
| Als het in september dondert, leveren granen wel honderd. |
| Als in september de donder knalt, met Kerstmis sneeuw in hopen valt. |
| Donder in september, sneeuw in maart. |
| Een warme september, een droge oktober. |
| In september warme regen, brengt de boer rijke zegen. |
| September in een goed humeur, het weer in de fleur. |
| Schijnt de herstmaandszon met zomerkracht, maakt veelal de wintermaand ook zacht. |
| Septemberregen op het zaad, komt het boerke wel te staat. |
| Septemberregen, komt de druiven gelegen. |
| Septemberregen, komt zaad en wijnstok goed gelegen. |
| Septemberregen, nooit komt hij ongelegen. |
| Vorst in september, zacht in december. |
| Warm in september, koud in december. |
| Was het weder in september warm, dan krijgen wij een winter arm |
Wil september vruchten dragen, dan in juli hitte om te klagen.![]() |
Elisabeth

























