentaar strekt zich wel degelijk uit tot onze evennaasten, en dat zijn duidelijk alle behoeftige mensen.

Ik heb geen behoefte om ideeën te spuien noch suggesties te geven. Het enige wat ik hiermee bedoel is dat de enorme fortuinen en inkomsten van georganiseerde religies niet op een rekening hoeven te staan om een deel van die behoeftigen daadwerkelijker te steunen.

Het probleem wordt grotendeels doorgeschoven en op de schouders gelegd van de aanhangers, zoals het bovenstaande commentaar duidelijk laat zien.

Niet dat dit verkeerd kan zijn of is, maar het zou wel eens een éénzijdige benadering kunnen blijken. Terwijl de motivatie en het geloof, de mogelijkheden en de wil, samen met het vertrouwen in God eerder doorslaggevend zouden zijn dan "het appeltje" voor de toekomst.

Ik besluit met de vraag in deze laatste kwestie: HOE GROOT MOET DAT "APPELTJE" ZIJN,

Ik kan jullie wel zeggen dat je eigen leven in handen nemen je veel macht geeft. (en dat hoeft niet perse onafhankelijk van een organisatie te zijn).

Maar je raakt de controle over je leven veel gemakkelijker kwijt dan dat je die terugwint. (zorg daarom dat je sterk genoeg bent zodat je op je eigen benen kunt staan en zorg voor vrienden).

Deze gevolgtrekking komt uit het boek "DE TERECHTSTELLING" van Val McDermid.

Wat cursief en tussen de (...) staat is mijn versie.

EINDE VAN DE MAAND APRIL — en hartelijk bedankt voor het lezen en begrip.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 16:51 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van de dagtekst 21 april tot en met 25 april

Dinsdag  21  april

Wie zijn broeder, die hij heeft gezien, niet liefheeft, kan God, die hij niet heeft gezien, niet liefhebben. - 1 Joh. 4:20.

Als je je kinderen leert van hun broeders en zusters te houden, leer je hun dus van God te houden. Ouders moeten zich afvragen: 'Is de algemene toon van mijn gesprekken over de gemeente aanmoedigend of kritisch?' Hoe kom je dat te weten? Luister goed naar de manier waarop je kinderen over de vergaderingen en de leden van de gemeente praten. Waarschijnlijk zul je in hun woorden jouw gedachten horen doorklinken. Hoe kunnen ouders hun kinderen helpen van hun broeders en zusters te houden? Peter, vader van twee tienerjongens, zegt: "Vanaf de tijd dat de kinderen nog klein waren, hebben we geregeld rijpe broeders en zusters bij ons thuis uitgenodigd voor een maaltijd en gezellige omgang, en dat was heel leuk. Onze jongens hebben altijd nauwe omgang gehad met mensen die van Jehovah houden, en nu zien ze dat het dienen van God een fijne manier van leven is."        w07 1/9  2: 15, 16

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  het is heel normaal dat kinderen de religie van hun ouders overnemen als ze die al hebben. Het thema van de vermelde wachttoren is dan ook "Leer jullie kinderen van Jehovah te houden".

Ik heb het reeds gezegd dat "woorden wekken en voorbeelden strekken" wanneer ouders voorbeeldig zijn is er veel kans dat ook de kinderen die weg zullen opgaan. Het tegenovergestelde is uiteraard eveneens van toepassing.

Dat is natuurlijk geen garantie dat het ook zo zal gebeuren. Bij Jehovah's Getuigen is er weinig verschil met gelijk welke religieuze organisatie. Het is zelfs frappant dat er zoveel jongeren afhaken door datgene wat zij hun ouders zien doen en laten. Niet dat het in theorie fout is met Jehovah's Getuigen, maar in de praktijk is het zo dat jongeren zolang zij onder het ouderlijk dak verblijven zij weinig of geen zeggenschap of inbreng hebben.

Toch is de opvoeding van dien aard dat er wel degelijk serieuze normen en beginselen kunnen ingeprent worden wat ten goede zal zijn voor hun verdere leven. Daar tegenover zijn er zodanig veel beperkingen die de jongeren bijna dwingen om een dubbel leven te leiden. Eentje in de gezinskring en voor de dienst en vergaderingen en een tweede voor school en buiten het gezichtsveld van de ouders en verantwoordelijken.

Zoals van Hendrik Conscience gezegd werd "dat hij zijn volk leerde lezen", kan van Jehovah's Getuigen gezegd worden "dat zij hun kinderen leren liegen". Vooral de laatste 20 jaar hebben schoolgaande kinderen en dan nog specifieker de kinderen van de verantwoordelijken het erg moeilijk om datgene te doen wat hun ouders verlangen, velddienst inbegrepen en te doen wat de schoolautoriteiten van hun leerlingen mogen verwachten.

Er is voor beide zijden iets te zeggen, maar dat de organisatie en het besturende lichaam schrijven dat wanneer op de dag van een vergadering het beter is naar de vergadering te komen dan huiswerk te maken is geen opkikker voor de goeie gang van zaken.

Zo werden wij in de vroege jaren zeventig geconfronteerd om onze kinderen niet naar de kleutertuin te sturen omdat dit niet verplicht was en diezelfde kinderen waarschijnlijk nooit de school zouden moeten afmaken omdat daartegen Armageddon achter de rug zou zijn.

Hetzelfde gebeurde met onze oudere jongens, die zouden nooit opgeroepen worden om soldaat te worden.

Ik was ervan overtuigd dat de organisatie en het besturende lichaam het bij het rechte eind hadden en geloofde de volle honderd procent wat zij publiceerde en suggereerden. Later besefte ik hoe fanatiek ik moet overgekomen zijn op anderen. Tegenwoordig voel ik mij goed in mijn vel.

Woensdag  22  april

Let op en hoedt u voor elke soort van hebzucht. - Luk. 12:15.

Hebzucht is meer dan alleen het verlangen naar geld of bezittingen, dingen waarvan een gepast gebruik kan worden gemaakt en die een juist doel kunnen dienen. Volgens een woordenboek is hebzucht een "buitensporige begeerte naar rijkdom of bezittingen of naar andermans bezittingen". Het kan betekenen dat iemand een onverzadigbare, begerige drang heeft om dingen te bezitten - misschien zelfs dingen die van een ander zijn - uit pure hebberigheid, zonder erbij na te denken of hij ze wel nodig heeft en welke uitwerking het op anderen heeft. Iemand die hebzuchtig is, laat zijn denken en doen zo beheersen door het voorwerp waarnaar zijn begeerte uitgaat dat het in feite zijn god wordt. De apostel Paulus stelt een hebzuchtige gelijk met een afgodendienaar, die geen deel heeft in Gods koninkrijk (Ef. 5:5; Kol. 3:5). Het is interessant dat Jezus waarschuwde voor "elke soort van hebzucht". Waarom? Omdat hebzucht er in vele vormen is. w07 1/8  1: 7-9

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  en wij zitten weer op de materiële toer of liever, "hebben is hebben en krijgen is de kunst".
Volgens het boven aangehaald woordenboek is hebzucht een
"buitensporige begeerte naar rijkdom of bezittingen of naar andermans bezittingen".
Volgens de Bijbel en de organisatie en het besturende lichaam is God de soeverein van het gehele universum en bijgevolg ook van alles wat zich rond, op en in de aarde bevindt, mensen inbegrepen. Nu heb ik meerdere malen meegemaakt dat nieuwe en ook gerenoveerde koninkrijkszalen aan Jehovah werden opgedragen. Terwijl de eigendomsrechten automatisch in handen van de organisatie en het besturende lichaam werden overgedragen.
Evenwel zijn het de plaatselijke broeders en zusters die zowel het beginkapitaal aandroegen als de lening die
de organisatie en het besturende lichaam verstrekte afbetaalden. Vroeger werd zelfs 6% interest gevorderd, maar die is afgeschaft.
Wanneer een gemeente ontbonden wordt zal het eigendom volgens het inzicht van
de organisatie en het besturende lichaam verkocht worden en het geld als bijdrage voor het wereldwijde werk worden gedeponeerd.

In werkelijkheid is dus iedere koninkrijkszaal in eigendom, het eigendom van de organisatie en het besturende lichaam. En die " koninkrijkszaal in eigendom" wordt door de organisatie en het besturende lichaam verzekerd als "wederzijdse hulp", maar iedere gemeente, die het kan, zal een aangepast bedrag per jaar betalen. Dus buiten de vrijwillige bijdragen is er een morele bijdrage die je kunt vergelijken met "solidariteitsbijdragen". Je moet hen echt niets, maar dan ook niets leren.

Niets voor niets zei Jezus Christus en waarschuwde hij voor "elke soort van hebzucht" en het commentaar stelt dan ook terecht de alom tegenwoordige vraag, WAAROM?

En ik antwoord als een waanzinnige,
omdat hebzucht er in vele "gecamoufleerde" vormen is.

Zie ook het commentaar van de dagtekst van 14 maart.

 

donderdag  23  april

Deze weduwe heeft, ofschoon zij arm is, er meer in geworpen dan zij allen. - Luk. 21:3.

Niet iedereen kan God als fulltime prediker dienen. Als je te kampen hebt met ouderdom, een slechte gezondheid of andere beperkingen, bedenk dan dat Jehovah veel waardering heeft voor je getrouwheid en wat je met hart en ziel aan dienst voor hem kunt doen (Luk. 21:2). Niemand van ons moet de uitwerking onderschatten die onze inspanningen, hoe beperkt ook, op anderen kunnen hebben. Stel dat we bij een paar huizen hebben aangebeld en niemand hebben getroffen die belangstelling scheen te hebben voor onze boodschap. Wie weet of de huisbewoners na ons vertrek niet nog uren of dagen over ons bezoek praten, zelfs als niemand de deur voor ons opendeed! We verwachten niet dat iedereen die het goede nieuws hoort, gunstig zal reageren, maar sommigen doen dat wel (Matth. 13:19-23). Anderen reageren misschien later, als de wereld toestanden of hun eigen omstandigheden veranderen. Hoe het ook zij, door in de openbare bediening te doen wat we kunnen, verrichten we Gods werk. We zijn "Gods medewerkers". - 1 Kor. 3:9. w07 1/l0  2: 9

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  om het nog eens met een spreuk te zeggen: "wie geeft wat hij heeft is waard dat hij leeft" of "wie doet wat hij kan dat is tenminste een man".
Er zijn honderden ervaringen waarbij het christelijk gedrag anderen heeft geholpen om eveneens de bijbel te gaan bestuderen.
En er zijn er nog veel meer waardoor mensen religie afstotend vinden omdat zij het wel zéggen, maar door hun gedrag en spreken Gods naam onteren.

Ik heb het reeds gezegd, dat als diegenen die ooit met een gemeente van Jehovah's Getuigen verbonden zijn geweest, terug zouden komen, dan zouden er meer dan het dubbele kunnen geregistreerd worden.

Hoe kan dit? Waarom, als zij de waarheid bezitten, verlaten er zovelen
de organisatie?

Vanaf het moment dat iemand opmerkt dat er morele druk wordt gestoken gaan, diegenen weg die het als een schending ervaren.

Andreas Eschbach zegt in zijn boek "HET MESSIAS MYSTERIE" op blz. 99 het volgende:

Hij had een tijdlang vragen gesteld, maar de antwoorden waren onbevredigend geweest, en als hij begon te discussiëren, moest hij vaststellen dat degenen die meenden hem de antwoorden te kunnen geven, niet bereid waren te discussiëren. Ze wisten alles immers al, omdat ze geloofden, en als hij op een inconsequentie wees, dan sloegen ze hem met het argument om de oren dat het er niet om ging om te twijfelen, maar om te geloven.

Dat is volgens mij eentje onder de gordel, maar wel typerend voor wat men een "sekte" kan noemen.

De organisatie en het besturende lichaam doen dit reeds vanaf het begin. Ik zeg niet het prille begin. Het werd duidelijker toen Rutherford aan de macht is gekomen, maar je kunt dit maar weten als je gaat grasduinen in het verleden, de tegenstrijdigheden noteert en zeer objectief blijft.

Jef Geeraerts schrijft ongeveer hetzelfde in zijn boek "DE PROCUREUR GENERAAL" blz. 121: "Dank zij de CVP werd volgens het principe van de backlash* de schuldige toch benoemd en degenen die de flaters aan het licht hadden gebracht, systematisch in diskrediet gebracht of zelfs gerechtelijk vervolgd wegens eerroof".  (* = verzet, reactie of achterwaartse beweging).

In boven vermelde gevallen is het een religieuze kerkelijke vervolging 't zij door monddood maken, uitsluiting of het bijbelse misbruik van de schriftplaats uit  2 Petrus 2: 22  "Hun is overkomen wat het ware spreekwoord zegt: „De hond is tot zijn eigen uitbraaksel teruggekeerd, en de gebade zeug tot het rollen in de modder.”

Waarbij volgens mij "de hond" op de man slaat, en de "zeug" op de vrouw. (Schrijft dit maar toe aan mijn slecht karakter).

vrijdag  24  april

Ik werd afgunstig op de pochers, toen ik maar steeds de vréde der goddelozen zag.

Ps. 73: 3.

Op een bepaald moment in zijn leven raakte Asaf, de schrijver van Psalm 73, ontmoedigd. Hij zag de materiële voorspoed van goddeloze mensen, en hij merkte dat ze vaak tevreden leken met hun leven en geen nadelige gevolgen van hun goddeloosheid ondervonden. Hij kon niet helemaal bevatten waarom de goddelozen ongestraft kwaad schenen te kunnen doen terwijl rechtgeaarde mensen het vaak moeilijk hadden. Uiteindelijk ging die getrouwe man uit de oudheid begrijpen wat de goddelozen te wachten stond - dat Jehovah te zijner tijd de dingen zou rechtzetten (Ps. 73:17-19). Het is zonder enige twijfel Jehovah's voornemen om op zijn bestemde tijd goddeloosheid en het ermee gepaard gaande onrecht op aarde uit te bannen (Ps. 37:9). Dat is iets waaraan zelfs loyale christenen zichzelf geregeld moeten herinneren. Jehovah zal degenen die tegen zijn wil ingaan, verwijderen, en hij zal degenen die er in overeenstemming mee leven, belonen. - Ps. 11:4-7. w07 15/8  1: 9-12

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  ik denk nu te weten waarop de organisatie en het besturende lichaam hun manier van schrijven baseert.
Waarom zegt Asaf dat hij de "materiële" voorspoed van de goddeloze mensen zag, precies of zij allemaal, omdat zij goddeloos waren materiële voorspoed genoten.

Deze veralgemening vind ik steeds terug in de publicaties van
de organisatie en het besturende lichaam.
Het bestaat gewoon niet dat iemand  goddeloos is omdat hij meer materiële voorspoed geniet.
Het kan evenmin dat goddelozen gespaard zouden worden van zorgen en ziekten dan  gelovigen. Het is wel zo dat goddelozen schijnbaar ongestraft door het leven gaan, dit is ook in onze tijd merkbaar. Wij weten dat veel criminelen door de mazen van het net ontkomen en dat is dan dikwijls de reden dat iemand met zijn slechte praktijken verder blijft doen.

Zie Prediker 8:11-13 "Omdat het vonnis over een slecht werk niet spoedig is voltrokken, daarom is het hart der mensenzonen in hen er volkomen op gericht kwaad te doen. 12 Hoewel een zondaar misschien honderdmaal kwaad doet en lange tijd blijft zoals hij verkiest, ben ik mij er toch ook van bewust dat het goed zal aflopen met hen die de [ware] God vrezen, omdat zij hem hebben gevreesd. 13 Maar het zal volstrekt niet goed aflopen met de goddeloze, noch zal hij zijn dagen verlengen, die als een schaduw zijn, omdat hij God niet vreest".


Omdat er in het eigen leven bijna nooit een verandering ten goede komt, tenzij je dat zelf doet of met de hulp van anderen, zal het ook niet veranderen.

Dat de organisatie en het besturende lichaam een hulp kunnen zijn is zeker waar, maar aan die hulp mogen geen verplichtingen zijn verbonden.

Vanaf het moment dat de organisatie en het besturende lichaam zichzelf als heersers opstellen gaan zij buiten datgene wat geschreven staat. In de plaats van een instrument in Gods handen worden zij, of verlagen zij zich tot datgene wat zij andere organisaties, zowel politieke als religieuze, meestal terecht verwijten.

Het is duidelijk uit de manier waarop de organisatie en het besturende lichaam zich opdringen als het geweten van het individu waardoor zij zich in werkelijkheid  het leven van dat individu toeëigenen.

Om het nog duidelijker uit te drukken zeg ik dat de organisatie en het besturende lichaam hun eigen geweten opdringen aan het individuele geweten van al hun leden, zo'n zeven miljoen stuks, gemanipuleerd en geconditioneerd door die enkele mannen die alzo heersen over de meute, want jachthonden maken zij er van.

Ga ik werkelijk te ver? En deze dan:

1) De Wachttoren, 1 oktober 1994, blz. 8

"Allen die de bijbel willen begrijpen, dienen in te zien dat de "rijk gevarieerde wijsheid van God" uitsluitend bekend kan worden via Jehovah’s communicatiekanaal, de getrouwe en beleidvolle slaaf.

2) De Wachttoren, 1mei 1995, blz. 19

"Natuurlijk dient bijbellezen niet in de plaats te komen van het gebruik dat u maakt van het voortreffelijke studiemateriaal dat via „de getrouwe en beleidvolle slaaf" beschikbaar is gesteld".

3) De Wachttoren, 15 maart 1998, blz. 19

"Teneinde misverstanden te voorkomen, proberen Jehovah's Getuigen nauwkeurig te zijn als zij zich uiten. In plaats van te zeggen "Het Genootschap leert", geven veel Getuigen er de voorkeur aan om uitdrukkingen te gebruiken als "de bijbel zegt" of "ik begrijp dat de bijbel leert". Op deze wijze beklemtonen zij de persoonlijke beslissing die iedere Getuige heeft genomen om de bijbelse leringen te aanvaarden en vermijden zijn ook de verkeerde indruk te wekken dat Getuigen hoe dan ook gebonden zijn aan de voorschriften van de een of andere religieuze sekte".

Nog één vraag, wat versta jij onder "persoonlijke beslissing"?

 

Zaterdag  25  april

Van u is het koninkrijk, 0 Jehovah, gij die u ook als hoofd over alles verheft.

1 Kron. 29:11.

Nadat Jehovah de engelen had geschapen, breidde hij zijn heerschappij uit door het uitgestrekte en ingewikkelde stoffelijke universum te scheppen, met inbegrip van de aarde (Job 38:4, 7; Ps. 148:5, 6). Met de schepping van het eerste mensenpaar oefende God Zijn soevereiniteit op nog een andere manier uit. Jehovah voorzag de mensen van alles wat ze nodig hadden om een zinvol en voldoening schenkend leven te leiden en schonk hun daarnaast het gezag over de lagere aardse schepselen: hij delegeerde autoriteit (Gen. 1:26-28; 2:8, 9). Adam en Eva hadden het vooruitzicht eeuwig in een aards paradijs te wonen (Gen. 2:15-17). Wat kunnen we uit dit alles concluderen? Ten eerste dat Jehovah altijd zijn soevereiniteit over heel zijn schepping heeft uitgeoefend. Ten tweede dat Gods heerschappij weldadig is en waardigheid verleent. En tot slot dat het tot eeuwige zegeningen zal leiden als we Gods heerschappij gehoorzamen en steunen. w07 1/12  1: 3-5

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  de mogelijkheden van de aarde, de voorzieningen en de enorme variëteiten, de natuur en de manieren waarop de mens van heel de schepping zou kunnen genieten zijn legio.

Met deze geneugten geconfronteerd is het bijna onbegrijpelijk dat het eerste mensenkoppel het liet afweten temeer daar zij volgens de Bijbel volmaakt waren.

Zij kregen zelfs het gezag over de lagere aardse schepselen: God delegeerde autoriteit.

En die "gedelegeerde autoriteit" geeft mij weer het gevoel dat er iets meer mee bedoeld wordt dan autoriteit over 'alleen' die lagere schepselen, tenzij daar ook mensen mee bedoeld worden.

Maar soit we zitten ermee en moeten er mee leven. En niet morgen, maar vandaag.

Daarmee bedoel ik dat gisteren gepasseerd is en misschien hebben wij weer wat bijgeleerd.

Morgen moet nog komen en zoals Jezus Christus zei in Mattheüs 6:34. "Weest dus nooit bezorgd voor de volgende dag, want de volgende dag zal zijn eigen zorgen hebben. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad".

De context toont aan waarom Jezus Christus dat op deze manier onder onze aandacht bracht.
Hij vestigde de aandacht op Mattheüs 6:33 "het koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid".

Dus op het middel dat morgen of mettertijd dit paradijs zou herstellen.

Echter niet alleen op het koninkrijk, maar vooral op Gods rechtvaardigheid en dat is veel belangrijker dan het instrument dat HIJ zou gebruiken.

De aandacht die de organisatie en het besturende lichaam op het koninkrijk leggen is duidelijk overtrokken, omdat zij volgens eigen zeggen, daar nu reeds deel van uitmaken.

In alles waar de organisatie en het besturende lichaam ook maar wat te zeggen of te schrijven heeft is of zijn de koninkrijksbelangen betrokken.

Ondertussen kunnen wij concluderen, zoals het commentaar van de organisatie en het besturende lichaam hierboven zegt, dat God nog steeds Zijn soevereiniteit over Zijn schepping uitoefent, dat Zijn heerschappij weldadig en waardigheid verleent, en dat gehoorzaamheid ten slotte tot eeuwige zegeningen zal leiden.

In De Wachttoren van 2007 15/8 blz. 26 par. 16 wordt een 'bewijs' gegeven dat onder Jehovah's Getuigen reeds als een feit aanvaard is, ik citeer:

 § 16 De „nieuwe hemelen”, Gods hemelse regering onder Christus, zijn al geïnstalleerd. Degenen die de kern zullen vormen van de „nieuwe aarde”, een nieuwe aardse samenleving van rechtgeaarde mensen, worden in deze laatste dagen bijeengebracht. Ze zijn al met bijna zeven miljoen mensen in op zijn minst 235 landen en in zo’n 100.000 gemeenten. Die miljoenen mensen hebben de rechtvaardige wegen van Jehovah leren kennen, en als gevolg daarvan verheugen ze zich wereldwijd in een eenheid die op christelijke liefde gebaseerd is. Hun overduidelijke en duurzame eenheid is ongekend in de geschiedenis van de wereld en overtreft alles wat Satans onderdanen ooit hebben ervaren. Die liefde en eenheid zijn een voorproefje van de schitterende tijd die zal aanbreken in Gods nieuwe wereld, waarin rechtvaardigheid en gerechtigheid zal heersen.

In werkelijkheid is die liefde en eenheid gebaseerd op gehoorzaamheid aan de organisatie en het besturende lichaam. En de voorstelling ervan berust niet op waarheid, want de verdeeldheid in de afzonderlijke gemeenten zijn legio, wat de organisatie en het besturende lichaam ook maar zegt of schrijft.

Wie niet akkoord kan gaan met wat de organisatie en het besturende lichaam zegt of schrijft, wordt onherroepelijk uitgesloten.

Daar kun jij klaarblijkelijk gemakkelijk achter komen, vooral wanneer jij je eigen geweten volgt.

Ondertussen blijkt dat de geleidelijk vermindering van het aantal belijdende gezalfde, dat
jarenlang als een bewijs van de tijd van het einde gold, eerder een vermeerdering van

maar liefst 1462 belijdende gezalfde in de laatste drie jaar (2006, 2007 en 2008) te zien
geeft.

Van wat is die vermeerdering dan een bewijs?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 09:45 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van de dagtekst 16 april tot en met 20 april

donderdag  16  april

Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn levensduur toevoegen? - Matth. 6:27.

Er is niet echt veel nodig om ons leven in stand te houden. We hebben alleen wat voedsel nodig, iets om aan te trekken en een slaapplaats. De rijken hebben een overvloed van deze dingen, en de armen moeten er misschien voor ploeteren. Maar alle eventuele verschillen worden vereffend als er een eind komt aan het leven; dan worden al die dingen onbelangrijk (Pred. 9:5, 6). Wil het leven dus zin en waarde hebben, dan kan en moet het niet enkel bestaan uit dingen die je kunt verwerven of bezitten. Of we nu rijk zijn of arm, we hebben niet in de hand hoe lang we leven. We weten zelfs niet of we morgen nog in leven zullen zijn. De Bijbel laat duidelijk zien dat alleen Jehovah "de bron van het leven" is, en alleen hij kan getrouwen "het werkelijke leven", of "het eeuwige leven", geven: leven zonder einde, in de hemel of op aarde. - Ps. 36:9; 1 Tim. 6:12, 19. w07 1/8  1: 13, 14

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  er is een gangbare uitdrukking en ik veronderstel dat die mondiaal kan weergegeven worden, namelijk: wij zijn in ons blootje ter wereld gekomen en wij zullen in ons blootje ervan verdwijnen. Deze figuurlijke uitdrukking maakt duidelijk wat het commentaar hierboven bedoelt.

De zin van het leven hangt dus absoluut niet af van de luxe en het comfort dat iemand zich kan of niet kan permitteren, alhoewel materiële zaken en het bezit van geld, het leven kunnen veraangenamen, maar dat blijkt in de praktijk niet altijd waar te zijn. Diezelfde dingen kunnen het leven ook enigszins verlengen en ook hier is dit in de praktijk evenmin altijd waar.

Maar zonder geld is het zeker niet gemakkelijker, eerder veel moeilijker. Waar ligt dan het probleem?

Het antwoord ligt waarschijnlijk gedeeltelijk in  Spreuken 30:7-8." Twee dingen heb ik van u gevraagd. Onthoudt ze mij niet voordat ik sterf. 8 Onwaarheid en het leugenachtige woord, doe ze ver van mij. Geef mij noch armoede noch rijkdom".

Hoe houden die twee verschillende vragen nu verband met het thema?

Laat mij eens proberen:  onwaarheid heeft de betekenis van iets dat niet waar is. In de reclamewereld is het schering en inslag om producten verkeerd voor te stellen, maar daarom liegen ze nog niet. Op de keper beschouwd is dit voor mij op zijn minst hetzelfde, eerder erger. Het misleidt zowel de gebruiker van het product als de wetgever.

Het leugenachtige woord daarentegen is een opzettelijke onwaarheid met een motief en doel. Het verschil zit voor mij in het feit dat een "leugen" gemakkelijker aangetoond en aangeklaagd kan worden. Wat echter niet van het motief of het doel kan worden gezegd.

In de religieuze wereld is het nog veel erger dan in de reclamewereld. Ieder georganiseerde religie heeft zowel een kerkelijk gezag als het beroep dat zij kan doen op de wereldlijke autoriteiten. Rom. 13. Het omgekeerde is ook waar, maar in veel mindere mate.

Ik besluit met de aanhaling uit hun commentaar hierboven: De Bijbel laat duidelijk zien dat alleen Jehovah "de bron van het leven" is, en alleen hij kan getrouwen "het werkelijke leven", of "het eeuwige leven", geven.

De meeste mensen zullen God, of wat het ook moge betekenen, als die bron erkennen, ik ook. dat Hij en alleen HIJ het "werkelijke leven of het eeuwige leven" kan geven aan getrouwen, daar twijfel ik evenmin aan.

Waar ik evenmin aan twijfel is dat, volgens de organisatie en het besturende lichaam, alleen Jehovah's Getuigen gered zullen worden omdat alleen zij prediken overeenkomstig de richtlijnen van de organisatie en het besturende lichaam. Ik heb het reeds gezegd dat de prediking van huis tot huis, van deur tot deur tot een leerstelling is verheven door de organisatie en het besturende lichaam, niet omdat het een Bijbelse leerstelling is, want dat is het niet, maar omdat het de enige manier is waarop zij hun publicaties wereldwijd gratis en voor niks kunnen laten verspreiden door lichtgelovigen.

Uiteraard zal ook hun prediking mensen tot God brengen. of ze als groep zullen overleven is eerder een vraagteken omdat zij eerder mensen gehoorzamen en voor hen laten beslissen.


Het blijft een feit dat niet alle Getuigen van Jehovah Christenen zijn en niet alle Christenen zijn daarom Jehovah's Getuigen.

Psalm
37:29. "De rechtvaardigen, díé zullen de aarde bezitten, En zij zullen er eeuwig op verblijven.

Handelingen 10:34-35. "Toen opende Petrus zijn mond en zei: „Ik bemerk zeer zeker dat God niet partijdig is, 35 maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem".

Vrijdag  17  april

Hoe goed en hoe aangenaam is het als broeders in eenheid te zamen wonen!
Ps. 133: 1.

Satan gebruikt onderlinge conflicten als een valstrik om verdeeldheid onder Jehovah's volk te zaaien. Sommigen worden levend door de Duivel gevangen doordat ze toelaten dat onderlinge conflicten de vrede en eenheid verstoren en afbreuk doen aan de schitterende geestelijke voorspoed die Jehovah tot stand heeft gebracht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog probeerde Satan het aardse deel van Jehovah's organisatie te vernietigen door een frontale aanval te ondernemen, maar zonder succes (Openb. 11:7-13). Vanaf die tijd probeert hij op sluwe manieren onze eenheid  te verstoren. Als we toelaten dat onderlinge conflicten verdeeldheid veroorzaken, bieden we Satan een houvast. We zouden daardoor de werking van de heilige geest in ons eigen leven en ook in de gemeente kunnen belemmeren. Satan zou daar heel blij mee zijn, want elke verstoring van de vrede en eenheid van de gemeente vormt een belemmering voor de prediking. - Ef. 4:27, 30-32. w07 1/10  3: 15, 16

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  ik heb het reeds eerder gezegd en geschreven dat het "wreed" gemakkelijk is om Satan de schuld te geven.

Dus ook van de conflicten in de afzonderlijke gemeenten en ik ga erbij zeggen, van de conflicten in de bijkantoren en het hoofdkantoor. Ik heb dat niet uit mijn duim gezogen want dat staat zowel in de jaarboeken als in het Verkondigersboek.

Daarom is het ook een contradictie dat die conflicten de vrede en eenheid verstoren en afbreuk doen aan de schitterende geestelijke voorspoed die Jehovah tot stand heeft gebracht. De Bijbel benadrukt dat
het resultaat van Gods Heilige Geest merkbaar zou zijn aan datgene wat hij tot stand laat komen in de gemeenten en bij de individuele personen.

Galaten 5:22-23. "De vrucht van de geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, 23zachtaardigheid, zelfbeheersing".

2 Korinthiërs 3:1. "Jehovah nu is de Geest, en waar de geest van Jehovah is, daar is vrijheid".

Jakobus 3:18. "Bovendien wordt het zaad van de vrucht der rechtvaardigheid gezaaid onder vredige omstandigheden voor hen die vrede maken".

De tegenstrijdigheden die de organisatie en het besturende lichaam in de loop van hun moderne geschiedenis hebben geschreven spreekt meer tegen hen dan voor hen met al het goede dat zij over zichzelf schrijven. Alleen zijn niet al Jehovah's Getuigen daar van op de hoogte of willen ze het zien.

Toch zegt de Bijbel volgens Mattheüs 10: 26 "Vreest hen daarom niet, want er is niets bedekt dat niet ontdekt zal worden, en verborgen dat niet bekend zal worden". Zou de organisatie en het besturende lichaam dat niet geloven?  Of staan zij ook hierboven?

Die situatie in hun commentaar verwijst naar de vervolging tijdens de eerste Wereldoorlog waardoor 7 leden voor 9 maanden in de gevangenis terecht kwamen.

Wat je niet mag vergeten of niet kon weten is dat de natiën hun vernietiging was voorzegd en er wel degelijk heel wat aantijgingen, terecht of onterecht, over die natiën wereldomvattend (?) waren verspreid juist door de organisatie en het 'besturende lichaam.

Wat de vervolging tijdens de tweede Wereldoorlog betreft, vooral in nazi Duitsland, die is grotendeels uitgelokt door de brieven van Rutherford naar Hitler. Zie voor deze inlichtingen de website http://www1.tip.nl/t661020/index.html

Deze hebben uiteraard niets te maken met de conflicten binnen de organisatie en het besturende lichaam. Alleen zijn die problemen niet in overeenstemming met de prediking. Zoals het commentaar van hen zegt, "elke verstoring van de vrede en eenheid van de gemeente vormt een belemmering voor de prediking".

Ik zeg, dat iedere gemeente waar geen vrede en eenheid is, niet zou mogen prediken. En daar komt nog bij dat, iedere verkondiger die met een conflict in zijn gezin of met een geloofsgenoot geconfronteerd wordt, evenmin zou mogen prediken.

Zulk een gemeente of zo 'n verkondiger kan onmogelijk met "vrijmoedigheid" van deur tot deur gaan. Maar daar zal de organisatie en het besturende lichaam niet van wakker liggen want dan ligt de prediking plat.

Het is dus niet dat men een Christen moet zijn, maar een prediker. En dat klopt aan geen kanten.

zaterdag  18  april

Jehovah staat aan mijn zijde; ik zal niet vrezen. - Ps. 118:6.

Het zal niet lang meer duren of we zullen geweldige en ontzag inboezemende gebeurtenissen meemaken. Ze houden allemaal verband met de rechtvaardiging van Jehovah's recht om te regeren, zijn universele soevereiniteit. En bedenk wel: als we loyaal blijven aan Jehovah en pal staan voor zijn soevereiniteit, zullen we in de gelegenheid zijn een aandeel te hebben aan de heiliging van Jehovah's naam en de vervulling van zijn voornemen. Wat een onschatbare vreugde zal dat zijn! Zijn we voorbereid op die betekenisvolle gebeurtenissen? Hebben we geloof in Jehovah's reddende macht? Vertrouwen we erop dat hij ons op het juiste moment en op de beste manier te hulp zal komen? Bij de beantwoording van zulke persoonlijke vragen kunnen we in gedachte houden wat de apostel Paulus tegen zijn medechristenen in Rome zei: "Alle dingen die eertijds werden geschreven, werden tot ons onderricht geschreven, opdat wij door middel van onze volharding en door middel van de vertroosting uit de Schriften hoop zouden hebben." - Rom. 15:4. w07 15/12  2: 5, 6

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  het is bijna ongelooflijk dat mensen, ook ik, geloof stelde in een belofte die het zelfs in Paulus tijd goed deed. Hebreeën 10:37-38. "Want nog „een zeer korte tijd” en „hij die komt, zal komen en zal niet uitblijven”. 3!"Maar mijn rechtvaardige zal wegens geloof leven” en "indien hij terugdeinst, heeft mijn ziel geen behagen in hem”. In werkelijkheid heeft tijd geen enkele betekenis i.v.m. geloof, daarom heb ik zowel 'tijd' als 'geloof' benadrukt.

Om het jou gemakkelijk te maken druk ik hier een gedeelte af uit De Wachttoren, 15 november 1968, blz. 691-92 paragraaf 30: "Moeten wij uit deze studie opmaken dat de strijd van Armageddon tegen de herfst van 1975 geheel achter de rug zal zijn en dat de langverwachte duizendjarige regering van Christus dan zal beginnen? Mogelijk, maar wij moeten nog afwachten hoe nauwkeurig de zevende duizendjarige periode van 's mensen bestaan samenvalt met de op een sabbat gelijkende duizendjarige regering van Christus. (...) Het zal hooguit een verschil van weken of maanden, niet van jaren, betreffen" (   )

Ondanks deze boute verzekering is het einde niet gekomen daarom komt zoveel jaren later de ONTWAAKT VAN 93 22/3 blz. 4 Waarom zo vaak een vals alarm?

Jehovah’s Getuigen hebben in hun vurige verlangen naar Jezus’ tweede komst jaartallen genoemd die onjuist zijn gebleken. Daarom hebben sommigen hen valse profeten genoemd. In geen van deze gevallen hebben zij zich echter aangematigd voorzeggingen ’in de naam van Jehovah’ te uiten. Nooit hebben zij gezegd: ’Dit zijn de woorden van Jehovah.’

In De Wachttoren, het officiële tijdschrift van Jehovah’s Getuigen, is gezegd: „Wij hebben niet de gave van profetie” (...)

Dit impliceert geen excuses van de organisatie en het besturende lichaam, maar een aantijging tegen diegenen die hen "valse profeten" noemden.

In deze aantijging wordt duidelijk afstand gedaan van Gods Woord de Bijbel door te beweren dat zij nooit in de naam van "JEHOVAH de gepubliceerde inlichtingen wereldwijd hebben gebracht en brengen.

IN WIENS NAAM IS HET DAN WEL? In de naam van de heerser van deze wereld?

Wanneer de organisatie en het besturende lichaam nog altijd de tijd benadrukt is het zeer onwaarschijnlijk dat dit oprecht is. Het enige dat zij er mee bereiken is dat hun mensen gewoon wachten op die dag uit angst dat zij anders uit de boot zullen vallen terwijl de essentie van hun geloof verloren gaat.

zondag  19 april

Wij weten dat de gehele schepping tot nu toe voortdurend te zamen zucht en te zamen pijn lijdt. -Rom. 8:22.

Jehovah heeft geen schuld aan het enorme lijden dat al zo lang bestaat (2 Sam. 22:31). Een deel van de schuld ligt bij de mensen. "Zij hebben verderfelijk gehandeld, zij hebben verfoeilijk gehandeld in hun gedragingen" (Ps. 14:1). Jehovah heeft onze eerste ouders een goede start gegeven. Het enige wat nodig was om het zo te houden, was gehoorzaamheid aan hem. Maar Adam en Eva kozen voor onafhankelijkheid. Omdat onze eerste ouders zich van Jehovah afkeerden, zou hij hun volmaaktheid niet langer in stand houden. Ze zouden achteruitgaan totdat de dood hen opeiste. Wij hebben die onvolmaaktheid van hen geërfd (Gen. 3:17-19; Rom. 5:12). Bij het ontstaan van alle lijden is ook het geestelijke schepsel betrokken dat als Satan bekend kwam te staan. Hij bracht Adam en Eva ertoe onafhankelijk te willen zijn van Jehovah, alsof ze daardoor "als God [konden] zijn, kennend goed en kwaad". - Gen. 3:5.    w07 15/8  2: 4-6

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  het thema van boven vermelde wachttoren artikel is "Het verduren van lijden kan ons tot voordeel strekken". En dat is zeker waar, maar dat is ook het geval met alles wat iemand ervaart wanneer hij of zij er iets willen uit leren.

Volgens de gegevens uit De Wachttoren van november 1968 blz. 691 zou de mens in 4026 geformeerd zijn geworden en bijgevolg in 1975 de gerespecteerde ouderdom van ~6000 jaar hebben gehad. Op deze dag zou dit dan 4026 + 2009 = 6035 jaar moeten zijn.

Het Bijbels gegeven dat onze eerste volmaakte ouders in de fout gingen en wij als ongeboren nageslacht eveneens, was het begin van het lijden. Ik of wij, kunnen ons geen voorstelling maken van al het lijden dat tussen "toen en nu" ten hemel moet opgestegen zijn.

In De Wachttoren van  1970  1 januari blz. 14-15 par. 39 staat onder het onderkopje "De naderende vrede van duizend jaar" het volgende:

§ 39 In recentere tijd zijn ernstige bijbelonderzoekers de chronologie van de bijbel opnieuw nagegaan. Volgens hun berekeningen zouden de zes millennia van ’s mensen bestaan op aarde in het midden van de jaren zeventig eindigen. Het zevende millennium van ’s mensen schepping door Jehovah God zou dus binnen nog geen tien jaar beginnen.

De voetnoot van De Wachttoren verwijst dan ook nog naar:

Het boek Aid to Bible Understanding, bladzijde 333 onder „Chronologie”. Ook het boek Eeuwig leven — in de vrijheid van de zonen Gods, de bladzijden 27-37, onder het onderkopje „Zesduizend jaar van menselijk bestaan lopen ten einde”, uitgegeven in 1968.

Voeg hier de duizendjarige regering van Jezus Christus bij dan heb je zevenduizend jaar of één scheppingsdag. Juist of niet juist?

Tenzij die schepping van Adam en Eva nog veel vroeger in zijn werk is gegaan? Uiteindelijk zijn de scheppingsdagen van 7000 jaar geen vast gegeven meer.

Het Inzicht boek zegt op 2 blz. 826 over de Schepping:

Dat elk van de scheppingsdagen niet slechts 24 uur heeft geduurd maar zich over een langere tijdsperiode heeft uitgestrekt, zelfs over duizenden jaren, strookt beter met het geologische bewijsmateriaal dat in de aarde zelf is aangetroffen.

Nu kun je de subtiele manier van de organisatie en het besturende lichaam eens op een voor hun praktische manipulatie en indoctrinatie van heel dichtbij bekijken, en daar heb je echt geen vergrootglas voor nodig.

Ik benadruk de zin "Dat elk van de scheppingsdagen niet slechts 24 uur heeft geduurd".(...)

Dit moet zijn "Dat elk van de scheppingsdagen niet slechts7000 jaren  heeft geduurd"(...).

Omdat niet de organisatie en het besturende lichaam, maar de Creationisten die "24 uur" stelling gebruiken, maar de organisatie en het besturende lichaam gebruikten 7000 jaar voor één scheppingsdag.

Ik zei en schreef "gebruikten" want door de druk van buitenaf dienden zij hun Bijbels standpunt te verlaten en te herzien.

Met andere woorden gezegd en geschreven, is een scheppingsdag dan 70.000 jaar of 700.000 jaar of nog veel langer? Dat weet ik niet, de organisatie en het besturende lichaam ook niet, maar van hun standpunt dat wij in de laatste dagen leven gaan zij niet af.

En misschien hebben zij gelijk, maar de organisatie en het besturende lichaam hebben reeds zoveel moeten herzien en aanpassen dat hun manier van doen niet te verontschuldigen is.


Subtiliteit is door hen tot een kunstvorm verheven.

Maandag  20  april

Heer, wees ons barmhartig, Zoon van David! - Matth. 20:31.

Toen Jezus Jericho verliet, zaten er aan de kant van de weg twee blinde mannen die hem smeekten of hij door een wonder hun gezichtsvermogen wilde herstellen. Dat deed hij, maar hij verrichtte het wonder niet op een koele, zakelijke manier. "Door medelijden bewogen," zegt de Bijbel, "raakte Jezus hun ogen aan, en onmiddellijk kregen zij het gezichtsvermogen" (Matth. 20:30-34). Medelijden bewoog Jezus ertoe veel wonderen te doen voor blinden, door demonen bezetenen, melaatsen en ouders met een ziek kind (Matth. 9:27; 15:22; 17: 15; Mark. 5: 18, 19; Luk. 17: 12, 13). Uit het voorbeeld van Jehovah God en Jezus Christus blijkt dat barmhartigheid twee aspecten heeft: gevoelens van mededogen of medelijden met behoeftigen, en daden waardoor deze mensen geholpen worden. Beide elementen zijn nodig wil iemand barmhartig zijn. In de Bijbel duidt barmhartigheid meestal op een positieve uiting van vriendelijke consideratie tegenover behoeftigen. w07 15/9  1: 6, 7

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  wanneer ik Jezus Christus 'handelingen tegenover de behoeftigen vergelijk met wat mensen in het algemeen doen zie ik werkelijk veel gelijkenis. Het is duidelijk dat er nu numeriek gezien veel meer behoeftigen zijn dan in Jezus tijd. De motivatie van Jezus Christus kwam vanuit zijn hart zoals het commentaar hierboven duidelijk maakt. Voor Jezus Christus was het geen éénmalige affaire, maar een deel van zijn levenswijze. Hij deed dit eveneens zonder onderscheid te maken tussen rijk of arm, man of vrouw en zelfs kinderen konden op hem rekenen. Zijn woorden waren volmaakt in overeenstemming met zijn daden.

Natuurlijk is er weer het één en het ander dat mij intrigeert, dat kan niet anders.

Ik, maar gij ook, ziet toch dat er in onze westerse samenleving die relatief rijk is veel geld en goederen gevraagd en gekregen worden. Er zijn verschillende organisaties en vrijwilligers die zich daadwerkelijk inzetten om anderen te helpen.

Nu kan men zeggen dat dit de "beruchte druppel op een hete plaat is" maar het wordt toch  maar gedaan. Soms zelf met redelijke inspanningen en zelfopoffering.

Aan de andere kant heb je dan veel organisaties die rijk en machtig zijn en niets of sporadisch iets bijdragen aan de noden die gelenigd moeten te worden, au contraire, er zijn er die het zelfs veroorzaken en in de hand werken.

De tegenstellingen in de wereld zijn enorm en zelfs in bepaalde landen schrijnend door het ten toon spreiden van persoonlijke luxe en rijkdom, terwijl naast de deur mensen creperen van de honger. Dood gaan door gebrek aan verzorging. Nog niet gesproken van oorlogen en oorlogsmateriaal dat bijna alle menselijke behoeften zou kunnen dekken, inbegrepen het ruimteonderzoek enz.

Hierdoor is dan ook een klimaat gecreëerd waar religie handig gebruik van maakt om mensen een toekomst voor te spiegelen dat er mettertijd een paradijs zal zijn voor de getrouwen. Hiermee kom ik waar ik naar toe wilde. Praktisch alle grote religies bezitten een rijkdom die niet te overzien is, maar praktisch nooit ingezet zal worden om het voor anderen beter te maken.

Daar bedoel ik mee dat in de meeste gevallen waar zij dat wel doen het via een speciale en specifieke omhaling verkregen wordt, terwijl het eigen kapitaal en de onroerende goederen aangroeien.En vergeet ook niet de macht van de "RECLAME".

Moet ik nog eens aanhalen dat via de nieuwsmedia, de BBC ooit gezegd is geweest dat de organisatie en het besturende lichaam één van de rijkste religieuze organisaties zijn?

Waarom viseer ik hen? Omdat zij beweren door Gods geest geleid te worden, dat zij
Jezus Christus als hun leider volgen, dat zij ooit hebben gezegd nooit geld, of wat er mee overeenkomt, te zullen vragen. Maar regelmatig, minstens eens per jaar verschijnt er een artikel hoe je op verschillende manieren geld erfenissen of eigendommen kunt overmaken aan de organisatie en het besturende lichaam.

Ziehier een voorbeeld: w04 1/11 blz. 22 Kent u het geluk dat voortkomt uit geven? ***

BIJDRAGEN VOOR HET WERELDOMVATTENDE WERK

  Velen zetten een bedrag opzij dat ze deponeren in de bijdragenbussen met het opschrift: „Bijdragen voor het wereldomvattende werk — Mattheüs 24:14”.

  Elke maand maken de gemeenten deze bijdragen over naar het plaatselijke bijkantoor. Vrijwillige bijdragen kunnen ook overgemaakt worden naar het bijkantoor dat het opzicht over uw land heeft. Kijk voor het adres op bladzijde 2 van dit tijdschrift.

LENING ONDER SPECIALE VOORWAARDEN

  Geld kan in bewaring worden gegeven met de bepaling dat het aan de gever kan worden geretourneerd als hij erom vraagt.

OVERIGE MANIEREN VAN GEVEN

  Hiertoe behoren:

Verzekering: Het Wachttorengenootschap kan worden genoemd als begunstigde van een levensverzekeringspolis of van een pensioenregeling.

Aandelen en obligaties: Aandelen en obligaties kunnen als gift aan het Wachttorengenootschap worden overgedragen.

Testamenten: Bezittingen en geldmiddelen kunnen aan het Wachttorengenootschap worden vermaakt door middel van een rechtsgeldig testament.

  Schrijf voor nadere inlichtingen betreffende deze kwesties naar het plaatselijke bijkantoor van Jehovah’s Getuigen.

Je kunt zelf je conclusies trekken.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 17:08 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaren van 11 april tot en met 15 april

zaterdag  11  april

De zegen van Jehovah - die maakt rijk, en hij voegt er geen smart bij. - Spr. 10:22.

Als Jehovah zijn dienstknechten zegeningen schenkt, geeft hij hun altijd het beste (Jak. 1:17). Toen hij bijvoorbeeld de Israëlieten een plaats gaf om te wonen, was dat "een land vloeiende van melk en honing". Hoewel het land Egypte ook zo was beschreven, was het land dat Jehovah de Israëlieten gaf op zijn minst in één heel belangrijk opzicht anders. Het was "een land waar Jehovah, uw God, zorg voor draagt", zei Mozes tegen de Israëlieten. Met andere woorden, ze zouden voorspoed hebben omdat Jehovah voor hen zou zorgen. Zolang de Israëlieten Jehovah trouw bleven, werden ze rijk door hem gezegend en hadden ze een zichtbaar beter leven dan alle volken om hen heen. Het is dus Jehovah's zegen die 'rijk maakt'! Wat is het daarom belangrijk een hechte band met God aan te kweken. - Num. 16:13; Deut. 4:5-8; 11:8-15. w07 1/8  2: 12, 13

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  in heel de situatie hierboven beschreven is er één dissonant: zij, de Israëlieten, bleven Jehovah hun God niet trouw. Waarom bleven zij niet trouw? Volgens het thema van vermelde wachttoren gingen ze teveel waarde hechten aan materiele bezittingen.

Nu kun jij je voorstellen dat alle Israëlieten dat deden? Ik niet, over het algemeen zijn werkende mensen tevreden wanneer zij voldoende te eten hebben, kleding en een dak boven hun hoofd. Ik zei over het algemeen en dan heb ik het over het gros van de bevolking. Laat ons zeggen dat zeventig procent van de mensen handenarbeid leveren, tien procent is actief met hun kennis, nog eens tien procent drijft handel. Spijker mij daar niet mee vast a.u.b.

En van de overige tien procent die een ander voor zich laten werken zijn er enige die niet tevreden zijn met een dagloon en evenmin met een maandloon, zelfs niet met een jaarloon of meer, zij zijn praktisch nooit tevreden omdat zij nooit genoeg hebben. En omdat zij nooit genoeg hebben, en laat ik het geld noemen, willen zij daarbij ook macht.

En de feiten tonen duidelijk aan dat zowel geldhonger als machtshonger onverzadigbaar blijken te zijn. De uitdrukking "een duivelszak is nooit gevuld" spreekt voor zichzelf.

Vermits deze minderheid zowel het geld als de macht zal bezitten, maken zij vanzelfsprekend ook de regels en wetten. Zij die deze geboden en verboden hanteren leggen tegelijkertijd de strafmaatregelen vast.

Wie vertegenwoordigen die TIEN PROCENT?

Volgens mij zijn het de Religieuze Leiders, de Politieke Leiders en diegenen die van de commercie een dominante heerschappij hebben gemaakt. Die drie groepen variëren van gematigd tot meedogenloos. Er een etiket op plakken gaat niet en kan ook niet.

Ik heb maar één alternatief en dat is MICHA 6:8. "En wat vraagt Jehovah van u terug dan gerechtigheid te oefenen en goedheid lief te hebben en bescheiden te wandelen met uw God"?

ZONDAG  12  APRIL
Dit is het vertrouwen dat wij jegens hem hebben, dat, ongeacht wat wij vragen overeenkomstig zijn wil, hij ons hoort. -1 Joh. 5:14.

Het was Gods voornemen dat mensen in geluk en vrede met elkaar en met de rest van de schepping zouden leven (Gen. 1:26; 2:15). Wat hebben we echter nodig om ons gelukkig en veilig te voelen en innerlijke rust te genieten? Net als een kind dat zijn ouders in de buurt moet weten om zich gelukkig en veilig te voelen, hebben wij een goede band met onze hemelse Vader nodig wil ons leven echt zin en een doel hebben (Hebr. 12:9). God maakt het mogelijk dat we zo'n band met hem krijgen door ons dicht tot hem te laten naderen en door naar onze gebeden te luisteren (Jak. 4:8). Als we in geloof 'met God wandelen' en zijn vrienden worden, kunnen we onze hemelse Vader blij maken en hem eren (Gen. 6:9; Spr. 23:15, 16; Jak. 2:23). Dat is het hoogste doel dat iemand kan nastreven. De psalmist schreef: "Al wat adem heeft, love Jah." - Ps. 150:6. w07 1/10  1: 4

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  wanneer je alle oprechte gebeden die op één dag tot God gericht, zou moeten publiceren zou je niet toekomen met één dagtaak. Met het woord 'oprechte' bedoel ik onder andere alle gebeden die uit noodzaak, uit armoede, uit verdriet, uit pijn, frustratie, maar ook uit dankbaarheid opgezonden worden.

Hoeveel van die gebeden daadwerkelijk verhoord worden blijkt niet kunnen na te gaan. Wanneer iemand afzonderlijk daar mee geconfronteerd wordt blijft het gebed meestal onbeantwoord.

In het bovenstaande commentaar van de organisatie en het besturende lichaam  wordt Hebreeën 12: 9 aangehaald maar niet afgedrukt. Dat doe ik wel: Hebr. 12: 9 "Bovendien hadden wij vroeger vaders die van ons vlees waren om ons streng te onderrichten, en wij betoonden hun steeds achting. Zullen wij ons dan niet veel meer aan de Vader van ons geestelijke leven onderwerpen en leven?

Ik benadruk wat de organisatie en het besturende lichaam in werkelijkheid beoogt: ons onvoorwaardelijk onderwerpen aan HEN.

Het thema van de aangehaalde wachttoren 2007 1 oktober blz. 16 is "streef een zinvol doel na in je leven". En vanaf §5 tot het eind is het een waarschuwing om niet materialistisch en geen deel van die goddeloze wereld te zijn. Niet verkeerd op zichzelf, maar wel erg subjectief gericht.

In § 17 wordt Koning David en anderen aangehaald, maar ik druk die zin liever af:

17 Bij David denken we niet in eerste instantie aan een legeraanvoerder of een musicus of componist, maar aan ’een man aangenaam naar Gods hart’ (1 Samuël 13:14).

Nu neem ik Koning David als de grote voortrekker omdat Christus door de organisatie en het besturende lichaam nogal dikwijls vergeleken wordt met hem als de grotere David.

Nu vraag ik mij af hoe David al die miljoenen had verdiend waarmee hij een groot deel van de tempel heeft mee bekostigd? 

Weet je wat ik ondervonden heb van veel rijke mensen? Dat zij met geld niks inzitten. Daar kun je waarschijnlijk mee instemmen, dat wanneer je geld genoeg hebt je er ook geen zorgen moet om maken.

Het is maar wanneer je er tekort hebt, dan pas moet je je zorgen maken, ja toch?

MAANDAG  13  APRIL

Het zaad van de vrucht der rechtvaardigheid [wordt] gezaaid onder vredige omstandigheden voor hen die vrede maken. -Jak. 3:18.

Hoe kunnen ouders thuis een vredige sfeer scheppen? Daarvoor moeten ze als echtpaar een hechte band houden. Wanneer man en vrouw elkaar liefhebben en respecteren, is het waarschijnlijker dat hun kinderen leren anderen lief te hebben en te respecteren, dus ook Jehovah (Gal. 6:7; Ef. 5:33). Liefde en respect bevorderen de vrede. En huwelijkspartners die een goede verstandhouding met elkaar hebben, kunnen beter omgaan met eventuele conflicten die binnen het gezin ontstaan. Natuurlijk zijn er momenteel op aarde geen volmaakte huwelijken, en dus ook geen volmaakte gezinnen. Soms leggen ouders misschien niet de vrucht van de geest aan de dag in de omgang met hun kinderen (Gal. 5:22, 23). Wat moeten ouders doen wanneer dat gebeurt? Als jij je fouten toegeeft, zullen je kinderen die waarschijnlijk door de vingers zien. w07 1/9  2: 13, 14

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  goed, de toepassing van deze leitekst in de gezinskring is beslist een basis beginsel.

Jezus Christus veroordeelde in   Mattheüs 23:2. De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn op de stoel van Mozes gaan zitten.


En daarom wordt in § 3 van vermelde wachttoren
Mattheüs 23: 3 aangehaald die duidelijk zegt  "Doet en onderhoudt daarom alles wat zij U zeggen, maar doet niet naar hun daden, want zij zeggen het wel, maar volbrengen het niet".


De paragraaf vervolgt met de goede raad dat: willen ouders hun kinderen een beweegreden geven om van Jehovah te houden, dan moeten hun woorden en daden met elkaar overeenstemmen.

De ouders dienen eveneens consequent te zijn in hun spreken en handelen.

Nu wordt in § 8 gezegd dat een van de manieren om de kinderen te onderwijzen of naar Jehovah luisteren, "is door de Bijbel te bestuderen aan de hand van publicaties die 'de getrouwe slaaf' verschaft.

En paragraaf 10, de laatste alinea, dat "een gezinsstudie leert dat aanbidding geen formeel ritueel is dat alleen in het openbaar wordt uitgevoerd, maar een onderdeel is van het privé-leven van het gezin.

In dat privé leven is wel meer inbreuk gemaakt door ouderlingen. Zelfs op congressen, kring- en dagvergaderingen wordt daar regelmatig misbruik van gemaakt.

Voorbeelden te over: daguitstappen of studiereizen via de school. Ik heb ooit mee gemaakt dat "pokomon" kaarten" als van satan afkomstig werden beschreven en daarom niet als speelgoed kon gezien worden. Ook bepaalde films en dansen werden in het openbaar aan de kaak gesteld. Strips en bepaalde boeken mogen niet gelezen worden. Het enige wat ontbreekt is een lijst of een boek met lijsten. Joepie, terug naar de inquisitie.

En tot slot een doordraver: Als jij je fouten toegeeft, zullen je kinderen die waarschijnlijk door de vingers zien.

Als de organisatie en het besturende lichaam, als onderwijzers, praktisch geen fouten toegeven zullen de ouders, als leerlingen, dat ook niet doen. Het resultaat zal dan ook niet uitblijven.

Wie maakt er kleine farizeeërs?  De ouders?

En wie maakt volwassen farizeeërs? De organisatie en het besturende lichaam?


dinsdag  14  april

Hun hulpgeschreeuw steeg voortdurend omhoog tot de ware God wegens de slavernij. - Ex. 2:23.

Toen de Israëlieten tot Jehovah om hulp riepen omdat ze slaven in Egypte waren, schonk hij daar aandacht aan (Ex. 2:24, 25). Bij het brandende doorn bos zei hij tegen Mozes: "Ik ga ertoe over neer te dalen om [mijn volk] uit de hand van de Egyptenaren te bevrijden en hen uit dat land op te voeren naar een goed en uitgestrekt land, naar een land vloeiende van melk en honing" (Ex. 3:8). Wat moet het opwindend zijn geweest te zien hoe Jehovah dit deed! (Ex. 12:29-32) Die bevrijding opende voor Jehovah de weg om Israël als zijn uitverkoren volk aan te nemen. Jehovah werd erdoor verheerlijkt als de Vervuller van beloften, degene wiens woord nooit onvervuld blijft. Er werd door bewezen dat Jehovah superieur is aan de goden van de naties. Het is geloofversterkend over die bevrijding te lezen. Stel je eens voor hoe het geweest moet zijn om het zelf mee te maken! Jehovah bleek zonder twijfel 'de Allerhoogste over heel de aarde' te zijn. - Ps. 83:18. w07 1/11  1: 5

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  machtig zeg, moet jij je maar eens direct verplaatsen met je eigen tijdscapsule naar die tijd en die momenten. Kun je het voor de geest halen? Kun je ervaren hoe gij en je gezin alles op de karren stapelt om adieu te zeggen tegen een leven van slavernij. Kun jij je ook voorstellen dat je vooraleer te vertrekken al je Egyptische buren hun kostbaarheden aftroggelt. Vervolgens als vrijbuiter een wandelingske door de droge Rode zee mag maken. Dat hebben er niet veel meegemaakt hoor. Misschien was je toch wel even bang toen Farao met zijn strijdwagens je op de hielen zat, maar voorzeker opgelucht toen zij allemaal verdronken.

Zo moeilijk bleek het niet te zijn om de machtige hand van Jehovah te zien en te erkennen dat hij verre superieur was aan alle goden van Egypte

Dat Jehovah zijn beloften vervulde en waar maakte.

Hoe geloofversterkend moet die bevrijding zijn geweest!

Terwijl je nu toch aan het fantaseren bent, kun jij je wel voorstellen dat het toch maar geen pretje was om die vleespotten van Egypte te moeten missen.

Heb je ook nog mee geholpen om het gouden kalf te maken?

En later al die geboden en verboden waar je moest mee instemmen.

weet je nog hoe vrij je was om veertig jaar door de wildernis, ongerepte natuur, te mogen zwalken, alle dagen het manna te kunnen eten met uitzondering van die kwartels. Herinner je nog die dagen van al die slangen, dan hebben we er wel ne zak mensen moeten begraven niet waar.

Hun eigen schuld toch maar, ze waren nog te lui om eventjes naar die koperen slang te zien.

Tijd om wakker te worden en wakker te blijven.

 

Er is een bevrijding in deze tijd dat is het onderkopje van de vermelde wachttoren 2007 1 november blz. 24 § 11. "Wat valt er over onze tijd te zeggen? Op vrijdagmorgen 2 oktober 1914 stapte Charles Taze Russell, die destijds de leiding had over de Bijbelonderzoekers, de eetzaal van Bethel in Brooklyn (New York) binnen. „Goedemorgen allemaal”, zei hij opgewekt. En toen kondigde hij voordat hij naar zijn plaats ging, vreugdevol aan: „De tijden der heidenen zijn geëindigd; hun koningen hebben hun dag gehad.” Opnieuw was voor Jehovah, de Soeverein van het universum, de tijd gekomen om op te treden ten behoeve van zijn volk. En dat deed hij"! ( zie hoofdstuk 6 van het boek 'JEHOVAH'S GETUIGEN verkondigers van Gods Koninkrijk blz; 61 samen met het voorgaande hoofdstuk).

 

Volgens de uitleg die Charles Taze Russell had gepubliceerd moest in 1914 de grote verdrukking beginnen en zou het einde van die Koningen "die hun dag" gehad hadden tussen 2 oktober en 31 december van hetzelfde jaar, Bijbels gezien en bewezen, een feit  moeten geweest zijn.

De slinkse manier waarop het in het vermelde boek is voorgesteld en nu in De Wachttoren  van  07 1/11  1: 5  gepubliceert,  is misleidend of moet ik zeggen "crimineel"?

Woensdag   15  april

Zij ... tonen dat de inhoud van de wet in hun hart staat geschreven. -Rom. 2:15.

In zijn brief aan de Romeinen toonde Paulus aan dat mensen rekenschap verschuldigd zijn aan God omdat Zijn bestaan en zijn eigenschappen duidelijk blijken uit wat zichtbaar is. Dat is al zo "van de schepping der wereld af" (Rom. 1:18-20; Ps. 19:1-4). Zelfs volken die "de heilige uitspraken Gods" niet bezaten, hadden moeten erkennen dat God bestaat (Rom. 2:8-13; 3:2). Een krachtige reden waarom alle mensen God moeten erkennen en daarnaar moeten handelen, is hun innerlijke besef van goed en kwaad. Paulus schreef: "Telkens wanneer mensen der natiën, die geen wet hebben, van nature de dingen der wet doen" (Rom. 2:14). Hij zei niet: "Als ... ooit", alsof het iets is wat zelden gebeurt. Hij zei: "Telkens wanneer", wat wijst op iets dat vaak voorkomt. Dat wil zeggen, mensen 'doen van nature de dingen der wet'; ze worden er door hun innerlijke morele besef toe bewogen te handelen naar wat er in Gods geschreven wet staat. w07 15/10  1 : 5-7

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  in zekere zin maakt datgene wat hier boven als tekst en commentaar staat, de Bijbel en alle andere Heilige boeken overbodig. Ik zei in zekere zin, omdat alles wat geschreven is kan bijdragen dat mensen daardoor ooit datgene wat "kwaad en goed" is afleren en leren, in deze volgorde en wanneer zij het willen.

Ik heb daar reeds een commentaar aan gewijd op 13 maart.

Het is natuurlijk gemakkelijk om te zeggen "mijn geweten staat dat toe" en achteraf met de "gebakken peren te zitten" of te beseffen dat het niet echt gewetensvol was.

Het gaat in werkelijkheid om de kwestie of het "goed of slecht" blijkt te zijn. En niet alleen op korte termijn, maar ook op lange termijn. Je moet ook rekening houden met je evennaaste, en dat is niet alleen je buur of je vriend.

Dat schijnt allemaal veel te ingewikkeld, als ik altijd rekening moet houden met een ander waar kom ik dan uit? Gelijk heb je, maar niet helemaal, zomin als ik.

Misschien kan het beginsel van Jezus Christus bijdragen om bij te leren:

Mattheüs 7: 12 "Alle dingen dan die GIJ wilt dat de mensen voor U doen, moet ook GIJ insgelijks voor hen doen; dit is trouwens de betekenis van de Wet en de Profeten.

Dat is heel vlug gelezen en gezegd, maar in de praktijk?

Confucius zei:"Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook aan een ander niet".

Wat hij zei is gemakkelijker, maar iets minder positief.

Wat ik zelf kan bijdragen is: wees redelijk, blijft mens.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 18:38 Reageer op dit bericht Stuur door

commentaar van de dagtekst van 6 april t.e.m. 10 april

maandag  6  april

Hiertoe ben ik in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid.

Joh. 18:37.

Uit Jezus' hele levenswandel bleek dat hij niet enkel gekomen was om een groot onderwijzer of een wonderwerker of zelfs gewoon een zelfopofferende Redder te zijn, maar om Jehovah's soevereine wil hoog te houden en getuigenis af te leggen van Gods vermogen om die wil via het Koninkrijk te verwezenlijken (Joh. 14:6). Alles wat Jezus met betrekking tot het Koninkrijk deed, beviel de Tegenstander, Satan de Duivel, niet. Herhaaldelijk probeerde Satan door middel van het aardse deel van zijn "zaad" - zowel het politieke als het religieuze gedeelte - het "zaad" van Gods vrouw het zwijgen op te leggen (Gen. 3:15). Vanaf zijn geboorte tot aan het einde van Zijn aardse leven was Jezus het mikpunt van Satan en zijn trawanten. Ten slotte, in het voorjaar van 33 G.T., was de tijd gekomen dat de Zoon des mensen aan de Tegenstander overgeleverd werd om door hem in de hiel vermorzeld te worden. - Matth. 20:18, 19; Luk. 18:31-33. w07 1/12  2: 8, 9

Leesschema Avondmaal: (Gebeurtenissen op 10 Nisan)

Lukas 19:45-48; Mattheüs 21:18,19; 21:12, 1

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  ook hier wordt duidelijk dat Jezus Christus via Gods Hemelse Koninkrijk, het instrument is dat God mettertijd zou gebruiken, om Gods soevereiniteit hoog te houden. Dat Jezus Christus dat met krachtige bewoordingen en wonderen gepaard deed gaan waren voor zijn tegenstanders evenveel pijlen op hun boog. Toch vermochten zij niet het profetisch beeld te verminken of waardeloos te maken, integendeel zij vervulde mede belangrijke profetieën.

Alhoewel die religieuze leiders in de ogen van het volk belangrijker leken dan de Messias en alle bewijzen van dien, bleef een klein aantal van hen toch getrouw aan God en Zijn Messias, Jezus Christus.

Het waren die religieuze leiders, hogepriester en priesters, schriftgeleerden en oudere mannen, die uiteindelijk de "hielwond" bewerkstelligden.

Nu nog steeds maakt Satan, als heerser over de wereld, de dienst uit zoals de Bijbel het weergeeft. En wanneer de Bijbel het aan ons overbrengt zoals wij hem kennen, is Satan nog slimmer, leper en meer ervaren geworden dan toentertijd.

Wanneer die heerser van de wereld hun systeem manipuleerde, kan hij dit dan nu niet?

Zou de organisatie en het besturende lichaam, die enkele mensen, die de 9986 belijdende gezalfden vertegenwoordigen, zichzelf immuun achten hier mee wegkomen? Alleen omdat zij zeggen en schrijven dat ZIJ door Gods geest geleid worden? Ondanks dat zij zelf zeggen dat er geen wonderen nodig zijn want zij hebben de gehele Bijbel ter beschikking?

Die had de Katholieke Kerk ook, zelfs eigenhandig en eigenmachtig tot één werkstuk veredeld. Ook de Protestantse Kerken hebben hun veelvouden aan Bijbels en bijbelse lectuur in de waagschaal gesteld.

Wat hebben die kerken waar gemaakt?

Wat heeft de prille geschiedenis van Jehovah's Getuigen via hun lectuur en geschiedenisboek geopenbaard? Verandering op verandering? Verbetering op verbetering? Vereenvoudiging op vereenvoudiging? Progressieve stappen op nog progressievere?

Schriftuurlijke feiten of hersenspinsels?

dinsdag  7  april

Wie zegt gij echter dat ik ben? - Matth. 16:15.

Jezus had de gewoonte naar mensen te luisteren en hen aan te moedigen hun mening te uiten. Na de dood van Martha's broer, Lazarus, zei Jezus tegen haar: "Een ieder die leeft en geloof oefent in mij, zal stellig nooit sterven." Vervolgens vroeg hij haar: "Gelooft gij dit?" En Jezus heeft vast en zeker geluisterd toen Martha antwoordde: "Ja, Heer; ik heb geloofd dat gij de Christus zijt, de Zoon van God" (Joh. 11:26, 27). Wat moet het hem goed hebben gedaan Martha zo haar geloof te horen uiten! Toen veel discipelen Jezus in de steek lieten, wilde hij graag weten hoe zijn apostelen erover dachten. Dus vroeg hij: "Wilt ook gij niet heengaan?" Simon Petrus antwoordde: "Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en zijn te weten gekomen dat gij de Heilige Gods zijt" (Joh. 6:66-69). Wat moeten die woorden Jezus genoegen hebben gedaan! Als een Bijbelstudent in die trant zijn geloof onder woorden brengt, zul je dat vast heerlijk vinden. w07 15/11  2: 4-6 

Leesschema Avondmaal: (Gebeurtenissen op 11 Nisan) Lukas 20: :1-47

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  het thema van de hierboven gebruikte wachttoren 07 15 november is "volg Jezus Christus na bij het maken van discipelen". De paragraaf 4 waar het commentaar mee begint wil ik herhalen: §4 "Jezus had de gewoonte naar mensen te luisteren en hen aan te moedigen hun mening te uiten".

En paragraaf 5 begint ongeveer met hetzelfde, dus haal ik drie alinea's aan van §5: Na zijn doop en zalving als de Messias bleef Jezus geïnteresseerd in het luisteren naar mensen. Hij ging niet zo op in wat hij onderwees, dat hij de mensen vergat die gekomen waren om hem te horen spreken. Vaak pauzeerde hij, vroeg hoe zij erover dachten en luisterde naar hun reactie.

In paragraaf 6 staat een passage die de organisatie en het besturende lichaam nogal gemakkelijk voor zichzelf opeisen. Ik haal die aan: §6 "Toen veel discipelen Jezus in de steek lieten, wilde hij graag weten hoe zijn apostelen erover dachten. Dus vroeg hij: Wilt gij ook niet heengaan"? Simon Petrus antwoordde: "Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en zijn te weten gekomen dat gij de Heilige Gods zijt".

Om met deze laatste uitspraak te beginnen die ons duidelijk maakt dat de apostelen beseften dat Jezus Christus "woorden van eeuwig leven" sprak. Bij de transfiguratie werden  ongeveer de zelfde woorden gebruikt maar dan van God zelf: Mattheüs 17:5. Terwijl hij nog sprak, zie! een heldere wolk overschaduwde hen, en zie! een stem uit de wolk zei: „Dit is mijn Zoon, de geliefde, die ik heb goedgekeurd; luistert naar hem.” I

Het is voor mij, maar ook voor vele anderen, een groot verschil tussen de woorden van Jezus Christus en de woorden van de organisatie en het besturende lichaam. Hoe mooi zij het ook voorstellen, geen mens en evenmin een organisatie mag zichzelf de woordvoerder of gevolmachtigde van God noemen.

Daarom is §4 en §5 juist het voorbeeld dat mensen op geen stukken na Jezus Christus benaderen. In die beide paragrafen maak de organisatie en het besturende lichaam duidelijk dat Jezus Christus te benaderen was en steeds luisterde en hen aanmoedigde om zich te uiten. Zij zeggen en schrijven dit zelf, terwijl niemand ook maar de minste kritiek mag uiten op hun onvolmaakte beleid en onderwijs.

Alleen reeds deze ene stelling maakt duidelijk dat zij niet met de beste bedoelingen bezig zijn. Iemand de mond snoeren of monddood maken omdat hij een andere mening heeft is niet menselijk noch christelijk. En door hem of haar daarvoor uit te sluiten los je geen enkele zaak op, integendeel.

De organisatie en het besturende lichaam schilderen Jezus Christus en zijn Vader af als leiders die geen tegenspraak dulden en niets is minder waar.

Zij schrijven het zelf of was dit niet de bedoeling?

WOENSDAG  8  APRIL

Al [Jehovah 's] wegen zijn gerechtigheid. - Deut. 32: 4

.Aangezien "door één mens I Adam I de zonde de wereld is binnengekomen" en 'het loon dat de zonde betaalt, de dood is', verdienen alle mensen de dood (Rom. 5:12; 6:23). Wat kunnen we dankbaar zijn dat Jehovah barmhartigheid toont als hij een oordeel velt! Maar we moeten oppassen dat we Gods barmhartigheid niet als vanzelfsprekend beschouwen. Bij het tonen van barmhartigheid gaat hij niet voorbij aan zijn volmaakte maatstaven van gerechtigheid. De barmhartigheid die Jehovah ons betoont door mogelijk te maken dat we van de straf op de overgeërfde zonde worden bevrijd, is in overeenstemming met zijn gerechtigheid. Om vergeving van zonde mogelijk te maken zonder de gerechtigheid geweld aan te doen, heeft Jehovah in het loskoopoffer van zijn Zoon, Jezus Christus, voorzien - de grootste uiting van barmhartigheid die er ooit is geweest. - Matth. 20:28; Rom. 6:22, 23. w07 15/9  1: 10, 12
Leesschema Avondmaal: (Gebeurtenissen op 12 Nisan) Lukas 22:  1-6; Markus 14: :1, 2, 10, 11.

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  dat al Gods wegen gerechtigheid zouden zijn wordt door enorm veel mensen erg in twijfel getrokken. Gezien de omstandigheden en het gedrag van mensen die beweren God te vrezen en daarom het luidst schreeuwen.

Dat was vroeger zo en dat is nog steeds schering en inslag.

De zinsnede dat we moeten oppassen dat we Gods barmhartigheid niet als vanzelfsprekend moeten gaan beschouwen wordt meestal naar buiten toe gebruikt. En terwijl men dan naar een ander wijst met zijn ene wijsvinger zijn er toch drie naar jezelf gericht. Probeer het maar eens.

Ik bemerk ook nu weer dat de organisatie en het besturende lichaam ons woorden in de mond willen leggen door te vermelden dat God wanneer Hij barmhartigheid betoont niet voorbij gaat aan zijn volmaakte maatstaven van gerechtigheid. Zeker weten!

Alleen heb ik met vele anderen ondervonden dat die volmaakte maatstaven van Hem door onvolmaakte mensen gehanteerd en uitgevoerd worden. Ik heb het hier niet alleen op de aardse organisaties van tegenwoordig, maar op alle organisaties beginnend bij de eerste.

Zelfs de eerste natie die door God aanspraak mocht maken om Zijn volk te zijn, volgens de Bijbel, liet zich door een onvolmaakt priesterschap in de luren leggen. Met alle gevolgen van dien.

Om terug te komen op het commentaar van de organisatie en het besturende lichaam, is het beslist de bedoeling om het loskoopdoffer van Zijn Zoon Jezus Christus als de grootste uiting van Gods barmhartigheid te zien en er gebruik van te maken.

Volgens de directe toepassing zullen alleen zij eeuwig leven ontvangen die dit 'loskoopoffer' aanvaarden. En  volgens de organisatie en het besturende lichaam, zijn dat alleen diegenen die in organisatie zijn en blijven.

Denk nu maar eens na, met het loskoopoffer in gedachten, over het volgende:

In de wachttoren van 15 februari 2008 op blz. 29 de eerste § staat over het wonder van de broden dat: “Als ze (de discipelen van Jezus)  hadden begrepen hoe groot de kracht was die Jezus had gekregen, zouden zij niet zo verbaasd zijn geweest toen hij door een wonder over het water liep”.

Denkt nu eens goed na:  Als  wij  zouden  begrijpen  hoe  groot  Gods  kracht  en  vermogens  wel  zijn,  zouden   wij  toch  niet verbaasd  mogen zijn  dat  God  wel degelijk  een  onderscheid  zal  maken  tussen  rechtvaardigen  en  onrechtvaardigen.  Waar ter wereld zij ook maar met een organisatie verbonden zijn of juist niet.

Psalm 37: 29 …De rechtvaardigen, die zullen de aarde bezitten, En zij zullen er eeuwig op verblijven. Eveneens een schriftplaats om in gedachten te houden is Hand 10: 35 …maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor HEM.

TERWIJL JE TOCH AAN HET NADENKEN BENT:

Niet alle Getuigen van Jehovah zijn Christenen en niet alle Christenen zijn Getuigen van Jehovah!

 

donderdag  9  april

Datum van Gedachtenisviering Na zonsondergang

Toont ook gij u ... gereed. - Matth. 24: 44.

Toen Jezus die uitspraak deed, was hij zelf klaar voor een zware beproeving: zijn dood als loskoopoffer (Matth. 20:28). Wat kunnen we leren van de manier waarop Jezus zich had voorbereid? Jezus hield met heel zijn hart van Jehovah en van Zijn rechtvaardige maatstaven. Hebreeën 1:9 vermeldt over Jezus: "Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat. Daarom heeft God, uw God, u gezalfd met de olie van uitbundige vreugde, meer dan uw deelgenoten." Omdat Jezus zijn hemelse Vader liefhad, bewaarde hij zijn rechtschapenheid tegenover hem. Als wij net zo'n liefde voor God hebben en naar zijn vereisten leven, zal hij ons beschermen (Ps. 31:23). Die liefde en gehoorzaamheid zullen ons helpen gereed te zijn voor de grote dag van Jehovah. - Matth. 22:37-39. w07 15/12  1: 4-6

Leesschema Avondmaal: (Gebeurtenissen op 13 en 14 Nisan) Lulms 22:7-65; Markus 14:12-16

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  wat kunnen we leren van de manier waarop Jezus zich had voorbereid?

Deze merkwaardige vraag zoals die in het commentaar is gebruikt blijkt in feite een retorische vraag te zijn. "Merkwaardig" omdat die vraag "de opstellers" ervan erbij betrekt door het persoonlijk zelfstandig naamwoord "WE" te gebruiken.

En het antwoord dat Jezus Christus met heel zijn hart van Jehovah en van Zijn rechtvaardige maatstaven hield, is voor ons niet vanzelfsprekend. Voor Jezus Christus wel omdat hij Jehovah in zijn voormenselijk bestaan eonen (niet te meten tijdperken) had gekend.

In Hebreeën 1: 9 wordt eveneens melding gemaakt van wetteloosheid die door Jezus Christus gehaat werd. Dat is iets waar ik toch even moet bij stil staan. In de eerste plaats omdat iedere  zonde wetteloosheid is. En ten tweede is er geen mens die niet zondigt.

Het commentaar gaat verder met te zeggen dat Jezus Christus' liefde voor God hem hielp om rechtschapen te blijven tegenover Hem. Nu dien je te weten, als je het nog niet wist, dat 'rechtschapen' de ultieme betekenis heeft van 'eerlijkheid'. En dan moet ik vaststellen, samen met velen, dat de organisatie en het besturende lichaam het niet altijd zo nauw nemen met 'eerlijkheid'. Met andere woorden, zij zijn niet altijd zo 'rechtschapen', niet met hun beleid noch met hun lectuur en evenmin met het meten met één maat.

Daar geef ik nu een direct voorbeeld van en nog wel uit hun eigen commentaar.

De organisatie en het besturende lichaam gebruiken in de laatste alinea Matth. 22: 37-39 teneinde te benadrukken dat "liefde en gehoorzaamheid" ons zullen helpen om gereed te zijn voor de  grote dag van Jehovah.

Nu staat er in  Mattheüs 22:37-39. "Hij zei tot hem: „’Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.’ 38 Dit is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede, hieraan gelijk, is dit: ’Gij moet uw naaste liefheb  ben als uzelf'".

Vermits het woord "gehoorzaamheid" in het geheel noch ten dele in voornoemde teksten voorkomt is het zo subtiel dat 'gehoorzaamheid' aan hen, de organisatie en het besturende lichaam  een inherente vereiste is om die dag te overleven.

Mocht dit de eerste maal zijn dat ik en anderen dit opmerken dan zouden wij het naast ons moeten neerleggen, maar het is in bijna alle publicaties terug te vinden.

NOCHTANS IS ER EEN HEMELS GROOT VERSCHIL TUSSEN GEHOORZAMEN AAN GOD EN GEHOORZAMEN AAN DE ORGANISATIE EN HET BESTURENDE LICHAAM, WAAR OF NIET?

VRIJDAG  10 APRIL

Waarlijk, dit was Gods Zoon. - Matth. 27:54.

Wat komt er bij je op als je stilstaat bij Jezus' langzame en pijnlijke dood aan de martelpaal? Misschien denk je aan het loskoopoffer dat Jezus onzelfzuchtig ten behoeve van de zondige mensheid heeft gebracht (Matth. 20:28; Joh. 15:13). Het kan zijn dat je versteld staat van de grote liefde die Jehovah heeft getoond door in dat offer te voorzien (Joh. 3:16). Misschien voel je je als de Romeinse legeroverste die de woorden in de tekst voor vandaag zei. Bedenk echter dat Jezus' laatste woorden aan de martelpaal waren: "Het is volbracht!" (Joh. 19:30) Wat was er volbracht? Was Jezus niet in de eerste plaats naar de aarde gekomen om de strijdvraag inzake Jehovah's soevereiniteit te beslechten? En was er niet voorzegd dat hij als het "zaad" door Satan tot het uiterste beproefd zou worden om Jehovah's naam van alle smaad te zuiveren? (Gen. 3:15; Jes. 53:3-7) Dat waren zware verantwoordelijkheden, maar Jezus heeft zich daar in elk opzicht van gekweten. Hij heeft het volbracht! w07 1/12  2: 10

Leesschema Avondmaal: (Gebeurtenissen op 14 Nisan) Lukas 22:66-71

BIJKOMEND EN BIJHOREND COMMENTAAR:  in werkelijkheid is het offer dat Jezus Christus heeft gebracht een bijzondere aantrekkingspunt i.v.m. de vervulling van het wettische verbond "oog om oog, tand voor tand, leven voor leven en gelijk voor gelijk".

De directe toepassing is gemakkelijk te begrijpen en te aanvaarden. Adam verspeelde het eeuwige leven en het offer van Jezus Christus voorzag in de losprijs. Zoals er geschreven staat in 1 Korinthiërs 15:45. „De eerste mens, Adam, werd een levende ziel.” De laatste Adam werd een levengevende geest.

Het feit dat Adam door te zondigen het eeuwige leven verspeelde voor zichzelf zou uiteraard alleen maar als zijn straf aangemerkt kunnen worden, maar dat zijn nageslacht daarvoor moest boeten is dan weer buiten de proporties.

Daarom voorzag God in de losprijs in overeenstemming met Zijn volmaakte gerechtigheid.

Je kunt dit afdoen als een fabeltje, of het zoveelste probleem om iets op te lossen, maar ook als de manier waardoor mensen geloof zouden kunnen tonen. Wat je er ook maar van denkt: geloof en hoop zijn krachtige emoties om als mens door het leven te willen gaan.

Het is niet zozeer geloof dat verdeeldheid veroorzaakt maar het verschil dat mensen zelf maken, vooral de leidende i.p.v. dienende figuren. Tenzij ze zichzelf dienen.

Zo las ik onlangs dat er 37000 verschillende christelijke  denominaties zouden zijn en toch hebben zij dezelfde Bijbel. Waar zit dan het verschil? In de vertaling? In de interpretatie? In de motivatie?

Als de Bijbel het Goddelijk boek is zoals het zelf beweerd, waarom is het dan allemaal zo verschillend geïnterpreteerd?  

Een andere georganiseerde religie is de Islam. Zijn invloed breidt zich zienderogen uit en is numeriek gelijk, of overtreft in deze dagen die van de christenheid of christendom.

Haar grondleerstelling is zo simpel als 't maar zijn kan. Het woord 'moslim' in de breedste betekenis is: "zich aan God overgeven" en dan hoef je niet per se tot de islam bekeerd te zijn. Volgens deze definitie wordt Abraham als de eerste moslim beschouwt.

Hou er a. u. b. rekening mee dat het overgrote deel van de mensheid niet zal veranderen doordat er simpelweg een predikant aan de deur is geweest.

Door de veranderende structuur binnen de organisatie en het besturende lichaam is het zelfs zo dat velen weg gaan en weg blijven.

Waarom zegt de Bijbel in  Lukas 11:13. Als GIJ dus, ofschoon GIJ slecht zijt, goede gaven aan UW kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan de Vader in de hemel heilige geest geven aan wie hem erom vragen!”.


Hier staat toch duidelijk dat "gelijk wie" om Gods heilige geest kan vragen.


Waarom maakt
de organisatie en het besturende lichaam God dan tot een leugenaar door te beweren dat men alleen via de door de geest geleide organisatie van Jehovah's Getuigen kan gered worden?.
Ooit de uitdrukking gehoord "van 't zelfde laken een broek".  


Ik benadruk in volgende aanhaling de praktische toepassing:

De Wachttoren 1990 1 november blz. 26 par. 16 Als christenen worden wij in deze tijd met soortgelijke uitdagingen geconfronteerd. Wij kunnen niet deelnemen aan enigerlei moderne versie van afgoderij — of het nu gaat om het maken van met aanbidding te vergelijken gebaren voor een beeld of symbool of het toeschrijven van redding aan een persoon of een organisatie.


Of wordt er wel degelijk met verschillende maten gejongleerd?
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door eleutheros om 11:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van seniorennet.be/eleutheros

↑ Terug naar de berichten