De eenhoorn en freya


Zachtjes en heel stil bewandel
ik een heel klein padje
Dorre takjes kraken
Onder mijn voeten
Even blijf ik staan
En durf bijna niet verder te gaan
Voetje voor voetje
schuifel ik langzaam verder
Dit kleine pad
is gemaakt door Elfjes
Ik volg het kleine pad
En dan kom ik bij een meertje aan
Aan de oever van dat meertje
Zie ik witte schim staan
Dan zie in de schittereing van de Maan
Een mooie Eenhoorn staan
Hij drinkt uit het meertje
En voelt mij nabijheid
De Eenhoorn kijkt even op
Hij schud met zijn hoofd
Achter de Eenhoorn verschijnt
een Vrouwengestalte
In een wit sluiergewaad met lange haren
In Haar haren draagt ze een bloemenkrans
De Vrouw neemt de Eenhoorn bij zijn manen
en ze komen richting mijn kant op
Als Ze dan vlak voor me staat
reikt de mooie Vrouw Haar mijn hand
Ik neem Haar hand aan en volg Haar
Ik mag de Eenhoorn aanraken
Hij voelt zacht aan ik voel me opeens goed
De zorgen verdwijnen uit mijn hoofd
We wandelen met z'n drieeen naar het meer
De Vrouwe draait zich om en zegt
Het komt goed.. Ik ben steeds bij je
En mocht je het moeilijk hebben
Denk dan hier aan terug ....
De Vrouwe keek me aan en zei
Eer Me in de bomen en de dieren
Ik ben de Godin Freyja.....
Roep me aan als je het even niet ziet zitten
De Vrouwe gaf me iets in de hand
En Ze verdween heel langzaam over het meer
Ze vervaagde tot in het niets
De Maan was slecht mijn getuige en knipoogde
Toen ik thuis was keek in mijn hand
In mijn hand had ik een mooie Barnsteen






















